From 1ced07754d457d82e1e169e358760d2b14ed4d9e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 4 Aug 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-08-04 | BWBR0020871 | Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen --- .../BWBR0020871/README.md | 25 +++++++++++++++++++ 1 file changed, 25 insertions(+) diff --git a/amvb/besluit-financieel-toetsingskader-pensioenfondsen/BWBR0020871/README.md b/amvb/besluit-financieel-toetsingskader-pensioenfondsen/BWBR0020871/README.md index 18310261633..db66270e178 100644 --- a/amvb/besluit-financieel-toetsingskader-pensioenfondsen/BWBR0020871/README.md +++ b/amvb/besluit-financieel-toetsingskader-pensioenfondsen/BWBR0020871/README.md @@ -298,6 +298,31 @@ d. de toekomstige rentetermijnstructuur voor de disconteringsvoet in de continu **2.** Een fonds kan na instemming van De Nederlandsche Bank afwijken van hetgeen is bepaald in het eerste lid indien de actuele marktomstandigheden of de specifieke karakteristieken van het fonds dat noodzakelijk maken. +### Artikel 23b + +**1.** + +Vanaf 1 januari 2012 gaat een fonds voor de berekeningen, bedoeld in de artikelen 126, 128, 138, 140 en 143 van de Pensioenwet dan wel de artikelen 121, 123, 133, 135 en 138 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, uit van: + +a. minimale verwachtingswaarden voor de groeivoeten van het loon- en prijsindexcijfer van 3% respectievelijk 2% per jaar; +b. een maximaal verwacht rendement op vastrentende waarden van 4,5% per jaar; +c. een verwacht rendement op beursgenoteerde aandelen en indirect onroerend goed met een rekenkundig gemiddelde van maximaal 8,5% per jaar en een meetkundig gemiddelde van maximaal 7% per jaar; +d. een verwacht rendement op overige zakelijke waarden met een rekenkundig gemiddelde van maximaal 9% per jaar en een meetkundig gemiddelde van maximaal 7,5% per jaar; +e. een verwacht rendement op direct onroerend goed en grondstoffen met een rekenkundig gemiddelde van maximaal 7,5% per jaar en een meetkundig gemiddelde van maximaal 6% per jaar; en +f. de toekomstige rentetermijnstructuur voor de disconteringsvoet in de continuïteitsanalyse. + +**2.** Een fonds kan na instemming van De Nederlandsche Bank afwijken van de minimale verwachtingswaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien de specifieke omstandigheden van het fonds dat noodzakelijk maken. + +**3.** De toekomstige rentetermijnstructuur, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, kan worden afgeleid uit de rentetermijnstructuur, bedoeld in artikel 2, tweede lid, waarbij het fonds vanaf jaar t+5 van die toekomstige rentetermijnstructuur gemotiveerd en na toestemming van De Nederlandsche Bank kan afwijken. + +**4.** De rendementscijfers, bedoeld in het eerste lid, betreffen bruto cijfers, voor aftrek van beleggingskosten. + +### Artikel 23c + +**1.** Bij een herstelplan als bedoeld in artikel 138 en 140 van de Pensioenwet of artikel 133 en 135 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling waarmee De Nederlandsche Bank heeft ingestemd, is het feit dat de uitkomst van berekeningen in het kader van dat herstelplan en het daarin opgenomen beleid wijzigt omdat gebruik wordt gemaakt van na de vaststelling van het herstelplan gewijzigde regels als bedoeld in artikel 144, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 139, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, als zodanig geen aanleiding voor herziening van het herstelplan. + +**2.** In afwijking van het eerste lid kan bij berekeningen ten aanzien van de consistentie, bedoeld in artikel 95, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 103, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, het feit dat de uitkomst van berekeningen wijzigt als bedoeld in het eerste lid, als zodanig wel aanleiding zijn tot herziening van het in het herstelplan, bedoeld in het eerste lid, opgenomen beleid omtrent voorwaardelijke toeslagverlening, nadat de maximale looptijd die geldt voor het kortetermijnherstelplan is verstreken. + ### Paragraaf 9. Actuariële en bedrijfstechnische nota ### Artikel 24