2015-01-01 | BWBR0024238 | Wet tuchtrechtspraak accountants

This commit is contained in:
Coornhert 2015-01-01 12:00:00 +00:00
parent 131267231a
commit 1bd5966cf7

View file

@ -37,7 +37,7 @@ De tuchtrechtelijke maatregelen die de accountantskamer kan opleggen bij handele
a. waarschuwing;
b. berisping;
c. geldboete;
d. tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in het register voor ten hoogste één jaar;
d. tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers voor ten hoogste één jaar;
e. doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers.
**2.** Een geldboete kan gezamenlijk met een tuchtrechtelijke maatregel als genoemd in het eerste lid onder a, b, d en e, worden opgelegd.
@ -212,7 +212,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de inrichting van d
### Artikel 21d
**1.** De secretaris van de accountantskamer bewaart en registreert de beslissingen van de accountantskamer en de beslissingen die het College op basis van artikel 43 in hoger beroep heeft gedaan.
**1.** De secretaris van de accountantskamer bewaart en registreert de beslissingen van de accountantskamer en de beslissingen die het College op basis van de artikelen 43 tot en met 43j in hoger beroep heeft gedaan.
**2.** De secretaris van de accountantskamer verstrekt desgevraagd aan de accountantskamer en het College, de leden van de rechterlijke macht en de ambtenaren van het openbaar ministerie inlichtingen omtrent beslissingen.
@ -269,9 +269,28 @@ Een lid dan wel plaatsvervangend lid van de accountantskamer dat accountant is,
**4.** De voorzitter van de accountantskamer kan de termijn genoemd in de voorgaande leden verlengen indien het de voorzitter van de accountantskamer blijkt dat daar aanleiding toe is.
### Artikel 25a
**1.**
De secretaris van de accountantskamer doet periodiek opgave van ingediende klachten, met een beschrijving van de aard en inhoud van de klacht, aan:
a. de Autoriteit Financiële Markten, voor zover het betreft klachten waarbij een vermoeden bestaat van een handelen of nalaten als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties; en
b. de beroepsorganisatie, voor zover het betreft klachten waarbij een vermoeden bestaat van een handelen of nalaten als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep.
**2.** Desgevraagd, of op last van de voorzitter van de accountantskamer, zendt de secretaris van de accountantskamer aan de in het eerste lid bedoelde instanties een afschrift van het klaagschrift en de reactie van betrokkene, de daarbij gevoegde stukken en eventuele aanvullingen daarop.
**3.** Op verzoek van de klager worden de processtukken, bedoeld in het tweede lid, in geanonimiseerde vorm aan de Autoriteit Financiële Markten of de beroepsorganisatie gezonden, zodat daaruit de persoonsgegevens van de klager en derden niet kunnen worden afgeleid. Alsdan wordt met betrekking tot die klacht de opgave, bedoeld in het eerste lid, eveneens in geanonimiseerde vorm gedaan.
**4.** De voorzitter van de accountantskamer kan op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten of de beroepsorganisatie de behandeling van een klacht voor ten hoogste zes maanden opschorten indien deze instanties hebben aangegeven een onderzoek te verrichten of voornemens te zijn een onderzoek te verrichten naar het handelen of nalaten waarop de klacht betrekking heeft en dat onderzoek kan leiden tot het indienen van een klacht door deze instanties.
**5.** De voorzitter van de accountantskamer kan op verzoek van de instantie die overeenkomstig het derde lid heeft aangegeven een onderzoek te verrichten of voornemens te zijn een onderzoek te verrichten, de in het derde lid genoemde termijn met ten hoogste drie maanden verlengen, indien de voorbereiding van een klacht meer tijd vergt.
**6.** Van de opschorting van de behandeling of de verlenging van de in het derde lid genoemde termijn wordt mededeling gedaan aan de klager en betrokkene.
### Artikel 26
**1.** De betrokkene wordt binnen een termijn van ten hoogste tien weken nadat de zaak bij de accountantskamer aanhangig is gemaakt opgeroepen om op een door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen. Indien de voorzitter van de accountantskamer gebruik maakt van de bevoegdheid in artikel 25, kan hij bepalen dat de termijn van tien weken wordt verlengd, waarbij de termijn voor verlenging niet langer kan zijn dan de tijd die is gebruikt voor de procedure in artikel 25.
**1.** De betrokkene wordt binnen een termijn van ten hoogste tien weken nadat de zaak bij de accountantskamer aanhangig is gemaakt opgeroepen om op een door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen. De voorzitter van de accountantskamer kan deze termijn verlengen indien het hem blijkt dat daar aanleiding toe is.
**2.** De oproeping wordt ten minste vier weken voor de dag van de zitting aan de betrokkene gezonden en vermeldt de plaats van de zitting.
@ -320,6 +339,14 @@ b. de mededeling dat de betrokkene bevoegd is getuigen en deskundigen ter zittin
**8.** De accountantskamer kan bepalen dat de verklaring van een partij, getuige of deskundige geheel in het proces-verbaal zal worden opgenomen. In dat geval wordt de verklaring onverwijld op schrift gesteld en aan de partij, getuige of deskundige voorgelezen. Deze mag daarin wijzigingen aanbrengen, die op schrift worden gesteld en aan de partij, getuige of deskundige worden voorgelezen. De verklaring wordt door de partij, getuige of deskundige ondertekend. Heeft ondertekening niet plaats, dan wordt de reden daarvan in het proces-verbaal vermeld.
### Artikel 29a
**1.** De voorzitter van de accountantskamer kan, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan, ambtshalve of op verzoek van klager of betrokkene bepalen dat tijdens de klachtprocedure ingediende stukken of gegeven inlichtingen dan wel onderdelen daarvan uitsluitend ter kennisneming van de partijen staan en niet door hen aan anderen mogen worden verstrekt of anderszins openbaar worden gemaakt.
**2.** Het eerste lid geldt niet ten aanzien van stukken of inlichtingen die partijen op grond van een wettelijk voorschrift verplicht zijn aan anderen te verstrekken of openbaar te maken, en stukken of inlichtingen die reeds openbaar zijn dan wel in de uitspraak van de accountantskamer of in hoger beroep van het College openbaar worden gemaakt.
**3.** De voorzitter van de accountantskamer kan, ambtshalve of op verzoek van klager of betrokkene een partij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat niet aan het eerste lid wordt voldaan, onverminderd het recht op schadevergoeding indien daartoe aanleiding is. De artikelen 611b tot en met 611i van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 30
In geval van intrekking van de klacht wordt de behandeling daarvan gestaakt, tenzij de accountantskamer beslist dat de behandeling van de klacht om redenen aan het algemeen belang ontleend, moet worden voortgezet. In dat laatste geval wordt de klacht verder behandeld als ware deze afkomstig van:
@ -438,7 +465,7 @@ b. de voorzitter van de beroepsorganisatie, ingeval jegens de betrokkene een ern
**7.** In het geval de inschrijving tijdelijk wordt doorgehaald blijft betrokkene ter zake van handelingen en gedragingen, die gedurende de tijd, dat hij ingeschreven stond, hebben plaats gehad, aan tuchtrechtspraak onderworpen.
**8.** Tegen de bij wijze van voorlopige voorziening opgelegde maatregel van doorhaling staat beroep open bij het College. Artikel 43 is van overeenkomstige toepassing.
**8.** Tegen de bij wijze van voorlopige voorziening opgelegde maatregel van doorhaling staat beroep open bij het College. De artikelen 43 tot en met 43j zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 42
@ -447,23 +474,101 @@ De tijdelijke doorhaling van de inschrijving, bedoeld in artikel 41, eerste lid,
a. de accountantskamer op grond van artikel 41, tweede lid, de tijdelijke doorhaling opheft; of
b. de uitspraak van de accountantskamer onherroepelijk wordt; of
c. de tijdelijke doorhaling in hoger beroep wordt vernietigd; of
d. het College de zaak zelf afdoet op grond van artikel 40, eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
d. het College de zaak zelf afdoet op grond van artikel 43i, eerste lid.
## Hoofdstuk V. Het beroep
### Artikel 43
**1.** De betrokkene, de klager of de beroepsorganisatie kunnen ieder binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak van de accountantskamer hoger beroep instellen bij het College, tenzij tegen die uitspraak verzet kan of kon worden gedaan.
**2.** Hoger beroep staat niet open tegen een tussenbeslissing van de accountantskamer of van de voorzitter van de accountantskamer, tegen de uitspraak, bedoeld in artikel 38a.
**3.** Het College informeert de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie, over het feit dat hoger beroep is ingesteld en vermeldt daarbij welke zaak het betreft.
### Artikel 43a
**1.** Het hoger beroep wordt ingesteld door het indienen van een beroepschrift bij het College.
**2.** Het beroepschrift is ondertekend en bevat de gronden van het hoger beroep.
**3.** De griffier zendt binnen een week na ontvangst van het beroepschrift een afschrift daarvan aan de accountantskamer en aan de betrokkene, dan wel de klager of, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie.
### Artikel 43b
De accountantskamer doet binnen drie weken na ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, bedoeld in artikel 43a, derde lid, de stukken toekomen aan de griffier van het College.
### Artikel 43c
**1.** Als het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, kan het College of de president zonder nader onderzoek door het College uitspraak doen. De uitspraak wordt onverwijld aan betrokkene, de klager, de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden.
**2.** Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, kan betrokkene dan wel de klager of, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak verzet doen bij het College. Artikel 43a is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond. Indien het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak en wordt de behandeling van de zaak voortgezet. De laatste zin van het eerste lid is van toepassing.
**4.** Als het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is, kan het College het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaren, echter niet dan na betrokkene dan wel de klager of, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord.
**5.** De uitspraak op het verzet wordt onverwijld aan betrokkene, de klager, de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden.
### Artikel 43d
**1.** Tenzij artikel 43c, eerste lid wordt toegepast, bepaalt de president de dag voor de behandeling van de zaak. De betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie worden uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip op een zitting van het College te verschijnen.
**2.** Voor de behandeling ter terechtzitting worden de processtukken gedurende ten minste een week ter griffie of elders ter kosteloze inzage voor betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie dan wel voor hun gemachtigden nedergelegd. De nederlegging wordt door de griffier tijdig ter kennis van betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie gebracht.
**3.** De in het vorige lid bedoelde termijn kan met toestemming van betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie worden verkort.
**4.** Is de termijn niet in acht genomen, dan bepaalt het College een nieuwe rechtsdag, tenzij betrokkene in persoon of bij gemachtigde is verschenen. In dit laatste geval kan op zijn verzoek uitstel worden verleend.
**5.** In de gevallen, waarin op de terechtzitting de behandeling van de zaak voor een bepaalde tijd wordt uitgesteld of geschorst, wordt geen nieuwe kennisgeving gedaan.
### Artikel 43e
**1.**
De artikelen 31 tot en met 41 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 zijn ten aanzien van de behandeling van een uitspraak van de accountantskamer in hoger beroep van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
Op het rechtsgeding zijn de artikelen 28, eerste en tweede lid, 29, 31 tot en met 35, 36, eerste, derde en vierde lid en 37 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. in plaats van «de voorzitter van het bedrijfslichaam» wordt gelezen: de klager of de voorzitter van de beroepsorganisatie;
b. in plaats van «het tuchtgerecht» wordt gelezen: de accountantskamer;
c. in plaats van «het betrokken tuchtgerecht» wordt gelezen: de accountantskamer.
a. in de artikelen 29 en 34, 36, eerste, derde en vierde lid en 37, in plaats van «betrokkene of de klager» wordt gelezen: betrokkene, de klager of, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie;
b. in artikel 31 in plaats van «de betrokkene en de klager» wordt gelezen: de betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie, en de termijn genoemd in artikel 26, tweede en vijfde lid, twee weken bedraagt;
c. in artikel 33 voor «de betrokkene» tevens wordt gelezen: de klager of, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie.
**2.** Hoger beroep staat niet open tegen een tussenbeslissing van de accountantskamer of van de voorzitter van de accountantskamer, tegen de uitspraak, bedoeld in artikel 38a en tegen de verklaring, bedoeld in artikel 42a.
**2.** Het College houdt zitting met drie of vijf leden, onder wie de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.
**3.** Het College informeert de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de voorzitter van de beroepsorganisatie, over het feit dat beroep is ingesteld en vermeldt daarbij welke zaak het betreft.
**3.** Ieder, die als getuige is opgeroepen, is verplicht voor het College te verschijnen. Artikel 27, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «arrondissementsparket Oost-Nederland» wordt gelezen: arrondissementsparket Den Haag.
### Artikel 43f
Aan betrokkene, de klager en, indien de beroepsorganisatie partij is in het hoger beroep, de beroepsorganisatie dan wel aan hun gemachtigden en aan de raadsman wordt de gelegenheid gegeven het woord te voeren en de gronden van het hoger beroep toe te lichten.
### Artikel 43g
Na de behandeling van de zaak ter terechtzitting bepaalt de voorzitter de dag voor de uitspraak, tenzij het College onmiddellijk mondeling uitspraak doet.
### Artikel 43h
**1.** Het College verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond.
**2.** Indien het College niet voldoende is ingelicht, kan het bevelen, dat de behandeling der zaak op een nader te bepalen datum zal worden hervat.
### Artikel 43i
**1.** Indien het College het hoger beroep gegrond verklaart, vernietigt het de uitspraak van de accountantskamer. In dat geval doet het College de zaak zelf af of verwijst haar naar de accountantskamer om haar af te doen met inachtneming van de beslissing van het College.
**2.** Indien een nader onderzoek noodzakelijk is en het College de zaak zelf afdoet, geschiedt de oproeping overeenkomstig artikel 26.
### Artikel 43j
**1.** Het College doet schriftelijk uitspraak.
**2.** De uitspraak houdt in de beslissing omtrent het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel, de gronden en de voorschriften waarop zij berust.
**3.** Het College spreekt de beslissing, bedoeld in het tweede lid, in het openbaar uit.
**4.** In afwijking van het eerste lid kan het College na sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen.
**5.** Van de mondelinge uitspraak wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.
**6.** De uitspraak wordt onverwijld aan betrokkene, de klager, de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden.
### Artikel 44
@ -491,13 +596,13 @@ b. de voorzitter van de beroepsorganisatie, ingeval jegens de betrokkene een ern
De tijdelijke doorhaling van de inschrijving, bedoeld in artikel 44, eerste lid, vervalt op het moment dat:
a. het College op grond van artikel 44, tweede lid, de tijdelijke doorhaling opheft; of
b. het College de zaak zelf afdoet op grond van artikel 40, eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004; of
c. de Accountantskamer, nadat de zaak op grond van artikel 40, eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 ter afdoening naar de Accountantskamer is verwezen, de tijdelijke doorhaling opheft; of
d. het vonnis van de Accountantskamer onherroepelijk wordt nadat de Accountantskamer de zaak die op grond van artikel 40, eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 ter afdoening naar de Accountantskamer verwezen is, heeft behandeld.
b. het College de zaak zelf afdoet op grond van artikel 43i, eerste lid; of
c. de accountantskamer, nadat de zaak op grond van artikel 43i, eerste lid, ter afdoening naar de accountantskamer is verwezen, de tijdelijke doorhaling opheft; of
d. het vonnis van de accountantskamer onherroepelijk wordt nadat de accountantskamer de zaak die op grond van artikel 43i, eerste lid, ter afdoening naar de accountantskamer verwezen is, heeft behandeld.
### Artikel 46
**1.** Het College informeert terstond na het doen van de uitspraak de Accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de voorzitter van de beroepsorganisatie omtrent de naam van betrokkene en de aard van de opgelegde tuchtrechtelijke maatregel.
**1.** Het College informeert terstond na het doen van de uitspraak de accountantskamer, de Autoriteit Financiële Markten en de voorzitter van de beroepsorganisatie omtrent de naam van betrokkene en de aard van de opgelegde tuchtrechtelijke maatregel.
**2.** De Autoriteit Financiële Markten en de voorzitter van de beroepsorganisatie dragen zorg voor de opname van de opgelegde tuchtrechtelijke maatregel in de registers.