2007-09-01 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000
This commit is contained in:
parent
c39bbb00b5
commit
1efb03ddfe
1 changed files with 119 additions and 96 deletions
|
|
@ -20,8 +20,8 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
**afsluitend examen**:
|
||||
|
||||
a. voor wat betreft hoofdstuk 4 het examen, bedoeld in artikel 7.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a,
|
||||
b. voor wat betreft de hoofdstukken 5 en 10 het examen, bedoeld in artikel 7.10a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.14,
|
||||
a. voor wat betreft hoofdstuk 4 het examen, bedoeld in artikel 7.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a,
|
||||
b. voor wat betreft de hoofdstukken 5 en 10 het examen, bedoeld in artikel 7.10a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.14,
|
||||
|
||||
**bacheloropleiding**: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van die wet, met positief gevolg heeft ondergaan,
|
||||
|
||||
|
|
@ -29,6 +29,8 @@ b. voor wat betreft de hoofdstukken 5 en 10 het examen, bedoeld in artikel 7.10a
|
|||
|
||||
**beroepsonderwijs**: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft de beroepsopleidende leerweg, en als bedoeld in artikel 2.13a,
|
||||
|
||||
**collegegeldkrediet**: lening voor betaling van het collegegeld in het hoger onderwijs,
|
||||
|
||||
**debiteur**: degene die zich krachtens artikel 6.2 heeft verplicht tot terugbetaling,
|
||||
|
||||
**deelnemer**: degene die beroepsonderwijs volgt,
|
||||
|
|
@ -48,7 +50,7 @@ b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon
|
|||
|
||||
**hoger beroepsonderwijs**: hoger beroepsonderwijs in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
|
||||
|
||||
**hoger onderwijs**: wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs als bedoeld in paragraaf 2.3 en in artikel 2.14, voor zover de opleiding als hoger onderwijs is aangemerkt,
|
||||
**hoger onderwijs**: wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs als bedoeld in paragraaf 2.3 en in artikel 2.14,
|
||||
|
||||
**IB-Groep**: Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank,
|
||||
|
||||
|
|
@ -64,13 +66,13 @@ b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon
|
|||
|
||||
a. assistentopleiding en basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
b. andere opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel f, van die wet, waarvan bij ministeriële regeling is aangegeven dat deze voor de toepassing van deze wet wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2, en
|
||||
c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2,
|
||||
c. opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2,
|
||||
|
||||
**opleiding niveau 3 of 4**:
|
||||
|
||||
a. vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
b. andere opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel f, van die wet, waarvan bij ministeriële regeling is aangegeven dat deze voor de toepassing van deze wet wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4, en
|
||||
c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4,
|
||||
c. opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4,
|
||||
|
||||
**ouder**: natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek,
|
||||
|
||||
|
|
@ -105,7 +107,7 @@ c. opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarv
|
|||
|
||||
**veronderstelde ouderlijke bijdrage**: bedrag dat verondersteld wordt door de ouders bijgedragen te worden waarmee de aanvullende beurs van de studerende wordt verminderd,
|
||||
|
||||
**voltijdse opleiding**: opleiding in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met uitzondering van deeltijd onderwijs,
|
||||
**voltijdse opleiding**: opleiding in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met uitzondering van deeltijds onderwijs,
|
||||
|
||||
**vreemdeling**: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000,
|
||||
|
||||
|
|
@ -281,33 +283,51 @@ Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven
|
|||
|
||||
### Artikel 2.12
|
||||
|
||||
Voor een lening gedurende ten hoogste 36 maanden kan een student in aanmerking komen die:
|
||||
|
||||
a. het afsluitend examen hoger onderwijs met goed gevolg heeft behaald,
|
||||
b. prestatiebeurs hoger onderwijs heeft genoten, en
|
||||
c. onderwijs volgt aan een bij ministeriële regeling aangewezen opleiding voor hoger onderwijs in een staat buiten Nederland die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een student heeft geen aanspraak op studiefinanciering:
|
||||
|
||||
a. indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op de prestatiebeurs in het hoger onderwijs gedurende 36 maanden een lening heeft genoten,
|
||||
b. indien er 10 jaren verstreken zijn met ingang van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering is toegekend voor het volgen van hoger onderwijs, of
|
||||
c. indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar.
|
||||
b. indien er 10 jaren verstreken zijn met ingang van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering is toegekend voor het volgen van hoger onderwijs,
|
||||
c. indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar, of
|
||||
d. indien hij in het betreffende studiefinancieringstijdvak aanspraak maakt op een tegemoetkoming in de kosten voor de toegang tot het onderwijs of voor levensonderhoud, die door de voor de verstrekking van deze tegemoetkomingen verantwoordelijke autoriteit van een ander land wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De aanspraak van een student die een opleiding volgt als bedoeld in artikel 2.14 vervalt over het tijdvak waarover hij de inlichtingen, bedoeld in artikel 9.2, eerste lid, niet verstrekt. Zolang hij die inlichtingen over een studiejaar niet verstrekt, heeft hij tevens geen aanspraak op studiefinanciering voor de daarop volgende studiejaren. Indien hij die inlichtingen alsnog verstrekt, herleeft de aanspraak.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.4. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13a
|
||||
|
||||
**1.** Voor studiefinanciering kan een deelnemer in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een bij ministeriële regeling aangewezen opleiding buiten Nederland.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister geeft bij de aanwijzing van een opleiding aan of deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2 of een opleiding niveau 3 of 4.
|
||||
Voor studiefinanciering kan een deelnemer in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding buiten Nederland:
|
||||
|
||||
a. waarvan het niveau en de kwaliteit vergelijkbaar is met overeenkomstige Nederlandse opleidingen in de zin van de WEB en waarvan het afsluitend examen vergelijkbaar is met een afsluitend examen voor een opleiding in de zin van de WEB, en
|
||||
b. die overigens voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde criteria.
|
||||
|
||||
**2.** De IB-Groep stelt vast of een opleiding buiten Nederland voldoet aan de criteria, bedoeld in het eerste lid. De IB-Groep stelt tevens vast of de opleiding wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2 of een opleiding niveau 3 of 4. De opleiding wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2 onderscheidenlijk een opleiding niveau 3 of 4 indien deze vergelijkbaar is met een opleiding niveau 1 of 2 onderscheidenlijk een opleiding niveau 3 of 4.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is niet van toepassing op deelnemers die op grond van artikel 2.2, tweede lid, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14
|
||||
|
||||
**1.** Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een bij ministeriële regeling aangewezen opleiding die leidt tot getuigschriften of diploma's ten aanzien waarvan in het kader van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte specifieke regelingen verbindend zijn geworden inzake de onderlinge erkenning of vergelijkbaarheid.
|
||||
**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 2007 zijn ingeschreven voor het volgen van hoger onderwijs aan een opleiding buiten Nederland. Dit artikel is niet van toepassing op studenten die op grond van artikel 2.2, tweede lid, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wijst slechts opleidingen buiten Nederland aan waarvan de duur vergelijkbaar is met overeenkomstige Nederlandse opleidingen in de zin van de WHW. Voorts stelt hij de duur van de opleiding vast.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die:
|
||||
|
||||
a. is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding buiten Nederland, voorzover in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt, het niveau en de kwaliteit van de opleiding vergelijkbaar zijn met overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW en het afsluitend examen voor de opleiding vergelijkbaar is met een afsluitend examen voor overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW,
|
||||
b. is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding buiten Nederland die, onverminderd onderdeel a, overigens voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde criteria, en
|
||||
c. ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan die opleiding in Nederland heeft gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf heeft gehad.
|
||||
|
||||
**3.** De IB-Groep stelt vast of een opleiding buiten Nederland voldoet aan de criteria, bedoeld in het tweede lid. Indien voor een vergelijkbare opleiding of vergelijkbaar geheel van een bacheloropleiding en een masteropleiding in Nederland de prestatiebeurs voor meer dan 4 jaren wordt verstrekt stelt de IB-Groep voor de betreffende opleiding buiten Nederland de duur van de prestatiebeurs vast op de duur van de periode gedurende welke studiefinanciering wordt verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs voor die opleiding in Nederland. Indien de studielast van een vergelijkbare opleiding of vergelijkbaar geheel van een bacheloropleiding en een masteropleiding in Nederland minder dan 4 jaren betreft, stelt de IB-Groep de studielast van de opleiding buiten Nederland vast op de studielast van die opleiding in Nederland.
|
||||
|
||||
**4.** Het tweede en derde lid van artikel 2.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede lid. Het tweede en derde lid van artikel 2.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn, voor de toepassing van de eerste volzin, tevens van overeenkomstige toepassing op personen met een andere dan de Nederlandse nationaliteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15
|
||||
|
||||
|
|
@ -335,7 +355,7 @@ De studerende die lesgeld is verschuldigd op grond van artikel 5, tweede lid, va
|
|||
|
||||
### Artikel 3.1
|
||||
|
||||
**1.** Studiefinanciering bestaat uit basisbeurs, uit basislening en uit aanvullende beurs of aanvullende lening.
|
||||
**1.** Studiefinanciering bestaat uit basisbeurs, uit basislening en uit aanvullende beurs of aanvullende lening en voor studenten ook uit collegegeldkrediet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -345,7 +365,7 @@ a. gift,
|
|||
b. prestatiebeurs, of
|
||||
c. lening.
|
||||
|
||||
**3.** De hoogte van de studiefinanciering wordt vastgesteld op basis van een budget voor een kalendermaand.
|
||||
**3.** De hoogte van de studiefinanciering wordt vastgesteld op basis van een budget voor een kalendermaand en voor studenten ook op basis van het collegegeldkrediet.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid kan de hoogte van de studiefinanciering ook worden vastgesteld op een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs.
|
||||
|
||||
|
|
@ -353,12 +373,11 @@ c. lening.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het budget voor een kalendermaand is het totaal van:
|
||||
Het budget voor een deelnemer voor een kalendermaand is het totaal van:
|
||||
|
||||
a. een normbedrag voor de kosten van levensonderhoud,
|
||||
b. een normbedrag voor boeken en leermiddelen,
|
||||
c. een tegemoetkoming in de kosten van de onderwijsbijdrage, en
|
||||
d. een reisvoorziening.
|
||||
b. een tegemoetkoming in de kosten van het lesgeld, en
|
||||
c. een reisvoorziening.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -367,24 +386,33 @@ Dit budget kan worden verhoogd met:
|
|||
a. een toeslag voor een partner ingevolge artikel 3.4, of
|
||||
b. een toeslag voor een één-oudergezin ingevolge artikel 3.5.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming in de kosten van de onderwijsbijdrage wordt vastgesteld voor een studerende in:
|
||||
|
||||
a. het beroepsonderwijs: op eentwaalfde deel van het op grond van artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet vastgestelde of herziene bedrag van het lesgeld, en
|
||||
b. het hoger onderwijs: op eentwaalfde deel van het in artikel 7.43 van de WHW bedoelde bedrag.
|
||||
**3.** De tegemoetkoming in de kosten van het lesgeld wordt voor een deelnemer vastgesteld op eentwaalfde deel van het op grond van artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet vastgestelde of herziene bedrag van het lesgeld.
|
||||
|
||||
**4.** De bedragen zijn opgenomen in artikel 3.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het budget voor een student voor een kalendermaand is het totaal van:
|
||||
|
||||
a. een normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, en
|
||||
b. een reisvoorziening.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Dit budget kan worden verhoogd met:
|
||||
|
||||
a. een toeslag voor een partner ingevolge artikel 3.4, of
|
||||
b. een toeslag voor een één-oudergezin ingevolge artikel 3.5.
|
||||
|
||||
**3.** De bedragen zijn opgenomen in artikel 3.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4
|
||||
|
||||
**1.** Aan een studerende met een partner die financieel van hem afhankelijk is en die niet in aanmerking komt voor studiefinanciering, wordt een toeslag voor een partner toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een inkomen heeft dat minder bedraagt dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor een uitwonende studerende, bedoeld in artikel 3.18, en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaren waarvoor op grond van de Algemene Kinderbijslagwet aanspraak op kinderbijslag bestaat. Onder inkomen wordt verstaan het op de voet van artikel 3.17 berekende toetsingsinkomen.
|
||||
**2.** Uitsluitend als financieel afhankelijk wordt aangemerkt de partner die een inkomen heeft dat minder bedraagt dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor een uitwonende deelnemer, bedoeld in artikel 3.18, en die de verzorging heeft van een of meer kinderen die jonger zijn dan 12 jaren waarvoor op grond van de Algemene Kinderbijslagwet aanspraak op kinderbijslag bestaat. Onder inkomen wordt verstaan het op de voet van artikel 3.17 berekende toetsingsinkomen.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is opgenomen in artikel 3.18.
|
||||
|
||||
|
|
@ -505,7 +533,11 @@ Het verschil tussen het maximale bedrag van de aanvullende beurs en de voor een
|
|||
|
||||
### Artikel 3.16a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Het collegegeldkrediet is een lening die aan de student op aanvraag wordt toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag dat per maand kan worden geleend bedraagt ten hoogste eentwaalfde deel van het bedrag, genoemd in artikel 7.43, eerste lid, van de WHW. Indien het door de student voor een periode van twaalf maanden te betalen bedrag voor het volgen van hoger onderwijs hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 7.43, eerste lid, van de WHW, bedraagt het bedrag dat per maand kan worden geleend, in afwijking van de eerste volzin, ten hoogste eentwaalfde deel van het door de student voor een periode van twaalf maanden te betalen bedrag voor het volgen van hoger onderwijs.
|
||||
|
||||
**3.** Het collegegeldkrediet bedraagt per maand maximaal vijftwaalfde deel van het in artikel 7.43, eerste lid, van de WHW genoemde bedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
|
|
@ -559,7 +591,7 @@ b. voor iedere maand waarin hij op enig moment beschikte over de reisvoorziening
|
|||
|
||||
### Artikel 3.18
|
||||
|
||||
De bedragen in onderstaande overzichten luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 januari 2005:
|
||||
De bedragen in onderstaande overzichten luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 september 2007:
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.6. Toekenning
|
||||
|
||||
|
|
@ -794,7 +826,7 @@ Deze afdeling is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven
|
|||
|
||||
### Artikel 4.17
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2.
|
||||
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan de IB-Groep heeft vastgesteld dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.18
|
||||
|
||||
|
|
@ -812,7 +844,7 @@ Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven
|
|||
|
||||
### Artikel 4.20
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding die Onze Minister heeft aangewezen ingevolge artikel 2.13a en waarvan hij heeft aangegeven dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4.
|
||||
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan de IB-Groep heeft vastgesteld dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.21
|
||||
|
||||
|
|
@ -842,25 +874,29 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996
|
|||
|
||||
### Artikel 5.2
|
||||
|
||||
**1.** Studiefinanciering, met uitzondering van de basislening en de aanvullende lening, wordt gedurende 4 jaren of het aantal jaren genoemd in artikel 5.6, verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, met dien verstande dat de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat wordt verstrekt in de vorm van een gift.
|
||||
**1.** Studiefinanciering, met uitzondering van het collegegeldkrediet, de basislening en de aanvullende lening, wordt gedurende 4 jaren of het aantal jaren genoemd in artikel 5.6, dan wel bedoeld in artikel 2.14, derde lid, verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, met dien verstande dat de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat wordt verstrekt in de vorm van een gift.
|
||||
|
||||
**2.** Indien aan de voorwaarden, bedoeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. Deze omzetting is slechts een maal mogelijk.
|
||||
**2.** Indien aan de voorwaarden, bedoeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift.
|
||||
|
||||
**3.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02per 1 januari 2007 € 809,93. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
|
||||
**3.** Studiefinanciering, met uitzondering van het collegegeldkrediet, wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.3, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2007 € 809,93. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** De basislening en de aanvullende lening kunnen gedurende de periode, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt. Het collegegeldkrediet kan gedurende de periode bedoeld in het eerste en derde lid worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** Op aanvraag kan een studerende als bedoeld in artikel 3.4, gedurende de in het derde lid bedoelde periode tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.4, derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Op aanvraag kan een studerende als bedoeld in artikel 3.5, gedurende de in het derde lid bedoelde periode tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 5.2, eerste lid, wordt de studiefinanciering in de vorm van een reisvoorziening verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs gedurende het in dat lid bedoelde aantal jaren, vermeerderd met 3 jaren.
|
||||
|
||||
**2.** Het deel van de prestatiebeurs dat betrekking heeft op het recht op de reisvoorziening, is gelijk aan eentwaalfde deel van de waarde die daarvoor per studerende door het vervoerbedrijf aan Onze Minister in rekening wordt gebracht. De waarde wordt berekend door de voorlopige vergoeding voor het lopende kalenderjaar te corrigeren naar de correctie die de voorlopige vergoeding voor het voorafgaande kalenderjaar onderging. Dit deel van de prestatiebeurs wordt niet uitbetaald of verrekend.
|
||||
**2.** Het deel van de prestatiebeurs dat betrekking heeft op het recht op de reisvoorziening, is gelijk aan eentwaalfde deel van de waarde die daarvoor per studerende door het vervoerbedrijf aan Onze Minister in rekening wordt gebracht. De waarde wordt berekend door de voorlopige vergoeding voor het lopende kalenderjaar te corrigeren naar de correctie die de voorlopige vergoeding voor het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar onderging. Dit deel van de prestatiebeurs wordt niet uitbetaald of verrekend.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de prestatiebeurs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover de kaart is ingeleverd of niet is uitgereikt. In afwijking van artikel 1.2 is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin de reisvoorziening in de vorm van een bedrag in geld is verstrekt of een vergoeding als bedoeld in artikel 3.25, is toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4
|
||||
|
||||
**1.** Een lening voor het volgen van een opleiding als bedoeld in artikel 2.12, wordt op aanvraag gedurende ten hoogste 36 maanden uitsluitend verstrekt voor het aantal maanden studiefinanciering in de vorm van een lening waarop de student nog geen aanspraak heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02per 1 januari 2007 € 809,93. Artikel 3.17 is niet van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -868,40 +904,47 @@ De diplomatermijn hoger onderwijs is een periode van 10 jaren. Deze periode vang
|
|||
|
||||
### Artikel 5.6
|
||||
|
||||
**1.** De prestatiebeurs wordt gedurende ten hoogste 5 jaren verstrekt voor het geheel van een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid, van de WHW en een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, eerste volzin, van de WHW, indien het een masteropleiding met een studielast van meer dan 60 studiepunten betreft. De duur van de prestatiebeurs van 48 maanden wordt zodanig verlengd dat een studielast van 5 studiepunten overeenkomt met een maand prestatiebeurs. Het aldus verkregen aantal maanden wordt naar boven afgerond op hele maanden.
|
||||
**1.** De prestatiebeurs wordt gedurende meer dan 4 jaren verstrekt voor het geheel van een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid van de WHW en een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde, vierde, vijfde of zesde lid, van de WHW. De duur van de prestatiebeurs van 48 maanden wordt met een maand verlengd voor elke 5 studiepunten die de studielast van de masteropleiding boven de 60 studiepunten telt. Indien het aantal studiepunten boven de 60 geen veelvoud van 5 betreft, wordt de prestatiebeurs voor het geheel van studiepunten dat overblijft na toepassing van de vorige volzin, met een maand verlengd.
|
||||
|
||||
**2.** De prestatiebeurs wordt gedurende 5 jaren verstrekt voor het geheel van een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid, van de WHW en een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, vierde of vijfde lid, van de WHW.
|
||||
|
||||
**3.** De prestatiebeurs wordt gedurende ten minste 5 jaren en ten hoogste 6 jaren verstrekt voor het geheel van een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid, van de WHW en een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, tweede volzin, van de WHW. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De prestatiebeurs wordt gedurende 6 jaren verstrekt voor het geheel van een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid, van de WHW en een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, zesde lid, van de WHW.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De prestatiebeurs wordt gedurende 6,5 jaren verstrekt indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. het geheel van een bacheloropleiding en een masteropleiding in de godgeleerdheid aan een openbare of bijzondere universiteit dat, blijkens het onderwijs- en examenprogramma, wordt gevolgd in combinatie met het onderwijs in het kader van een opleiding vanwege een kerkgenootschap tot leraar of ambtsdrager van dat kerkgenootschap, en
|
||||
b. een opleiding met een studielast van 360 studiepunten gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt aan een bijzondere instelling voor wetenschappelijk onderwijs of het geheel van een bacheloropleiding en een masteropleiding godgeleerdheid binnen het wetenschappelijk onderwijs aan een aangewezen instelling als bedoeld in artikel 6.9 van de WHW.
|
||||
|
||||
**6.** De prestatiebeurs wordt gedurende 7 jaar verstrekt voor het geheel van een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid, eerste volzin, van de WHW en een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, zevende lid, van de WHW.
|
||||
**3.** De prestatiebeurs wordt gedurende 7 jaar verstrekt voor het geheel van een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid, eerste volzin, van de WHW en een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, zevende lid, van de WHW.
|
||||
|
||||
**7.** De duur van de prestatiebeurs wordt ten hoogste met 1 jaar verlengd indien het een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid, tweede volzin, van de WHW betreft. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** De duur van de prestatiebeurs wordt ten hoogste met 1 jaar verlengd indien het een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, eerste lid, tweede volzin, van de WHW betreft. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**8.** De duur van de prestatiebeurs wordt met 1 jaar verlengd indien het een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4b, tweede lid, van de WHW betreft.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
**9.** De IB-Groep verlengt op aanvraag van de student de duur van de prestatiebeurs eenmalig met 1 jaar indien de student blijkens gedagtekende verklaringen van een arts en van het bestuur van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven, als gevolg van een lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis niet in staat is het afsluitend examen met goed gevolg af te ronden binnen dat aantal jaren prestatiebeurs.
|
||||
De duur van de prestatiebeurs wordt op aanvraag met 1 jaar verlengd indien het betreft:
|
||||
|
||||
a. een student die met goed gevolg het afsluitende examen van een bacheloropleiding heeft behaald, voorzover bij ministeriële regeling aangewezen, of een daarmee gelijk gesteld diploma, en
|
||||
b. deze student is ingeschreven voor de hbo-lerarenopleiding, voor een daarbinnen te volgen eenjarig programma, waarvan in bedoelde ministeriële regeling is aangegeven dat die opleiding verwant is aan de onder a bedoelde opleiding.
|
||||
|
||||
**6.** De duur van de prestatiebeurs wordt op aanvraag met 1 jaar verlengd indien het een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.30c van de WHW betreft. De eerste volzin is niet van toepassing indien eerder op grond van het zevende lid van dit artikel prestatiebeurs is toegekend.
|
||||
|
||||
**7.** De duur van de prestatiebeurs wordt op aanvraag met 1 jaar verlengd indien met goed gevolg het afsluitende examen van een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, met uitzondering van het derde lid, van de WHW is behaald en daarna een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, van de WHW wordt gevolgd. De eerste volzin is niet van toepassing indien eerder op grond van het vijfde of zesde lid van dit artikel prestatiebeurs is toegekend. De eerste volzin is eveneens niet van toepassing indien eerder op grond van het negende lid van dit artikel prestatiebeurs is toegekend, voor zover dat betrekking had op een opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in algemene vakken.
|
||||
|
||||
**8.** De duur van de prestatiebeurs wordt op aanvraag met 1 jaar verlengd indien reeds eerder prestatiebeurs is toegekend op grond van het vijfde lid en een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4a, derde lid, van de WHW wordt gevolgd.
|
||||
|
||||
**9.** De duur van de prestatiebeurs wordt met 1 jaar verlengd indien het een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.4b, tweede lid, van de WHW betreft.
|
||||
|
||||
**10.** De IB-Groep verlengt op aanvraag van de student de duur van de prestatiebeurs eenmalig met 1 jaar indien de student blijkens gedagtekende verklaringen van een arts en van het bestuur van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven, als gevolg van een lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis niet in staat is het afsluitend examen met goed gevolg af te ronden binnen dat aantal jaren prestatiebeurs.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.2. Omzetting bij afsluitend examen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.7
|
||||
|
||||
**1.** Indien een student binnen de diplomatermijn hoger onderwijs het afsluitend examen van een opleiding in het hoger onderwijs met goed gevolg heeft afgesloten, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
|
||||
**1.** Indien een student binnen de diplomatermijn hoger onderwijs het afsluitend examen van een hbo bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onderdeel a, of het geheel van een wo-bacheloropleiding en een wo-masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdelen a en b, van de WHW met goed gevolg heeft afgesloten, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs omgezet in een gift.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een student binnen de diplomatermijn hoger onderwijs het afsluitend examen van een opleiding in het hoger onderwijs met goed gevolg heeft afgesloten, wordt de resterende periode van zijn prestatiebeurs verstrekt in de vorm van een gift indien hij een andere opleiding in de zin van deze wet of een voltijdse masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3b van de WHW die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de WHW aanvangt.
|
||||
|
||||
**3.** Met een afsluitend examen wordt gelijkgesteld het examen van een deeltijdse opleiding of een opleiding van de Open Universiteit, voor zover deze examens door de WHW daarmee gelijk worden gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Met een afsluitend examen wordt eveneens gelijkgesteld het examen van een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs, voorzover de student daartoe een aanvraag heeft ingediend.
|
||||
**4.** Met een afsluitend examen wordt eveneens gelijkgesteld het examen van een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs en het examen van een programma als bedoeld in artikel 7.8a van de WHW, voorzover de student daartoe een aanvraag heeft ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -1176,8 +1219,9 @@ b. de vorm van de studiefinanciering is vastgelegd,
|
|||
c. de termijn wordt vastgesteld of gewijzigd,
|
||||
d. de draagkracht van de debiteur wordt vastgesteld,
|
||||
e. de hoogte van de lening wordt vastgesteld of gewijzigd,
|
||||
f. de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage wordt vastgesteld of gewijzigd, of
|
||||
g. de hoogte van het bedrag van de kwijtschelding, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, wordt vastgesteld of gewijzigd.
|
||||
f. de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage wordt vastgesteld of gewijzigd,
|
||||
g. de hoogte van het bedrag van de kwijtschelding, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, wordt vastgesteld of gewijzigd, of
|
||||
h. de hoogte van het collegegeldkrediet wordt vastgesteld of gewijzigd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1315,11 +1359,17 @@ De inspecteur, bedoeld in artikel 1.6, verstrekt de gegevens inzake het gecorrig
|
|||
|
||||
### Artikel 9.6b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De IB-Groep kan de gegevens die bij haar bekend zijn als gevolg van de uitvoering van haar wettelijke taken verstrekken aan de voor de verstrekking van een tegemoetkoming in de kosten voor toegang tot het onderwijs of voor levensonderhoud voor studerenden verantwoordelijke autoriteit van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde verantwoordelijke autoriteit toont voor de verstrekking van gegevens aan dat de studerende ten laste van die autoriteit een tegemoetkoming in de kosten voor de toegang tot het onderwijs of voor levensonderhoud heeft aangevraagd dan wel reeds ontvangt.
|
||||
|
||||
**3.** De IB-Groep kan, voor de uitvoering van de wet, inlichtingen over een studerende die studiefinanciering aanvraagt danwel reeds ontvangt, opvragen bij het bevoegd gezag van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte waar de studerende een opleiding wil gaan volgen of volgt met studiefinanciering op grond van artikel 2.14, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.6c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De IB-Groep kan, overeenkomstig artikel 9.6b, gegevens, die bij haar bekend zijn als gevolg van de uitvoering van haar wettelijke taken, uitwisselen met een staat die geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte indien deze staat een passend beschermingsniveau als bedoeld in artikel 76 van de Wet bescherming persoonsgegevens waarborgt.
|
||||
|
||||
**2.** Voor gegevensuitwisseling als bedoeld in artikel 9.6b met een staat die geen passend beschermingsniveau kan waarborgen, kan de IB-Groep een vergunning als bedoeld in artikel 77, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens aanvragen bij Onze Minister van Justitie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9.3. Administratieve sanctie
|
||||
|
||||
|
|
@ -1369,7 +1419,7 @@ In dit hoofdstuk wordt onder tempobeurs verstaan een voorwaardelijke gift die on
|
|||
|
||||
**2.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 5 jaren of het aantal jaren genoemd in artikel 10.5, verstrekt in de vorm van een tempobeurs. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift.
|
||||
|
||||
**3.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van artikel 3.2, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02per 1 januari 2007 € 809,93. De artikelen 3.13 en 3.18 zijn niet van toepassing.
|
||||
**3.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van de artikelen 3.2 en 3.3, naar de maatstaf van 1 januari 2007 € 809,93. De artikelen 3.13 en 3.18 zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -1507,7 +1557,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 11.1
|
||||
|
||||
Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 3.9, derde lid, 3.17, eerste lid, 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 4.7, 4.18, 5.2, 5.4 en 10.3, aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen.
|
||||
Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 3.9, derde lid, 3.17, eerste lid, 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 4.7, 4.18, 5.2 en 10.3, aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -1580,41 +1630,15 @@ Op de deelnemer die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs st
|
|||
|
||||
### Artikel 12.1ba
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Op een student die voor 1 september 2007 voor het volgen van hoger onderwijs buiten Nederland studiefinanciering ontving, blijven de artikelen 2.12, 2.14 en 5.4, zoals die luidden op 31 augustus 2007, van toepassing zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering geniet.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Dit artikel is uitsluitend van toepassing op studenten die voor 1 september 2007 zonder aanspraak op prestatiebeurs of visiebeurs buiten Nederland ingeschreven stonden voor het volgen van een hoger onderwijsopleiding en om deze reden niet kunnen voldoen aan de verblijfsvoorwaarde, genoemd in artikel 2.14, tweede lid.
|
||||
|
||||
Voorzover het peiljaar, het jaar na het peiljaar, het tweede jaar na het peiljaar of het derde jaar na het peiljaar een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar is, wordt voor de toepassing van de artikelen 3.9, 3.10, 3.11 en 3.12:
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 2.14, eerste en tweede lid, kan de student, bedoeld in het eerste lid, voor studiefinanciering voor het volgen van een opleiding die voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 2.14, tweede lid, in aanmerking komen als hij ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan de inschrijving aan de opleiding, bedoeld in het eerste lid, in Nederland heeft gewoond.
|
||||
|
||||
a. onder het gecorrigeerde verzamelinkomen in artikel 3.9, eerste lid, eerste volzin, verstaan het belastbare inkomen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en wordt overigens onder het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het belastbare inkomen,
|
||||
b. onder de gecorrigeerde verzamelinkomens verstaan de belastbare inkomens,
|
||||
c. onder het vast te stellen gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het vast te stellen belastbare inkomen,
|
||||
d. onder de Wet inkomstenbelasting 2001 verstaan de Wet op de inkomstenbelasting 1964,
|
||||
e. onder artikel 9.4 verstaan artikel 64,
|
||||
f. onder het gecorrigeerde belastbare loon in artikel 3.9, tweede lid, verstaan het zuivere loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964 en wordt overigens onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan het zuivere loon,
|
||||
g. in artikel 3.9, derde lid, voor «Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: Indien een ouder voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 4 of 5, en
|
||||
h. in artikel 3.12 voor «Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing wordt» gelezen: Indien een ouder na het peiljaar is ingedeeld in een andere tariefgroep.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voorzover voor de toepassing van artikel 3.17 het toetsingsinkomen over een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar moet worden bepaald, wordt voor de toepassing van dat artikel:
|
||||
|
||||
a. onder de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in de artikelen 3.2 en 3.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek verstaan de winst uit onderneming, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk II van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, en
|
||||
b. aan het slot van onderdeel b toegevoegd: «en» en voor de onderdelen c tot en met f gelezen: c. de niet als loon uit dienstbetrekking genoten zuivere inkomsten, bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk II van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voorzover het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld, het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld of het jaar waarvoor de draagkracht wordt vastgesteld een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar is, wordt voor de toepassing van de artikelen 6.2, 6.11, 6.12 en 6.13:
|
||||
|
||||
a. onder zijn gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan zijn belastbare inkomen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964,
|
||||
b. onder een gecorrigeerd verzamelinkomen verstaan een belastbaar inkomen,
|
||||
c. onder het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het belastbare inkomen,
|
||||
d. onder het vast te stellen gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het vast te stellen belastbare inkomen,
|
||||
e. onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan het zuivere loon,
|
||||
f. in artikel 6.11, tweede lid, voor «indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is» gelezen: « indien de debiteur voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 3, 4 of 5». Voorts wordt voor «Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: «Indien de debiteur is ingedeeld in tariefgroep 1 of 2». Ten slotte wordt voor «indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing zou zijn» gelezen: bij indeling in tariefgroep 3, en
|
||||
g. in artikel 6.13 wordt voor «Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting» gelezen: «Indien de debiteur» en wordt voor «– naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing wordt» gelezen: is ingedeeld in een andere tariefgroep.
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder hoger onderwijsopleiding tevens verstaan een opleiding als bedoeld in artikel 2.12, zoals dat luidde op 31 augustus 2007.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1d
|
||||
|
||||
|
|
@ -1639,7 +1663,7 @@ b. van 1 januari 2007 tot 1 januari 2008:
|
|||
|
||||
### Artikel 12.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
In afwijking van artikel 3.21, tweede lid, kan een student die voor 1 september 2007, zonder aanspraak op studiefinanciering of visiebeurs, reeds ingeschreven stond voor het volgen van hoger onderwijs buiten Nederland, met terugwerkende kracht tot uiterlijk 1 september 2007 aanspraak maken op studiefinanciering voor het volgen van hoger onderwijs buiten Nederland, indien hij uiterlijk 31 augustus 2008 hiertoe een aanvraag indient.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -1672,9 +1696,8 @@ Vervallen
|
|||
In afwijking van artikel 5.6 wordt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de prestatiebeurs mede gedurende 5 jaren verstrekt, indien het betreft een opleiding:
|
||||
|
||||
a. genoemd in artikel 7.4, derde lid, eerste volzin, van de WHW, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde,
|
||||
b. genoemd in artikel 7.4, zesde lid, van de WHW, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde,
|
||||
c. genoemd in artikel 18.16 van de WHW, of
|
||||
d. genoemd in artikel 18.20 van de WHW.
|
||||
b. genoemd in artikel 7.4, zesde lid, van de WHW, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, of
|
||||
c. genoemd in artikel 18.20 van de WHW.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue