2008-04-30 | BWBR0006517 | Besluit bezoldiging politie
This commit is contained in:
parent
2892fa7d48
commit
1c979f5c14
1 changed files with 39 additions and 182 deletions
|
|
@ -26,11 +26,11 @@ e. bijzondere ambtenaar van politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, tweede
|
|||
f. vakantiewerker: een scholier of student die ten tijde van onderbreking van zijn opleiding wegens vakantie voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden;
|
||||
g. voorziening tot samenwerking: een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de Politiewet 1993;
|
||||
h. het LSOP: het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
|
||||
i. ambtenaar: de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de bijzondere ambtenaar van politie en de vakantiewerker;
|
||||
i. ambtenaar: de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de bijzondere ambtenaar van politie en de vakantiewerker;
|
||||
j. bevoegd gezag:
|
||||
|
||||
1°. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een regionaal politiekorps;
|
||||
2°. Onze Minister, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten;
|
||||
1°. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een regionaal politiekorps;
|
||||
2°. Onze Minister, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten;
|
||||
3°. Onze Minister van Justitie, voor zover het betreft de bijzondere ambtenaar van politie;
|
||||
4°. de raad van toezicht van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
|
||||
5°. het college van bestuur van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;
|
||||
|
|
@ -46,12 +46,12 @@ r. functie: het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krac
|
|||
s. toelagen: alle toelagen waarop ingevolge dit besluit aanspraak bestaat;
|
||||
t. vergoedingen: alle vergoedingen waarop ingevolge dit besluit aanspraak bestaat;
|
||||
u. uitkeringen: alle uitkeringen waarop ingevolge dit besluit aanspraak bestaat;
|
||||
v. bezoldiging: de som van het salaris, de toelagen, met uitzondering van de toelage, bedoeld in artikel 16, eerste lid, alsmede de toelage op grond van artikel IV van het koninklijk besluit van 4 september 1968 tot wijziging van het Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 477), alsmede de uitkering, bedoeld in artikel 25a, indien Onze Minister zulks bepaalt;
|
||||
v. bezoldiging: de som van het salaris, de toelagen, met uitzondering van de toelage, bedoeld in artikel 16, eerste lid, alsmede de uitkering, bedoeld in artikel 25a, indien Onze Minister zulks bepaalt;
|
||||
w. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 18, eerste lid van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
x. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
|
||||
y. deskundige persoon: een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet;
|
||||
z. beroepsziekte: een ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
aa. dienstongeval: een ongeval, welke in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en dat niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
z. beroepsziekte: een ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, of een beroepsziekte als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Regeling vredesmissies politie;
|
||||
aa. dienstongeval: een ongeval, welke in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en dat niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, of een ongeval als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Regeling vredesmissies politie;
|
||||
bb. beroepsincident: een dienstongeval of een beroepsziekte voortvloeiend uit een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van zijn taak waaraan de ambtenaar zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken;
|
||||
cc. herplaatsen: het op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opdragen van een andere functie of de eigen functie onder andere voorwaarden;
|
||||
dd. herplaatsingstoelage: een herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het Pensioenreglement;
|
||||
|
|
@ -128,10 +128,6 @@ d. in het jaar 2004 40% van de premie voor het algemeen deel van de AFUP.
|
|||
|
||||
**3.** Op de bezoldiging van de ambtenaar, bedoeld in artikel 88, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, wordt in de periode voorafgaand aan de dag waarop zijn ontslag ingaat, een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het gedeelte van de voor het algemeen deel van de AFUP verschuldigde pensioenpremie dat op hem verhaald zou zijn als hij deelnemer zou zijn geweest in het AFUP-opbouwreglement.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
Op het salaris van de ambtenaar, met uitzondering van de ambtenaar op wie artikel 88 van het Besluit algemene rechtspositie politie van toepassing is, wordt door het bevoegd gezag de helft van de voor het PartnerPlusPensioen Politie, bedoeld in artikel 1 van bijlage C van het Pensioenreglement, verschuldigde premie ingehouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
De ambtenaar ontvangt geen bezoldiging over de tijd gedurende welke hij opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten.
|
||||
|
|
@ -218,105 +214,6 @@ Het salaris van de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekk
|
|||
|
||||
Bij bijzondere prestaties kan een gratificatie worden toegekend.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3a. Bijdrage levensloopregeling
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk en hoofdstuk 3b wordt onder «berekeningsgrondslag» verstaan: de uitkomst van het pensioengevend inkomen, berekend zonder de toelagen, bedoeld in de artikelen 12b, 12c en 12d, en uitgaand van een volledige betrekkingsomvang, gedeeld door twaalf.
|
||||
|
||||
### Artikel 12b
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar heeft recht op een maandelijkse toelage inhoudende een algemene levensloopbijdrage van 0,75% van de berekeningsgrondslag. Bij een deelbetrekking wordt de levensloopbijdrage berekend naar rato van de betrekkingsomvang.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het in het eerste lid genoemde percentage in 2006 0,45%.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaar op wie de artikelen 88 en 88a van het Besluit algemene rechtspositie politie van toepassing zijn, heeft geen recht op de toelage bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3b. Toelage bezwarende functies
|
||||
|
||||
### Artikel 12c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Aan de volgende ambtenaren, voor wie een salarisschaal geldt die lager is dan salarisschaal 12 van bijlage I, wordt maandelijks een toelage bezwarende functie toegekend:
|
||||
|
||||
a. de aspirant, met uitzondering van de aspirant, aangesteld op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
|
||||
b. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
|
||||
c. de ambtenaar, aangesteld voor administratieve, technische en andere taken ten dienste van de politie in een functie als bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de ambtenaar in de functie van vlieger bij de landelijke eenheid wordt maandelijks de toelage bezwarende functie toegekend ongeacht de salarisschaal.
|
||||
|
||||
**3.** De toelage bezwarende functie wordt toegekend voor de duur van maximaal 25 jaar en uiterlijk tot de eerste dag van de maand volgend op die waarin de ambtenaar de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Op de maximale duur van 25 jaar wordt in mindering gebracht de periode waarover, voorafgaand aan de invoering van de toeslag bezwarende functie, rechten zijn genoten of opgebouwd waarvoor de toelage bezwarende functie in de plaats is gekomen.
|
||||
|
||||
**4.** De toelage bezwarende functie bedraagt 1,8% van de berekeningsgrondslag. Bij een deelbetrekking wordt de toelage berekend naar rato van de betrekkingsomvang.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid bedraagt de toelage bezwarende functie in 2006 1,6% van de berekeningsgrondslag. Bij een deelbetrekking wordt de toelage berekend naar rato van de betrekkingsomvang.
|
||||
|
||||
**6.** Bij een onderbreking van het dienstverband en een nieuwe aanstelling in politiedienst wordt een eventueel bestaand recht op de toelage bezwarende functie voortgezet. Er ontstaat geen recht op een nieuwe termijn van 25 jaar.
|
||||
|
||||
**7.** De ambtenaar op wie de artikelen 88 en 88a van het Besluit algemene rechtspositie politie van toepassing zijn, heeft geen recht op de toelage bedoeld in het eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 12d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Aan de ambtenaar wordt maandelijks een inhaaltoelage bezwarende functie toegekend, indien de ambtenaar:
|
||||
|
||||
a. op 12 maart 1999 en op 31 december 2000 een functie vervulde waarvoor tot 1 januari 2001 een leeftijdsgrens gold op grond van artikel 88, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, zoals dat luidde direct voor die datum;
|
||||
b. op 1 januari 2001 jonger was dan 50 jaar; en
|
||||
c. vanaf 1 januari 2001 ononderbroken is aangesteld door een bevoegd gezag of opeenvolgend door meer dan één bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt niet als onderbreking aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. een onderbreking van maximaal twee maanden;
|
||||
b. een onderbreking van maximaal vijf jaren gelegen tussen het tijdstip van ontslag in verband met arbeidsongeschiktheid en het tijdstip waarop de ambtenaar wederom de hoedanigheid van ambtenaar heeft verworven;
|
||||
c. een onderbreking van maximaal achttien maanden gelegen tussen een tijdstip met ingang waarvan de ambtenaar, al dan niet na ontslag, recht op een ontslaguitkering of een wachtgelduitkering of een uitkering op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie, heeft verkregen en het tijdstip waarop die ambtenaar opnieuw de hoedanigheid van ambtenaar heeft verworven;
|
||||
d. een onderbreking van maximaal vier jaren gelegen tussen het tijdstip van ontslag in verband met zorgtaken en het tijdstip waarop de ambtenaar opnieuw de hoedanigheid van ambtenaar heeft verworven.
|
||||
|
||||
**3.** De inhaaltoelage bezwarende functie wordt toegekend tot de eerste dag van de maand volgend op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**4.** De inhaaltoelage bezwarende functie bedraagt een percentage van de berekeningsgrondslag. Het percentage wordt bepaald door het bevoegd gezag die daartoe wordt geadviseerd door de Stichting pensioenfonds ABP. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de berekeningsgrondslag.
|
||||
|
||||
**5.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die bij eerste indiensttreding in een functie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, 35 jaar of ouder was, komt in aanmerking voor een aanvullend percentage bovenop het percentage, bedoeld in vierde lid. Het aanvullende percentage wordt bepaald door het bevoegd gezag die daartoe wordt geadviseerd door de Stichting pensioenfonds ABP. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld.
|
||||
|
||||
**6.** In het geval de ambtenaar niet of niet volledig in het genot is van zijn volledige bezoldiging, heeft dit geen gevolgen voor de toekenning van de inhaaltoelage bezwarende functie.
|
||||
|
||||
**7.** Eenmaal vastgesteld loopt de inhaaltoelage bezwarende functie door tot het moment dat de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt dan wel de politie vóór die leeftijd verlaat. Veranderingen van functie, betrekkingsomvang, status of salarisschaal hebben geen effect op de duur en het vastgestelde percentage.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3c. Te gelde maken algemene levensloopbijdrage, toelage bezwarende functie en inhaaltoelage bezwarende functie
|
||||
|
||||
### Artikel 12e
|
||||
|
||||
De ambtenaar kan het bevoegd gezag verzoeken de bijdrage en toelagen, bedoeld in de artikelen 12b tot en met 12d, aan te wenden voor de ingevolge artikel 47a Besluit algemene rechtspositie politie getroffen levensloopvoorziening. Bij het uitblijven van een dergelijk verzoek keert het bevoegd gezag deze bijdragen en toelagen uit als onderdeel van de maandelijkse salarisbetaling.
|
||||
|
||||
### Artikel 12f
|
||||
|
||||
**1.** Onder ambtenaar in dit artikel wordt verstaan de ambtenaar, die op 1 januari 2006 recht heeft op een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of die in de periode van 1 januari 2006 tot 1 januari 2008 recht heeft verkregen op een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar kan het bevoegd gezag melden de bijdrage en toelagen, bedoeld in de artikelen 12b tot en met 12d, in afwijking van artikel 12e, te willen besteden, door:
|
||||
|
||||
a. geheel of gedeeltelijk verlof op te nemen;
|
||||
b. de waarde van de levensloopbijdrage geheel of ten dele uit te laten betalen;
|
||||
c. geheel of ten dele af te zien van de levensloopbijdrage; of
|
||||
d. een combinatie van onderdelen a, b en c te kiezen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de ambtenaar kiest voor besteding van de bijdrage en toelagen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, merkt het bevoegd gezag op zijn verzoek de levensloopbijdrage bij uitbetaling eenmalig niet als pensioengevend inkomen aan.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De in het tweede lid vermelde keuzes worden:
|
||||
|
||||
a. eenmalig gemaakt, waar het de uitvoering betreft over de periode 2006 tot en met 2013, en
|
||||
b. jaarlijks gemaakt ten aanzien van de uitvoering vanaf het kalenderjaar 2014.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de levensloopbijdragen, bedoeld in de artikelen 12b tot en met 12d, die betrekking hebben op de in het vierde lid, onder a genoemde periode, reeds zijn uitbetaald of zijn aangewend voor de ingevolge artikel 47a Besluit algemene rechtspositie politie getroffen levensloopvoorziening, is het tweede lid niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriele regeling worden nadere regels gesteld over de melding, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Inconveniëntentoelage
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
|
@ -331,8 +228,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
De operationele toelage wordt berekend per periode van vier weken en bedraagt voor elk uur waarop de ambtenaar werkelijke dienst verricht dan wel werkelijke dienst zou hebben verricht indien de ambtenaar niet binnen een tijdvak van vier dagen direct daaraan voorafgaande door het bevoegde gezag tot dienstverrichting op andere tijdstippen geroepen was:
|
||||
|
||||
a. over uren in het tijdvak van maandag tot en met donderdag van 22.00 tot 07.00 uur en op zaterdag en zondag van 07.00 tot 22.00 uur, € 3,82; en
|
||||
b. over uren in het tijdvak van 22.00 tot 07.00 uur in de weekeindnachtdiensten, € 5,73.
|
||||
a. over uren in het tijdvak van maandag tot en met donderdag van 22.00 tot 07.00 uur en op zaterdag en zondag van 07.00 tot 22.00 uur, € 3,82; en
|
||||
b. over uren in het tijdvak van 22.00 tot 07.00 uur in de weekeindnachtdiensten, € 5,73.
|
||||
|
||||
**3.** Hetgeen in het tweede lid ten aanzien van het verrichten van dienst op zaterdag en zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van dienst op de Nieuwjaarsdag, de tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -457,8 +354,9 @@ b. de ambtenaar in de loop van een maand slechts een gedeelte van zijn bezoldigi
|
|||
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar geacht in het genot van de volle bezoldiging te zijn, indien hij
|
||||
|
||||
a. niet zijn volledige bezoldiging geniet op grond van de artikelen 13a, 28b en 41 van het Besluit algemene rechtspositie politie of op grond van de artikelen 32 tot en met 37 en 38,
|
||||
b. een aanvulling op zijn ZW-uitkering geniet op grond van artikel 39a, of
|
||||
c. niet zijn volledige salaris geniet vanwege een inhouding op dat salaris op grond van de Regeling verlofsparen politie.
|
||||
b. een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg ontvangt,
|
||||
c. een aanvulling op zijn ZW-uitkering geniet op grond van artikel 39a, of
|
||||
d. niet zijn volledige salaris geniet vanwege een inhouding op dat salaris op grond van de Regeling verlofsparen politie.
|
||||
|
||||
Is het feitelijk genot van de bezoldiging teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage dan wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht geen bezoldiging te genieten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -482,7 +380,7 @@ Artikel 23 is mede van toepassing op de gewezen ambtenaar die ingevolge artikel
|
|||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar kan een incidentele eindejaarsuitkering of een eenmalige uitkering worden toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de incidentele eindejaarsuitkering of eenmalige uitkering, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister nadere regels vast met betrekking tot de hoogte van de uitkering en het tijdstip van uitbetaling, en bepaalt Onze Minister of de uitkering behoort tot de bezoldiging en het inkomen in de zin van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.
|
||||
**2.** Ten aanzien van de incidentele eindejaarsuitkering of eenmalige uitkering, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister nadere regels vast met betrekking tot de hoogte van de uitkering en het tijdstip van uitbetaling, en bepaalt Onze Minister of de uitkering behoort tot de bezoldiging.
|
||||
|
||||
### Artikel 25b
|
||||
|
||||
|
|
@ -504,7 +402,7 @@ In afwijking van het eerste en tweede lid heeft de ambtenaar:
|
|||
a. in het jaar 2001 recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van 2,50% van het door hem in dat jaar genoten salaris;
|
||||
b. in het jaar 2002 recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van 5,25% van het door hem in dat jaar genoten salaris, doch ten minste € 81,40 per maand gedurende de eerste helft van dat jaar en ten minste € 82,21 per maand gedurende de tweede helft van dat jaar, met dien verstande dat dit bedrag overeenkomstig het tweede en derde lid naar evenredigheid wordt verminderd.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt voor de toepassing van dit artikel het salaris in acht genomen zoals dit zou zijn genoten indien geen sprake zou zijn geweest van recht op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
|
||||
**5.** Indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt voor de toepassing van dit artikel het salaris in acht genomen zoals dit zou zijn genoten indien geen sprake zou zijn geweest van recht op een uitkering op grond van de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de ambtenaar vanwege een inhouding op grond van de Regeling verlofsparen politie niet zijn volledige salaris geniet, wordt voor de toepassing van dit artikel het salaris in aanmerking genomen zoals dit zou zijn genoten indien geen sprake zou zijn geweest van een inhouding op het salaris vanwege die regeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -516,7 +414,7 @@ b. in het jaar 2002 recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van 5,25% van h
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar kan een uitkering worden toegekend om redenen van werving of behoud tot een maximum van € 45 400,- per kalenderjaar.
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar kan een uitkering worden toegekend om redenen van werving of behoud tot een maximum van € 45 400,- per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** De uitkering wordt toegekend aan het einde van een tijdvak dat tevoren is vastgesteld door het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -544,7 +442,7 @@ b. in het jaar 2002 recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van 5,25% van h
|
|||
|
||||
**8.** De vergoeding voor elk uur overwerk is een bedrag in geld ter grootte van het salaris per uur van de ambtenaar dan wel verlof voor de duur van één uur, vermeerderd met € 6,00 dan wel verlof voor de duur van een half uur, bij wijze van toeslag.
|
||||
|
||||
**9.** De in het achtste lid genoemde vergoeding door middel van een bedrag in geld wordt zo spoedig mogelijk uitbetaald, doch uiterlijk bij gelegenheid van de tweede salarisbetaling volgende op de periode van vier weken waarin het overwerk is verricht.
|
||||
**9.** De in het achtste lid genoemde vergoeding door middel van een bedrag in geld wordt zo spoedig mogelijk uitbetaald, doch uiterlijk bij gelegenheid van de tweede salarisbetaling volgende op de periode van vier weken waarin het overwerk is verricht. De vergoeding is niet pensioengevend.
|
||||
|
||||
**10.** In geval vergoeding van overwerk plaatsvindt door middel van verlof, wordt het verlof zo spoedig mogelijk verleend, doch uiterlijk in de periode van vier weken waarin de in het negende lid bedoelde salarisbetaling plaatsvindt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -566,6 +464,8 @@ b. in het jaar 2002 recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van 5,25% van h
|
|||
|
||||
**2.** De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de toeslag als bedoeld in artikel 27, achtste lid. De vergoeding voor delen van een uur wordt vastgesteld op een evenredig deel van de toeslag.
|
||||
|
||||
**3.** De vergoeding die is uitgekeerd in geld, is niet pensioengevend.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt regels vast terzake van een maaltijdvergoeding bij overwerk, voor zover de ambtenaar ingevolge het Besluit vergoeding dienstreizen politie ter zake geen aanspraak op vergoedingen voor maaltijden heeft.
|
||||
|
|
@ -704,9 +604,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt gedurende zijn ontheffing een non-activiteitswedde toegekend op de voet van de artikelen 4, eerste lid, onder *b*, tweede, derde, vierde en vijfde lid, en 5, eerste lid, onder *b*, en tweede lid van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement.
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt wordt gedurende zijn ontheffing een non-activiteitswedde toegekend. De non-activiteitswedde is het bedrag waarmee de laatstelijk door hem in zijn ambt genoten bezoldiging het gezamenlijk bedrag van alle aan de werkzaamheden in dat publiekrechtelijk college verbonden inkomsten, overschrijdt.
|
||||
|
||||
**2.** Onder schadeloosstelling als bedoeld in 4, eerste lid, onder b, van de in het eerste lid genoemde wet worden voor de toepassing van het eerste lid verstaan alle inkomsten die aan de in het eerste lid bedoelde hoedanigheid zijn verbonden.
|
||||
**2.** Toekenning van de non-activiteitswedde vindt plaats op de voet van het bepaalde in de artikelen 4, tweede, derde, vierde en vijfde lid, en 5 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op degene die een non-activiteitswedde geniet uit hoofde van artikel 4, eerste lid, van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement.
|
||||
|
||||
### Artikel 31a
|
||||
|
||||
|
|
@ -805,7 +707,7 @@ De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens
|
|||
Het tijdvak van 104 weken, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd:
|
||||
|
||||
a. met de duur van de vertraging, indien het bevoegd gezag de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de ZW, later doet dan op grond van dat artikel is voorgeschreven;
|
||||
b. met de duur van de vertraging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WAO, zoals dat artikel luidde op 31 december 2003, indien de wachttijd met toepassing van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd;
|
||||
b. met de duur van de vertraging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WAO, zoals dat artikel luidde op 31 december 2003, indien de wachttijd met toepassing van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd;
|
||||
c. met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 71a, negende lid, van de WAO heeft vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Ingeval van verlenging op grond van het vierde lid, kan het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, niet méér dan 156 weken belopen.
|
||||
|
|
@ -840,7 +742,7 @@ b. de som van zijn bezoldiging na herplaatsing, een uit zijn arbeidsongeschikthe
|
|||
|
||||
De ambtenaar die op grond van artikel 49b, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie passende arbeid verricht en daartoe is herplaatst, heeft tevens aanspraak op een aanvullende uitkering nadat de termijn van 104 weken is verstreken, indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantieuitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en
|
||||
a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke betrekking voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditieitspensioen en een herplaatsingstoelage.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
|
@ -877,7 +779,7 @@ d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
|||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar van wie de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een dienstongeval of een beroepsziekte doch niet door een beroepsincident, wordt op zijn aanvraag voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met de gewezen ambtenaar van wie de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een beroepsincident.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaar en de gewezen ambtenaar worden geacht een aanvraag te hebben ingediend als bedoeld in het eerste en tweede lid indien de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens een dienstongeval of een beroepsziekte is gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 mei 2006.
|
||||
**3.** De ambtenaar en de gewezen ambtenaar worden geacht een aanvraag te hebben ingediend als bedoeld in het eerste en tweede lid indien de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens een dienstongeval of een beroepsziekte is gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 mei 2006.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
|
|
@ -911,7 +813,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overlede
|
|||
|
||||
De in het vijfde lid bedoelde aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a) een percentage van de laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, in het jaar voorafgaande aan zijn ontslag; en
|
||||
a) een percentage van de laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, in het jaar voorafgaande aan zijn ontslag; en
|
||||
b) de som van de ambtenaar toegekende WAO-uitkering, een hem toegekend invaliditeitspensioen, een hem toegekende herplaatsingstoelage dan wel in voorkomend geval een hem toegekende suppletie op grond van het Besluit suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
|
@ -946,66 +848,21 @@ c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overlede
|
|||
|
||||
### Artikel 39a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De gewezen ambtenaar die waarschijnlijk zal bevallen binnen vier maanden na de datum van ingang van haar ontslag, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging gedurende de periode die aanvangt op de 41e dag voorafgaande aan de vermoedelijke datum van bevalling en eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
De gewezen ambtenaar die waarschijnlijk zal bevallen binnen vier maanden na het tijdstip van de ingang van haar ontslag en recht heeft op een ZW-uitkering, heeft aanspraak op een aanvulling van die uitkering tot het niveau van haar laatstelijk genoten bezoldiging gedurende de periode die:
|
||||
**2.** De periode, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd tot zestien weken, indien die periode door een voortijdige bevalling minder dan zestien weken heeft bedragen.
|
||||
|
||||
a) aanvangt op de 41e dag voorafgaande aan de vermoedelijke datum van bevalling; en
|
||||
b) eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
|
||||
**3.** De gewezen ambtenaar van wie de bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na de datum van ingang van haar ontslag, maar die niettemin binnen die termijn bevalt, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging gedurende de periode die aanvangt op de datum van bevalling en eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.** De periode, bedoeld in het derde lid, wordt verlengd tot 16 weken, indien die periode door een voortijdige bevalling minder dan 16 weken heeft bedragen.
|
||||
**4.** Voor zolang de gewezen ambtenaar na beëindiging van de haar ingevolge het eerste of derde lid toekomende uitkering nog wegens ziekte ongeschikt is tot werken of binnen een maand na deze beëindiging ongeschikt wordt tot werken, heeft zij gedurende een tijdvak van 52 weken recht op de doorbetaling van de bezoldiging overeenkomstig artikel 39. De termijn van 52 weken loopt vanaf de eerste dag na de bevalling.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**5.** Ongeschikt tot werken, in de zin van het vierde lid is de gewezen ambtenaar die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om een naar aard en omvang soortgelijke betrekking als zij vervulde, te vervullen.
|
||||
|
||||
De gewezen ambtenaar van wie de bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, maar die niettemin binnen die termijn bevalt en recht heeft op een ZW-uitkering, heeft aanspraak op een aanvulling van die uitkering tot het niveau van haar laatstelijk genoten bezoldiging gedurende de periode die:
|
||||
**6.** Artikel 55, vijfde en zesde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie en artikel 41, tweede lid, van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
a) aanvangt op de datum van bevalling; en
|
||||
b) eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden.
|
||||
**7.** Dit artikel is niet van toepassing als het Besluit suppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie, van toepassing is. Het recht op grond van dit artikel leidt in dat geval niet tot uitkering en evenmin tot wijziging van de berekening van de perioden daarvan.
|
||||
|
||||
**4.** De gewezen ambtenaar die aansluitend aan de periode genoemd in het eerste lid, onderdeel b, respectievelijk derde lid, onderdeel b, ongeschikt is tot werken, welke ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, en die dientengevolge recht heeft op een ZW-uitkering, kan aanspraak maken op een aanvulling van die uitkering tot het niveau van haar laatstelijk genoten bezoldiging.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zolang de gewezen ambtenaar na beëindiging van de haar ingevolge het eerste of derde lid toekomende uitkering nog wegens ziekte ongeschikt is tot werken, of binnen een maand na deze beëindiging ongeschikt wordt tot werken, en die ongeschiktheid een andere oorzaak heeft dan die in het vierde lid genoemde, heeft zij gedurende een tijdvak van 52 weken recht op de doorbetaling van de bezoldiging overeenkomstig artikel 39. De termijn van 52 weken loopt vanaf de eerste dag na de bevalling.
|
||||
|
||||
**6.** Ongeschikt tot werken, geheel of gedeeltelijk, in de zin van het vijfde lid is de gewezen ambtenaar die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om een naar aard en omvang soortgelijke betrekking als zij vervulde, te vervullen.
|
||||
|
||||
**7.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de ZW-uitkering waarop de gewezen ambtenaar recht heeft steeds aangemerkt als een uitkering die door deze onverminderd is genoten.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van dit artikel blijft de ZW-uitkering aan de ambtenaar of gewezen ambtenaar buiten aanmerking, voor zover daarop anders dan ter zake van zijn dienstbetrekking, respectievelijk vroegere dienstbetrekking bij de sector Politie aanspraak bestaat.
|
||||
|
||||
**9.** Bij samenloop van dit artikel met het Besluit suppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie, wordt laatstgenoemd besluit uitgevoerd. Het recht op grond van dit artikel leidt in dat geval niet tot uitkering en de berekening van de perioden daarvan wordt niet gewijzigd.
|
||||
|
||||
**10.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de voorgaande leden, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector politie.
|
||||
|
||||
### Artikel 39b
|
||||
|
||||
**1.** De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, veroorzaakt door een dienstongeval of een beroepsziekte, ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, heeft recht op een aanvullende uitkering nadat het tijdvak van 104 weken, bedoeld in artikel 38, eerste lid, is verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** De uitkering voor de gewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die volledig en duurzaam ongeschikt is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de WIA, wordt aangevuld tot 95% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, waarop aanspraak zou bestaan op de dag voor zijn ontslag indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van arbeid.
|
||||
|
||||
**3.** De uitkering voor de gewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die gedeeltelijk arbeidsgeschikt is als bedoeld in artikel 5 van de WIA en slechts in staat is met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 1 van de WIA, per uur, wordt aangevuld tot 90,02% van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering waarop aanspraak zou bestaan op de dag voor zijn ontslag indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van arbeid. Indien de gewezen ambtenaar op grond van artikel 49b, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie voor zijn ontslag passende arbeid heeft verricht en daartoe is herplaatst, gelden voor de toepassing van de vorige volzin de bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering waarop aanspraak zou bestaan op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van arbeid.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De aanvullende uitkering voor de gewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die 35 tot 80% arbeidsongeschikt is bedraagt:
|
||||
|
||||
a. gedurende de looptijd van de loongerelateerde uitkering, in geval de verdiencapaciteit volledig wordt benut, 90% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen;
|
||||
b. gedurende de looptijd van de loongerelateerde uitkering, in geval de verdiencapaciteit niet volledig wordt benut, 80% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen;
|
||||
c. gedurende de looptijd van de loonaanvulling, waarbij de verdiencapaciteit voor 50% of meer wordt benut, 90% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen dat de ambtenaar bij volledige benutting van zijn restverdiencapaciteit zou verdienen;
|
||||
d. gedurende de looptijd van de vervolguitkering, waarbij de verdiencapaciteit voor minder dan voor 50% wordt benut, gedurende maximaal tien jaar, 75% van het oude inkomen maal het arbeidsongeschiktheidspercentage.
|
||||
|
||||
**5.** Onder het oude inkomen, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan de laatstgenoten bezoldiging, de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. Onder het nieuwe inkomen, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan de nieuwe structurele bruto inkomsten uit arbeid, de WIA-uitkering en het arbeidsongeschiktheidspensioen.
|
||||
|
||||
**6.** De aanvullende uitkering voor de gewezen ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, bedraagt 70% van het inkomensverlies, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, tweede volzin.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De aanvullende uitkering eindigt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden;
|
||||
b. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of
|
||||
d. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**8.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het tweede en het derde lid, wordt herberekend overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector Politie.
|
||||
**8.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de voorgaande leden, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector politie.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
|
|
@ -1090,7 +947,7 @@ De aanspraken van de ambtenaar op grond van dit hoofdstuk na de eerste 104 weken
|
|||
|
||||
a) weigert aangeboden passende arbeid, waartoe de deskundige persoon of de arbodienst hem in staat acht, te verkrijgen of te aanvaarden;
|
||||
b) zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verzuimbegeleiding en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedure;
|
||||
c) geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering in verband met de toepassing van artikel 25 of 28, onder a of b, van de WAO.
|
||||
c) geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering in verband met de toepassing van artikel 25 of 28, onder a of b, van de WAO.
|
||||
|
||||
**2.** De ingevolge het eerste lid vervallen aanspraken herleven met ingang van het tijdstip waarop de ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de betreffende verplichting op grond van dat lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1129,7 +986,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 45d
|
||||
|
||||
**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen van hoofdstuk X van dit besluit van toepassing zoals deze luidden op 31 december 2005.
|
||||
**1.** Ten aanzien van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004, blijven de artikelen van hoofdstuk X van dit besluit van toepassing zoals deze luidden op 31 december 2005.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3.1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg of een uitkering op grond van artikel 3:8, of 3:10, eerste lid, van die wet, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1219,11 +1076,11 @@ Wijzigt dit besluit.
|
|||
|
||||
### Artikel 49c
|
||||
|
||||
Artikel 6, zesde lid, onderdeel d, en zevende lid, is tot en met 31 december 2006 niet van toepassing op een reorganisatie, anders dan een reorganisatie aangaande bovenregionale samenwerkingen, een voorziening tot samenwerking als bedoeld in de artikelen 47 en 47a van de Politiewet (Stb. 2005, 242) of veranderingen in de landelijke organisatie van de politie.
|
||||
Artikel 6, zesde lid, onderdeel d, en zevende lid, is tot en met 31 december 2006 niet van toepassing op een reorganisatie, anders dan een reorganisatie aangaande bovenregionale samenwerkingen, een voorziening tot samenwerking als bedoeld in de artikelen 47 en 47a van de Politiewet (Stb. 2005, 242) of veranderingen in de landelijke organisatie van de politie.
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 6 tot en met 10, 14 tot en met 17b, 18, 20, 27 tot en met 30 zijn niet van toepassing op de aspirant met dien verstande dat de artikelen 14, 18, 27, 27a en 28 wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende het praktisch opleidingsdeel.
|
||||
**1.** De artikelen 6 tot en met 10, 14 tot en met 17, 17b, 18, 20, 27 tot en met 30 zijn niet van toepassing op de aspirant met dien verstande dat de artikelen 14, 18, 27, 27a en 28 wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende het praktisch opleidingsdeel.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 6 tot en met 30 zijn niet van toepassing op de vakantiewerker.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1251,8 +1108,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage II. bij het Besluit bezoldiging politie, salaristabellen van aspiranten per 1 juni 2007 (in euro per maand)
|
||||
## Bijlage II. bij het Besluit bezoldiging politie, salaristabellen van aspiranten per 1 juni 2007 (in euro per maand)
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage III. bij het Besluit bezoldiging politie, garantiebedragen conform artikel 3, vierde lid per 1 juni 2007 (in euro per maand)
|
||||
## Bijlage III. bij het Besluit bezoldiging politie, garantiebedragen conform artikel 3, vierde lid per 1 juni 2007 (in euro per maand)
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue