diff --git a/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-zero-emissie-mobiliteit/BWBR0049842/README.md b/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-zero-emissie-mobiliteit/BWBR0049842/README.md index 97bf08d81c5..3ac259e5f54 100644 --- a/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-zero-emissie-mobiliteit/BWBR0049842/README.md +++ b/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-zero-emissie-mobiliteit/BWBR0049842/README.md @@ -516,6 +516,7 @@ In deze paragraaf wordt verstaan onder: - *AC laadstation:* laadstation als bedoel in artikel 2, punt 52, van verordening 2023/1804 zonder ingebouwde converter; - *OV-concessiehouder:* vergunninghoudende vervoerder als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000 van een concessie voor openbaar busvervoer; - *DC laadstation:* laadstation als bedoel in artikel 2, punt 52, van verordening 2023/1804 met ingebouwde converter; +- *duopaal:* AC laadstation met twee laadpunten die gelijktijdig een vermogen vanaf 11 kW per laadpunt kunnen leveren; - *exploitant van laadinfrastructuur:* onderneming waarvan de activiteiten op de locatie in hoofdzaak bestaan uit het via laadinfrastructuur of tankstations aanbieden van elektriciteit of brandstoffen aan derden; - *hernieuwbare elektriciteit:* elektriciteit als bedoeld in artikel 2, punt 102 quinquies, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; - *laadinfrastructuur:* oplaadinfrastructuur als bedoeld in artikel 2, punt 102bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; @@ -536,34 +537,37 @@ Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van investeringen gericht op versne De Minister kan op grond van deze paragraaf subsidie verstrekken voor: a. advisering door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onderneming over de realisatie van private laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen die niet te allen tijde voor het publiek toegankelijk is; of -b. investeringen in de aanleg van nieuwe private laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen die niet te allen tijde voor het publiek toegankelijk is. +b. investeringen in de aanleg van in Nederland gelegen nieuwe private laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen die niet te allen tijde voor het publiek toegankelijk is. **2.** De advisering bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bestaat uit een na 1 april 2024 opgesteld advies dat ten minste de volgende elementen bevat: -a. het aantal benodigde laadpunten, type laadstation, verwachte investeringskosten van de laadinfrastructuur en de meest geschikte locaties passend bij de bedrijfsvoering, beschikbare netcapaciteit en de verwachte groei van het elektrische wagenpark van de aanvrager, diens klanten of huurders; -b. de voorziene netcapaciteit, de grootte van de benodigde netaansluiting en, bij ontbreken van voldoende netcapaciteit, de verwachte duur tot realisatie of aanpassing van de netaansluiting; en -c. een situatietekening waarin de fysieke inpassing van de laadinfrastructuur is weergegeven. +a. het huidig elektriciteitsverbruiksprofiel van de locatie, en de verwachte groei van het elektrische wagenpark van de aanvrager, diens klanten of huurders; +b. het aantal benodigde laadpunten, type laadstation dat past bij de laadvraag van het elektrisch wagenpark passend bij de bedrijfsvoering en de verwachte investeringskosten van de laadinfrastructuur, uitgewerkt als de totale kosten voor het laden waarin ook operationele kosten zijn meegenomen; +c. de voorziene netcapaciteit, de grootte van de benodigde netaansluiting en, bij ontbreken van voldoende netcapaciteit, de verwachte duur tot realisatie of aanpassing van de netaansluiting; en +d. een situatietekening waarin de fysieke inpassing van de laadinfrastructuur is weergegeven. **3.** De laadinfrastructuur bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bestaat uit een of meer laadstations en bevat ten minste: -a. de basislaadinfrastructuur, bestaande uit het totaal van de infrastructuur behorende bij het laadpunt, waaronder de hoofdaansluiting en de bekabeling, waarop laadpunten die voldoen aan mode 3 of mode 4 als bedoeld in NEN 1010 kunnen worden aangesloten, in combinatie met: -b. een of meer DC laadstations met een vermogen vanaf 20 kW bestaande uit ten minste een laadpunt; -c. een of meer AC laadstations met een vermogen van minimaal 11 kW die in totaal bestaan uit ten minste vier laadpunten; of -d. een of meer AC laadstations met een vermogen vanaf 43 kW. +a. een of meer DC laadstations met een vermogen vanaf 20 kW bestaande uit ten minste een laadpunt; of +b. een of meer AC laadstations met een vermogen van minimaal 11 kW, mogelijk in combinatie met de basislaadinfrastructuur, bestaande uit het totaal van de infrastructuur behorende bij het laadpunt, waaronder de hoofdaansluiting en de bekabeling, waarop laadpunten die voldoen aan mode 3 of mode 4 als bedoeld in NEN 1010 kunnen worden aangesloten. -**4.** De Minister kan in combinatie met de subsidie bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subsidie verstrekken voor een investering in een stationaire batterij tot een maximum van 1.000 kWh per laadlocatie indien de subsidie voor de activiteit bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, ten minste € 25.000 betreft. +**4.** + +De Minister kan in combinatie met de subsidie bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subsidie verstrekken voor een investering in een in Nederland geplaatste stationaire batterij tot een maximum van 1.000 kWh per laadlocatie indien: + +a. de subsidie voor de activiteiten in totaal ten minste € 25.000 bedraagt; en +b. de benodigde netcapaciteit voor de te realiseren laadstations meer dan 50% is van het maximaal beschikbare vermogen op de huidige aansluiting, zoals blijkt uit het contract bedoeld in artikel 2.3.12, eerste lid, onderdeel f. **5.** -De stationaire batterij bedoeld in het vierde lid: +De stationaire batterij, bedoeld in het vierde lid, heeft een maximale hardwarematige C-waarde van 0,25, tenzij: -a. heeft een maximaal in- en uitgaand vermogen van 50% van het gecontracteerde transportvermogen; -b. heeft een maximale C-waarde van 0,25; en -c. heeft een opslagcapaciteit van maximaal 1.000 kWh. +a. deze is geïntegreerd in het laadstation; of +b. de subsidie wordt aangevraagd door OV-concessiehouders. ### Artikel 2.3.4 @@ -598,25 +602,8 @@ b. een exploitant van laadinfrastructuur. De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel b: -a. voor een grote onderneming: - -i. € 452 voor een AC laadstation met een vermogen vanaf 11 kW; -ii. € 1.200 voor een AC laadstation met een vermogen vanaf 43 kW; -iii. € 2.640 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW; -iv. € 6.421 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW; -v. € 18.644 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW; -vi. € 27.535 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 225 kW; -vii. € 41.696 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW; -viii. € 70.306 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 600 kW. -b. voor een mkb-onderneming: - -i. € 904 voor een AC laadstation met een vermogen vanaf 11 kW; -ii. € 2.400 voor een AC laadstation met een vermogen vanaf 43 kW; -iii. € 5.279 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW; -iv. € 12.842 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW; -v. € 37.287 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW; -vi. € 55.069 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 225 kW; -vii. € 83.393 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW. +a. voor een grote onderneming het maximum per laadstation bedoeld in bijlage 5; +b. voor een mkb-onderneming het maximum per laadstation bedoeld in bijlage 5. **3.** Onverminderd het tweede lid is de subsidiehoogte bij een modulair systeem, waarbij sprake is van een fysieke scheiding tussen laadstations en vermogenskast, gebaseerd op de som van het geïnstalleerd vermogen dat parallel maximaal geleverd kan worden door de vermogenskast. @@ -630,8 +617,15 @@ vii. € 83.393 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW. De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, vierde lid: -a. voor een grote onderneming € 80 per kWh opslag; -b. voor een mkb-onderneming € 160 per kWh opslag. +a. voor een grote onderneming € 70 per kWh opslag; +b. voor een mkb-onderneming € 100 per kWh opslag. + +**8.** + +Onverminderd het tweede en zevende lid bedraagt de subsidie ten hoogste: + +a. 40% van de subsidiabele kosten voor een mkb-onderneming; +b. 20% van de subsidiabele kosten voor een grote onderneming. ### Artikel 2.3.7 @@ -660,7 +654,25 @@ b. € 800.000 voor investeringen in een stationaire batterij voor OV-concessie ### Artikel 2.3.7a -Gereserveerd voor subsidieplafonds voor het jaar 2025. +**1.** Het subsidieplafond bedraagt voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel a, voor het jaar 2025 € 500.000. + +**2.** Voor OV-concessiehouders en touringcarbedrijven bedraagt het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel b, en artikel 2.3.3, vierde lid, voor het jaar 2025 € 9.000.000. + +**3.** + +Voor andere aanvragers dan OV-concessiehouders of touringcarbedrijven bedraagt het subsidieplafond voor het jaar 2025: + +a. voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel b: + +1°. € 10.000.000 voor de aanleg van laadinfrastructuur die AC laadstations betreft; +2°. € 35.402.000 voor de aanleg van laadinfrastructuur die DC laadstations betreft; +b. voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3, vierde lid: € 6.550.000. + +**4.** De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij geldt dat aanvragen als bedoeld in artikel 2.3.7, vijfde lid, voorrang hebben op overige aanvragen. + +**5.** Voor een volledige aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.11 die in 2025 is ingediend op de dag dat of nadat het subsidieplafond is bereikt, en die na de loting bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b van het Kaderbesluit geen subsidie ontvangt, geldt als datum van indiening de eerste dag waarop in het daaropvolgende jaar een aanvraag kan worden gedaan. + +**6.** In afwijking van het vierde lid vindt, indien een gevraagde subsidie niet geheel doch voor ten minste 70 procent kan worden verstrekt omdat een subsidieplafond bijna is bereikt, overleg plaats met de aanvrager. ### Artikel 2.3.7b @@ -676,7 +688,9 @@ Gereserveerd voor subsidieplafonds voor het jaar 2028. ### Artikel 2.3.8 -Een aanvraag tot subsidievestrekking op grond van deze paragraaf kan worden ingediend van 24 september 2024, 9.00 uur tot en met 31 december 2024, 12.00 uur. +**1.** Een aanvraag tot subsidievestrekking op grond van deze paragraaf kan worden ingediend van 24 september 2024, 9.00 uur tot en met 31 december 2024, 12.00 uur voor het subsidieplafond bedoeld in artikel 2.3.7. + +**2.** Een aanvraag tot subsidievestrekking op grond van deze paragraaf kan worden ingediend van 25 maart 2025, 9.00 uur tot en met 19 december 2025, 12.00 uur voor het subsidieplafond bedoeld in artikel 2.3.7a. ### Artikel 2.3.9 @@ -723,9 +737,9 @@ b. een mkb-verklaring indien de aanvrager een mkb-onderneming is; c. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; d. de doelgroep waartoe de gebruikers van de laadinfrastructuur behoren; e. de postcode van de locatie waar de laadinfrastructuur is aangelegd; -f. een factuur voor de aanleg van de laadstations, voorzien van merk, type en specificaties van de laadstations, waaruit het vermogen van elk laadstation blijkt en waaruit blijkt op welke datum de installatiewerkzaamheden zijn uitgevoerd; +f. een factuur voor de aanleg van de laadstations, voorzien van merk, type en specificaties van de laadstations, waaruit het aantal laadpunten, het vermogen aan het laadpunt en het vermogen van elk laadstation blijkt en waaruit blijkt op welke datum de installatiewerkzaamheden zijn uitgevoerd; g. de-minimisverklaring; -h. een document waaruit blijkt dat de laadinfrastructuur permanent met het internet is verbonden en waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 met CS-certificaat of hoger verloopt teneinde sturing van het laden mogelijk te maken; en +h. een document waaruit blijkt dat de laadinfrastructuur permanent met het internet is verbonden en waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 of hoger verloopt teneinde sturing van het laden mogelijk te maken; en i. hoogte van de gemelde in aanmerking komende investeringskosten op grond van de MIA. ### Artikel 2.3.12 @@ -740,15 +754,20 @@ c. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het tele d. de doelgroep waartoe de gebruikers van de laadinfrastructuur behoren; e. de postcode van de locatie waar de laadinfrastructuur wordt aangelegd; f. een contract met de netbeheerder dat de voorziene netcapaciteit dekt; -g. een offerte met merk, type en specificaties van de laadstations en met de installatiekosten waaruit het vermogen van elk laadstation blijkt en waaruit blijkt dat: +g. een offerte met merk, type en specificaties van de laadstations en met de installatiekosten waaruit het aantal laadpunten, het vermogen aan het laadpunt en het vermogen van elk laadstation blijkt en waaruit blijkt dat: -i. het laadsysteem permanent met het internet is verbonden en waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 met CS-certificaat of hoger verloopt teneinde sturing van het laden mogelijk te maken; en +i. het laadsysteem permanent met het internet is verbonden en waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 of hoger verloopt teneinde sturing van het laden mogelijk te maken; en ii. het project gelet op de realisatiedatum uiterlijk 24 maanden na de verlening kan worden afgerond; h. hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies van een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie voor de aanleg van laadinfrastructuur op dezelfde locatie. -**2.** In afwijking van eerste lid, onderdeel f, overlegt de aanvrager een capaciteitsberekening waarin wordt aangetoond dat de benodigde netcapaciteit binnen 24 maanden na de verlening gerealiseerd wordt, indien de benodigde netcapaciteit meer dan 50% is van het gecontracteerde transportvermogen dat blijkt uit het contract bedoeld in het eerste lid, onderdeel f. +**2.** In afwijking van eerste lid, onderdeel f, overlegt de aanvrager een capaciteitsberekening waarin wordt aangetoond dat de benodigde netcapaciteit binnen 24 maanden na de verlening gerealiseerd wordt, indien de benodigde netcapaciteit meer dan 50% is van het maximaal beschikbare vermogen op de huidige aansluiting, zoals blijkt uit het contract bedoeld in het eerste lid, onderdeel f. -**3.** In aanvulling op eerste lid bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, vierde lid, een offerte met opslagcapaciteit, vermogen en C-waarde van de stationaire batterij, waaruit tevens blijkt dat de batterij communiceert met het laadstation waarvoor subsidie wordt aangevraagd. +**3.** + +In aanvulling op eerste lid bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, vierde lid: + +a. een document waaruit blijkt dat de benodigde netcapaciteit voor de te realiseren laadstations meer dan 50% is van het gecontracteerde transportvermogen dat blijkt uit het contract bedoeld in het eerste lid, onderdeel f; +b. een offerte met opslagcapaciteit, vermogen en C-waarde van de stationaire batterij, waaruit tevens blijkt dat de batterij communiceert met het laadstation waarvoor subsidie wordt aangevraagd. ### Artikel 2.3.13 @@ -756,6 +775,8 @@ h. hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies **2.** In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onder a, indien de adviseur tot dezelfde groep of onderneming behoort als de aanvrager. +**3.** In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie voor activiteiten bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onder b, indien de te verstrekken subsidie lager is dan € 2.500. + ### Artikel 2.3.14 **1.** De subsidie wordt direct vastgesteld indien de subsidieverlening minder dan € 25.000 bedraagt. @@ -764,7 +785,14 @@ h. hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies ### Artikel 2.3.15 -In aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluit is de subsidieontvanger verplicht binnen 24 maanden na de subsidieverlening het project af te ronden en de laadinfrastructuur in gebruik te nemen. +**1.** + +In aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluit is de subsidieontvanger verplicht: + +a. binnen 24 maanden na de subsidieverlening het project af te ronden en de laadinfrastructuur in gebruik te nemen; +b. gedurende ten minste 24 maanden na vaststelling van de subsidie de laadinfrastructuur in te zetten als private laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen die niet te allen tijde voor het publiek toegankelijk is. + +**2.** In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2.3.3, vierde lid, verplicht gedurende ten minste 24 aaneengesloten maanden na vaststelling van de subsidie de stationaire batterij, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben en deze in te zetten ten behoeve van de laadinfrastructuur bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 2.3.16