2004-12-30 | BWBR0006781 | Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen

This commit is contained in:
Coornhert 2004-12-30 12:00:00 +00:00
parent 350821d7df
commit 1f22158952

View file

@ -33,7 +33,7 @@ h. bekwaamheidsattest: een bewijsstuk dat een opleiding met goed gevolg is afges
a. het in de aanhef bedoelde bewijsstuk geen onderdeel uitmaakt van een geheel van bewijsstukken dat een diploma dan wel een certificaat als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 dan wel artikel 4 of artikel 5 onderscheidenlijk een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiplomas vormt, en
b. het bewijsstuk is afgegeven in een Lid-Staat anders dan Nederland door het daartoe bij of krachtens wet in die Lid-Staat bevoegde gezag, naar aanleiding van een beoordeling van de persoonlijke kwaliteiten, de bekwaamheden of de kennis van de aanvrager, die voor de uitoefening van een beroep van essentieel belang worden geacht, zonder dat het bewijs van een voorafgaande opleiding is vereist;
i. Lid-Staat: een lid-staat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
i. Lid-Staat: een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
j. beroepservaring: de daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening van het desbetreffende beroep in een Lid-Staat;
k. aanpassingsstage: de uitoefening in Nederland van een beroep onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar van het desbetreffende beroep, met in voorkomende gevallen een aanvullende opleiding, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen;
l. proeve van bekwaamheid: een toets inzake de beroepskennis van aanvrager met betrekking tot vakgebieden die niet worden bestreken door de door aanvrager gevolgde opleiding en die wezenlijk zijn voor de uitoefening van het beroep in Nederland, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen;