2008-01-01 | BWBR0007816 | Inkomstenbesluit militairen

This commit is contained in:
Coornhert 2008-01-01 12:00:00 +00:00
parent 50fc6f75c5
commit 1e9d33c6ca

View file

@ -58,6 +58,14 @@ Met inachtneming van artikel 1, derde en vierde lid, van het Algemeen militair a
1°. de geregistreerde partner;
2°. degene die door de militair als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de militair een bewijs van die aanmelding heeft overgelegd aan de commandant;
**4.**
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
a. fase één: fase één als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l van het Algemeen militair ambtenarenreglement;
b. fase twee: fase twee als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m van het Algemeen militair ambtenarenreglement;
c. fase drie: fase drie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
### Artikel 2
**1.** Onze Minister kan in geval van buitengewone omstandigheden, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, tijdelijk afwijken van hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald, indien en voor zolang dit met het oog op de goede uitvoering van de operationele taken van de krijgsmacht noodzakelijk wordt geacht.
@ -221,6 +229,8 @@ b. na overgang naar een ander krijgsmachtdeel aanspraak heeft op een lager salar
**4.** Geen aanspraak op een overbruggingstoelage wordt verleend, dan wel de aanspraak op de toegekende overbruggingstoelage vervalt, indien de militair na een tijdelijke rang te hebben bekleed, de rang herkrijgt die hij had voordat hij tijdelijk werd bevorderd.
**5.** De aanspraak op de in het tweede lid bedoelde overbruggingstoelage eindigt op de datum waarop de toegekende functioneringstoelage volgens de toekenningsbeschikking zou eindigen.
### Artikel 10
De militair wiens salaris - in voorkomend geval verhoogd met een overbruggingstoelage - lager is dan het maandbedrag van het minimumloon dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag geldt voor werknemers van dezelfde leeftijd, heeft aanspraak op een garantietoelage minimumloon ten bedrage van het verschil.
@ -243,13 +253,13 @@ De militair wiens salaris - in voorkomend geval verhoogd met een overbruggingsto
### Artikel 12
**1.** De commandant operationeel commando kan aan een militair die bij het beroepspersoneel voor onbepaalde tijd is aangesteld, die aan een voor hem uit artikel 7, eerste lid, dan wel artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement voortvloeiende verplichting heeft voldaan en die zich verbindt om gedurende een bepaalde periode onafgebroken deel uit te maken van het beroepspersoneel, een bindingspremie toekennen.
**1.** De commandant operationeel commando kan aan een militair in fase twee of drie, die zich verbindt om gedurende een bepaalde periode onafgebroken deel uit te maken van het beroepspersoneel, een bindingspremie toekennen.
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de toekenning van een bindingspremie.
### Artikel 12a
**1.** Het hoofd defensieonderdeel kan aan een militair, die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel en het voor hem geldende maximumsalaris heeft bereikt, een functioneringstoelage toekennen, indien de wijze van functioneren van die militair daartoe naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel aanleiding geeft.
**1.** Het hoofd defensieonderdeel kan aan een militair, die is aangesteld bij het beroepspersoneel en het voor hem geldende maximumsalaris heeft bereikt, een functioneringstoelage toekennen, indien de wijze van functioneren van die militair daartoe naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel aanleiding geeft.
**2.** De functioneringstoelage wordt toegekend voor een periode van tenminste één jaar.
@ -280,7 +290,11 @@ c. functioneringsgratificatie.
### Artikel 13a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Aan de militair die met goed gevolg zijn initiële opleiding heeft volbracht kan naar bij ministeriële regeling te stellen regels een aanstellingspremie worden toegekend.
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde militair tijdens fase één ontslag wordt verleend, betaalt hij de toegekende premie op een door Onze minister te bepalen wijze terug.
**3.** Indien het in het tweede lid bedoelde ontslag niet of niet geheel aan de militair valt te verwijten kan Onze Minister in afwijking van het tweede lid bepalen dat de toegekende premie gedeeltelijk of niet behoeft te worden terugbetaald.
### Artikel 14
@ -312,7 +326,7 @@ d. met salarisnummer 3 of hoger: € 143,37.
### Artikel 15
De militair respectievelijk de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 1,9% van de door hem genoten bezoldiging respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld of uitkering als bedoeld in artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
De militair respectievelijk de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 3,5% van de door hem genoten bezoldiging respectievelijk de door hem genoten uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen of het door hem genoten wachtgeld of uitkering als bedoeld in artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie na toepassing van de bij of krachtens die wet respectievelijk die regeling geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
### Artikel 15a
@ -330,7 +344,9 @@ c. een toelage of - in de plaats daarvan - voorzieningen in natura ter zake van
d. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van recepties en representatie;
e. een diensttijdgratificatie bij een - naar het oordeel van Onze Minister - eervolle diensttijd van twaalfeneenhalf, vijfentwintig of vijfendertig jaren;
f. een toelage dan wel een toeslag, uitsluitend indien de militair is aangesteld bij het reserve-personeel, in verband met het handhaven van zijn beschikbaarheid en inzetbaarheid;
g. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van communicatie.
g. een vergoeding van of een tegemoetkoming in de kosten van communicatie;
h. een vergoeding van of tegemoetkoming in de kosten van het volgen van een cursus of opleiding alsmede de hiervoor benodigde studiematerialen;
i. een vergoeding of een tegemoetkoming in de extra kosten voor zorg voor jonge kinderen bij inzet.
**2.** Tenzij de commandant operationeel commando om redenen van billijkheid anders bepaalt, is de militair die is aangesteld bij het reserve-personeel en de verplichting op zich heeft genomen om zich gedurende een bepaalde tijd beschikbaar te houden voor inzet in het kader van een door Onze Minister als zodanig aangemerkte vredes- of humanitaire operatie of andere vorm van daadwerkelijke inzet buiten Nederland, verplicht tot terugbetaling van de hem daartoe verstrekte toelage, indien hij deze verplichting niet nakomt.
@ -382,7 +398,7 @@ b. dit onderwijs of deze scholing plaats vindt binnen een erkend reïntegratietr
**2.** De commandant draagt ervoor zorg dat de vrouwelijke militair door tussenkomst van de commandant een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg aanvraagt bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet-SUWI. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschaps- en bevallingsverlof onderscheidenlijk de datum waarop de vrouwelijke militair het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
**3.** Indien de vrouwelijke militair aan wie zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door het hoofd defensieonderdeel gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling als bedoeld in het vierde lid toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
**3.** Indien de vrouwelijke militair aan wie zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door het hoofd defensieonderdeel gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling als bedoeld in het eerste lid toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
**4.** Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering als bedoeld in het tweede lid is voldaan maar geen uitkering is toegekend omdat de vrouwelijke militair geen aanvraag heeft ingediend, wordt het derde lid op overeenkomstige wijze toegepast.
@ -481,7 +497,7 @@ j. de brevettoelage marinierskapel;
k. een op grond van artikel 115 van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) toegekende schadeloosstelling, vergoeding of tegemoetkoming, voor zover deze, naar het oordeel van Onze Minister, een vast onderdeel van zijn inkomen vormt;
l. de door Onze Minister te schatten geldswaarden per jaar van het emolument van kleermakers, schoenmakers en barbiers der zeemacht wegens werkzaamheden ten dienste van de militairen, welke schatting niet individueel geschiedt doch voor alle kleermakers, schoenmakers en barbiers naar een voor elk van deze categorieën te bepalen bedrag, berekend naar de gemiddelde inkomsten, welke door elke categorie jaarlijks uit het bedrijf wordt genoten;
m. het emolument huisvesting Koninklijke marechaussee;
n. de vaste vergoeding voor extra beslaglegging van de militair die voor onbepaalde tijd is aangesteld, voor zover hij deze na 31 december 2001 heeft genoten, met uitzondering van de militair bedoeld in het vierde lid.
n. de vaste vergoeding voor extra beslaglegging van de militair die zich in fase twee of drie bevindt, voor zover hij deze na 31 december 2001 heeft genoten, met uitzondering van de militair, bedoeld in het vierde lid.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor de gewezen militair die een uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen geniet en voor wie de ontslagleeftijd met ingang van 1 januari 2006 bij of krachtens artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 is gewijzigd.