2021-06-23 | BWBR0035935 | Omzetbelasting, administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen

This commit is contained in:
Coornhert 2021-06-23 12:00:00 +00:00
parent 3208236f4b
commit 1ea7066f94

View file

@ -1,511 +1,1426 @@
---
titel: Omzetbelasting, administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen
titel: "Omzetbelasting, administratieve-,\n facturerings- en andere verplichtingen"
bwb_id: BWBR0035935
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2014-12-18'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0035935
citeertitel: Omzetbelasting, administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen
citeertitel: "Omzetbelasting, administratieve-,\n facturerings- en andere verplichtingen"
---
# Omzetbelasting, administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen
# Omzetbelasting, administratieve-,
facturerings- en andere verplichtingen
**De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.**
**De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende
besloten.**
*Dit besluit vervangt en actualiseert het *
besluit van 27 juni 2012
*, nr. BLKB/2012/477M over de administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen op het gebied van de omzetbelasting. Daarnaast is een aantal redactionele aanpassingen doorgevoerd.*
besluit van 27 juni 2012
*, nr. BLKB/2012/477M over de administratieve-, facturerings- en
andere verplichtingen op het gebied van de omzetbelasting. Daarnaast is een aantal
redactionele aanpassingen doorgevoerd.*
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 10 oktober 2017, nr. BLKB2017/7366, (Stcrt. 2017, 59187). De wijziging betreft de onderdelen 3.2.3, 3.2.4, 3.2.5.1, 3.3.5, 3.3.7, 3.3.8, 3.5.1, 3.5.2 en 5 van vorengenoemd besluit. In de onderdelen 3.2.5.1, 3.3.5, 3.5.1 en 3.5.2 zijn tekstuele wijzigingen aangebracht. In onderdeel 3.2.3 is onderdeel 3.2.3.1 toegevoegd dat beschrijft wanneer het is toegestaan dat prestaties van meerdere ondernemers op één factuur worden vermeld. In onderdeel 3.2.4 is het arrest van de HR van 25 november 2016, nr. 15/02183, verwerkt en onderdeel 3.2.4 is aangepast in die zin dat wordt goedgekeurd dat de transactieoverzichten van reizen die met gebruikmaking van een OV-chipkaart zijn gemaakt, worden aangemerkt als een vervoerbewijs als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de beschikking. In onderdeel 3.3.7 is verduidelijkt dat uit Europese jurisprudentie volgt dat het recht op aftrek niet mag worden geweigerd met als enige reden dat een factuur niet voldoet aan de formele vereisten. Daarbij wordt verwezen naar de arresten van het HvJ EU van 15 september 2016, nr. C-516/14, zaak Barlis 06 en nr. C-518/14, zaak Senatex. De goedkeuring in onderdeel 3.3.7 is hierdoor overbodig en wordt ingetrokken. In onderdeel 3.3.8 is onderdeel 3.3.8.4 toegevoegd dat uitleg geeft over de btw-behandeling van de boedelbijdrage. Onderdeel 5 is aangepast in die zin dat met ingang van 1 januari 2016 de drempel voor een maandelijkse opgaaf ICL is verlaagd naar € 50.000.
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 10 oktober 2017, nr. BLKB2017/7366, (Stcrt.
2017, 59187). De wijziging betreft de onderdelen 3.2.3, 3.2.4, 3.2.5.1, 3.3.5, 3.3.7, 3.3.8, 3.5.1, 3.5.2 en 5 van
vorengenoemd besluit. In de onderdelen 3.2.5.1, 3.3.5, 3.5.1 en 3.5.2 zijn tekstuele
wijzigingen aangebracht. In onderdeel 3.2.3 is onderdeel 3.2.3.1 toegevoegd dat beschrijft wanneer het is toegestaan dat
prestaties van meerdere ondernemers op één factuur worden vermeld. In onderdeel 3.2.4 is
het arrest van de HR van 25 november 2016, nr. 15/02183, verwerkt en onderdeel 3.2.4 is
aangepast in die zin dat wordt goedgekeurd dat de transactieoverzichten van reizen die
met gebruikmaking van een OV-chipkaart zijn gemaakt, worden aangemerkt als een
vervoerbewijs als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de beschikking. In
onderdeel 3.3.7 is verduidelijkt dat uit Europese jurisprudentie volgt dat het recht op
aftrek niet mag worden geweigerd met als enige reden dat een factuur niet voldoet aan de
formele vereisten. Daarbij wordt verwezen naar de arresten van het HvJ EU van
15 september 2016, nr. C-516/14, zaak Barlis 06 en nr. C-518/14, zaak Senatex. De
goedkeuring in onderdeel 3.3.7 is hierdoor overbodig en wordt ingetrokken. In onderdeel
3.3.8 is onderdeel 3.3.8.4 toegevoegd dat uitleg geeft over de btw-behandeling van de
boedelbijdrage. Onderdeel 5 is aangepast in die zin dat met ingang van 1 januari 2016 de
drempel voor een maandelijkse opgaaf ICL is verlaagd naar € 50.000.
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 7 juni 2021 nr. 2021-7066 (Stcrt. 31289).
De wijziging betrof de toevoeging van onderdeel 3.3.8.5. In dit onderdeel wordt uitleg gegeven over de
btw-behandeling van de overdracht van fosfaatrechten via een bemiddelaar.
## 1. Inleiding
Dit besluit bevat beleidsregels en goedkeuringen op het terrein van de administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen voor de omzetbelasting. De in dit besluit opgenomen beleidsregels vormen een aanvulling op Hoofdstuk VI, afdeling 4 van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de algemene administratieverplichtingen in hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Dit besluit bevat beleidsregels en goedkeuringen op het terrein van de
administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen voor de omzetbelasting. De in
dit besluit opgenomen beleidsregels vormen een aanvulling op Hoofdstuk VI, afdeling 4 van de Wet op
de omzetbelasting 1968 en de algemene administratieverplichtingen in
hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Het besluit bevat de volgende beleidsmatige wijzigingen:
§3.2.5.2: is aangepast in die zin dat de bijzondere regeling voor detailhandelaren en uitgevers niet geldt als zij weten of in redelijkheid moeten weten dat hun afnemers kwalificeren als ondernemer.
§3.2.5.2: is aangepast in die zin dat de bijzondere regeling voor
detailhandelaren en uitgevers niet geldt als zij weten of in redelijkheid moeten weten
dat hun afnemers kwalificeren als ondernemer.
§3.5.1: bevat richtlijnen hoe om te gaan met de uitkomsten van het zogenoemde Stadeco II-arrest van de Hoge Raad.
§3.5.1: bevat richtlijnen hoe om te gaan met de uitkomsten van het
zogenoemde Stadeco II-arrest van de Hoge Raad.
Het besluit bevat de volgende redactionele wijzigingen:
§2.2: is aangepast in die zin dat verduidelijkt is dat alle ondernemers die een geldadministratie voeren en geen afzonderlijke in- en verkoopadministratie bijhouden de btw mogen aftrekken in het (latere) aangiftetijdvak waarin zij betalen.
§2.2: is
aangepast in die zin dat verduidelijkt is dat alle ondernemers die een
geldadministratie voeren en geen afzonderlijke in- en verkoopadministratie bijhouden
de btw mogen aftrekken in het (latere) aangiftetijdvak waarin zij betalen.
§3.2.2: is aangepast in die zin dat verduidelijkt is dat sommige, specifiek aangewezen, ondernemers verplicht zijn om voor alle leveringen facturen uit te reiken.
§3.2.2: is aangepast in die zin dat verduidelijkt is dat sommige,
specifiek aangewezen, ondernemers verplicht zijn om voor alle leveringen facturen uit
te reiken.
§3.2.5.1: geeft aan hoe de onderlinge verrekening van de verhuurtermijnen tussen oude en nieuwe eigenaren van onroerende zaken op praktische wijze mag plaatsvinden. Deze paragraaf is tekstueel, maar niet inhoudelijk gewijzigd.
§3.2.5.1: geeft aan hoe de onderlinge verrekening van de verhuurtermijnen
tussen oude en nieuwe eigenaren van onroerende zaken op praktische wijze mag
plaatsvinden. Deze paragraaf is tekstueel, maar niet inhoudelijk gewijzigd.
§3.3.5: geeft aan dat de factuur niet in het Nederlands hoeft te worden opgemaakt. De inspecteur kan evenwel een vertaling in het Nederlands eisen, als dat uit het oogpunt van controle nodig is.
§3.3.5: geeft aan dat de factuur niet in het Nederlands hoeft te worden
opgemaakt. De inspecteur kan evenwel een vertaling in het Nederlands eisen, als dat
uit het oogpunt van controle nodig is.
§3.3.6: beschrijft wanneer uitreiking van een vereenvoudigde factuur toegestaan is.
§3.3.6: beschrijft wanneer uitreiking van een vereenvoudigde factuur
toegestaan is.
§3.3.7: bevat een goedkeuring dat de btw op een factuur met lichte gebreken toch in aftrek kan worden gebracht. Deze goedkeuring was eerder opgenomen in §3.5.3 van het besluit van 27 juni 2012, nr. BLKB 2012/477M.
§3.3.7: bevat een goedkeuring dat de btw op een factuur met lichte
gebreken toch in aftrek kan worden gebracht. Deze goedkeuring was eerder opgenomen in
§3.5.3 van het besluit van 27 juni 2012, nr. BLKB
2012/477M.
§3.3.8.1: in de tweede regel (aftrek van voorbelasting) is een gedragslijn opgenomen voor de betaling van voorschotten aan nutsbedrijven. Deze paragraaf is tekstueel, maar niet inhoudelijk gewijzigd.
§3.3.8.1: in de tweede regel (aftrek van voorbelasting) is een gedragslijn
opgenomen voor de betaling van voorschotten aan nutsbedrijven. Deze paragraaf is
tekstueel, maar niet inhoudelijk gewijzigd.
§3.3.8.3: de termijn van de overgangsregeling in verband met het per 1 juli 2012 vervallen van de goedkeuring om een getalscriterium te hanteren voor het bepalen van de belastingplicht bij de vervulling van een aantal commissariaten is verstreken. De overgangsregeling is daarom niet langer opgenomen in dit besluit.
§3.3.8.3: de termijn van de overgangsregeling in verband met het per
1 juli 2012 vervallen van de goedkeuring om een getalscriterium te hanteren voor het
bepalen van de belastingplicht bij de vervulling van een aantal commissariaten is
verstreken. De overgangsregeling is daarom niet langer opgenomen in dit besluit.
§3.5.1: is aangepast in die zin dat verduidelijkt is dat een verzoek om herziening van ten onrechte of te veel berekende btw als bezwaargrond tegen de verschuldigdheid van deze btw wordt aangemerkt. Daarbij wordt duidelijk gemaakt binnen welke termijn de herziening van te veel of ten onrechte in rekening gebrachte btw moet plaatsvinden. Hierover bestond in de praktijk onduidelijkheid.
§3.5.1: is aangepast in die zin dat verduidelijkt is dat een verzoek om
herziening van ten onrechte of te veel berekende btw als bezwaargrond tegen de
verschuldigdheid van deze btw wordt aangemerkt. Daarbij wordt duidelijk gemaakt binnen
welke termijn de herziening van te veel of ten onrechte in rekening gebrachte btw moet
plaatsvinden. Hierover bestond in de praktijk onduidelijkheid.
§3.5.2: geeft aan welke heffingsmogelijkheden er zijn als geen herziening plaatsvindt van ten onrechte berekende btw. Daarbij is verhelderd dat voor aftrek van ten onrechte berekende btw in elk geval noodzakelijk is dat de afnemer de nodige zorgvuldigheid in acht heeft genomen.
§3.5.2: geeft aan welke heffingsmogelijkheden er zijn als geen herziening
plaatsvindt van ten onrechte berekende btw. Daarbij is verhelderd dat voor aftrek van
ten onrechte berekende btw in elk geval noodzakelijk is dat de afnemer de nodige
zorgvuldigheid in acht heeft genomen.
§4.1: is aangepast in die zin dat verduidelijkt is dat de exploitant van een webwinkel voor de toepassing van het kasstelsel als een winkelier geldt.
§4.1: is
aangepast in die zin dat verduidelijkt is dat de exploitant van een webwinkel voor de
toepassing van het kasstelsel als een winkelier geldt.
§5: is aangepast in die zin dat verduidelijkt is dat onder voorwaarde goedgekeurd wordt dat ondernemers hun Opgaaf ICP over dezelfde periode als hun jaaraangifte in kunnen dienen. Als nieuwe voorwaarde is opgenomen dat er geen aanwijzing en geen gevaar van btw-fraude mag zijn.
§5: is aangepast in die zin dat
verduidelijkt is dat onder voorwaarde goedgekeurd wordt dat ondernemers hun Opgaaf
ICP over dezelfde periode als hun jaaraangifte in kunnen dienen. Als nieuwe
voorwaarde is opgenomen dat er geen aanwijzing en geen gevaar van btw-fraude mag
zijn.
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
- *wet:*
Wet op de omzetbelasting 1968
Wet op de omzetbelasting 1968
- *Besluit:*
Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
- *Beschikking:*
Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
- *btw-richtlijn:*
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347 van 11 december 2006)
Richtlijn
2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het
gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347
van 11 december 2006)
- *AWR:*
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen
- *Btw:* Omzetbelasting
- *EU:* Europese Unie
- *ICP:* Intracommunautaire prestaties (prestaties = leveringen en diensten)
- *ICP:* Intracommunautaire prestaties (prestaties =
leveringen en diensten)
## 2. Administratieve verplichtingen
### 2.1. Administratieplicht(ige) voor de btw
In artikel 7 van de wet is omschreven wie voor de btw als ondernemer wordt aangemerkt. Voor die ondernemer gelden de in artikel 52 van de AWR opgenomen algemene plicht tot het voeren van een administratie en de administratieve verplichtingen van artikel 34 en volgende van de wet in samenhang met artikel 31 van de beschikking.
In artikel 7 van de wet is
omschreven wie voor de btw als ondernemer wordt aangemerkt. Voor die ondernemer
gelden de in artikel 52 van de AWR
opgenomen algemene plicht tot het voeren van een administratie en de administratieve
verplichtingen van artikel 34 en
volgende van de wet in samenhang met artikel 31 van de
beschikking.
Ondernemers die uitsluitend vrijgestelde prestaties verrichten, moeten voldoen aan de algemene administratieplicht van artikel 52 van de AWR. Uit hun administratie moet blijken dat hun prestaties zijn vrijgesteld van btw (zie artikel 6 van het besluit). De ondernemer van wie de eigen prestaties onder een vrijstelling vallen maar die btw is verschuldigd wegens:
Ondernemers die uitsluitend vrijgestelde prestaties verrichten, moeten voldoen aan
de algemene administratieplicht van artikel 52 van de AWR. Uit
hun administratie moet blijken dat hun prestaties zijn vrijgesteld van btw (zie
artikel 6 van het besluit).
De ondernemer van wie de eigen prestaties onder een vrijstelling vallen maar die btw
is verschuldigd wegens:
intracommunautaire verwerving van goederen;
invoer van goederen met toepassing van de verleggingsregeling bij invoer; of
invoer van goederen met toepassing van de verleggingsregeling bij invoer;
of
verlegging van de heffing van de btw naar hem
moet voor die prestaties voldoen aan de administratieve verplichtingen. Dat betekent bijvoorbeeld dat hij om een aangifte moet vragen om de verschuldigde btw te kunnen voldoen.
moet voor die prestaties voldoen aan de administratieve verplichtingen. Dat
betekent bijvoorbeeld dat hij om een aangifte moet vragen om de verschuldigde btw te
kunnen voldoen.
Het komt voor dat de ondernemer geen btw is verschuldigd voor intracommunautaire verwervingen, omdat die verwervingen onder het drempelbedrag van € 10.000 blijven (artikel 1, tweede lid, van de wet). In dat geval moet de ondernemer afzonderlijk aantekening houden van de facturen die de leverancier van de goederen aan hem heeft uitgereikt.
Het komt voor dat de ondernemer geen btw is verschuldigd voor intracommunautaire
verwervingen, omdat die verwervingen onder het drempelbedrag van € 10.000 blijven
(artikel 1, tweede lid, van de
wet). In dat geval moet de ondernemer afzonderlijk aantekening houden van
de facturen die de leverancier van de goederen aan hem heeft uitgereikt.
### 2.2. Administreren van facturen
Artikel 31 van de beschikking schrijft voor dat de ondernemer de aan en door hem uitgereikte facturen doorlopend nummert en dat hij van deze facturen aantekening houdt. Op grond van een redelijke wetstoepassing keur ik het volgende goed.
Artikel 31 van de
beschikking schrijft voor dat de ondernemer de aan en door hem
uitgereikte facturen doorlopend nummert en dat hij van deze facturen aantekening
houdt. Op grond van een redelijke wetstoepassing keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat voor de inkomende en uitgaande facturen het boeken van de vergoeding en het bedrag van de btw per factuur in de administratie volstaat. Ik verbind hieraan de volgende voorwaarden.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat voor de inkomende en uitgaande
facturen het boeken van de vergoeding en het bedrag van de btw per factuur in de
administratie volstaat. Ik verbind hieraan de volgende voorwaarden.
a. Bij de boeking van de factuur in de administratie wordt een nummer of een ander kenmerk opgenomen. Aan de hand daarvan is de bij een boeking behorende factuur op eenvoudige wijze terug te vinden. Omgekeerd is bij een factuur de desbetreffende boeking eenvoudig terug te vinden. De inkoopfacturen behoeven dan niet doorlopend te worden genummerd (dit laat onverlet dat de nummering van de uitgaande facturen wel is vereist, zie onder 3.3.1);
b. De facturen bevatten alle in artikel 35a van de wet voorgeschreven vermeldingen.
a. Bij de boeking van de factuur in de administratie wordt een nummer of een
ander kenmerk opgenomen. Aan de hand daarvan is de bij een boeking behorende
factuur op eenvoudige wijze terug te vinden. Omgekeerd is bij een factuur de
desbetreffende boeking eenvoudig terug te vinden. De inkoopfacturen behoeven dan
niet doorlopend te worden genummerd (dit laat onverlet dat de nummering van de
uitgaande facturen wel is vereist, zie onder 3.3.1);
b. De facturen bevatten alle in artikel 35a van de wet
voorgeschreven vermeldingen.
Sommige ondernemers, meestal kleinere, houden geen afzonderlijke in- en verkoopadministratie bij. Zij volstaan met het voeren van een zogenoemde geldadministratie (kas/bank/giroboek). Op grond van een redelijke wetstoepassing keur ik het volgende goed.
Sommige ondernemers, meestal kleinere, houden geen afzonderlijke in- en
verkoopadministratie bij. Zij volstaan met het voeren van een zogenoemde
geldadministratie (kas/bank/giroboek). Op grond van een redelijke wetstoepassing
keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat ondernemers die een geldadministratie voeren en geen afzonderlijke in- en verkoopadministratie bijhouden de btw aftrekken in het (latere) aangiftetijdvak waarin zij betalen. Ik verbind hieraan de volgende voorwaarde.
Ik keur goed dat ondernemers die een geldadministratie voeren en geen
afzonderlijke in- en verkoopadministratie bijhouden de btw aftrekken in het (latere)
aangiftetijdvak waarin zij betalen. Ik verbind hieraan de volgende voorwaarde.
Toepassing van deze goedkeuring is alleen toegestaan als ondernemers een vaste gedragslijn volgen.
Toepassing van deze goedkeuring is alleen toegestaan als ondernemers een vaste
gedragslijn volgen.
### 2.3. Bijhouden registers
De ondernemer moet op grond van artikel 34, tweede lid, onder a, van de wet, een register bijhouden van goederen die hij naar een andere EU-lidstaat overbrengt en die:
De ondernemer moet op grond van artikel 34, tweede
lid, onder a, van de wet, een register bijhouden van goederen die hij
naar een andere EU-lidstaat overbrengt en die:
1. worden gebruikt voor deskundigenonderzoeken of werkzaamheden met betrekking tot die goederen die feitelijk plaatsvinden in de EU-lidstaat waar de goederen naar toe zijn overgebracht;
2. tijdelijk worden gebruikt in een andere EU-lidstaat voor het verrichten van een dienst;
3. voor een periode van ten hoogste 24 maanden worden gebruikt in een andere EU-lidstaat mits het goederen betreft die, als ze uit een niet EU-land zouden worden ingevoerd, in aanmerking komen voor de regeling tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van rechten bij invoer.
1. worden gebruikt voor deskundigenonderzoeken of werkzaamheden met betrekking
tot die goederen die feitelijk plaatsvinden in de EU-lidstaat waar de goederen
naar toe zijn overgebracht;
2. tijdelijk worden gebruikt in een andere EU-lidstaat voor het verrichten van
een dienst;
3. voor een periode van ten hoogste 24 maanden worden gebruikt in een andere
EU-lidstaat mits het goederen betreft die, als ze uit een niet EU-land zouden
worden ingevoerd, in aanmerking komen voor de regeling tijdelijke invoer met
volledige vrijstelling van rechten bij invoer.
Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat de ondernemer geen apart register hoeft bij te houden. Voldoende is dat de ondernemer aan de hand van zijn administratie kan aantonen dat de goederen die bij de controle niet kunnen worden getoond tijdelijk naar een andere EU-lidstaat zijn overgebracht. De ondernemer is vrij in de wijze waarop hij de gegevens over de hier bedoelde situaties van overbrenging of ontvangst van goederen in zijn administratie vastlegt.
Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat de ondernemer geen apart
register hoeft bij te houden. Voldoende is dat de ondernemer aan de hand van zijn
administratie kan aantonen dat de goederen die bij de controle niet kunnen worden
getoond tijdelijk naar een andere EU-lidstaat zijn overgebracht. De ondernemer is
vrij in de wijze waarop hij de gegevens over de hier bedoelde situaties van
overbrenging of ontvangst van goederen in zijn administratie vastlegt.
Verder moet een ondernemer in zijn administratie afzonderlijk aantekening houden van de roerende lichamelijke zaken die door of voor rekening van een ondernemer aan wie een btw-identificatienummer is toegekend in een andere EU-lidstaat vanuit die andere EU-lidstaat naar hem (in Nederland) zijn verzonden of vervoerd om daaraan deskundigenonderzoeken of werkzaamheden te verrichten (zie artikel 34, tweede lid, onderdeel b, van de wet).
Verder moet een ondernemer in zijn administratie afzonderlijk aantekening houden
van de roerende lichamelijke zaken die door of voor rekening van een ondernemer aan
wie een btw-identificatienummer is toegekend in een andere EU-lidstaat vanuit die
andere EU-lidstaat naar hem (in Nederland) zijn verzonden of vervoerd om daaraan
deskundigenonderzoeken of werkzaamheden te verrichten (zie artikel 34, tweede lid, onderdeel b,
van de wet).
## 3. De factuur
### 3.1. Belang van de factuur
De factuur is één van de belangrijkste en meest uitgewisselde documenten in het handelsverkeer. De factuur heeft zowel de functie van een uitnodiging tot het betalen van het op de factuur vermelde bedrag als van een bewijs voor het uitoefenen van het recht op aftrek van btw.
De factuur is één van de belangrijkste en meest uitgewisselde documenten in het
handelsverkeer. De factuur heeft zowel de functie van een uitnodiging tot het
betalen van het op de factuur vermelde bedrag als van een bewijs voor het uitoefenen
van het recht op aftrek van btw.
### 3.2. Het uitreiken van de factuur
#### 3.2.1. Van toepassing zijnde factureringsregels
De hoofdregel van artikel 34b van de wet is dat voor facturering de regels gelden die van toepassing zijn in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst wordt geacht te zijn verricht.
De hoofdregel van artikel 34b van
de wet is dat voor facturering de regels gelden die van toepassing zijn
in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst wordt geacht te zijn
verricht.
In afwijking van de hoofdregel gelden in een aantal situaties voor facturering de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar degene die de prestatie verricht zetelt of waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de prestatie verricht of, bij gebreke daarvan, waar hij zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft. Dat is het geval als:
In afwijking van de hoofdregel gelden in een aantal situaties voor facturering
de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar degene die de prestatie
verricht zetelt of waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij
de prestatie verricht of, bij gebreke daarvan, waar hij zijn woonplaats of zijn
gebruikelijke verblijfplaats heeft. Dat is het geval als:
hij in de lidstaat waar de prestatie wordt verricht niet zetelt of als zijn inrichting in die lidstaat niet is betrokken bij het verrichten van de prestatie (artikel 192bis van de btw-richtlijn) en de btw-schuld is verlegd naar de afnemer van de prestatie; of
hij in de lidstaat waar de prestatie wordt verricht niet zetelt of als zijn
inrichting in die lidstaat niet is betrokken bij het verrichten van de
prestatie (artikel 192bis van de btw-richtlijn) en de btw-schuld is verlegd
naar de afnemer van de prestatie; of
de prestatie wordt verricht buiten de EU.
#### 3.2.2. Factureringsverplichting
In artikel 34c, eerste lid, van de wet, is aangegeven in welke gevallen een ondernemer verplicht is een factuur uit te (doen) reiken. Dat is het geval als een ondernemer goederen levert aan of diensten verricht voor een andere ondernemer of rechtspersoon (andere dan ondernemer). Het gaat daarbij om zowel binnenlandse als buitenlandse afnemers. Ook als er sprake is van zogenoemde afstandsverkopen moet een factuur worden uitgereikt.
In artikel 34c, eerste lid, van de
wet, is aangegeven in welke gevallen een ondernemer verplicht is een
factuur uit te (doen) reiken. Dat is het geval als een ondernemer goederen levert
aan of diensten verricht voor een andere ondernemer of rechtspersoon (andere dan
ondernemer). Het gaat daarbij om zowel binnenlandse als buitenlandse afnemers. Ook
als er sprake is van zogenoemde afstandsverkopen moet een factuur worden
uitgereikt.
Ook moet een factuur worden uitgereikt als een vooruitbetaling wordt gedaan voor de hiervoor genoemde goederenleveringen voor zover het geen intracommunautaire leveringen zijn. Verder moet een factuur worden uitgereikt voor intracommunautaire leveringen van goederen (als bedoeld in tabel II, onderdeel a, post 6 behorende bij de wet); wanneer sprake is van vooruitbetaling behoeft echter geen factuur te worden uitgereikt. Ten slotte is factureren verplicht bij de vooruitbetalingen die door een andere ondernemer of een rechtspersoon, andere dan ondernemer, aan de ondernemer worden voldaan voordat de dienst is verricht.
Ook moet een factuur worden uitgereikt als een vooruitbetaling wordt gedaan voor
de hiervoor genoemde goederenleveringen voor zover het geen intracommunautaire
leveringen zijn. Verder moet een factuur worden uitgereikt voor intracommunautaire
leveringen van goederen (als bedoeld in tabel II,
onderdeel a, post 6 behorende bij de wet); wanneer sprake is van
vooruitbetaling behoeft echter geen factuur te worden uitgereikt. Ten slotte is
factureren verplicht bij de vooruitbetalingen die door een andere ondernemer of
een rechtspersoon, andere dan ondernemer, aan de ondernemer worden voldaan voordat
de dienst is verricht.
Doorlopende intracommunautaire leveringen worden steeds geacht bij afloop van elke kalendermaand te zijn voltooid (artikel 13, zesde lid, van de wet). Bij vooruitbetalingen voor dergelijke intracommunautaire leveringen aan ondernemers en rechtspersonen moet een factuur worden uitgereikt.
Doorlopende intracommunautaire leveringen worden steeds geacht bij afloop van
elke kalendermaand te zijn voltooid (artikel 13, zesde lid, van de
wet). Bij vooruitbetalingen voor dergelijke intracommunautaire
leveringen aan ondernemers en rechtspersonen moet een factuur worden
uitgereikt.
Ondernemers die doorgaans leveren aan andere ondernemers moeten, als zij daartoe zijn aangewezen, voor alle leveringen facturen uitreiken (artikel 34e van de wet). Deze factureringsverplichting geldt ook als de afnemers particulieren of andere niet-ondernemers zijn. Aangewezen zijn de groothandelaren in levensmiddelen, tabaksproducten, dranken, tandheelkundige grondstoffen, tandtechnische werken en onderdelen van tandtechnische werken (artikel 32, eerste lid, van de beschikking). Met doorgaans wordt bedoeld voor 80% of meer. De factureringsverplichting voor deze aangewezen ondernemers geldt dus als hun afnemersbestand voor 80% of meer bestaat uit andere ondernemers.
Ondernemers die doorgaans leveren aan andere ondernemers moeten, als zij daartoe
zijn aangewezen, voor alle leveringen facturen uitreiken (artikel 34e van de wet).
Deze factureringsverplichting geldt ook als de afnemers particulieren of andere
niet-ondernemers zijn. Aangewezen zijn de groothandelaren in levensmiddelen,
tabaksproducten, dranken, tandheelkundige grondstoffen, tandtechnische werken en
onderdelen van tandtechnische werken (artikel 32, eerste lid, van de
beschikking). Met doorgaans wordt bedoeld voor 80% of meer. De
factureringsverplichting voor deze aangewezen ondernemers geldt dus als hun
afnemersbestand voor 80% of meer bestaat uit andere ondernemers.
#### 3.2.3. Leverancier, afnemer of derde reikt de factuur uit
De ondernemer die de prestatie verricht moet een factuur uitreiken. Hij kan dit zelf doen, maar hij kan dit ook in zijn naam en voor zijn rekening door zijn afnemer (selfbilling) of door een derde (outsourcing) laten doen. De ondernemer die de prestatie verricht, blijft in alle gevallen aansprakelijk voor de juistheid van de factuur.
De ondernemer die de prestatie verricht moet een factuur uitreiken. Hij kan dit
zelf doen, maar hij kan dit ook in zijn naam en voor zijn rekening door zijn
afnemer (selfbilling) of door een derde (outsourcing) laten doen. De ondernemer
die de prestatie verricht, blijft in alle gevallen aansprakelijk voor de juistheid
van de factuur.
Als de afnemer de factuur opmaakt voor de leverancier (de ondernemer die aan hem goederen levert of diensten verricht) geldt het volgende:
Als de afnemer de factuur opmaakt voor de leverancier (de ondernemer die aan hem
goederen levert of diensten verricht) geldt het volgende:
a. beide partijen, leverancier en afnemer, zijn vooraf overeengekomen dat de afnemer de factuur opmaakt;
b. als de leverancier de factuur niet wenst te aanvaarden, moet hij de afnemer tijdig van zijn bezwaren in kennis stellen. In dat geval verliest de factuur haar werking als factuur. De leverancier moet dan zelf een factuur uitreiken tenzij partijen alsnog overeenstemming bereiken over het herstel van de (eventuele) onjuistheden in de factuur en de afnemer een verbeterde of aanvullende factuur uitreikt;
a. beide partijen, leverancier en afnemer, zijn vooraf overeengekomen dat de
afnemer de factuur opmaakt;
b. als de leverancier de factuur niet wenst te aanvaarden, moet hij de afnemer
tijdig van zijn bezwaren in kennis stellen. In dat geval verliest de factuur
haar werking als factuur. De leverancier moet dan zelf een factuur uitreiken
tenzij partijen alsnog overeenstemming bereiken over het herstel van de
(eventuele) onjuistheden in de factuur en de afnemer een verbeterde of
aanvullende factuur uitreikt;
c. de factuur voldoet aan alle in of krachtens de wet gestelde eisen.
Het is aan de leverancier om maatregelen te treffen om vast te kunnen stellen of de voor hem uitgereikte facturen conform de wet- en regelgeving juist, volledig en tijdig zijn. Wordt bij selfbilling of outsourcing een te hoog bedrag aan btw op de factuur vermeld dan is de leverancier die belasting verschuldigd op grond van artikel 37 van de wet. De leverancier is verantwoordelijk voor de voldoening van de vermelde btw; dit geldt ook als hij geen kennis heeft kunnen nemen van het bestaan of de inhoud van een factuur of als de overeenkomst tussen leverancier en afnemer niet voorziet in het afleggen van een verantwoording.
Het is aan de leverancier om maatregelen te treffen om vast te kunnen stellen of
de voor hem uitgereikte facturen conform de wet- en regelgeving juist, volledig en
tijdig zijn. Wordt bij selfbilling of outsourcing een te hoog bedrag aan btw op de
factuur vermeld dan is de leverancier die belasting verschuldigd op grond van
artikel 37 van de wet. De
leverancier is verantwoordelijk voor de voldoening van de vermelde btw; dit geldt
ook als hij geen kennis heeft kunnen nemen van het bestaan of de inhoud van een
factuur of als de overeenkomst tussen leverancier en afnemer niet voorziet in het
afleggen van een verantwoording.
##### 3.2.3.1. Prestaties meerdere ondernemers op één factuur
In beginsel moet iedere ondernemer die een prestatie verricht zelf een factuur uitreiken. Het komt in de praktijk voor dat ondernemers overeenkomen dat hun afzonderlijke prestaties door één van de betrokken ondernemer op één bescheid in rekening wordt gebracht. Een dergelijk bescheid dat de prestaties van verschillende ondernemers bevat, kan voor de btw alleen dienen als factuur als dit bescheid alle vermeldingen bevat die anders op de afzonderlijke uit te reiken facturen zouden moeten worden vermeld. De ondernemer die een dergelijke factuur uitreikt, doet dat dan mede namens de andere betrokken ondernemer(s). In dat geval zijn alle op de factuur vermelde ondernemers zelfstandig verantwoordelijk voor de btw-verplichtingen voor zover die op hen van toepassing zijn.
In beginsel moet iedere ondernemer die een prestatie verricht zelf een factuur
uitreiken. Het komt in de praktijk voor dat ondernemers overeenkomen dat hun
afzonderlijke prestaties door één van de betrokken ondernemer op één bescheid in
rekening wordt gebracht. Een dergelijk bescheid dat de prestaties van
verschillende ondernemers bevat, kan voor de btw alleen dienen als factuur als
dit bescheid alle vermeldingen bevat die anders op de afzonderlijke uit te
reiken facturen zouden moeten worden vermeld. De ondernemer die een dergelijke
factuur uitreikt, doet dat dan mede namens de andere betrokken ondernemer(s). In
dat geval zijn alle op de factuur vermelde ondernemers zelfstandig
verantwoordelijk voor de btw-verplichtingen voor zover die op hen van toepassing
zijn.
#### 3.2.4. Vorm van de factuur
Alle bescheiden die in het economische verkeer de functie van een factuur hebben, zijn een factuur. Het maakt niet uit onder welke benaming (nota, kwitantie, bon, notariële akte of notariële afrekening) de bescheiden worden uitgereikt. Uit het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2016, nr. 15/02183, ECLI:NL:HR:2016:2664 volgt dat alleen sprake kan zijn van een factuur als het een bescheid betreft waarop de betaling van een bedrag wordt gevorderd en het overigens alle vereiste factuurgegevens bevat.1Dit brengt mee dat de arresten van de arresten van de Hoge Raad van 7 november 1984, nr. 22228 en 1 november 1989, nr. 26127 zijn achterhaald..
Alle bescheiden die in het economische verkeer de functie van een factuur
hebben, zijn een factuur. Het maakt niet uit onder welke benaming (nota,
kwitantie, bon, notariële akte of notariële afrekening) de bescheiden worden
uitgereikt. Uit het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2016, nr. 15/02183,
ECLI:NL:HR:2016:2664 volgt dat alleen sprake kan zijn van een factuur als het een
bescheid betreft waarop de betaling van een bedrag wordt gevorderd en het
overigens alle vereiste factuurgegevens bevat.
1
Dit brengt mee dat de arresten van de arresten van de Hoge Raad van
7 november 1984, nr. 22228 en 1 november 1989, nr. 26127 zijn
achterhaald.
.
Voor het vervoer van personen per openbare vervoermiddelen of taxi wordt het vervoerbewijs aangemerkt als factuur (artikel 35a van de wet jo. artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de beschikking). Met de invoering van de OV-chipkaart (en vergelijkbare kaarten waarmee op saldo kan worden gereisd) zijn echter de fysieke vervoersbewijzen voor een groot deel verdwenen. Op grond van artikel 63 AWR keur ik het volgende goed.
Voor het vervoer van personen per openbare vervoermiddelen of taxi wordt het
vervoerbewijs aangemerkt als factuur (artikel 35a van de wet jo. artikel 33,
eerste lid, onderdeel a, van de beschikking). Met de invoering van de OV-chipkaart
(en vergelijkbare kaarten waarmee op saldo kan worden gereisd) zijn echter de
fysieke vervoersbewijzen voor een groot deel verdwenen. Op grond van artikel 63
AWR keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat de transactieoverzichten van reizen die met gebruikmaking van een OV-chipkaart (en vergelijkbare kaarten waarmee op saldo kan worden gereisd) zijn gemaakt, worden aangemerkt als vervoerbewijzen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de beschikking.
Ik keur goed dat de transactieoverzichten van reizen die met gebruikmaking van
een OV-chipkaart (en vergelijkbare kaarten waarmee op saldo kan worden gereisd)
zijn gemaakt, worden aangemerkt als vervoerbewijzen als bedoeld in artikel 33,
eerste lid, onderdeel a, van de beschikking.
Aan deze goedkeuring verbind ik de volgende voorwaarden. Op een transactieoverzicht dient tenminste te worden vermeld:
Aan deze goedkeuring verbind ik de volgende voorwaarden. Op een
transactieoverzicht dient tenminste te worden vermeld:
de datum van uitreiking;
de identiteit van de presterende ondernemer;
de datum waarop de vervoersdiensten zijn verricht;
het afgelegde traject; en
het te betalen btw-bedrag of de gegevens aan de hand waarvan het btw-bedrag kan worden berekend. Dit kan bijvoorbeeld door vermelding van de totaalprijs inclusief 6% btw.
het te betalen btw-bedrag of de gegevens aan de hand waarvan het btw-bedrag
kan worden berekend. Dit kan bijvoorbeeld door vermelding van de totaalprijs
inclusief 6% btw.
Ieder document of bericht dat wijzigingen aanbrengt in en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur geldt als factuur (artikel 34f van de wet).
Ieder document of bericht dat wijzigingen aanbrengt in en specifiek en
ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur geldt als factuur (artikel 34f van de
wet).
Als een factuur wordt aangevuld met een bescheid (een aanvullende factuur of creditfactuur) dat de bedoeling heeft de op de oorspronkelijke factuur vermelde gegevens aan te passen, bijvoorbeeld omdat op de oorspronkelijke factuur abusievelijk onjuiste gegevens zijn vermeld, dan geldt dit bescheid ook als een factuur. Leidt de aanpassing van de factuur tot terugname van de oorspronkelijke factuur dan treedt de aanvullende factuur daarvoor in de plaats. Als de oorspronkelijke factuur niet wordt teruggenomen dan vormt zij samen met de aanvullende factuur de voor de levering of de dienst voorgeschreven factuur. Datzelfde doet zich voor als een factuur wordt gecorrigeerd door middel van een creditfactuur. Als de oorspronkelijke factuur niet is teruggenomen dan moet die factuur samen met de aanvullende factuur of creditfactuur wel alle gegevens bevatten die op grond van de wet zijn vereist. In de aanvullende factuur of creditfactuur enerzijds en de oorspronkelijke factuur anderzijds moet (alsnog) een verwijzing naar de andere factuur zijn opgenomen. De factuur mag op papier of elektronisch worden verzonden. Zie voor het elektronisch verzenden van facturen onderdeel 3.4.
Als een factuur wordt aangevuld met een bescheid (een aanvullende factuur of
creditfactuur) dat de bedoeling heeft de op de oorspronkelijke factuur vermelde
gegevens aan te passen, bijvoorbeeld omdat op de oorspronkelijke factuur
abusievelijk onjuiste gegevens zijn vermeld, dan geldt dit bescheid ook als een
factuur. Leidt de aanpassing van de factuur tot terugname van de oorspronkelijke
factuur dan treedt de aanvullende factuur daarvoor in de plaats. Als de
oorspronkelijke factuur niet wordt teruggenomen dan vormt zij samen met de
aanvullende factuur de voor de levering of de dienst voorgeschreven factuur.
Datzelfde doet zich voor als een factuur wordt gecorrigeerd door middel van een
creditfactuur. Als de oorspronkelijke factuur niet is teruggenomen dan moet die
factuur samen met de aanvullende factuur of creditfactuur wel alle gegevens
bevatten die op grond van de wet zijn vereist. In de aanvullende factuur of
creditfactuur enerzijds en de oorspronkelijke factuur anderzijds moet (alsnog) een
verwijzing naar de andere factuur zijn opgenomen. De factuur mag op papier of
elektronisch worden verzonden. Zie voor het elektronisch verzenden van facturen
onderdeel
3.4.
#### 3.2.5. Bijzondere regelingen inzake facturering
##### 3.2.5.1. Verrekening van huurtermijnen bij levering van een onroerende zaak in verhuurde staat
##### 3.2.5.1. Verrekening van huurtermijnen bij levering van een
onroerende zaak in verhuurde staat
Bij de tussentijdse overdracht van een verhuurde onroerende zaak door de oude verhuurder aan een nieuwe verhuurder komt het voor dat de lopende huurtermijnen tussen hen worden verrekend. Aan de huursomverrekening tussen de oude en de nieuwe eigenaar/verhuurder ligt geen (verhuur)prestatie ten grondslag. De huursomverrekening vormt een verrekening van de kosten en opbrengsten van het pand tussen de overdrager en de verkrijger. Daar vloeit uit voort dat de nieuwe eigenaar/verhuurder geen aparte factuur hoeft uit te reiken ter zake van de huursomverrekening.
Bij de tussentijdse overdracht van een verhuurde onroerende zaak door de oude
verhuurder aan een nieuwe verhuurder komt het voor dat de lopende huurtermijnen
tussen hen worden verrekend. Aan de huursomverrekening tussen de oude en de
nieuwe eigenaar/verhuurder ligt geen (verhuur)prestatie ten grondslag. De
huursomverrekening vormt een verrekening van de kosten en opbrengsten van het
pand tussen de overdrager en de verkrijger. Daar vloeit uit voort dat de nieuwe
eigenaar/verhuurder geen aparte factuur hoeft uit te reiken ter zake van de
huursomverrekening.
Dit betekent het volgende:
bij de verrekening van de huurtermijnen blijven de oorspronkelijke facturen en de btw-voldoening door de oude eigenaar/verhuurder in stand. Er is geen sprake van vermindering van de huurtermijnen, maar van de onderlinge verrekening van de huuropbrengst. Om die reden blijft bij de oude eigenaar/verhuurder herziening achterwege van de belasting die hij heeft voldaan over de huurtermijnen die hij heeft ontvangen na de levering van de onroerende zaak. De oude eigenaar/verhuurder heeft voor de belasting die hij heeft voldaan over de (delen van de) huurtermijnen die hij in het kader van de verrekening aan de nieuwe eigenaar/verhuurder heeft doen toekomen, geen recht op teruggaaf op grond van artikel 29, eerste lid, van de wet.
bij de verrekening van de huurtermijnen blijven de oorspronkelijke
facturen en de btw-voldoening door de oude eigenaar/verhuurder in stand. Er
is geen sprake van vermindering van de huurtermijnen, maar van de onderlinge
verrekening van de huuropbrengst. Om die reden blijft bij de oude
eigenaar/verhuurder herziening achterwege van de belasting die hij heeft
voldaan over de huurtermijnen die hij heeft ontvangen na de levering van de
onroerende zaak. De oude eigenaar/verhuurder heeft voor de belasting die hij
heeft voldaan over de (delen van de) huurtermijnen die hij in het kader van
de verrekening aan de nieuwe eigenaar/verhuurder heeft doen toekomen, geen
recht op teruggaaf op grond van artikel 29, eerste lid, van
de wet.
##### 3.2.5.2. Facturering op verzoek
De hoedanigheid van de afnemers van detailhandelaren en uitgevers van tijdschriften bij wie de bedrijfsuitoefening vooral is gericht op de verkoop van goederen of het verlenen van diensten aan particulieren kan op het tijdstip van de levering niet steeds worden vastgesteld.
De hoedanigheid van de afnemers van detailhandelaren en uitgevers van
tijdschriften bij wie de bedrijfsuitoefening vooral is gericht op de verkoop van
goederen of het verlenen van diensten aan particulieren kan op het tijdstip van
de levering niet steeds worden vastgesteld.
Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed.
Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR,
keur ik het volgende goed.
Detailhandelaren en uitgevers van tijdschriften hoeven, behoudens de gevallen waarin zij weten of in redelijkheid moeten weten dat hun afnemers kwalificeren als ondernemer, aan hun afnemers pas een factuur uit te reiken als die afnemers (ondernemers) daarom vragen.
Detailhandelaren en uitgevers van tijdschriften hoeven, behoudens de gevallen
waarin zij weten of in redelijkheid moeten weten dat hun afnemers kwalificeren
als ondernemer, aan hun afnemers pas een factuur uit te reiken als die afnemers
(ondernemers) daarom vragen.
### 3.3. Inhoud van de factuur
#### 3.3.1. Nummer
Facturen moeten een aantal verplichte vermeldingen bevatten (artikel 35a van de wet). Eén van deze vermeldingen is een opeenvolgend nummer, met één of meer reeksen, waardoor de factuur eenduidig wordt geïdentificeerd. Het factuurnummer vormt de sleutel tot het vinden van de gegevens van de factuur in de administratie van de ondernemer. Geautomatiseerde systemen maken voor de nummering gebruik van reeksen waarbij per vestiging bijvoorbeeld één reeks beschikbaar is. De doorlopende nummering wordt hierbij als vanzelfsprekend gehanteerd. Er behoeven geen aparte nummeringen te worden gehanteerd om de enkele factuur buiten de reeks te kunnen houden die wel is voorbereid maar die niet wordt uitgereikt. De beslissing om de factuur niet uit te reiken moet gevolgd kunnen worden. Dat betekent dat de zogenoemde audit trail niet doorbroken moet worden.
Facturen moeten een aantal verplichte vermeldingen bevatten (artikel 35a van de wet).
Eén van deze vermeldingen is een opeenvolgend nummer, met één of meer reeksen,
waardoor de factuur eenduidig wordt geïdentificeerd. Het factuurnummer vormt de
sleutel tot het vinden van de gegevens van de factuur in de administratie van de
ondernemer. Geautomatiseerde systemen maken voor de nummering gebruik van reeksen
waarbij per vestiging bijvoorbeeld één reeks beschikbaar is. De doorlopende
nummering wordt hierbij als vanzelfsprekend gehanteerd. Er behoeven geen aparte
nummeringen te worden gehanteerd om de enkele factuur buiten de reeks te kunnen
houden die wel is voorbereid maar die niet wordt uitgereikt. De beslissing om de
factuur niet uit te reiken moet gevolgd kunnen worden. Dat betekent dat de
zogenoemde audit trail niet doorbroken moet worden.
#### 3.3.2. Naam en adres van de leverancier en de afnemer
Een verplichte vermelding is de volledige naam en het volledige adres van de ondernemer en zijn afnemer. In beginsel gaat het daarbij om de juridische naam. De gegevens zijn onder meer van belang om te weten van welke ondernemer de belasting moet worden geheven. Het gebruik van de handelsnaam is geoorloofd, mits deze handelsnaam in combinatie met het adres en de woonplaats als zodanig bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd. Vermelding van alleen een postbusnummer is niet voldoende. De gebruikte handelsnaam mag niet leiden tot verwarring. Het adres is de plaats waar de ondernemer/afnemer feitelijk woont of is gevestigd. Bij fiscale eenheden is het gebruikelijk dat de naam van het onderdeel van de fiscale eenheid dat de prestatie verricht op de factuur staat.
Een verplichte vermelding is de volledige naam en het volledige adres van de
ondernemer en zijn afnemer. In beginsel gaat het daarbij om de juridische naam. De
gegevens zijn onder meer van belang om te weten van welke ondernemer de belasting
moet worden geheven. Het gebruik van de handelsnaam is geoorloofd, mits deze
handelsnaam in combinatie met het adres en de woonplaats als zodanig bij de Kamer
van Koophandel is geregistreerd. Vermelding van alleen een postbusnummer is niet
voldoende. De gebruikte handelsnaam mag niet leiden tot verwarring. Het adres is
de plaats waar de ondernemer/afnemer feitelijk woont of is gevestigd. Bij fiscale
eenheden is het gebruikelijk dat de naam van het onderdeel van de fiscale eenheid
dat de prestatie verricht op de factuur staat.
#### 3.3.3. Datum van de prestatie
De datum waarop de prestatie heeft plaatsgevonden of is voltooid of de datum waarop vooruitbetalingen zijn gedaan ter zake van goederenleveringen of diensten, moet op de factuur worden vermeld.
De datum waarop de prestatie heeft plaatsgevonden of is voltooid of de datum
waarop vooruitbetalingen zijn gedaan ter zake van goederenleveringen of diensten,
moet op de factuur worden vermeld.
Bij doorlopende prestaties mag in plaats van de dag waarop de levering of de dienst is verricht de periode worden vermeld waarin de leveringen en diensten zijn verricht. Van doorlopende prestaties is sprake bij zich herhalende prestaties die op basis van een doorlopende overeenkomst worden verricht. Daarbij geldt dat er geen welomschreven eindresultaat is overeengekomen. De periode waarover deze prestaties worden verricht, kan zowel bepaald als onbepaald zijn. Voorbeelden van doorlopende prestaties zijn abonnementen op tijdschriften en leveringen van gas, water en elektriciteit. Een overeenkomstige gedragslijn als bij doorlopende prestaties mag worden gevolgd bij ondeelbare of moeilijk splitsbare prestaties die bijvoorbeeld worden verricht door belastingconsulenten, accountants, advocaten, notarissen, architecten en andere beoefenaren van vrije beroepen.
Bij doorlopende prestaties mag in plaats van de dag waarop de levering of de
dienst is verricht de periode worden vermeld waarin de leveringen en diensten zijn
verricht. Van doorlopende prestaties is sprake bij zich herhalende prestaties die
op basis van een doorlopende overeenkomst worden verricht. Daarbij geldt dat er
geen welomschreven eindresultaat is overeengekomen. De periode waarover deze
prestaties worden verricht, kan zowel bepaald als onbepaald zijn. Voorbeelden van
doorlopende prestaties zijn abonnementen op tijdschriften en leveringen van gas,
water en elektriciteit. Een overeenkomstige gedragslijn als bij doorlopende
prestaties mag worden gevolgd bij ondeelbare of moeilijk splitsbare prestaties die
bijvoorbeeld worden verricht door belastingconsulenten, accountants, advocaten,
notarissen, architecten en andere beoefenaren van vrije beroepen.
De periode waarop de factuur betrekking heeft, mag maximaal een jaar zijn als:
De periode waarop de factuur betrekking heeft, mag maximaal een jaar zijn
als:
minstens ieder kwartaal een (naar evenredigheid geschatte) vooruitbetaling is overeengekomen;
minstens ieder kwartaal een (naar evenredigheid geschatte) vooruitbetaling
is overeengekomen;
een jaarlijkse betaling in de branche gebruikelijk is.
Doorlopende intracommunautaire leveringen worden steeds geacht te zijn voltooid bij afloop van elke kalendermaand.
Doorlopende intracommunautaire leveringen worden steeds geacht te zijn voltooid
bij afloop van elke kalendermaand.
Andere dan de hiervoor genoemde doorlopende prestaties worden geacht ten minste één maal per jaar te zijn verricht.
Andere dan de hiervoor genoemde doorlopende prestaties worden geacht ten minste
één maal per jaar te zijn verricht.
#### 3.3.4. Munteenheid en belastingbedrag
Op een factuur kunnen bedragen in willekeurig welke munteenheid voorkomen. Het te betalen of te herziene belastingbedrag moet echter zijn uitgedrukt in euros. Daarbij moet gebruik worden gemaakt van het wisselkoersmechanisme van artikel 91 van de btw-richtlijn (artikel 35a, vierde lid, van de wet). Als de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor een andere handeling dan een invoer van goederen zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan de euro, wordt de wisselkoers vastgesteld overeenkomstig de laatst genoteerde verkoopkoers op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt.
Op een factuur kunnen bedragen in willekeurig welke munteenheid voorkomen. Het
te betalen of te herziene belastingbedrag moet echter zijn uitgedrukt in euros.
Daarbij moet gebruik worden gemaakt van het wisselkoersmechanisme van artikel 91
van de btw-richtlijn (artikel 35a,
vierde lid, van de wet). Als de gegevens voor het bepalen van de
maatstaf van heffing voor een andere handeling dan een invoer van goederen zijn
uitgedrukt in een andere munteenheid dan de euro, wordt de wisselkoers vastgesteld
overeenkomstig de laatst genoteerde verkoopkoers op het tijdstip waarop de
belasting verschuldigd wordt.
Voor de afronding van het bedrag van de btw geldt de rekenkundige methode (artikel 5a van het besluit). Als het bedrag van de verschuldigde belasting meer dan twee cijfers achter de komma bevat, wordt het derde cijfer achter de komma naar beneden of naar boven afgerond op de dichtstbijzijnde cent. Dit houdt in dat bedragen kleiner dan € 0,005 naar beneden en bedragen van € 0,005 of hoger naar boven worden afgerond. Het staat de leverancier vrij per levering van een goed of per verrichte dienst de belasting te berekenen en rekenkundig af te ronden óf de afronding toe te passen op het totaalbedrag van een aantal prestaties samen. De ondernemer moet daarbij een consistente gedragslijn volgen. Het is niet toegestaan beide afrondingsmethoden te gebruiken. Door ter zake geen verdere voorschriften te geven, worden administratieve lasten voorkomen. De voorgeschreven afrondingsmethode geldt ook als de verschuldigde btw wordt berekend uit een prijs inclusief btw. Voor de wijze van afronding van btw op de aangifte btw geldt nog steeds afronding naar keuze op hele euros.
Voor de afronding van het bedrag van de btw geldt de rekenkundige methode
(artikel 5a van het
besluit). Als het bedrag van de verschuldigde belasting meer dan twee
cijfers achter de komma bevat, wordt het derde cijfer achter de komma naar beneden
of naar boven afgerond op de dichtstbijzijnde cent. Dit houdt in dat bedragen
kleiner dan € 0,005 naar beneden en bedragen van € 0,005 of hoger naar boven
worden afgerond. Het staat de leverancier vrij per levering van een goed of per
verrichte dienst de belasting te berekenen en rekenkundig af te ronden óf de
afronding toe te passen op het totaalbedrag van een aantal prestaties samen. De
ondernemer moet daarbij een consistente gedragslijn volgen. Het is niet toegestaan
beide afrondingsmethoden te gebruiken. Door ter zake geen verdere voorschriften te
geven, worden administratieve lasten voorkomen. De voorgeschreven
afrondingsmethode geldt ook als de verschuldigde btw wordt berekend uit een prijs
inclusief btw. Voor de wijze van afronding van btw op de aangifte btw geldt nog
steeds afronding naar keuze op hele euros.
#### 3.3.5. Aanduiding factuur uitreiken door prestatieverrichter, vrijstelling, intracommunautaire levering, heffing verlegd, reisbureauregeling of margeregeling
#### 3.3.5. Aanduiding factuur uitreiken door prestatieverrichter,
vrijstelling, intracommunautaire levering, heffing verlegd, reisbureauregeling of
margeregeling
De ondernemer moet in de factuur een aanduiding opnemen als:
de afnemer van de prestatie de factuur uitreikt in plaats van degene die de prestatie verricht (factuur uitgereikt door afnemer);
een vrijstelling geldt (niet alleen de in artikel 11 van de wet genoemde vrijstellingen, maar bijvoorbeeld ook die inzake beleggingsgoud);
een intracommunautaire levering wordt verricht die onder het nultarief valt (artikel 9 van de wet in verbinding met Tabel II, onderdeel a, post 6, behorende bij de wet);
de afnemer van de prestatie de factuur uitreikt in plaats van degene die de
prestatie verricht (factuur uitgereikt door afnemer);
een vrijstelling geldt (niet alleen de in artikel 11 van de wet
genoemde vrijstellingen, maar bijvoorbeeld ook die inzake
beleggingsgoud);
een intracommunautaire levering wordt verricht die onder het nultarief valt
(artikel 9 van de wet
in verbinding met Tabel
II, onderdeel a, post 6, behorende bij de wet);
de belasting wordt geheven van de afnemer (btw verlegd);
de bijzondere regeling voor reisbureaus wordt gehanteerd (bijzondere regeling reisbureaus);
de margeregeling van toepassing is (bijzondere regeling-gebruikte goederen, bijzondere regeling-kunstvoorwerpen of bijzondere regeling-voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten).
de bijzondere regeling voor reisbureaus wordt gehanteerd (bijzondere
regeling reisbureaus);
de margeregeling van toepassing is (bijzondere regeling-gebruikte
goederen, bijzondere regeling-kunstvoorwerpen of bijzondere
regeling-voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten).
Als geen specifieke aanduiding is vereist, kan de aanduiding bestaan uit een verwijzing naar de desbetreffende bepaling in de wet of de btw-richtlijn. Het moet voor de afnemer en de Belastingdienst duidelijk zijn welk belastingregime de leverancier toepast. De fiscale verplichtingen van de afnemer zijn daarvan immers afhankelijk. De aanduiding moet voldoende specifiek zijn en mag niet alleen bestaan uit de vermelding nultarief of vrijstelling. Bij een op grond van artikel 11 van de wet vrijgestelde prestatie is het voldoende als uit de omschrijving van de prestatie op de factuur buiten twijfel blijkt welke vrijstelling van toepassing is.
Als geen specifieke aanduiding is vereist, kan de aanduiding bestaan uit een
verwijzing naar de desbetreffende bepaling in de wet of de btw-richtlijn. Het moet
voor de afnemer en de Belastingdienst duidelijk zijn welk belastingregime de
leverancier toepast. De fiscale verplichtingen van de afnemer zijn daarvan immers
afhankelijk. De aanduiding moet voldoende specifiek zijn en mag niet alleen
bestaan uit de vermelding nultarief of vrijstelling. Bij een op grond van
artikel 11 van de wet
vrijgestelde prestatie is het voldoende als uit de omschrijving van de prestatie
op de factuur buiten twijfel blijkt welke vrijstelling van toepassing is.
De factuur kan in een andere taal dan het Nederlands worden opgesteld. Wanneer voor controledoeleinden noodzakelijk, kan de inspecteur een vertaling in het Nederlands eisen van niet (volledig) in het Nederlands opgestelde facturen betreffende in Nederland verrichte prestaties of facturen uitgereikt of ontvangen door in Nederland gevestigde ondernemers (artikel 35a, vijfde lid, van de wet).
De factuur kan in een andere taal dan het Nederlands worden opgesteld. Wanneer
voor controledoeleinden noodzakelijk, kan de inspecteur een vertaling in het
Nederlands eisen van niet (volledig) in het Nederlands opgestelde facturen
betreffende in Nederland verrichte prestaties of facturen uitgereikt of ontvangen
door in Nederland gevestigde ondernemers (artikel 35a, vijfde lid, van de
wet).
Bij de gebruikelijke intracommunautaire ABC-levering verkoopt A een goed aan B en B verkoopt dat goed aan C. A levert het goed rechtstreeks aan C. Als het vervoer plaatsvindt in het kader van de levering A-B moet B zich registreren in het land van C en daar aangifte doen. Deze registratie en btw-aangifte zijn niet nodig bij een vereenvoudigde ABC-levering. Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed.
Bij de gebruikelijke intracommunautaire ABC-levering verkoopt A een goed aan B
en B verkoopt dat goed aan C. A levert het goed rechtstreeks aan C. Als het
vervoer plaatsvindt in het kader van de levering A-B moet B zich registreren in
het land van C en daar aangifte doen. Deze registratie en btw-aangifte zijn niet
nodig bij een vereenvoudigde ABC-levering. Op grond van praktische overwegingen en
voor zover nodig op grond van artikel 63 van
de AWR, keur ik het volgende goed.
Bij een vereenvoudigde intracommunautaire ABC-transactie mag op de factuur intracommunautaire levering worden vermeld.
Bij een vereenvoudigde intracommunautaire ABC-transactie mag op de factuur
intracommunautaire levering worden vermeld.
#### 3.3.6. Vereenvoudigde factuur
Het is ondernemers toegestaan om een zogenoemde vereenvoudigde factuur uit te reiken (artikel 34d van de wet) als:
Het is ondernemers toegestaan om een zogenoemde vereenvoudigde factuur uit te
reiken (artikel 34d van de wet)
als:
het bedrag van de factuur niet hoger is dan € 100; of
de uitgereikte factuur een document of bericht is dat wijzigingen aanbrengt in, en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar, de oorspronkelijke factuur (artikel 34f van de wet).
de uitgereikte factuur een document of bericht is dat wijzigingen aanbrengt
in, en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar, de oorspronkelijke factuur
(artikel 34f van de
wet).
Als sprake is van zogenoemde grensoverschrijdende afstandsverkopen of van intracommunautaire leveringen tegen het nultarief mag geen vereenvoudigde factuur worden uitgereikt (artikel 34, tweede lid, van de wet). Een vereenvoudigde factuur mag ook niet worden uitgereikt als de presterende ondernemer in een andere lidstaat is gevestigd dan de lidstaat waar de prestatie wordt verricht of als zijn vaste inrichting in de lidstaat waar de prestatie wordt verricht niet is betrokken bij het verrichten van de prestatie (artikel 192bis van de btw-richtlijn) en de btw-schuld is verlegd naar de afnemer van de prestatie.
Als sprake is van zogenoemde grensoverschrijdende afstandsverkopen of van
intracommunautaire leveringen tegen het nultarief mag geen vereenvoudigde factuur
worden uitgereikt (artikel 34,
tweede lid, van de wet). Een vereenvoudigde factuur mag ook niet worden
uitgereikt als de presterende ondernemer in een andere lidstaat is gevestigd dan
de lidstaat waar de prestatie wordt verricht of als zijn vaste inrichting in de
lidstaat waar de prestatie wordt verricht niet is betrokken bij het verrichten van
de prestatie (artikel 192bis van de btw-richtlijn) en de btw-schuld is verlegd
naar de afnemer van de prestatie.
Op een vereenvoudigde factuur moeten in ieder geval worden vermeld de datum van uitreiking van de factuur, de identiteit van de ondernemer die de prestatie verricht, de aard van de prestatie, het belastingbedrag en een eventuele verwijzing naar de oorspronkelijke factuur. Wellicht ten overvloede merk ik op dat de ondernemer die de btw die op een vereenvoudigde factuur wordt vermeld in aftrek wil brengen, moet kunnen aantonen dat hij de afnemer van de prestatie is.
Op een vereenvoudigde factuur moeten in ieder geval worden vermeld de datum van
uitreiking van de factuur, de identiteit van de ondernemer die de prestatie
verricht, de aard van de prestatie, het belastingbedrag en een eventuele
verwijzing naar de oorspronkelijke factuur. Wellicht ten overvloede merk ik op dat
de ondernemer die de btw die op een vereenvoudigde factuur wordt vermeld in aftrek
wil brengen, moet kunnen aantonen dat hij de afnemer van de prestatie is.
#### 3.3.7. Gebreken in de factuur
Het komt voor dat een factuur niet volledig voldoet aan de wettelijke eisen en dat aftrek van btw wordt geweigerd. Uit Europese jurisprudentie2HvJ EU 15 september 2016, nr. C-516/14, zaak Barlis 06, ECLI:EU:2016:690 en HvJ EU 15 september 2016, nr. C-518/14, zaak Senatex GmbH, ECLI:EU:2016:691. volgt dat het recht op aftrek van btw niet mag worden geweigerd om reden dat een factuur niet voldoet aan alle formele vereisten indien alle gegevens die nodig zijn om na te gaan of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor uitoefening van de aftrek van btw voorhanden zijn. Bij de beoordeling van de materiële voorwaarden moet rekening worden gehouden met aanvullende informatie die door de ondernemer wordt verstrekt.
Het komt voor dat een factuur niet volledig voldoet aan de wettelijke eisen en
dat aftrek van btw wordt geweigerd. Uit Europese jurisprudentie
2
HvJ EU 15 september 2016, nr. C-516/14, zaak Barlis 06,
ECLI:EU:2016:690 en HvJ EU 15 september 2016, nr. C-518/14, zaak Senatex GmbH,
ECLI:EU:2016:691.
volgt dat het recht op aftrek van btw niet mag worden geweigerd om reden
dat een factuur niet voldoet aan alle formele vereisten indien alle gegevens die
nodig zijn om na te gaan of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor
uitoefening van de aftrek van btw voorhanden zijn. Bij de beoordeling van de
materiële voorwaarden moet rekening worden gehouden met aanvullende informatie die
door de ondernemer wordt verstrekt.
De aftrek van btw wordt alsnog geweigerd als:
a. degene die de factuur heeft uitgereikt de daarop vermelde btw of enige andere in verband met de prestatie verschuldigde belasting geheel of gedeeltelijk niet heeft voldaan, terwijl degene die de factuur heeft ontvangen dat wist of redelijkerwijze moest vermoeden en daarvan direct profijt heeft gehad dan wel invloed heeft gehad op het fiscaal laakbare handelen van degene die de factuur heeft uitgereikt; of
b. het geheel van feiten en omstandigheden de conclusie rechtvaardigt dat doel en strekking van de desbetreffende wettelijke bepalingen zou worden miskend als de aftrek van de btw zou worden toegestaan.
a. degene die de factuur heeft uitgereikt de daarop vermelde btw of enige
andere in verband met de prestatie verschuldigde belasting geheel of
gedeeltelijk niet heeft voldaan, terwijl degene die de factuur heeft ontvangen
dat wist of redelijkerwijze moest vermoeden en daarvan direct profijt heeft
gehad dan wel invloed heeft gehad op het fiscaal laakbare handelen van degene
die de factuur heeft uitgereikt; of
b. het geheel van feiten en omstandigheden de conclusie rechtvaardigt dat doel
en strekking van de desbetreffende wettelijke bepalingen zou worden miskend
als de aftrek van de btw zou worden toegestaan.
Ondanks het feit dat het recht op aftrek niet mag worden beperkt door een formeel factuurgebrek, laat onverlet dat het niet voldoen aan de wettelijk factuureisen een verzuim van de presterende ondernemer vormt, ter zake waarvan een verzuimboete kan worden opgelegd (zie artikel 67ca, eerste lid, onderdeel e, van de AWR).
Ondanks het feit dat het recht op aftrek niet mag worden beperkt door een
formeel factuurgebrek, laat onverlet dat het niet voldoen aan de wettelijk
factuureisen een verzuim van de presterende ondernemer vormt, ter zake waarvan een
verzuimboete kan worden opgelegd (zie artikel 67ca, eerste lid, onderdeel
e, van de AWR).
#### 3.3.8. Bijzondere regelingen
##### 3.3.8.1. Facturering door nutsbedrijven
Voor exploitanten van elektriciteits-, gas- en waterleidingbedrijven gelden voor de facturering en verschuldigdheid van btw de volgende goedkeuringen onder voorwaarden.
Voor exploitanten van elektriciteits-, gas- en waterleidingbedrijven gelden
voor de facturering en verschuldigdheid van btw de volgende goedkeuringen onder
voorwaarden.
1. Verschuldigdheid en voldoening van btw
Er zijn nutsbedrijven die na afloop van een meteropnameperiode (verbruiksperiode) van maximaal drie maanden over die periode of over het daaraan voorafgaande tijdvak een factuur uitreiken.
Er zijn nutsbedrijven die na afloop van een meteropnameperiode
(verbruiksperiode) van maximaal drie maanden over die periode of over het
daaraan voorafgaande tijdvak een factuur uitreiken.
Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed.
Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van
artikel 63 van de
AWR, keur ik het volgende goed.
Ik keur onder voorwaarden goed dat exploitanten van elektriciteits-, gas- en waterleidingbedrijven de btw ter zake van de door hen verrichte leveringen en diensten niet eerder zijn verschuldigd dan op het tijdstip van de uitreiking van de factuur. Ik verbind hieraan de volgende voorwaarde.
Ik keur onder voorwaarden goed dat exploitanten van elektriciteits-, gas-
en waterleidingbedrijven de btw ter zake van de door hen verrichte
leveringen en diensten niet eerder zijn verschuldigd dan op het tijdstip van
de uitreiking van de factuur. Ik verbind hieraan de volgende
voorwaarde.
De meteropnamen moeten over een korte periode van maximaal een kwartaal plaatsvinden. Het uitreiken van facturen over een langere periode is alleen aanvaardbaar als de afnemers in afwachting van de over die periode uit te reiken factuur een aantal voorschotbetalingen moeten doen die zijn berekend aan de hand van de gegevens over recente verbruiksperiodes. Als de verschuldigde btw van de eindfactuur hoger is dan de al aan de hand van de voorschotten voldane belasting wordt de exploitant het meerdere verschuldigd op het tijdstip van uitreiking van de factuur. In het omgekeerde geval heeft de exploitant recht op teruggaaf of verrekening van de door hem te veel betaalde btw.
De meteropnamen moeten over een korte periode van maximaal een kwartaal
plaatsvinden. Het uitreiken van facturen over een langere periode is alleen
aanvaardbaar als de afnemers in afwachting van de over die periode uit te
reiken factuur een aantal voorschotbetalingen moeten doen die zijn berekend
aan de hand van de gegevens over recente verbruiksperiodes. Als de
verschuldigde btw van de eindfactuur hoger is dan de al aan de hand van de
voorschotten voldane belasting wordt de exploitant het meerdere verschuldigd
op het tijdstip van uitreiking van de factuur. In het omgekeerde geval heeft
de exploitant recht op teruggaaf of verrekening van de door hem te veel
betaalde btw.
2. Aftrek van voorbelasting
Gebleken is dat exploitanten aan kleinverbruikers facturen uitreiken waarop alleen het totaalbedrag van het voorschot inclusief btw is vermeld. Dat gebeurt meestal omdat het niet steeds mogelijk is te bepalen in welke hoedanigheid een afnemer optreedt. Nu op de notas de btw niet afzonderlijk is vermeld, is er voor de aftrek van voorbelasting geen juiste factuur aanwezig. De voorbelasting kan dan niet worden geclaimd. De nutsbedrijven moeten op verzoek van belanghebbenden voorschotnotas c.q. facturen uitreiken die aan de in de wet gestelde eisen voldoen. Hiermee hebben belanghebbenden dan wel recht op aftrek van de in het voorschot begrepen btw. Eenzelfde gedragslijn kan worden gevolgd bij (digitale) betaling van voorschotten door middel van automatische incasso of overschrijving per bank. Belanghebbenden moeten de, op hun verzoek, ontvangen voorschotnotas of kopieën daarvan bewaren in hun administratie (zie ook artikel 35c van de wet). Om dubbele aftrek van voorbelasting te voorkomen, geldt als voorwaarde dat op de eindfactuur over een bepaalde verbruiksperiode het saldo van de totale over het eindbedrag verschuldigde btw en de al bij voorschotnotas of facturen afzonderlijk vermelde btw duidelijk zijn vermeld. Leidt de saldering tot een teruggaaf van de exploitant aan de desbetreffende afnemer/ondernemer dan is laatstbedoelde de op de voorschotnotas te veel in aftrek gebrachte belasting verschuldigd. Leidt de saldering tot een betaling door de afnemer/ondernemer dan kan deze aanspraak maken op aftrek van de voorbelasting ter zake van het bij te betalen bedrag aan btw.
Gebleken is dat exploitanten aan kleinverbruikers facturen uitreiken
waarop alleen het totaalbedrag van het voorschot inclusief btw is vermeld.
Dat gebeurt meestal omdat het niet steeds mogelijk is te bepalen in welke
hoedanigheid een afnemer optreedt. Nu op de notas de btw niet afzonderlijk
is vermeld, is er voor de aftrek van voorbelasting geen juiste factuur
aanwezig. De voorbelasting kan dan niet worden geclaimd. De nutsbedrijven
moeten op verzoek van belanghebbenden voorschotnotas c.q. facturen
uitreiken die aan de in de wet gestelde eisen voldoen. Hiermee hebben
belanghebbenden dan wel recht op aftrek van de in het voorschot begrepen
btw. Eenzelfde gedragslijn kan worden gevolgd bij (digitale) betaling van
voorschotten door middel van automatische incasso of overschrijving per
bank. Belanghebbenden moeten de, op hun verzoek, ontvangen voorschotnotas
of kopieën daarvan bewaren in hun administratie (zie ook artikel 35c van de
wet). Om dubbele aftrek van voorbelasting te voorkomen, geldt als
voorwaarde dat op de eindfactuur over een bepaalde verbruiksperiode het
saldo van de totale over het eindbedrag verschuldigde btw en de al bij
voorschotnotas of facturen afzonderlijk vermelde btw duidelijk zijn
vermeld. Leidt de saldering tot een teruggaaf van de exploitant aan de
desbetreffende afnemer/ondernemer dan is laatstbedoelde de op de
voorschotnotas te veel in aftrek gebrachte belasting verschuldigd. Leidt de
saldering tot een betaling door de afnemer/ondernemer dan kan deze aanspraak
maken op aftrek van de voorbelasting ter zake van het bij te betalen bedrag
aan btw.
3. Niet aan btw onderworpen ontvangsten
Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed.
Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van
artikel 63 van de
AWR, keur ik het volgende goed.
Heffing van btw kan achterwege blijven over de inningskosten bij wanbetaling en kosten die nauw daarmee samenhangen. Het betreft hier bijvoorbeeld aanmaningskosten, af- en aansluitkosten en kosten van verzegeling en ontzegeling van aansluitingen.
Heffing van btw kan achterwege blijven over de inningskosten bij
wanbetaling en kosten die nauw daarmee samenhangen. Het betreft hier
bijvoorbeeld aanmaningskosten, af- en aansluitkosten en kosten van
verzegeling en ontzegeling van aansluitingen.
Er is geen btw verschuldigd over aan derden in rekening gebrachte bedragen wegens aangerichte schade. Dit geldt ook voor aan publiekrechtelijke lichamen in rekening gebrachte kosten van omlegging van leidingen in verband met de aanleg of hertracering van verkeers- of waterwegen. Onder de omlegging van een kabel kan in dit verband mede worden verstaan de al dan niet met verplaatsing gepaard gaande vervanging van een bestaande leiding of een gedeelte daarvan.
Er is geen btw verschuldigd over aan derden in rekening gebrachte bedragen
wegens aangerichte schade. Dit geldt ook voor aan publiekrechtelijke
lichamen in rekening gebrachte kosten van omlegging van leidingen in verband
met de aanleg of hertracering van verkeers- of waterwegen. Onder de
omlegging van een kabel kan in dit verband mede worden verstaan de al dan
niet met verplaatsing gepaard gaande vervanging van een bestaande leiding of
een gedeelte daarvan.
##### 3.3.8.2. Facturering door belastingdeurwaarder; executoriaal beslag, bodembeslag, openbare of onderhandse verkoop
##### 3.3.8.2. Facturering door belastingdeurwaarder; executoriaal
beslag, bodembeslag, openbare of onderhandse verkoop
Als een belastingdeurwaarder ten laste van een ondernemer executoriaal beslag legt op (on)roerende zaken die in het kader van de onderneming worden gebruikt en deze zaken executoriaal verkoopt, vinden de heffing en de facturering van btw als volgt plaats:
Als een belastingdeurwaarder ten laste van een ondernemer executoriaal beslag
legt op (on)roerende zaken die in het kader van de onderneming worden gebruikt
en deze zaken executoriaal verkoopt, vinden de heffing en de facturering van btw
als volgt plaats:
a. De ontvanger/belastingdeurwaarder is geen ondernemer in de zin van de wet. Hij is voor de levering dan ook geen btw verschuldigd, doet geen aangifte en brengt de voor de verkoopkosten aan hem in rekening gebrachte btw niet in (voor)aftrek.
b. De ontvanger verhaalt de openstaande belastingschuld (inclusief de eventueel daarin begrepen respectievelijk de daarover in rekening gebrachte btw) waarvoor het beslag roerende zaken is gelegd op de verkoopopbrengst (HR 6 mei 1983, LJN: AG4583; Rentekas-arrest). Voordat de belastingschuld op de opbrengst wordt afgeboekt, worden eerst de kosten van executie verrekend. De belastingdeurwaarder maakt namens de belastingschuldige een correcte factuur op door middel van een factuur/kwitantie OV 056.
a. De ontvanger/belastingdeurwaarder is geen ondernemer in de zin van de wet.
Hij is voor de levering dan ook geen btw verschuldigd, doet geen aangifte en
brengt de voor de verkoopkosten aan hem in rekening gebrachte btw niet in
(voor)aftrek.
b. De ontvanger verhaalt de openstaande belastingschuld (inclusief de
eventueel daarin begrepen respectievelijk de daarover in rekening gebrachte
btw) waarvoor het beslag roerende zaken is gelegd op de verkoopopbrengst (HR
6 mei 1983, LJN: AG4583; Rentekas-arrest). Voordat de belastingschuld op de
opbrengst wordt afgeboekt, worden eerst de kosten van executie verrekend. De
belastingdeurwaarder maakt namens de belastingschuldige een correcte factuur
op door middel van een factuur/kwitantie OV 056.
Voor de heffing van btw levert de belastingschuldige de (on)roerende zaken als hij daarover als eigenaar kan beschikken. Dat betekent dat de belastingschuldige geen goederen kan leveren die op zijn bodem staan en die onder het zogenoemde bodemrecht van artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990 vallen2Gerechtshof Amsterdam 7 december 2007, nr. 06/00307, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC0806..
Voor de heffing van btw levert de belastingschuldige de (on)roerende zaken als
hij daarover als eigenaar kan beschikken. Dat betekent dat de belastingschuldige
geen goederen kan leveren die op zijn bodem staan en die onder het zogenoemde
bodemrecht van artikel 22,
derde lid, van de Invorderingswet 1990 vallen
2
Gerechtshof Amsterdam 7 december 2007, nr. 06/00307,
ECLI:NL:GHAMS:2007:BC0806.
.
##### 3.3.8.3. Belastingplicht commissarissen
Een commissaris is in ieder geval ondernemer als de commissariaatswerkzaamheden nauw verbonden zijn met, of in het verlengde liggen van, de overige in het bedrijf of beroep plaatsvindende activiteiten en aldus als een nevenwerkzaamheid worden aangemerkt. Dit komt onder meer voor bij commissariaten die worden vervuld door advocaten, belastingadviseurs en soortgelijke beroepsbeoefenaren. Als deze personen hun beroep in een maatschap uitoefenen is de maatschap in beginsel btw verschuldigd. Op praktische gronden en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR keur ik onder voorwaarden het volgende goed.
Ik keur goed dat als commissariaten worden vervuld door een persoon die zijn beroep in maatschapsverband uitoefent die persoon voor zijn commissariaatswerkzaamheden facturen mag uitreiken. Ik verbind hieraan de volgende voorwaarde.
Toepassing van deze goedkeuring is alleen toegestaan als de maatschap de facturen opneemt in haar administratie. De goedkeuring heeft geen gevolgen voor de verschuldigdheid van de belasting door de maatschap.
2021
22627
06-05-2021
28-04-2021
2021-9403
2021
22627
06-05-2021
28-04-2021
2021-9403
07-05-2021
13-06-2019
##### 3.3.8.4. Btw-behandeling van de boedelbijdrage
Een boedelbijdrage is een vergoeding die wordt betaald aan de faillissementscurator voor werkzaamheden die hij uitvoert voor derde eigenaren/separatisten (hypotheekhouders, pandhouders, partijen die een eigendomsvoorbehoud hebben, etc.). De strekking achter de boedelbijdrage is dat de kosten die de boedel moet maken omdat een schuldeiser zijn rechten als separatist wil uitoefenen, niet ten laste van de andere schuldeisers in het faillissement komen.
Een boedelbijdrage is een vergoeding die wordt betaald aan de
faillissementscurator voor werkzaamheden die hij uitvoert voor derde
eigenaren/separatisten (hypotheekhouders, pandhouders, partijen die een
eigendomsvoorbehoud hebben, etc.). De strekking achter de boedelbijdrage is dat
de kosten die de boedel moet maken omdat een schuldeiser zijn rechten als
separatist wil uitoefenen, niet ten laste van de andere schuldeisers in het
faillissement komen.
Als er een rechtstreeks verband bestaat tussen de betaling door de separatist en de handelingen verricht door de curator ter zake van de uitwinning van een verpande of verhypothekeerde zaak dan kan de boedelbijdrage belast zijn met btw. De vraag of de boedelbijdrage belast is met btw moet beantwoord worden vanuit de failliete boedel en dus vanuit de gefailleerde. De boedelbijdrage is belast als de gefailleerde ondernemer is voor de btw en de verrichte dienst niet gerelateerd is aan zijn privévermogen. De vergoeding is steeds onbelast als de gefailleerde geen ondernemer is voor de btw.
Als er een rechtstreeks verband bestaat tussen de betaling door de separatist
en de handelingen verricht door de curator ter zake van de uitwinning van een
verpande of verhypothekeerde zaak dan kan de boedelbijdrage belast zijn met btw.
De vraag of de boedelbijdrage belast is met btw moet beantwoord worden vanuit de
failliete boedel en dus vanuit de gefailleerde. De boedelbijdrage is belast als
de gefailleerde ondernemer is voor de btw en de verrichte dienst niet
gerelateerd is aan zijn privévermogen. De vergoeding is steeds onbelast als de
gefailleerde geen ondernemer is voor de btw.
##### 3.3.8.5. Btw-behandeling bij overdracht fosfaatrechten via
bemiddelaar
Per 1 januari 2018 is het stelsel van fosfaatrechten voor melkvee ingevoerd.
Het systeem houdt in dat vanaf die datum met bedrijfsmatig gehouden melkvee niet
méér fosfaat mag worden geproduceerd dan het aantal fosfaatrechten dat het
bedrijf heeft. Fosfaatrechten kunnen alleen tussen melkveebedrijven worden
verhandeld via registratie door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO).
Daarbij kan een bemiddelaar worden ingeschakeld. Het komt voor dat de
bemiddelaar niet op eigen naam handelt en na een succesvolle bemiddeling de
verkoopovereenkomst opmaakt voor de toekomstige overdracht van de fosfaatrechten
door de verkoper. Veelal maakt hij dan ook namens de verkoper een factuur op.
Vervolgens moet de koper het daarop vermelde bedrag betalen op de bankrekening
van een stichting derdengelden van de bemiddelaar. De bemiddelaar verzorgt de
betaling van de vergoeding aan de verkoper vanaf de bankrekening van zijn
stichting derdengelden nadat de registratie door RVO is afgerond.
In dit geval geldt dat de verschuldigdheid van btw door de verkoper en het
eventuele recht op aftrek van btw bij de koper ter zake van deze overdracht
ontstaan op het tijdstip waarop de factuur door de bemiddelaar, namens de
verkoper, wordt uitgereikt.
### 3.4. Elektronisch factureren
#### 3.4.1. Algemeen
Facturen mogen op papier of elektronisch worden uitgereikt (artikel 35b van de wet). Uitgangspunt is dat papieren en elektronische facturen gelijk moeten worden behandeld.
Facturen mogen op papier of elektronisch worden uitgereikt (artikel 35b van de wet).
Uitgangspunt is dat papieren en elektronische facturen gelijk moeten worden
behandeld.
Een elektronische verzending van een factuur kan alleen toepassing vinden als dit wordt aanvaard door de afnemer. De ondernemer die de prestatie verricht kan dit vooraf met zijn afnemer overeenkomen. Als de afnemer zonder commentaar op de elektronische verzending de factuur verwerkt en betaalt, wordt hij geacht de elektronische verzending van de factuur te hebben aanvaard.
Een elektronische verzending van een factuur kan alleen toepassing vinden als
dit wordt aanvaard door de afnemer. De ondernemer die de prestatie verricht kan
dit vooraf met zijn afnemer overeenkomen. Als de afnemer zonder commentaar op de
elektronische verzending de factuur verwerkt en betaalt, wordt hij geacht de
elektronische verzending van de factuur te hebben aanvaard.
#### 3.4.2. Verzending elektronische facturen
De ondernemer moet de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud en de leesbaarheid van de factuur (op papier of in elektronisch formaat) waarborgen. De methode die hij daarbij gebruikt mag hij zelf bepalen. Hij hoeft die methode niet te melden aan de inspecteur.
De ondernemer moet de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de
inhoud en de leesbaarheid van de factuur (op papier of in elektronisch formaat)
waarborgen. De methode die hij daarbij gebruikt mag hij zelf bepalen. Hij hoeft
die methode niet te melden aan de inspecteur.
In artikel 35b, vierde lid, van de wet zijn twee methoden opgenomen die in elk geval de authenticiteit en de integriteit kunnen waarborgen: een geavanceerde elektronische handtekening en een elektronische uitwisseling van gegevens. In de praktijk valt bij andere methoden te denken aan bedrijfsspecifieke elektronische apparatuur voor het maken en versturen van elektronische facturen of aan het per e-mail versturen van facturen die bijvoorbeeld de vorm van een pdf-bestand krijgen.
In artikel 35b, vierde lid, van de
wet zijn twee methoden opgenomen die in elk geval de authenticiteit en
de integriteit kunnen waarborgen: een geavanceerde elektronische handtekening en
een elektronische uitwisseling van gegevens. In de praktijk valt bij andere
methoden te denken aan bedrijfsspecifieke elektronische apparatuur voor het maken
en versturen van elektronische facturen of aan het per e-mail versturen van
facturen die bijvoorbeeld de vorm van een pdf-bestand krijgen.
#### 3.4.3. Bewaren van (elektronische) facturen
In aanvulling op artikel 52 van de AWR wordt in artikel 35c van de wet de opslag van factuurgegevens nader geregeld. Iedere ondernemer moet erop toezien dat hij kopieën van de door hemzelf dan wel, in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn afnemer of een derde uitgereikte facturen, en alle door hemzelf ontvangen facturen bewaart in zijn administratie. De ondernemer is vrij in de wijze waarop hij de facturen opslaat.
In aanvulling op artikel 52 van
de AWR wordt in artikel 35c van
de wet de opslag van factuurgegevens nader geregeld. Iedere ondernemer
moet erop toezien dat hij kopieën van de door hemzelf dan wel, in zijn naam en
voor zijn rekening, door zijn afnemer of een derde uitgereikte facturen, en alle
door hemzelf ontvangen facturen bewaart in zijn administratie. De ondernemer is
vrij in de wijze waarop hij de facturen opslaat.
De ondernemer moet op verzoek aan de inspecteur binnen redelijke termijn de opgeslagen factuurgegevens ter beschikking kunnen stellen. De inspecteur heeft het recht van toegang tot en van downloading en gebruikmaking langs elektronische weg van de facturen als de ondernemer in Nederland is gevestigd. De inspecteur kan met het oog op de controle van de heffing dat recht ook uitoefenen als de ondernemer buiten Nederland is gevestigd maar wel in Nederland belasting is verschuldigd. Het maakt daarbij niet uit waar de facturen zijn opgeslagen. Omgekeerd moet een Nederlandse ondernemer die in een andere EU-lidstaat belaste handelingen verricht de fiscale autoriteiten van die lidstaat toegang geven tot de op die handelingen betrekking hebbende elektronische facturen om in te zien, te downloaden en te gebruiken voor zover dit voor de controle op de nakoming van zijn btw-verplichtingen in die lidstaat dienstig is.
De ondernemer moet op verzoek aan de inspecteur binnen redelijke termijn de
opgeslagen factuurgegevens ter beschikking kunnen stellen. De inspecteur heeft het
recht van toegang tot en van downloading en gebruikmaking langs elektronische weg
van de facturen als de ondernemer in Nederland is gevestigd. De inspecteur kan met
het oog op de controle van de heffing dat recht ook uitoefenen als de ondernemer
buiten Nederland is gevestigd maar wel in Nederland belasting is verschuldigd. Het
maakt daarbij niet uit waar de facturen zijn opgeslagen. Omgekeerd moet een
Nederlandse ondernemer die in een andere EU-lidstaat belaste handelingen verricht
de fiscale autoriteiten van die lidstaat toegang geven tot de op die handelingen
betrekking hebbende elektronische facturen om in te zien, te downloaden en te
gebruiken voor zover dit voor de controle op de nakoming van zijn
btw-verplichtingen in die lidstaat dienstig is.
### 3.5
#### 3.5.1. Herziening van te veel of ten onrechte gefactureerde btw
#### 3.5.1. Herziening van te veel of ten onrechte gefactureerde
btw
Iedere ondernemer die op een factuur op enigerlei wijze melding maakt van btw die hij anders dan op grond van artikel 37 van de wet niet verschuldigd is geworden, is die btw verschuldigd op het tijdstip waarop hij de factuur uitreikt. De hier bedoelde verschuldigdheid van btw ontstaat onder meer als een ondernemer ten onrechte of te veel btw heeft gefactureerd:
Iedere ondernemer die op een factuur op enigerlei wijze melding maakt van btw
die hij anders dan op grond van artikel 37 van
de wet niet verschuldigd is geworden, is die btw verschuldigd op het
tijdstip waarop hij de factuur uitreikt. De hier bedoelde verschuldigdheid van btw
ontstaat onder meer als een ondernemer ten onrechte of te veel btw heeft
gefactureerd:
1. wegens toepassing van het verkeerde tarief;
2. bij een levering en/of dienst die is vrijgesteld;
3. bij de overgang van een geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen;
4. bij een levering of dienst waarbij de heffing van de btw is verlegd naar de afnemer van de prestatie.
3. bij de overgang van een geheel of een gedeelte van een algemeenheid van
goederen;
4. bij een levering of dienst waarbij de heffing van de btw is verlegd naar de
afnemer van de prestatie.
Volgens de wetsgeschiedenis strekt artikel 37 van de wet ertoe een voorziening te scheppen tegen een te grote aftrek in de volgende schakel (Tweede Kamer, zitting 19671968, 9324 Memorie van Toelichting, blz. 38 l.k.).
Volgens de wetsgeschiedenis strekt artikel 37 van de wet
ertoe een voorziening te scheppen tegen een te grote aftrek in de volgende schakel
(Tweede Kamer, zitting 19671968, 9324 Memorie van Toelichting, blz. 38
l.k.).
Ook in het geval de ontvanger van de factuur (hierna: de afnemer) geen recht heeft op aftrek van voorbelasting is artikel 37 van de wet van toepassing3Hoge Raad 28 april 1999, nr. 34 016, ECLI:NL:HR:1999: 2747. behalve als de afnemer een particulier is. Als op een factuur aan een particulier omzetbelasting of btw is vermeld, valt deze vermelding buiten het systeem van de heffing van de btw. Artikel 37 is in dat geval niet van toepassing4Hoge Raad 14 december 2007, nr. 37 748, ECLI:NL:HR:2007:AI0669 en Hoge Raad 14 november 2008, nr. 42 312, ECLI:NL:HR:2008:BB3365..
Ook in het geval de ontvanger van de factuur (hierna: de afnemer) geen recht
heeft op aftrek van voorbelasting is artikel 37 van de wet van
toepassing
3
Hoge Raad 28 april 1999, nr. 34 016, ECLI:NL:HR:1999: 2747.
behalve als de afnemer een particulier is. Als op een factuur aan een
particulier omzetbelasting of btw is vermeld, valt deze vermelding buiten het
systeem van de heffing van de btw. Artikel 37 is in dat geval
niet van toepassing
4
Hoge Raad 14 december 2007, nr. 37 748, ECLI:NL:HR:2007:AI0669 en Hoge
Raad 14 november 2008, nr. 42 312, ECLI:NL:HR:2008:BB3365.
.
De uitsluitend op grond van artikel 37 van de wet verschuldigd geworden btw kan niet op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de wet in aftrek worden gebracht.
De uitsluitend op grond van artikel 37 van
de wet verschuldigd geworden btw kan niet op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel
a, van de wet in aftrek worden gebracht.
Zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie over Schmeink en Cofreth-Manfred Strobel5Hof van Justitie 19 september 2000, zaak C-454/98, ECLI:EU:C:2000:469. kan de opsteller van de factuur (hierna: de leverancier) de ten onrechte gefactureerde btw herzien als hij het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig heeft uitgeschakeld. Een herziening van ten onrechte gefactureerde btw kan daarom niet plaatsvinden als het risico bestaat dat de (ten onrechte) berekende btw door de afnemer in aftrek wordt of is gebracht.
Zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie over Schmeink en
Cofreth-Manfred Strobel
5
Hof van Justitie 19 september 2000, zaak C-454/98,
ECLI:EU:C:2000:469.
kan de opsteller van de factuur (hierna: de leverancier) de ten onrechte
gefactureerde btw herzien als hij het gevaar voor verlies van belastinginkomsten
tijdig en volledig heeft uitgeschakeld. Een herziening van ten onrechte
gefactureerde btw kan daarom niet plaatsvinden als het risico bestaat dat de (ten
onrechte) berekende btw door de afnemer in aftrek wordt of is gebracht.
Lidstaten mogen bepalen onder welke voorwaarden de ten onrechte gefactureerde btw kan worden herzien. Deze voorwaarden luiden als volgt:
Lidstaten mogen bepalen onder welke voorwaarden de ten onrechte gefactureerde
btw kan worden herzien. Deze voorwaarden luiden als volgt:
a. *correctie van de factuur*
De Hoge Raad geeft in het Stadeco-arrest6Hoge Raad 5 maart 2010, nr. 41 179, ECLI:NL:HR:2010:BK1528. aan dat alleen dan de mogelijkheid bestaat om herstel van een onjuiste factuur te verlangen op zodanige wijze dat de btw aan de afnemer wordt vergoed, als zonder die vergoeding sprake is van een ongerechtvaardigde verrijking bij de leverancier. Of en in welke mate sprake is van een ongerechtvaardigde verrijking moet volgens de Hoge Raad in het Stadeco II-arrest7Hoge Raad 9 november 2012, nr. 11/01958, ECLI:NL:HR:2012:BY2661. worden vastgesteld aan de hand van een analyse waarin rekening wordt gehouden met alle relevante omstandigheden. Welke omstandigheden relevant zijn voor een dergelijke analyse is afhankelijk van de juridische en feitelijke constellatie waarin in een bepaald geval een eventuele ongerechtvaardigde verrijking optreedt. Bij de beoordeling of sprake is van ongerechtvaardigde verrijking is van belang wat partijen zijn overeengekomen over de wegens de verrichte prestaties verschuldigde btw.
De Hoge Raad geeft in het Stadeco-arrest
6
Hoge Raad 5 maart 2010, nr. 41 179,
ECLI:NL:HR:2010:BK1528.
aan dat alleen dan de mogelijkheid bestaat om herstel van een onjuiste
factuur te verlangen op zodanige wijze dat de btw aan de afnemer wordt
vergoed, als zonder die vergoeding sprake is van een ongerechtvaardigde
verrijking bij de leverancier. Of en in welke mate sprake is van een
ongerechtvaardigde verrijking moet volgens de Hoge Raad in het Stadeco
II-arrest
7
Hoge Raad 9 november 2012, nr. 11/01958,
ECLI:NL:HR:2012:BY2661.
worden vastgesteld aan de hand van een analyse waarin rekening wordt
gehouden met alle relevante omstandigheden. Welke omstandigheden relevant zijn
voor een dergelijke analyse is afhankelijk van de juridische en feitelijke
constellatie waarin in een bepaald geval een eventuele ongerechtvaardigde
verrijking optreedt. Bij de beoordeling of sprake is van ongerechtvaardigde
verrijking is van belang wat partijen zijn overeengekomen over de wegens de
verrichte prestaties verschuldigde btw.
De leverancier kan deze corrigeren door:
de factuur terug te nemen, al dan niet tegen uitreiking van een nieuwe factuur die wel voldoet aan de vereisten van artikel 35a van de wet; of
de factuur aan te vullen met een daadwerkelijk aan de ontvanger van de oorspronkelijke factuur uit te reiken creditfactuur zodat beide facturen samen als een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur in de zin van artikel 35a van de wet kunnen worden beschouwd.
de factuur terug te nemen, al dan niet tegen uitreiking van een nieuwe
factuur die wel voldoet aan de vereisten van artikel 35a van de
wet; of
de factuur aan te vullen met een daadwerkelijk aan de ontvanger van de
oorspronkelijke factuur uit te reiken creditfactuur zodat beide facturen
samen als een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur in de zin van
artikel 35a van de
wet kunnen worden beschouwd.
Het uitreiken van een herstelfactuur is nodig in alle gevallen waar een factureringsverplichting geldt en sprake is van ongerechtvaardigde verrijking van de opsteller, als de onjuiste factuur niet wordt hersteld.
Het uitreiken van een herstelfactuur is nodig in alle gevallen waar een
factureringsverplichting geldt en sprake is van ongerechtvaardigde verrijking
van de opsteller, als de onjuiste factuur niet wordt hersteld.
b. uitschakelen van het gevaar voor verlies van belastinginkomsten
Bij de herziening van ten onrechte of te veel gefactureerde btw moet de leverancier het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig uitschakelen. Hij moet dat ook tegenover de inspecteur kunnen aantonen. Dat houdt in dat de leverancier:
Bij de herziening van ten onrechte of te veel gefactureerde btw moet de
leverancier het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig
uitschakelen. Hij moet dat ook tegenover de inspecteur kunnen aantonen. Dat
houdt in dat de leverancier:
aantoont dat de afnemer de ten onrechte of te veel gefactureerde btw niet in aftrek kan brengen of aantoont dat de afnemer ter zake geen aftrek heeft gehad en zal hebben; of
aantoont dat de factuur door terugname niet is en niet meer kan worden gebruikt voor het uitoefenen van het aftrekrecht; of
aantoont dat, wanneer de factuur wel is gebruikt voor het uitoefenen van het aftrekrecht, de afnemer de ten onrechte of te veel gefactureerde btw op aangifte heeft voldaan.
aantoont dat de afnemer de ten onrechte of te veel gefactureerde btw
niet in aftrek kan brengen of aantoont dat de afnemer ter zake geen aftrek
heeft gehad en zal hebben; of
aantoont dat de factuur door terugname niet is en niet meer kan worden
gebruikt voor het uitoefenen van het aftrekrecht; of
aantoont dat, wanneer de factuur wel is gebruikt voor het uitoefenen van
het aftrekrecht, de afnemer de ten onrechte of te veel gefactureerde btw
op aangifte heeft voldaan.
Als sprake is van een aan een ondernemer gerichte valse factuur zal de opsteller van die factuur in het algemeen niet kunnen aantonen dat het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig is uitgeschakeld. In een dergelijke situatie is nu eenmaal niet uit te sluiten dat de leverancier met behulp van de valse factuur langs een omweg betaling beoogt te krijgen voor een prestatie die werd verricht voor een afnemer die geen aftrekrecht heeft8Hoge Raad 1 maart 2002, nr. 36 908, ECLI:NL:HR:2002:AD9704.. Voor zover de afnemer de ten onrechte afgetrokken btw niet heeft terugbetaald, is in zoverre niet voldaan aan de voorwaarde dat het gevaar voor verlies van belastinginkomsten is uitgeschakeld. In een dergelijk geval kan slechts voor het bedrag van de terugbetaalde btw teruggaaf worden verleend.
Als sprake is van een aan een ondernemer gerichte valse factuur zal de
opsteller van die factuur in het algemeen niet kunnen aantonen dat het gevaar
voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig is uitgeschakeld. In
een dergelijke situatie is nu eenmaal niet uit te sluiten dat de leverancier
met behulp van de valse factuur langs een omweg betaling beoogt te krijgen
voor een prestatie die werd verricht voor een afnemer die geen aftrekrecht
heeft
8
Hoge Raad 1 maart 2002, nr. 36 908,
ECLI:NL:HR:2002:AD9704.
. Voor zover de afnemer de ten onrechte afgetrokken btw niet heeft
terugbetaald, is in zoverre niet voldaan aan de voorwaarde dat het gevaar voor
verlies van belastinginkomsten is uitgeschakeld. In een dergelijk geval kan
slechts voor het bedrag van de terugbetaalde btw teruggaaf worden
verleend.
c. vorm van de herziening
Een herziening van ten onrechte gefactureerde btw houdt in dat de op grond van artikel 37 van de wet verschuldigde btw wordt verminderd. Degene die de ten onrechte gefactureerde btw verschuldigd is, kan verzoeken om een herziening van ten onrechte gefactureerde btw. Het verzoek vormt een grond van bezwaar tegen de voldoening op aangifte, de naheffingsaanslag of de teruggaafbeschikking waarin de ten onrechte gefactureerde btw is begrepen.
Een herziening van ten onrechte gefactureerde btw houdt in dat de op grond
van artikel 37 van de wet
verschuldigde btw wordt verminderd. Degene die de ten onrechte gefactureerde
btw verschuldigd is, kan verzoeken om een herziening van ten onrechte
gefactureerde btw. Het verzoek vormt een grond van bezwaar tegen de voldoening
op aangifte, de naheffingsaanslag of de teruggaafbeschikking waarin de ten
onrechte gefactureerde btw is begrepen.
Als tegen de betrokken beschikking geen bezwaar is ingediend, dan wordt het verzoek om herziening van de ten onrechte gefactureerde btw als bezwaarschrift tegen de betrokken beschikking aangemerkt. Als tegen de betrokken beschikking al bezwaar is gemaakt, maar geen uitspraak op bezwaar is gedaan, dan worden de gronden van dit bezwaar met de herziening van de ten onrechte gefactureerde btw aangevuld. Als het verzoek om herziening van de ten onrechte gefactureerde btw wordt ingediend na uitspraak op bezwaar, maar binnen de wettelijke termijn van instellen van beroep, dan wordt het verzoek om herziening van de ten onrechte gefactureerde btw als beroep tegen de uitspraak op bezwaar aangemerkt9Hoge Raad 26 augustus 1998, nr. 33 392, ECLI:NL:HR:1998:AA2551 en Hoge Raad 2 april 2004, nr. 38 123, ECLI:NL:HR:2004:AL6905.. Als de ondernemer al een beroep heeft ingesteld, dat betrekking heeft op de betrokken beschikking, dan wordt het verzoek om herziening van ten onrechte gefactureerde btw geacht de gronden van dit beroep aan te vullen.
Als tegen de betrokken beschikking geen bezwaar is ingediend, dan wordt het
verzoek om herziening van de ten onrechte gefactureerde btw als bezwaarschrift
tegen de betrokken beschikking aangemerkt. Als tegen de betrokken beschikking
al bezwaar is gemaakt, maar geen uitspraak op bezwaar is gedaan, dan worden de
gronden van dit bezwaar met de herziening van de ten onrechte gefactureerde
btw aangevuld. Als het verzoek om herziening van de ten onrechte gefactureerde
btw wordt ingediend na uitspraak op bezwaar, maar binnen de wettelijke termijn
van instellen van beroep, dan wordt het verzoek om herziening van de ten
onrechte gefactureerde btw als beroep tegen de uitspraak op bezwaar
aangemerkt
9
Hoge Raad 26 augustus 1998, nr. 33 392, ECLI:NL:HR:1998:AA2551 en
Hoge Raad 2 april 2004, nr. 38 123, ECLI:NL:HR:2004:AL6905.
. Als de ondernemer al een beroep heeft ingesteld, dat betrekking heeft
op de betrokken beschikking, dan wordt het verzoek om herziening van ten
onrechte gefactureerde btw geacht de gronden van dit beroep aan te
vullen.
De inspecteur vermindert de op grond van artikel 37 van de wet verschuldigde btw door een uitspraak op bezwaar over het tijdvak waarin de ten onrechte gefactureerde btw verschuldigd werd, als het bezwaarschrift ontvankelijk is. Als het bezwaarschrift vanwege termijnoverschrijding niet ontvankelijk is en het instellen van beroep niet mogelijk is dan wel geen lopend beroep is ingesteld, wordt de eventuele vermindering toegekend middels een beslissing tot ambtshalve teruggaaf over het tijdvak waarin de ten onrechte gefactureerde btw verschuldigd werd (artikel 65 van de AWR). De inspecteur kan de op grond van artikel 37 van de wet verschuldigde btw niet (ambtshalve) verminderen als beroep is ingesteld tegen de beschikking waarin deze ten onrechte gefactureerde btw is begrepen. Het verzoek om vermindering kan achterwege blijven als de debet- en creditnota in hetzelfde tijdvak zijn uitgereikt en als ook aan de overige voorwaarden is voldaan. De verschuldigdheid van de ten onrechte gefactureerde btw is dan namelijk herzien, voordat deze is vast komen te staan in een beschikking10Hoge Raad 14 november 2008, nr. 42 312, ECLI:NL:HR:2008:BB3365..
De inspecteur vermindert de op grond van artikel 37 van de wet
verschuldigde btw door een uitspraak op bezwaar over het tijdvak waarin de ten
onrechte gefactureerde btw verschuldigd werd, als het bezwaarschrift
ontvankelijk is. Als het bezwaarschrift vanwege termijnoverschrijding niet
ontvankelijk is en het instellen van beroep niet mogelijk is dan wel geen
lopend beroep is ingesteld, wordt de eventuele vermindering toegekend middels
een beslissing tot ambtshalve teruggaaf over het tijdvak waarin de ten
onrechte gefactureerde btw verschuldigd werd (artikel 65 van de
AWR). De inspecteur kan de op grond van artikel 37 van de wet
verschuldigde btw niet (ambtshalve) verminderen als beroep is ingesteld tegen
de beschikking waarin deze ten onrechte gefactureerde btw is begrepen. Het
verzoek om vermindering kan achterwege blijven als de debet- en creditnota in
hetzelfde tijdvak zijn uitgereikt en als ook aan de overige voorwaarden is
voldaan. De verschuldigdheid van de ten onrechte gefactureerde btw is dan
namelijk herzien, voordat deze is vast komen te staan in een beschikking
10
Hoge Raad 14 november 2008, nr. 42 312,
ECLI:NL:HR:2008:BB3365.
.
De inspecteur gaat slechts over tot een herziening van de ten onrechte of te veel gefactureerde btw na ontvangst van een daartoe strekkend verzoek van de belastingplichtige die deze btw is verschuldigd. Als de herziening van de ten onrechte of te veel gefactureerde btw resulteert in teruggaaf die te hoog is of ten onrechte wordt toegekend, wordt de te weinig geheven belasting op grond van artikel 20, eerste lid, van de AWR bij deze belastingplichtige nageheven.
De inspecteur gaat slechts over tot een herziening van de ten onrechte of te
veel gefactureerde btw na ontvangst van een daartoe strekkend verzoek van de
belastingplichtige die deze btw is verschuldigd. Als de herziening van de ten
onrechte of te veel gefactureerde btw resulteert in teruggaaf die te hoog is
of ten onrechte wordt toegekend, wordt de te weinig geheven belasting op grond
van artikel 20, eerste lid, van de
AWR bij deze belastingplichtige nageheven.
d. termijn van de herziening
De wettelijke termijnen van bezwaar en beroep gelden ook voor verzoeken gericht tegen de verschuldigdheid van de ten onrechte of te veel gefactureerde btw. Als het bezwaarschrift niet ontvankelijk is vanwege termijnoverschrijding en beroep ook niet mogelijk is, maar dit verzoek wel is ontvangen binnen een termijn van vijf jaren na het jaar waarin de ten onrechte of te veel btw in rekening werd gebracht, dan zal de bevoegde inspecteur het verzoek ambtshalve in behandeling nemen (artikel 65 van de AWR in samenhang met paragraaf 17, vijfde lid, van het besluit fiscaal bestuursrecht van 18 december 2013, nr. BLKB2013/995). Het hanteren van de hiervoor genoemde termijn geeft een extra waarborg bij de uitschakeling van het gevaar voor verlies van belastinginkomsten, nu binnen deze termijn eventuele naheffing van de in aftrek gebrachte btw nog mogelijk is. Er is geen herziening van de btw mogelijk als pas na een gerechtelijke uitspraak blijkt dat in het verleden geen of minder btw verschuldigd was en de voldoening op de aangifte van die btw onherroepelijk is komen vast te staan vóór de dag waarop de uitspraak is gewezen.
De wettelijke termijnen van bezwaar en beroep gelden ook voor verzoeken
gericht tegen de verschuldigdheid van de ten onrechte of te veel gefactureerde
btw. Als het bezwaarschrift niet ontvankelijk is vanwege termijnoverschrijding
en beroep ook niet mogelijk is, maar dit verzoek wel is ontvangen binnen een
termijn van vijf jaren na het jaar waarin de ten onrechte of te veel btw in
rekening werd gebracht, dan zal de bevoegde inspecteur het verzoek ambtshalve
in behandeling nemen (artikel 65
van de AWR in samenhang met paragraaf
17, vijfde lid, van het besluit fiscaal bestuursrecht van
18 december 2013, nr. BLKB2013/995). Het hanteren van de hiervoor genoemde
termijn geeft een extra waarborg bij de uitschakeling van het gevaar voor
verlies van belastinginkomsten, nu binnen deze termijn eventuele naheffing van
de in aftrek gebrachte btw nog mogelijk is. Er is geen herziening van de btw
mogelijk als pas na een gerechtelijke uitspraak blijkt dat in het verleden
geen of minder btw verschuldigd was en de voldoening op de aangifte van die
btw onherroepelijk is komen vast te staan vóór de dag waarop de uitspraak is
gewezen.
#### 3.5.2. Toepassing van de heffingsmogelijkheden bij geen herziening van ten onrechte gefactureerde btw
#### 3.5.2. Toepassing van de heffingsmogelijkheden bij geen
herziening van ten onrechte gefactureerde btw
Als de ten onrechte of te veel in rekening gebrachte btw niet is voldaan, kan de inspecteur die belasting bij de opsteller van de factuur (hierna: leverancier) naheffen. Hij kan ook de btw naheffen bij de ontvanger (hierna: de afnemer) van de factuur als deze de btw heeft afgetrokken. De afnemer heeft deze btw namelijk ten onrechte afgetrokken. Dit is slechts anders als de afnemer niet kan worden verweten dat hij bij de beoordeling van de aan hem uitgereikte factuur niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht11Rechtbank Breda 24 september 2010, nr. 10/953, ECLI:NL:RBBRE:2010: BO0126.. De inspecteur zal in het algemeen niet beide mogelijkheden benutten, maar een keuze maken tussen correctie bij de leverancier of de afnemer. De inspecteur wendt zich eerst tot de leverancier als degene door wie de verschuldigdheid op grond van artikel 37 van de wet is ontstaan. Hij is verantwoordelijk voor het opstellen van de factuur. De keuze om zich eerst te wenden tot de leverancier betekent echter niet dat er geen vrijheid meer zou bestaan om bij de afnemer de in aftrek gebrachte btw na te heffen. Zeker niet als aannemelijk is dat naheffing bij de leverancier zonder resultaat blijft12Hoge Raad 22 maart 2013, nr. 12/03838, ECLI:NL:HR:2013:BZ5148.. De afnemer heeft immers een eigen verantwoordelijkheid om te beoordelen of hem terecht een bedrag aan btw is berekend en of deze btw terecht in aftrek is gebracht. Hij moet dan ook de mogelijk daaruit voortvloeiende schade zelf dragen. Hij moet ook erop toezien dat de aan hem uitgereikte factuur correct is. Er zijn echter ook omstandigheden denkbaar waaronder de aftrek bij de afnemer in stand kan blijven. Hiervan is sprake als de afnemer niet kan worden verweten dat hij bij de beoordeling van de aan hem uitgereikte factuur niet voldoende zorgvuldig is geweest. In gevallen waar de afnemer wist of redelijkerwijs kon weten dat geen btw in rekening gebracht diende te worden, bijvoorbeeld bij een verleggingsregeling, is geen sprake van zorgvuldigheid. Als een factuur vals is omdat een prestatie tussen de leverancier en de afnemer ontbreekt, is voor het weigeren van de aftrek niet van belang of de hierop vermelde btw (eventueel) op aangifte is voldaan3HvJ EU 31 januari 2013, C-642/11 (Stroy trans) en C-643/11 (LVK), Gerechtshof Amsterdam 27 juni 2013, 11/00819, ECLI:NL:HR:2014:992..
Als de ten onrechte of te veel in rekening gebrachte btw niet is voldaan, kan de
inspecteur die belasting bij de opsteller van de factuur (hierna: leverancier)
naheffen. Hij kan ook de btw naheffen bij de ontvanger (hierna: de afnemer) van de
factuur als deze de btw heeft afgetrokken. De afnemer heeft deze btw namelijk ten
onrechte afgetrokken. Dit is slechts anders als de afnemer niet kan worden
verweten dat hij bij de beoordeling van de aan hem uitgereikte factuur niet de
nodige zorgvuldigheid heeft betracht
11
Rechtbank Breda 24 september 2010, nr. 10/953, ECLI:NL:RBBRE:2010:
BO0126.
. De inspecteur zal in het algemeen niet beide mogelijkheden benutten, maar
een keuze maken tussen correctie bij de leverancier of de afnemer. De inspecteur
wendt zich eerst tot de leverancier als degene door wie de verschuldigdheid op
grond van artikel 37 van de wet is
ontstaan. Hij is verantwoordelijk voor het opstellen van de factuur. De keuze om
zich eerst te wenden tot de leverancier betekent echter niet dat er geen vrijheid
meer zou bestaan om bij de afnemer de in aftrek gebrachte btw na te heffen. Zeker
niet als aannemelijk is dat naheffing bij de leverancier zonder resultaat
blijft
12
Hoge Raad 22 maart 2013, nr. 12/03838,
ECLI:NL:HR:2013:BZ5148.
. De afnemer heeft immers een eigen verantwoordelijkheid om te beoordelen
of hem terecht een bedrag aan btw is berekend en of deze btw terecht in aftrek is
gebracht. Hij moet dan ook de mogelijk daaruit voortvloeiende schade zelf dragen.
Hij moet ook erop toezien dat de aan hem uitgereikte factuur correct is. Er zijn
echter ook omstandigheden denkbaar waaronder de aftrek bij de afnemer in stand kan
blijven. Hiervan is sprake als de afnemer niet kan worden verweten dat hij bij de
beoordeling van de aan hem uitgereikte factuur niet voldoende zorgvuldig is
geweest. In gevallen waar de afnemer wist of redelijkerwijs kon weten dat geen btw
in rekening gebracht diende te worden, bijvoorbeeld bij een verleggingsregeling,
is geen sprake van zorgvuldigheid. Als een factuur vals is omdat een prestatie
tussen de leverancier en de afnemer ontbreekt, is voor het weigeren van de aftrek
niet van belang of de hierop vermelde btw (eventueel) op aangifte is voldaan
3
HvJ EU 31 januari 2013, C-642/11 (Stroy trans) en C-643/11 (LVK),
Gerechtshof Amsterdam 27 juni 2013, 11/00819, ECLI:NL:HR:2014:992.
.
In sommige situaties kan sprake zijn van een zodanige verwijtbaarheid van de afnemer dat steeds de in aftrek gebrachte btw bij de afnemer moet worden nageheven. Dit doet zich onder meer voor als sprake is van kwade trouw. Dat is bijvoorbeeld het geval als een afnemer de transactie is aangegaan om aftrek van btw te creëren in de wetenschap dat deze btw door de andere partij niet wordt voldaan. Bestaat tussen leverancier en afnemer een zodanige financiële verwevenheid dat naheffing bij de afnemer uit een oogpunt van btw-heffing geen schade berokkent en blijkt dat naheffing bij de leverancier zonder resultaat blijft, dan wordt de in aftrek gebrachte btw nageheven bij de afnemer.
In sommige situaties kan sprake zijn van een zodanige verwijtbaarheid van de
afnemer dat steeds de in aftrek gebrachte btw bij de afnemer moet worden
nageheven. Dit doet zich onder meer voor als sprake is van kwade trouw. Dat is
bijvoorbeeld het geval als een afnemer de transactie is aangegaan om aftrek van
btw te creëren in de wetenschap dat deze btw door de andere partij niet wordt
voldaan. Bestaat tussen leverancier en afnemer een zodanige financiële
verwevenheid dat naheffing bij de afnemer uit een oogpunt van btw-heffing geen
schade berokkent en blijkt dat naheffing bij de leverancier zonder resultaat
blijft, dan wordt de in aftrek gebrachte btw nageheven bij de afnemer.
Voor wat betreft de bij de afnemer te eisen zorgvuldigheid bij de beoordeling van de uitgereikte factuur kan nog het volgende worden opgemerkt. Als het gaat om de beoordeling van de juistheid van de op een factuur vermelde btw zal de afnemer voor de niet direct vaststaande feiten en omstandigheden meestal afgaan op wat hem daarover door de leverancier is aangegeven. Te denken valt aan de hoedanigheid van de leverancier of de datum van eerste ingebruikneming van een onroerende zaak. Van de afnemer mag worden verlangd dat hij niet zonder meer vertrouwt op de verklaringen van de contractspartner. Dit geldt vooral in de gevallen waarin bij hem gerede twijfel had moeten bestaan over de juistheid van de door de leverancier verstrekte gegevens. Van de afnemer mag dan worden gevraagd dat hij pogingen onderneemt om verificatie van deze gegevens te verkrijgen. Zo kan bijvoorbeeld de datum van een vorige transportakte meer inzicht verschaffen over het tijdstip van eerste ingebruikneming van een onroerende zaak. In dit verband ontmoet het bij mij geen bezwaar dat aan ondernemers, na een daartoe gedaan verzoek, door de inspecteur de nodige inlichtingen worden verstrekt betreffende het ondernemerschap van derden, het aanwezig zijn van een vaste inrichting hier te lande, de datum van eerste ingebruikneming van een onroerende zaak enz. Het verstrekken van inlichtingen door de inspecteur geldt voor zover de desbetreffende gegevens van belang en ook bekend zijn bij de inspecteur die bevoegd is voor de belastingheffing van de derde. Onder die omstandigheden is voldaan aan de voorwaarde in artikel 67, eerste lid, van de AWR, dat het verstrekken van de inlichtingen nodig is voor de uitvoering van de belastingwet.
Voor wat betreft de bij de afnemer te eisen zorgvuldigheid bij de beoordeling
van de uitgereikte factuur kan nog het volgende worden opgemerkt. Als het gaat om
de beoordeling van de juistheid van de op een factuur vermelde btw zal de afnemer
voor de niet direct vaststaande feiten en omstandigheden meestal afgaan op wat hem
daarover door de leverancier is aangegeven. Te denken valt aan de hoedanigheid van
de leverancier of de datum van eerste ingebruikneming van een onroerende zaak. Van
de afnemer mag worden verlangd dat hij niet zonder meer vertrouwt op de
verklaringen van de contractspartner. Dit geldt vooral in de gevallen waarin bij
hem gerede twijfel had moeten bestaan over de juistheid van de door de leverancier
verstrekte gegevens. Van de afnemer mag dan worden gevraagd dat hij pogingen
onderneemt om verificatie van deze gegevens te verkrijgen. Zo kan bijvoorbeeld de
datum van een vorige transportakte meer inzicht verschaffen over het tijdstip van
eerste ingebruikneming van een onroerende zaak. In dit verband ontmoet het bij mij
geen bezwaar dat aan ondernemers, na een daartoe gedaan verzoek, door de
inspecteur de nodige inlichtingen worden verstrekt betreffende het ondernemerschap
van derden, het aanwezig zijn van een vaste inrichting hier te lande, de datum van
eerste ingebruikneming van een onroerende zaak enz. Het verstrekken van
inlichtingen door de inspecteur geldt voor zover de desbetreffende gegevens van
belang en ook bekend zijn bij de inspecteur die bevoegd is voor de
belastingheffing van de derde. Onder die omstandigheden is voldaan aan de
voorwaarde in artikel 67, eerste lid, van de
AWR, dat het verstrekken van de inlichtingen nodig is voor de
uitvoering van de belastingwet.
In de weging van de mate van zorgvuldigheid aan de kant van de afnemer kan ook een rol spelen de bij hem (of zijn adviseur) aanwezig te achten kennis over de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Zo moet het een ondernemer bekend zijn welke goederen en diensten onder het algemene tarief vallen en welke onder het verlaagde tarief en moet een ondernemer ook op de hoogte zijn van de tariefswijzigingen. Aan die wijzigingen wordt gewoonlijk op het tijdstip van invoering voldoende publiciteit gegeven. Eigen kennis bij de afnemer mag worden voorondersteld als de toepasselijkheid van de wettelijke bepalingen in sterke mate afhankelijk is van de kenmerken van zijn onderneming. Een goede oriëntatie betreffende de fiscale positie van de eigen onderneming behoort immers tot de normale bedrijfsuitoefening. Zo is het een afnemer aan te rekenen als hij zich bijvoorbeeld niet bewust is geweest van het feit dat de onderneming deel uitmaakte van een fiscale eenheid. Voor wat betreft de bij de toepassing van artikel 37d van de wet ten onrechte in aftrek gebrachte btw is aan de kant van de afnemer sprake van onzorgvuldigheid als buiten twijfel is dat dit artikel van toepassing is. Dit geldt ook als de afnemer de toepasselijkheid van artikel 37d van de wet niet duidelijk voor ogen stond, maar er zodanige signalen aanwezig waren dat hij ten onrechte heeft nagelaten zich hierover, bijvoorbeeld bij zijn competente inspecteur, te laten informeren. Zo kan een transactie een zodanige omvang hebben dat een goede bedrijfsvoering noopt tot gedegen onderzoek naar de fiscale gevolgen.
In de weging van de mate van zorgvuldigheid aan de kant van de afnemer kan ook
een rol spelen de bij hem (of zijn adviseur) aanwezig te achten kennis over de van
toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Zo moet het een ondernemer bekend zijn
welke goederen en diensten onder het algemene tarief vallen en welke onder het
verlaagde tarief en moet een ondernemer ook op de hoogte zijn van de
tariefswijzigingen. Aan die wijzigingen wordt gewoonlijk op het tijdstip van
invoering voldoende publiciteit gegeven. Eigen kennis bij de afnemer mag worden
voorondersteld als de toepasselijkheid van de wettelijke bepalingen in sterke mate
afhankelijk is van de kenmerken van zijn onderneming. Een goede oriëntatie
betreffende de fiscale positie van de eigen onderneming behoort immers tot de
normale bedrijfsuitoefening. Zo is het een afnemer aan te rekenen als hij zich
bijvoorbeeld niet bewust is geweest van het feit dat de onderneming deel uitmaakte
van een fiscale eenheid. Voor wat betreft de bij de toepassing van artikel 37d van de wet ten
onrechte in aftrek gebrachte btw is aan de kant van de afnemer sprake van
onzorgvuldigheid als buiten twijfel is dat dit artikel van toepassing is. Dit
geldt ook als de afnemer de toepasselijkheid van artikel 37d van de wet niet
duidelijk voor ogen stond, maar er zodanige signalen aanwezig waren dat hij ten
onrechte heeft nagelaten zich hierover, bijvoorbeeld bij zijn competente
inspecteur, te laten informeren. Zo kan een transactie een zodanige omvang hebben
dat een goede bedrijfsvoering noopt tot gedegen onderzoek naar de fiscale
gevolgen.
## 4. Kasstelsel. Forfaitaire berekeningsmethoden
### 4.1. Kasstelsel
Ondernemers moeten de door hen verschuldigde btw zelf berekenen. Daartoe aangewezen ondernemers die niet aan andere ondernemers plegen te presteren moeten het kasstelsel toepassen (artikel 26 van de wet). Deze ondernemers zijn in artikel 26 van de beschikking beschreven. De exploitant van een webwinkel geldt in dit verband ook als een winkelier.
Ondernemers moeten de door hen verschuldigde btw zelf berekenen. Daartoe
aangewezen ondernemers die niet aan andere ondernemers plegen te presteren moeten
het kasstelsel toepassen (artikel 26 van de
wet). Deze ondernemers zijn in artikel 26 van de
beschikking beschreven. De exploitant van een webwinkel geldt in dit
verband ook als een winkelier.
Van niet aan ondernemers plegen te presteren is sprake als de prestaties van een ondernemer voor ten minste 80% worden verricht jegens niet-ondernemers. Daar het begrip plegen ook een zekere duurzaamheid inhoudt, zal bij het toepassen van dit criterium in beginsel een langere periode dan een kalenderjaar in aanmerking moeten worden genomen.
Van niet aan ondernemers plegen te presteren is sprake als de prestaties van een
ondernemer voor ten minste 80% worden verricht jegens niet-ondernemers. Daar het
begrip plegen ook een zekere duurzaamheid inhoudt, zal bij het toepassen van dit
criterium in beginsel een langere periode dan een kalenderjaar in aanmerking moeten
worden genomen.
Voor de ondernemer die op grond van artikel 26 van de wet het kasstelsel toepast, kan de berekening van de btw moeilijkheden opleveren als zijn leveringen en diensten aan verschillende tarieven zijn onderworpen.
Voor de ondernemer die op grond van artikel 26 van de wet het
kasstelsel toepast, kan de berekening van de btw moeilijkheden opleveren als zijn
leveringen en diensten aan verschillende tarieven zijn onderworpen.
### 4.2. Forfaitaire berekeningsmethoden
In artikel 16 van het besluit is een regeling getroffen op grond waarvan ondernemers die het kasstelsel toepassen de verschuldigde btw op forfaitaire wijze kunnen berekenen als zij goederen leveren die naar verschillende tarieven zijn belast. Wat de diensten betreft geven de wettelijke bepalingen op dit punt geen mogelijkheden. Voor diensten moet een afzonderlijke verantwoording van de ontvangsten, verdeeld over de verschillende tarieven, plaatsvinden.
In artikel 16 van het besluit
is een regeling getroffen op grond waarvan ondernemers die het kasstelsel toepassen
de verschuldigde btw op forfaitaire wijze kunnen berekenen als zij goederen leveren
die naar verschillende tarieven zijn belast. Wat de diensten betreft geven de
wettelijke bepalingen op dit punt geen mogelijkheden. Voor diensten moet een
afzonderlijke verantwoording van de ontvangsten, verdeeld over de verschillende
tarieven, plaatsvinden.
#### 4.2.1. Horeca
Het verstrekken van spijzen en dranken in horecagelegenheden als restaurants en dergelijke is in het merendeel van de gevallen aan te merken als een dienst. Voorbeelden waarin geen sprake is van een dienst worden weergegeven in het arrest van het Hof van Justitie over Manfred Bog13Hof van Justitie 10 maart 2011, zaken C-497/09, C-499/09, C-501/09 en C-502/09, ECLI:EU:C:2011:135.. Uit praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR keur ik in de gevallen dat de verstrekkingen van spijzen en dranken een dienst zijn, het volgende goed.
Het verstrekken van spijzen en dranken in horecagelegenheden als restaurants en
dergelijke is in het merendeel van de gevallen aan te merken als een dienst.
Voorbeelden waarin geen sprake is van een dienst worden weergegeven in het arrest
van het Hof van Justitie over Manfred Bog
13
Hof van Justitie 10 maart 2011, zaken C-497/09, C-499/09, C-501/09 en
C-502/09, ECLI:EU:C:2011:135.
. Uit praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR keur
ik in de gevallen dat de verstrekkingen van spijzen en dranken een dienst zijn,
het volgende goed.
Ik keur goed dat voor de berekening van de verschuldigde btw voor het verstrekken van spijzen en dranken, wanneer sprake is van een dienst, de forfaitaire berekeningsmethoden toepassing kunnen vinden.
Ik keur goed dat voor de berekening van de verschuldigde btw voor het
verstrekken van spijzen en dranken, wanneer sprake is van een dienst, de
forfaitaire berekeningsmethoden toepassing kunnen vinden.
#### 4.2.2. Toepassing van de forfaitaire berekeningsmethoden
##### 4.2.2.1. Onderscheid tussen doorverkoopartikelen en zelf vervaardigde goederen
##### 4.2.2.1. Onderscheid tussen doorverkoopartikelen en zelf
vervaardigde goederen
De forfaitaire berekeningsmethoden maken onderscheid tussen:
a. doorverkoopartikelen (artikel 16 van het besluit); en
b. goederen die de ondernemer zelf heeft vervaardigd (artikel 17 van het besluit).
a. doorverkoopartikelen (artikel
16 van het besluit); en
b. goederen die de ondernemer zelf heeft vervaardigd (artikel 17 van het
besluit).
##### 4.2.2.2. Forfaitaire methoden voor doorverkoopartikelen
De drie verschillende methoden kunnen, wat de doorverkoopartikelen betreft, in het kort als volgt worden beschreven:
De drie verschillende methoden kunnen, wat de doorverkoopartikelen betreft, in
het kort als volgt worden beschreven:
I. bij methode I worden de ontvangsten naar de verschillende tarieven gesplitst op basis van de tot winkelwaarden herleide inkopen van de aan die tarieven onderworpen goederen;
II. bij methode II worden voor groepen van goederen die aan hetzelfde tarief zijn onderworpen de ontvangsten gesteld op de tot winkelwaarden herleide inkopen van die goederen, waarna het overblijvende deel van de ontvangsten wordt toegerekend aan de tot de andere tariefgroep behorende goederen;
III. bij methode III worden voor alle goederen de ontvangsten gesteld op de tot winkelwaarden herleide inkopen van de goederen, gesplitst naar de van toepassing zijnde tarieven.
I. bij methode I worden de ontvangsten naar de verschillende tarieven
gesplitst op basis van de tot winkelwaarden herleide inkopen van de aan die
tarieven onderworpen goederen;
II. bij methode II worden voor groepen van goederen die aan hetzelfde tarief
zijn onderworpen de ontvangsten gesteld op de tot winkelwaarden herleide
inkopen van die goederen, waarna het overblijvende deel van de ontvangsten
wordt toegerekend aan de tot de andere tariefgroep behorende goederen;
III. bij methode III worden voor alle goederen de ontvangsten gesteld op de tot
winkelwaarden herleide inkopen van de goederen, gesplitst naar de van
toepassing zijnde tarieven.
##### 4.2.2.3. Winkelwaarde
1. Onder winkelwaarde wordt verstaan de prijs waarvoor de goederen door de ondernemer worden verkocht. Die prijs is samengesteld uit de inkoopprijs van de goederen (exclusief btw), een gemiddeld winstpercentage en de bij verkoop verschuldigde btw. De inkoopprijs kan de ondernemer afleiden uit de inkoopfacturen.
2. Bij de bepaling van de winkelwaarde moet niet alleen rekening worden gehouden met de normale verkopen maar ook met de verkoopprijzen in geval van uitverkoop en dergelijke bijzondere gelegenheden. Ook moeten winkelverliezen door inweging, breuk, bederf enz. en het onverkoopbaar worden van voorraden (winkeldochters) in aanmerking worden genomen. Het komt er dus op neer dat de werkelijke opbrengst van de goederen moet worden geschat.
3. In het algemeen zal het niet noodzakelijk zijn om doorlopend voor iedere inkoop de winkelwaarde van de ingebrachte goederen nauwkeurig uit te rekenen. Ervaringscijfers kunnen het mogelijk maken dat per groep van artikelen waarbij de winstmarges niet ver uiteenlopen de winkelwaarde rechtstreeks uit de netto inkoopprijzen wordt afgeleid door verhoging van die inkoopprijzen met een gemiddeld winstpercentage. Een dergelijk percentage zou dan in beginsel voor het gehele jaar kunnen gelden. De inspecteur kan op verzoek van en in overleg met de desbetreffende ondernemers zodanige winstpercentages vaststellen. De ondernemer zal dan de benodigde gegevens moeten verschaffen.
1. Onder winkelwaarde wordt verstaan de prijs waarvoor de goederen door de
ondernemer worden verkocht. Die prijs is samengesteld uit de inkoopprijs van
de goederen (exclusief btw), een gemiddeld winstpercentage en de bij verkoop
verschuldigde btw. De inkoopprijs kan de ondernemer afleiden uit de
inkoopfacturen.
2. Bij de bepaling van de winkelwaarde moet niet alleen rekening worden
gehouden met de normale verkopen maar ook met de verkoopprijzen in geval van
uitverkoop en dergelijke bijzondere gelegenheden. Ook moeten winkelverliezen
door inweging, breuk, bederf enz. en het onverkoopbaar worden van voorraden
(winkeldochters) in aanmerking worden genomen. Het komt er dus op neer dat
de werkelijke opbrengst van de goederen moet worden geschat.
3. In het algemeen zal het niet noodzakelijk zijn om doorlopend voor iedere
inkoop de winkelwaarde van de ingebrachte goederen nauwkeurig uit te
rekenen. Ervaringscijfers kunnen het mogelijk maken dat per groep van
artikelen waarbij de winstmarges niet ver uiteenlopen de winkelwaarde
rechtstreeks uit de netto inkoopprijzen wordt afgeleid door verhoging van
die inkoopprijzen met een gemiddeld winstpercentage. Een dergelijk
percentage zou dan in beginsel voor het gehele jaar kunnen gelden. De
inspecteur kan op verzoek van en in overleg met de desbetreffende
ondernemers zodanige winstpercentages vaststellen. De ondernemer zal dan de
benodigde gegevens moeten verschaffen.
##### 4.2.2.4. Zelf vervaardigde goederen
1. Op grond van artikel 17 van het besluit zijn de methoden I, II en III van overeenkomstige toepassing op zelf vervaardigde goederen. Bij deze goederen moet de winkelwaarde echter worden afgeleid uit de ingekochte grondstoffen, respectievelijk de in voorraad zijnde grondstoffen.
2. Er zijn geen percentages vastgesteld waarmee de inkoopprijzen van de grondstoffen moeten worden verhoogd ter bepaling van de winkelwaarden. Die percentages kunnen door de inspecteur worden vastgesteld. De gegevens die daarvoor nodig zijn moeten door de ondernemer worden verstrekt.
1. Op grond van artikel 17
van het besluit zijn de methoden I, II en III van overeenkomstige
toepassing op zelf vervaardigde goederen. Bij deze goederen moet de
winkelwaarde echter worden afgeleid uit de ingekochte grondstoffen,
respectievelijk de in voorraad zijnde grondstoffen.
2. Er zijn geen percentages vastgesteld waarmee de inkoopprijzen van de
grondstoffen moeten worden verhoogd ter bepaling van de winkelwaarden. Die
percentages kunnen door de inspecteur worden vastgesteld. De gegevens die
daarvoor nodig zijn moeten door de ondernemer worden verstrekt.
##### 4.2.2.5. Beginvoorraad
Op grond van artikel 18, eerste lid, van het besluit, moet de voorraad die aanwezig is bij de aanvang van het eerste belastingtijdvak waarover een forfaitaire berekeningsmethode wordt toegepast, worden beschouwd als in dat tijdvak te zijn ingekocht. Dezelfde gedragslijn moet worden gevolgd als de ondernemer op een andere methode overgaat, tenzij de voorraad al in de heffing is betrokken (zoals soms bij methode II en steeds bij methode III het geval is).
Op grond van artikel 18,
eerste lid, van het besluit, moet de voorraad die aanwezig is bij de
aanvang van het eerste belastingtijdvak waarover een forfaitaire
berekeningsmethode wordt toegepast, worden beschouwd als in dat tijdvak te zijn
ingekocht. Dezelfde gedragslijn moet worden gevolgd als de ondernemer op een
andere methode overgaat, tenzij de voorraad al in de heffing is betrokken (zoals
soms bij methode II en steeds bij methode III het geval is).
Artikel 18, tweede lid, van het besluit, bepaalt dat het eerste lid niet geldt bij toepassing van methode II voor goederen die onder het verlaagde tarief vallen en voor bij de vervaardiging daarvan bestemde grondstoffen. Het eerste lid geldt ook niet voor tabaksproducten als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de accijns. In combinatie met artikel 16, onder II, van het besluit, betekent dit dat bij methode II voor de hiervoor genoemde goederen geen rekening wordt gehouden met de beginvoorraad en in beginsel geen correctie wordt aangebracht voor voorraadmutaties. Deze regeling leidt bij toepassing van methode II alleen tot een aanvaardbaar resultaat zolang de voorraad van deze goederen niet in aanmerkelijke mate uitstijgt boven het niveau van de beginvoorraad. Met het oog daarop heeft de inspecteur op grond van artikel 18, derde lid, van het besluit, de bevoegdheid bij voor bezwaar vatbare beschikking te bepalen dat de inkopen van de goederen onder het verlaagde tarief respectievelijk de inkopen van tabaksproducten in een door hem aan te wijzen belastingtijdvak worden verminderd met het verschil tussen de aanwezige voorraad en de beginvoorraad. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat bedoelde bevoegdheid alleen wordt uitgeoefend als de toename van de desbetreffende voorraad daartoe aanleiding geeft. Zolang de voorraad in verhouding tot de beginvoorraad alleen in geringe mate is toegenomen, kan een voorraadcorrectie achterwege blijven. Als de voorraad aanmerkelijk is toegenomen ten opzichte van de beginvoorraad kan een voorraadcorrectie worden aangebracht. Een dergelijke voorraadcorrectie kan zelfs worden aangebracht als geen sprake is van een verandering in de verhouding tussen de goederen die onder de verschillende tarieven vallen en de voorraadmutatie niet groter is dan overeenkomt met de toename van de omzet. De voorraadcorrectie bedraagt dan het totale verschil tussen de aanwezige voorraad en de beginvoorraad, ongeacht in welke jaren de voorraadmutatie is ontstaan. Nadat een voorraadcorrectie heeft plaatsgevonden, geldt de gecorrigeerde voorraad voortaan als beginvoorraad. De periode waarover de voorraadgroei wordt bepaald, is in beginsel de totale periode tussen het eerste belastingtijdvak waarover de berekeningsmethode is toegepast dan wel, in voorkomend geval, het tijdvak waarin laatstelijk een voorraadcorrectie als hiervoor is bedoeld heeft plaatsgevonden en het door de inspecteur aan te wijzen tijdvak waarin de voorraadcorrectie wordt aangebracht.
Artikel 18, tweede lid, van het
besluit, bepaalt dat het eerste lid niet geldt bij toepassing van
methode II voor goederen die onder het verlaagde tarief vallen en voor bij de
vervaardiging daarvan bestemde grondstoffen. Het eerste lid geldt ook niet voor
tabaksproducten als bedoeld in artikel 29 van
de Wet op de accijns. In combinatie met artikel 16, onder II, van het
besluit, betekent dit dat bij methode II voor de hiervoor genoemde
goederen geen rekening wordt gehouden met de beginvoorraad en in beginsel geen
correctie wordt aangebracht voor voorraadmutaties. Deze regeling leidt bij
toepassing van methode II alleen tot een aanvaardbaar resultaat zolang de
voorraad van deze goederen niet in aanmerkelijke mate uitstijgt boven het niveau
van de beginvoorraad. Met het oog daarop heeft de inspecteur op grond van
artikel 18, derde lid, van het
besluit, de bevoegdheid bij voor bezwaar vatbare beschikking te
bepalen dat de inkopen van de goederen onder het verlaagde tarief
respectievelijk de inkopen van tabaksproducten in een door hem aan te wijzen
belastingtijdvak worden verminderd met het verschil tussen de aanwezige voorraad
en de beginvoorraad. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat bedoelde
bevoegdheid alleen wordt uitgeoefend als de toename van de desbetreffende
voorraad daartoe aanleiding geeft. Zolang de voorraad in verhouding tot de
beginvoorraad alleen in geringe mate is toegenomen, kan een voorraadcorrectie
achterwege blijven. Als de voorraad aanmerkelijk is toegenomen ten opzichte van
de beginvoorraad kan een voorraadcorrectie worden aangebracht. Een dergelijke
voorraadcorrectie kan zelfs worden aangebracht als geen sprake is van een
verandering in de verhouding tussen de goederen die onder de verschillende
tarieven vallen en de voorraadmutatie niet groter is dan overeenkomt met de
toename van de omzet. De voorraadcorrectie bedraagt dan het totale verschil
tussen de aanwezige voorraad en de beginvoorraad, ongeacht in welke jaren de
voorraadmutatie is ontstaan. Nadat een voorraadcorrectie heeft plaatsgevonden,
geldt de gecorrigeerde voorraad voortaan als beginvoorraad. De periode waarover
de voorraadgroei wordt bepaald, is in beginsel de totale periode tussen het
eerste belastingtijdvak waarover de berekeningsmethode is toegepast dan wel, in
voorkomend geval, het tijdvak waarin laatstelijk een voorraadcorrectie als
hiervoor is bedoeld heeft plaatsgevonden en het door de inspecteur aan te wijzen
tijdvak waarin de voorraadcorrectie wordt aangebracht.
Op grond van een redelijke wetstoepassing keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat bij de vaststelling van de voorraadgroei alleen de laatste zeven boekjaren in aanmerking worden genomen.
Ik keur goed dat bij de vaststelling van de voorraadgroei alleen de laatste
zeven boekjaren in aanmerking worden genomen.
##### 4.2.2.6. Inkopen
Artikel 16 van het besluit spreekt over inkopen.
Artikel 16 van het
besluit spreekt over inkopen.
Op grond van een redelijke wetstoepassing keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat de inkopen worden toegerekend aan het belastingtijdvak waarin:
Ik keur goed dat de inkopen worden toegerekend aan het belastingtijdvak
waarin:
a. de op de inkopen betrekking hebbende facturen worden geboekt als de boeking van deze facturen plaatsvindt naar de dag van binnenkomst;
b. de inkoopfacturen worden betaald als de ondernemer alleen een geldadministratie bijhoudt.
a. de op de inkopen betrekking hebbende facturen worden geboekt als de
boeking van deze facturen plaatsvindt naar de dag van binnenkomst;
b. de inkoopfacturen worden betaald als de ondernemer alleen een
geldadministratie bijhoudt.
##### 4.2.2.7. Ingang en einde van de regeling
Uit artikel 19 van het besluit blijkt dat een forfaitaire berekeningsmethode slechts mag worden toegepast of beëindigd met ingang van het boekjaar volgend op dat waarin de ondernemer van zijn voornemen daartoe schriftelijk mededeling heeft gedaan aan de inspecteur. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing als de ondernemer op een andere forfaitaire methode overgaat.
Uit artikel 19 van het
besluit blijkt dat een forfaitaire berekeningsmethode slechts mag
worden toegepast of beëindigd met ingang van het boekjaar volgend op dat waarin
de ondernemer van zijn voornemen daartoe schriftelijk mededeling heeft gedaan
aan de inspecteur. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing als de
ondernemer op een andere forfaitaire methode overgaat.
## 5. Jaaropgaaf ICP
Ondernemers die ICPs verrichten, moeten daarvan uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op een kalendermaand opgaaf doen bij de inspecteur (artikel 37a van de wet).
Ondernemers die ICPs verrichten, moeten daarvan uiterlijk de laatste dag van de
maand volgend op een kalendermaand opgaaf doen bij de inspecteur (artikel 37a van de wet).
In afwijking van deze algemene regel (opgaaf per kalendermaand) kunnen ondernemers die alleen goederen leveren soms kiezen voor een ander tijdvak:
In afwijking van deze algemene regel (opgaaf per kalendermaand) kunnen ondernemers
die alleen goederen leveren soms kiezen voor een ander tijdvak:
per kwartaal. Intracommunautaire leveringen mogen per kwartaal worden opgegeven als in het kwartaal en in de vorige vier kwartalen het bedrag van € 50.000 aan intracommunautaire leveringen niet is overschreden. Deze grens van € 50.000 geldt per 1 januari 2016. De ondernemer mag zijn intracommunautaire diensten altijd per kwartaal opgeven, ook als hij zijn leveringen per maand doet. Hij doet dan maandelijks opgaaf van zijn leveringen en aan het eind van het kwartaal doet hij een kwartaalopgaaf van zijn diensten.
per 2 maanden. Voor dit tijdvak kan alleen worden gekozen als de ondernemer in de tweede maand van het eerder gekozen tijdvak (kwartaal) de grens van € 50.000 voor intracommunautaire leveringen heeft overschreden. Nadat deze opgaaf is gedaan, moet de ondernemer maandelijks opgaaf doen van zijn intracommunautaire leveringen.
per kwartaal. Intracommunautaire leveringen mogen per kwartaal worden opgegeven
als in het kwartaal en in de vorige vier kwartalen het bedrag van € 50.000 aan
intracommunautaire leveringen niet is overschreden. Deze grens van € 50.000 geldt
per 1 januari 2016. De ondernemer mag zijn intracommunautaire diensten altijd per
kwartaal opgeven, ook als hij zijn leveringen per maand doet. Hij doet dan
maandelijks opgaaf van zijn leveringen en aan het eind van het kwartaal doet hij
een kwartaalopgaaf van zijn diensten.
per 2 maanden. Voor dit tijdvak kan alleen worden gekozen als de ondernemer in
de tweede maand van het eerder gekozen tijdvak (kwartaal) de grens van € 50.000
voor intracommunautaire leveringen heeft overschreden. Nadat deze opgaaf is
gedaan, moet de ondernemer maandelijks opgaaf doen van zijn intracommunautaire
leveringen.
Bij ondernemers die voor de heffing van btw jaaraangifte doen, kunnen de wettelijke termijnen tot het doen van de opgaaf ICP tot een onevenredige lastenverzwaring leiden. Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed.
Bij ondernemers die voor de heffing van btw jaaraangifte doen, kunnen de wettelijke
termijnen tot het doen van de opgaaf ICP tot een onevenredige lastenverzwaring leiden.
Op grond van praktische overwegingen en voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR, keur ik het volgende goed.
Ik keur onder voorwaarden goed dat de inspecteur toestaat dat ondernemers die voor de heffing van btw jaaraangifte doen, hun Opgaaf ICP over dezelfde periode indienen. Ik verbind hieraan de volgende voorwaarden.
Ik keur onder voorwaarden goed dat de inspecteur toestaat dat ondernemers die voor
de heffing van btw jaaraangifte doen, hun Opgaaf ICP over dezelfde periode indienen.
Ik verbind hieraan de volgende voorwaarden.
a. Het jaarlijkse totaalbedrag van de leveringen en diensten van de ondernemer, exclusief btw, bedraagt niet meer dan € 200.000;
b. Het jaarlijkse totaalbedrag van de ICPs van de ondernemer, exclusief btw, bedraagt niet meer dan € 15.000;
c. De intracommunautaire leveringen betreffen geen leveringen van nieuwe vervoermiddelen;
d. De ondernemer moet zijn competente inspecteur schriftelijk verzoeken om toepassing van de goedkeuring om uitreiking van de Opgaaf ICP op jaarbasis. Het verzoek moet de volgende inlichtingen bevatten:
a. Het jaarlijkse totaalbedrag van de leveringen en diensten van de ondernemer,
exclusief btw, bedraagt niet meer dan € 200.000;
b. Het jaarlijkse totaalbedrag van de ICPs van de ondernemer, exclusief btw,
bedraagt niet meer dan € 15.000;
c. De intracommunautaire leveringen betreffen geen leveringen van nieuwe
vervoermiddelen;
d. De ondernemer moet zijn competente inspecteur schriftelijk verzoeken om
toepassing van de goedkeuring om uitreiking van de Opgaaf ICP op jaarbasis. Het
verzoek moet de volgende inlichtingen bevatten:
de verwachte jaaromzet exclusief btw;
de verwachte omvang van de ICPs;
een verklaring van de ondernemer dat de intracommunautaire leveringen geen leveringen van nieuwe vervoermiddelen zijn;
een verklaring van de ondernemer dat hij de inspecteur onverwijld zal melden, als hij niet meer aan de voorwaarden van deze goedkeuring voldoet;
e. Een verzoek wordt met ingang van het jaar volgend op het jaar van de indiening van het verzoek toegekend, tenzij het verzoek vóór 1 mei van het lopende jaar is ontvangen door de inspecteur. In dat geval wordt het verzoek toegekend met ingang van het lopende jaar;
f. Er mogen geen aanwijzingen zijn of het gevaar bestaan dat de ondernemer betrokken is (geweest) bij btw-fraude.
een verklaring van de ondernemer dat de intracommunautaire leveringen geen
leveringen van nieuwe vervoermiddelen zijn;
een verklaring van de ondernemer dat hij de inspecteur onverwijld zal
melden, als hij niet meer aan de voorwaarden van deze goedkeuring
voldoet;
e. Een verzoek wordt met ingang van het jaar volgend op het jaar van de indiening
van het verzoek toegekend, tenzij het verzoek vóór 1 mei van het lopende jaar is
ontvangen door de inspecteur. In dat geval wordt het verzoek toegekend met ingang
van het lopende jaar;
f. Er mogen geen aanwijzingen zijn of het gevaar bestaan dat de ondernemer
betrokken is (geweest) bij btw-fraude.
De inspecteur wijst het verzoek van een ondernemer af als de ondernemer niet aan de voorwaarden voldoet. Bij toegekende verzoeken vervalt de goedkeuring zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden. Wat het tijdstip van beëindiging van de goedkeuring betreft, handelt de inspecteur in overeenstemming met de gedragslijn beschreven onder e.
De inspecteur wijst het verzoek van een ondernemer af als de ondernemer niet aan de
voorwaarden voldoet. Bij toegekende verzoeken vervalt de goedkeuring zodra niet meer
wordt voldaan aan de voorwaarden. Wat het tijdstip van beëindiging van de goedkeuring
betreft, handelt de inspecteur in overeenstemming met de gedragslijn beschreven onder
e.
## 6. Ingetrokken regelingen
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit
besluit:
| 120 | 29 oktober 1968 | Toelichting bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (OB/BTW 14) | Achterhaald vanwege tijdsverloop: de bijlagen bij dit besluit zijn eerder al komen te vervallen |
| 120 | 29 oktober 1968 | Toelichting bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (OB/BTW 14) | Achterhaald vanwege tijdsverloop: de bijlagen bij dit besluit zijn eerder al komen te vervallen |
| --- | --- | --- | --- |
| BLKB 2012/477M | 27 juni 2012 | Omzetbelasting. Administratieve-, facturerings- en overige verplichtingen | Verwerkt in dit besluit |
| BLKB 2012/477M | 27 juni 2012 | Omzetbelasting. Administratieve-, facturerings- en overige verplichtingen | Verwerkt in dit besluit |
## 7. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de
Staatscourant waarin het wordt geplaatst.