2011-08-01 | BWBR0030319 | Aanwijzing onmiddellijke invrijheidstelling

This commit is contained in:
Coornhert 2011-08-01 12:00:00 +00:00
parent ee03565307
commit 1c3cf1de86

View file

@ -0,0 +1,77 @@
---
titel: Aanwijzing onmiddellijke invrijheidstelling
bwb_id: BWBR0030319
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2011-08-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0030319
citeertitel: Aanwijzing onmiddellijke invrijheidstelling
---
# Aanwijzing onmiddellijke invrijheidstelling
## . Achtergrond
Artikel 553 Sv bepaalt dat de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen geschiedt door het openbaar ministerie (OM) dan wel op voordracht van het OM door de minister van Justitie. Artikel 570, eerste lid, aanhef en onder e, Sv, schrijft voor dat de invrijheidstelling geschiedt door het hoofd van de inrichting1Onder inrichting wordt verstaan een penitentiaire inrichting of een justitiële jeugdinrichting., zodra het bevoegd gezag de last tot invrijheidstelling aan het hoofd van de inrichting heeft verstrekt. Deze wettelijke regeling inclusief de administratieve afwikkeling en het daarmee gepaard gaande tijdsverloop is in overeenstemming met de jurisprudentie van het Europese Hof te Straatsburg (onder andere de uitspraak van het EHRM van 1 juli 1997 (Manzoni tegen Italië, nr. 70/1996/689/881).
De aanleiding voor de wijziging van deze aanwijzing is de aanpassing van het model bevel onmiddellijke invrijheidstelling en voorts de wens om de bijlagen 1, 3A en 3B niet langer onderdeel te laten uitmaken van de aanwijzing.
Voortaan wordt alleen nog gebruik gemaakt van het aangepaste model bevel onmiddellijke invrijheidstelling. Het model bevel zal worden opgenomen in de bedrijfsprocessensystemen. Tot die tijd is het model bevel te vinden in JKS > Kennisdomeinen > Executie/afdoening > Documenten.
De lijsten met de adres- en contactgegevens van de penitentiaire inrichtingen respectievelijk de justitiële jeugdinrichtingen (de voormalige bijlagen 3A en 3B) zijn geschrapt. Actuele adres- en contactgegevens van de inrichtingen zijn te vinden op: http://www.dji.nl/Organisatie/Locaties/Penitentiaire-inrichtingen/ en http://www.dji.nl/Organisatie/Locaties/Justitiele-jeugdinrichtingen/.
De voormalige bijlagen 2A en 2B (werkinstructies onmiddellijke invrijheidstelling buiten kantoortijden voor meerderjarigen respectievelijk jeugdigen2De term jeugdige(n) wordt hier gehanteerd omdat uitsluitend gedoeld wordt op minderjarigen van 12 jaar en ouder.) zijn samengevoegd , waarbij afwijkende regelingen voor meerderjarigen/jeugdigen uitdrukkelijk zijn benoemd, en vernummerd als bijlage 1. De werkinstructies zijn inhoudelijk en processueel niet gewijzigd.
## . Samenvatting
Deze aanwijzing bevat gedragsregels voor het OM in geval de zittingsrechter (inclusief de raadkamer) de opheffing c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis heeft bevolen en de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte heeft gelast.
## . Executie
### 1
Op basis van de artikelen 553 en 570 Sv wordt het bevel onmiddellijke invrijheidstelling/schorsing van de voorlopige hechtenis niet in de zittingszaal geëxecuteerd, maar in de inrichting.
Met de tenuitvoerlegging van dit bevel is vanwege de administratieve afhandeling enige tijd gemoeid. In het kader van deze administratieve afwikkeling wordt verdachte eerst teruggebracht naar de inrichting. Het is vervolgens de directeur van de inrichting die op basis van het bevel tot onmiddellijke invrijheidstelling de verdachte daadwerkelijk in vrijheid stelt. Wanneer op dat moment blijkt dat er een aansluitende titel voor vrijheidsbeneming is, wordt verdachte niet in vrijheid gesteld.
Titels voor voortdurende vrijheidsbeneming kunnen bestaan in:
• voor tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke beslissingen die vrijheidsbeneming meebrengen,
• in geval van vreemdelingen: het onderzoek naar de status van de verblijfstitel dan wel het op grond van art. 59 Vreemdelingenwet 2000 in vreemdelingenbewaring stellen.
Aangezien de aansluitende executie van de vervolgstraf van rechtswege plaatsvindt, hoeft verdachte niet opnieuw te worden aangehouden. Wanneer de voorlopige hechtenis op last van de zittingsrechter is geschorst (bijvoorbeeld in verband met persoonlijke omstandigheden of in het kader van de executie van een bijzondere voorwaarde) en er blijken vervolgstraffen te zijn, overlegt de advocaat-generaal/officier van justitie met de executie-advocaat-generaal/executie-officier van justitie van het executerende (ressorts)parket over de vraag of de executie van de vervolgstraffen eveneens kan worden geschorst/opgeschort. De uitkomst van dit overleg wordt zo spoedig mogelijk door advocaat-generaal/officier van justitie van het executerend parket aan de inrichting meegedeeld.
### 2. Procedure bij een behandeling van de zaak door de zittingsrechter
Wanneer de zittingsrechter heeft bepaald dat de voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang wordt opgeheven, maakt de advocaat-generaal/de officier van justitie ter plekke een bevel onmiddellijke invrijheidstelling op en ondertekent dit. In alle zaken die zijn verwerkt in de bedrijfsprocessensystemen maakt de advocaat-generaal/de officier van justitie gebruik van het model bevel onmiddellijke invrijheidstelling3Totdat het model bevel onmiddellijke invrijheidstelling is ingebracht in de bedrijfsprocessensystemen is het model bevel toegankelijk via JKS > Kennisdomeinen > Executie/afdoening > Documenten..
Het ondertekende bevel wordt **onverwijld gefaxt** naar het bureau bevolkingsadministratie van de betreffende inrichting. Om te voorkomen dat de fax buiten kantooruren op een onbemande fax/afdeling terechtkomt, wordt **ook telefonisch doorgegeven** dat er een bevel onmiddellijke invrijheidstelling gefaxt wordt en afgesproken naar welk nummer de fax gezonden dient te worden. Tevens wordt een kopie van het bevel meegegeven aan de vervoersdienst. De vervoersdienst geeft deze kopie af aan het dienstdoend personeel van de inrichting. Het originele bevel wordt in het (digitale) strafdossier gevoegd.
In geval van schorsing van de voorlopige hechtenis wordt het rechterlijk schorsingsbevel bij voorkeur gelijktijdig met het bevel invrijheidstelling vrijgegeven voor executie en aan de inrichting gefaxt, met het verzoek dit bevel aan de verdachte uit te reiken/te betekenen. Zo wordt voorkomen dat verdachte in vrijheid wordt gesteld voordat de schorsingsvoorwaarden in persoon betekend zijn.
### 3. Procedure bij een behandeling van de zaak in raadkamer
Wanneer de raadkamer een vordering gevangenhouding of een vordering verlenging van de gevangenhouding heeft afgewezen, betekent dit niet dat verdachte onmiddellijk in vrijheid moet worden gesteld. Het lopende bevel bewaring of gevangenhouding is immers nog van kracht, tenzij de rechter in de beschikking heeft bepaald dat de voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang wordt opgeheven. Wanneer de rechter de voorlopige hechtenis schorst, gaat de schorsing in de regel in op de dag **na** de raadkamerbehandeling. Meestal geeft de rechter in de beschikking aan op welk moment de schorsing ingaat.
**De onder 2 beschreven procedure wordt uitsluitend in die zaken gevolgd waarin:**
a. **de raadkamer onmiddellijk en in aanwezigheid van de verdachte uitspraak doet en de voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang opheft, én;**
b. **het lopende bevel bewaring of gevangenhouding niet langer een titel oplevert voor vrijheidsbeneming.**
In alle andere gevallen wordt de beschikking diezelfde dag door de administratie van de afdeling preventieven van het betreffende parket dan wel door de raadkameradministratie naar de inrichting gefaxt.
### 4. Procedure invrijheidstelling
De verdachte wordt zo spoedig mogelijk na het uitspreken van de opheffing/schorsing van de voorlopige hechtenis naar de inrichting vervoerd.
Wanneer er geen vervolgstraffen zijn en betrokkene Nederlander is dan weleen verblijfsstatus in Nederland heeft, wordt hij na aankomst in de inrichting dezelfde dag nog in vrijheid gesteld, na de gebruikelijke uitschrijvingsprocedure. De inrichting voorziet in dat geval betrokkene zo nodig van financiële middelen om met het openbaar vervoer zijn huis/verblijfadres te bereiken.
### 5. Verdachte is tevens vreemdeling
Indien de verdachte tevens vreemdeling is, en er te zijnen aanzien geen voor tenuitvoerlegging vatbare vonnissen of arresten zijn die vrijheidsbeneming impliceren, dient de inrichting betrokkene onverwijld aan de vreemdelingendienst van de woon-/verblijfplaats (indien niet bekend: de vreemdelingendienst van de gemeente waar de vreemdeling verblijft) over te dragen, ten einde een onderzoek naar de verblijfsstatus mogelijk te maken of (indien dit onderzoek reeds heeft plaatsgevonden), in vreemdelingenbewaring te stellen op grond van art. 59 vreemdelingenwet 2000.
## . Overgangsrecht
De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.
## Bijlage 1. Onmiddellijke invrijheidstelling buiten kantoortijden