2005-07-01 | BWBR0010646 | Uitvoeringsbesluit WEB
This commit is contained in:
parent
0a2295aac8
commit
1be9f12f10
1 changed files with 30 additions and 0 deletions
|
|
@ -302,6 +302,36 @@ b. 60% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen persone
|
|||
|
||||
**3.** De uitkomsten van de in het eerste en tweede lid bedoelde berekeningen worden rekenkundig afgerond op twee decimalen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.2a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het in artikel 2.2.1, vijfde lid, van de wet bedoelde bedrag dat Onze Minister in verband met uitkeringen in mindering brengt op de rijksbijdrage van een instelling voor een kalenderjaar wordt berekend volgens de volgende formule:
|
||||
|
||||
(PI + InbI + EduI) / (PL + InbL + EduL) x (A + B + C + D)
|
||||
|
||||
In deze formule wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
Pl, Inbl, Edul, PL, InbL en EduL: hierop zijn de op deze onderdelen betrekking hebbende omschrijvingen van artikel 2.5.2, tweede lid, van toepassing;
|
||||
|
||||
A: de kosten van de uitkeringen in het in de aanhef bedoelde kalenderjaar voor gewezen personeel van de instellingen, voorzover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd voor 1 augustus 1995;
|
||||
|
||||
B: de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de instellingen, voorzover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 augustus 1998 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2 van de wet, zoals dit luidde op 31 juli 1998, heeft ingestemd op grond van artikel 2.5.8, derde lid, van de wet, zoals dit luidde op 31 juli 1998, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen;
|
||||
|
||||
C: 40% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de instellingen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1998 en 1 juli 2005;
|
||||
|
||||
D: 100% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van een instelling die de taken beëindigt, anders dan op grond van een samenvoeging als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid onderdeel b, van de wet of een bestuursoverdracht dan wel een splitsing als bedoeld in artikel 9.1.3 van de wet, indien het bevoegd gezag van deze instelling niet tevens een andere instelling onder zijn bestuur heeft.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Na toepassing van het eerste lid worden door Onze Minister op de rijksbijdrage van een instelling voor een kalenderjaar in mindering gebracht:
|
||||
|
||||
a. de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de instelling voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 augustus 1998 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2 van de wet, zoals dit luidde op 31 juli 1998, niet heeft ingestemd op grond van artikel 2.5.8, derde lid, van de wet, zoals dit luidde op 31 juli 1998, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen;
|
||||
b. 60% van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar van gewezen personeel van de instelling voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1998 en 1 juli 2005, en
|
||||
c. 100% van de kosten van de uitkeringen in dat kalenderjaar voor gewezen personeel van de instelling, voorzover deze kosten voortvloeien uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 juli 2005.
|
||||
|
||||
**3.** De uitkomsten van de in het eerste en tweede lid bedoelde berekeningen worden rekenkundig afgerond op twee decimalen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister gaat gedurende het kalenderjaar waarop de verminderingen op de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.5.2, eerste lid, betrekking hebben, per maand over tot een voorlopige inhouding op de rijksbijdrage.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue