2007-12-21 | BWBR0020379 | Besluit maatschappelijke ondersteuning

This commit is contained in:
Coornhert 2007-12-21 12:00:00 +00:00
parent 43ddb19c75
commit 1f2546b275

View file

@ -17,30 +17,12 @@ citeertitel: Besluit maatschappelijke ondersteuning
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning;
b. project: een activiteit op het terrein van de maatschappelijke ondersteuning met een incidenteel karakter;
b. vervallen;
c. uitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 20 van de wet;
d. stimuleringsuitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 21 van de wet;
e. maatschappelijke opvang: maatschappelijk opvang, vrouwenopvang daaronder niet begrepen;
f. peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend.
## Hoofdstuk Ia. Vreemdelingen die met een Nederlander worden gelijkgesteld
### Artikel 1a
**1.**
Voor de toepassing van de wet wordt met een Nederlander gelijkgesteld de vreemdeling die, na rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vreemdelingenwet 2000:
a. voor de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating, of
b. binnen de termijn, genoemd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, of, buiten die termijn, in geval artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de zin van artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vreemdelingenwet 2000.
**2.**
De gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, eindigt zodra:
a. onherroepelijk op de aanvraag, het bezwaar of het beroep is beslist, of
b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven.
## Hoofdstuk II. Uitkeringen ten behoeve van beleid op het terrein van openbare geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid
### Artikel 2.1
@ -97,21 +79,23 @@ Onze Minister kan, gelet op het belang dat dit hoofdstuk beoogt te beschermen, a
## Hoofdstuk III. Stimuleringsuitkeringen
### Paragraaf 1. Het aanvragen van een stimuleringsuitkering
### Paragraaf 1. Het aanvragen of ambtshalve toekennen van een stimuleringsuitkering
### Artikel 3.1.1
**1.** De aanvraag voor een stimuleringsuitkering, anders dan ten behoeve van een project, wordt uiterlijk dertien weken vóór de aanvang van het desbetreffende kalenderjaar ingediend.
**1.** Een stimuleringsuitkering wordt op aanvraag verleend.
**2.** Bij de aanvraag wordt aangegeven welke activiteiten met behulp van de stimuleringsuitkering zullen worden gesubsidieerd, welke doelen daarmee worden nagestreefd en welke kosten met de activiteiten zullen zijn gemoeid.
**2.** Onze Minister kan stimuleringsuitkeringen verlenen die zich uitstrekken over meer dan één kalenderjaar.
**3.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.
**3.** De aanvraag van de stimuleringsuitkering wordt uiterlijk dertien weken vóór de aanvang van de periode waarop deze betrekking heeft, ingediend.
**4.** Bij de aanvraag wordt aangegeven welke activiteiten met behulp van de stimuleringsuitkering zullen worden gesubsidieerd, welke doelen daarmee worden nagestreefd en welke kosten met de activiteiten zullen zijn gemoeid.
**5.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het derde lid genoemde aanvraagtermijn.
### Artikel 3.1.2
**1.** Onze Minister kan voor projecten stimuleringsuitkeringen verlenen die zich uitstrekken over meer dan één kalenderjaar.
**2.** Een aanvraag van een stimuleringsuitkering ten behoeve van een project wordt uiterlijk dertien weken vóór de aanvang van de periode waarop deze betrekking heeft, ingediend. Artikel 3.1.1, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien het bedrag van een stimuleringsuitkering wordt bepaald door het voor het verstrekken van stimuleringsuitkeringen in een bepaald tijdvak beschikbare bedrag onder gemeenten te verdelen op grond van een verdeelmaatstaf als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit financiële verhouding 2001 kan de stimuleringsuitkering in afwijking van artikel 3.1.1 zonder voorafgaande aanvraag worden verleend. Bij ministeriële regeling wordt als dan bepaald voor welke activiteiten de stimuleringsuitkering is bestemd.
### Paragraaf 2. Het verlenen van een stimuleringsuitkering en de bevoorschotting
@ -123,6 +107,12 @@ Onze Minister kan, gelet op het belang dat dit hoofdstuk beoogt te beschermen, a
**3.** De artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3.2.1a
**1.** Indien de stimuleringsuitkering zonder voorafgaande aanvraag wordt verleend, wordt in de beschikking tot verlening van de stimuleringsuitkering het bedrag van de stimuleringsuitkering vermeld dan wel de wijze waarop dit wordt bepaald en welk bedrag ten hoogste zal worden verleend.
**2.** De artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3.2.2
**1.** Nadat een aanvraag voor een stimuleringsuitkering is ingediend, kan Onze Minister voorschotten verlenen.
@ -131,6 +121,12 @@ Onze Minister kan, gelet op het belang dat dit hoofdstuk beoogt te beschermen, a
**3.** Indien de aanvraag te laat wordt ingediend en Onze Minister de aanvraag desondanks in behandeling neemt, kan hij het verlenen van voorschotten evenredig later doen plaatsvinden.
### Artikel 3.2.2a
**1.** Indien de stimuleringsuitkering zonder voorafgaande aanvraag wordt verleend, kan Onze Minister voorschotten verlenen.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de bevoorschotting.
### Artikel 3.2.3
**1.** Bij de verlening van een stimuleringsuitkering kan Onze Minister bepalen dat het uitkeringsbedrag door hem wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
@ -165,11 +161,11 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aan de
### Artikel 3.4.1
De bijlage bij de jaarrekening van het jaar volgend op het jaar waarin de uitkeringsperiode afloopt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
De bijlage bij de jaarrekening van het jaar volgend op het jaar waarin een stimuleringsuitkering is verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
### Artikel 3.4.2
Onze Minister geeft binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, een beschikking tot vaststelling van de stimuleringsuitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4:52, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Onze Minister geeft binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording, volgend op het jaar waarin de uitkeringsperiode afloopt een beschikking tot vaststelling van de stimuleringsuitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4:52, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 5. Overige bepalingen
@ -177,7 +173,7 @@ Onze Minister geeft binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinform
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het bedrag van een stimuleringsuitkering wordt berekend.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inrichting en de wijze van indiening van aanvragen, het activiteitenplan, het projectplan en het verslag.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inrichting en de wijze van indiening van aanvragen, het activiteitenplan en het verslag.
### Artikel 3.5.2