2018-07-28 | BWBR0020414 | Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2018-07-28 12:00:00 +00:00
parent a3b07cd6d6
commit 1e6048bcbc

View file

@ -113,7 +113,7 @@ b. indien het een levensverzekeraar betreft met zetel in een staat die geen lids
## Hoofdstuk 5a. Afwikkeling
### Paragraaf 5.1. Overbruggingsinstellingen en entiteiten voor activa- en passivabeheer
### Paragraaf 5a.1. Overbruggingsinstellingen en entiteiten voor activa- en passivabeheer
### Artikel 7a
@ -196,25 +196,25 @@ a. bevorderlijk is voor het bereiken van de situatie waarin alle of vrijwel alle
b. nodig is om de continuïteit van essentiële bankdiensten of financiële diensten te verzekeren; of
c. nodig is om het doel te verwezenlijken waartoe de overbruggingsonderneming van een verzekeraar overgedragen activa of passiva houdt.
### Paragraaf 5.2. Het afwikkelingsfonds
### Paragraaf 5a.2. Het Afwikkelingsfonds
### Artikel 7g
**1.** Op de leden van het bestuur van het afwikkelingsfonds, bedoeld in artikel 3A:68, eerste lid, van de wet, is artikel 14, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing.
**1.** De leden van het bestuur van het Afwikkelingsfonds, bedoeld in artikel 3A:68, eerste lid, van de wet, worden benoemd voor een periode van vier jaar, met de mogelijkheid van herbenoeming. Op de leden van het bestuur is artikel 14, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing.
**2.** Op de taakuitoefening van het afwikkelingsfonds zijn de artikelen 20, 23, eerste en tweede lid, en 41, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuurorganen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank stelt Onze Minister onverwijld in kennis van door haar getroffen voorzieningen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
**2.** Op de taakuitoefening van het Afwikkelingsfonds zijn de artikelen 20, 23, eerste en tweede lid, en 41, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuurorganen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank stelt Onze Minister onverwijld in kennis van door haar getroffen voorzieningen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
**3.** Het afwikkelingsfonds legt verantwoording af over haar taakuitoefening overeenkomstig de artikelen 18, eerste lid, met uitzondering van de laatste volzin, 26, 34, eerste lid, en 35, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank.
**3.** Het Afwikkelingsfonds legt verantwoording af over haar taakuitoefening overeenkomstig de artikelen 18, eerste lid, met uitzondering van de laatste volzin, 26, 34, eerste lid, en 35, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank.
### Artikel 7h
**1.** De Nederlandsche Bank heft de periodieke bijdragen, bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, van de wet, tot 1 januari 2025, onverminderd het vierde lid.
**2.** Op het vaststellen van de hoogten van de periodieke bijdragen van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, onderdeel a, van de wet, is artikel 20, vijfde lid, van de gedelegeerde verordening bijdragen afwikkelingsfonds van toepassing.
**2.** Op het vaststellen van de hoogten van de periodieke bijdragen van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, onderdeel a, van de wet, is artikel 20, vijfde lid, van de gedelegeerde verordening bijdragen Afwikkelingsfonds van toepassing.
**3.**
Op het vaststellen van de hoogten van de periodieke bijdragen van banken en beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, van de wet, zijn de artikelen 10 tot en met 14 en 17 van de gedelegeerde verordening bijdragen afwikkelingsfonds van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
Op het vaststellen van de hoogten van de periodieke bijdragen van banken en beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3A:71, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, van de wet, zijn de artikelen 10 tot en met 14 en 17 van de gedelegeerde verordening bijdragen Afwikkelingsfonds van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. uitsluitend de vermogenspositie en activiteiten van het in Nederland gelegen bijkantoor in aanmerking worden genomen;
b. indien de totale waarde aan passiva, minus eigen vermogen en gegarandeerde depositos, bedoeld in artikel 10 van de verordening, groter is dan 300.000.000 euro, de periodieke bijdrage 75.000 euro per jaar bedraagt, vermeerderd met:
@ -222,9 +222,9 @@ b. indien de totale waarde aan passiva, minus eigen vermogen en gegarandeerde de
1°. 25.000 euro voor elke 100.000.000 euro waarmee het bedrag van 300.000.000 euro wordt overschreden; en
2°. 35.000 euro voor elke 100.000.000 euro waarmee het bedrag van 1.000.000.000 euro wordt overschreden.
**4.** Indien financiële middelen van het afwikkelingsfonds zijn aangewend, heft de Nederlandsche Bank, onverminderd de heffingen ingevolge het eerste lid, periodieke bijdragen totdat een bedrag ter grootte van het bedrag aan aangewende middelen is geheven.
**4.** Indien financiële middelen van het Afwikkelingsfonds zijn aangewend, heft de Nederlandsche Bank, onverminderd de heffingen ingevolge het eerste lid, periodieke bijdragen totdat een bedrag ter grootte van het bedrag aan aangewende middelen is geheven.
**5.** Het bedrag waarvoor een overeenkomst, bedoeld in artikel 3A:74, tweede lid, van de wet is aangegaan, telt voor de toepassing van het eerste en derde lid mee voor de berekening van de hoogte van de in het afwikkelingsfonds aanwezige middelen.
**5.** Het bedrag waarvoor een overeenkomst, bedoeld in artikel 3A:74, tweede lid, van de wet is aangegaan, telt voor de toepassing van het eerste en derde lid mee voor de berekening van de hoogte van de in het Afwikkelingsfonds aanwezige middelen.
### Artikel 7i
@ -232,7 +232,7 @@ b. indien de totale waarde aan passiva, minus eigen vermogen en gegarandeerde de
**2.** De Nederlandsche Bank kan de betaling van de buitengewone bijdrage voor ten hoogste zes maanden geheel of gedeeltelijk opschorten indien de betaling daarvan de liquiditeit of de solvabiliteit van de betrokken bank of beleggingsonderneming zou bedreigen. Op verzoek van de onderneming kan de termijn worden verlengd.
### Paragraaf 5.3. Overige bepalingen
### Paragraaf 5a.3. Overige bepalingen
### Artikel 7j
@ -253,7 +253,7 @@ b. indien de totale waarde aan passiva, minus eigen vermogen en gegarandeerde de
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *depositobasis:* het totaal van de bij een bank aangehouden gegarandeerde depositos;
- *depositogarantiefonds:* het depositogarantiefonds, bedoeld in artikel 3:259a, eerste lid, van de wet;
- *Depositogarantiefonds:* het Depositogarantiefonds, bedoeld in artikel 3:259a, eerste lid, van de wet;
- *depositogarantiestelsel:* het depositogarantiestelsel, bedoeld in artikel 3:259, tweede lid, van de wet;
- *gegarandeerd deposito:* een deposito voor zover dat gegarandeerd wordt uit hoofde van het depositogarantiestelsel;
- *uitvoeringsverordening rapportage kapitaalvereisten:* Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie van 16 april 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 191).
@ -496,7 +496,7 @@ Het depositogarantiestelsel is niet van toepassing op:
a. depositos van:
1°. banken, voor zover het depositos betreft die door een bank in eigen naam en voor eigen rekening wordt aangehouden;
1°. banken, voor zover het depositos betreft die door een bank in eigen naam en voor eigen rekening worden aangehouden;
2°. financiële instellingen;
3°. beleggingsondernemingen;
4°. depositohouders die zich niet hebben geïdentificeerd overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
@ -515,7 +515,7 @@ e. bankspaardepositos eigen woning, voor zover deze ingevolge artikel 3:265d
**2.** Ingeval van een gezamenlijke rekening geldt de garantie voor elk van de depositohouders afzonderlijk voor een evenredig aandeel in het deposito, tenzij contractueel anders is bepaald.
**3.** Indien een depositohouder een deposito aanhoudt op eigen naam doch ten behoeve van een derde krachtens overeenkomst of wettelijk voorschrift, geldt de garantie voor deze derde en wordt deze voor de toepassing van deze paragraaf als depositohouder aangemerkt, mits diens identiteit kan worden vastgesteld voorafgaand aan het tijdstip waarop op grond van artikel 3:260, eerste lid, van de wet besloten is tot toepassing van het depositogarantiestelsel.
**3.** Indien een depositohouder een deposito aanhoudt op eigen naam doch ten behoeve van een derde krachtens overeenkomst of wettelijk voorschrift, geldt de garantie voor deze derde en wordt deze voor de toepassing van deze paragraaf als depositohouder aangemerkt, mits diens identiteit kan worden vastgesteld voorafgaand aan de datum van de beslissing van de Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak, bedoeld in artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet.
**4.** Onverminderd het eerste lid, is een deposito voor zover dat direct verband houdt met de nakoming van een koopovereenkomst die betrekking heeft op een eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001 gegarandeerd tot een bedrag van € 500.000 per depositohouder per bank. Deze garantie geldt gedurende drie maanden na storting van het deposito.
@ -535,20 +535,20 @@ e. bankspaardepositos eigen woning, voor zover deze ingevolge artikel 3:265d
### Artikel 29.05
**1.** De vergoedingen uit hoofde van het depositogarantiestelsel die de Nederlandsche Bank op grond van artikel 3:261, eerste lid, van de wet toekent, worden toegekend ten laste van het depositogarantiefonds.
**1.** De vergoedingen uit hoofde van het depositogarantiestelsel die de Nederlandsche Bank op grond van artikel 3:261, eerste lid, van de wet toekent, worden toegekend ten laste van het Depositogarantiefonds.
**2.** Het depositogarantiefonds maakt de ingevolge het eerste lid toegekende vergoedingen onverwijld beschikbaar voor uitkering.
**2.** Het Depositogarantiefonds maakt de ingevolge het eerste lid toegekende vergoedingen onverwijld beschikbaar voor uitkering.
**3.**
Behoudens de in het vierde en vijfde lid genoemde gevallen, wordt een vergoeding toegekend en beschikbaar gemaakt voor uitkering binnen de volgende termijn te rekenen vanaf het tijdstip waarop op grond van artikel 3:260, eerste lid, van de wet besloten is tot toepassing van het depositogarantiestelsel:
Behoudens de in het vierde en vijfde lid genoemde gevallen, wordt een vergoeding toegekend en beschikbaar gemaakt voor uitkering binnen de volgende termijn te rekenen vanaf de datum van de beslissing van de Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak, bedoeld in artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet:
a. tot en met 31 december 2018: binnen twintig werkdagen;
b. vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020: binnen vijftien werkdagen;
c. vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023: binnen tien werkdagen;
d. vanaf 1 januari 2024: binnen zeven werkdagen.
**4.** In afwijking van het derde lid geldt voor het toekennen en beschikbaar maken voor uitkering van een vergoeding aan een derde als bedoeld in artikel 29.02, derde lid, een termijn van drie maanden na het tijdstip waarop op grond van artikel 3:260, eerste lid, van de wet besloten is tot toepassing van het depositogarantiestelsel.
**4.** In afwijking van het derde lid geldt voor het toekennen en beschikbaar maken voor uitkering van een vergoeding aan een derde als bedoeld in artikel 29.02, derde lid, een termijn van drie maanden na de datum van de beslissing van de Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak, bedoeld in artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet.
**5.** Het toekennen van een vergoeding kan worden uitgesteld in de gevallen, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels.
@ -556,9 +556,9 @@ d. vanaf 1 januari 2024: binnen zeven werkdagen.
**1.** De Nederlandsche Bank kent de vergoedingen uit hoofde van het depositogarantiestelsel toe aan de hand van de op de gegarandeerde depositos toepasselijke wettelijke bepalingen of contractuele voorwaarden, de administratie van de betalingsonmachtige bank en eventuele andere relevante documenten.
**2.** Indien op gegarandeerde depositos rente is aangegroeid die nog niet is gecrediteerd op het tijdstip waarop op grond van artikel 3:260, eerste lid, van de wet besloten is tot toepassing van het depositogarantiestelsel, wordt het aangegroeide rentebedrag gerekend tot de depositos.
**2.** Indien op gegarandeerde depositos rente is aangegroeid die nog niet is gecrediteerd op de datum van de beslissing van de Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak, bedoeld in artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet, wordt het aangegroeide rentebedrag gerekend tot de depositos.
**3.** De vaststelling van de waarde van depositos die worden aangehouden in vreemde valuta wordt gebaseerd op de referentiekoersen van de Europese Centrale Bank, zoals deze golden op het tijdstip, bedoeld in het tweede lid.
**3.** De vaststelling van de waarde van depositos die worden aangehouden in vreemde valuta wordt gebaseerd op de referentiekoersen van de Europese Centrale Bank, zoals deze golden op de datum, bedoeld in het tweede lid. Voor vreemde valuta waarvoor de Europese Centrale Bank geen referentiekoers bepaalt, bepaalt de Nederlandsche Bank de referentiekoers.
**4.** De vergoeding wordt bepaald op nihil indien er met betrekking tot de betrokken depositos gedurende vierentwintig maanden voorafgaand aan het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, geen transactie door of namens de depositohouder heeft plaatsgevonden en de hoogte van een vergoeding voor een depositohouder lager zou zijn dan de kosten van het uitkeren van de vergoeding.
@ -574,9 +574,9 @@ d. vanaf 1 januari 2024: binnen zeven werkdagen.
### Artikel 29.08
**1.** Zolang vergoedingen uit hoofde van het depositogarantiestelsel niet binnen zeven werkdagen kunnen worden toegekend en beschikbaar gemaakt, kent de Nederlandsche Bank op verzoek van een depositohouder binnen vijf werkdagen na dat verzoek aan deze een passend bedrag toe om in de kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien. Dit bedrag wordt toegekend ten laste van het depositogarantiefonds.
**1.** Zolang vergoedingen uit hoofde van het depositogarantiestelsel niet binnen zeven werkdagen kunnen worden toegekend en beschikbaar gemaakt, kent de Nederlandsche Bank op verzoek van een depositohouder binnen vijf werkdagen na dat verzoek aan deze een passend bedrag toe om in de kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien. Dit bedrag wordt toegekend ten laste van het Depositogarantiefonds.
**2.** Het depositogarantiefonds maakt een ingevolge het eerste lid toegekend bedrag onverwijld doch uiterlijk binnen vijf werkdagen na het verzoek beschikbaar voor uitkering.
**2.** Het Depositogarantiefonds maakt een ingevolge het eerste lid toegekend bedrag onverwijld doch uiterlijk binnen vijf werkdagen na het verzoek beschikbaar voor uitkering.
**3.** Het bedrag is niet hoger dan de door de depositohouder bij de betalingsonmachtige bank aangehouden depositos.
@ -584,33 +584,35 @@ d. vanaf 1 januari 2024: binnen zeven werkdagen.
**5.** De Nederlandsche Bank kan nadere regels stellen met betrekking tot de indiening van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, en de hoogte van het passende bedrag.
**6.** Het toekennen van een passend bedrag kan worden uitgesteld in de gevallen, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels.
### Artikel 29.09
Onder toepassing van artikel 3:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, geschiedt de bekendmaking van een besluit op grond van artikel 29.05, eerste lid, tot toekenning van een vergoeding aan een depositohouder die heeft ingelogd op de website, bedoeld in artikel 29.07, eerste lid, door publicatie van dat besluit door de Nederlandsche Bank op die website.
#### Paragraaf 6.5. Het depositogarantiefonds
#### Paragraaf 6.5. Het Depositogarantiefonds
### Artikel 29.10
**1.** Op de leden van het bestuur van het depositogarantiefonds, bedoeld in artikel 3:259a van de wet, is artikel 14, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing.
**1.** De leden van het bestuur van het Depositogarantiefonds, bedoeld in artikel 3:259a van de wet, worden benoemd voor een periode van vier jaar, met de mogelijkheid van herbenoeming. Op de leden van het bestuur, is artikel 14, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing.
**2.** Op de taakuitoefening van het depositogarantiefonds zijn de artikelen 20, 23, eerste en tweede lid, en 41, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank stelt Onze Minister onverwijld in kennis van door haar getroffen voorzieningen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
**2.** Op de taakuitoefening van het Depositogarantiefonds zijn de artikelen 20, 23, eerste en tweede lid, en 41, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank stelt Onze Minister onverwijld in kennis van door haar getroffen voorzieningen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
**3.** Het depositogarantiefonds legt verantwoording af over haar taakuitoefening met overeenkomstige toepassing van de artikelen 18, eerste lid, met uitzondering van de laatste volzin, 26, 34, eerste lid, en 35, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank.
**3.** Het Depositogarantiefonds legt verantwoording af over haar taakuitoefening met overeenkomstige toepassing van de artikelen 18, eerste lid, met uitzondering van de laatste volzin, 26, 34, eerste lid, en 35, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank.
### Artikel 29.11
**1.** Het depositogarantiefonds bestaat uit een individueel gedeelte, bestaande uit het totaal van de individuele saldi van de banken, bedoeld in artikel 29.01, eerste lid, en een algemeen gedeelte.
**1.** Het Depositogarantiefonds bestaat uit een individueel gedeelte, bestaande uit het totaal van de individuele saldi van de banken, bedoeld in artikel 29.01, eerste lid, en een algemeen gedeelte.
**2.** De doelomvang van het individueel saldo van een bank is 0,4% van diens depositobasis. De doelomvang van het algemeen gedeelte is 0,4% van de depositobases van de banken gezamenlijk.
**3.** De hoogte van de ingevolge deze paragraaf verschuldigde bijdragen wordt zodanig vastgesteld dat het depositogarantiefonds de doelomvang, bedoeld in het tweede lid, bereikt binnen de termijn die volgt uit artikel 10, tweede lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels.
**3.** De hoogte van de ingevolge deze paragraaf verschuldigde bijdragen wordt zodanig vastgesteld dat het Depositogarantiefonds de doelomvang, bedoeld in het tweede lid, bereikt binnen de termijn die volgt uit artikel 10, tweede lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels.
### Artikel 29.12
**1.** Een bank als bedoeld in artikel 29.01, eerste lid, is aan het depositogarantiefonds elk kwartaal een bijdrage verschuldigd indien het individueel saldo van de bank of de omvang van het algemeen gedeelte van het depositogarantiefonds lager is dan de doelomvang van het individueel saldo onderscheidenlijk van het algemeen gedeelte, bedoeld in artikel 29.11, tweede lid. De bijdrage is gebaseerd op de depositobasis van een bank.
**1.** Een bank als bedoeld in artikel 29.01, eerste lid, is aan het Depositogarantiefonds elk kwartaal een bijdrage verschuldigd indien het individueel saldo van de bank of de omvang van het algemeen gedeelte van het Depositogarantiefonds lager is dan de doelomvang van het individueel saldo onderscheidenlijk van het algemeen gedeelte, bedoeld in artikel 29.11, tweede lid. De bijdrage is gebaseerd op de depositobasis van een bank.
**2.** De Nederlandsche Bank stelt de hoogte van de bijdrage vast, alsmede de termijn waarbinnen deze bijdrage wordt voldaan.
**2.** De Nederlandsche Bank stelt de hoogte van de bijdrage vast.
**3.**
@ -627,11 +629,11 @@ d. een risicosuppletie.
### Artikel 29.13
**1.** De door de banken verschuldigde basisbijdragen en suppleties komen ten goede aan de individuele saldi van de banken in het individuele gedeelte van het depositogarantiefonds. De door de banken verschuldigde risicobijdragen en risicosuppleties komen ten goede aan het algemene gedeelte van het depositogarantiefonds.
**1.** De door de banken verschuldigde basisbijdragen en suppleties komen ten goede aan de individuele saldi van de banken in het individuele gedeelte van het Depositogarantiefonds. De door de banken verschuldigde risicobijdragen en risicosuppleties komen ten goede aan het algemene gedeelte van het Depositogarantiefonds.
**2.**
Indien het depositogarantiefonds vergoedingen uitkeert, keert zij deze uit ten laste van achtereenvolgens:
Indien het Depositogarantiefonds vergoedingen uitkeert, keert zij deze uit ten laste van achtereenvolgens:
a. het individuele saldo van de betalingsonmachtige bank of bank die in afwikkeling is in het individuele gedeelte;
b. het algemene gedeelte;
@ -639,26 +641,32 @@ c. de individuele saldi van de overige banken in het individuele gedeelte naar r
### Artikel 29.14
**1.** Indien binnen het depositogarantiefonds de financiële middelen ontoereikend zijn, worden ter verkrijging van de benodigde financiële middelen buitengewone bijdragen geheven. De buitengewone bijdragen worden geheven van banken die op het moment waarop de financiële middelen in het fonds ontoereikend worden, een bank zijn als bedoeld in artikel 29.01, eerste lid.
**1.** Indien binnen het Depositogarantiefonds de financiële middelen ontoereikend zijn, worden ter verkrijging van de benodigde financiële middelen buitengewone bijdragen geheven. De buitengewone bijdragen worden geheven van banken die op het moment waarop de financiële middelen in het fonds ontoereikend worden, een bank zijn als bedoeld in artikel 29.01, eerste lid.
**2.**
De financiële middelen binnen het depositogarantiefonds zijn ontoereikend indien onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn voor:
De financiële middelen binnen het Depositogarantiefonds zijn ontoereikend indien onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn voor:
a. het uitkeren van vergoedingen uit hoofde van het depositogarantiestelsel indien op grond van artikel 3:260, eerste lid van de wet is besloten tot toepassing van het depositogarantiestelsel; of
b. het uitkeren van het bedrag dat ingevolge artikel 3A:265e van de wet ten laste van het depositogarantiestelsel beschikbaar wordt gesteld.
b. het uitkeren van het bedrag dat ingevolge artikel 3:265e van de wet ten laste van het depositogarantiestelsel beschikbaar wordt gesteld.
**3.** De Nederlandsche Bank stelt de hoogte van de verschuldigde buitengewone bijdragen vast overeenkomstig bijlage D bij dit besluit, alsmede het aantal termijnen waarin de bijdrage wordt voldaan aan het depositogarantiefonds. Bij de vaststelling wordt de begrenzing van de hoogte van de buitengewone bijdragen die volgt uit artikel 10, achtste lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels in acht genomen. De Nederlandsche Bank kan overeenkomstig artikel 10, achtste lid, van de richtlijn de betaling van een buitengewone bijdrage opschorten indien de solvabiliteits- of liquiditeitspositie van een bank daartoe aanleiding geeft.
**3.** De Nederlandsche Bank stelt de hoogte van de aan het Depositogarantiefonds verschuldigde buitengewone bijdragen vast overeenkomstig bijlage D bij dit besluit. Bij de vaststelling wordt de begrenzing van de hoogte van de buitengewone bijdragen die volgt uit artikel 10, achtste lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels in acht genomen. De Nederlandsche Bank kan overeenkomstig artikel 10, achtste lid, van de richtlijn de betaling van een buitengewone bijdrage opschorten indien de solvabiliteits- of liquiditeitspositie van een bank daartoe aanleiding geeft.
**4.** Het depositogarantiefonds kan, voor het geval dat de buitengewone bijdragen niet onmiddellijk beschikbaar of ontoereikend zijn, overeenkomsten aangaan tot het verkrijgen van financiering van derden. Artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Het Depositogarantiefonds kan, voor het geval dat de buitengewone bijdragen niet onmiddellijk beschikbaar of ontoereikend zijn, overeenkomsten aangaan tot het verkrijgen van financiering van derden. De overeenkomsten behoeven de voorafgaande instemming van Onze Minister.
**5.** Het bestuur van het depositogarantiefonds stelt een financieringsplan vast voor het verkrijgen van kortetermijnfinanciering voor het geval dat de buitengewone bijdragen niet onmiddellijk beschikbaar of toereikend zijn.
**5.** Het bestuur van het Depositogarantiefonds stelt een financieringsplan vast voor het verkrijgen van kortetermijnfinanciering voor het geval dat de buitengewone bijdragen niet onmiddellijk beschikbaar of toereikend zijn.
### Artikel 29.14a
**1.** Indien ingevolge artikel 29.14 van een bank een buitengewone bijdrage zal worden geheven, kan de Nederlandsche Bank bepalen dat de bank hierop een voorschot voldoet.
**2.** Het betaalde voorschot wordt verrekend met de ingevolge artikel 29.14 verschuldigde buitengewone bijdragen.
### Artikel 29.15
**1.** De Nederlandsche Bank restitueert baten die worden verkregen door de uitoefening van het verhaalsrecht, bedoeld in artikel 3:265, eerste lid, van de wet, aan banken uitsluitend voor zover die banken buitengewone bijdragen hebben betaald.
**1.** De Nederlandsche Bank besluit tot restitutie ten laste van het Depositogarantiefonds van baten die worden verkregen door de uitoefening van de rechten waarin het Depositogarantiefonds ingevolge artikel 3:261, vijfde lid, van de wet is getreden, aan banken uitsluitend voor zover die banken buitengewone bijdragen hebben betaald.
**2.** Voor zover na restitutie baten resteren, komen deze ten goede aan het depositogarantiefonds, eerst aan de individuele saldi in het individuele gedeelte voor zover aangesproken, naar rato van de depositobases van de banken, vervolgens aan het algemene gedeelte.
**2.** Voor zover na restitutie baten resteren, komen deze ten goede aan het Depositogarantiefonds, eerst aan de individuele saldi in het individuele gedeelte voor zover aangesproken, naar rato van de depositobases van de banken, vervolgens aan het algemene gedeelte.
### Artikel 29.16
@ -680,17 +688,17 @@ b. het uitkeren van het bedrag dat ingevolge artikel 3A:265e van de wet ten last
### Artikel 29.19
**1.** De financiële middelen van het depositogarantiefonds worden aangehouden in contant geld, depositos, betalingsverplichtingen als bedoeld in artikel 29.17, en activa met een laag risico en kunnen worden geliquideerd binnen de termijn, bedoeld in artikel 29.05, derde lid.
**1.** De financiële middelen van het Depositogarantiefonds worden aangehouden in contant geld, depositos, betalingsverplichtingen als bedoeld in artikel 29.17, en activa met een laag risico en kunnen worden geliquideerd binnen de termijn, bedoeld in artikel 29.05, derde lid.
**2.** Activa met een laag risico zijn activa die vallen in de eerste of tweede categorie van tabel 1 van artikel 336 van de verordening kapitaalvereisten of activa die door de Nederlandsche Bank in vergelijkbare mate veilig en liquide worden geacht.
**3.** De financiële middelen van het depositogarantiefonds worden op voldoende gediversifieerde wijze belegd.
**3.** De financiële middelen van het Depositogarantiefonds worden op voldoende gediversifieerde wijze belegd.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het beleggingsbeleid.
### Artikel 29.20
**1.** Indien gegarandeerde depositos als gevolg van een bedrijfsverplaatsing niet langer worden aangehouden bij een bank als bedoeld in artikel 29.01, eerste lid, maar bij een bank met zetel in een andere lidstaat, wordt ten laste van het depositogarantiefonds een door de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 14, derde lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels te bepalen bedrag voldaan aan het depositogarantiestelsel in de andere lidstaat dat van toepassing wordt op de verplaatste gegarandeerde depositos.
**1.** Indien gegarandeerde depositos als gevolg van een bedrijfsverplaatsing niet langer worden aangehouden bij een bank als bedoeld in artikel 29.01, eerste lid, maar bij een bank met zetel in een andere lidstaat, wordt ten laste van het Depositogarantiefonds een door de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 14, derde lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels te bepalen bedrag voldaan aan het depositogarantiestelsel in de andere lidstaat dat van toepassing wordt op de verplaatste gegarandeerde depositos.
**2.** De bank, bedoeld in het eerste lid, geeft ten minste zes maanden voorafgaand aan de voorgenomen verplaatsing schriftelijk kennis van dat voornemen aan de Nederlandsche Bank.
@ -829,11 +837,11 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, b
## Bijlage A. behorende bij
## Bijlage B. , behorend bij de
## Bijlage B. behorend bij de
## Bijlage C. , behorend bij
## Bijlage C. behorend bij
## Bijlage D. , behorend bij
## Bijlage D. behorend bij
De door een bank (i) verschuldigde buitengewone bijdrage, bedoeld in artikel 29.14, eerste lid, wordt berekend met behulp van de volgende formule:
@ -845,9 +853,9 @@ epb(i) = de door bank i verschuldigde buitengewone bijdrage;
db(i,t) = de gegarandeerde depositos van bank i op toetsmoment t;
t=1 op het eerste toetsmoment nadat het tekort in het depositogarantiefonds is ontstaan;
t=1 op het eerste toetsmoment nadat het tekort in het Depositogarantiefonds is ontstaan;
tek = het tekort in het depositogarantiefonds dat met behulp van de buitengewone bijdragen moet worden gefinancierd;
tek = het tekort in het Depositogarantiefonds dat met behulp van de buitengewone bijdragen moet worden gefinancierd;
a(i,t=1) = {rw(i,t=1) x db(i,t=1)} / Σ_i{rw(i,t=1) x db(i,t=1)} = het aandeel van bank i in het totaal van de gewogen gegarandeerde depositos op toetsmoment t=1;