2021-07-01 | BWBR0003391 | Wet voorkeursrecht gemeenten
This commit is contained in:
parent
cb4205751e
commit
1e840769b5
1 changed files with 9 additions and 9 deletions
|
|
@ -59,7 +59,7 @@ b. gronden die bij een structuurvisie zijn aangewezen tot moderniseringsgebied a
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders kunnen gronden voorlopig aanwijzen, mits bij het hiertoe strekkend besluit aan die gronden een niet-agrarische bestemming is toegedacht en het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Het besluit vervalt van rechtswege drie maanden na dagtekening of zoveel eerder als een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing ingevolge artikel 3, 4 of 5 in werking treedt.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders kunnen gronden voorlopig aanwijzen, mits bij het hiertoe strekkend besluit aan die gronden een niet-agrarische bestemming is toegedacht en het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Het besluit vervalt van rechtswege drie maanden na dagtekening of zoveel eerder als een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing ingevolge artikel 3, 4 of 5 in werking treedt.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 3, tweede en derde lid, 10 tot en met 15, 24 en 26 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -67,9 +67,9 @@ b. gronden die bij een structuurvisie zijn aangewezen tot moderniseringsgebied a
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Het besluit tot aanwijzing of voorlopige aanwijzing ligt voor eenieder ter inzage op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats. Zij maken de terinzagelegging bekend in de Staatscourant, in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden en voorts op de gebruikelijke wijze. Het besluit treedt in werking de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin de terinzagelegging bekend is gemaakt.
|
||||
**1.** Het besluit tot aanwijzing of voorlopige aanwijzing wordt door het college van burgemeester en wethouders bekendgemaakt. Het besluit treedt in werking de dag na dagtekening van het gemeenteblad waarin het is bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders zenden een mededeling van de aanwijzing aan ieder van de in het besluit vermelde eigenaren en beperkt gerechtigden. De mededeling bevat een zakelijke beschrijving van de betekenis van de aanwijzing.
|
||||
**2.** Van het besluit tot aanwijzing of voorlopige aanwijzing wordt door het college van burgemeester en wethouders mededeling gedaan aan ieder van de in het besluit vermelde eigenaren en beperkt gerechtigden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -93,9 +93,9 @@ b. gronden die bij een structuurvisie zijn aangewezen tot moderniseringsgebied a
|
|||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
**1.** Indien provinciale staten het voornemen hebben toepassing te geven aan artikel 3.26, eerste en vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen zij, op gelijke wijze als de gemeenteraad, overeenkomstig artikel 2 in samenhang met artikel 3, 4 of 5, gronden aanwijzen, met dien verstande dat voor een aanwijzing in samenhang met artikel 4 uitsluitend een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening in aanmerking komt. In een besluit tot aanwijzing overeenkomstig artikel 4 of 5 geven provinciale staten aan op welke wijze invulling gegeven zal worden aan een inpassingsplan. Gedeputeerde staten kunnen op gelijke wijze als burgemeester en wethouders overeenkomstig artikel 6 gronden voorlopig aanwijzen.
|
||||
**1.** Indien provinciale staten het voornemen hebben toepassing te geven aan artikel 3.26, eerste en vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen zij, op gelijke wijze als de gemeenteraad, overeenkomstig artikel 2 in samenhang met artikel 3, 4 of 5, gronden aanwijzen, met dien verstande dat voor een aanwijzing in samenhang met artikel 4 uitsluitend een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening in aanmerking komt. In een besluit tot aanwijzing overeenkomstig artikel 4 of 5 geven provinciale staten aan op welke wijze invulling gegeven zal worden aan een inpassingsplan. Gedeputeerde staten kunnen op gelijke wijze als burgemeester en wethouders overeenkomstig artikel 6 gronden voorlopig aanwijzen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister het voornemen heeft toepassing te geven aan artikel 3.28, eerste en vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening kan deze, op gelijke wijze als de gemeenteraad, overeenkomstig artikel 2 in samenhang met artikel 3, 4 of 5 gronden aanwijzen, met dien verstande dat voor een aanwijzing in samenhang met artikel 4 uitsluitend een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening in aanmerking komt. Bij een aanwijzing overeenkomstig de artikelen 4 en 5 geeft Onze Minister aan op welke wijze invulling gegeven zal worden aan een inpassingsplan.
|
||||
**2.** Indien Onze Minister het voornemen heeft toepassing te geven aan artikel 3.28, eerste en vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening kan deze, op gelijke wijze als de gemeenteraad, overeenkomstig artikel 2 in samenhang met artikel 3, 4 of 5 gronden aanwijzen, met dien verstande dat voor een aanwijzing in samenhang met artikel 4 uitsluitend een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening in aanmerking komt. Bij een aanwijzing overeenkomstig de artikelen 4 en 5 geeft Onze Minister aan op welke wijze invulling gegeven zal worden aan een inpassingsplan.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 6, derde lid, 7 tot en met 15, 24 en 26 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -117,13 +117,13 @@ c. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de gronden waarop de aanwij
|
|||
|
||||
**2.** Op het tijdstip van inwerkingtreding van een besluit als bedoeld in artikel 9a, tweede lid, vervalt een eerder besluit tot aanwijzing of tot voorlopige aanwijzing van de betrokken grond van provinciale staten of gedeputeerde staten van rechtswege, met dien verstande dat indien aan gedeputeerde staten reeds een opgave is gedaan als bedoeld in artikel 11, eerste lid, die opgave in stand blijft en wordt aangemerkt als een opgave aan Onze Minister. Onze Minister neemt bij de toepassing van de artikelen 11 tot en met 15 de plaats in van gedeputeerde staten, en de Staat de plaats van de provincie.
|
||||
|
||||
**3.** Bij toepassing van artikel 9a, eerste of tweede lid, kunnen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders geen gebruik meer maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2 in samenhang met artikel 3, 4 of 5 en artikel 6.
|
||||
**3.** Bij toepassing van artikel 9a, eerste of tweede lid, kunnen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders geen gebruik meer maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2 in samenhang met artikel 3, 4 of 5 en artikel 6.
|
||||
|
||||
**4.** Bij toepassing van artikel 9a, tweede lid, kunnen provinciale en gedeputeerde staten geen gebruik meer maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 9a, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9c
|
||||
|
||||
Gronden die zijn aangewezen ingevolge artikel 2 in samenhang met artikel 3, 4 of 5, artikel 6 of artikel 9a, eerste of tweede lid, kunnen niet binnen twee jaar na het intrekken of het van rechtswege vervallen van zodanige aanwijzing opnieuw ingevolge een zodanig besluit worden aangewezen.
|
||||
Gronden die zijn aangewezen ingevolge artikel 2 in samenhang met artikel 3, 4 of 5, artikel 6 of artikel 9a, eerste of tweede lid, kunnen niet binnen twee jaar na het intrekken of het van rechtswege vervallen van zodanige aanwijzing opnieuw ingevolge een zodanig besluit worden aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -255,9 +255,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Voor zover na de overdracht aan de gemeente van een onroerende zaak of van een beperkt recht waaraan zo’n zaak is onderworpen ingevolge de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 vanwege een besluit tot aanwijzing overeenkomstig artikel 2 in samenhang met artikel 3 of 4, zonder dat de in artikel 3, eerste lid, of 4, eerste lid, bedoelde andere bestemming is verwezenlijkt, bij een onherroepelijk bestemmingsplan een bestemming is aangewezen waarmee de totstandkoming van de aanwijzing zou zijn uitgesloten, kan de vervreemder vorderen dat de gemeente hem de schade zal vergoeden die hij als gevolg van die overdracht mocht hebben geleden.
|
||||
**1.** Voor zover na de overdracht aan de gemeente van een onroerende zaak of van een beperkt recht waaraan zo’n zaak is onderworpen ingevolge de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 vanwege een besluit tot aanwijzing overeenkomstig artikel 2 in samenhang met artikel 3 of 4, zonder dat de in artikel 3, eerste lid, of 4, eerste lid, bedoelde andere bestemming is verwezenlijkt, bij een onherroepelijk bestemmingsplan een bestemming is aangewezen waarmee de totstandkoming van de aanwijzing zou zijn uitgesloten, kan de vervreemder vorderen dat de gemeente hem de schade zal vergoeden die hij als gevolg van die overdracht mocht hebben geleden.
|
||||
|
||||
**2.** Gelijke bevoegdheid heeft de vervreemder na de overdracht ingevolge de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 vanwege een besluit tot aanwijzing overeenkomstig artikel 2 in samenhang met 5, of een besluit tot voorlopige aanwijzing overeenkomstig artikel 6, voor zover de bij die overdracht betrokken onroerende zaak niet binnen de desbetreffende termijn, genoemd in artikel 6 of 9 is opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 5, onderscheidenlijk in een bestemmingsplan of structuurvisie, waarbij de bij de aanwijzing of voorlopige aanwijzing aan de betrokken onroerende zaak toegedachte bestemming is gehandhaafd.
|
||||
**2.** Gelijke bevoegdheid heeft de vervreemder na de overdracht ingevolge de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 vanwege een besluit tot aanwijzing overeenkomstig artikel 2 in samenhang met 5, of een besluit tot voorlopige aanwijzing overeenkomstig artikel 6, voor zover de bij die overdracht betrokken onroerende zaak niet binnen de desbetreffende termijn, genoemd in artikel 6 of 9 is opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 5, onderscheidenlijk in een bestemmingsplan of structuurvisie, waarbij de bij de aanwijzing of voorlopige aanwijzing aan de betrokken onroerende zaak toegedachte bestemming is gehandhaafd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 9a, eerste of tweede lid, treedt voor de toepassing van het eerste of tweede lid de provincie onderscheidenlijk de Staat in de plaats van de gemeente.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue