2006-12-22 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie

This commit is contained in:
Coornhert 2006-12-22 12:00:00 +00:00
parent 919e1e1b7f
commit 1c127a0b62

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit algemene rechtspositie politie
bwb_id: BWBR0006516
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2006-02-03'
datum_inwerkingtreding: '2006-12-12'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006516
citeertitel: Besluit algemene rechtspositie politie
---
@ -80,25 +80,21 @@ gg. praktisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant de polit
**1.** Indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling nog geen ambtenaar in de zin van dit besluit was, kan op zijn aanvraag en na consultatie van de ondernemingsraad in zeer bijzondere gevallen een aanstelling in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd plaatsvinden waarbij dit besluit gedeeltelijk, of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993, die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk, buiten toepassing kunnen worden verklaard.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het betreft het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994.
**2.** Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang.
**3.** Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang.
**3.** De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste drie jaar.
**4.** De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste drie jaar.
**5.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.
**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.
### Artikel 2b
**1.** Indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling nog geen ambtenaar in de zin van dit besluit was en hij krachtens de artikelen 25, 42, eerste lid, en 52 van de Politiewet 1993 bij koninklijk besluit wordt benoemd, kan op zijn aanvraag aanstelling plaatsvinden in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd waarbij dit besluit gedeeltelijk, of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993, die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk, buiten toepassing kunnen worden verklaard. Na benoeming wordt aan de ondernemingsraad gemotiveerd aangegeven dat bij het werven zowel de interne als de externe arbeidsmarkt in ogenschouw is genomen.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het betreft het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994.
**2.** Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang.
**3.** Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang.
**3.** De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste zeven jaar.
**4.** De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste zeven jaar.
**5.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.
**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.
### Artikel 3
@ -346,28 +342,40 @@ k. de duur van de ontslag- respectievelijk opzegtermijnen of de wijze waarop die
Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken uren per jaar: het aantal kalenderdagen per jaar, verminderd met:
a. het aantal zaterdagen en zondagen, en
b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, en 5 mei, dan wel een andere door het bevoegd gezag aangewezen kerkelijke, nationale, regionale of plaatselijk erkende feest- of gedenkdag, voor zover deze dagen niet vallen op een zaterdag of een zondag, vermenigvuldigd met 7,2.
b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, en 5 mei, dan wel een andere door het bevoegd gezag aangewezen kerkelijke, nationale, regionale of plaatselijk erkende feest- of gedenkdag, voor zover deze dagen niet vallen op een zaterdag of een zondag, vermenigvuldigd met 7,2.
**5.** Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken uren per jaar een evenredig deel van het aantal te werken uren volgens de systematiek van de in het vierde lid opgenomen berekeningswijze.
**5.** Het in het vierde lid berekende product wordt verhoogd met 1%.
**6.** Het aantal te werken uren, bedoeld in het vierde en vijfde lid, wordt rekenkundig op hele uren afgerond.
**6.** Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken uren per jaar een evenredig deel van het aantal te werken uren volgens de systematiek van de in het vierde en vijfde lid opgenomen berekeningswijze.
**7.** Het bevoegd gezag deelt een voor de bij hem werkzame ambtenaren vastgesteld rooster uiterlijk een week voor de aanvang van de periode waarop het betrekking heeft, aan de ambtenaar mee.
**7.** Het aantal te werken uren, bedoeld in het vijfde en zesde lid, wordt rekenkundig op hele uren afgerond.
**8.**
**8.** Het bevoegd gezag stelt aan het begin van elk kalenderjaar en halverwege het lopende jaar voor de bij hem werkzame ambtenaren een indicatief dienstrooster op waarin voor iedere ambtenaar wordt aangegeven op welke dagen hij zal werken en op welke dagen hij vrij zal zijn. Het halfjaarlijkse rooster omvat telkens een periode van 26 weken. De ambtenaar kan aan dit indicatieve rooster geen rechten ontlenen.
**9.** Het bevoegd gezag deelt een voor de bij hem werkzame ambtenaren vastgesteld rooster uiterlijk een week voor de aanvang van de periode waarop het betrekking heeft, aan de ambtenaar mee.
**10.**
Uiterlijk op de vierde dag, voorafgaande aan die waarop dienst moet worden gedaan, wordt een dagrooster vastgesteld en aan de ambtenaar kenbaar gemaakt, waarin is aangegeven welke de tijdstippen zijn van aanvang en einde van de dienst. Van de vastgestelde tijdstippen kan uitsluitend worden afgeweken:
a. met instemming van de betrokken ambtenaar of
b. indien op grond van artikel 2:5 van de Arbeidstijdenwet die wet niet van toepassing is.
**9.** De ambtenaar heeft in een kalenderjaar recht op tenminste 26 vrije zondagen waarvan 22 aansluitend aan een vrije dag, dan wel op tenminste 22 periodes van twee aaneengesloten vrije dagen waarbij de aaneengesloten periode een zaterdag of een zondag omvat.
**11.** De dienst voorafgaand aan een vrije dag dient uiterlijk om 23.00 uur te eindigen en na een vrije dag kan de dienst niet eerder beginnen dan om 07.00 uur.
**10.** Onze Minister kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels stellen.
**12.** De ambtenaar heeft in een kalenderjaar recht op tenminste 26 vrije zondagen waarvan 22 aansluitend aan een vrije dag, dan wel op tenminste 22 periodes van twee aaneengesloten vrije dagen waarbij de aaneengesloten periode een zaterdag of een zondag omvat.
### Artikel
**13.** Onze Minister kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels stellen.
Vervallen
### Artikel 12a
**1.** Op aanvraag van de ambtenaar kent het bevoegd gezag een werktijdenmodaliteit toe, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.
**2.** Een werktijdenmodaliteit is een patroon van arbeidstijden dat leidt tot een herkenbaar patroon van vrije tijd, uitgedrukt in uren of in dagen.
**3.** Indien het bevoegd gezag voornemens is de aanvraag niet of niet volledig in te willigen, vraagt het bevoegd gezag binnen vier weken advies van een door Onze Minister in te stellen commissie.
**4.** De commissie wordt paritair samengesteld en brengt binnen zes weken na ontvangst van de adviesaanvraag een schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag en aan de betrokken ambtenaar.
### Artikel 13
@ -400,7 +408,12 @@ b. van 58 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 33,3% verminderd.
### Artikel 13b
**1.** Op aanvraag van de in de eerste volzin van artikel 88, eerste lid, bedoelde ambtenaar die op 15 maart 1999 ten minste de 49-jarige leeftijd heeft bereikt, verleent het bevoegd gezag non-activiteit, tenzij hier ernstige bezwaren voor de bedrijfsvoering uit voortvloeien.
**1.**
Op aanvraag van de in de eerste volzin van artikel 88, eerste lid, bedoelde ambtenaar die op 15 maart 1999 ten minste de 49-jarige leeftijd heeft bereikt, verleent het bevoegd gezag non-activiteit, tenzij hier ernstige bezwaren voor de bedrijfsvoering uit voortvloeien. Uit fiscale overwegingen maakt het bevoegd gezag bij het verlenen van de non-activiteit onderscheid tussen:
a. non-activiteit met een op grond van artikel 38c van de Wet op de loonbelasting 1964 onbelast non-activiteitsinkomen, indien de non-activiteit ingaat vóór 1 januari 2006;
b. non-activiteit met een op grond van artikel 32aa van de Wet op de loonbelasting 1964 belast non-activiteitsinkomen, indien de non-activiteit ingaat op of na 1 januari 2006.
**2.**
@ -512,7 +525,7 @@ a. geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens:
1°. teveel gewerkte uren;
2°. verleende vakantie;
3°. niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte, gedurende de periode van de eerste 26 weken waarin geen dienst wordt verricht, dan wel 52 weken in geval van ziekte als gevolg van een dienstongeval, waarbij een hervatting van de dienstverrichting gedurende dertig kalenderdagen of minder geen nieuwe periode van 26 respectievelijk 52 weken inluidt;
3°. niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte, gedurende de periode van de eerste 26 weken waarin geen dienst wordt verricht, dan wel 52 weken in geval van ziekte als gevolg van een dienstongeval of beroepsziekte, waarbij een hervatting van de dienstverrichting gedurende dertig kalenderdagen of minder geen nieuwe periode van 26 respectievelijk 52 weken inluidt;
4°. ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 41;
5°. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 55;
6°. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen;
@ -581,9 +594,9 @@ Het bevoegd gezag kan nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk vaststellen
### Artikel 28a
**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende het eerstvolgende kalenderjaar meer uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 12, vierde en vijfde lid, voor hem is vastgesteld.
**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende het eerstvolgende kalenderjaar meer uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 12, vijfde en zesde lid, voor hem is vastgesteld.
**2.** Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal uren dat meer gewerkt kan worden ten hoogste 200 uren per kalenderjaar. Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt dit maximum vastgesteld op een evenredig deel van het maximaal aantal uren bij een volledige betrekking, waarbij het aantal te werken uren op jaarbasis gemiddeld per week niet meer mag bedragen dan 40 uur.
**2.** Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal uren dat meer gewerkt kan worden ten hoogste 200 uren per kalenderjaar. Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt dit maximum vastgesteld op een evenredig deel van het maximaal aantal uren bij een volledige betrekking. Voor de ambtenaar mag het aantal te werken uren op jaarbasis gemiddeld per week niet meer dan 40 uur bedragen.
**3.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door het bevoegd gezag toegewezen tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. Artikel 2, negende lid, van de Wet aanpassing arbeidsduur is van toepassing.
@ -591,7 +604,7 @@ Het bevoegd gezag kan nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk vaststellen
### Artikel 28b
**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende het eerstvolgende kalenderjaar minder uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 12, vierde en vijfde lid, voor hem is vastgesteld.
**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende het eerstvolgende kalenderjaar minder uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 12, vijfde en zesde lid, voor hem is vastgesteld.
**2.** Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal uren dat minder kan worden gewerkt ten hoogste 80 uren per kalenderjaar. Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt dit maximum vastgesteld op een evenredig deel van het maximaal aantal uren bij een volledige betrekking.
@ -1294,11 +1307,13 @@ Vervallen
**1.** De ambtenaar die geheel of gedeeltelijk op kosten van de regio, het Rijk, het LSOP of ITO een opleiding heeft verkregen en tijdens die opleiding dan wel binnen drie jaar na het beëindigen daarvan de dienst verlaat, kan worden verplicht deze kosten geheel of gedeeltelijk aan de regio, aan het Rijk, het LSOP of ITO terug te betalen.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die een opleiding waarvoor studiefaciliteiten zijn verleend, voortijdig afbreekt.
**2.** In beginsel geldt de verplichting uit het eerste lid niet bij een ontslag op grond van artikel 91.
**3.** Indien het bevoegd gezag de verplichting, bedoeld in het eerste en tweede lid, oplegt, geschiedt dit binnen drie maanden na de datum van het ontslag uit de dienst.
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die een opleiding waarvoor studiefaciliteiten zijn verleend, voortijdig afbreekt.
**4.** Het bevoegd gezag stelt over de uitvoering van het eerste en tweede lid nadere regels vast.
**4.** Indien het bevoegd gezag de verplichting, bedoeld in het eerste en tweede lid, oplegt, geschiedt dit binnen drie maanden na de datum van het ontslag uit de dienst.
**5.** Het bevoegd gezag stelt over de uitvoering van het eerste en tweede lid nadere regels vast.
### Artikel 68
@ -1322,16 +1337,18 @@ Vervallen
**2.** Indien de ambtenaar schadevergoeding vordert op grond van onrechtmatige daad, jegens hem gepleegd tijdens de uitoefening van de politietaak, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de vordering kennelijk onvoldoende grond heeft of kennelijk onredelijk is.
**3.**
**3.** Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de rechtskundige hulp aan de ambtenaar is verleend, op grond van zijn lidmaatschap, door een centrale of een vereniging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, met dien verstande dat de tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp rechtstreeks wordt betaald aan voornoemde centrale of vereniging.
**4.**
Het bevoegd gezag kan verdere tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp staken of de tegemoetkoming in de kosten van de rechtskundige hulp terugvorderen, indien
a de aan een derde toegebrachte schade blijkens rechterlijk vonnis het gevolg is van opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos handelen van de ambtenaar, of
b indien de ambtenaar strafrechtelijk wordt veroordeeld.
**4.** In bijzondere gevallen, gelet op de aard van de zaak of de omstandigheden van de ambtenaar, kan het bevoegd gezag, overwegend dat de handeling geen gevolg is van de taakuitoefening van de ambtenaar, besluiten tot een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp.
**5.** In bijzondere gevallen, gelet op de aard van de zaak of de omstandigheden van de ambtenaar, kan het bevoegd gezag, overwegend dat de handeling geen gevolg is van de taakuitoefening van de ambtenaar, besluiten tot een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp.
**5.** Het bevoegd gezag stelt een regeling vast met betrekking tot tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp.
**6.** Het bevoegd gezag stelt een regeling vast met betrekking tot tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp.
### Artikel 70
@ -1343,7 +1360,7 @@ b indien de ambtenaar strafrechtelijk wordt veroordeeld.
### Artikel 71
**1.** Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels wordt met de ambtenaar ten minste eenmaal per jaar een gesprek gehouden over de vervulling van zijn functie in de afgelopen en komende periode en een gesprek over een persoonlijk ontwikkelingsplan. In het eerstgenoemde gesprek wordt ook aandacht besteed aan integriteitsaspecten in relatie tot het functioneren van de ambtenaar en het functioneren van het dienstonderdeel waar hij werkzaam is. De hoofdzaken van de gesprekken over de vervulling van de functie en het persoonlijk ontwikkelingsplan worden in overeenstemming met de ambtenaar in afzonderlijke, door de ambtenaar medeondertekende documenten vastgelegd. De ambtenaar ontvangt een afschrift van deze documenten.
**1.** Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels wordt met de ambtenaar ten minste een maal per jaar een gesprek gehouden over de vervulling van zijn functie in de afgelopen en komende periode en de voortgang van een persoonlijk ontwikkelingsplan als bedoeld in artikel 72. In het gesprek wordt ook aandacht besteed aan integriteitsaspecten in relatie tot het functioneren van de ambtenaar en het functioneren van het dienstonderdeel waar hij werkzaam is. De hoofdzaken van dit gesprek worden in overeenstemming met de ambtenaar in een door de ambtenaar medeondertekend document vastgelegd. De ambtenaar ontvangt een afschrift van dit document.
**2.** Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels wordt de ambtenaar die een aanvraag daartoe indient dan wel ten aanzien van wie dit door het bevoegd gezag nodig wordt geacht, beoordeeld over de wijze waarop hij zijn functie vervult en zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die functie. Aan de aanvraag van de ambtenaar om overeenkomstig dit lid te worden beoordeeld, wordt niet eerder voldaan dan na het verstrijken van één jaar sedert de vastlegging van de voorafgaande over hem uitgebrachte beoordeling.
@ -1361,7 +1378,7 @@ Hij kan zijn bezwaren tegen de over hem opgemaakte beoordeling of toekomstverwac
### Artikel 72
Vervallen
Met inachtneming van de door Onze Minister ter zake vastgestelde gespreksleidraad wordt met de ambtenaar ten minste eenmaal per drie jaar een gesprek gehouden over een persoonlijk ontwikkelingsplan. Op aanvraag van de ambtenaar dan wel in overleg met de ambtenaar kan het bevoegd gezag bepalen dat een gesprek over een persoonlijk ontwikkelingsplan plaatsvindt met een grotere frequentie dan eenmaal per drie jaar, doch met een maximum van eenmaal per jaar. De hoofdzaken van dit gesprek worden in overeenstemming met de ambtenaar in een door de ambtenaar medeondertekend document vastgelegd. De ambtenaar ontvangt een afschrift van dit document.
### Artikel 73
@ -1387,7 +1404,7 @@ e. indeling in een hogere salarisschaal.
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan de ambtenaar bij zijn twaalfeneenhalf-, 25-, 40-, of 50-jarig ambtsjubileum een huldeblijk, bestaande uit een gratificatie of geschenk, dan wel uit een combinatie van beide.
**2.** De aan het huldeblijk verbonden uitgaven bedragen bij de in het eerste lid genoemde ambtsjubilea respectievelijk niet meer dan vijfentwintig, vijftig, honderd en honderd procent van de som van de bezoldiging en de vakantieuitkering van de ambtenaar.
**2.** De aan het huldeblijk verbonden uitgaven bedragen bij de in het eerste lid genoemde ambtsjubilea respectievelijk niet meer dan vijfentwintig, vijftig, honderd en honderd procent van de som van de bezoldiging en de vakantieuitkering van de ambtenaar. Voor de gedeeltelijk arbeidsongeschikte ambtenaar worden de in de eerste volzin vermelde percentages genomen van de bezoldiging en de vakantie-uitkering die de ambtenaar zou hebben genoten indien er geen sprake zou zijn geweest van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
**3.** Het bevoegd gezag kent aan de ambtenaar die een diensttijd bij politie heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 91 of op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel e, een gratificatie toe, tenzij bij voortduring van het dienstverband niet binnen een termijn van vijf jaar aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou bestaan. De gratificatie bedraagt een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van de eerstvolgende gratificatie bij ambtsjubileum waarop hij bij het voortduren van het dienstverband aanspraak zou maken.
@ -1562,11 +1579,14 @@ b. de uitvoering van de politietaak, wordt met ingang van de eerste dag van de m
**7.** Indien de ambtenaar na het in het tweede lid bedoelde uitstel ongeschikt wordt tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, vindt met ingang van de eerste dag van een maand eervol ontslag plaats indien sprake is van ongeschiktheid wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van 52 weken. Voor het bepalen van de periode van 52 weken worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld, indien de perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
**8.** Het ontslag, bedoeld in het derde, vijfde en zevende lid, wordt niet verleend indien binnen een jaar voorafgaande aan de beoogde ontslagdatum gespaard verlof als bedoeld in de Regeling verlofsparen politie is genoten.
**8.** De ambtenaar aan wie op grond van het eerste, derde, vijfde of zevende lid, ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.
**9.** De ambtenaar aan wie op grond van het eerste, derde, vijfde of zevende lid, ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.
**9.**
**10.** Het ontslag op grond van het eerste, derde, vijfde of zevende lid, is een ontslag als bedoeld in artikel 87a, tweede lid, indien ten aanzien van dat ontslag wordt voldaan aan de in dat artikel genoemde voorwaarden.
Het ontslag op grond van het eerste, derde, vijfde of zevende lid, is een ontslag als bedoeld in artikel 87a, tweede lid, indien ten aanzien van dat ontslag wordt voldaan aan de in dat artikel genoemde voorwaarden. Uit fiscale overwegingen maakt het bevoegd gezag bij het verlenen van het ontslag onderscheid tussen:
a. ontslag met een onbelaste uitkering op grond van artikel 38c van de Wet op de loonbelasting 1964, indien de ambtenaar voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt;
b. ontslag met een op grond van artikel 32aa van de Wet op de loonbelasting 1964 belaste uitkering, indien de ambtenaar niet voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt.
### Artikel 88a
@ -1601,16 +1621,6 @@ b. de uitvoering van de politietaak, en die ontslag vraagt met het oog op een ui
**3.** Onze Minister stelt regels met betrekking tot de inhoud van de in het eerste lid genoemde vragenlijst en de procedures omtrent de vragenlijst.
### Artikel 88d
**1.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een ouderdomspensioen als bedoeld hoofdstuk 7 van het Pensioenreglement, wordt eervol ontslag verleend.
**2.** Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht ontstaat op een ouderdomspensioen.
**3.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het ontslag, bedoeld in het tweede lid, ook voor een gedeelte van zijn arbeidstijd worden verleend, tenzij het belang van de dienst zich hiertegen verzet. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de betrekking. Ontslag voor een gedeelte uit een betrekking waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het tweede lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidstijd.
**4.** Artikel 87, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 89
**1.** Aan de aspirant die aan het einde van de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet voldoet aan de gestelde kwalificatie-eisen, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de aanstelling in tijdelijke dienst is verstreken.
@ -1667,41 +1677,26 @@ Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd d
### Artikel 91
**1.**
**1.** De ambtenaar kan in het kader van een reorganisatie eervol ontslag worden verleend indien het niet mogelijk is gebleken een passende functie aan te bieden.
Aan de ambtenaar kan eervol ontslag worden verleend:
**2.** De ontslagverlening op grond van het eerste lid kan betrekking hebben op een gedeelte van de tijd waarvoor de ambtenaar is aangesteld.
a. wegens opheffing van zijn betrekking of
b. wegens overtolligheid van personeel als gevolg van verandering in de inrichting van de dienst dan wel wegens inkrimping van de personeelssterkte als gevolg van vermindering der werkzaamheden.
**3.** Bij herplaatsing in een passende functie bij een andere werkgever wordt de ambtenaar eervol ontslag verleend.
**2.**
**4.** De ambtenaar die heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond van hoofdstuk VII.B opgelegde verplichting, kan in verband daarmee ontslag worden verleend.
Ontslag op één van de in het eerste lid genoemde gronden kan slechts plaatsvinden indien:
**5.**
a. het na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar, andere mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende werkzaamheden op te dragen binnen het gezagsbereik van:
De ontslagverlening op grond van het eerste lid vindt niet eerder plaats dan vijf jaar nadat de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingkandidaat, als bedoeld in hoofdstuk VII.B. Afhankelijk van het aantal dienstjaren van de ambtenaar wordt de termijn van vijf jaar verlengd overeenkomstig de hierna volgende tabel:
1e. Onze Minister, indien Wij tot ontslagverlening bevoegd zijn, en
2e. degene die tot ontslagverlening bevoegd is in alle overige gevallen, of
b. de ambtenaar weigert deze werkzaamheden te aanvaarden.
| dienstjaren: | verlenging: |
| --- | --- |
| 25 of meer dienstjaren | één jaar |
| 30 of meer dienstjaren | twee jaren |
| 35 of meer dienstjaren | drie jaren |
| 40 of meer dienstjaren | vier jaren |
**3.** Bij het opdragen van passende werkzaamheden zal ten einde het ontstaan dan wel het vergroten van feitelijke ongelijkheden tegen te gaan, uitgangspunt zijn dat voorrang wordt gegeven aan vrouwelijke ambtenaren.
**4.**
Ontslag van ambtenaren wegens overtolligheid van personeel geschiedt in de volgende rangorde:
a. zij die dit wensen;
b. zij die vijfendertig of meer voor pensioen geldige dienstjaren hebben, waarbij ouderen in leeftijd vóór jongeren gaan;
c. zij die de leeftijd van vijfendertig jaar nog niet hebben overschreden, te beginnen met hen die het geringste aantal jaren in burgerlijke overheidsdienst hebben doorgebracht;
d. zij die het geringst aantal jaren in burgerlijke overheidsdienst hebben doorgebracht.
**5.** Voor de berekening van het aantal jaren in burgerlijke overheidsdienst wordt mede in aanmerking genomen de tijd die is gewijd aan de verzorging van tot het huishouden van de ambtenaar behorende 0-4-jarige eigen, stief- of pleegkinderen tot een maximum van in totaal zes jaren.
**6.** Indien het dienstbelang dit vereist, kan bij de verlening van ontslag van de rangorde, bedoeld in het vierde lid, worden afgeweken. Omvat de afvloeiing in dat geval meer dan 1% van het aantal ambtenaren dan wel ten hoogste 20 ambtenaren, werkzaam bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP of bij ITO dan geschiedt zij naar een bepaald vooraf vastgesteld plan. Betreft de afvloeiing bijzondere ambtenaren, dan wordt een dergelijk plan slechts vastgesteld indien de omvang van het aantal ambtenaren dat moet afvloeien daartoe aanleiding geeft.
**7.** Bij een ontslagverlening op grond van het eerste lid wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen.
**8.** Een ontslagverlening op grond van het eerste lid kan betrekking hebben op een gedeelte van de tijd waarvoor de ambtenaar is aangesteld.
**6.** Bij een ontslag op grond van het vierde lid wordt een opzeggingstermijn van één maand in acht genomen.
### Artikel 92
@ -1868,7 +1863,7 @@ Wijzigt dit besluit.
### Artikel 100
**1.** De artikelen 12, 13, eerste en derde lid, 15 tot en met 25, 28, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, en 71 zijn op de aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat artikel 12 wel van toepassing is op de aspirant gedurende het praktische opleidingsdeel.
**1.** De artikelen 12, 12a, 13, eerste en derde lid, 15 tot en met 25, 28, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 71 en 72 zijn op de aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat artikel 12 en 12a wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende het praktische opleidingsdeel.
**2.** De artikelen 13, 15 tot en met 28, 43 tot en met 48, 58, 59, 61, 64, en 71 zijn op de vakantiewerker niet van toepassing.