2016-01-01 | BWBR0033471 | Dagloonbesluit werknemersverzekeringen

This commit is contained in:
Coornhert 2016-01-01 12:00:00 +00:00
parent b8f40d5e5f
commit 1eb857ee5d

View file

@ -58,26 +58,17 @@ x. *ZW-dagloon:* het dagloon, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de ZW.
**1.** Onder referteperiode wordt in dit hoofdstuk de periode verstaan van één jaar die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden.
**2.**
**2.** In afwijking van het eerste lid, is de referteperiode voor een reguliere WW-uitkering korter dan een jaar, indien er in de referteperiode, bedoeld in het eerste lid, een eerder recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan. De referteperiode begint dan op de eerste werkloosheidsdag van dat eerdere recht en eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden als bedoeld in het eerste lid.
In afwijking van het eerste lid, wordt onder referteperiode verstaan de periode van één jaar die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de dienstbetrekking is geëindigd, indien de dienstbetrekking eindigt door wederzijds goedvinden van partijen of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, en:
**3.** In afwijking van het tweede lid, eindigt de referteperiode op de dag voorafgaand aan het arbeidsurenverlies of de dag waarop de dienstbetrekking is geëindigd, indien de eerste werkloosheidsdag van het eerdere recht is gelegen na afloop van de referteperiode als bedoeld in het tweede lid.
a. de werknemer een vergoeding wegens de beëindiging van de dienstbetrekking of een vergoeding op grond van artikel 672, negende lid, of artikel 677, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft ontvangen waardoor het arbeidsurenverlies, bedoeld in het eerste lid, op een later moment intreedt dan het moment waarop de dienstbetrekking eindigt; en
b. de datum van eindiging van die dienstbetrekking is gelegen voor het einde van de referteperiode, bedoeld in het eerste lid.
**4.** In afwijking van het eerste lid is de referteperiode voor een reguliere WW-uitkering korter dan een jaar, indien er in de referteperiode, bedoeld in het eerste lid, geen recht op loon bestond of geen loon is genoten. In dat geval is de referteperiode de periode vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot de dag waarop het arbeidsurenverlies is ingetreden.
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid, is de referteperiode voor een reguliere WW-uitkering korter dan een jaar, indien er in de referteperiode, bedoeld in het eerste en tweede lid, een eerder recht op een reguliere WW-uitkering is ontstaan. De referteperiode begint dan op de eerste werkloosheidsdag van dat eerdere recht en eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden als bedoeld in het eerste lid of waarin de dienstbetrekking is geëindigd als bedoeld in het tweede lid.
**5.** In afwijking van het eerste lid begint de referteperiode voor het dagloon van een uitkering op grond van artikel 18 van de WW op de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden, is aangevangen na het begin van de referteperiode als bedoeld in het eerste lid. De referteperiode eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden.
**4.** In afwijking van het derde lid, eindigt de referteperiode op de dag voorafgaand aan het arbeidsurenverlies of de dag waarop de dienstbetrekking is geëindigd, indien de eerste werkloosheidsdag van het eerdere recht is gelegen na afloop van de referteperiode als bedoeld in het derde lid.
**6.** In afwijking van het vijfde lid, eindigt de referteperiode op de dag voorafgaand aan het arbeidsurenverlies, indien de desbetreffende dienstbetrekking is aangevangen na afloop van de referteperiode, bedoeld in het vijfde lid.
**5.** In afwijking van het eerste en tweede lid is de referteperiode voor een reguliere WW-uitkering korter dan een jaar, indien er in de referteperiode, bedoeld in het eerste en tweede lid, geen recht op loon bestond of geen loon is genoten. In dat geval is de referteperiode de periode vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot de dag waarop het arbeidsurenverlies is ingetreden of tot en met de dag waarop de dienstbetrekking is geëindigd.
**6.** In afwijking van het eerste lid begint de referteperiode voor het dagloon van een uitkering op grond van artikel 18 van de WW op de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden, is aangevangen na het begin van de referteperiode als bedoeld in het eerste lid. De referteperiode eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies is ingetreden.
**7.** In afwijking van het eerste lid eindigt de referteperiode voor het dagloon van een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de werkgever kwam te verkeren in een omstandigheid als bedoeld in artikel 61 van die wet. De referteperiode begint één jaar daarvoor of indien de dienstbetrekking waarin de betalingsonmacht van de werkgever, bedoeld in artikel 61 van de WW, is ingetreden, daarna is aangevangen, op de dag waarop die dienstbetrekking is aangevangen.
**8.** In afwijking van het zesde en zevende lid, eindigt de referteperiode op de dag voorafgaand aan het arbeidsurenverlies of de dag dat de werkgever kwam te verkeren in een omstandigheid als bedoeld in artikel 61 van de WW, indien de desbetreffende dienstbetrekking is aangevangen na afloop van de referteperiode als bedoeld in het zesde of zevende lid.
**9.** Bij het vaststellen van het WW-dagloon van de werknemer, op wie in verband met opeenvolgende verliezen van arbeidsuren artikel 2 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren van toepassing is, eindigt de referteperiode, in afwijking van het eerste en derde lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin het eerste verlies van arbeidsuren is ingetreden.
**7.** Bij het vaststellen van het WW-dagloon van de werknemer, op wie in verband met opeenvolgende verliezen van arbeidsuren artikel 2 van het Besluit nadere regeling verlies van arbeidsuren van toepassing is, eindigt de referteperiode, in afwijking van het eerste en tweede lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin het eerste verlies van arbeidsuren is ingetreden.
### Artikel 3
@ -90,7 +81,9 @@ b. de aanvullingen en de toeslagen op grond van de Toeslagenwet, bedoeld in arti
c. een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien waarvan de werkgever met toestemming van de inspecteur van de rijksbelastingdienst geen correctiebericht als bedoeld in artikel 28a van de laatstgenoemde wet heeft ingediend; en
d. een uitkering die de werknemer heeft genoten op grond van de aanspraak, bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964, zonder dat er sprake is van onbetaald extra verlof.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt, indien artikel 18 of hoofdstuk IV van de WW van toepassing is, onder loon verstaan het in het eerste lid bedoelde loon dat is genoten in de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden of de dienstbetrekking waarin de betalingsonmacht van de werkgever, bedoeld in artikel 61 van die wet, is in getreden.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt, indien artikel 18 van de WW van toepassing is, onder loon verstaan het in het eerste lid bedoelde loon dat is genoten in de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden.
**3.** In dit hoofdstuk wordt, indien artikel 18 van de WW van toepassing is, onder loon tevens verstaan de som van het loon, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien de werknemer bij één werkgever als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, meer elkaar opvolgende dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 691 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, heeft gehad en deze dienstbetrekkingen in de loonaangifte vanaf de aanvang van de eerste dienstbetrekking worden aangemerkt als één inkomstenverhouding.
### Artikel 4
@ -114,7 +107,7 @@ B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in de referteperio
C staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers die geen vakantiebijslag reserveren; en
D staat voor 261 indien de referteperiode een duur van één jaar heeft of indien artikel 2, vijfde lid, van toepassing is. Indien er sprake is van een afwijkende referteperiode staat D voor het aantal dagloondagen in de referteperiode.
D staat voor 261 indien de referteperiode een duur van één jaar heeft of indien artikel 2, vierde lid, van toepassing is. Indien er sprake is van een afwijkende referteperiode staat D voor het aantal dagloondagen in de referteperiode.
**2.**
@ -132,9 +125,13 @@ a. de vakantiebijslag periodiek bij iedere loonbetaling uitbetaalt;
b. de vakantiebijslag als onderdeel van het periodieke loon betaalt; of
c. de vakantiebijslag voldoet overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de WML.
**4.**
**4.** Indien artikel 3, derde lid, van toepassing is, staat C tevens voor het ziekengeld uitgekeerd tussen de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen bedoeld in dat derde lid.
Indien het aantal dagloondagen nul is, dan is het dagloon, in afwijking van het eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening:
**5.** Indien artikel 18 van de WW van toepassing is en de dienstbetrekking of de inkomensverhouding met de elkaar opvolgende dienstbetrekkingen waaruit de werknemer werkloos is geworden, een of meer aangiftetijdvakken kent waarin geen loon is genoten anders dan vanwege verlof, staat D, in afwijking van het eerste lid, voor het aantal dagloondagen van de aangiftetijdvakken waarin loon is genoten of waarin geen loon is genoten vanwege verlof.
**6.**
Indien het aantal dagloondagen op grond van het eerste lid nul is, dan is het dagloon, in afwijking van het eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening:
E/F
@ -245,17 +242,16 @@ b. de werknemer en de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderd
**1.** Onder referteperiode wordt in dit hoofdstuk verstaan de periode van een jaar die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de ziekte is ingetreden of waarin het recht op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 van de Wazo is ontstaan.
**2.**
In afwijking van het eerste lid eindigt de referteperiode op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de dienstbetrekking is geëindigd, indien de dienstbetrekking eindigt door wederzijds goedvinden van partijen of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, en:
a. de werknemer een vergoeding wegens de beëindiging van de dienstbetrekking of vergoeding op grond van artikel 672, negende lid of artikel 677, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft ontvangen waardoor het arbeidsurenverlies, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WW, op een later moment intreedt dan het moment waarop de dienstbetrekking eindigt; en
b. de datum van eindiging van die dienstbetrekking is gelegen voor het einde van de referteperiode, bedoeld in het eerste lid.
**2.** In afwijking van het eerste lid eindigt de referteperiode op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de dienstbetrekking is geëindigd, indien de datum van eindiging van die dienstbetrekking is gelegen voor het einde van de referteperiode, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Bij het vaststellen van het ZW-dagloon van de persoon, wiens aanspraak op ziekengeld berust op artikel 46 van de ZW eindigt de referteperiode, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geëindigd.
**4.** Bij het vaststellen van het Wazo-dagloon van de persoon, wiens aanspraak op uitkering berust op artikel 3:10 van de Wazo eindigt de referteperiode, in afwijking van het eerste lid, op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de verzekering is geëindigd.
**5.** In afwijking van het eerste tot en met vierde lid, vangt de referteperiode niet eerder dan op 1 januari 2016 aan, indien de werknemer op de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken of op de dag van het ontstaan van een recht op uitkering op grond van de Wazo de leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt. Indien de aanvang van de referteperiode daardoor na het einde van de referteperiode, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, ligt, eindigt de referteperiode op 1 januari 2016.
**6.** Het vijfde en dit lid vervallen met ingang van 1 januari 2018.
### Artikel 12c
**1.**
@ -301,7 +297,7 @@ B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in de referteperio
C staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert; en
D staat voor 261 dan wel, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, is aangevangen na aanvang van de referteperiode, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot en met de laatste dag van de referteperiode.
D staat voor 261 dan wel, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, is aangevangen na aanvang maar voor het einde van de referteperiode, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot en met de laatste dag van de referteperiode.
**2.**
@ -327,7 +323,7 @@ c. de vakantiebijslag voldoet overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de WML.
**7.**
Indien het aantal dagloondagen nul is, dan is het dagloon, in afwijking van het eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening:
Indien het aantal dagloondagen op grond van het eerste, vijfde of zesde lid nul is, dan is het dagloon, in afwijking van het eerste lid, de uitkomst van de volgende berekening:
E/F
@ -337,6 +333,15 @@ E staat voor het overeengekomen loon in het aangiftetijdvak waarin de ziekte is
F staat voor het aantal dagloondagen in het aangiftetijdvak waarin de ziekte is ingetreden of waarin het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan dan wel, indien het een aangiftetijdvak van een maand betreft, voor 21,75.
**8.**
D staat, in afwijking van het eerste lid, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden of waaruit het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, is aangevangen voor 1 januari 2016, voor:
a. het aantal dagloondagen vanaf 1 januari 2016 tot en met de laatste dag van de referteperiode indien artikel 12b, vijfde lid, eerste zin, van toepassing is en de tweede zin niet; of
b. het aantal dagloondagen vanaf 1 januari 2016 tot de dag waarop de ziekte is ingetreden of waarop het recht op een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wazo is ontstaan, indien artikel 12b, vijfde lid, eerste en tweede zin van toepassing is en A, B en C staan in dat geval, in zoverre in afwijking van artikel 12e, eerste lid, voor het loon respectievelijk de vakantiebijslag genoten in die periode.
**9.** Het achtste en dit lid vervallen met ingang van 1 januari 2018.
### Artikel 12f
**1.** Indien de werknemer in een aangiftetijdvak geen loon of minder loon heeft genoten in verband met verlof of omdat hij de bedongen arbeid niet heeft verricht in verband met ziekte, wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in 12e, eerste lid, als loon in dat aangiftetijdvak in aanmerking genomen het loon, genoten in dezelfde dienstbetrekking of in de opvolgende dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 12c, derde lid, in het laatste aan dat verlof of die ziekte, voorafgaande en volledig in de referteperiode gelegen aangiftetijdvak, waarin die omstandigheid zich niet heeft voorgedaan.
@ -382,15 +387,15 @@ b. 100/70 keer de gemiddelde uitkering op grond van de WW per werkdag, waarop re
In afwijking van de artikelen 12b tot en met 12f, wordt het dagloon van de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van de Wazo, die op grond van artikel 8, onderdeel a, van de ZW voorafgaand aan een uitkering op grond van de Wazo ziekengeld ontving, vastgesteld op:
a. het vastgestelde en herziene ZW-dagloon, indien met de uitkering op grond van die wet in de vier kalenderweken voorafgaande aan de uitkering op grond van de Wazo, geen inkomen op grond van artikel 31 van de ZW is verrekend; of
b. 100/A van het ziekengeld per dag over de vier kalenderweken voorafgaande aan de Wazo-uitkering, indien er met de uitkering op grond van die wet in de vier kalenderweken voorafgaand aan een uitkering op grond van de Wazo inkomen is verrekend op grond van artikel 31 van de ZW. Daarbij staat A voor het uitkeringpercentage van de uitkering op grond van de ZW.
a. het vastgestelde en herziene ZW-dagloon, tenzij er met de uitkering op grond van die wet in de vier kalenderweken voorafgaand aan de Wazo-uitkering ander inkomen dan uit de dienstbetrekking, op grond waarvan het recht op ziekengeld is ontstaan is verrekend op grond van artikel 31 van de ZW; of
b. 100/A van het ziekengeld per dag over de vier kalenderweken voorafgaande aan de Wazo-uitkering, indien er met de uitkering op grond van die wet in de vier kalenderweken voorafgaand aan de Wazo-uitkering ander inkomen dan uit de dienstbetrekking, op grond waarvan het recht op ziekengeld is ontstaan is verrekend op grond van artikel 31 van de ZW. Daarbij staat A voor het uitkeringpercentage van de uitkering op grond van de ZW.
**3.**
Indien de gelijkgestelde, bedoeld in het tweede lid, recht had op ziekengeld, omdat hij op de eerste dag dat hij zijn arbeid niet kon verrichten vanwege ziekte op grond van artikel 7, onderdeel a, van de ZW als werknemer werd aangemerkt, wordt, in afwijking van het tweede lid, het dagloon vastgesteld op:
a. het vastgestelde en herziene WW-dagloon, indien met de uitkering op grond van de ZW in de kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin het recht op uitkering op grond van de Wazo is ontstaan, geen inkomen als bedoeld in artikel 1b van de WW is verrekend; of
b. 100/70 keer de gemiddelde uitkering op grond van de ZW per dag, waarop recht bestond, in de laatste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin het recht op uitkering op grond van de Wazo is ontstaan, indien met de uitkering op grond van de ZW in die laatste kalendermaand inkomen als bedoeld in artikel 1b van de WW is verrekend.
b. 100/A keer de gemiddelde uitkering op grond van de ZW per dag, waarop recht bestond, in de laatste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin het recht op uitkering op grond van de Wazo is ontstaan, indien met de uitkering op grond van de ZW in die laatste kalendermaand inkomen als bedoeld in artikel 1b van de WW is verrekend. A staat daarbij voor het uitkeringspercentage van de uitkering op grond van de ZW.
**4.** Voor de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van de Wazo, is het dagloon, in afwijking van de artikelen 12b tot en met 12f, gelijk aan het reeds vastgestelde en herziene WIA-dagloon. Indien voor de gelijkgestelde, bedoeld in de eerste zin, bij het vaststellen van de hoogte van de loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van artikel 61 van de Wet WIA rekening werd gehouden met inkomen, wordt het Wazo-dagloon, vastgesteld op 100/70 keer de gemiddelde uitkering per dag in de laatste kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin het recht op uitkering op grond van de Wazo is ontstaan.
@ -486,7 +491,7 @@ G staat voor de vakantiebijslag die in het in aanmerking te nemen tijdvak is gen
H gelijk is aan de factor F, bedoeld in het vierde lid.
**6.** Indien een dienstbetrekking is geëindigd door wederzijds goedvinden van partijen, of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, en de werknemer een vergoeding wegens beëindiging van een dienstbetrekking of een vergoeding op grond van artikel 672, negende lid, of artikel 677, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft ontvangen waardoor het arbeidsurenverlies, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WW, op een later moment intreedt dan het moment waarop de dienstbetrekking eindigt, wordt voor de toepassing van het eerste lid factor D verminderd met het aantal dagloondagen gedurende de periode tussen het einde van de dienstbetrekking en het intreden van het arbeidsurenverlies, voor zover die periode in de referteperiode ligt en worden de factoren A, B en C verminderd met al het loon genoten in de aangiftetijdvakken die volledig liggen binnen die periode.
**6.** Indien een dienstbetrekking is geëindigd door wederzijds goedvinden van partijen, of opzegging, zonder inachtneming van de geldende opzegtermijn, wordt voor de toepassing van het eerste lid factor D verminderd met het aantal dagloondagen gedurende de periode tussen de laatste dag van die dienstbetrekking en de dag waarop de rechtens geldende opzegtermijn eindigt, voor zover die periode in de referteperiode ligt en worden de factoren A, B en C verminderd met al het loon genoten in de aangiftetijdvakken die volledig liggen binnen die periode.
### Artikel 17