2016-01-01 | BWBR0037313 | Beleidsregels nevenactiviteiten 2016

This commit is contained in:
Coornhert 2016-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4bf11ee6e3
commit 1d30db9f3d

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Beleidsregels nevenactiviteiten 2016
bwb_id: BWBR0037313
type: zbo
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2017-07-07'
datum_inwerkingtreding: '2016-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037313
citeertitel: Beleidsregels nevenactiviteiten 2016
---
@ -22,8 +22,7 @@ In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
*nevenactiviteiten:* activiteiten als bedoeld in artikel 2.132, tweede lid, van de wet;
*experimentele nevenactiviteiten:* activiteiten als bedoeld in artikel 2.132, vierde lid, van de wet;
*netto omzet:* netto omzet als bedoeld in artikel 2:377, zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek;
*ACM:* Autoriteit Consument & Markt;
*onderwijsinstelling:* een instelling die is erkend door het Ministerie van OC&W en is opgenomen in één van de registers van OC&W.
*ACM:* Autoriteit Consument & Markt.
### Artikel 2
@ -151,37 +150,6 @@ Alle nevenactiviteiten dienen te worden verantwoord conform de in het van toepas
**3.** Bij de melding maakt de publieke media-instelling gebruik van het Meldingsformulier experimentele nevenactiviteiten en vult zij dit formulier op de voorgeschreven wijze in.
### Artikel 14a
**1.**
Een nevenactiviteit is een samenwerking in het kader van een eenmalig project indien:
a. de activiteit wordt uitgevoerd door een publieke media-instelling en een mediabedrijf, culturele instelling of onderwijsinstelling;
b. het project beperkt van omvang is; en
c. het project beperkt is tot een totale duur van maximaal één week per kalenderjaar.
**2.** Een samenwerking in het kader van een eenmalig project hoeft niet te worden gemeld bij het Commissariaat.
### Artikel 14b
**1.**
Een nevenactiviteit is een gelijkwaardige samenwerking indien:
a. er sprake is van een samenwerking tussen een publieke media-instelling en een mediabedrijf, culturele instelling of onderwijsinstelling;
b. er sprake is van een gelijkwaardige verhouding voor wat betreft zeggenschap en inbreng tussen de publieke media-instelling en de derde partij;
c. er sprake is van het gezamenlijk opzetten van een activiteit, waarbij bij aanvang gebruik wordt gemaakt van elkaars expertises;
d. de publieke media-instelling een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst aan het Commissariaat kan overleggen;
e. de publieke media-instelling deugdelijk kan onderbouwen hoe de keuze voor de partij waarmee zij willen samenwerken tot stand is gekomen; en
f. er in de samenwerkingsovereenkomst is voorzien in een mechanisme van gelijkwaardige ontvlechting in geval van beëindiging van de overeenkomst.
**2.** Er geldt een maximale samenwerkingsperiode van 4 boekjaren.
**3.** Een gelijkwaardige samenwerking wordt in beginsel geacht te voldoen aan de voorwaarden van marktconformiteit en kostendekkendheid.
**4.** Een gelijkwaardige samenwerking wordt gemeld via het daartoe bestemde meldingsformulier op de website van het Commissariaat en gaat niet van start voordat toestemming van het Commissariaat is verkregen.
### Artikel 15
**1.** Nevenactiviteiten die niet (langer) binnen de reikwijdte van het (generieke) toestemmingsbesluit kunnen worden verricht, zijn niet (langer) toegestaan en dienen tijdig (opnieuw) ter beoordeling aan het Commissariaat te worden voorgelegd of dienen per direct te worden gestaakt.
@ -249,13 +217,6 @@ De volgende beleidsregels en brieven van het Commissariaat worden gelijktijdig i
**5.** Wijzigt het Besluit ontheffing zelfpromotie publieke omroep.
**6.**
De volgende beleidsbrieven en brochures worden per 1 juli 2017 ingetrokken
de beleidsbrief publiek-private samenwerking 2012; en
de brochure publiek-private samenwerking.
## Bijlage 1. Beslisschema clusterindeling
*[afbeelding]*