2018-01-01 | BWBR0039641 | Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk

This commit is contained in:
Coornhert 2018-01-01 12:00:00 +00:00
parent 940e1cbe1e
commit 1d01f60734

View file

@ -1,14 +1,14 @@
---
titel: Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk
titel: Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang
bwb_id: BWBR0039641
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2017-07-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0039641
citeertitel: Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk
citeertitel: Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang
---
# Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk
# Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang
### Artikel 1
@ -16,39 +16,36 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *dagopvang:* kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;
- *meertalige dagopvang:* dagopvang die voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van een kindercentrum per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd;
- *meertalig peuterspeelzaalwerk:* peuterspeelzaalwerk dat voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van een peuterspeelzaal per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd;
- *wet:*
Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
Wet kinderopvang.
### Artikel 2
**1.** Als innovatieve vorm van kinderopvang als bedoeld in artikel 1.87 van de wet wordt als experiment aangewezen het bieden van dagopvang waarbij voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van het kindercentrum per jaar de opvang in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd.
**2.** Als innovatieve vorm van peuterspeelzaalwerk als bedoeld in artikel 2.29 van de wet wordt als experiment aangewezen het bieden van peuterspeelzaalwerk waarbij voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van de peuterspeelzaal per jaar het peuterspeelzaalwerk in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd.
Als innovatieve vorm van kinderopvang als bedoeld in artikel 1.87 van de wet wordt als experiment aangewezen het bieden van dagopvang waarbij voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van het kindercentrum per jaar de opvang in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd.
### Artikel 3
Met dit experiment wordt beoogd inzicht te krijgen in de gevolgen van het verzorgen van een deel van de dagopvang of het peuterspeelzaalwerk in de Duitse, Engelse of Franse taal, in het bijzonder voor de verwerving van de Nederlandse taal.
Met dit experiment wordt beoogd inzicht te krijgen in de gevolgen van het verzorgen van een deel van de dagopvang in de Duitse, Engelse of Franse taal, in het bijzonder voor de verwerving van de Nederlandse taal.
### Artikel 4
**1.** Het kindercentrum of de peuterspeelzaal verklaart zich bereid mee te werken aan onderzoeken in het kader van het experiment.
**1.** Het kindercentrum verklaart zich bereid mee te werken aan onderzoeken in het kader van het experiment.
**2.**
Het kindercentrum of de peuterspeelzaal beschikt over:
Het kindercentrum beschikt over:
a. een pedagogisch beleidsplan als bedoeld in artikel 5 respectievelijk artikel 20 van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, waaruit blijkt op welke wijze het kindercentrum of de peuterspeelzaal de verantwoorde kinderopvang, bedoeld in artikel 1.49, eerste lid, dan wel het verantwoorde peuterspeelzaalwerk, bedoeld in artikel 2.5 van de wet, zal waarborgen ondanks afwijking van artikel 1.55, eerste lid, respectievelijk artikel 2.12, eerste lid, van de wet. In het pedagogisch beleidsplan wordt daarbij in ieder geval opgenomen:
a. een pedagogisch beleidsplan als bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, waaruit blijkt op welke wijze het kindercentrum de verantwoorde kinderopvang, bedoeld in artikel 1.49, eerste lid, zal waarborgen ondanks afwijking van artikel 1.55, eerste lid, van de wet. In het pedagogisch beleidsplan wordt daarbij in ieder geval opgenomen:
1°. een door het kindercentrum of de peuterspeelzaal opgesteld rooster dat erin voorziet dat de dagopvang of het peuterspeelzaalwerk voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van het kindercentrum of de peuterspeelzaal per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd, waarbij dit niet plaatsvindt gedurende de tijd die besteed wordt aan voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, respectievelijk artikel 2.1, eerste lid, van de wet;
1°. een door het kindercentrum opgesteld rooster dat erin voorziet dat de dagopvang voor ten hoogste vijftig procent van de openingstijd van het kindercentrum per jaar in de Duitse, Engelse of Franse taal wordt verzorgd, waarbij dit niet plaatsvindt gedurende de tijd die besteed wordt aan voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
2°. een communicatiestrategie richting ouders; en
3°. een plan voor participatie in meertalige netwerken;
b. een document waaruit blijkt dat de oudercommissie instemt met deelname aan het experiment of, bij het ontbreken van een oudercommissie, dat de meerderheid van de ouders instemt met deelname aan het experiment; en
c. een kopie van een certificaat of diploma van de beroepskracht die belast is, dan wel de beroepskrachten die belast zijn, met meertalige dagopvang of meertalig peuterspeelzaalwerk waaruit blijkt dat deze de Duitse, Engelse of Franse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, lezen, luisteren en spreken beheerst dan wel beheersen op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen.
c. een kopie van een certificaat of diploma van de beroepskracht die belast is, dan wel de beroepskrachten die belast zijn, met meertalige dagopvang waaruit blijkt dat deze de Duitse, Engelse of Franse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, lezen, luisteren en spreken beheerst dan wel beheersen op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen.
### Artikel 5
**1.** De houder van een kindercentrum dat meertalige dagopvang wil aanbieden of de houder van een peuterspeelzaal die meertalig peuterspeelzaalwerk wil aanbieden dient een aanvraag in bij Onze Minister door middel van een door Onze Minister ter beschikking gesteld aanvraagformulier.
**1.** De houder van een kindercentrum dat meertalige dagopvang wil aanbieden dient een aanvraag in bij Onze Minister door middel van een door Onze Minister ter beschikking gesteld aanvraagformulier.
**2.** De aanvraag wordt gedaan voor een bij ministeriële regeling vastgesteld tijdstip.
@ -62,36 +59,36 @@ c. een kopie van een certificaat of diploma van de beroepskracht die belast is,
**2.** Indien de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag voor deelname aan het experiment aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.
**3.** Onze Minister beslist binnen tien weken na het tijdstip, bedoeld in artikel 5, tweede lid, welke kindercentra en peuterspeelzalen deel mogen nemen aan het experiment.
**3.** Onze Minister beslist binnen tien weken na het tijdstip, bedoeld in artikel 5, tweede lid, welke kindercentra deel mogen nemen aan het experiment.
**4.** Er kunnen maximaal vijftien kindercentra en maximaal vijf peuterspeelzalen deelnemen aan het experiment. Indien er minder dan vijftien kindercentra maar meer dan vijf peuterspeelzalen dan wel omgekeerd in aanmerking komen voor deelname aan het experiment, kan de verhouding deelnemende kindercentra en peuterspeelzalen worden aangepast, met dien verstande dat het totaal aantal deelnemers maximaal twintig bedraagt.
**4.** Er kunnen maximaal 20 kindercentra deelnemen aan het experiment.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot de procedure die bij de selectie van de aanvragen wordt gevolgd. Daarbij kan worden bepaald in welke volgorde kindercentra of peuterspeelzalen in aanmerking komen voor deelname, indien het aantal kindercentra of peuterspeelzalen dat in aanmerking komt meer is dan het aantal kindercentra of peuterspeelzalen dat op grond van het vierde lid kan deelnemen aan het experiment.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot de procedure die bij de selectie van de aanvragen wordt gevolgd. Daarbij kan worden bepaald in welke volgorde kindercentra in aanmerking komen voor deelname, indien het aantal kindercentra dat in aanmerking komt meer is dan het aantal kindercentra dat op grond van het vierde lid kan deelnemen aan het experiment.
### Artikel 7
**1.** Kindercentra of peuterspeelzalen die deelnemen aan het experiment en niet of niet langer voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, melden dit uit eigen beweging onverwijld aan Onze Minister.
**1.** Kindercentra die deelnemen aan het experiment en niet of niet langer voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, melden dit uit eigen beweging onverwijld aan Onze Minister.
**2.** Indien sprake is van andere in het kader van het experiment mogelijk relevante ontwikkelingen dan die bedoeld in het eerste lid, informeert het kindercentrum of de peuterspeelzaal Onze Minister daarover ook onverwijld.
**2.** Indien sprake is van andere in het kader van het experiment mogelijk relevante ontwikkelingen dan die bedoeld in het eerste lid, informeert het kindercentrum Onze Minister daarover ook onverwijld.
**3.**
Kindercentra of peuterspeelzalen die deelnemen aan dit experiment:
Kindercentra die deelnemen aan dit experiment:
a. nemen deel aan bijeenkomsten met andere deelnemers aan het experiment waarbij kennis en ervaring worden uitgewisseld;
b. werken mee aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoeken die zijn gericht op het verschaffen van inlichtingen aan Onze Minister over de doelstellingen van het experiment, genoemd in artikel 3.
### Artikel 8
**1.** De toezichthouder onderzoekt bij de kindercentra of peuterspeelzalen die deelnemen aan dit experiment in het kader van de onderzoeken bedoeld in artikel 1.62 respectievelijk artikel 2.20 van de wet of de exploitatie in overeenstemming is met de verplichtingen uit hoofde van dit besluit en de voorwaarden opgenomen in de op grond van dit besluit gebaseerde beschikking.
**1.** De toezichthouder onderzoekt bij de kindercentra die deelnemen aan dit experiment in het kader van de onderzoeken bedoeld in artikel 1.62 van de wet of de exploitatie in overeenstemming is met de verplichtingen uit hoofde van dit besluit en de voorwaarden opgenomen in de op grond van dit besluit gebaseerde beschikking.
**2.** De toezichthouder informeert Onze Minister indien een kindercentrum dat of een peuterspeelzaal die deelneemt aan het onderhavige experiment de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 1.47, eerste lid, en 1.49 tot en met 1.59 respectievelijk de artikelen 2.4, eerste lid, en 2.5 tot en met 2.16 van de wet of de verplichtingen uit hoofde van dit besluit niet naleeft dan wel niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden opgenomen in de op grond van dit besluit gebaseerde beschikking.
**2.** De toezichthouder informeert Onze Minister indien een kindercentrum dat deelneemt aan het onderhavige experiment de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 1.47, eerste lid, en 1.49 tot en met 1.59 van de wet of de verplichtingen uit hoofde van dit besluit niet naleeft dan wel niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden opgenomen in de op grond van dit besluit gebaseerde beschikking.
**3.** Het informeren, bedoeld in het tweede lid, geschiedt kosteloos.
### Artikel 9
Indien een kindercentrum of peuterspeelzaal de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 1.47, eerste lid, en 1.49 tot en met 1.59 dan wel de artikelen 2.4, eerste lid, en 2.5 tot en met 2.16 van de wet niet naleeft of indien een kindercentrum of peuterspeelzaal de verplichtingen uit hoofde van dit besluit niet naleeft dan wel niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden opgenomen in de op grond van dit besluit gebaseerde beschikking, kan Onze Minister de deelname van het kindercentrum of de peuterspeelzaal aan dit experiment beëindigen.
Indien een kindercentrum de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 1.47, eerste lid, en 1.49 tot en met 1.59 van de wet niet naleeft of indien een kindercentrum de verplichtingen uit hoofde van dit besluit niet naleeft dan wel niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden opgenomen in de op grond van dit besluit gebaseerde beschikking, kan Onze Minister de deelname van het kindercentrum aan dit experiment beëindigen.
### Artikel 10
@ -104,7 +101,7 @@ Indien een kindercentrum of peuterspeelzaal de verplichtingen, bedoeld in de art
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het experiment eerder dan de in het eerste lid bedoelde looptijd wordt beëindigd, indien:
a. het aantal deelnemers aan het experiment minder is dan een bij ministeriele regeling te bepalen aantal; of
b. uit voorlopige resultaten van het experiment blijkt dat door meertalige dagopvang of meertalig peuterspeelzaalwerk afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit of toegankelijkheid van de kinderopvang of het peuterspeelzaalwerk.
b. uit voorlopige resultaten van het experiment blijkt dat door meertalige dagopvang afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit of toegankelijkheid van de kinderopvang.
### Artikel 11
@ -112,4 +109,4 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2017 en vervalt met ingang v
### Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk.
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit experiment meertalige dagopvang.