diff --git a/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md b/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md index dc64bb4fdc1..9096a5278b3 100644 --- a/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md +++ b/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md @@ -2700,6 +2700,22 @@ b. de werkzaamheden die met asbest of asbesthoudende producten worden verricht a **6.** Het in het vierde lid respectievelijk vijfde lid, bedoelde werkplan en certificaat van vakbekwaamheid verwijdering asbest en crocidoliet of een afschrift daarvan zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet. +### Artikel 4.54a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 4.54b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 4.54c + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 4.54d + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 4.55 **1.** @@ -2716,6 +2732,10 @@ g. de naam van de in artikel 4.54, vijfde lid, bedoelde persoon. **2.** Het slopen of het verwijderen van asbest of asbesthoudende producten dan wel van crocidoliet of van crocidoliethoudende producten wordt volgens het in het eerste lid bedoelde werkplan uitgevoerd. +### Artikel 4.55a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + #### Paragraaf 6. Bijzondere bepalingen inzake crocidoliet en crocidoliethoudende producten ### Artikel 4.56 @@ -3416,7 +3436,7 @@ Op thuiswerk zijn de afdelingen 1 en 2 van dit hoofdstuk van overeenkomstige toe In een besloten ruimte waar arbeid wordt verricht kan rechtstreeks invallend zonlicht worden geweerd. -### Afdeling 3. Geluid +### Afdeling 3. Lawaai #### Paragraaf 1. Algemeen @@ -3424,84 +3444,136 @@ In een besloten ruimte waar arbeid wordt verricht kan rechtstreeks invallend zon In deze afdeling wordt verstaan onder: -a. equivalent geluidsniveau in dB(A): het energetisch gemiddelde geluidsniveau gedurende een bepaalde beoordelingstijd, uitgedrukt in dB(A); -b. momentaan geluidsdrukniveau in Pa: de niet-gewogen geluidsdruk die wordt gemeten met een geluidsniveaumeter in de stand «peak-hold», uitgedrukt in Pa; -c. geluidsdosisniveau in dB(A): het energetisch gemiddelde geluidsniveau gedurende een representatieve werkdag, uitgedrukt in dB(A). +a. piekgeluidsdruk (P_piek): maximumwaarde van de «C»-frequentiegewogen momentane lawaaidruk; +b. dagelijkse blootstelling aan lawaai (L_EX,8h) (dB(A) re. 20 μPa): tijdgewogen gemiddelde van de niveaus van blootstelling aan lawaai op een nominale werkdag van acht uur, zoals gedefinieerd in de internationale norm ISO 1999:1990, punt 3.6. Dit omvat alle op het werk aanwezige geluiden, met inbegrip van impulsgeluiden; +c. wekelijkse blootstelling aan lawaai (L_EX,8h): tijdgewogen gemiddelde van de dagelijkse niveaus van blootstelling aan lawaai in een nominale week van vijf werkdagen van acht uur, zoals gedefinieerd in de internationale norm ISO 1999:1990, punt 3.6 (noot 2). -#### Paragraaf 2. Geluidsvoorschriften +#### Paragraaf 2. Voorschriften met betrekking tot lawaai ### Artikel 6.7 -**1.** Op elke arbeidsplaats wordt in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, het geluidsniveau beoordeeld en, indien nodig, gemeten teneinde te bepalen waar en in welke mate werknemers aan de in deze afdeling vastgestelde niveaus van schadelijk geluid kunnen worden blootgesteld. +**1.** In het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, worden de lawaainiveaus waaraan de werknemers zijn blootgesteld, beoordeeld en, indien nodig, gemeten teneinde te bepalen waar en in welke mate werknemers aan de in artikel 6.8 vastgestelde niveaus van schadelijk lawaai kunnen worden blootgesteld. -**2.** De beoordeling en de meting zijn representatief voor de blootstelling aan geluid op de arbeidsplaats gedurende de dagelijkse arbeidstijd. De beoordeling en de meting worden, in aanvulling op artikel 5 van de wet, volgens een schriftelijk vastgelegd tijdschema periodiek herhaald en in ieder geval herzien, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of er redenen zijn om aan te nemen dat de uitgevoerde beoordeling of meting onjuist is. +**2.** De beoordeling en de meting worden, in aanvulling op artikel 5 van de wet, volgens een schriftelijk vastgelegd tijdschema periodiek uitgevoerd door de deskundigen, genoemd in artikel 13 van de wet, of de deskundigen of arbodiensten, genoemd in de artikelen 14 en 14a van de wet, en in ieder geval opnieuw uitgevoerd, indien de omstandigheden ingrijpend zijn gewijzigd, er redenen zijn om aan te nemen dat de uitgevoerde beoordeling of meting onjuist is of wanneer de resultaten van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 6.10, eerste tot en met derde lid, dit nodig maken. Bij de beoordeling van de meetresultaten wordt rekening gehouden met de meetonzekerheden, die zijn vastgesteld volgens de bij het meten gangbare praktijk. -**3.** De bij de meting gebruikte methoden en apparaten zijn aan de desbetreffende omstandigheden aangepast. Met name wordt daarbij gelet op de kenmerken van het te meten geluid en de omgevingsfactoren. De gebruikte methoden en apparaten zijn geschikt om te bepalen of de in deze afdeling vastgestelde niveaus van schadelijk geluid al dan niet worden overschreden. +**3.** De bij de meting gebruikte methoden en apparaten zijn op de desbetreffende omstandigheden afgestemd. Met name wordt daarbij gelet op de kenmerken van het te meten lawaai, de duur van de blootstelling, de omgevingsfactoren en de kenmerken van de meetapparatuur. De gebruikte methoden en apparaten zijn geschikt om te bepalen of de in artikel 6.8, derde, vierde, zevende, negende en tiende lid, vastgestelde niveaus van schadelijk lawaai al dan niet worden overschreden. Wanneer gebruik wordt gemaakt van steekproeven zijn die representatief voor de persoonlijke blootstelling van een werknemer. -**4.** De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de wijze van beoordeling en meting. +**4.** -**5.** De resultaten van de op grond van dit artikel uitgevoerde beoordelingen en metingen worden in passende vorm geregistreerd en gedurende ten minste tien jaar bewaard. +Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval aandacht besteed aan: -**6.** De in het vijfde lid bedoelde resultaten worden, voorzien van een toelichting, ter kennis gebracht van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, van de belanghebbende werknemers. +a. het niveau, de aard en de duur van de blootstelling, met inbegrip van eventuele blootstelling aan impulsgeluid; +b. de in artikel 6.8, derde, vierde, zevende en negende lid vastgestelde actiewaarden en de in artikel 6.8, tiende lid, vastgestelde grenswaarden voor de blootstelling; +c. de mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers die tot bijzonder gevoelige risicogroepen behoren; +d. voorzover dit technisch uitvoerbaar is, de mogelijke gevolgen voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers van de wisselwerking tussen lawaai en werkgerelateerde ototoxische stoffen en tussen lawaai en trillingen; +e. de mogelijke indirecte gevolgen voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers van de wisselwerking tussen lawaai en waarschuwingssignalen of andere geluiden waarop dient te worden gelet teneinde het risico op ongelukken te verkleinen; +f. de informatie over de lawaai-emissie die door de fabrikanten van de arbeidsmiddelen is verstrekt; +g. het bestaan van alternatieve arbeidsmiddelen die ontworpen zijn om de lawaai-emissie te verminderen; +h. de voortzetting van de blootstelling aan lawaai buiten normale werktijd onder verantwoordelijkheid van de werkgever; +i. uit arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 6.10, eerste tot en met derde lid, verkregen relevante informatie, met inbegrip van gepubliceerde informatie, voorzover dat mogelijk is; +j. de beschikbaarheid van individuele gehoorbeschermers met voldoende dempende werking. + +**5.** De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de wijze van beoordeling en meting. + +**6.** De resultaten van de op grond van dit artikel uitgevoerde beoordelingen en metingen worden in passende vorm geregistreerd en bewaard, zodat latere raadpleging mogelijk is. + +**7.** De resultaten, bedoeld in het zesde lid, worden, voorzien van een toelichting, ter kennis gebracht van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, van de belanghebbende werknemers. + +**8.** De risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in het eerste lid, wordt adequaat gedocumenteerd en vermeldt de ingevolge de artikelen 6.8, 6.9 en 6.11 genomen maatregelen. ### Artikel 6.8 -**1.** Machines, werktuigen, apparaten, installaties, vervoer- en transportmiddelen zijn van zodanige constructie, zijn zodanig ingericht, opgesteld of ondersteund en worden zodanig onderhouden, dat zij bij het in werking zijn op de arbeidsplaats geen equivalent geluidsniveau veroorzaken hoger dan 85 dB(A) of een momentaan geluidsdrukniveau hoger dan 200 Pa, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd. +**1.** Ter voorkoming of beperking van de blootstelling aan lawaai worden zodanige technische of organisatorische maatregelen genomen dat de risico’s van blootstelling worden weggenomen aan de bron of tot een minimum beperkt, waarbij rekening wordt gehouden met de technische vooruitgang en de beschikbaarheid van maatregelen. -**2.** Het verrichten van werkzaamheden geschiedt zodanig, dat daarbij op de arbeidsplaats geen equivalent geluidsniveau veroorzaakt wordt hoger dan 85 dB(A) of een momentaan geluidsdrukniveau hoger dan 200 Pa, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd. +**2.** -**3.** Indien de uitzondering, genoemd in de laatste zinsnede van het eerste of tweede lid, van toepassing is, zijn doeltreffende voorzieningen getroffen waardoor zoveel mogelijk wordt voorkomen dat de in het eerste en tweede lid genoemde geluidsniveaus op de arbeidsplaats heersen, tenzij ook dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd. +Bij het voorkomen of beperken van de blootstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met: -**4.** De in het derde lid bedoelde voorzieningen worden vermeld in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de wet. +a. alternatieve werkmethoden die leiden tot minder blootstelling aan lawaai; +b. de keuze van de juiste arbeidsmiddelen, rekening houdend met het te verrichten werk, die zo weinig mogelijk lawaai maken, met inbegrip van de mogelijkheid om de werknemers te laten beschikken over arbeidsmiddelen die een beperking van de blootstelling aan lawaai tot doel of als gevolg hebben; +c. het ontwerp en de indeling van de werkplek en de arbeidsplaats; +d. een doeltreffende voorlichting en doeltreffend onderricht om de werknemers te leren hoe arbeidsmiddelen juist te gebruiken teneinde de blootstelling aan lawaai tot een minimum te beperken; +e. technische maatregelen ter beperking van lawaai: -**5.** In gevallen waarin voorzieningen, getroffen op grond van het derde lid, de werknemers onvoldoende bescherming bieden tegen de in het eerste en tweede lid genoemde geluidsniveaus en in gevallen waarin het treffen van bedoelde voorzieningen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, worden doeltreffende maatregelen genomen om de blootstellingsduur alsmede het aantal werknemers dat aan de desbetreffende geluidsniveaus wordt blootgesteld, zoveel mogelijk te beperken. +i. beperking van het luchtgeluid, bijvoorbeeld door afscherming, omkasting of afdekking met geluidsabsorberend materiaal; +ii. beperking van het constructiegeluid, bijvoorbeeld door demping of isolatie; +f. passende onderhoudsprogramma’s voor de arbeidsmiddelen, de werkplek en de systemen op de werkplek; +g. de organisatie van de werkzaamheden, met het oog op een beperking van het lawaai: -**6.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de in het vijfde lid bedoelde maatregelen. +i. beperking van de duur en intensiteit van de blootstelling; +ii. passende werkschema’s met voldoende rustpauzes. -**7.** In gevallen waarin werknemers kunnen worden blootgesteld aan een equivalent geluidsniveau op de arbeidsplaats van 80 dB(A) of hoger, worden persoonlijke beschermingsmiddelen in voldoende aantal beschikbaar gesteld. De persoonlijke beschermingsmiddelen bieden een demping van het geluid tot een equivalent geluidsniveau van 80 dB(A) of lager. Indien een zodanige demping technisch niet mogelijk is, wordt door de persoonlijke beschermingsmiddelen ten minste een demping van het geluid geboden tot beneden het equivalent geluidsniveau van 85 dB(A). +**3.** Als de dagelijkse blootstelling aan lawaai hoger is dan 85 dB(A) of de piekgeluidsdruk hoger is dan 140 Pa, worden op basis van de beoordeling en meting, bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, met inachtneming van de maatregelen, bedoeld in het tweede lid, in het kader van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de wet technische of organisatorische maatregelen vastgesteld en uitgevoerd om de blootstelling tot een minimum te beperken. -**8.** De betrokken werknemers wordt de gelegenheid geboden een oordeel over de keuze van de soort persoonlijke beschermingsmiddelen kenbaar te maken. +**4.** Werkplekken waar de dagelijkse blootstelling aan lawaai hoger kan zijn dan 85 dB(A) of de piekgeluidsdruk hoger kan zijn dan 140 Pa, worden duidelijk aangegeven door middel van passende signaleringen en doelmatig afgebakend. Indien dit technisch uitvoerbaar is en het risico van blootstelling dit rechtvaardigt, wordt de toegang ertoe beperkt. -**9.** Bij overschrijding van het equivalent geluidsniveau van 85 dB(A) of van het momentaan geluidsdrukniveau van 200 Pa, worden door de werknemers de persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt. +**5.** De blootstelling aan lawaai in ontspanningsruimten als bedoeld in artikel 3.20 en nachtverblijven als bedoeld in artikel 3.21 wordt beperkt tot een niveau dat verenigbaar is met de functie van de ruimten en de omstandigheden waarin zij worden gebruikt. -**10.** Het ongevalsgevaar als gevolg van het gebruik van de persoonlijke beschermingsmiddelen wordt zoveel mogelijk door middel van doeltreffende maatregelen beperkt. +**6.** De maatregelen, bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid, worden afgestemd op de behoeften van werknemers die behoren tot bijzonder gevoelige risicogroepen. -**11.** De plaatsen waar overschrijding van ten minste een van de in het negende lid genoemde geluidsniveaus kan worden verwacht, zijn duidelijk afgebakend en gemarkeerd door signalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde. +**7.** In gevallen waarin de dagelijkse blootstelling aan lawaai hoger is dan 80 dB(A) of de piekgeluidsdruk hoger is dan 112 Pa, worden aan de werknemers passende, naar behoren aangemeten, individuele gehoorbeschermers ter beschikking gesteld. De individuele gehoorbeschermers voorkomen het risico van gehoorbeschadiging of brengen dit risico tot een minimum terug. -**12.** Alleen werknemers die beroepshalve of uit hoofde van hun functie de in het elfde lid bedoelde plaatsen moeten betreden worden daar toegelaten. +**8.** De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de maatregelen, bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid, en over de keuze van de ter beschikking te stellen individuele gehoorbeschermers, bedoeld in het zevende lid. -**13.** De belanghebbende werknemers en, indien aanwezig, de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, worden, in geval toepassing wordt gegeven aan de uitzonderingen, bedoeld in de laatste zinsnede van het eerste en tweede lid, en de laatste zinsnede van het derde lid, in kennis gesteld van de redenen daarvan alsmede van de op grond van het derde lid getroffen voorzieningen en de op grond van het vijfde lid genomen maatregelen. +**9.** Als de dagelijkse blootstelling aan lawaai 85 dB(A) of hoger is of de piekgeluidsdruk 140 Pa of hoger is worden de individuele gehoorbeschermers door de werknemers gebruikt. -**14.** Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt het in het eerste en tweede lid genoemde geluidsniveau van 85 dB(A) vervangen door 80 dB(A). +**10.** De dagelijkse blootstelling aan lawaai, rekening houdend met de dempende werking van de door de werknemer gedragen individuele gehoorbeschermers, mag in geen geval hoger zijn dan 87 dB(A) of de piekgeluidsdruk mag in geen geval hoger zijn dan 200 Pa. + +**11.** + +Als ondanks de maatregelen, bedoeld in het eerste tot en met zevende en negende lid, wordt vastgesteld dat de dagelijkse blootstelling aan lawaai, rekening houdend met de dempende werking van de door de werknemer gedragen individuele gehoorbeschermers, hoger is dan de in het tiende lid vastgestelde grenswaarden worden: + +a. onmiddellijk maatregelen genomen om de blootstelling terug te brengen tot een niveau beneden die grenswaarden; +b. de oorzaken van de overmatige blootstelling vastgesteld en +c. de maatregelen, bedoeld in het eerste tot en met zevende en negende lid, aangepast om herhaling te voorkomen. ### Artikel 6.9 -**1.** In gevallen waarin werknemers die bijzondere taken uitvoeren, in verband met het uitvoeren van deze taken moeten verblijven op een arbeidsplaats waar het niveau van het geluid van dag tot dag sterk wisselt en het redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat de in artikel 6.8, derde en vijfde lid, bedoelde voorzieningen en maatregelen getroffen respectievelijk genomen worden, is het gemiddelde geluidsniveau, berekend of gemeten over een periode van een week niet hoger dan 85 dB(A) of een momentaan geluidsdrukniveau hoger dan 200 Pa, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd. - -**2.** Voorts wordt in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, periodiek, doch in ieder geval telkens indien er voor het geluid op de arbeidsplaats relevante veranderingen plaatsvinden in de arbeid of de omstandigheden waaronder deze arbeid wordt verricht, gecontroleerd of nog voldaan wordt aan het eerste lid. +In gevallen waarin werknemers in verband met het uitvoeren van bijzondere taken moeten verblijven op een werkplek waar de dagelijkse blootstelling aan lawaai per werkdag aanmerkelijk verschilt en naleving van de verplichtingen, genoemd in artikel 6.8, derde, vierde, zevende, negende, tiende en elfde lid, redelijkerwijs niet gevergd kan worden, wordt in genoemde artikelleden in plaats van «de dagelijkse blootstelling aan lawaai» gelezen «de wekelijkse blootstelling aan lawaai». In dat geval bedraagt de wekelijkse blootstelling, rekening houdend met de dempende werking van de door de werknemer gedragen individuele gehoorbeschermers, niet meer dan 87 dB(A) en worden doeltreffende maatregelen genomen om het aan deze activiteiten verbonden risico tot een minimum te beperken. ### Artikel 6.10 -**1.** Werknemers die worden blootgesteld aan een geluidsdosisniveau van 80 dB(A) worden, in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek in de vorm van een audiometrisch onderzoek te ondergaan. +**1.** Als uit de resultaten van de beoordeling en meting, bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, blijkt dat er voor een werknemer een gezondheidsrisico bestaat, wordt deze werknemer, in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek in de vorm van een audiometrisch onderzoek te ondergaan. -**2.** Zolang de blootstelling aan het in het eerste lid genoemde geluidsniveau duurt, worden de betrokken werknemers met tussenpozen van vier jaar of met kortere tussenpozen indien dit naar het oordeel van de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst noodzakelijk is, opnieuw in de gelegenheid gesteld om een audiometrisch onderzoek te ondergaan. +**2.** Iedere werknemer waarbij de dagelijkse blootstelling aan lawaai hoger is dan 85 dB(A) of de piekgeluidsdruk hoger is dan 140 Pa wordt in de gelegenheid gesteld om periodiek een arbeidsgezondheidskundig onderzoek in de vorm van een audiometrisch onderzoek te ondergaan. -**3.** Aan de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst wordt inzage gegeven in het register, bedoeld in artikel 6.7, vijfde lid. +**3.** Iedere werknemers waarbij de dagelijkse blootstelling aan lawaai hoger is dan 80 dB(A) of de piekgeluidsdruk hoger is dan 112 Pa wordt in de gelegenheid gesteld om periodiek een arbeidsgezondheidskundig onderzoek in de vorm van een audiometrisch onderzoek te ondergaan, indien uit de beoordeling en meting, bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, blijkt dat er een gezondheidsrisico bestaat. -**4.** De deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst wordt de gelegenheid geboden om te adviseren over de te nemen preventieve of persoonlijke beschermende maatregelen. +**4.** Het audiometrische onderzoek, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, is gericht op een vroegtijdige diagnose van een eventuele achteruitgang van het gehoor ten gevolge van lawaai en op behoud van het gehoor. -**5.** De resultaten van het audiometrisch onderzoek worden gedurende ten minste 10 jaar bewaard. +**5.** De deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst houdt van iedere werknemer die een audiometrisch onderzoek als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, heeft ondergaan, een persoonlijk medisch dossier bij, dat een samenvatting bevat van de uitslagen van het audiometrisch onderzoek, bedoeld in het eerste tot en met derde lid. -**6.** De betrokken werknemer wordt in kennis gesteld van de resultaten van elk audiometrisch onderzoek dat hij op grond van dit artikel heeft ondergaan. +**6.** De persoonlijke medische dossiers worden in een zodanige vorm bewaard dat zij later, met inachtneming van het medisch beroepsgeheim, kunnen worden geraadpleegd. + +**7.** Iedere werknemer heeft recht op inzage in het hem betreffende medisch dossier. + +**8.** Een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet ontvangt desgevraagd een exemplaar van de medische dossiers, bedoeld in het vijfde lid. + +### Artikel 6.10a + +**1.** Als bij een audiometrisch onderzoek als bedoeld in artikel 6.10, eerste tot en met derde lid, bij een werknemer een aantoonbare gehoorbeschadiging wordt vastgesteld, beoordeelt de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of een specialist, als de deskundige persoon dat noodzakelijk acht, of de beschadiging vermoedelijk het gevolg is van blootstelling aan lawaai op het werk. + +**2.** + +Als wordt vastgesteld dat de gehoorbeschadiging is veroorzaakt door blootstelling aan lawaai op het werk, dan: + +a. wordt de beoordeling en de meting, bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, opnieuw uitgevoerd; +b. worden de maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling, bedoeld in artikel 6.8, herzien; +c. wordt bij het nemen van maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling als bedoeld in artikel 6.8, met inbegrip van het toewijzen van ander werk zonder blootstellingsrisico, rekening gehouden met het advies van de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet en +d. wordt iedere werknemer die op soortgelijke wijze is blootgesteld in de gelegenheid gesteld tussentijds opnieuw een arbeidsgezondheidskundig onderzoek in de vorm van een audiometrisch onderzoek te ondergaan. ### Artikel 6.11 -Aan werknemers die arbeid verrichten waarbij overschrijding van het equivalente geluidsniveau van 80 dB(A) of van het momentaan geluidsdrukniveau van 200 Pa kan worden verwacht, worden doeltreffende voorlichting en doeltreffend onderricht gegeven over: +Aan werknemers die worden blootgesteld aan een dagelijkse blootstelling aan lawaai van 80 dB(A) of hoger en een piekgeluidsdruk van 112 Pa of hoger worden doeltreffende voorlichting en doeltreffend onderricht gegeven over: -a. de mogelijke gevaren voor het gehoor als gevolg van blootstelling aan geluid; -b. de bestaande regelgeving met betrekking tot geluid en de op grond van deze regelgeving te nemen maatregelen; -c. de gevallen waarin persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking worden gesteld en de gevallen waarin en de wijze waarop de persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt; -d. de inhoud en betekenis van een periodiek te herhalen audiometrisch onderzoek en de gevallen waarin aan werknemers de gelegenheid wordt geboden om een dergelijk onderzoek te ondergaan. +a. de aard van de risico’s die voortvloeien uit blootstelling aan lawaai; +b. de genomen maatregelen, bedoeld in artikel 6.8, om de risico’s, bedoeld onder a, te voorkomen of tot een minimum te beperken; +c. de actiewaarden, bedoeld in artikel 6.8, derde, vierde, zevende en negende lid, en de grenswaarden, bedoeld in artikel 6.8, tiende lid; +d. de resultaten van de beoordeling en meting van de lawaainiveaus waaraan de werknemers zijn blootgesteld, bedoeld in artikel 6.7, eerste en tweede lid, en een uitleg van de betekenis en mogelijk daaraan verbonden risico’s; +e. het juiste gebruik van individuele gehoorbeschermers; +f. hoe signalen van gehoorbeschadiging zijn op te sporen en kunnen worden gemeld; +g. de omstandigheden waarin werknemers recht hebben op arbeidsgezondheidskundig onderzoek en het doel van dit onderzoek en +h. veilige werkmethoden om de blootstelling aan lawaai tot een minimum te beperken. ### Afdeling 3a. Trillingen @@ -3816,31 +3888,15 @@ Verlichtingsinstallaties zijn zodanig ontworpen dat operationele bedieningsruimt ### Artikel 6.21 -Afdeling 3 van dit hoofdstuk is niet van toepassing op zeeschepen en luchtvaartuigen. Op zeeschepen en luchtvaartuigen zijn uitsluitend de artikelen 6.22 en 6.23 van toepassing. +Vervallen ### Artikel 6.22 -In deze paragraaf wordt onder equivalent geluidsniveau in dB(A) verstaan: het energetisch gemiddelde geluidsniveau gedurende een bepaalde beoordelingstijd, uitgedrukt in dB(A). +Vervallen ### Artikel 6.23 -**1.** Machines, werktuigen, apparaten, installaties aan boord van luchtvaartuigen en zeeschepen zijn van zodanige constructie, zijn zodanig ingericht, opgesteld of ondersteund en worden zodanig onderhouden, dat zij bij het in werking zijn op de arbeidsplaats geen equivalent geluidsniveau veroorzaken hoger dan 85 dB(A), tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd. - -**2.** Het verrichten van werkzaamheden geschiedt zodanig, dat daarbij op de arbeidsplaats geen equivalent geluidsniveau veroorzaakt wordt hoger dan 85 dB(A), tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd. - -**3.** Indien de uitzondering, genoemd in de laatste zinsnede van het eerste of tweede lid, van toepassing is, zijn doeltreffende voorzieningen getroffen waardoor zoveel mogelijk wordt voorkomen dat het in het eerste en tweede lid genoemde geluidsniveau op de arbeidsplaats heerst, tenzij ook dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd. - -**4.** De in het derde lid bedoelde voorzieningen worden vermeld in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de wet. - -**5.** In gevallen waarin de voorzieningen, getroffen op grond van het derde lid, de werknemers onvoldoende bescherming bieden tegen de in het eerste en tweede lid genoemde geluidsniveaus, en in gevallen waarin het treffen van bedoelde voorzieningen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, worden doeltreffende maatregelen genomen om de blootstellingsduur alsmede het aantal werknemers dat aan de desbetreffende geluidsniveaus wordt blootgesteld, zoveel mogelijk te beperken. - -**6.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de in het vijfde lid bedoelde maatregelen. - -**7.** In gevallen, waarin werknemers kunnen worden blootgesteld aan een equivalent geluidsniveau van 80 dB(A) of hoger, worden persoonlijke beschermingsmiddelen in voldoende aantal beschikbaar gesteld. De persoonlijke beschermingsmiddelen bieden een demping van het geluid tot een equivalent geluidsniveau van 80 dB(A) of lager. Indien een zodanige demping technisch niet mogelijk is, wordt door de persoonlijke beschermingsmiddelen ten minste een demping van het geluid geboden tot beneden het equivalent geluidsniveau van 85 dB(A). - -**8.** Bij overschrijding van het equivalent geluidsniveau van 85 dB(A) worden door de werknemers de persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt. - -**9.** Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt het in het eerste en tweede lid genoemde geluidsniveau van 85 dB(A) vervangen door 80 dB(A). +Vervallen ### Artikel 6.24 @@ -3872,7 +3928,7 @@ In aanvulling op het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk gelden voor jeugdig **2.** Jeugdige werknemers mogen geen arbeid verrichten met toestellen die schadelijke niet-ioniserende elektromagnetische straling kunnen uitzenden. -**3.** Jeugdige werknemers mogen geen arbeid verrichten op een arbeidsplaats waar zij worden blootgesteld aan een equivalent geluidsniveau van 90 dB(A) of hoger. +**3.** Jeugdige werknemers mogen geen arbeid verrichten op een arbeidsplaats waar de dagelijkse blootstelling aan lawaai 85 dB(A) of hoger is of de piekgeluidsdruk 140 Pa of hoger is. **4.** Jeugdige werknemers mogen niet worden blootgesteld aan schadelijke trillingen. @@ -4632,7 +4688,7 @@ Voorts is de werknemer verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden w a. van hoofdstuk 2: de artikelen 2.22 en 2.42g; b. van hoofdstuk 3: artikel 3.5; c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.2b, 4.4, achtste lid, 4.5, 4.6, eerste lid, 4.6a, vierde lid, onder c, 4.7, tweede, vierde en vijfde lid, 4.8, tweede, derde en vierde lid, 4.8a, tweede en derde lid, 4.19, onder a, 4.45, eerste lid, 4.46, vijfde lid, 4.47 eerste lid, 4.51, 4.54, vijfde en zesde lid, 4.56, derde lid, 4.58, eerste lid, 4.59, eerste lid, 4.60, eerste lid, 4.61, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 4.78, 4.83, eerste lid, 4.86, derde lid, 4.87, vierde lid, onder d, 4.89, eerste en vierde lid, 4.108 en 4.109, alsmede ten aanzien van arbeid met asbest of asbesthoudende producten en crocidoliet of crocidoliethoudende producten als bedoeld in artikel 4.37, de artikelen 4.19, aanhef en onder a, en 4.20, derde lid; -d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.8, tweede lid, 6.14, 6.14a, vijfde lid, 6.15, eerste lid, onder c, 6.16, eerste tot en met derde lid en vijfde tot en met achtste lid, 6.18, vierde lid, 6.19, eerste lid, 6.20, vierde lid en 6.29; +d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.14, 6.14a, vijfde lid, 6.15, eerste lid, onder c, 6.16, eerste tot en met derde lid en vijfde tot en met achtste lid, 6.18, vierde lid, 6.19, eerste lid, 6.20, vierde lid en 6.29; e. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.5, tweede en derde lid, 7.13, zevende lid, 7.17c, tweede, derde, vierde, achtste en negende lid, 7.18, tweede, vijfde tot en met zevende lid, en achtste lid, wat betreft de toepassing van de vastgestelde procedures, bedoeld in dit lid, 7.18a, tweede lid, derde lid, tiende lid, wat betreft de toepassing van de vastgestelde procedure, bedoeld in dit lid, en dertiende lid, 7.20, vierde lid, 7.21, tweede lid, 7.22, eerste, tweede en derde lid, onder c, 7.24, eerste lid, 7.25, zesde lid, en 7.32, eerste en tweede lid. **3.** De in dit artikel genoemde verplichtingen voor werknemers zijn niet van toepassing op leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen. @@ -4701,7 +4757,7 @@ b. van hoofdstuk 2: de artikelen 3.1b 2.13, 2.14a, eerste tot en met derde lid 2 c. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.2, 3.4, derde lid, 3.5, eerste en tweede lid, 3.5b, tweede lid, 3.5c, 3.5d, vierde, vijfde en zesde lid, 3.5e, onder c, d, f, g en i, 3.5f, onder a tot en met e, 3.7, derde tot en met zesde lid, 3.8, 3.9, 3.11 tot en met 3.15, 3.18, tweede en derde lid, 3.19 tot en met 3.25, 3.27, 3.28, tweede lid, 3.29, eerste en vierde lid, 3.31, eerste lid, 3.33, 3.34, tweede lid, 3.35, derde lid, 3.36, 3.37, 3.37b, 3.37f, eerste lid, 3.37i, 3.37l, eerste lid, onder b, en derde lid, 3.37s, eerste, vijfde en zesde lid, 3.37w, eerste lid, derde en vierde lid, 3.37x, 3.39, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede en derde lid, 3.40, onderdelen a tot en met d, en 3.48; d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.2, eerste tot en met zevende lid, 4.2a, eerste en tweede lid, 4.2b, 4.3, tweede en derde lid, 4.4, zesde, zevende lid en achtste lid, 4.5, derde lid, 4.6a, eerste, tweede, vierde lid, onder b, d en e, zesde en zevende lid, 4.7, tweede, vierde en vijfde lid, 4.8, eerste tot en met vierde lid, 4.8a, tweede en derde lid, 4.9, negende lid, 4.10a, eerste, tweede en vierde lid, 4.10b, eerste en tweede lid, 4.10c, tweede lid, 4.10d, vierde en vijfde, 4.10e, eerste, derde en vierde lid, 4.13, 4.15, 4.18, vijfde lid, 4.19, onderdelen a, b en c, 4.20, 4.23, tweede lid, 4.45a, eerste lid, 4.46, derde lid, 4.49, 4.50, eerste, tweede en vierde lid, en zevende tot en met negende lid, 4.51, 4.52, eerste en vierde lid, 4.53, eerste en tweede lid, 4.54, derde tot en met zesde lid, 4.57, 4.79, 4.80, 4.85, 4.86, derde lid, 4.88 tot en met 4.90, 4.91, eerste tot en met derde lid, zesde en tiende lid, 4.94, eerste, derde en vijfde lid, 4.95 tot en met 4.97, 4.102, 4.111, 4.112, tweede lid, en 4.114; e. van hoofdstuk 5: de artikelen 6.2, vijfde lid 5.3, tweede lid, 5.4, 5.5, 5.9, 5.10, 5.11 en 5.15, eerste lid; -f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.1, 6.2, eerste tot en met derde lid, 6.3, 6.4, eerste lid, 6.5, 6.7, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, 6.8, vierde lid, en achtste tot en met twaalfde lid, 6.9, tweede lid, 6.10, eerste tot en met derde lid, 6.11, 6.11b, eerste tot en met vierde lid, en zesde lid, 6.11c tweede lid, 6.11d, 6.11e, eerste, tweede en vierde lid6.12, vijfde lid, 6.14, 6.14a, eerste tot en met derde en vijfde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen a en c, en tweede lid, 6.15a, derde lid, 6.16, derde, en vijfde tot en met achtste lid, 6.17, eerste, tweede en derde lid, 6.19, tweede tot en met vierde lid, 6.20b, derde lid, onder b en vierde lid, 6.23, vierde, zesde en achtste lid, en 6.30, eerste lid; +f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.1, 6.2, eerste tot en met derde lid, 6.3, 6.4, eerste lid, 6.5, 6.7, eerste tot en met vierde lid, zesde en achtste lid, 6.8, eerste, tweede, vierde tot en met zevende, en negende lid, 6.10, 6.10a, 6.11, 6.11b, eerste tot en met vierde lid, en zesde lid, 6.11c tweede lid, 6.11d, 6.11e, eerste, tweede en vierde lid6.12, vijfde lid, 6.14, 6.14a, eerste tot en met derde en vijfde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen a en c, en tweede lid, 6.15a, derde lid, 6.16, derde, en vijfde tot en met achtste lid, 6.17, eerste, tweede en derde lid, 6.19, tweede tot en met vierde lid, 6.20b, derde lid, onder b en vierde lid, en 6.30, eerste lid; g. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.3, 7.4a, eerste tot en met zesde lid, 7.5, vierde lid, 7.6, 7.8, 7.10, 7.11a, 7.13, 7.17a, zevende lid, 7.17b, tweede lid, onderdelen a, b en g, en derde en vierde lid, 7.17c, eerste, vijfde, zesde, zevende en negende lid, 7.17d, 7.18, eerste, derde, vierde en achtste lid, 7.18a, vierde tot en met tiende lid, en twaalfde lid, 7.18b, vierde lid, 7.20, tweede en derde lid, en vijfde tot en met negende lid, 7.24, 7.25, eerste tot en met vijfde lid, en zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.28, 7.29, tweede tot en met achtste lid, en tiende lid, 7.30, eerste lid, 7.32, eerste en tweede lid, 7.34, eerste en tweede lid, 7.35, 7.36, 7.36b, vierde lid, 7.41, derde lid, en 7.42; h. van hoofdstuk 8: de artikelen 8.1 tot en met 8.3 en 8.4, eerste lid; i. van hoofdstuk 9: artikel 9.36, eerste lid; @@ -4720,7 +4776,7 @@ b. van hoofdstuk 2: artikel 2.42, zesde lid en 2.42f, tweede lid; c. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.1b, 3.3, 3.4, eerste en tweede lid, 3.5, derde, vierde en zevende lid, 3.5d, eerste, tweede en derde lid, 3.5e, onder a, b, e en h, 3.5f, onder f, 3.6, 3.7, eerste en tweede lid, 3.10, 3.16, eerste en derde lid, 3.17, 3.18, eerste lid, 3.28, eerste lid, 3.29, tweede, derde en vijfde lid, 3.30, 3.31, tweede lid, 3.34, eerste lid, 3.35, eerste en tweede lid, 3.37c, 3.37d, 3.37e, 3.37f, tweede lid, 3.37g, 3.37h, 3.37k, 3.37l, eerste lid, onder a, 3.37m, 3.37n, 3.37p, 3.37q, eerste en derde lid, 3.37r, 3.37s, tweede tot en met vierde lid, 3.37t, 3.37u, 3.37w, tweede lid, en 3.37y en 3.46; d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.3a, 4.4, eerste tot en met vierde lid, 4.6, derde lid, 4.6a, derde en vierde lid, onder a en c, 4.7, derde lid, 4.8a, eerste lid, 4.8b, derde en vierde lid, 4.9, eerste tot en met achtste lid, 4.10, eerste lid, 4.16, tweede en derde lid, 4.17, 4.18, eerste tot en met vierde lid, 4.19, onderdelen d en e, 4.36, tweede en derde lid, 4.45, eerste lid, 4.45a, tweede lid, 4.46, eerste, tweede en vijfde lid, 4.47, eerste lid, 4.52, derde lid, 4.54, tweede lid, 4.55, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, 4.56, tweede en derde lid, 4.61, derde tot en met vijfde lid, 4.62b, 4.87, eerste tot en met derde lid, 4.91, vijfde lid, 4.98, 4.99, 4.100, eerste lid, 4.101, 4.106, 4.113 en 4.115; e. van hoofdstuk 5 : de artikelen 5.2 en 5.3, eerste lid; -f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.2, vijfde lid, 6.8, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid, 6.9, eerste lid, 6.11c, derde en vierde lid, 6.12, eerste tot en met vierde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen b en d, 6.15a, eerste en tweede lid, 6.16, eerste lid, 6.16, tweede lid, 6.18, 6.19, eerste lid, 6.20, 6.20b, eerste, tweede en derde lid, onder a, 6.20c, 6.20e en 6.23, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid; +f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.2, vijfde lid, 6.8, derde, tiende en elfde lid, 6.9, 6.11c, derde en vierde lid, 6.12, eerste tot en met vierde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen b en d, 6.15a, eerste en tweede lid, 6.16, eerste lid, 6.16, tweede lid, 6.18, 6.19, eerste lid, 6.20, 6.20b, eerste, tweede en derde lid, onder a, 6.20c en 6.20e; g. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.4, 7.5, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, 7.7, 7.9, 7.11, 7.14, eerste lid, 7.15, 7.16, 7.17a, eerste en tweede lid, en vierde tot en met zesde lid, 7.17b, tweede lid, onderdelen c, d, e en f, vijfde en zesde lid, 7.17c, tweede tot en met vierde lid, en achtste lid, 7.18, tweede lid, en vijfde tot en met zevende lid, 7.18a, tweede, derde, elfde en dertiende lid, 7.18b, eerste tot en met derde lid, 7.20, eerste en vierde lid, 7.21, 7.22, eerste lid, 7.25, zesde lid, 7.26, 7.27, tweede lid, 7.33, 7.34, derde en vierde lid, 7.36b, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 7.39, 7.41, eerste en tweede lid; h. van de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 4.3, 4.4, eerste tot en met derde lid, 4.6, eerste en tweede lid, 4.7, 4.9, eerste en tweede lid, 4.11, 4.12 en 4.30, zevende lid. @@ -4785,13 +4841,16 @@ d. naast de gegevens die ter kennis worden gebracht op grond van het onder *c* b ### Artikel 9.17 -**1.** Vrijstelling of ontheffing van artikel 6.8, zevende lid, derde volzin, kan uitsluitend worden verleend in gevallen waarin het redelijkerwijs niet mogelijk is om de blootstelling van werknemers te beperken tot het in artikel 6.8, eerste en tweede lid, genoemde equivalente geluidsniveau en het technisch niet mogelijk is dat de persoonlijke beschermingsmiddelen een demping van het geluid bieden tot beneden het in artikel 6.8, negende lid, genoemde equivalente geluidsniveau. +**1.** Vrijstelling of ontheffing van artikel 6.8, zevende lid, eerste zin, negende, tiende en elfde lid, wordt slechts verleend wanneer in uitzonderlijke omstandigheden het volledige en correcte gebruik van individuele gehoorbeschermers tot grotere risico’s voor de gezondheid of de veiligheid zou kunnen leiden dan het niet gebruiken van deze beschermers. -**2.** Aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat de persoonlijke beschermingsmiddelen een demping bieden tot een zo laag mogelijk geluidsniveau. +**2.** -**3.** Vrijstelling of ontheffing van artikel 6.8, zevende lid, eerste volzin, en negende en tiende lid, kan uitsluitend worden verleend in gevallen waarin door werknemers bijzondere taken worden uitgevoerd en in verband met het uitvoeren van deze taken het gebruik van de persoonlijke beschermingsmiddelen een verzwaring van het totale gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de betrokken werknemers met zich brengt en dit gevaar redelijkerwijs niet door doeltreffende maatregelen kan worden beperkt. +Aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid worden voorschriften verbonden om, rekening houdende met de bijzondere omstandigheden, te waarborgen dat: -**4.** Aan vrijstellingen of ontheffingen, bedoeld in dit artikel, worden voorschriften verbonden om de duur en de mate van de blootstelling van de betrokken werknemers aan schadelijk geluid zoveel mogelijk te beperken. +a. de daaruit voorvloeiende risico’s voor de veiligheid en de gezondheid tot een minimum worden beperkt en +b. de betrokken werknemers onder verscherpt medisch toezicht staan. + +**3.** Een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend voor een periode van ten hoogste vier jaar. ### Artikel 9.17a @@ -4838,7 +4897,7 @@ b. van hoofdstuk 2: de artikelen van de afdelingen 5, 6 en 6a; c. van hoofdstuk 3: artikel 3.1b, de artikelen van paragraaf 2a van afdeling 1 en van de afdelingen 2, 3, 3a, 3b en 3c en de paragrafen 4 en 5 van afdeling 5; d. van hoofdstuk 4: de artikelen van afdeling 1, met uitzondering van de artikelen 4.3, 4.5, 4.7 en 4.8, de artikelen van de afdelingen 2, 3 en 4, de artikelen van de paragrafen 3, 4, 6 en 7 van afdeling 5, de artikelen van de afdelingen 7, 8 en 9 en de artikelen van de paragrafen 2 en 3 van afdeling 10; e. van hoofdstuk 5: de artikelen van de afdelingen 1 en 2 en artikel 5.14; -f. van hoofdstuk 6: de artikelen van de afdelingen 1 en 2, artikel 6.8, eerste tot en met zesde lid, zevende lid, tweede volzin, achtste lid, en elfde tot en met veertiende lid, afdeling 3a, met uitzondering van artikel 6.11c, tweede lid, afdeling 5a, en de artikelen van de paragrafen 3 en 4 van afdeling 6; +f. van hoofdstuk 6: de artikelen van de afdelingen 1 en 2, 3, met uitzondering van artikel 6.8, zevende lid, eerste zin, negende, tiende en elfde lid, afdeling 3a, met uitzondering van artikel 6.11c, tweede lid, afdeling 5a, en de artikelen van de paragrafen 3 en 4 van afdeling 6; g. van hoofdstuk 7: de artikelen van de afdelingen 2, 3, 4, met uitzondering van de artikelen 7.17b, tweede lid, onder b, 7.20, zesde tot en met achtste lid, en 7.21 en de artikelen van de afdeling 5, met uitzondering van artikel 7.32, afdeling 5a en paragraaf 2 van afdeling 6; h. van hoofdstuk 8: de artikelen van de afdelingen 1 en 2; i. van hoofdstuk 9: de artikelen 9.15 en 9.16. @@ -4985,7 +5044,13 @@ Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit. ### Artikel 9.35 -Vervallen +**1.** De artikelen 6.6 tot en met 6.11 zijn tot een door Onze Minister vast te stellen tijdstip, dat in ieder geval niet later is dan 15 februari 2008, niet van toepassing in de muziek- en entertainmentsector, tenzij die artikelen voor dat tijdstip worden toegepast. + +**2.** De artikelen 6.6 tot en met 6.11, 6.27, derde lid, 9.3, tweede lid, 9.9b, eerste lid, onderdeel f, en 9.9c, eerste lid, onderdeel f, zoals die luiden voor 15 februari 2006, zijn van toepassing tot het tijdstip waarop ingevolge het eerste lid de artikelen 6.6 tot en met 6.11 worden toegepast. + +### Artikel 9.35a + +Artikel 6.8, tiende en elfde lid, is tot 15 februari 2011 niet van toepassing op werknemers aan boord van zeeschepen en zeegaande vissersvaartuigen. ### Artikel 9.36