2005-01-01 | BWBR0002126 | Coördinatiewet Sociale Verzekering

This commit is contained in:
Coornhert 2005-01-01 12:00:00 +00:00
parent 3c4ab08195
commit 1decd45026

View file

@ -84,93 +84,41 @@ Deze wet verstaat onder lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, same
### Artikel 3c
Voor de toepassing van de artikelen 11, 12, derde lid, 12a, 12b, derde lid, 12d, eerste lid, 14, 15 en 15a, wordt onder werkgever mede verstaan de werknemer, bedoeld in artikel 81, vijfde lid, of artikel 97c, eerste lid, laatste volzin, van de Werkloosheidswet, en artikel 76a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Vervallen
### Paragraaf 2. Van het loon
### Artikel 4
**1.** Loon is al hetgeen uit een dienstbetrekking wordt genoten.
**2.** Tot het loon behoren aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen.
**3.** Onder aanspraken worden mede verstaan rechten op geheel of gedeeltelijk betaald verlof.
### Artikel 5
Loon wordt beschouwd te zijn genoten op het tijdstip waarop het:
a. betaald of verrekend is, ter beschikking van de werknemer is gesteld of rentedragend is geworden, dan wel
b. vorderbaar en tevens inbaar is geworden.
### Artikel 6
**1.**
Loon is:
a. het loon overeenkomstig Hoofdstuk II van de Wet op de loonbelasting 1964 waarbij van dat hoofdstuk buiten toepassing blijven:
1°. artikel 11, eerste lid, onderdelen j, onder 2° en 5°, en r, onder 4°,
2°. artikel 11, eerste lid, onderdeel j, onder 4°, voorzover het bedragen betreft die worden ingehouden op grond van de Werkloosheidswet;
b. voor de artiest en beroepssporter, bedoeld in artikel 5a van de Wet op de loonbelasting 1964, de gage overeenkomstig artikel 35 van die wet waarbij het derde lid, onderdeel g, van dat artikel buiten toepassing blijft voorzover het bedragen betreft die worden ingehouden op grond van de Werkloosheidswet.
**2.**
Tot het loon behoren niet:
a. aanspraken ingevolge een pensioenregeling;
b. aanspraken ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding;
c. aanspraken ingevolge sociale verzekeringswetten, waaronder mede worden begrepen aanspraken op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg;
d. aanspraken, die naar aard en strekking overeenkomen met aanspraken, als bedoeld in onderdeel c, tenzij het betreft een aanspraak op kinderbijslag anders dan ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet;
e. aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon, mits:
a. hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 wordt genoten met uitzondering van:
1°. deze aanspraken voorzien in aan de werknemer of gewezen werknemer toekomende periodieke uitkeringen die niet later ingaan dan in het jaar waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt of in periodieke uitkeringen die bij zijn overlijden ingaan en toekomen aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot of aan zijn eigen kinderen, stiefkinderen of pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt;
2°. voor deze aanspraken als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, b of d, van de Wet op de loonbelasting 1964 of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964;
f. aanspraken op uitkeringen wegens overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval;
g. aanspraken op de in de onderdelen m en p bedoelde uitkeringen en verstrekkingen;
h. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge een aanspraak die tot het loon behoort;
i. vervallen;
j. bedragen die worden ingehouden:
1°. de uitkeringen en toeslag, genoemd in artikel 3a, tweede en derde lid, en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat,
2°. hetgeen wordt genoten op grond van de artikelen 628, 628a en 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking overeenkomstige regelingen, en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat;
b. eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964;
c. aanspraken op grond van de Ziekenfondswet alsmede vergoedingen ter zake van premies en bijdragen voor ziektekostenregelingen, uitkeringen en verstrekkingen die naar aard en omvang overeenkomen met uitkeringen en verstrekkingen op grond van de Ziekenfondswet;
d. uitkeringen op grond van een regeling als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel j, onder 5°, van de Wet op de loonbelasting 1964.
1°. als bijdrage ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding;
2°. als bijdrage voor aanspraken die ingevolge de onderdelen d en f niet tot het loon behoren;
k. vergoedingen en verstrekkingen voorzover die geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van kosten, lasten en afschrijvingen ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, alsmede andere vergoedingen en andere verstrekkingen voorzover die naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren;
l. uitkeringen en verstrekkingen tot vergoeding van door de werknemer in verband met zijn dienstbetrekking geleden schade aan of verlies van persoonlijke zaken;
m. uitkeringen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten van zijn opleiding of studie voor een beroep, alsmede verstrekkingen met betrekking tot zodanige opleiding of studie;
n. uitkeringen en verstrekkingen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten ter zake van ziekte, invaliditeit en bevalling;
o. de tegemoetkomingen die op grond van de artikelen 6, eerste lid, 22, eerste lid, of 29, eerste lid, van de Wet kinderopvang worden verstrekt in de kosten van kinderopvang;
p. eenmalige uitkeringen en verstrekkingen ter zake van overlijden van de werknemer, zijn echtgenoot of degene die op grond van artikel 1 van de Ziektewet hieraan is gelijkgesteld, of zijn eigen kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen, voor zover deze uitkeringen en verstrekkingen niet driemaal het loon over een maand overtreffen, bepaald met inachtneming van door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te stellen regels;
q. uitkeringen en verstrekkingen andere dan die ter zake van adoptie en overlijden, die de werknemer ontvangt uit een fonds tot welks middelen de werkgever gedurende de laatstverlopen vijf kalenderjaren evenveel of minder heeft bijgedragen dan de bij het fonds betrokken werknemers, tenzij die uitkeringen en verstrekkingen geschieden ingevolge een aanspraak die niet tot het loon behoort;
r. bijdragen in de op de werknemer drukkende kosten ter zake van een particuliere ziektekostenverzekering, danwel terzake van een van de volgende publiekrechtelijke ziektekosten verzekeringen: het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland, de Interprovinciale ziektekostenregeling 1988 of het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994;
s. loon dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard volgens een spaarloonregeling tot ten hoogste € 613 per kalenderjaar;
t. uitkeringen ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding;
u. een uitkering of verstrekking die eenmaal wordt toegekend na het bereiken van een diensttijd van ten minste 25 jaar en een uitkering of verstrekking die eenmaal wordt toegekend na het bereiken van een diensttijd van ten minste 40 jaar, voor zover de waarde daarvan het loon over een maand niet overtreft, mits is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
v. vervallen;
w. verstrekkingen met een in hoofdzaak ideële waarde ter gelegenheid van een dienstjubileum van de werknemer, bij het beëindigen van zijn dienstbetrekking of ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen en het Sint-Nicolaasfeest, een jubileum van de werkgever, dan wel de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de werknemer;
x. verstrekkingen van consumpties tijdens de werktijd, niet zijnde maaltijden;
y. verstrekking en terbeschikkingstelling van computers en bijbehorende apparatuur, alsmede vergoedingen van de kosten daarvan, voor zover de waarde in het economische verkeer van de computers en de apparatuur tezamen in het kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren niet meer bedraagt dan € 2269 en niet aannemelijk is dat zij niet mede dienen ter vervulling van de dienstbetrekking;
z. verstrekking en terbeschikkingstelling van inrichting van de werkruimte in de woning, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer, alsmede vergoedingen van de kosten daarvan, voorzover de waarde in het economische verkeer van die inrichting in het kalenderjaar en de vier voorafgaande kalenderjaren niet meer bedraagt dan € 1815 en niet aannemelijk is dat zij niet mede dient ter vervulling van de dienstbetrekking, mits:
### Artikel 5
1°. de werknemer krachtens een schriftelijk vastgelegde regeling van de werkgever dan wel van de werkgever en een of meer andere werkgevers ten minste eenmaal per week, gedurende de gebruikelijke werktijd en zonder dat tevens wordt gereisd naar een buiten de woning gelegen arbeidsplaats, in die werkruimte ter vervulling van zijn dienstbetrekking pleegt te werken met behulp van telematica; en
2°. de inrichting voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, een en ander met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen nadere regels;
aa. de financiële tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg;
bb. aanspraken:
Vervallen
1°. op vakantieverlof en compensatieverlof, voorzover deze aanspraken aan het einde van het kalenderjaar in totaal niet meer bedragen dan de arbeidsduur per week gerekend over een periode van vijftig weken;
2°. op bij ministeriële regeling aan te wijzen geclausuleerd verlof;
3°. op verlof tijdens rust- en feestdagen.
### Artikel 6
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, onder goedkeuring van Onze Minister, bepalen, dat eveneens niet tot het loon behoren andere aanspraken dan bedoeld in het eerste lid, indien zulks tot vergemakkelijking van de heffing van de premie kan leiden.
**3.** Voor de toepassing van deze wet wordt onder pensioenregeling onderscheidenlijk regeling voor vervroegde uittreding verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964.
**4.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, zo nodig onder voorwaarden, afwijkingen toestaan van het derde lid door bepaalde regelingen of groepen van regelingen aan te wijzen als pensioenregeling of regeling voor vervroegde uittreding.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan wordt bepaald welke vergoedingen en verstrekkingen en in hoeverre deze vergoedingen en verstrekkingen zijn aan te merken als vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel k.
**6.**
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel m, behoren tot het loon: uitkeringen tot dekking van op de werknemer drukkende kosten
a. die verband houden met een studeerruimte, de inrichting daaronder begrepen;
b. van binnenlandse reizen ter zake van opleiding of studie voor zover de uitkering meer bedraagt dan een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per kilometer.
**7.** Het in het eerste lid, onderdeel o, vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door het bedrag dat krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt vastgesteld ter vervanging van het in artikel 3.143, eerste lid, van die wet vermelde bedrag.
**8.** Voorzover de aanspraken op vakantieverlof en compensatieverlof aan het einde van het kalenderjaar in totaal de in het eerste lid, onderdeel bb, onder 1°, opgenomen begrenzing overschrijden, wordt het meerdere geacht te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of het einde van de dienstbetrekking zo deze in de loop van het kalenderjaar eindigt.
**9.** Onder spaarloonregeling wordt verstaan een schriftelijke regeling niet zijnde een pensioenregeling die voorziet in sparen van loon (spaarloon) dat gedurende ten minste vier jaar niet ter beschikking van de werknemer komt, tenzij het spaarloon wordt opgenomen ter zake van de verwerving van zijn eigen woning als hoofdverblijf, de aankoop van effecten, de voldoening van premies voor lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3124, onderdeel b, en 3125, eerste lid, onderdelen a, c en d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, de voldoening van premies volgens bij ministeriële regeling aan te wijzen overeenkomsten van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, de door de werknemer vrijwillig betaalde premies ingevolge een pensioenregeling, de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming, de opname van verlof, de financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of bij beëindiging van zijn dienstbetrekking. Ingeval het spaarloon door de werknemer is opgenomen bij beëindiging van zijn dienstbetrekking, wordt voor elke maand gedurende welke het spaarloon voortijdig is opgenomen premie geheven van de werknemer ter zake van een evenredig deel van het spaarloon. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
Vervallen
### Artikel 6a
@ -178,23 +126,17 @@ Vervallen
### Artikel 7
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, onder goedkeuring van Onze Minister, regels stellen met betrekking tot het bedrag aan fooien en dergelijke prestaties van derden, dat in bepaalde gevallen of groepen van gevallen geacht wordt te zijn genoten.
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, onder goedkeuring van Onze Minister, eveneens bepalen, dat een bedrag aan fooien en dergelijke prestaties van derden niet tot het loon behoort.
Vervallen
### Artikel 8
**1.** Niet in geld genoten loon wordt in aanmerking genomen naar de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend, met dien verstande dat voorzover de verwerving van het loon het gebruik of verbruik daarvan meebrengt, de waarde wordt gesteld op ten hoogste het bedrag van de besparing.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de waardering van aanspraken en van ander niet in geld genoten loon.
**3.** De ingevolge het eerste of tweede lid in aanmerking te nemen waarde wordt verminderd met het bedrag dat de werknemer ter zake in rekening wordt gebracht, met dien verstande dat de aldus verminderde waarde ten minste op nihil wordt gesteld.
Vervallen
### Artikel 9
**1.** Bij de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet worden geheven, blijft het loon, dat bij dezelfde werkgever meer heeft bedragen dan het bedrag, dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van een bedrag van f 263,50 met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak, waarover de werknemer loon heeft genoten, voor dat meerdere buiten aanmerking. Voorts komt - voor zover nodig in afwijking van het bepaalde dienaangaande in de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet - bij de berekening van het dagloon, dat aan de in de vorengenoemde wetten geregelde uitkeringen is of wordt ten grondslag gelegd, het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het in de vorige volzin bedoelde maximum dagloon, voor dat meerdere niet in aanmerking.
**2.** Het bepaalde in de eerste volzin van het vorige lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge de Ziekenfondswet worden geheven, met dien verstande dat in plaats van het bedrag, genoemd in het vorige lid, een bedrag van € 108,- per 1 januari 2004: € 113,- in aanmerking wordt genomen. Indien het in artikel 3, eerste lid, onder *a*, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag, zoals dit is herzien ingevolge artikel 3*a* van die wet, wijziging ondergaat, wordt het in de eerste zin genoemde bedrag door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister, met ingang van dezelfde datum herzien.
**2.** Het bepaalde in de eerste volzin van het vorige lid vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de berekening van het loon, waarnaar de premies ingevolge de Ziekenfondswet worden geheven, met dien verstande dat in plaats van het bedrag, genoemd in het vorige lid, een bedrag van € 108,- per 1 januari 2005: € 114, in aanmerking wordt genomen. Indien het in artikel 3, eerste lid, onder *a*, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag, zoals dit is herzien ingevolge artikel 3*a* van die wet, wijziging ondergaat, wordt het in de eerste zin genoemde bedrag door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister, met ingang van dezelfde datum herzien.
**3.** Bij de berekening van het loon, waarnaar de premie op grond van de Werkloosheidswet wordt geheven, blijft, wat het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de betrokken sector afzonderlijk administreert betreft, het bij dezelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking tot een bedrag, dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van een door Onze Minister vastgesteld bedrag, met het aantal dagen van het premiebetalingstijdvak waarover de werknemer het loon heeft genoten.
@ -513,9 +455,7 @@ d. indien een bestuurder van een lichaam een lichaam is: ieder van de bestuurder
### Artikel 16e
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor werkgevers van bepaalde groepen van werknemers nadere, zo nodig afwijkende, regelen worden gesteld inzake de heffing van de premie en het als loon in aanmerking te nemen bedrag, alsmede andere in het kader der wet passende nadere regelen worden gegeven ter aanvulling van in de wet geregelde onderwerpen.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen worden vastgesteld tot verzekering van de heffing en invordering van premie van hen die niet binnen het Rijk een vaste woonplaats of plaats van vestiging hebben.
Vervallen
### Paragraaf 4a. Van het verhaal
@ -597,7 +537,7 @@ In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bes
### Artikel 18c
**1.** Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, vierde tot en met achtste lid, 4 tot en met 8 en de op die artikelen berustende bepalingen.
**1.** Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, vierde tot en met achtste lid, en 4 en de op die artikelen berustende bepalingen.
**2.** Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven in zake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.
@ -605,15 +545,15 @@ In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bes
### Artikel 18d
Met betrekking tot bestaande pensioenaanspraken voor welke op of na 1 januari 1995 een ander lichaam als verzekeraar optreedt dan bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel *b*, en vierde lid, onderdeel *b*, is de in die onderdelen gestelde voorwaarde inzake de verzekeraar niet van toepassing. Onder bestaande pensioenaanspraken worden verstaan de op 31 december 1994 bestaande aanspraken welke naar of krachtens de tekst van artikel 6 zoals dat toen luidde, zijn aan te merken als aanspraken die berusten op een pensioenregeling.
Deze wet en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel I van de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in socialeverzekeringswetten, blijven van toepassing op het loon dat is genoten voorafgaand aan de dag waarop dat artikel in werking treedt.
### Artikel 18e
Met betrekking tot bestaande aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon zijn de in artikel 6, eerste lid, onderdeel *e*, onder 1° en 2°, gestelde voorwaarden niet van toepassing. Onder bestaande aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon worden verstaan de op 31 december 1994 bestaande aanspraken welke naar of krachtens de tekst van artikel 6 zoals dat toen luidde, zijn aan te merken als aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon.
Vervallen
### Artikel 18f
Met betrekking tot op 31 december 2000 bestaande rechten op vakantieverlof en compensatieverlof zijn artikel 4, derde lid, en artikel 6, eerste lid, onderdeel bb, onder 1°, niet van toepassing.
Vervallen
### Artikel 18g