2010-10-01 | BWBR0027841 | Besluit personeel veiligheidsregio’s

This commit is contained in:
Coornhert 2010-10-01 12:00:00 +00:00
parent d49eb70e25
commit 1c82e86ffb

View file

@ -0,0 +1,155 @@
---
titel: Besluit personeel veiligheidsregios
bwb_id: BWBR0027841
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2010-10-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0027841
citeertitel: Besluit personeel veiligheidsregios
---
# Besluit personeel veiligheidsregios
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
### Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. *functie:* samenstel van te verrichten werkzaamheden;
b. *diploma:* diploma als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Wet veiligheidsregios.
## Hoofdstuk 2. Functies
### Artikel 2
**1.** Bij ministeriële regeling worden voor het personeel van de brandweer regels gesteld over de functies, genoemd in bijlage 1, en de daarbij behorende eisen over opleiden, examineren, bijscholen en oefenen.
**2.**
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de volgende functies binnen de GHOR:
a. commandant van dienst geneeskundig;
b. coördinator gewondenvervoer;
c. hoofd actiecentrum GHOR;
d. hoofd gewondennest;
e. hoofd sectie GHOR;
f. leider kernteam psychosociale hulpverlening;
g. leider opvangteam psychosociale hulpverlening;
h. officier van dienst geneeskundig;
i. operationeel directeur GHOR;
j. operationeel medewerker actiecentrum GHOR.
**3.**
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de volgende functies binnen de organisatie van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing:
a. calamiteitencoördinator meldkamer;
b. evaluator multidisciplinair oefenen;
c. informatiemanager commando plaats incident;
d. informatiemanager regionaal operationeel team;
e. leider commando plaats incident;
f. procesmanager multidisciplinair oefenen;
g. regionaal operationeel leider;
h. voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident;
i. voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team.
**4.**
Bij ministeriële regeling kunnen voor de bedrijfsbrandweer regels worden gesteld over de volgende functies:
a. bedrijfsbrandweer bestrijder petrochemie;
b. bedrijfsbrandweer bestrijder tankincidenten;
c. bedrijfsbrandweer bevelvoerder;
d. bedrijfsbrandweer bevelvoerder vliegtuigbrand;
e. bedrijfsbrandweer officier van dienst;
f. bedrijfsbrandweer officier van dienst vliegtuigbrand;
g. bedrijfsbrandweer manschap a;
h. bedrijfsbrandweer manschap a bestrijder vliegtuigbrand.
### Artikel 3
**1.** Bij de functies, genoemd in bijlage 1 en artikel 2, vierde lid, behoort een functiegerichte opleiding die wordt afgesloten met een rijksexamen.
**2.** Voor de functies, genoemd in bijlage 1, gelden van laag naar hoog de volgende rangen: brandwacht, hoofdbrandwacht, brandmeester, hoofdbrandmeester, commandeur, adjunct-hoofdcommandeur en hoofdcommandeur.
### Artikel 4
**1.** Een persoon is voorafgaand aan de uitoefening van een of meer functies, genoemd in bijlage 1, in het bezit van het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding of in het bezit van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, afgegeven ten aanzien van de te vervullen functie.
**2.** Onze Minister kan ontheffing verlenen voor het in het bezit zijn van het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van het diploma voor de functies brandweerduiker en duikploegleider.
**3.** In afwijking van het eerste lid kan degene die een opleiding volgt tot een van de functies, genoemd in bijlage 1, als aspirant de desbetreffende functie uitoefenen, met uitzondering van de functies brandweerduiker en duikploegleider.
**4.** Voorafgaand aan de uitoefening van de functies, genoemd in bijlage 1, wordt een keuring als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen verricht ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van de keurling en van derden bij de uitoefening van de desbetreffende functie.
**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de aspirant, bedoeld in het derde lid.
## Hoofdstuk 3. Overleg
### Artikel 5
**1.** Het overleg, bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de Wet veiligheidsregios, staat onder het voorzitterschap van Onze Minister. Onze Minister is bevoegd het voorzitterschap over te dragen aan een door hem aan te wijzen ambtenaar.
**2.**
Tot het overleg worden vertegenwoordigers toegelaten van:
a. iedere centrale van overheidspersoneel, genoemd in artikel 105, tweede lid, onderdeel a tot en met d, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, en
b. andere organisaties, die naar het oordeel van Onze Minister representatief zijn voor het personeel van de brandweer en tegen wier toelating het algemeen belang zich niet verzet.
**3.** Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan aan de voorzitter van het overleg.
**4.** Schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot de Sectorcommissie, bedoeld in artikel 105, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, heeft van rechtswege ten gevolge schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot het overleg.
**5.** Onze Minister kan een toelating van een organisatie tot het overleg krachtens het tweede lid, onderdeel b, intrekken, indien de organisatie naar het oordeel van Onze Minister niet meer representatief is dan wel het algemeen belang zich tegen verdere toelating verzet.
### Artikel 6
**1.** Het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kan een vertegenwoordiger aanwijzen die als adviseur aan het overleg deelneemt.
**2.** Deelnemers aan het overleg kunnen zich voor de behandeling van een bepaald onderwerp door een of meer deskundigen laten bijstaan.
### Artikel 7
**1.** De voorzitter van het overleg wijst een secretaris aan.
**2.** De secretaris staat, onder leiding van de voorzitter, ten dienste van de voorzitter en de vertegenwoordigers van de centrales van overheidspersoneel en andere organisaties als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b.
### Artikel 8
**1.** Ter voorbereiding op in het overleg te nemen besluiten of ter uitwerking van in het overleg genomen besluiten kan de voorzitter in overleg met deelnemers aan het overleg een werkgroep instellen, waarin ook personen van buiten het overleg zitting kunnen hebben.
**2.** De voorzitter wijst de voorzitter van de werkgroep aan.
**3.** De secretaris van het overleg is tevens secretaris van de werkgroep.
### Artikel 9
**1.** Onze Minister bevordert slechts de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Wet veiligheidsregios, indien daarover overeenstemming bestaat tussen de voorzitter en de meerderheid van de centrales van overheidspersoneel, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a.
**2.** Iedere centrale van overheidspersoneel brengt één stem uit.
**3.** Indien de stemmen staken, beslist Onze Minister of hij de totstandkoming van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, bevordert.
**4.** De artikelen 110d tot en met 110k van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn van overeenkomstige toepassing indien het overleg niet tot een uitkomst zal leiden die de instemming van de voorzitter dan wel de meerderheid van de centrales zal hebben.
## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 10
**1.** Het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding wordt gelijkgesteld met het diploma dat is behaald op basis van de examenreglementen overeenkomstig bijlage 2 bij dit besluit.
**2.** Onder de examenreglementen, genoemd in het eerste lid, wordt verstaan: de examenreglementen, zoals deze luidden op de dag, voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregios.
### Artikel 11
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregios in werking treedt.
### Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit personeel veiligheidsregios.
## Bijlage 1. , behorende bij de
## Bijlage 2. , behorende bij