diff --git a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md index db91e53fd81..e0d2b8d826c 100644 --- a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md +++ b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md @@ -665,7 +665,7 @@ c. In bijzondere gevallen kan geheel of gedeeltelijk en al dan niet onder het op ### Artikel 37 -**1.** Met inachtneming van het bepaalde in dit hoofdstuk en van het bepaalde in of krachtens Nederlandse wetten, houdende regels tot beperking van de werktijd, worden voor de ambtenaren werktijdregelingen vastgesteld. Onder werktijdregeling wordt verstaan een van te voren bekendgemaakt schema van aanvang en einde van de dagelijkse werktijden gedurende een bepaalde periode. Het in de werktijdregeling opgenomen aantal te werken uren op jaarbasis kan niet hoger zijn dan gemiddeld 40 uur per week. +**1.** Met inachtneming van het bepaalde in dit hoofdstuk en van het bepaalde in of krachtens Nederlandse wetten, houdende regels tot beperking van de werktijd, worden voor de ambtenaar een arbeidstijdpatroon vastgesteld. Onder arbeidstijdpatroon wordt verstaan een van te voren bekendgemaakt schema van aanvang en einde van de dagelijkse werktijden gedurende een bepaalde periode. Het in de arbeidstijdpatroon opgenomen aantal te werken uren op jaarbasis kan niet hoger zijn dan gemiddeld 40 uur per week. **2.** @@ -698,15 +698,15 @@ d. Op zaterdag kan dienst worden geëist, mits de belangen van de dienst daartoe **8.** -a. De ambtenaar van 18 jaar of ouder heeft een onafgebroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van zeven maal 24 uren, hetzij ten minste 60 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van negen maal 24 uren welke rusttijd eenmaal in elke periode van vijf achtereenvolgende weken mag worden bekort tot 32 uren. +a. De ambtenaar van 18 jaar of ouder heeft een onafgebroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van zeven maal 24 uren, hetzij ten minste 72 uren in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren, welke rusttijd kan worden gesplitst in onafgebroken rustperioden van elk ten minste 32 uren. b. De ambtenaar van 16 of 17 jaar heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van zeven maal 24 uren. -**9.** Van de voor de ambtenaar vastgestelde werktijdregeling kan slechts worden afgeweken indien het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt en – behoudens in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden – mits ervoor wordt gezorgd, dat de ambtenaar in of over het desbetreffende tijdvak van zeven dagen een ononderbroken rusttijd van ten minste 36 uren geniet. +**9.** Van het voor de ambtenaar vastgestelde arbeidstijdpatroon kan slechts worden afgeweken indien het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt en – behoudens in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden – mits ervoor wordt gezorgd, dat de ambtenaar in of over het desbetreffende tijdvak van zeven dagen een ononderbroken rusttijd van ten minste 36 uren geniet. -**10.** In bijzondere gevallen kan van de vaststelling van een werktijdregeling als bedoeld in het eerste lid worden afgezien. In die gevallen vindt het tweede tot en met negende lid overeenkomstige toepassing. +**10.** In bijzondere gevallen kan van de vaststelling van een arbeidstijdpatroon als bedoeld in het eerste lid worden afgezien. In die gevallen vindt het tweede tot en met negende lid overeenkomstige toepassing. -**11.** Indien de ambtenaar gedurende vier aaneengesloten weken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst heeft verricht, geldt met ingang van de dag onmiddellijk aansluitend op die vier weken voor zolang wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht een werktijdregeling waarin het aantal te werken uren per week gelijk is aan 36 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. +**11.** Indien de ambtenaar gedurende vier aaneengesloten weken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst heeft verricht, geldt met ingang van de dag onmiddellijk aansluitend op die vier weken voor zolang wegens ziekte geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht een arbeidstijdpatroon waarin het aantal te werken uren per week gelijk is aan 36 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. **12.** @@ -714,7 +714,7 @@ a. In overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrel b. Ten aanzien van buiten Nederland geplaatste ambtenaren is de in onderdeel a bedoelde overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet vereist. -**13.** Bij de vaststelling van een werktijdregeling voor degenen die bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland zijn geplaatst wordt rekening gehouden met dienst- en werktijden die bij een overheidsdienst in het desbetreffende land gelden; daarbij worden voorzieningen getroffen die ertoe strekken dat die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ononderbroken bezet of bereikbaar is. +**13.** Bij de vaststelling van een arbeidstijdpatroon voor degenen die bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland zijn geplaatst wordt rekening gehouden met dienst- en werktijden die bij een overheidsdienst in het desbetreffende land gelden; daarbij worden voorzieningen getroffen die ertoe strekken dat die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ononderbroken bezet of bereikbaar is. **14.** Gedurende plaatsing in een functie bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geldt in de regel een volledige arbeidsduur. @@ -823,7 +823,7 @@ De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt met bovenwet **8.** Indien de arbeidsduur van de ambtenaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op vakantie over een eventueel resterend gedeelte van het desbetreffende kalenderjaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe arbeidsduur. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de arbeidsduur verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd gehandhaafd. -**9.** Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantie. Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij aanspraak op vakantie naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij volgens de werktijdregeling dienst verricht. +**9.** Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van zijn arbeidstijdpatroon in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantie. Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van zijn arbeidstijdpatroon gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij aanspraak op vakantie naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij volgens zijn arbeidstijdpatroon dienst verricht. **10.** @@ -882,7 +882,7 @@ f. het minder uren werken op basis van de in artikel 40 bedoelde regels. ### Artikel 41c -Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17 of 18a van het BBRA 1984, wordt die toelage gedurende zijn vakantie vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge de voor hem geldende werktijdregeling zou zijn toegekend, indien hij geen vakantie zou hebben genoten. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, dan wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelage heeft genoten over de drie kalendermaanden voorafgaande aan de kalendermaand waarin zijn vakantie een aanvang nam. +Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17 of 18a van het BBRA 1984, wordt die toelage gedurende zijn vakantie vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge zijn arbeidstijdpatroon zou zijn toegekend, indien hij geen vakantie zou hebben genoten. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, dan wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelage heeft genoten over de drie kalendermaanden voorafgaande aan de kalendermaand waarin zijn vakantie een aanvang nam. ### Artikel 41d @@ -1590,7 +1590,7 @@ b. deze kosten redelijkerwijs niet voor zijn rekening kunnen blijven. **2.** -Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17, 17a, 18 of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, worden die toelagen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge de voor hem geldende werktijdregeling zou zijn toegekend indien hij niet ongeschikt was geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelagen heeft genoten over de twaalf kalendermaanden voorafgaande aan: +Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17, 17a, 18 of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, worden die toelagen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge zijn arbeidstijdpatroon zou zijn toegekend indien hij niet ongeschikt was geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelagen heeft genoten over de twaalf kalendermaanden voorafgaande aan: a. de kalendermaand waarin de ambtenaar ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, of b. de kalendermaand waarin de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen. @@ -2037,21 +2037,20 @@ c. daarbij door de ambtenaar bewijsstukken worden overgelegd waaruit blijkt dat **1.** -Met de ambtenaar wordt minimaal een keer per jaar door een functionaris, aangewezen door Onze Minister, gesproken over: +Met de ambtenaar wordt minimaal een keer per jaar door een leidinggevende functionaris, aangewezen door Onze Minister, gesproken over: -a. de wijze waarop de ambtenaar de opgedragen werkzaamheden heeft uitgevoerd en de resultaten die daarbij zijn gehaald; -b. de omstandigheden waaronder de opgedragen werkzaamheden zijn uitgevoerd; -c. welke werkzaamheden de ambtenaar zullen worden opgedragen en welke resultaten daarbij behaald moeten worden; -d. de omstandigheden waaronder die op te dragen werkzaamheden zullen worden uitgevoerd, en -e. de wijze waarop de persoonlijke ontwikkeling van de ambtenaar bevorderd kan worden. +a. de resultaten die de ambtenaar heeft behaald en de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de opgedragen werkzaamheden zijn uitgevoerd; +b. de opvatting van zowel de functionaris als de ambtenaar over het onder a besprokene, op basis waarvan de functionaris tot een uiteindelijke samenvattende conclusie komt; +c. welke werkzaamheden de ambtenaar zullen worden opgedragen, de omstandigheden waaronder deze zullen worden uitgevoerd en welke resultaten daarbij behaald moeten worden; +d. de wijze waarop de persoonlijke ontwikkeling van de ambtenaar bevorderd kan worden. -**2.** Indien de ambtenaar gedurende vijf aaneengesloten jaren dezelfde functie heeft vervuld, wordt in het gesprek als bedoeld in het eerste lid specifieke aandacht besteed aan de continuering van de loopbaan. +**2.** Indien de ambtenaar gedurende vijf aaneengesloten jaren dezelfde functie heeft vervuld, wordt in het gesprek als bedoeld in het eerste lid specifieke aandacht besteed aan de wenselijkheid en mogelijkheid van de continuering van de loopbaan in een andere functie. -**3.** Van het met de ambtenaar besprokene wordt een schriftelijk verslag gemaakt. +**3.** Over de in het eerste lid, onder c en d, genoemde onderwerpen worden met de ambtenaar afspraken gemaakt. -**4.** Over de in het eerste lid, onder c, d en e, genoemde onderwerpen worden met de ambtenaar afspraken gemaakt. +**4.** Van het met de ambtenaar besprokene, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt een schriftelijk verslag gemaakt. -**5.** Onze Minister stelt vast aan welke eisen een gesprek als bedoeld in het eerste lid alsmede een verslag daarvan moet voldoen. +**5.** Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt vast aan welke eisen een gesprek als bedoeld in het eerste lid alsmede het verslag, bedoeld in het vierde lid moet voldoen. ### Artikel 79