diff --git a/amvb/kaderbesluit-ez-subsidies/BWBR0024796/README.md b/amvb/kaderbesluit-ez-subsidies/BWBR0024796/README.md index 863795b901b..6f29b146a37 100644 --- a/amvb/kaderbesluit-ez-subsidies/BWBR0024796/README.md +++ b/amvb/kaderbesluit-ez-subsidies/BWBR0024796/README.md @@ -18,14 +18,11 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – *algemene groepsvrijstellingsverordening:* verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard («de algemene groepsvrijstellingsverordening») (PbEU L 214); -– *algemene opleiding:* een algemene opleiding als bedoeld in artikel 38, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; – *bank:* een kredietinstelling die voldoet aan de omschrijving van bank als vermeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en die bevoegd is in een lidstaat van de Europese Unie het bedrijf van bank uit te oefenen; – *de-minimis verordening:* verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379) ), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwsector en de visserijsector (PbEU L 193); -– *experimentele ontwikkeling:* experimentele ontwikkeling als bedoeld in paragraaf 2.2, onder g, van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); – *Europees steunkader:* een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, beschikking of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Commissie van de Europese Gemeenschappen, gelet op de artikelen 86, derde lid , 87 en 88 van het EG-Verdrag heeft vastgesteld – *financier:* een bank of een participatiemaatschappij of een andere, door Onze Minister aangewezen instelling; -– *fundamenteel onderzoek:* fundamenteel onderzoek als bedoeld in paragraaf 2.2, onder e, van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); – *groep:* een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden: a. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: @@ -34,11 +31,6 @@ a. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of in 2°. volledig aansprakelijk vennoot is van, of 3°. overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en b. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen; -– *hooggekwalificeerd personeel:* hooggekwalificeerd personeel als bedoeld in paragraaf 2.2, onderdeel k, van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); -– *industrieel onderzoek:* industrieel onderzoek als bedoeld in paragraaf 2.2, onderdeel f, van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); -– *innovatieadviesdienst:* een innovatieadviesdienst in de zin van paragraaf 5.6, eerste gedachtestreepje van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); -– *innovatiecluster:* een innovatiecluster als bedoeld in paragraaf 2.2, onderdeel m, van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); -– *innovatieve starter:* een innovatieve starter als bedoeld in paragraaf 5.4 van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); – *kapitaalvennootschap:* a. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of @@ -53,10 +45,8 @@ b. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lid – *penvoerder:* de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie; – *participatiemaatschappij:* een vennootschap in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen, ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die blijkens haar statuten of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan ondernemers teneinde winst te behalen; – *samenwerkingsverband:* een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap; -– *specifieke opleiding:* een specifieke opleiding als bedoeld in artikel 38, onderdeel 1, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; – *specifieke uitkering:* een subsidie aan een provincie, gemeente of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen die tevens een specifieke uitkering is als bedoeld in de Financiële-verhoudingswet; – *subsidie aan een financier:* een subsidie, verstrekt aan een financier, met als doel om kapitaal te doen verstrekken aan ondernemingen; -– *technische haalbaarheidsstudie:* technische haalbaarheidsstudie in de zin van paragraaf 5.2 van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); – *universiteit:* een onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs, alsmede een onder i van de bijlage van die wet genoemd academisch ziekenhuis; – *voucher:* een op grond van dit besluit door Onze Minister afgegeven waardedocument voor een deel van de kosten die met het doel waarvoor de voucher wordt gegeven, gepaard gaan. @@ -64,16 +54,7 @@ b. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lid ### Artikel 2 -**1.** - -Subsidies op het gebied van: - -a. het technologiebeleid, met uitzondering van het beleid op het gebied van lucht- en ruimtevaart, civiele vliegtuigontwikkeling en innovatieve zeescheepsbouw, -b. het beleid met betrekking tot energiebesparing en duurzame energie voor zover het betreft subsidies verstrekt aan een financier, -c. het beleid met betrekking tot het midden- en kleinbedrijf en -d. het ruimtelijk economisch beleid, met uitzondering van het Besluit subsidies regionale investeringsprojecten 2000, - -worden verstrekt volgens de regels van dit besluit. +**1.** Subsidies die worden verstrekt krachtens een ministeriële regeling op de gebieden, genoemd in artikel 2 van de Kaderwet EZ-subsidies, worden verstrekt volgens de regels van dit besluit. **2.** Onze Minister kan op aanvraag voor de activiteiten op de gebieden, genoemd in het eerste lid, subsidie verstrekken volgens bij ministeriële regeling bepaalde regels. @@ -88,6 +69,8 @@ b. subsidies die worden verstrekt met het oog op co-financiering van een door de **5.** Onder dit besluit vallen niet specifieke uitkeringen die verstrekt worden op grond van een regeling die uitsluitend voorziet in het verstrekken van specifieke uitkeringen. +**6.** Dit besluit is niet van toepassing op subsidies krachtens het Besluit stimulering duurzame energieproductie. + ### Artikel 3 **1.** Een subsidie wordt verstrekt aan een in Nederland gevestigde natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die voor eigen rekening en risico activiteiten uitvoert. @@ -96,6 +79,8 @@ b. subsidies die worden verstrekt met het oog op co-financiering van een door de **3.** In aanvulling op het eerste lid kan een subsidie aan een financier ook worden verstrekt aan een niet in Nederland gevestigde financier. +**4.** Geen subsidie wordt verstrekt aan een provincie, gemeente of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat daaraan wel subsidie wordt verstrekt. + ### Artikel 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over: @@ -111,25 +96,13 @@ h. onderwerpen die, in afwijking van of in aanvulling op de regels van dit beslu ## Hoofdstuk 3. Hoogte subsidie -### Paragraaf 1. Hoogte subsidie voor activiteiten opgenomen in de +### Paragraaf 1. Hoogte subsidie ### Artikel 5 -**1.** +**1.** Bij ministeriële regeling wordt de wijze van berekenen van de subsidie of de hoogte van de subsidie bepaald. -De subsidie bedraagt voor zover activiteiten vallen onder de bijlage, het percentage van de subsidiabele kosten zoals aangegeven in de bijlage, tenzij bij ministeriële regeling is aangegeven dat: - -a. de subsidie valt onder een de-minimis verordening, -b. de subsidie aangemerkt wordt als steun als bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening of -c. de subsidie geen steun is in de zin van artikel 87 en 88 EG-verdrag. - -**2.** Indien de hoogte van de subsidie volgt uit de bijlage en verschillende percentages van toepassing zijn, bedraagt de subsidie het gewogen gemiddelde van deze percentages. - -**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de subsidie een lager percentage dan aangegeven in de bijlage bedraagt. - -**4.** Bij ministeriële regeling kan, in aanvulling op het eerste lid, een maximum subsidiebedrag worden bepaald. - -**5.** Bij ministeriële regeling kan, in afwijking van het tweede lid, één subsidiepercentage worden vastgesteld. In dat geval wordt in die ministeriële regeling aangegeven het minimale aandeel van bepaalde activiteiten in het geheel van activiteiten. +**2.** Bij ministeriële regeling kan een maximum subsidiebedrag worden bepaald. ### Paragraaf 2. Cumulatie verschillende subsidies @@ -157,9 +130,7 @@ Indien bij ministeriële regeling is bepaald dat toepassing is gegeven aan een d ### Artikel 9 -**1.** Bij ministeriële regeling wordt de wijze van berekenen van de hoogte of de hoogte van de subsidie bepaald indien dit niet volgt uit artikel 5, waarbij indien relevant een Europees steunkader in acht wordt genomen. - -**2.** Bij ministeriële regeling kan een maximum subsidiebedrag worden bepaald. +Vervallen ## Hoofdstuk 4. Subsidiabele kosten @@ -167,12 +138,7 @@ Indien bij ministeriële regeling is bepaald dat toepassing is gegeven aan een d ### Artikel 10 -**1.** - -Voor subsidie komen de kosten in aanmerking die: - -a. direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit; -b. de gewone bedrijfsuitoefening betreffen. +**1.** Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit. **2.** Vóór indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte kosten komen niet voor subsidie in aanmerking. @@ -184,13 +150,15 @@ b. de gewone bedrijfsuitoefening betreffen. **6.** Bij subsidie aan een ondernemer waar een Europees steunkader op van toepassing is, komen alleen de kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. +**7.** Afschrijvingskosten van apparatuur en gebouwen worden lineair berekend als fractie van de aanschafprijs op basis van bedrijfseconomische grondslagen en normen, met een minimale afschrijvingstermijn van vijf jaar. + ### Paragraaf 2. Standaardmethoden van berekenen subsidiabele kosten ### Artikel 11 **1.** -De aanvrager kiest voor de berekening van de subsidiabele kosten uit: +Tenzij artikel 14a van toepassing is, kiest de aanvrager voor de berekening van de subsidiabele kosten uit: a. de integrale kostensystematiek, opgenomen in artikel 12, b. de loonkosten plus vaste-opslag-systematiek, opgenomen in artikel 13, of @@ -231,11 +199,32 @@ Indien de aanvrager kiest voor de vaste-uurtarief-systematiek, worden de subsidi a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; b. de aan derden betaalde kosten. +### Artikel 14a + +**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor subsidie in aanmerking komen de extra investeringskosten die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de voor subsidie in aanmerking komende maatregel met inachtneming van Punt 80 tot en met 84 van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PbEU 2008 C 82). + +**2.** + +Extra investeringskosten als bedoeld in het eerste lid hebben betrekking op: + +a. kosten van verwerving of op andere titel dan verwerving in gebruik verkregen bedrijfsterreinen; +b. kosten van verwerving, huurkoop of lease van bedrijfsgebouwen en daartoe te rekenen centrale voorzieningen; +c. kosten van aangeschafte machines en apparatuur; +d. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen; +e. kosten van onderhoud en inspectie, administratie en beheer, ontmanteling, onvoorziene reparaties, verplichte milieumonitoring en verzekeringen; +f. kosten van geleidelijk opstarten en in gebruik nemen van het project en daartoe te rekenen productiekosten; +g. kosten van tenaamstelling, verwerving en instandhouding van rechten van intellectuele eigendom; +h. aan derden verschuldigde kosten. + +**3.** De hoogte van de subsidiabele extra investeringskosten komt overeen met de som van de per kostensoort berekende investeringskosten van het project verminderd met de referentie-kosten, extra opbrengsten en enig ander extra voordeel in de periode tot vijf jaar na de ingebruikname alsmede extra besparingen die met het project gemoeid zijn. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de berekening van de kosten, bedoeld in het tweede en derde lid. + ### Paragraaf 3. Delegatiebepaling ### Artikel 15 -Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 10 of de wijze van berekenen van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid. +Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 10 of de wijze van berekenen van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitleg van in dit hoofdstuk gebruikte, voor de berekening van de subsidiabele kosten relevante begrippen. ## Hoofdstuk 5. Wijze van verdelen en subsidieplafond @@ -326,7 +315,7 @@ Onze Minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien de aanvraag n ### Artikel 23 -Onze Minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, niet zijnde een subsidie aan een financier, indien: +Onze Minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, niet zijnde een subsidie aan een financier, voor zover: a. door de toepassing van een de-minimis verordening, een bedrag aan de-minimis steun zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van deze verordening; b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren; @@ -334,8 +323,9 @@ c. het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministerië d. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd; e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten; f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten; -g. de activiteiten geen bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie leveren; -h. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren. +g. de activiteiten onvoldoende bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie leveren; +h. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren; +i. het betreft een subsidie-ontvanger die een ondernemer is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. ### Artikel 24 @@ -379,9 +369,7 @@ Indien een beschikking niet binnen de in de tabel aangegeven termijn kan worden ### Artikel 28 -**1.** Indien bij ministeriële regeling is gekozen voor verdeling van het subsidieplafond op volgorde van rangschikking, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen. - -**2.** Indien een adviescommissie Onze Minister adviseert over de rangschikking van aanvragen, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen door de adviescommissie. +Indien bij ministeriële regeling is gekozen voor verdeling van het subsidieplafond op volgorde van rangschikking, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen. ### Artikel 29 @@ -468,7 +456,7 @@ De in dit hoofdstuk opgenomen verplichtingen gelden voor een ontvanger van een s ### Artikel 36 -De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Onze Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem. +De subsidie-ontvanger en de penvoerder doen onverwijld mededeling aan Onze Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem. ### Artikel 37 @@ -492,9 +480,11 @@ e. de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte en betaalde kosten. **2.** De administratie wordt tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard. +**3.** Indien de subsidie minder bedraagt dan € 125.000 zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing; in dat geval beschikt de subsidie-ontvanger tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling over die gegevens die nodig zijn om desgevraagd aan te tonen dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht. + ### Artikel 39 -**1.** Indien de periode van uitvoering van de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen meer dan twaalf maanden in beslag neemt, wordt bij de beschikking tot subsidieverlening de verplichting opgelegd tot indiening van één of meer rapportages, waarbij rekening wordt gehouden met de mijlpalen van de activiteiten. +**1.** Indien de periode van uitvoering van de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen meer dan twaalf maanden in beslag neemt, wordt bij de beschikking tot subsidieverlening de verplichting opgelegd tot indiening van één of meer rapportages, maar ten hoogste één rapportage per jaar, waarbij rekening wordt gehouden met de mijlpalen van de activiteiten. **2.** Indien subsidie-ontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dienen zij hun rapportages in via een penvoerder. @@ -563,7 +553,7 @@ Onze Minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening nadere verplichtingen De hoogte en het moment van verstrekking van de voorschotten worden bepaald door de regels, genoemd in de vijfde kolom van onderstaande tabel voor de situaties als bedoeld in de eerste vier kolommen van de tabel. -| *Soort subsidie* | *Maximaal bedrag subsidie volgens regeling* | *Wel of geen begroting per mijlpaal* | *Duur subsidie volgens regeling* | *Regels voor voorschotten* | +| *Soort subsidie* | *Maximaal bedrag subsidie * | *Wel of geen begroting per mijlpaal* | *Duur subsidie volgens regeling* | *Regels voor voorschotten* | | --- | --- | --- | --- | --- | | Subsidie met terugbetalingsverplichting | € 25.000 of minder | | | Artikel 47, eerste en derde lid | | Meer dan € 25.000, maar niet meer dan € 125.000 | | Eén jaar of minder | Artikel 47, eerste en derde lid | | @@ -594,7 +584,7 @@ De hoogte en het moment van verstrekking van de voorschotten worden bepaald door **8.** De volgende voorschotten worden ambtshalve verstrekt telkens binnen twee weken na het verstrijken van twaalf maanden na de aanvang van de activiteiten. -**9.** Het voorschot bedraagt een bij ministeriële regeling te bepalen percentage, dat kan verschillen voor de verschillende voorschotten. +**9.** Het bedrag van het voorschot wordt berekend door 90% van het maximale subsidiebedrag te delen door het aantal voorschotmomenten tijdens de gehele subsidieperiode. Bij ministeriële regeling kan een andere berekeningswijze worden vastgesteld. **10.** Het geheel van voorschotten bedraagt niet meer dan het voorschotpercentage maal de maximale hoogte van de subsidie. @@ -608,7 +598,7 @@ De hoogte en het moment van verstrekking van de voorschotten worden bepaald door ### Artikel 48 -**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het voorschot een lager percentage bedraagt dan genoemd in artikel 46, vierde en vijfde lid en artikel 47, tweede en derde lid of dat geen voorschot wordt verstrekt. +**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het voorschot een ander percentage bedraagt dan genoemd in artikel 46, vierde en vijfde lid en artikel 47, tweede en derde lid of dat geen voorschot wordt verstrekt. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen voor publiekrechtelijke rechtspersonen en andere, bij ministeriële regeling aangewezen instellingen of organisaties, van de artikelen 45 tot en met 47 afwijkende bepalingen over voorschotten worden opgenomen. @@ -631,7 +621,7 @@ De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, dat bij ministe a. een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van de activiteiten en b. indien het subsidiebedrag € 125 000 of meer bedraagt, een accountantsverklaring. -**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat, in afwijking van het derde lid, onderdeel b, de aanvraag niet vergezeld hoeft te gaan van een accountantsverklaring. +**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat, in afwijking van het tweede lid, onderdeel b, de aanvraag niet vergezeld hoeft te gaan van een accountantsverklaring. ### Artikel 51 @@ -677,3 +667,5 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2009. Dit besluit wordt aangehaald als: Kaderbesluit EZ-subsidies. ## Bijlage . ( + +Vervallen