2019-05-01 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000
This commit is contained in:
parent
3426cff95f
commit
1f0a7d6d08
1 changed files with 19 additions and 16 deletions
|
|
@ -639,9 +639,9 @@ s. niet-tijdelijke humanitaire gronden.
|
|||
|
||||
**2.** De beperkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
**3.** Tenzij het doel waarvoor de vreemdeling in Nederland wil verblijven een zodanig verband houdt met de situatie in het land van herkomst dat voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van Onze Minister de indiening van een aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd noodzakelijk is, kan Onze Minister de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verlenen onder een andere beperking, dan genoemd in het eerste lid.
|
||||
**3.** Een beroep op de algemene middelen kan in ieder geval gevolgen hebben voor het verblijfsrecht, indien de verblijfsvergunning is verleend onder één van de beperkingen, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de onderdelen q, r en s. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over deze beperkingen. Indien een beroep op de algemene middelen gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht, stelt Onze Minister de vreemdeling daarvan vooraf schriftelijk in kennis.
|
||||
|
||||
**4.** Een beroep op de algemene middelen kan in ieder geval gevolgen hebben voor het verblijfsrecht, indien de verblijfsvergunning is verleend onder één van de beperkingen, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de onderdelen q, r en s en in het derde lid. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over deze beperkingen. Indien een beroep op de algemene middelen gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht, stelt Onze Minister de vreemdeling daarvan vooraf schriftelijk in kennis.
|
||||
**4.** De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan onder een andere beperking dan genoemd in het eerste lid worden verleend aan bij ministeriële regeling aangewezen categorieën vreemdelingen. Aanwijzing vindt slechts plaats voor zover internationale verplichtingen daartoe nopen dan wel met de aanwezigheid van de desbetreffende vreemdelingen een wezenlijk Nederlands belang is gediend. In de ministeriële regeling kunnen hierover nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 2. Verblijfsrecht van tijdelijke aard
|
||||
|
||||
|
|
@ -707,9 +707,8 @@ d. onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden als be
|
|||
|
||||
Bij afwijzing van de eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan alsnog ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden verleend:
|
||||
|
||||
a. aan de vreemdeling wiens uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
|
||||
b. onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden aan de vreemdeling die slachtoffer-aangever, slachtoffer of getuige-aangever is van mensenhandel, bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, onder a, b of c; of
|
||||
c. onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.48, tweede lid, onder b.
|
||||
a. aan de vreemdeling wiens uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; of
|
||||
b. onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden aan de vreemdeling die slachtoffer-aangever, slachtoffer of getuige-aangever is van mensenhandel, bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, onder a, b of c.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 van de Wet, niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a van de Wet of buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c van de Wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -727,9 +726,15 @@ a. onder een beperking verband houdend met medische behandeling, tijdelijke huma
|
|||
b. aan de vreemdeling met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet, die behoort tot een van de in artikel 17 van de Wet of in artikel 3.71, tweede lid, bedoelde categorieën en met wiens verblijf in Nederland voor een periode van langer dan 90 dagen Onze Minister binnen 90 dagen direct voorafgaande aan de aanmelding op grond van artikel 4.47 heeft ingestemd;
|
||||
c. aan de vreemdeling wiens uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6ba
|
||||
|
||||
**1.** Tot het moment waarop de beslissing op een eerste in Nederland ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een eerste in Nederland ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onherroepelijk is geworden, kan ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden verleend onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend op grond van artikel 3.6, 3.6a of 3.6b.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6c
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 3.6 tot en met 3.6b worden aangewezen waarin de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ambtshalve kan worden verleend.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen andere gevallen dan bedoeld in de artikel 3.6 tot en met 3.6ba worden aangewezen waarin de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ambtshalve kan worden verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de ambtshalve verlenging en wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1324,7 +1329,7 @@ g. zonder verblijfstitel slachtoffer is geworden van arbeidsgerelateerde uitbuit
|
|||
De verblijfsvergunning kan voorts worden verleend aan:
|
||||
|
||||
a. vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken, en
|
||||
b. andere vreemdelingen dan bedoeld in het eerste lid.
|
||||
b. aan bij ministeriële regeling aangewezen categorieën vreemdelingen, anders dan bedoeld in het eerste lid en het tweede lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder c of k, van de Wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1385,8 +1390,7 @@ g. in aanmerking komt voor de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remig
|
|||
4°. als meeremigrerend minderjarig kind van de remigrant rechtmatig verblijf had als bedoeld in artikel 8 van de Wet of als Nederlander, ongeacht de duur daarvan, en zelfstandig om wedertoelating verzoekt indien hij binnen een jaar na remigratie meerderjarig is geworden;
|
||||
h. ten minste één jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning als slachtoffer van mensenhandel die hiervan om zwaarwegende redenen geen aangifte kan of wil doen of anderszins geen medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar;
|
||||
i. ten minste één jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning als slachtoffer van eergerelateerd geweld of dreigend eergerelateerd geweld als bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, onder e;
|
||||
j. ten minste één jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning als slachtoffer van huiselijk geweld of dreigend huiselijk geweld als bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, onder f;
|
||||
k. wegens bijzondere individuele omstandigheden naar het oordeel van Onze Minister blijvend op verblijf in Nederland is aangewezen.
|
||||
j. ten minste één jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning als slachtoffer van huiselijk geweld of dreigend huiselijk geweld als bedoeld in artikel 3.48, eerste lid, onder f.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1395,7 +1399,7 @@ In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, ten eerste, kan de verblijfs
|
|||
a. onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de aanvraag twee jaar rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a, van de Wet heeft gehad als gezinslid van een houder van een door Onze Minister afgegeven Europese blauwe kaart, en
|
||||
b. op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, als gezinslid van de in onderdeel a bedoelde houder van de Europese blauwe kaart ten minste vijf jaar legaal en ononderbroken verblijf heeft gehad op het grondgebied van een staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
|
||||
|
||||
**3.** De verblijfsvergunning kan voorts worden verleend aan andere vreemdelingen dan bedoeld in het eerste en tweede lid. Bij ministeriële regeling kunnen hierover regels worden gesteld.
|
||||
**3.** De verblijfsvergunning kan voorts worden verleend aan bij ministeriële regeling aangewezen categorieën vreemdelingen, anders dan bedoeld in het eerste en tweede lid. In de ministeriële regeling kunnen hierover nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder c en k, van de Wet. De aanvraag wordt evenmin afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder b, van de Wet, indien de aanvraag is ingediend door de in het eerste lid, onder d, bedoelde vreemdeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2224,12 +2228,11 @@ De vreemdeling legt bij de aanvraag ten minste de voor de beslissing van Onze Mi
|
|||
|
||||
a. het een aanvraag betreft tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46;
|
||||
b. het een aanvraag betreft tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46,
|
||||
c. het een aanvraag betreft tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.48, tweede lid, onder b, voor zover daarbij medische omstandigheden aan de orde zijn; of
|
||||
d. de vreemdeling een beroep doet op medische redenen om vrijgesteld te worden van het vereiste van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
|
||||
c. de vreemdeling een beroep doet op medische redenen om vrijgesteld te worden van het vereiste van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
|
||||
|
||||
**2.** De vreemdeling legt bij de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
|
||||
**3.** De vreemdeling legt bij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met niet-tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, onderdeel a, ten tweede, dan wel onderdeel b of k, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
**3.** De vreemdeling legt bij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met niet-tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, onderdeel a, ten tweede, dan wel onderdeel b, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de vreemdeling zich in verband met de intrekking van zijn verblijfsvergunning of in een bezwaarprocedure kan beroepen op medische gronden, legt hij, indien hij daartoe overgaat, ten minste de voor de beslissing van Onze Minister relevante medische gegevens en overige bescheiden over.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3245,7 +3248,7 @@ e. voor andere vreemdelingen: een ingevolge de Wet voor het hebben van toegang t
|
|||
|
||||
**3.** Op het ingevolge het eerste lid, onder a tot en met d, afgegeven document wordt aangetekend of het de vreemdeling toegestaan is arbeid te verrichten en of voor deze arbeid ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning is vereist.
|
||||
|
||||
**4.** Indien aan het verblijf in Nederland van de in het eerste lid, onder a en b, bedoelde vreemdelingen een beperking als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, is verbonden, wordt op het document de aantekening «beroep op de algemene middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht» gesteld.
|
||||
**4.** Indien aan het verblijf in Nederland van de in het eerste lid, onder a en b, bedoelde vreemdelingen een beperking als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, is verbonden, wordt op het document de aantekening «beroep op de algemene middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht» gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.22
|
||||
|
||||
|
|
@ -3814,7 +3817,7 @@ De vreemdeling legt bij een verzoek om toepassing van artikel 64 van de Wet ten
|
|||
|
||||
### Artikel 6.1d
|
||||
|
||||
**1.** Bij afwijzing van een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ambtshalve beoordeeld of er reden is voor toepassing van artikel 64 van de Wet, tenzij op grond van artikel 3.6, eerste lid, alsnog ambtshalve een verblijfsvergunning is verstrekt.
|
||||
**1.** Bij afwijzing van een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ambtshalve beoordeeld of er reden is voor toepassing van artikel 64 van de Wet, tenzij op grond van artikel 3.6, eerste lid, of 3.6ba, eerste lid, alsnog ambtshalve een verblijfsvergunning is verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien de aanvraag betrekking had op een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, en het de eerste zodanige aanvraag betrof.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3822,7 +3825,7 @@ De vreemdeling legt bij een verzoek om toepassing van artikel 64 van de Wet ten
|
|||
|
||||
### Artikel 6.1e
|
||||
|
||||
**1.** Bij afwijzing van de eerste aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt ambtshalve beoordeeld of er reden is voor toepassing van artikel 64 van de Wet, tenzij op grond van artikel 3.6a, eerste lid, alsnog ambtshalve een verblijfsvergunning is verstrekt.
|
||||
**1.** Bij afwijzing van de eerste aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt ambtshalve beoordeeld of er reden is voor toepassing van artikel 64 van de Wet, tenzij op grond van artikel 3.6a, eerste lid, of 3.6ba, eerste lid, alsnog ambtshalve een verblijfsvergunning is verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 van de Wet, niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a van de Wet, is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid onder g, j of k van de Wet of buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c van de Wet.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue