2005-01-01 | BWBR0004163 | Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
This commit is contained in:
parent
835387220d
commit
1ebd41d2bd
1 changed files with 34 additions and 66 deletions
|
|
@ -124,8 +124,8 @@ c. de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen.
|
|||
De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel *a*:
|
||||
|
||||
1°. de gewezen zelfstandige heeft gedurende drie jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken rechtmatig een bedrijf of beroep in Nederland uitgeoefend en gedurende de zeven jaar daarvoor eveneens rechtmatig een bedrijf of beroep in Nederland uitgeoefend dan wel arbeid in dienstbetrekking verricht;
|
||||
2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige bedroeg de laatste drie boekjaren gemiddeld minder dan ƒ 36 800 per 1 juli 2004: € 22.716,00 per jaar;
|
||||
3°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 1 juli 2004: € 22.716,00 per jaar bedragen; en
|
||||
2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige bedroeg de laatste drie boekjaren gemiddeld minder dan ƒ 36 800 per 1 januari 2005: € 22.288,00 per jaar;
|
||||
3°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 1 januari 2005: € 22.288,00 per jaar bedragen; en
|
||||
4°. de aanvraag is ingediend voor het beëindigen van het bedrijf of beroep en de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een periode van anderhalf jaar, volgend op het tijdstip van aanvraag.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -133,7 +133,7 @@ De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bed
|
|||
De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel *b*:
|
||||
|
||||
1°. de gewezen zelfstandige heeft gedurende drie jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken rechtmatig een bedrijf of beroep in Nederland uitgeoefend;
|
||||
2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 1 juli 2004: € 22.716,00 per jaar bedragen; en
|
||||
2°. het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de gewezen zelfstandige zou bij voortzetting van het bedrijf of beroep naar verwachting duurzaam minder dan ƒ 36 800 per 1 januari 2005: € 22.288,00 per jaar bedragen; en
|
||||
3°. de aanvraag is ingediend voor het beëindigen van het bedrijf of beroep en de beëindiging heeft plaatsgevonden binnen een periode van anderhalf jaar, volgend op het tijdstip van aanvraag.
|
||||
|
||||
**4.** Het recht op uitkering komt de gewezen zelfstandige en de echtgenoot gezamenlijk toe. De uitkering wordt aan de gewezen zelfstandige en de echtgenoot ieder voor de helft uitbetaald, dan wel op hun gezamenlijk verzoek aan een van hen voor het geheel.
|
||||
|
|
@ -142,9 +142,9 @@ De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bed
|
|||
|
||||
De grondslag bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat voor:
|
||||
|
||||
a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 575,91;
|
||||
b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen de grondslag netto gelijk is aan € 1.036,64;
|
||||
c. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk is aan € 806,28.
|
||||
a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 574,92;
|
||||
b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen de grondslag netto gelijk is aan € 1.034,85;
|
||||
c. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk is aan € 804,88.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister herziet de bedragen, genoemd in het tweede lid, 2° en 3°, en in het derde lid, 2°, met ingang van een door hem te bepalen dag zodanig, dat deze netto gelijk zijn aan het netto minimumloon.
|
||||
|
||||
|
|
@ -179,7 +179,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat hier te lande verblijv
|
|||
a. ter uitvoering van een verdrag dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, of
|
||||
b. vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
**6.** Het derde lid, onderdeel d, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting voor justitiële jeugdbescherming zijnde een landelijke voorziening als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening.
|
||||
**6.** Het derde lid, onderdeel d, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -194,7 +194,7 @@ Als inkomen wordt aangemerkt:
|
|||
a. voor de gewezen zelfstandige en de echtgenoot: de som van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven van hemzelf en zijn echtgenoot;
|
||||
b. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige: zijn inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven.
|
||||
|
||||
**2.** Als inkomen wordt voorts aangemerkt het inkomen uit het vermogen waarover de gewezen zelfstandige en zijn echtgenoot na de beëindiging van het bedrijf of beroep beschikken, met dien verstande dat daarbij een vermogen van ƒ 202 000 per 1 januari 2004: € 111.303,00. buiten beschouwing blijft. Het inkomen uit vermogen wordt bepaald op 5% Bij Stcrt. 1996/247 is dit percentage m.i.v. 1 januari 1997 vastgesteld op 4%. per jaar van het vermogen.
|
||||
**2.** Als inkomen wordt voorts aangemerkt het inkomen uit het vermogen waarover de gewezen zelfstandige en zijn echtgenoot na de beëindiging van het bedrijf of beroep beschikken, met dien verstande dat daarbij een vermogen van ƒ 202 000 per 1 januari 2005: € 112.220,00. buiten beschouwing blijft. Het inkomen uit vermogen wordt bepaald op 5% Bij Stcrt. 1996/247 is dit percentage m.i.v. 1 januari 1997 vastgesteld op 4%. per jaar van het vermogen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere en zonodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid en in artikel 5, tweede en derde lid. Daarbij kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid en in artikel 5, tweede en derde lid, alsmede de periode waarop de vaststelling betrekking heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -248,13 +248,13 @@ Het recht op uitkering bestaat jegens burgemeester en wethouders van de gemeente
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De belanghebbende doet aan burgemeester en wethouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan hem wordt betaald.
|
||||
**1.** De belanghebbende doet aan burgemeester en wethouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling en het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan hem wordt betaald.
|
||||
|
||||
**2.** De belanghebbende is verplicht aan burgemeester en wethouders desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
|
||||
**3.** De belanghebbende is voorts verplicht aan burgemeester en wethouders desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders stellen bij de uitvoering van deze wet de identiteit van de belanghebbende vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht.
|
||||
|
||||
**4.** Burgemeester en wethouders stellen bij de uitvoering van deze wet ten aanzien van een belanghebbende op wie de verplichting bedoeld in het vierde lid rust, de identiteit vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en nemen de aard en het nummer daarvan op in de administratie.
|
||||
**4.** Een ieder is verplicht aan burgemeester en wethouders desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -333,20 +333,7 @@ b. indien de belanghebbende van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan wor
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij een besluit tot toekenning of voortzetting van de uitkering wordt, in een bijlage, mededeling gedaan van de rechten en plichten van de belanghebbende, die verband houden met de toekenning of voortzetting van de uitkering bijstand. Hierbij wordt ten minste mededeling gedaan van:
|
||||
|
||||
a. de verplichtingen tot het doen van mededelingen en het verlenen van medewerking, bedoeld in artikel 13;
|
||||
b. de verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk III die in het betrokken geval aan de uitkering zijn verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij een besluit tot herziening van de uitkering wordt mededeling gedaan van de herziening en, in een bijlage, van de op die herziening betrekking hebbende gewijzigde rechten en plichten van de belanghebbende. Voorts wordt, indien daarvoor aanleiding bestaat, in deze bijlage nogmaals mededeling gedaan van de eerder aan de uitkering verbonden rechten en plichten, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Indien burgemeester en wethouders ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 34, eerste lid, ten behoeve van de belanghebbende een plan hebben opgesteld of hebben laten opstellen, gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces, wordt dit opgenomen in een bijlage bij het besluit tot toekenning, voortzetting of herziening van de uitkering.
|
||||
|
||||
**4.** De belanghebbende tekent een exemplaar van de bijlage, bedoeld in het eerste en tweede lid, en, indien een plan als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld, de bijlage, bedoeld in het derde lid, voor gezien en verstrekt dit aan burgemeester en wethouders. De bijlage wordt tevens getekend door burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -400,11 +387,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Indien de belanghebbende in de periode voorafgaand aan de aanvraag om een uitkering of nadien zich onvoldoende heeft ingezet voor de voorziening in het bestaan, de verplichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet binnen de door burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen, daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, dan wel een verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede of derde lid, artikel 18, vierde lid, of een op grond van hoofdstuk III aan de uitkering verbonden verplichting, anders dan de verplichting bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel c, niet of niet behoorlijk is nagekomen, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
|
||||
**1.** Indien de belanghebbende in de periode voorafgaand aan de aanvraag om een uitkering of nadien zich onvoldoende heeft ingezet voor de voorziening in het bestaan, de verplichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet binnen de door burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen, daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, dan wel een verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede lid, of een op grond van hoofdstuk III aan de uitkering verbonden verplichting, anders dan de verplichting bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c, niet of niet behoorlijk is nagekomen, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de belanghebbende die arbeid in dienstbetrekking heeft aanvaard zich verwijtbaar zodanig heeft gedragen dat hij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen, dat dit gedrag de beëindiging van zijn dienstbetrekking tot gevolg zou kunnen hebben, dan wel indien de dienstbetrekking eindigt of is beëindigd zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren zijn verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering blijvend naar de mate waarin de belanghebbende uit of in verband met deze arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven als bedoeld bij of krachtens artikel 8, tenzij het eindigen van de dienstbetrekking belanghebbende niet in overwegende mate kan worden verweten. In dat geval weigeren burgemeester en wethouders de uitkering over een periode van 26 weken gedeeltelijk door het bedrag van de uitkering te verlagen met 50% van het inkomen bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de belanghebbende nalaat passende arbeid te aanvaarden of door eigen toedoen geen passende arbeid verkrijgt, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering blijvend naar de mate waarin de belanghebbende met het verrichten van deze arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven als bedoeld bij of krachtens artikel 8.
|
||||
**3.** Indien de belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden of door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt, weigeren burgemeester en wethouders de uitkering blijvend naar de mate waarin de belanghebbende met het verrichten van deze arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven als bedoeld bij of krachtens artikel 8.
|
||||
|
||||
**4.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -470,7 +457,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Het besluit waarbij een boete is opgelegd levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het zevende lid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd uitkering ontvangt op grond van deze wet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars of algemene bijstand op grond van de Algemene bijstandswet, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die uitkering of bijstand.
|
||||
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd uitkering ontvangt op grond van deze wet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet werk en inkomen kunstenaars of algemene bijstand op grond van de Algemene bijstandswet, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die uitkering of bijstand.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd inmiddels uitkering of bijstand als bedoeld in het tweede lid ontvangt van een andere gemeente dan de gemeente die de boete heeft opgelegd, betaalt die andere gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -681,32 +668,15 @@ b. het verlenen van een uitkering aan de werkloze werknemer, bedoeld in artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
De belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking is vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 16a, tweede lid, verplicht:
|
||||
|
||||
a. naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;
|
||||
b. ervoor te zorgen dat hij als werkzoekende geregistreerd is bij de Centrale organisatie werk en inkomen en geregistreerd blijft, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
c. passende arbeid te aanvaarden;
|
||||
d. na te laten hetgeen inschakeling in de arbeid belemmert;
|
||||
e. mee te werken aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding en aan een scholing of opleiding, die noodzakelijk wordt geacht;
|
||||
f. beschikbaar te zijn voor de voorzieningen van de Wet inschakeling werkzoekenden, mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen, daarvan gebruik te maken en daartoe op een aangegeven tijd en plaats te verschijnen.
|
||||
|
||||
**2.** Onder passende arbeid wordt verstaan alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de belanghebbende is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden verlangd. Niet als passende arbeid wordt aangemerkt arbeid op grond van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet sociale werkvoorziening.
|
||||
|
||||
**3.** Indien uitkering wordt verleend aan echtgenoten gelden de verplichtingen bedoeld in het eerste lid voor ieder van hen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het begrip passende arbeid, bedoeld in het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan regels stellen aangaande het toepassen dan wel niet toepassen van een of meer verplichtingen genoemd in het eerste lid ten aanzien van een of meer categorieën belanghebbenden.
|
||||
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, hebben in ieder geval betrekking op de taken vermeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders kunnen besluiten verplichtingen als bedoeld in artikel 35 niet op te leggen, dan wel van zodanige verplichtingen tijdelijk ontheffing te verlenen, in gevallen waarin daartoe naar hun oordeel aanleiding bestaat om redenen van medische of sociale aard, dan wel om redenen gelegen in de aard en het doel van de uitkering.
|
||||
**1.** Belanghebbenden die een uitkering ontvangen, hebben overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de ouder met een volledige verzorgende taak voor één of meer kinderen, dan wel pleegkinderen, jonger dan vijf jaar gelden niet de verplichtingen, bedoeld in artikel 35, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de uitkering is toegekend aan een ouder met een gedeeltelijke verzorgende taak of aan echtgenoten die de verzorgende taak bedoeld in het tweede lid gezamenlijk uitoefenen, geldt dat de verplichtingen bedoeld in dit hoofdstuk aan die ouder onderscheidenlijk die echtgenoten worden opgelegd met dien verstande, dat deze onderscheidenlijk ieder van beiden voor de helft van de gebruikelijke volledige arbeidstijd per week beschikbaar moet zijn voor inschakeling in de arbeid.
|
||||
**2.** Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 36a
|
||||
|
||||
|
|
@ -754,31 +724,27 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders kunnen de belanghebbende die een scholing of opleiding gaat volgen die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid, ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdelen a en c, voor ten hoogste de duur en de omvang van die scholing of opleiding. Scholing of opleiding wordt slechts noodzakelijk geacht voor inschakeling in de arbeid, indien aantoonbare inspanningen van belanghebbende om arbeid te verkrijgen geen resultaat hebben gehad.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot het aanmerken van scholing of opleidingen als noodzakelijk voor de inschakeling in de arbeid, die bij de beoordeling bedoeld in het eerste lid in acht worden genomen.
|
||||
De belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking is vanaf de dag van melding, bedoeld in artikel 16a, tweede lid, verplicht:
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt als noodzakelijke scholing of opleiding tevens aangemerkt de scholing en opleiding, waarvoor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten op grond van die wet dan wel op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden in aanmerking komt en die vooraf aan burgemeester en wethouders is gemeld.
|
||||
a. naar vermogen te trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
|
||||
b. ervoor te zorgen dat hij als werkzoekende geregistreerd is bij de Centrale organisatie werk en inkomen en geregistreerd blijft, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
c. algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden;
|
||||
d. na te laten hetgeen inschakeling in de arbeid belemmert;
|
||||
e. gebruik te maken van een door burgemeester en wethouders aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de belanghebbende een scholing of opleiding gaat volgen, anders dan bedoeld in het eerste lid, meldt hij dit voor aanvang van die scholing of opleiding aan burgemeester en wethouders.
|
||||
**2.** Indien uitkering wordt verleend aan echtgenoten gelden de verplichtingen bedoeld in het eerste lid voor ieder van hen.
|
||||
|
||||
### Artikel 37a
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders kunnen de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten die bijdragen tot sociale activering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet inschakeling werkzoekenden, ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder a, voor ten hoogste de duur van die activiteiten.
|
||||
**1.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kunnen burgemeester en wethouders in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een of meer verplichtingen als bedoeld in artikel 37. Zorgtaken kunnen als dringende redenen worden aangemerkt, voorzover hiermee geen rekening kan worden gehouden door middel van een voorziening als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a. Indien de tijdelijke ontheffing een alleenstaande ouder betreft maken burgemeester en wethouders in het bijzonder een afweging tussen het belang van arbeidsinschakeling en de invulling die de ouder wenst te geven aan de zorgplicht.
|
||||
|
||||
**2.** De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden geldt voor de alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar slechts nadat het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de beschikbaarheid van passende kinderopvang, de toepassing van voldoende scholing en de belastbaarheid van de betrokkene.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** Indien de belanghebbende werkzaamheden zonder beloning gaat verrichten, dient de belanghebbende dit zo spoedig mogelijk te melden aan burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, die op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd in artikel 35, eerste lid, onderdelen a en c niet.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn:
|
||||
|
||||
a. werkzaamheden, waartoe de belanghebbende met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
|
||||
b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer heeft afgesloten;
|
||||
c. werkzaamheden, die de belanghebbende niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
|
|
@ -867,6 +833,8 @@ b. die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat r
|
|||
|
||||
**10.** Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid, kan tevens worden bepaald dat de daar bedoelde verplichting alleen geldt jegens ambtenaren met opsporingsbevoegdheid.
|
||||
|
||||
**11.** Onze Minister van Justitie verstrekt ten aanzien van de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen, onverwijld en kosteloos de beschikbare informatie en alle overige opgaven en inlichtingen, die van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, aan het college, of, indien het college aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat heeft verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie werk en inkomen, door tussenkomst van het Inlichtingenbureau, waarbij hij gebruik kan maken van het sociaal-fiscaalnummer.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** Het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze wet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt medegedeeld, verder bekend te maken dan voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk is dan wel op grond van deze wet is voorgeschreven of toegestaan.
|
||||
|
|
@ -895,7 +863,7 @@ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevra
|
|||
|
||||
a. de Centrale organisatie voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, en 34, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
|
||||
b. de belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies volksverzekeringen;
|
||||
c. burgemeester en wethouders van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;
|
||||
c. burgemeester en wethouders van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet werk en inkomen kunstenaars;
|
||||
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet, het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van de Ziekenfondswet, en de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen;
|
||||
f. buitenlandse organen voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue