From 1f23be4bad54ec67ebb79f2f496349025737959f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2025 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2025-01-01 | BWBR0007168 | Wet belastingen op milieugrondslag --- .../BWBR0007168/README.md | 156 +++++++----------- 1 file changed, 63 insertions(+), 93 deletions(-) diff --git a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md index 021f841eea4..e056626f5b6 100644 --- a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md +++ b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md @@ -22,7 +22,8 @@ c. een belasting op kolen; d. een energiebelasting; e. een minimum CO_2-prijs elektriciteitsopwekking; f. een CO_2-heffing industrie; -g. een vliegbelasting. +g. een CO_2-heffing glastuinbouw; +h. een vliegbelasting. ### Artikel 2 @@ -166,7 +167,7 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. ### Artikel 18 -Het tarief bedraagt € 0,420 per kubieke meter leidingwater. +Het tarief bedraagt € 0,425 per kubieke meter leidingwater. ### Artikel 18a @@ -327,7 +328,7 @@ c. de geldigheidsduur van de beschikking, houdende toestemming tot overbrenging, ### Artikel 27 -**1.** Op de ingevolge artikel 23, eerste lid, onderdeel a of b, verschuldigde belasting wordt in mindering gebracht de belasting ter zake van stoffen, preparaten of voorwerpen die de inrichting, al dan niet na nuttige toepassing, hebben verlaten, met dien verstande dat de vermindering niet wordt toegepast ter zake van percolaat of stortgas. +**1.** Op de ingevolge artikel 23, eerste lid, onderdeel a of b, verschuldigde belasting wordt in mindering gebracht de belasting ter zake van stoffen, preparaten of voorwerpen die de inrichting, al dan niet na nuttige toepassing, hebben verlaten, met dien verstande dat de vermindering niet wordt toegepast ter zake van percolaat, stortgas of stoffen die na verbranding via de schoorsteen de inrichting verlaten. **2.** @@ -364,10 +365,10 @@ b. hoeveel belasting ter zake van de stoffen, preparaten en voorwerpen geheven i Het tarief bedraagt in geval van: -a. het storten van afvalstoffen: € 39,23 per 1.000 kilogram; -b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 39,23 per 1.000 kilogram; +a. het storten van afvalstoffen: € 39,70 per 1.000 kilogram; +b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 39,70 per 1.000 kilogram; c. het verbranden van afvalstoffen in een installatie waarin op grond van bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gestelde voorschriften, dan wel een op grond van laatstgenoemde wet afgegeven omgevingsvergunning, geen huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen en gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand: nihil; -d. de overbrenging van afvalstoffen: € 39,23 per 1.000 kilogram. +d. de overbrenging van afvalstoffen: € 39,70 per 1.000 kilogram. **2.** Bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c, wordt voor de gehele periode van overbrenging het laagste tarief toegepast dat gedurende deze periode op enig moment geldt ingevolge het eerste lid, onderdeel d. De periode van overbrenging vangt aan op het tijdstip van aanvang van de eerste fysieke overbrenging met toepassing van de toestemming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, en eindigt op het tijdstip van de aanvang van de laatste fysieke overbrenging met toepassing van die toestemming. @@ -575,7 +576,7 @@ De belasting wordt berekend over het gewicht van de kolen, uitgedrukt in kilogra ### Artikel 43 -Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 18,10. +Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 18,32. ### Afdeling 5. Vrijstellingen @@ -646,7 +647,7 @@ d. verbruiksperiode: 2°. in overige gevallen: kalenderjaar; e. eindfactuur: definitieve jaarlijkse factuur waarin verrekening plaatsvindt met de voorschotnota’s of voorschotbedragen die betrekking hebben op de verbruiksperiode waarop de jaarlijkse factuur ziet; f. aansluiting: een aansluiting van een in Nederland gelegen onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken op een Nederlands distributienet waaruit elektriciteit of aardgas aan de verbruiker wordt geleverd; een aansluiting kan bestaan uit een of meer leveringspunten; -g. installatie voor warmtekrachtkoppeling: een installatie waarin aardgas wordt verstookt voor de gecombineerde opwekking van warmte en kracht met een totaal energetisch rendement van minimaal 60%, gebaseerd op de calorische onderwaarde van het gas. Onder het totaal energetisch rendement wordt verstaan de som van het rendement van de elektriciteitsopwekking en tweederde deel van het rendement van de productie van nuttig aan te wenden warmte, berekend op de onderste verbrandingswaarde van aardgas; +g. installatie voor elektriciteitsopwekking: een zelfstandige installatie waarin elektriciteit wordt opgewekt door middel van aardgas of elektriciteit, waarbij tot de installatie behoren onderdelen die rechtstreeks worden ingezet voor het opwekken van elektriciteit, daarmee in technisch verband staan en gevolgen kunnen hebben voor het opwekken van elektriciteit, alsmede onderdelen die zijn aangebracht uit het oogpunt van milieuverbetering, veiligheid of efficiëntie; h. installatie voor blokverwarming: een gemeenschappelijke voorziening voor de verwarming van meer dan een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken; i. hernieuwbare energiebronnen: wind, zonne-energie, aardwarmte, golfenergie, getijdenenergie, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas; j. biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval; @@ -668,7 +669,7 @@ y. energieopslagfaciliteit: een installatie waar energieopslag plaatsvindt; z. eindafrekening: de laatste factuur aan de verbruiker die wordt opgemaakt bij het beëindigen van het contract; aa. begunstigde: een onderneming als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie die staatssteun ontvangt als gevolg van een steunmaatregel; ab. kmo: een kleine, middelgrote onderneming of micro-onderneming als bedoeld in bijlage I van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); -ac. EAN-code: de EAN-code, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling afnemers en monitoring Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. +ac. EAN-code: uniek identificatienummer conform de Europese Artikel Nummering betreffende de aansluiting. **2.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het begrip zuivere biomassa. @@ -727,7 +728,7 @@ Het derde lid, onderdelen c en d, is niet van toepassing met betrekking tot het a. elektriciteit die de verbruiker heeft opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen, met uitzondering van elektriciteit uit biomassa die niet als zuivere biomassa wordt aangemerkt; b. elektriciteit die de verbruiker heeft opgewekt door middel van een noodinstallatie in geval van storingen bij de levering via het distributienet; c. stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas dat de verbruiker heeft gewonnen; -d. elektriciteit die de verbruiker heeft opgewekt door middel van een installatie voor warmtekrachtkoppeling. +d. elektriciteit die de verbruiker heeft opgewekt door middel van een installatie voor elektriciteitsopwekking met een totaal opgesteld elektrisch vermogen van niet meer dan 20 megawatt. **7.** Bij of krachtens op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaraan een organisatorische eenheid die een energieopslagfaciliteit exploiteert moet voldoen. @@ -809,19 +810,19 @@ Het tarief bedraagt voor: a. aardgas, met uitzondering van aardgas als bedoeld in onderdeel b, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3 voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 1 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,58301; -– hoger is dan 1 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,58301; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,22378; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,12855; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,04886; -b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,20097 per kubieke meter; +– niet hoger is dan 1 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,57816; +– hoger is dan 1 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,57816; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,31573; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,20347; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,05385; +b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,20338 per kubieke meter; c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 2 900 kWh, per kWh € 0,1088‬; -– hoger is dan 2 900 kWh, maar niet hoger dan 10 000 kWh, per kWh € 0,10880; -– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,09037; -– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,03943; -– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00254 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00188 voor zakelijk verbruik. +– niet hoger is dan 2 900 kWh, per kWh € 0,10154; +– hoger is dan 2 900 kWh, maar niet hoger dan 10 000 kWh, per kWh € 0,10154; +– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,06937; +– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,03868; +– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00388 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00321 voor zakelijk verbruik. **2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. @@ -853,10 +854,10 @@ Indien de verlaging van het tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt ve In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,09365; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,08444; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,12855; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,04886. +– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter 23% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tweede aandachtsstreepje; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter 43% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, derde aandachtsstreepje; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter 100% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, vierde aandachtsstreepje; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter 100% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, vijfde aandachtsstreepje. **2.** De tarieven, genoemd in het eerste lid, zijn niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden. @@ -894,54 +895,9 @@ Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens he a. de naam van de belastingplichtige die het eerste lid toepast; b. het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, het adres, telefoonnummer en e-mailadres van die belastingplichtige. -### Artikel 60a - -**1.** - -In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, bedraagt het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: - -– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,04089; -– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,04089; -– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,01236; -– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00127. - -**2.** De tarieven, genoemd in het eerste lid, zijn niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is. - -**3.** Bij of krachtens op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder de tarieven, bedoeld in het eerste lid, worden toegepast en worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden. - -**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van het eerste tot en met derde lid van dit artikel. - -**5.** - -Indien een begunstigde staatssteun ontvangt als gevolg van de toepassing van dit artikel verstrekt de belastingplichtige: - -a. aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat jaarlijks vóór een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen datum en op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze ten aanzien van die begunstigde de volgende gegevens en inlichtingen die worden gebruikt in verband met de verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening met betrekking tot transparantievereisten: - -1°. de naam en het adres van de begunstigde en de provincie waarin deze is gevestigd; -2°. het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007; -3°. de datum waarop de steun voor het eerst is verleend; -4°. per EAN-code het bedrag van de staatssteun in het betreffende kalenderjaar; -b. aan Onze Minister op diens verzoek gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn in het kader van artikel 108, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. - -**6.** - -Een begunstigde die staatssteun ontvangt als gevolg van de toepassing van dit artikel verstrekt: - -a. aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op diens verzoek gegevens en inlichtingen waaruit blijkt of de begunstigde een kmo is, indien op basis van gegevens en inlichtingen als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, blijkt dat de begunstigde in een kalenderjaar meer staatssteun heeft ontvangen als gevolg van de toepassing van dit artikel dan het drempelbedrag, bedoeld in Bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de op grond van dit onderdeel te verstrekken gegevens en inlichtingen nodig heeft om te bepalen of de begunstigde een kmo is; -b. aan Onze Minister op diens verzoek gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn in het kader van artikel 108, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor zover de belastingplichtige niet over de gegevens en inlichtingen beschikt. - -**7.** Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een last onder dwangsom opleggen ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens het vijfde lid, onderdeel a, of zesde lid, onderdeel a. - -**8.** - -Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens het vijfde lid, onderdeel a, verstrekt de inspecteur indien beschikbaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: - -a. de naam van de belastingplichtige die het eerste lid toepast; -b. het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007, het adres, telefoonnummer en e-mailadres van die belastingplichtige. - ### Artikel 60b -**1.** In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, bedraagt het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een walstroominstallatie die geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in artikel 70a, derde lid, per kWh 10% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, vierde aandachtstreepje. +**1.** In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, bedraagt het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een walstroominstallatie die geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in artikel 70a, derde lid, per kWh 20% van het tarief, genoemd in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, vierde aandachtstreepje. **2.** Het tarief, genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is. @@ -993,7 +949,7 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d ### Artikel 63 -**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 521,78 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. +**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 524,95 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. **2.** Indien het bedrag van de over de verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald. @@ -1009,11 +965,20 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d ### Artikel 64 -**1.** Vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik van aardgas en elektriciteit die worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit in een installatie met een elektrisch rendement van minimaal 30 percent dan wel in een installatie met behulp waarvan elektriciteit wordt opgewekt uitsluitend door middel van hernieuwbare energiebronnen en elektriciteit. +**1.** -**2.** Als installatie met een elektrisch rendement van minimaal 30 percent wordt aangemerkt een installatie met een gemiddeld gebruik van aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, van maximaal 0,38 Nm^3 aardgas per opgewekte kWh. Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, wordt de in de eerste volzin genoemde maximale hoeveelheid naar evenredigheid verhoogd, onderscheidenlijk verlaagd. +Vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik van: -**3.** +a. aardgas dat wordt gebruikt in een installatie voor elektriciteitsopwekking tot een volume dat correspondeert met 0,2808 Nm^3 per opgewekte kWh elektriciteit; +b. aardgas dat wordt gebruikt in een installatie voor elektriciteitsopwekking met behulp waarvan elektriciteit wordt opgewekt uitsluitend door middel van hernieuwbare energiebronnen en elektriciteit; +c. elektriciteit die wordt gebruikt in een installatie voor elektriciteitsopwekking; en +d. elektriciteit en aardgas die worden gebruikt voor de instandhouding van het vermogen elektriciteit te produceren. + +**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt bij een installatie voor elektriciteitsopwekking met een totaal opgesteld elektrisch vermogen van niet meer dan 20 megawatt vrijstelling van de belasting verleend ter zake van de levering of het verbruik van aardgas dat wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit tot een hoeveelheid die correspondeert met 0,2808 Nm^3 per kWh elektriciteit die de exploitant van de installatie invoedt op een distributienet alsmede 0,1670 Nm^3 per kWh elektriciteit die de exploitant van de installatie niet invoedt op een distributienet. De hoeveelheid opgewekte elektriciteit die wordt betrokken bij de berekening van de hoeveelheid aardgas waarvoor de per verbruiksperiode te berekenen vrijstelling wordt verleend is maximaal de hoeveelheid elektriciteit die de exploitant heeft opgewekt met de installatie. + +**3.** Indien het aardgas, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en in het tweede lid, een bovenste verbrandingswaarde heeft die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, wordt het volume, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, naar evenredigheid verhoogd, onderscheidenlijk verlaagd. + +**4.** Vrijstelling van belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik van: @@ -1028,7 +993,7 @@ c. oppervlaktebehandeling bestaande uit harden of warmtebehandeling van metalen. De vrijstelling voor metallurgische procedés geldt alleen voor bedrijven die volgens de Standaard Bedrijfsindeling van 21 juli 2008 van het Centraal Bureau voor de Statistiek behoren tot code 24 of 25. -**4.** +**5.** Vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik van aardgas dat wordt gebruikt voor mineralogische procedés. @@ -1036,16 +1001,16 @@ Als mineralogische procedés worden aangemerkt de vervaardiging van glas en glas De vrijstelling voor mineralogische procedés geldt alleen voor de bedrijven die volgens de Standaard Bedrijfsindeling van 21 juli 2008 van het Centraal Bureau voor de Statistiek behoren tot code 23. -**5.** +**6.** Vrijstelling van belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik van aardgas dat wordt gebruikt anders dan als brandstof dan wel aardgas dat wordt gebruikt als additief of als vulstof in producten die direct of indirect zijn bestemd voor verbruik, worden aangeboden voor verkoop of worden verbruikt als aardgas. De vrijstelling is niet van toepassing indien het gebruik van die producten: a. niet als verbruik wordt aangemerkt ingevolge artikel 51, eerste lid; of b. is onderworpen aan het tarief van nihil, bedoeld in artikel 59, vierde lid. -**6.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de vrijstellingen, bedoeld in het eerste, derde, vierde en vijfde lid, worden verleend. +**7.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de vrijstellingen, bedoeld in het eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, worden verleend. -**7.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**8.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. ### Artikel 65 @@ -1117,15 +1082,17 @@ g. de instelling, bedoeld in onderdeel c, beschikt over een eigen aansluiting. ### Artikel 70 -**1.** Op verzoek wordt aan de verbruiker teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot aardgas en elektriciteit die worden gebruikt op een in artikel 64, eerste lid, bedoelde wijze. +**1.** Op verzoek wordt aan de verbruiker teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot aardgas en elektriciteit die worden gebruikt op een in artikel 64, eerste lid, onderdeel d, bedoelde wijze. -**2.** Op verzoek wordt aan de verbruiker teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot elektriciteit die wordt gebruikt op een in artikel 64, derde lid, eerste volzin, eerste aandachtsstreepje, bedoelde wijze. +**2.** Op verzoek wordt aan de verbruiker teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot elektriciteit die wordt gebruikt op een in artikel 64, eerste lid, onderdeel c, en vierde lid, eerste volzin, eerste aandachtsstreepje, bedoelde wijze. -**3.** Op verzoek wordt aan de verbruiker teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot aardgas dat wordt gebruikt op een in artikel 64, derde lid, eerste volzin, tweede aandachtsstreepje, vierde en vijfde lid, bedoelde wijze. +**3.** Op verzoek wordt aan de verbruiker teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot aardgas dat wordt gebruikt op een in artikel 64, eerste lid, onderdeel b, vierde lid, eerste volzin, tweede aandachtsstreepje, vijfde en zesde lid, bedoelde wijze. -**4.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de teruggaven, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden verleend. +**4.** Op verzoek wordt aan de verbruiker van wie geen belasting wordt geheven als bedoeld in artikel 53 teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot aardgas dat wordt gebruikt op een in artikel 64, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid bedoelde wijze. -**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**5.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de teruggaven, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, worden verleend. + +**6.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. ### Artikel 70a @@ -1246,14 +1213,17 @@ j. *meetbare warmte:* meetbare warmte als bedoeld in artikel 2, zevende lid, va k. *Restgassen*: afgas als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten; l. *stadsverwarming:* stadsverwarming als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2019, L 59). +### Artikel 71ha + +Indien een afvalverbrandingsinstallatie tevens een broeikasgasinstallatie is, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk met betrekking tot afvalverbrandingsinstallaties van toepassing. + ### Artikel 71i -Dit hoofdstuk is van toepassing op industriële installaties met uitzondering van broeikasgasinstallaties die direct of indirect uitsluitend worden geëxploiteerd voor: +Dit hoofdstuk is van toepassing op industriële installaties met uitzondering van broeikasgasinstallaties van een glastuinbouwbedrijf of energiebedrijf voor glastuinbouw waarop hoofdstuk VIC van toepassing is en broeikasgasinstallaties die direct of indirect uitsluitend worden geëxploiteerd voor: -a. het in een kas telen van gewassen; -b. stadsverwarming; -c. het verwarmen of koelen van ruimten van gebouwen of locaties, daaronder begrepen het nagenoeg uitsluitend verwarmen of koelen van ruimten van gebouwen of locaties, en de meetbare warmte niet wordt gebruikt voor de productie van producten en daarmee verband houdende activiteiten; of -d. het opwekken van elektriciteit zonder het gebruik van restgassen als brandstof. +a. stadsverwarming; +b. het verwarmen of koelen van ruimten van gebouwen of locaties, daaronder begrepen het nagenoeg uitsluitend verwarmen of koelen van ruimten van gebouwen of locaties, en de meetbare warmte niet wordt gebruikt voor de productie van producten en daarmee verband houdende activiteiten; of +c. het opwekken van elektriciteit zonder het gebruik van restgassen als brandstof. ### Afdeling 2. Grondslag en belastingplicht @@ -1321,10 +1291,10 @@ De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de emissie van broeikasga Het tarief bedraagt: -a. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel a, per ton kooldioxide-equivalent € 74,17; +a. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel a, per ton kooldioxide-equivalent € 87,90; b. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel b, per ton kooldioxide-equivalent het tarief, genoemd in artikel 71f, eerste lid. -**2.** Bij aanvang van ieder kalenderjaar na het kalenderjaar 2021 tot en met kalenderjaar 2030 wordt, alvorens artikel 90 wordt toegepast, het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verhoogd met € 12,69. +**2.** Bij aanvang van ieder kalenderjaar na het kalenderjaar 2021 tot en met kalenderjaar 2030 wordt, alvorens artikel 90 wordt toegepast, het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verhoogd met € 12,84. **3.** Voor een broeikasgasinstallatie wordt het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verminderd met de termijnkoers van het broeikasgasemissierecht. Het tarief is niet lager dan nihil. De termijnkoers van het broeikasgasemissierecht is voor een kalenderjaar het gewone gemiddelde, in euro, van de dagelijkse éénjaarstermijnkoersen van broeikasgasemissierechten (slotverkoopkoersen) voor levering in december van dat jaar, zoals waargenomen van 1 september tot en met 31 oktober voorafgaand aan datzelfde jaar op de koolstofbeurs in de Europese Unie met het hoogste handelsvolume van die éénjaarstermijncontracten in die maanden. @@ -1492,7 +1462,7 @@ De vliegbelasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de passagier met een ### Artikel 77 -Het tarief bedraagt € 29,05 per passagier. +Het tarief bedraagt € 29,40 per passagier. ### Afdeling 5. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing @@ -1602,7 +1572,7 @@ Vervallen ### Artikel 90 -De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 18, 28, 43, 59, eerste en derde lid, 60, eerste lid, 60a, eerste lid, 71p, eerste en tweede lid, en 77 vermelde bedragen. +De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 18, 28, 43, 59, eerste en derde lid, 71p, eerste en tweede lid, en 77 vermelde bedragen. Het bepaalde in de eerste zin vindt tevens toepassing op de bedragen voor het kalenderjaar 2025 en volgende kalenderjaren, genoemd in artikel 71y, eerste lid, met dien verstande dat daarbij telkens voor elk betreffend kalenderjaar de tabelcorrectiefactor wordt toegepast die op dat kalenderjaar ziet en voorts die tabelcorrectiefactor telkens eveneens wordt toegepast op de bedragen voor de kalenderjaren die op dat kalenderjaar volgen. ### Artikel 91