2004-11-01 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000
This commit is contained in:
parent
fe5e1aca37
commit
1f0a2fd01e
1 changed files with 27 additions and 32 deletions
|
|
@ -34,7 +34,8 @@ m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, onder bd, van het
|
|||
n. de Wet: de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
o. zeeschip: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, tweede lid, onder c, van de Scheepvaartverkeerswet;
|
||||
p. mijnbouwinstallatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet;
|
||||
q. continentaal plat: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel c, van de Mijnbouwwet.
|
||||
q. continentaal plat: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel c, van de Mijnbouwwet;
|
||||
r. gezinsvorming: gezinshereniging van de echtgenoot, geregistreerd partner of niet-geregistreerde partner, voor zover de gezinsband tot stand is gekomen op een tijdstip waarop de hoofdpersoon in Nederland hoofdverblijf had.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -442,6 +443,8 @@ d. de vreemdeling de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.14
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend aan:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling van achttien jaar of ouder die met de hoofdpersoon een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of een in Nederland geregistreerd partnerschap is aangegaan;
|
||||
|
|
@ -451,6 +454,8 @@ b. de vreemdeling van achttien jaar of ouder, die met de hoofdpersoon een duurza
|
|||
2°. ongehuwd zijn en geen in Nederland geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, tenzij het huwelijk door wettelijke beletselen, waarop geen invloed kan worden uitgeoefend, niet is ontbonden; of
|
||||
c. het minderjarige biologische of juridische kind van de hoofdpersoon, dat naar het oordeel van Onze Minister feitelijk behoort en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van die hoofdpersoon en dat onder het rechtmatige gezag van die hoofdpersoon staat.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval van gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning, in afwijking van het eerste lid, onder a en b, verleend indien de vreemdeling 21 jaar of ouder is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -460,7 +465,7 @@ De verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend aan
|
|||
a. een Nederlander van achttien jaar of ouder, of
|
||||
b. een vreemdeling van achttien jaar of ouder met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, dat niet-tijdelijk is in de zin van artikel 3.5.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als gezinslid in Nederland wil verblijven, zelf als minderjarig kind houder is geweest van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met gezinshereniging, wordt de verblijfsvergunning eerst verleend, nadat deze hoofdpersoon drie jaren rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, of als Nederlander.
|
||||
**2.** Ingeval van gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning, in afwijking van het eerste lid, onder a en b, verleend indien de hoofdpersoon 21 jaar of ouder is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.16
|
||||
|
||||
|
|
@ -506,13 +511,9 @@ De verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend, ind
|
|||
a. duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a, en
|
||||
b. een garantstelling heeft ondertekend, voorzover de vreemdeling als partner van die persoon wil verblijven.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Ingeval van gezinsvorming wordt de verblijfsvergunning, in afwijking van het eerste lid, verleend indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan 120 procent van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning wordt eveneens verleend, indien de hoofdpersoon:
|
||||
|
||||
a. zevenenvijftigeneenhalf jaar of ouder is; of
|
||||
b. naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is, of
|
||||
c. als alleenstaande ouder de zorg heeft over een kind jonger dan vijf jaar, dat rechtmatig verblijf in Nederland heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, dan wel Nederlander is.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de verblijfsvergunning eveneens verleend, indien de hoofdpersoon 65 jaar of ouder is of naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.23
|
||||
|
||||
|
|
@ -542,7 +543,16 @@ b. de achterlating van de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister een one
|
|||
|
||||
### Artikel 3.24a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt onder een beperking verband houdend met gezinshereniging verleend aan de bloedverwant in rechtstreekse opgaande lijn van de alleenstaande minderjarige houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de wet, die niet daadwerkelijk onder de hoede staat van een krachtens wettelijk voorschrift of gewoonterecht voor hem verantwoordelijke volwassene, indien die bloedverwant:
|
||||
|
||||
a. beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd, of behoort tot één van de in artikel 17 van de Wet of in artikel 3.71, tweede lid, bedoelde categorieën;
|
||||
b. beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, of naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld;
|
||||
c. bereid is een onderzoek naar of behandeling voor tuberculose te ondergaan en daaraan mee te werken of de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen, en
|
||||
d. geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78.
|
||||
|
||||
**2.** Indien gezinshereniging mogelijk is in een derde land waarmee de alleenstaande minderjarige of de bloedverwant, bedoeld in het eerste lid, bijzondere banden heeft of indien de aanvraag niet is ingediend binnen drie maanden nadat aan de alleenstaande minderjarige, bedoeld in het eerste lid, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de wet, is verleend, wordt de vergunning eerst verleend, nadat de alleenstaande minderjarige heeft aangetoond duurzaam en zelfstandig te beschikken over over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.25
|
||||
|
||||
|
|
@ -587,13 +597,7 @@ b. die naar het oordeel van Onze Minister in het land van herkomst geen aanvaard
|
|||
|
||||
**3.** Bij de aanvraag wordt een medische verklaring overgelegd en een garantverklaring ondertekend.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt niet op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet afgewezen, indien de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven:
|
||||
|
||||
a. de leeftijd van zevenenvijftigeneenhalf jaar heeft bereikt;
|
||||
b. naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is, of
|
||||
c. als alleenstaande ouder de zorg heeft over een kind beneden de leeftijd van vijf jaar dat rechtmatig verblijf in Nederland heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, dan wel Nederlander is.
|
||||
**4.** De aanvraag wordt niet op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet afgewezen, indien de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven 65 jaar of ouder is of naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.29
|
||||
|
||||
|
|
@ -1058,8 +1062,9 @@ d. eigen vermogen, voorzover de bron van de inkomsten niet wordt aangetast en de
|
|||
De in artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet bedoelde middelen van bestaan zijn voldoende, indien het netto-inkomen gelijk is aan:
|
||||
|
||||
a. de bijstandsnormen als bedoeld in artikel 21 van de Wet werk en bijstand, voor de desbetreffende categorie alleenstaanden, alleenstaande ouders of echtparen en gezinnen, met inbegrip van vakantiegeld;
|
||||
b. in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen: het normbedrag voor uitwonende studenten, bedoeld in de Wet op de Studiefinanciering 2000, aangevuld met de college- en lesgelden die de vreemdeling verschuldigd is, of
|
||||
c. in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen: een combinatie van de onder a en b genoemde normbedragen.
|
||||
b. in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen: het normbedrag voor uitwonende studenten, bedoeld in de Wet op de Studiefinanciering 2000, aangevuld met de college- en lesgelden die de vreemdeling verschuldigd is;
|
||||
c. in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen: een combinatie van de onder a en b genoemde normbedragen;
|
||||
d. ingeval van gezinsvorming: 120 procent van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.75
|
||||
|
||||
|
|
@ -1137,13 +1142,7 @@ De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning
|
|||
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt niet op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen, indien de vreemdeling en degene bij wie hij als gezinslid verblijft gezamenlijk zelfstandig en duurzaam beschikken over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt evenmin op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen afgewezen, indien de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid verblijft:
|
||||
|
||||
a. de leeftijd van zevenenvijftigeneenhalf jaar heeft bereikt;
|
||||
b. naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is, of
|
||||
c. als ouder de zorg heeft over een kind jonger dan vijf jaar dat rechtmatig verblijf in Nederland heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, dan wel Nederlander is.
|
||||
**2.** De aanvraag wordt evenmin op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen, indien de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid verblijft 65 jaar of ouder is of naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.86
|
||||
|
||||
|
|
@ -1153,8 +1152,8 @@ De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
|
|||
|
||||
a. er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag;
|
||||
b. de vreemdeling de echtgenoot of de echtgenote, het minderjarige kind, de partner of het meerderjarige kind, bedoeld in artikel 29, onder e of f, van de Wet, is van een in Nederland verblijvende vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, of
|
||||
c. de vreemdeling met een verblijfsduur korter dan drie jaar wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van twee jaar of meer is bedreigd, bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf, een taakstraf of de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel het buitenlandse equivalent daarvan, is opgelegd, en het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van die straf of maatregel ten minste gelijk is aan de in het tweede lid bedoelde norm;
|
||||
d. de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaar of meer is bedreigd, bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf, een taakstraf of de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel het buitenlandse equivalent daarvan, is opgelegd, en het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van die straf of maatregel ten minste gelijk is aan de in het tweede lid bedoelde norm.
|
||||
c. de vreemdeling met een verblijfsduur korter dan drie jaar wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van twee jaar of meer is bedreigd, bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf of jeugddetentie, een taakstraf of een maatregel als bedoeld in artikel 37a, 38m of 77h, vierde lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, dan wel het buitenlandse equivalent daarvan, is opgelegd, en het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van die straf of maatregel ten minste gelijk is aan de in het tweede lid bedoelde norm;
|
||||
d. de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaar of meer is bedreigd, bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf of jeugddetentie, een taakstraf of een maatregel als bedoeld in artikel 37a, 38m of 77h, vierde lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, dan wel het buitenlandse equivalent daarvan, is opgelegd, en het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van die straf of maatregel ten minste gelijk is aan de in het tweede lid bedoelde norm.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2107,11 +2106,7 @@ c. het verblijf van de vreemdeling in Nederland in de periode nadat de vervoerso
|
|||
|
||||
### Artikel 6.5
|
||||
|
||||
De vreemdeling kan op grond van artikel 67, eerste lid, onder b of c, van de Wet door Onze Minister in ieder geval ongewenst worden verklaard indien:
|
||||
|
||||
a. het rechtmatige verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, met toepassing van artikel 3.86, 3.87 of 3.98 wegens gevaar voor de openbare orde of voor de nationale veiligheid is beëindigd, of
|
||||
b. de vreemdeling, die geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, wegens een misdrijf bij rechterlijk gewijsde is veroordeeld tot een of meer vrijheidsontnemende straffen of maatregelen, waarvan de totale duur zes maanden of meer bedraagt, of
|
||||
c. de vreemdeling, die geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.6
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue