2020-04-01 | BWBR0006073 | Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993

This commit is contained in:
Coornhert 2020-04-01 12:00:00 +00:00
parent 99c1834d19
commit 1c4d30f592

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993
bwb_id: BWBR0006073
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2002-08-01'
datum_inwerkingtreding: '2020-04-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006073
citeertitel: Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993
---
@ -20,15 +20,16 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *brommobiel:* bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie;
- *bijscholing:* rijonderricht na de eerste afgifte van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, gericht op het hernieuwd verkrijgen van een certificaat als in dat onderdeel bedoeld;
- *instituut:* instituut, bedoeld in artikel 2;
- *motorrijtuigcategorie:* categorie van motorrijtuigen vastgesteld op grond van artikel 118, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
- *motorrijtuigen:* hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wegenverkeerswet 1994;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- *richtlijn rijbewijzen:* de bij ministeriële regeling aangewezen richtlijn;
- *richtlijn vakbekwaamheid bestuurders:*
richtlijn nr. 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad (PbEG 2003, L 226);
- *rijbewijs:* hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wegenverkeerswet 1994;
- *rijonderricht:* onderricht, gericht op het bijbrengen, behouden of verbeteren van de rijvaardigheid of geschiktheid om aan het verkeer deel te nemen als bestuurder van een motorrijtuig, waarvoor een rijbewijs is vereist;
- *scholing alcoholslotprogramma:* individueel of groepsgewijs onderricht gericht op de bevordering van de geschiktheid in het kader van het alcoholslotprogramma, bedoeld in artikel 132b, van de Wegenverkeerswet 1994;
- *scholing educatieve maatregel:* onderricht gericht op de bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid in het kader van een door het CBR krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aan betrokkenen opgelegde verplichting zich te onderwerpen aan educatieve maatregelen;
- *stage:* na het examen te volgen rijonderricht gericht op het verkrijgen van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel a;
- *toets:* proef ter beoordeling van de vakbekwaamheid van rijinstructeurs.
- *stage:* na het examen te volgen rijonderricht gericht op het verkrijgen van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b.
## Hoofdstuk II. Het instituut
@ -38,33 +39,32 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Onze Minister wijst een instituut aan dat is belast met:
a. het afnemen van het examen rijinstructeur, met uitzondering van de examens, bedoeld in het vijfde lid,
a. het afnemen van het examen rijinstructeur, met uitzondering van de examens, bedoeld in het zesde lid,
b. het afnemen van de geschiktheidstest, bedoeld in artikel 9, vierde lid,
c. de beoordeling van de stage en de aanwijzing van de stagebegeleiders,
d. de praktijkbeoordeling in het kader van de praktische bijscholing, bedoeld in artikel 12b,
e. de vaststelling van de leerdoelen en de inhoud van de theoretische bijscholing,
f. de certificering van de cursussen die aan de leerdoelen en de inhoud, bedoeld in onderdeel e, voldoen,
g. het verlenen van de ontheffing, bedoeld in artikel 12b, vierde lid,
h. de beoordeling van de examens in het kader van het herintrederstraject, bedoeld in artikel 12c,
i. het afnemen van de toets, bedoeld in artikel 21, derde lid,
j. het afnemen van het examen docent scholing educatieve maatregel en van het aanvullend examen docent scholing alcoholslotprogramma,
k. het bijhouden van het register, bedoeld in artikel 4,
l. de ongeldigverklaring van certificaten, bedoeld in artikel 15, eerste lid,
m. de vaststelling van de tarieven voor de activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, en f tot en met j.
h. het afnemen van het examen in het kader van het herintrederstraject, bedoeld in artikel 12c,
i. het afnemen van het examen docent scholing educatieve maatregel en van het aanvullend examen docent scholing alcoholslotprogramma,
j. het bijhouden van het register, bedoeld in artikel 4,
k. de ongeldigverklaring van certificaten, bedoeld in artikel 15, eerste lid,
l. de vaststelling van de tarieven voor de activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, en f tot en met i.
**2.** Op het instituut is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing.
**3.** Het instituut voert de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en f tot en met j, uit overeenkomstig het daarvoor geldende reglement. Het instituut stelt dit reglement vast met inachtneming van de regels, bedoeld in het derde lid.
**3.** Het instituut voert de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en f tot en met i, uit overeenkomstig het daarvoor geldende reglement. Het instituut stelt dit reglement vast met inachtneming van de regels, bedoeld in het vierde lid.
**4.** Onze Minister stelt, het instituut gehoord, regels met betrekking tot de uitvoering door het instituut van de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en f tot en met j.
**4.** Onze Minister stelt, het instituut gehoord, regels met betrekking tot de uitvoering door het instituut van de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en f tot en met i.
**5.** Onze Minister kan rijksgecommitteerden aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de uitvoering door het instituut van de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en h tot en met j. Onze Minister kan een rijksgecommitteerde schorsen of ontslaan wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, dan wel wegens andere zwaarwegende redenen. Onze Minister stelt regels voor het door de rijksgecommitteerden uitgeoefende toezicht.
**5.** Onze Minister kan rijksgecommitteerden aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de uitvoering door het instituut van de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, h en i. Onze Minister kan een rijksgecommitteerde schorsen of ontslaan wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, dan wel wegens andere zwaarwegende redenen. Onze Minister stelt regels voor het door de rijksgecommitteerden uitgeoefende toezicht.
**6.** Het examen militair rijinstructeur afgenomen door of vanwege Onze Minister van Defensie, alsmede het examen politierijinstructeur afgenomen door of vanwege hetzij Onze Minister van Justitie, hetzij Onze Minister van Binnenlandse Zaken, dienen te worden afgenomen overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurd examenreglement waarin tevens het namens Onze Minister te houden toezicht op de examens is geregeld.
**6.** Het examen militair rijinstructeur afgenomen door of vanwege Onze Minister van Defensie, alsmede het examen politierijinstructeur afgenomen door of vanwege Onze Minister van Veiligheid en Justitie, worden afgenomen overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurd examenreglement waarin tevens het namens Onze Minister te houden toezicht op de examens is geregeld.
**7.** Het instituut onthoudt zich van actieve deelname aan opleidingen gericht op het afleggen van de examens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en h tot en met j.
**7.** Het instituut onthoudt zich van actieve deelname aan opleidingen gericht op het afleggen van de examens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, h en i.
**8.** Het voor het uitvoeren door het instituut van de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en h tot en met j te betalen tarief bestaat mede uit een vergoeding van de kosten van de in het vijfde lid bedoelde rijksgecommitteerden. Het instituut draagt het in de eerste volzin bedoelde, vast te stellen deel van het tarief dat de vergoeding van de kosten van de rijksgecommitteerden betreft aan hen af overeenkomstig bij regeling van Onze Minister vast te stellen regels.
**8.** Het voor het uitvoeren door het instituut van de taken, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, h en i, te betalen tarief bestaat mede uit een vergoeding van de kosten van de in het vijfde lid bedoelde rijksgecommitteerden. Het instituut draagt het in de eerste volzin bedoelde, vast te stellen deel van het tarief dat de vergoeding van de kosten van de rijksgecommitteerden betreft aan hen af overeenkomstig bij regeling van Onze Minister vast te stellen regels.
### Artikel 3
@ -74,7 +74,7 @@ Vervallen
**1.** Het instituut houdt een register betreffende de afgifte en de ongeldigverklaring van certificaten en is verwerkingsverantwoordelijke.
**2.** In het kader van het register verwerkt het instituut gegevens betreffende de afgifte en de ongeldigverklaring van certificaten, gegevens omtrent de door het instituut verrichte taken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d, f tot en met j, en de gegevens als bedoeld in artikel 12, derde lid, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van deze wet of de daarop berustende bepalingen. Onder gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.
**2.** In het kader van het register verwerkt het instituut gegevens betreffende de afgifte en de ongeldigverklaring van certificaten, gegevens omtrent de door het instituut verrichte taken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d, f tot en met i, en de gegevens, bedoeld in artikel 12, derde lid, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van deze wet of de daarop berustende bepalingen. Onder gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.
### Artikel 5
@ -83,7 +83,7 @@ Vervallen
Uit het register worden aan:
a. de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaren, die zijn belast met de uitvoering van deze wet, en
b. de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren,
b. de in artikel 24a en de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren,
de gegevens waaronder mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verstrekt die zij voor de uitvoering van hun taak behoeven.
@ -101,17 +101,16 @@ Indien het instituut is of wordt ontbonden dan wel indien zich andere omstandigh
### Artikel 7
**1.** Degene die rijonderricht geeft in het besturen van enige motorrijtuigcategorie is in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de motorrijtuigcategorie B als bedoeld in de richtlijn rijbewijzen. Daarnaast is degene die rijonderricht geeft voor de in de richtlijn rijbewijzen genoemde motorrijtuigcategorieën in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de desbetreffende motorrijtuigcategorie.
**1.** Degene die rijonderricht geeft voor enige motorrijtuigcategorie is in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor motorrijtuigcategorie B. Daarnaast is degene die rijonderricht geeft voor enige motorrijtuigcategorieën in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor die motorrijtuigcategorie.
**2.**
In afwijking van het eerste lid is geen certificaat vereist voor:
a. de voertuigintroductie in een voor de bestuurder nieuw motorrijtuig voor C, C1, CE, C1E, D, D1, DE of D1E als bedoeld in de richtlijn rijbewijzen;
b. het theoretische rijonderricht, anders dan het vak verkeer, voor het rijbewijs in de motorrijtuigcategorieën C, C1, D of D1, en de theoretische scholing en theoretische bijscholing in het kader van de vakbekwaamheid van bestuurders van die motorrijtuigcategorieën, voor zover de betrokken docent voldoet aan de bekwaamheidseisen bedoeld in artikel 4.2.1., tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
en
c. het rijonderricht in het kader van een door het CBR opgelegde verplichting zich te onderwerpen aan een scholing educatieve maatregel.
a. de voertuigintroductie in een voor de bestuurder nieuw motorrijtuig van de motorrijtuigcategorieën C, C1, CE, C1E, D, D1, DE of D1E;
b. het theoretische rijonderricht, anders dan het vak verkeer, voor het rijbewijs voor de motorrijtuigcategorieën C, C1, D of D1 en de theoretische scholing en theoretische nascholing als bedoeld in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, voor zover de betrokken docent voldoet aan de bekwaamheidseisen bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. het rijonderricht in het kader van een door het CBR opgelegde verplichting zich te onderwerpen aan een scholing educatieve maatregel, en
d. het rijonderricht aan bestuurders als bedoeld in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders in het kader van nascholing als bedoeld in artikel 7 van die richtlijn voor zover wordt voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.
**3.**
@ -121,9 +120,9 @@ a. geldig te zijn voor het rijonderricht dat wordt gegeven,
b. te voldoen aan de bij regeling van Onze Minister vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering, en
c. behoorlijk leesbaar te zijn.
**4.** In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, is degene die rijonderricht geeft voor het besturen van een bromfiets in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de motorrijtuigcategorieën A1, A2 en A als bedoeld in de richtlijn rijbewijzen en is degene die rijonderricht geeft voor het besturen van een brommobiel in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de motorrijtuigcategorie B als bedoeld in de richtlijn rijbewijzen.
**4.** In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, is degene die rijonderricht geeft voor het besturen van een bromfiets in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de motorrijtuigcategorieën A1, A2 en A en is degene die rijonderricht geeft voor het besturen van een brommobiel in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de motorrijtuigcategorie B.
**5.** In afwijking van het eerste lid is degene die bedrijfsmatig dan wel beroepsmatig rijonderricht geeft in het besturen van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de rijbewijscategorie T.
**5.** In afwijking van het eerste lid is degene die rijonderricht geeft voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid in het bezit van een door het instituut afgegeven certificaat voor de motorrijtuigcategorie T.
**6.** In afwijking van het derde lid, onderdeel a, is een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, alleen geldig voor het rijonderricht dat wordt gegeven onder directe begeleiding van de stagebegeleider.
@ -165,35 +164,35 @@ a. indien het de afgifte betreft aansluitend aan het examen ten behoeve van de s
b. indien het de afgifte betreft van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, aan degene die blijkens een door het instituut afgenomen examen en een door het instituut vastgestelde positieve beoordeling van de stage voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht,
c. indien het de afgifte betreft van een certificaat als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, of 12c, eerste lid, aan degene die voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht,
d. aan degene aan wie op grond van de krachtens de artikelen 12a, derde lid, onderdeel a, en 12b, derde lid, onderdeel b, vastgestelde regels door het instituut een verlenging van de stage of de bijscholing is toegestaan,
e. aan degene die in het bezit is van een niet langer dan zes maanden voor de afgifte afgegeven militair of politieinstructeursbewijs dat nog geldig is,
e. aan degene die in het bezit is van een niet langer dan zes maanden voor de afgifte afgegeven diploma als bedoeld in artikel 8, eerste lid, dat nog geldig is,
f. aan de migrerende beroepsbeoefenaar, bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, die voldoet aan de vereisten voor de erkenning van beroepskwalificaties, bedoeld in artikel 5 van die wet.
**2.** De in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde eisen van vakbekwaamheid kunnen verschillen naar gelang het betreft de verschillende categorieën van motorrijtuigen.
**2.** De in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde eisen van vakbekwaamheid kunnen verschillen naar gelang het betreft de verschillende motorrijtuigcategorieën.
**3.** Een certificaat, afgegeven in het in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde geval, kan alleen bevoegdheden verlenen die overeenkomen met die welke voortvloeien uit het desbetreffende instructeursbewijs.
**3.** Een certificaat, afgegeven in het in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde geval, kan alleen bevoegdheden verlenen die overeenkomen met die welke voortvloeien uit het desbetreffende diploma.
**4.** Bij de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt bepaald dat voor het deelnemen aan het examen rijinstructeur een in die maatregel aangegeven niveau van vooropleiding is vereist. Personen die niet voldoen aan dit niveau van vooropleiding kunnen bij het instituut een geschiktheidstest afleggen. Bij een positief resultaat van die geschiktsheidstest kan worden deelgenomen aan het examen rijinstructeur.
**4.** Bij de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt bepaald dat voor het deelnemen aan het examen rijinstructeur een in die maatregel aangegeven niveau van vooropleiding is vereist. Personen die niet voldoen aan dit niveau van vooropleiding kunnen bij het instituut een geschiktheidstest afleggen. Bij een positief resultaat van die geschiktheidstest kan worden deelgenomen aan het examen rijinstructeur.
**5.**
Bij of krachtens de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
a. de inrichting en de inhoud van de geschiktheidtest;
a. de inrichting en de inhoud van de geschiktheidstest;
b. de beoordeling van de competenties van de betrokkene en de wijze waarop die beoordeling plaatsvindt.
### Artikel 9a
**1.** In afwijking van artikel 9 voldoet de aanvrager die beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 7, eerste lid, eerste volzin, voor alleen de categorie B, ten behoeve van het verkrijgen van het certificaat voor de categorie T, bedoeld in artikel 13, onderdeel a, subonderdeel 3, aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen.
**1.** In afwijking van artikel 9 voldoet de aanvrager die beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 7, eerste lid, voor alleen de motorrijtuigcategorie B, ten behoeve van het verkrijgen van het certificaat voor de motorrijtuigcategorie T, bedoeld in artikel 13, onderdeel a, subonderdeel 3, aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen.
**2.** In afwijking van artikel 9 voldoet de aanvrager die beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 7, eerste lid, eerste volzin, voor alleen de categorie B, ten behoeve van het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in artikel 13, onderdeel b, voor de categorie T, aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen.
**2.** In afwijking van artikel 9 voldoet de aanvrager die beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 7, eerste lid, voor alleen de motorrijtuigcategorie B, ten behoeve van het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in artikel 13, onderdeel b, voor de motorrijtuigcategorie T, aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen.
### Artikel 9b
In afwijking van artikel 9 voldoet de aanvrager die mede beschikt over een geldig certificaat voor de categorie E bij C als bedoeld in artikel 7, eerste lid, tweede volzin, ten behoeve van het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in artikel 13, onderdeel b, voor de categorie T, aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen.
In afwijking van artikel 9 voldoet de aanvrager die mede beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 7, eerste lid, tweede volzin, voor de categorie E bij C, ten behoeve van het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in artikel 13, onderdeel b, voor de categorie T, aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen.
### Artikel 10
**1.** Een certificaat voor het geven van rijonderricht vermeldt overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels de categorie of categorieën van motorrijtuigen waarvoor het is afgegeven.
**1.** Een certificaat voor het geven van rijonderricht vermeldt overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels de motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën waarvoor het is afgegeven.
**2.** Het instituut kan de uit het certificaat voortvloeiende bevoegdheden beperken op grond van de bekwaamheid van de aanvrager tot het geven van rijonderricht, door het stellen van eisen aan betrokkene of aan het motorrijtuig waarin hij rijonderricht geeft.
@ -233,16 +232,16 @@ c. de aanwijzing van stagebegeleiders.
### Artikel 12b
**1.** Degene die rijonderricht geeft en in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, of een instructeursbewijs als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993, zoals dat artikel gold op 1 januari 2008 volgt theoretische en praktische bijscholing voor het rijonderricht in de motorrijtuigcategorie waarvoor hij het certificaat of het instructeursbewijs heeft. Indien een rijinstructeur in het bezit is van een certificaat of een instructeursbewijs voor verschillende motorrijtuigcategorieën als bedoeld in de richtlijn rijbewijzen, al dan niet in combinatie met het certificaat voor de categorie T, volgt hij voor één van die categorieën theoretische en praktische bijscholing.
**1.** Degene die rijonderricht geeft en in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, volgt theoretische en praktische bijscholing voor het rijonderricht in de motorrijtuigcategorie waarvoor hij het certificaat bezit. Indien degene die rijonderricht geeft in het bezit is van een certificaat voor verschillende motorrijtuigcategorieën, volgt hij voor één van die categorieën theoretische en praktische bijscholing. Degene die rijonderricht geeft, in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, en binnen de geldigheidsduur van dat certificaat een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, voor de motorrijtuigcategorie A, C, D of T behaalt, heeft daarmee voldaan aan de verplichting om praktische bijscholing te volgen.
**2.** Het instituut stelt de leerdoelen, de inhoud en de voorgeschreven werkwijze van de theoretische bijscholing vast, en kan de cursussen certificeren die aan de leerdoelen, de inhoud en de voorgeschreven werkwijze voldoen.
**2.** Het instituut stelt de leerdoelen, de inhoud en de voorgeschreven werkwijze van de theoretische en praktische bijscholing vast, en kan de cursussen certificeren die aan de leerdoelen, de inhoud en de voorgeschreven werkwijze voldoen.
**3.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
a. de omvang en de inhoud van de gecertificeerde cursussen, de verplichtingen van degenen die de gecertificeerde cursussen verzorgen, en de mogelijke verlenging van de theoretische bijscholing in verband met bijzondere omstandigheden,
b. de omvang, de inhoud, de duur en de mogelijke verlenging van de praktische bijscholing in verband met bijzondere omstandigheden,
b. de omvang, de inhoud, de duur en de mogelijke verlenging van de praktische bijscholing in verband met bijzondere omstandigheden, waarbij verschillende regels worden gesteld indien er sprake is van een verlenging als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, derde zin,
c. de beoordeling van de competenties van degene die rijonderricht geeft en de wijze waarop die beoordeling plaatsvindt.
**4.** Het instituut kan degene die rijonderricht geeft ontheffing verlenen van de verplichting praktische bijscholing te volgen. Aan de ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
@ -251,7 +250,7 @@ c. de beoordeling van de competenties van degene die rijonderricht geeft en de w
### Artikel 12c
**1.** Degene die beschikt over een certificaat of een instructeursbewijs, als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993, zoals dat artikel gold op 1 januari 2008 dat zijn geldigheid niet langer dan vijf jaar heeft verloren kan een herintrederstraject volgen.
**1.** Degene die blijkens het register, bedoeld in artikel 4, eerste lid, minder dan vijf jaar geleden beschikte over een geldig certificaat kan een herintrederstraject volgen.
**2.**
@ -266,12 +265,12 @@ b. de beoordeling van de competenties van de herintreder en de wijze waarop die
Een certificaat is geldig:
a. 1. indien het wordt afgegeven aansluitend op het behalen van het examen voor de categorie B als bedoeld in de richtlijn rijbewijzen, voor de duur van twaalf achtereenvolgende maanden;
2. indien het wordt afgegeven aansluitend op het behalen van het examen voor de categorie A1, A2, A, C1, C, D1 of D als bedoeld in de richtlijn rijbewijzen, voor de duur van zes achtereenvolgende maanden;
3. indien het wordt afgegeven aansluitend op het behalen van het examen voor de rijbewijscategorie T, voor de duur van twaalf achtereenvolgende maanden.
a. 1. indien het wordt afgegeven aansluitend op het behalen van het examen voor de motorrijtuigcategorie B, voor de duur van twaalf achtereenvolgende maanden;
2. indien het wordt afgegeven aansluitend op het behalen van het examen voor de motorrijtuigcategorie A1, A2, A, C1, C, D1 of D, voor de duur van tien achtereenvolgende maanden;
3. indien het wordt afgegeven aansluitend op het behalen van het examen voor de motorrijtuigcategorie T, voor de duur van twaalf achtereenvolgende maanden.
In bijzondere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen, kan de geldigheidsduur door het instituut eenmalig met ten hoogste vier achtereenvolgende maanden worden verlengd,
b. in de overige gevallen: voor de duur van vijf achtereenvolgende jaren. In bijzondere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen, kan de geldigheidsduur door het instituut eenmalig met ten hoogste twaalf achtereenvolgende maanden worden verlengd.
b. in de overige gevallen: voor de duur van vijf achtereenvolgende jaren. In bijzondere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen, kan de geldigheidsduur door het instituut eenmalig met ten hoogste twaalf achtereenvolgende maanden worden verlengd. De geldigheidsduur wordt door het instituut na de geldigheidsduur, bedoeld in de eerste zin, met zes maanden verlengd indien het instituut voor het einde van de geldigheidsduur de beoordeling van de laatste toegestane en gevolgde praktische bijscholing als onvoldoende vaststelt. Na de verlenging wordt de geldigheidsduur telkens verlengd met zes maanden gerekend vanaf de dag waarop praktische bijscholing is gevolgd waarvan de beoordeling als onvoldoende is vastgesteld.
### Artikel 14
@ -280,7 +279,7 @@ Onverminderd het bepaalde in artikel 13 verliest een certificaat zijn geldigheid
a. afgifte van een nieuw certificaat,
b. afgifte van een vervangend certificaat,
c. het onbevoegd aanbrengen van wijzigingen in het certificaat, of
d. ongeldigverklaring, als bedoeld in de artikelen 15, 22, tweede lid, en 23, vijfde lid.
d. ongeldigverklaring als bedoeld in de artikelen 15, 22, tweede lid, of 23, derde lid.
### Artikel 15
@ -290,13 +289,36 @@ Het instituut verklaart een certificaat ongeldig indien:
a. het certificaat is afgegeven op grond van door de houder verschafte onjuiste gegevens en het niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de afgifte bekend zou zijn geweest,
b. na afgifte van het certificaat blijkt dat het kennelijk abusievelijk aan de houder is afgegeven,
c. het instituut de beoordeling van de stage als onvoldoende vaststelt,
d. het instituut vaststelt dat de rijinstructeur onvoldoende bij de theoretische bijscholing aanwezig is geweest, of
e. het instituut de beoordeling van ten minste de laatste van de in vijf jaar gevolgde praktische bijscholingen als onvoldoende vaststelt.
c. het instituut de beoordeling van de stage als onvoldoende vaststelt.
**2.** De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de zevende dag na de dag waarop de beschikking tot ongeldigverklaring is bekendgemaakt.
**2.** De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de zevende dag na de dag waarop de beschikking tot ongeldigverklaring is bekendgemaakt, tenzij de termijn, bedoeld in artikel 13, eerder is geëindigd.
**3.** De houder van het ongeldig verklaarde certificaat dient dat certificaat in te leveren bij het instituut zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden.
**3.** Zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, zendt de houder van het ongeldig verklaarde certificaat dat certificaat aangetekend aan het instituut of levert dat certificaat in bij het instituut.
### Paragraaf 4. Verklaring omtrent het gedrag
### Artikel 15a
**1.**
Degene die bij het instituut een aanvraag indient voor:
a. een certificaat als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a,
b. een verlenging als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, derde zin,
c. een certificaat als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, of
d. een certificaat op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel f,
overlegt bij die aanvraag een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens welke niet ouder is dan zes maanden.
**2.** Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag welke niet ouder is dan zes maanden en is afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden.
**3.** Indien de aanvrager niet voldoet aan het eerste lid kan de aanvrager niet deelnemen aan het examen respectievelijk geeft het instituut het gevraagde certificaat niet af.
### Artikel 15b
**1.** Indien de verklaring omtrent het gedrag is geweigerd en na het einde van de geldigheidsduur van het certificaat alsnog wordt afgegeven, geeft het instituut het gevraagde certificaat alsnog af als aan de overige voorwaarden daarvoor is voldaan.
**2.** In afwijking van artikel 13, onderdeel b, is in een geval als bedoeld in het eerste lid, de geldigheid van het laatstbedoelde certificaat beperkt tot vijf jaren gerekend vanaf de datum waarop de geldigheid van het eerstbedoelde certificaat is verstreken.
## Hoofdstuk IV. Scholing educatieve maatregel en scholing alcoholslotprogramma
@ -308,7 +330,7 @@ e. het instituut de beoordeling van ten minste de laatste van de in vijf jaar ge
Het certificaat dient:
a. geldig te zijn voor de scholing educatieve maatregel die wordt gegeven;
a. geldig te zijn voor de scholing die wordt gegeven;
b. te voldoen aan de door Onze Minister vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering;
c. behoorlijk leesbaar te zijn.
@ -321,7 +343,7 @@ c. behoorlijk leesbaar te zijn.
Een certificaat voor het geven van scholing educatieve maatregel wordt slechts afgegeven aan degene die:
a. een geldig diploma bezit van een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven hoofdopleiding, die naar gelang van de te geven scholing educatieve maatregel kan verschillen,
b. een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven aantal jaren beroepservaring heeft die direct verband houdt met het in onderdeel a bedoelde diploma, en
b. een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven aantal jaren beroepservaring heeft die direct verband houdt met het diploma, bedoeld in onderdeel a, en
c. blijkens een door het instituut afgenomen examen voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde aanvullende eisen van bekwaamheid voor het geven van scholing educatieve maatregel, die naar gelang van de te geven scholing educatieve maatregel kunnen verschillen.
**3.** Een certificaat voor het geven van scholing in het kader van het alcoholslotprogramma wordt tegen betaling van het daarvoor door Onze Minister vastgestelde tarief afgegeven door het instituut.
@ -331,7 +353,7 @@ c. blijkens een door het instituut afgenomen examen voldoet aan bij algemene maa
Een certificaat voor het geven van scholing in het kader van het alcoholslotprogramma wordt slechts afgegeven aan degene die:
a. een geldig diploma bezit van een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven hoofdopleiding,
b. een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven aantal jaren beroepservaring heeft die direct verband houdt met het onder a. bedoelde diploma, en
b. een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven aantal jaren beroepservaring heeft die direct verband houdt met het diploma, bedoeld in onderdeel a, en
c. blijkens een door het instituut afgenomen examen voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde aanvullende eisen van bekwaamheid voor het geven van scholing in het kader van het alcoholslotprogramma.
### Artikel 18
@ -340,37 +362,35 @@ Vervallen
### Artikel 19
Ten aanzien van certificaten ten behoeve van het geven van scholing educatieve maatregel en ten aanzien van certificaten ten behoeve van het geven van scholing in het kader van het alcoholslotprogramma zijn de artikelen 10-12 en 14 en 15 van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van certificaten ten behoeve van het geven van scholing educatieve maatregel en ten aanzien van certificaten ten behoeve van het geven van scholing in het kader van het alcoholslotprogramma zijn de artikelen 12, 14, onderdelen b, c en d, en 15, eerste lid, onderdelen a en b, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 20
Een certificaat voor het geven van scholing educatieve maatregel alsmede een certificaat voor het geven van scholing in het kader van het alcoholslotprogramma verliest zijn geldigheid met ingang van de datum waarop het in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, bedoelde certificaat of diploma zijn geldigheid verliest.
Een certificaat voor het geven van scholing educatieve maatregel alsmede een certificaat voor het geven van scholing in het kader van het alcoholslotprogramma verliest zijn geldigheid met ingang van de datum waarop het diploma, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 17, vierde lid, onderdeel a, zijn geldigheid verliest.
## Hoofdstuk V. Maatregelen vakbekwaamheid
### Artikel 21
**1.** Indien bij de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren een ernstig vermoeden bestaat dat de houder van een certificaat voor het geven van rijonderricht niet langer voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid doen zij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het instituut onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen.
**1.** Indien bij de in artikel 24a of de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren een ernstig vermoeden bestaat dat de houder van een certificaat voor het geven van rijonderricht niet langer voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid doen zij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het instituut onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen.
**2.** Het instituut besluit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde schriftelijke mededeling, of betrokkene zich al dan niet dient te onderwerpen aan een onderzoek dat erop is gericht na te gaan of hij voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid.
**3.** Indien naar het oordeel van het instituut geen onderzoek vereist is, kan hij betrokkene overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels de verplichting opleggen tot het afleggen van een toets bij het instituut binnen een door hem vastgestelde termijn. De aan het afleggen van een toets verbonden kosten komen ten laste van betrokkene.
**3.** Voor zover het besluit, bedoeld in het tweede lid, inhoudt dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek wordt daarbij bepaald door welke deskundige of door welke deskundigen het onderzoek zal worden verricht.
**4.** Voor zover het besluit, bedoeld in het tweede lid, inhoudt dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek wordt daarbij bepaald door welke deskundige of door welke deskundigen het onderzoek zal worden verricht.
**5.** Het instituut deelt het besluit, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, mede aan degene die de schriftelijke mededeling, bedoeld in het eerste lid, heeft gedaan.
**4.** Het instituut deelt het besluit, bedoeld in het tweede lid, mede aan degene die de schriftelijke mededeling, bedoeld in het eerste lid, heeft gedaan.
### Artikel 22
**1.** Degene die zich ingevolge het in artikel 21, tweede lid, bedoelde besluit dient te onderwerpen aan een onderzoek is, behoudens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen, verplicht de daartoe vereiste medewerking te verlenen. Gelijke verplichting bestaat voor degene die ingevolge artikel 21, derde lid, een toets dient af te leggen.
**1.** Degene die zich ingevolge het in artikel 21, tweede lid, bedoelde besluit dient te onderwerpen aan een onderzoek is, behoudens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen, verplicht de daartoe vereiste medewerking te verlenen.
**2.** Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking alsmede bij gebreke van een positief toetsresultaat binnen de krachtens artikel 21, derde lid, vastgestelde termijn besluit het instituut onverwijld tot ongeldigverklaring van het certificaat van de houder. Het instituut bepaalt daarbij op welk deel van de geldigheidsduur alsmede op welke in het certificaat aangeduide categorie of categorieën van motorrijtuigen de ongeldigverklaring betrekking heeft.
**2.** Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking besluit het instituut onverwijld tot ongeldigverklaring van het certificaat van de houder. Het instituut bepaalt daarbij op welke in het certificaat aangeduide motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën de ongeldigverklaring betrekking heeft.
**3.** Het instituut deelt het besluit mede aan de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren.
**3.** Het instituut deelt het besluit mede aan de in artikel 24a en de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren.
**4.** De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de zevende dag na de dag waarop de beschikking tot ongeldigverklaring is bekendgemaakt.
**4.** De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de dag na de dag waarop de beschikking tot ongeldigverklaring is bekendgemaakt.
**5.** De houder van het ongeldig verklaarde certificaat dient dat certificaat in te leveren bij het instituut zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden.
**5.** Zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden, zendt de houder van het ongeldig verklaarde certificaat dat certificaat aangetekend aan het instituut of levert dat certificaat in bij het instituut.
### Artikel 23
@ -380,45 +400,49 @@ Een certificaat voor het geven van scholing educatieve maatregel alsmede een cer
**3.** Het instituut besluit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van de uitslag van het onderzoek, of hij het certificaat op grond van de uitslag al dan niet ongeldig verklaart.
**4.** Indien het instituut het certificaat niet ongeldig verklaart, kan hij betrokkene overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels de verplichting opleggen tot het afleggen van een toets bij het instituut binnen een door hem vastgestelde termijn. De aan het afleggen van een toets verbonden kosten komen ten laste van betrokkene. Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Voor zover het besluit bedoeld in het derde lid, inhoudt dat het certificaat ongeldig wordt verklaard, wordt daarbij bepaald op welk deel van de geldigheidsduur alsmede op welke in het certificaat aangeduide categorie of categorieën van motorrijtuigen de ongeldigverklaring betrekking heeft. Artikel 22, derde, vierde en vijfde lid, is van toepassing.
**4.** Voor zover het besluit bedoeld in het derde lid, inhoudt dat het certificaat ongeldig wordt verklaard, wordt daarbij bepaald op welke in het certificaat aangeduide motorrijtuigcategorie of motorrijtuigcategorieën de ongeldigverklaring betrekking heeft. Artikel 22, derde, vierde en vijfde lid, is van toepassing.
## Hoofdstuk VI. Toezicht en opsporing
### Artikel 24
**1.** Degene die rijonderricht dan wel scholing educatieve maatregel of scholing alcoholslotprogramma geeft is verplicht het hem afgegeven certificaat op eerste vordering van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren aan die ambtenaren behoorlijk ter inzage af te geven.
**1.** Degene die rijonderricht dan wel scholing educatieve maatregel of scholing alcoholslotprogramma geeft is verplicht het hem afgegeven certificaat op eerste vordering van de in artikel 24a of de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren aan die ambtenaren behoorlijk ter inzage af te geven.
**2.** Indien rijonderricht dan wel scholing educatieve maatregel of scholing alcoholslotprogramma wordt gegeven in een motorrijtuig is de rijinstructeur onderscheidenlijk de docent educatieve maatregel verplicht dit motorrijtuig op eerste vordering van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren te doen stilhouden en het hem afgegeven certificaat aan die ambtenaren behoorlijk ter inzage af te geven.
**2.** Indien rijonderricht dan wel scholing educatieve maatregel of scholing alcoholslotprogramma wordt gegeven in een motorrijtuig is degene die rijonderricht geeft onderscheidenlijk de docent educatieve maatregel verplicht dit motorrijtuig op eerste vordering van de in artikel 24a of de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren te doen stilhouden en het hem afgegeven certificaat aan die ambtenaren behoorlijk ter inzage af te geven.
## Hoofdstuk VIA. Ontheffingen
**3.**
De ambtenaren, bedoeld in artikel 24a en de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering, die de beschikking krijgen over een certificaat dat zijn geldigheid heeft verloren, nemen dat certificaat in en:
a. geleiden het certificaat indien dat op grond van de artikelen 15, eerste lid, 22, tweede lid, of 23, derde lid, ongeldig is verklaard door naar het instituut, en
b. vernietigen het certificaat in de overige gevallen.
### Artikel 24a
Vervallen
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.
### Artikel 24b
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
## Hoofdstuk VII. Straf-, overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 25
**1.** Overtreding van de artikelen 7, 15, derde lid, 16, 22, vijfde lid, 24 en 27, eerste en tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.
**1.** Overtreding van artikel 7 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de derde categorie.
**2.** Overtreding van het bepaalde bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, voor zover die overtreding bij die algemene maatregel van bestuur uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.
**3.** De in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
**2.** Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een overtreding.
### Artikel 26
Bij veroordeling wegens overtreding van artikel 7 of van artikel 16 kan de rechter de openbaarmaking van zijn uitspraak gelasten.
Bij veroordeling wegens overtreding van artikel 7 kan de rechter de openbaarmaking van zijn uitspraak gelasten.
### Artikel 27
**1.** Degene die rijonderricht geeft is verplicht het hem afgegeven instructeursbewijs dan wel bewijs van ontheffing op eerste vordering van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren behoorlijk ter inzage af te geven.
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen wegens overtreding van:
**2.** Indien rijonderricht wordt gegeven in een motorrijtuig, is de rijinstructeur verplicht dit motorrijtuig op eerste vordering van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren te doen stilhouden en het hem afgegeven instructeursbewijs dan wel bewijs van ontheffing aan die ambtenaren behoorlijk ter inzage af te geven.
**3.** Indien bij de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren een ernstig vermoeden bestaat dat de houder van een instructeursbewijs als bedoeld in artikel 27 kennelijk niet voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen van bekwaamheid, doen zij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. De artikelen 21, tweede tot en met vijfde lid, 22 en 23 zijn van overeenkomstige toepassing.
a. artikel 16, van ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
b. de artikelen 15, derde lid, en 22, vijfde lid, van ten hoogste het bedrag dat is bepaald voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
### Artikel 28