2021-01-01 | BWBR0010424 | Remigratiewet
This commit is contained in:
parent
7de061c42f
commit
1ee3111163
1 changed files with 9 additions and 9 deletions
|
|
@ -44,14 +44,14 @@ Doelgroep van deze wet zijn:
|
|||
a. personen die geboren zijn in en in het bezit zijn of geweest zijn van de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie waarmee Nederland een bilateraal wervingsverdrag heeft gesloten, en zich voor de datum van de toetreding van dat land tot de Europese Unie in Nederland hebben gevestigd;
|
||||
b. personen die geboren zijn in en in het bezit zijn of geweest zijn van de nationaliteit van een land waarmee Nederland een wervingsovereenkomst heeft gesloten en dat geen lidstaat van de Europese Unie is, en zich voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel in Nederland hebben gevestigd;
|
||||
c. personen met de Nederlandse of Surinaamse nationaliteit die in Suriname geboren zijn, en zich voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel in Nederland hebben gevestigd;
|
||||
d. personen die voorkomen in het register, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet Rietkerk-uitkering, en
|
||||
e. vreemdelingen die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel een vergunning tot rechtmatig verblijf in Nederland op grond van artikel 8, onderdeel c of d, van de Vreemdelingenwet 2000 hebben ontvangen en personen die zich voor dat tijdstip, in het kader van gezinshereniging met een vreemdeling die in Nederland rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onderdeel c of d, van de Vreemdelingenwet 2000 in Nederland hebben gevestigd.
|
||||
d. personen die voorkomen in het register, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet Rietkerk-uitkering, en
|
||||
e. vreemdelingen die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel een vergunning tot rechtmatig verblijf in Nederland op grond van artikel 8, onderdeel c of d, van de Vreemdelingenwet 2000 hebben ontvangen en personen die zich voor dat tijdstip, in het kader van gezinshereniging met een vreemdeling die in Nederland rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onderdeel c of d, van de Vreemdelingenwet 2000 in Nederland hebben gevestigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Deze wet is van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. een meerderjarige vreemdeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, die behoort tot de doelgroep, en
|
||||
a. een meerderjarige vreemdeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, die behoort tot de doelgroep, en
|
||||
b. een meerderjarige Nederlander, die niet tevens een andere nationaliteit bezit, die behoort tot de doelgroep en die verklaart bereid te zijn al hetgeen te doen wat in redelijkheid mogelijk is, om de nationaliteit van het bestemmingsland met bekwame spoed te verkrijgen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
|
@ -72,14 +72,14 @@ b. een meerderjarige Nederlander, die niet tevens een andere nationaliteit bezit
|
|||
|
||||
Om voor de remigratievoorzieningen in aanmerking te komen dient de remigrant:
|
||||
|
||||
a. voor 1 januari 2025 een aanvraag in te dienen bij de Sociale verzekeringsbank;
|
||||
a. voor 1 januari 2025 een aanvraag in te dienen bij de Sociale verzekeringsbank;
|
||||
b. te behoren tot de doelgroep, bedoeld in artikel 1a;
|
||||
c. ten minste 55 jaar oud te zijn op het tijdstip van de aanvraag;
|
||||
d. zijn schulden aan het Rijk te hebben voldaan dan wel ten behoeve van zijn schulden aan het Rijk een afbetalingsregeling te hebben getroffen;
|
||||
e. niet rechtens zijn vrijheid ontnomen te zijn op het tijdstip van de aanvraag;
|
||||
f. zich niet te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel op het tijdstip van de aanvraag;
|
||||
g. een schriftelijk bewijs aan de Sociale verzekeringsbank over te leggen, afgegeven door de autoriteiten van het bestemmingsland, dat hij en, voor zover van toepassing, zijn partner en hun kinderen zullen worden toegelaten, indien naar een ander land wordt geremigreerd dan het land waarvan de remigrant de nationaliteit bezit;
|
||||
h. indien hij Nederlander is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag ten minste acht jaren in Nederland te hebben verbleven dan wel, indien hij vreemdeling is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag gedurende ten minste acht jaren ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland te hebben gehad als bedoeld in artikel 8, onderdeel a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 en voor het besluit tot toekenning van de remigratievoorzieningen rechtmatig verblijf in Nederland te hebben gehad als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan voor een verblijf voor een tijdelijk doel;
|
||||
h. indien hij Nederlander is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag ten minste acht jaren in Nederland te hebben verbleven dan wel, indien hij vreemdeling is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag gedurende ten minste acht jaren ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland te hebben gehad als bedoeld in artikel 8, onderdeel a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 en voor het besluit tot toekenning van de remigratievoorzieningen rechtmatig verblijf in Nederland te hebben gehad als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan voor een verblijf voor een tijdelijk doel;
|
||||
i. over een periode van ten minste één jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, een rechtmatige uitkering of inkomensvoorziening te hebben ontvangen op grond van:
|
||||
|
||||
1°. de Algemene Ouderdomswet;
|
||||
|
|
@ -102,7 +102,7 @@ dan wel over een periode van ten minste één jaar, onmiddellijk voorafgaande aa
|
|||
j. de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt op het moment dat hij zich in Nederland vestigde;
|
||||
k. geen uitreiziger te zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Een remigrant die samen met zijn partner remigreert, komt slechts in aanmerking voor de remigratievoorzieningen, indien ook zijn partner voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d, e en f.
|
||||
**2.** Een remigrant die samen met zijn partner remigreert, komt slechts in aanmerking voor de remigratievoorzieningen, indien ook zijn partner voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d, e en f.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de partner van wie de remigrant niet duurzaam gescheiden leeft, eveneens in Nederland verblijf houdt, worden de remigratievoorzieningen slechts verstrekt indien de remigrant en zijn partner gezamenlijk remigreren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -192,11 +192,11 @@ De remigrant en, voor zover van toepassing, zijn partner en hun kinderen dan wel
|
|||
|
||||
### Artikel 6b
|
||||
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 5a. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 5a, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 5a, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 5a. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 5a, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 5a, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 5a, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt de Sociale verzekeringsbank een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Stafrecht.
|
||||
|
||||
**3.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 5a, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan remigratievoorzieningen is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.
|
||||
**3.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 5a, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan remigratievoorzieningen is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het derde lid, de remigrant, zijn partner, hun kinderen of hun wettelijke vertegenwoordiger is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
|
||||
|
||||
|
|
@ -281,7 +281,7 @@ d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer af
|
|||
|
||||
De in het zesde lid, onderdelen a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:
|
||||
|
||||
a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan; en
|
||||
a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan; en
|
||||
b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 5a.
|
||||
|
||||
**9.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue