2009-12-19 | BWBR0025028 | Mediawet 2008
This commit is contained in:
parent
bcbb1195d1
commit
1f336db282
1 changed files with 178 additions and 95 deletions
|
|
@ -28,15 +28,15 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *dagbladmarkt:* door het Stimuleringsfonds voor de pers, genoemd in artikel 8.1, vastgestelde gemiddelde betaalde oplage, in een kalenderjaar, van persorganen die bestemd zijn voor het publiek in Nederland en ten minste zes keer per week verschijnen;
|
||||
- *educatieve media-instelling:* instelling als bedoeld in artikel 2.28, eerste lid;
|
||||
- *erkenningperiode:* periode als bedoeld in artikel 2.29, eerste lid;
|
||||
- *Europese richtlijn:*
|
||||
richtlijn nr. 89/552/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten (PbEG L 298), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 (PbEG L 202);
|
||||
- *Europese richtlijn:* Richtlijn 89/552/EEG van 3 oktober 1989 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn Audiovisuele mediadiensten);
|
||||
- *evenement:* georganiseerde voor het publiek toegankelijke gebeurtenis op het terrein van sport of cultuur;
|
||||
- *landelijke publieke media-instelling:* instelling die op grond van titel 2.2 media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst verzorgt;
|
||||
- *lokale publieke media-instelling:* instelling die op grond van titel 2.3 is aangewezen voor de verzorging van een lokale publieke mediadienst;
|
||||
- *media-aanbod:* één of meer elektronische producten met beeld- of geluidsinhoud die bestemd zijn voor afname door het algemene publiek of een deel daarvan;
|
||||
- *mediadienst:* dienst die bestaat uit het verzorgen van media-aanbod door middel van openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van de Telecommunicatiewet, waarvoor de verzorger redactionele verantwoordelijkheid draagt;
|
||||
- *mediadienst op aanvraag:* mediadienst die bestaat uit het verzorgen van media-aanbod dat op individueel verzoek en op een moment naar keuze kan worden afgenomen;
|
||||
- *NPS:* Nederlandse Programma Stichting, genoemd in artikel 2.35;
|
||||
- *omroepdienst:* mediadienst die betrekking heeft op het verzorgen van media-aanbod dat op basis van een schema dat is vastgesteld door de instelling die verantwoordelijk is voor het media-aanbod, al dan niet gecodeerd door middel van een omroepzender of een omroepnetwerk wordt verspreid voor gelijktijdige ontvangst door het algemene publiek of een deel daarvan;
|
||||
- *omroepdienst:* mediadienst die betrekking heeft op het verzorgen van media-aanbod dat op basis van een chronologisch schema dat is vastgesteld door de instelling die verantwoordelijk is voor het media-aanbod, al dan niet gecodeerd door middel van een omroepzender of een omroepnetwerk wordt verspreid voor gelijktijdige ontvangst door het algemene publiek of een deel daarvan;
|
||||
- *omroepnet:* transmissiecapaciteit op een omroepnetwerk of een omroepzender die noodzakelijk is om continu programma-aanbod te verspreiden;
|
||||
- *omroepnetwerk:* openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van de Telecommunicatiewet, dat wordt gebruikt of mede wordt gebruikt om, hoofdzakelijk met gebruik van kabels, programma’s te verspreiden;
|
||||
- *omroepzender:* radiozendapparaat als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel kk, van de Telecommunicatiewet dat wordt gebruikt of mede wordt gebruikt voor het verspreiden van programma’s;
|
||||
|
|
@ -46,6 +46,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
1°. het tarief dat een aanbieder van een omroepnetwerk aan de aangeslotenen op het omroepnetwerk in rekening brengt voor de ontvangst van het programma-aanbod van een door de aanbieder met inachtneming van de artikelen 6.12 tot en met 6.14 vast te stellen aantal omroepnetten; of
|
||||
2°. de kosten van aankoop of gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst van televisieprogramma’s mogelijk maken;
|
||||
- *politieke partij:* politieke partij als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet subsidiëring politieke partijen;
|
||||
- *productplaatsing:* het tegen betaling of soortgelijke vergoeding opnemen van of het verwijzen naar een product, dienst of (beeld)merk binnen het kader van een programma, of met een programma overeenkomend onderdeel van het media-aanbod;
|
||||
- *programma:* elektronisch product met beeld- of geluidsinhoud dat duidelijk afgebakend is en als zodanig herkenbaar onder een afzonderlijke titel via een omroepdienst wordt verspreid;
|
||||
- *programma-aanbod:* geheel van media-aanbod dat wordt verspreid via een omroepdienst;
|
||||
- *programmakanaal:* geordende geheel van programma-aanbod dat onder een herkenbare naam wordt verspreid via een omroepzender of omroepnetwerk;
|
||||
|
|
@ -56,9 +57,13 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *radio-omroep:* omroepdienst die betrekking heeft op radioprogramma-aanbod;
|
||||
- *radioprogramma:* programma met uitsluitend geluidsinhoud;
|
||||
- *reclameboodschap:* uiting in welke vorm dan ook, niet zijnde een telewinkelboodschap, waarmee onmiskenbaar wordt beoogd het publiek te bewegen tot het kopen van een bepaald product of het gebruik maken van een bepaalde dienst, dan wel gunstig te stemmen ten aanzien van een bepaald bedrijf, een bedrijfstak of een bepaalde instelling teneinde de verkoop van producten of de afname van diensten te bevorderen;
|
||||
- *redactionele verantwoordelijkheid:* het uitoefenen van effectieve controle over:
|
||||
|
||||
a. de keuze van het media-aanbod; en
|
||||
b. de ordening van het media-aanbod in een chronologisch schema voor wat betreft programma’s, of in een catalogus voor wat betreft het media-aanbod van mediadiensten op aanvraag;
|
||||
- *regionale publieke media-instelling:* instelling die op grond van titel 2.3 is aangewezen voor de verzorging van een regionale publieke mediadienst;
|
||||
- *sluikreclame:* het anders dan op grond van deze wet vermelden of tonen van namen, (beeld)merken, producten, diensten of activiteiten van personen, bedrijven of instellingen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd of mede wordt beoogd reclame te maken, met dien verstande dat het oogmerk in elk geval aanwezig is als de vertoning of vermelding tegen betaling of soortgelijke vergoeding geschiedt;
|
||||
- *sponsoring:* het verstrekken van financiële of andere bijdragen door een overheidsbedrijf dat of particuliere onderneming die zich gewoonlijk niet bezighoudt met de verzorging van mediadiensten of media-aanbod, ten behoeve van de totstandkoming of aankoop van media-aanbod, teneinde de verspreiding daarvan naar het algemene publiek of een deel daarvan te bevorderen of mogelijk te maken;
|
||||
- *sponsoring:* het verstrekken van financiële of andere bijdragen door een onderneming of een natuurlijke persoon die zich gewoonlijk niet bezighoudt met de verzorging van mediadiensten of media-aanbod, ten behoeve van de totstandkoming of aankoop van media-aanbod, teneinde de verspreiding daarvan naar het algemene publiek of een deel daarvan te bevorderen of mogelijk te maken;
|
||||
- *sportwedstrijd:* wedstrijd of de voorbereiding op een wedstrijd, georganiseerd door of onder auspiciën van de door het NOC*NSF erkende nationale sportorganisaties en hun geledingen, of door vergelijkbare internationale, al dan niet overkoepelende sportorganisaties, dan wel een andere wedstrijd of de voorbereiding op een wedstrijd van een sport die door het NOC*NSF als sport is aangemerkt;
|
||||
- *Ster:* Stichting Etherreclame, genoemd in artikel 2.99;
|
||||
- *Stichting:* Nederlandse Omroep Stichting, genoemd in artikel 2.2;
|
||||
|
|
@ -73,7 +78,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 1.2
|
||||
|
||||
**1.** Onder de bevoegdheid van Nederland vallen instellingen die een televisieprogramma verzorgen en krachtens artikel 2 van de Europese richtlijn onder die Nederlandse bevoegdheid vallen.
|
||||
**1.** Onder de bevoegdheid van Nederland vallen publieke of commerciële media-instellingen die krachtens artikel 2 van de Europese richtlijn onder die Nederlandse bevoegdheid vallen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een instelling die radioprogramma’s verzorgt, met dien verstande dat in ieder geval onder de bevoegdheid van Nederland valt een instelling die radioprogramma’s verzorgt die in Nederland door middel van een omroepzender, satelliet daaronder niet begrepen, worden verspreid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1092,7 +1097,7 @@ c. tussentijdse wijziging in verband met veranderende inzichten of omstandighede
|
|||
|
||||
### Titel 2.5. Nadere voorschriften media-aanbod publieke mediadiensten
|
||||
|
||||
#### Afdeling 2.5.1. Verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid
|
||||
#### Afdeling 2.5.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.88
|
||||
|
||||
|
|
@ -1109,7 +1114,16 @@ b. waarborgen voor redactionele onafhankelijkheid ten opzichte van adverteerders
|
|||
|
||||
### Artikel 2.88a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Reclame- en telewinkelboodschappen en gesponsord media-aanbod zijn als zodanig herkenbaar.
|
||||
|
||||
**2.** In reclame- en telewinkelboodschappen en gesponsord media-aanbod worden geen subliminale technieken gebruikt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het media-aanbod bevat geen:
|
||||
|
||||
a. sluikreclame; of
|
||||
b. productplaatsing.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1152,16 +1166,14 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ove
|
|||
|
||||
### Artikel 2.94
|
||||
|
||||
**1.** Reclame- en telewinkelboodschappen zijn als zodanig herkenbaar en door akoestische of optische middelen duidelijk onderscheiden van de overige inhoud van het programma-aanbod.
|
||||
**1.** Reclame- en telewinkelboodschappen zijn door akoestische of visuele middelen duidelijk onderscheiden van de overige inhoud van het programma-aanbod.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Niet toegestaan zijn:
|
||||
Het programma-aanbod bevat geen reclame- en telewinkelboodschappen voor:
|
||||
|
||||
a. subliminale technieken;
|
||||
b. reclame- en telewinkelboodschappen voor medische behandelingen;
|
||||
c. reclame- en telewinkelboodschappen voor alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur; en
|
||||
d. sluikreclame.
|
||||
a. medische behandelingen; en
|
||||
b. alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.95
|
||||
|
||||
|
|
@ -1291,36 +1303,31 @@ b. in het bijzonder is bestemd voor kinderen jonger dan twaalf jaar.
|
|||
|
||||
**1.** Bij gesponsord media-aanbod wordt ter informatie van het publiek duidelijk vermeld dat en door wie het media-aanbod is gesponsord.
|
||||
|
||||
**2.** De vermelding geschiedt door neutrale vermelding of vertoning van naam of (beeld)merk van de sponsor.
|
||||
**2.** De vermelding geschiedt door neutrale vermelding of vertoning van naam, (beeld)merk of ander onderscheidend teken van de sponsor.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Bij een gesponsord programma vindt de vermelding plaats aan het begin of het einde van het programma en kan de vermelding daarnaast plaatsvinden aan het begin of het einde van een reclameblok dat in het programma is opgenomen.
|
||||
|
||||
Bij een gesponsord programma vindt de vermelding plaats aan het begin of het einde van het programma, met dien verstande dat bij een gesponsord televisieprogramma de vermelding:
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de vermelding geldt dat zij:
|
||||
|
||||
a. ten hoogste vijf seconden duurt;
|
||||
b. voor zover deze niet plaatsvindt op de aan- of aftiteling uitsluitend uit stilstaande beelden bestaat; en
|
||||
b. voor zover deze niet plaatsvindt op de aan- of aftiteling, uitsluitend uit stilstaande beelden bestaat; en
|
||||
c. niet beeldvullend is.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten.
|
||||
**5.** Het derde en vierde lid zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.108
|
||||
|
||||
**1.** In gesponsord media-aanbod mogen producten of diensten van een sponsor worden vermeld of getoond, behalve als deze een bijdrage in geld heeft gegeven.
|
||||
**1.** In gesponsord media-aanbod mogen producten of diensten van een sponsor worden vermeld of getoond, behalve als deze een bijdrage in geld heeft gegeven en onverminderd artikel 2.88a, derde lid, aanhef en onderdeel b.
|
||||
|
||||
**2.** Het Commissariaat kan toestemming verlenen voor het vermelden of vertonen van de naam, het (beeld)merk, producten of diensten van sponsors in de titel van gesponsord media-aanbod, mits het publiek niet door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten van de sponsors.
|
||||
**2.** Het Commissariaat kan toestemming verlenen voor het vermelden of vertonen van de naam, het (beeld)merk, producten of diensten van sponsors in de titel van gesponsord media-aanbod, mits het publiek niet rechtstreeks door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten van de sponsors.
|
||||
|
||||
**3.** Het Commissariaat kan aan het verlenen van toestemming voorschriften verbinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.109
|
||||
|
||||
**1.** Sponsorbijdragen worden rechtstreeks van de sponsors en door middel van een schriftelijke overeenkomst bedongen of aanvaard.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Er worden geen sponsorbijdragen bedongen of aanvaard van personen, bedrijven of instellingen die:
|
||||
|
||||
a. zich voornamelijk bezighouden met de productie of verkoop van sigaretten of andere tabaksproducten; of
|
||||
b. gebruik maken van namen of (beeld)merken die tevens worden gebruikt door personen, bedrijven of instellingen als bedoeld in onderdeel a, of daarmee een zo sterke gelijkenis vertonen dat het publiek redelijkerwijs de indruk krijgt dat het mede de naam of het (beeld)merk van een persoon, bedrijf of instelling als bedoeld in onderdeel a betreft.
|
||||
Sponsorbijdragen worden rechtstreeks van de sponsors en door middel van een schriftelijke overeenkomst bedongen of aanvaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.110
|
||||
|
||||
|
|
@ -1355,7 +1362,7 @@ De publieke media-instellingen brengen jaarlijks via de jaarrekening verslag uit
|
|||
|
||||
### Artikel 2.115
|
||||
|
||||
**1.** Op elk televisieprogrammakanaal van de landelijke en regionale publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod voor ten minste vijftig procent van de duur uit Europese producties in de zin van artikel 6 van de Europese richtlijn.
|
||||
**1.** Op elk televisieprogrammakanaal van de landelijke en regionale publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod voor ten minste vijftig procent van de duur uit Europese producties in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn.
|
||||
|
||||
**2.** Het televisieprogramma-aanbod van de Wereldomroep bestaat voor ten minste vijftig procent uit producties als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2086,9 +2093,9 @@ c. andere onderwerpen die zijn opgenomen in het besluit tot instelling van de ev
|
|||
|
||||
**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Commerciële omroepdiensten
|
||||
## Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten
|
||||
|
||||
### Titel 3.1. Toestemming
|
||||
### Titel 3.1. Toestemming omroepdiensten
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1
|
||||
|
||||
|
|
@ -2096,7 +2103,9 @@ c. andere onderwerpen die zijn opgenomen in het besluit tot instelling van de ev
|
|||
|
||||
**2.** Als een commerciële media-instelling meerdere programmakanalen verzorgt, is voor ieder programmakanaal afzonderlijk toestemming nodig.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop aanvragen voor een toestemming worden ingediend.
|
||||
**3.** Als een commerciële media-instelling het door een derde aangeleverde programma-aanbod van een programmakanaal wijzigt, heeft die commerciële media-instelling voor het gewijzigde programmakanaal toestemming nodig.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop aanvragen voor een toestemming worden ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -2138,7 +2147,7 @@ b. overigens niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel
|
|||
|
||||
### Titel 3.2. Programma-aanbod
|
||||
|
||||
#### Afdeling 3.2.1. Verantwoordelijkheid
|
||||
#### Afdeling 3.2.1. Verantwoordelijkheid en verplichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -2146,6 +2155,14 @@ b. overigens niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel
|
|||
|
||||
**2.** Een commerciële media-instelling brengt in overeenstemming met de werknemers die zijn belast met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod een redactiestatuut tot stand waarin de journalistieke rechten en plichten van deze werknemers worden geregeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5a
|
||||
|
||||
**1.** Reclame- en telewinkelboodschappen, gesponsord programma-aanbod en productplaatsing zijn als zodanig herkenbaar.
|
||||
|
||||
**2.** In reclame- en telewinkelboodschappen, gesponsord programma-aanbod en programma-aanbod met productplaatsing worden geen subliminale technieken gebruikt.
|
||||
|
||||
**3.** Het programma-aanbod bevat geen sluikreclame.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 3.2.2. Reclame en telewinkelen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6
|
||||
|
|
@ -2156,16 +2173,14 @@ b. overigens niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 3.7
|
||||
|
||||
**1.** Reclame- en telewinkelboodschappen zijn als zodanig herkenbaar en door akoestische of optische middelen duidelijk onderscheiden van de overige inhoud van het programma-aanbod.
|
||||
**1.** Reclame- en telewinkelboodschappen zijn door akoestische, visuele of ruimtelijke middelen duidelijk onderscheiden van de overige inhoud van het programma-aanbod.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Niet toegestaan zijn:
|
||||
Het programma-aanbod bevat geen reclame- en telewinkelboodschappen voor:
|
||||
|
||||
a. subliminale technieken;
|
||||
b. reclame- en telewinkelboodschappen voor medische behandelingen;
|
||||
c. reclame- en telewinkelboodschappen voor alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur; en
|
||||
d. sluikreclame.
|
||||
a. medische behandelingen; en
|
||||
b. alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur.
|
||||
|
||||
**3.** In de naam van een programmakanaal mogen namen of (beeld-)merken van personen, bedrijven of instellingen op neutrale wijze worden vermeld of getoond.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2173,24 +2188,15 @@ d. sluikreclame.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Het programma-aanbod op een programmakanaal bestaat voor ten hoogste twaalf minuten per uur uit reclame- of telewinkelboodschappen.
|
||||
|
||||
Het programma-aanbod op een programmakanaal:
|
||||
|
||||
a. bestaat voor ten hoogste vijftien procent van de totale duur per dag uit reclameboodschappen;
|
||||
b. bestaat voor ten hoogste twintig procent van de totale duur per dag uit telewinkelboodschappen;
|
||||
c. bestaat voor ten hoogste twintig procent van de totale duur per dag uit een combinatie van reclame- en telewinkelboodschappen; en
|
||||
d. bestaat voor ten hoogste twaalf minuten per uur uit reclame- of telewinkelboodschappen.
|
||||
|
||||
**2.** Reclame- en telewinkelboodschappen in het televisieprogramma-aanbod worden geplaatst in blokken die met inbegrip van de eventuele omlijsting ten minste één minuut duren.
|
||||
|
||||
**3.** Het Commissariaat kan voor bepaalde categorieën programma’s vrijstelling verlenen van de in het tweede lid bedoelde verplichting om reclame- en telewinkelboodschappen in blokken te plaatsen.
|
||||
**2.** Met inachtneming van deze afdeling kunnen in het programma-aanbod bestaande uit het verslag of de weergave van sportevenementen afzonderlijke reclame- of telewinkelboodschappen worden geplaatst en in het overige programma-aanbod bij uitzondering.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.9
|
||||
|
||||
**1.** In het programma-aanbod op een programmakanaal zijn ten hoogste acht blokken van telewinkelboodschappen per dag opgenomen, die per blok zonder onderbreking ten minste vijftien minuten duren en waarvan de totale duur ten hoogste drie uur per dag is.
|
||||
**1.** In het programma-aanbod op een programmakanaal duren blokken van telewinkelboodschappen zonder onderbreking ten minste vijftien minuten.
|
||||
|
||||
**2.** De telewinkelblokken zijn gedurende de gehele duur daarvan als zodanig herkenbaar en door optische en akoestische middelen duidelijk onderscheiden van de overige inhoud van het programma-aanbod.
|
||||
**2.** Blokken van telewinkelboodschappen zijn gedurende de gehele duur daarvan door visuele en akoestische middelen duidelijk als zodanig herkenbaar.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 3.8, eerste en tweede lid, is niet van toepassing op de telewinkelblokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2202,20 +2208,15 @@ d. bestaat voor ten hoogste twaalf minuten per uur uit reclame- of telewinkelboo
|
|||
|
||||
### Artikel 3.11
|
||||
|
||||
In de volgende programma’s worden alleen reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen als zij ten minste dertig minuten duren:
|
||||
In de volgende programma’s worden ten hoogste eenmaal per geprogrammeerd tijdvak van dertig minuten reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen:
|
||||
|
||||
a. programma’s, bestaande uit nieuws of commentaar op het nieuws;
|
||||
b. programma’s van kerkelijke of geestelijke aard, niet zijnde programma’s als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid;
|
||||
c. programma’s die bestemd zijn voor minderjarigen beneden de leeftijd van twaalf jaar; en
|
||||
d. niet-gedramatiseerde documentaires.
|
||||
a. programma’s bestaande uit films;
|
||||
b. programma’s bestaande uit nieuws of commentaar op het nieuws; en
|
||||
c. programma’s die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar, mits de geprogrammeerde duur van het programma meer dan dertig minuten bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.12
|
||||
|
||||
**1.** In films worden alleen reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen als de geprogrammeerde duur van de film ten minste dertig minuten is.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid worden in films ten hoogste eenmaal per volledig tijdvak van dertig minuten reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen.
|
||||
|
||||
**3.** Als de geprogrammeerde duur van een film ten minste twintig minuten langer is dan twee of meer volledige tijdvakken van dertig minuten kunnen nog eenmaal reclame- en telewinkelboodschappen worden opgenomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -2238,14 +2239,7 @@ b. uitsluitend bestaat uit telewinkelboodschappen.
|
|||
|
||||
**1.** Programma-aanbod wordt alleen gesponsord als in het redactiestatuut, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van de werknemers die belast zijn met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod ten opzichte van de sponsors.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Er worden geen sponsorbijdragen bedongen of aanvaard van personen, bedrijven of instellingen:
|
||||
|
||||
a. die zich voornamelijk bezighouden met de productie of verkoop van sigaretten of andere tabaksproducten; of
|
||||
b. die gebruik maken van namen of (beeld)merken die tevens worden gebruikt door personen, bedrijven of instellingen als bedoeld in onderdeel a, of daarmee een zo sterke gelijkenis vertonen dat het publiek redelijkerwijs de indruk krijgt dat het mede de naam of het (beeld)merk van een persoon, bedrijf of instelling als bedoeld in onderdeel a betreft.
|
||||
|
||||
**3.** Programma-aanbod bestaande uit nieuws, actualiteiten of politieke informatie wordt niet gesponsord.
|
||||
**2.** Programma-aanbod bestaande uit nieuws, actualiteiten of politieke informatie wordt niet gesponsord.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.16
|
||||
|
||||
|
|
@ -2253,12 +2247,12 @@ b. die gebruik maken van namen of (beeld)merken die tevens worden gebruikt door
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De vermelding geschiedt door middel van naam of (beeld)merk van de sponsor en is zodanig vormgegeven dat:
|
||||
De vermelding is zodanig vormgegeven dat:
|
||||
|
||||
a. tussen 06.00 uur en 21.00 uur de vermelding van sponsors die zich bezighouden met de productie of verkoop van alcoholhoudende dranken, geschiedt door neutrale vermelding of vertoning van naam of (beeldmerk); en
|
||||
b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a het publiek niet door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten van de sponsors.
|
||||
a. tussen 06.00 uur en 21.00 uur de vermelding van sponsors die zich bezighouden met de productie of verkoop van alcoholhoudende dranken, geschiedt door neutrale vermelding of vertoning van naam of (beeld)merk; en
|
||||
b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, de vermelding geschiedt door vermelding of vertoning van naam, (beeld)merk of ander onderscheidend teken en het publiek niet rechtstreeks door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten van de sponsors.
|
||||
|
||||
**3.** Bij een gesponsord programma geschiedt de vermelding aan het begin of het einde van het programma en kan de vermelding daarnaast plaatsvinden aan het begin of aan het einde van een reclameblok dat in het programma is opgenomen.
|
||||
**3.** Bij een gesponsord programma vindt de vermelding plaats aan het begin of het einde van het programma en kan de vermelding daarnaast plaatsvinden aan het begin of het einde van de in het programma opgenomen reclameboodschap of reclameboodschappen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
|
|
@ -2266,7 +2260,7 @@ b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a het publiek niet door middel va
|
|||
|
||||
In gesponsord programma-aanbod mogen:
|
||||
|
||||
a. producten of diensten van sponsors worden vermeld of getoond; en
|
||||
a. onverminderd afdeling 3.2.3A, producten of diensten van sponsors worden vermeld of getoond; en
|
||||
b. in de titel de naam, het (beeld)merk, producten of diensten van sponsors worden vermeld of getoond.
|
||||
|
||||
**2.** Het vermelden en vertonen als bedoeld in het eerste lid mogen het publiek niet door middel van specifieke aanprijzingen aansporen tot het kopen of huren van producten of afname van diensten van de sponsors.
|
||||
|
|
@ -2285,17 +2279,56 @@ b. in de titel de naam, het (beeld)merk, producten of diensten van sponsors word
|
|||
|
||||
**2.** Artikel 3.16, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van personen, bedrijven of instellingen als bedoeld in artikel 3.15, tweede lid.
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties die vallen onder het verbod op sponsoring op grond van artikel 5 van de Tabakswet.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 3.2.3a. Productplaatsing
|
||||
|
||||
### Artikel 3.19a
|
||||
|
||||
**1.** Productplaatsing in het programma-aanbod, voor zover dat aanbod is geproduceerd na 19 december 2009, is niet toegestaan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Tenzij het programma-aanbod in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan twaalf jaar, is het eerste lid niet van toepassing op programma-aanbod bestaande uit:
|
||||
|
||||
a. films;
|
||||
b. series;
|
||||
c. sportprogramma’s; en
|
||||
d. lichte amusementsprogramma’s.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.19b
|
||||
|
||||
**1.** Productplaatsing mag alleen voorkomen als in het redactiestatuut, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van de werknemers die belast zijn met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod in verband met productplaatsing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Productplaatsing in het programma-aanbod is zodanig vormgegeven dat:
|
||||
|
||||
a. het publiek niet rechtstreeks door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten; en
|
||||
b. het betrokken product geen overmatige aandacht krijgt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Productplaatsing is niet toegestaan voor:
|
||||
|
||||
a. medische behandelingen; en
|
||||
b. alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur.
|
||||
|
||||
**4.** Bij programma-aanbod waarin productplaatsing is opgenomen wordt ter informatie van het publiek duidelijk vermeld dat het programma-aanbod voorzien is van productplaatsing. De vermelding geschiedt op passende wijze en vindt plaats aan het begin en het einde van het programma en eveneens aan het begin of het einde van de in het programma opgenomen reclameboodschap of reclameboodschappen.
|
||||
|
||||
**5.** Het Commissariaat kan nadere regels stellen over de toepassing van productplaatsing in programma-aanbod, welke regels de goedkeuring behoeven van Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.19c
|
||||
|
||||
Als programma-aanbod waarin productplaatsing is opgenomen uit het buitenland is aangekocht en daar als programma naar het publiek is verspreid, is artikel 3.19b, eerste tot en met derde lid, niet van toepassing als dat aanbod niet is geproduceerd door of in opdracht van de commerciële media-instelling dan wel door of in opdracht van een aan haar verbonden onderneming die het programma-aanbod heeft aangekocht.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 3.2.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties
|
||||
|
||||
### Artikel 3.20
|
||||
|
||||
**1.** Op een televisieprogrammakanaal bestaat het programma-aanbod voor ten minste vijftig procent van de duur uit Europese producties in de zin van artikel 6 van de Europese richtlijn.
|
||||
**1.** Op een televisieprogrammakanaal bestaat het programma-aanbod voor ten minste vijftig procent van de duur uit Europese producties in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn.
|
||||
|
||||
**2.** Het Commissariaat kan in bijzondere gevallen ten aanzien van een bepaalde commerciële media-instelling tijdelijk gedeeltelijke ontheffing verlenen van het eerste lid, met dien verstande dat het percentage niet lager gesteld kan worden dan tien. Het Commissariaat kan aan een ontheffing voorschriften verbinden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2368,10 +2401,7 @@ In het programma-aanbod worden geen films opgenomen buiten de met de rechthebben
|
|||
|
||||
### Artikel 3.27
|
||||
|
||||
Het is niet toegestaan programma-aanbod als bedoeld in artikel 2.34a, derde lid, voor zover het betreft programma-aanbod waarvan de verspreiding in Nederland slechts mogelijk is na verwerving van de daarop betrekking hebbende rechten, te verzorgen als:
|
||||
|
||||
a. de commerciële media-instelling niet tijdig aan de Stichting heeft medegedeeld dat zij de desbetreffende rechten wil verwerven met uitsluiting van de landelijke publieke media-instellingen; en
|
||||
b. de Stichting binnen een redelijke termijn na de mededeling aan de commerciële media-instelling te kennen heeft gegeven dat zij of een andere landelijke publieke media-instelling het desbetreffende programma-aanbod wenst te verzorgen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.28
|
||||
|
||||
|
|
@ -2384,24 +2414,51 @@ De artikelen 3.8, 3.9, eerste en derde lid, 3.10, tweede lid, 3.11 tot en met 3.
|
|||
a. voor zover het de beeldinhoud betreft uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaat uit stilstaande beelden; of
|
||||
b. hoofdzakelijk bestaat uit informatie over programma-aanbod en andere diensten die via een omroepzender of omroepnetwerk worden aangeboden.
|
||||
|
||||
### Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag
|
||||
|
||||
### Artikel 3.29a
|
||||
|
||||
In deze titel wordt onder commerciële mediadienst op aanvraag verstaan: mediadienst op aanvraag die door een commerciële media-instelling wordt verzorgd en waarbij het media-aanbod betrekking heeft op producten met bewegende beeldinhoud al dan niet mede met geluidsinhoud. Daaronder worden ook begrepen bijbehorende ondertitelingsdiensten en elektronische programmagidsen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.29b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt of beëindigt, meldt het moment van de aanvang of de beëindiging van de mediadienst op aanvraag binnen twee weken na dat moment aan het Commissariaat. Als een media-instelling een door een derde aangeleverde commerciële mediadienst op aanvraag wijzigt, meldt deze media-instelling eveneens de gewijzigde commerciële mediadienst op aanvraag. De volgende gegevens van de media-instelling worden daarbij in elk geval verstrekt:
|
||||
|
||||
a. naam;
|
||||
b. plaats van vestiging; en
|
||||
c. contactgegevens waaronder e-mailadres of internetadres.
|
||||
|
||||
**2.** Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt, stelt eveneens via haar media-aanbod ten minste de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gemakkelijk, rechtstreeks en permanent beschikbaar, alsmede de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze titel.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.29c
|
||||
|
||||
Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt, bevordert de vervaardiging en de toegang tot Europese producties in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.29d
|
||||
|
||||
Op commerciële mediadiensten op aanvraag zijn de artikelen 3.5, 3.5a, 3.6, 3.7, tweede lid, aanhef en onder a, 3.15 tot en met 3.19c en 3.26 van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de artikelen 3.16, vierde lid, en 3.19b, derde lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Titel 3.3. Toezichtskosten
|
||||
|
||||
### Artikel 3.30
|
||||
|
||||
**1.** Een commerciële media-instelling is voor elke verkregen toestemming aan het Commissariaat jaarlijks toezichtskosten verschuldigd.
|
||||
**1.** Een commerciële media-instelling is aan het Commissariaat jaarlijks kosten verbonden aan het toezicht verschuldigd voor elke verkregen toestemming en voor elke van haar mediadiensten op aanvraag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De hoogte van de toezichtskosten wordt vastgesteld bij ministeriële regeling, waarbij:
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de vaststelling van de toezichtskosten, bedoeld in het eerste lid, waarbij:
|
||||
|
||||
a. een onderscheid wordt gemaakt tussen toestemmingen voor radio-omroep en voor televisieomroep; en
|
||||
b. rekening wordt gehouden met de gemiddelde duur van de uitzendingen en met het aantal huishoudens in Nederland, dat het programma-aanbod kan ontvangen.
|
||||
a. onderscheid kan worden gemaakt tussen omroepdiensten en mediadiensten op aanvraag;
|
||||
b. onderscheid kan worden gemaakt tussen toestemmingen voor radio-omroep en voor televisieomroep; en
|
||||
c. rekening kan worden gehouden met de gemiddelde duur van de uitzendingen en met het aantal huishoudens in Nederland, dat het programma-aanbod kan ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Het Commissariaat kan de verschuldigde toezichtskosten invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.31
|
||||
|
||||
Een commerciële media-instelling doet voor elke verkregen toestemming jaarlijks aan het Commissariaat opgave van het aantal huishoudens in Nederland dat het desbetreffende programma-aanbod op een door het Commissariaat te bepalen peildatum kan ontvangen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2457,13 +2514,15 @@ Van een beschikking tot erkenning en intrekking van een erkenning wordt mededeli
|
|||
|
||||
### Artikel 4.6
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten.
|
||||
**1.** Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving
|
||||
**2.** Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag als bedoeld in artikel 3.29a verzorgt, zorgt ervoor dat het media-aanbod dat de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar ernstige schade zou kunnen toebrengen, uitsluitend zodanig beschikbaar wordt gesteld dat zij dat aanbod normaliter niet te horen of te zien krijgen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt een lijst vastgesteld van evenementen die, wanneer zij als een televisieprogramma worden verspreid, in ieder geval worden verspreid op een open televisieprogrammakanaal, en kan worden bepaald welke van die evenementen tevens worden aangemerkt als evenementen als bedoeld in artikel 3 bis van de Europese richtlijn.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt een lijst vastgesteld van evenementen die, wanneer zij als een televisieprogramma worden verspreid, in ieder geval worden verspreid op een open televisieprogrammakanaal, en kan worden bepaald welke van die evenementen tevens worden aangemerkt als evenementen als bedoeld in artikel 3 undecies van de Europese richtlijn.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2482,11 +2541,29 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter uitvoering v
|
|||
|
||||
**1.** Publieke media-instellingen en commerciële media-instellingen oefenen verworven verspreidingsrechten die betrekking hebben op evenementen die zijn vermeld op de lijst van evenementen uit overeenkomstig de krachtens artikel 5.2 gestelde regels.
|
||||
|
||||
**2.** De instellingen oefenen na 30 juli 1997 verworven uitzendrechten uit overeenkomstig de regels die door andere lidstaten van de Europese Unie overeenkomstig artikel 3 bis, eerste lid, van de Europese richtlijn zijn gesteld.
|
||||
**2.** De instellingen oefenen na 30 juli 1997 verworven uitzendrechten uit overeenkomstig de regels die door andere lidstaten van de Europese Unie overeenkomstig artikel 3 undecies, eerste lid, van de Europese richtlijn zijn gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Aanbieders van omroepdiensten die exclusieve rechten hebben verworven ten aanzien van evenementen van groot belang, stellen korte fragmenten daarvan tegen vergoeding ter beschikking van andere aanbieders van omroepdiensten in de Europese Gemeenschap die daarom verzoeken. De verzoekende aanbieder van een omroepdienst is vrij in de keuze van fragmenten van evenementen van groot belang.
|
||||
|
||||
**2.** Korte fragmenten duren maximaal 90 seconden per evenement en mogen onbeperkt worden herhaald binnen één etmaal. Als de wedstrijdbepalende sportmomenten van het evenement samen langer duren dan 90 seconden en de weergave zich beperkt tot die sportmomenten, mogen korte fragmenten bij uitzondering maximaal 180 seconden duren.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor verspreiding van de korte fragmenten gelden de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. korte fragmenten worden uitsluitend opgenomen in dagelijks geprogrammeerde algemene nieuwsprogramma’s;
|
||||
b. korte fragmenten worden, indien het wedstrijdbepalende sportmomenten betreft, niet eerder verspreid dan nadat de exclusieve rechten van het evenement, voor volledig rechtstreekse en gedeeltelijk uitgestelde verslaggeving, voor de eerste maal zijn gebruikt; en
|
||||
c. tijdens de verspreiding van een kort fragment wordt de bron vermeld, tenzij dat om praktische redenen niet mogelijk is.
|
||||
|
||||
**4.** Alleen de media-instelling die korte fragmenten overeenkomstig het derde lid verspreidt, kan het desbetreffende programma in identieke vorm als media-aanbod van haar mediadienst op aanvraag aanbieden.
|
||||
|
||||
**5.** Een speeldag van een sportcompetitie of sportevenement wordt als één evenement beschouwd.
|
||||
|
||||
**6.** De vergoeding voor een kort fragment bedraagt niet meer dan de extra kosten die rechtstreeks voortkomen uit het verschaffen van toegang tot het signaal.
|
||||
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het ter beschikking stellen van korte fragmenten en het gebruik daarvan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
|
||||
|
||||
|
|
@ -2604,7 +2681,7 @@ Deze paragraaf is van toepassing als omroepnetwerken voor een significant aantal
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als een significant aantal aangeslotenen op een omroepnetwerk programma-aanbod op analoge wijze ontvangt, verspreidt de aanbieder van dat omroepnetwerk naar die aangeslotenen in ieder geval vrij toegankelijk programma-aanbod op ten minste vijftien omroepnetten voor televisie en op ten minste vijfentwintig omroepnetten voor radio, waaronder:
|
||||
Als een significant aantal aangeslotenen op een omroepnetwerk programma-aanbod op analoge wijze ontvangt, verspreidt de aanbieder van dat omroepnetwerk naar die aangeslotenen in ieder geval ongewijzigd en vrij toegankelijk programma-aanbod op ten minste vijftien omroepnetten voor televisie en op ten minste vijfentwintig omroepnetten voor radio, waaronder:
|
||||
|
||||
a. het programma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst op drie algemene televisieprogrammakanalen en vijf algemene radioprogrammakanalen;
|
||||
b. het in artikel 2.70 bedoelde programma-aanbod van de regionale publieke mediadienst dat bestemd is voor de provincie of deel van de provincie waarbinnen het omroepnetwerk zich bevindt op één omroepnet voor televisie en één omroepnet voor radio;
|
||||
|
|
@ -2614,7 +2691,7 @@ e. ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel c, dat een lokale publieke me
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Als een significant aantal aangeslotenen op een omroepnetwerk programma-aanbod op digitale wijze ontvangt, verspreidt de aanbieder van dat omroepnetwerk naar die aangeslotenen in ieder geval:
|
||||
Als een significant aantal aangeslotenen op een omroepnetwerk programma-aanbod op digitale wijze ontvangt, verspreidt de aanbieder van dat omroepnetwerk naar die aangeslotenen in ieder geval ongewijzigd:
|
||||
|
||||
a. het programma-aanbod, bedoeld in het eerste lid; en
|
||||
b. het in artikel 2.70 bedoelde programma-aanbod van een regionale publieke mediadienst dat bestemd is voor een provincie of deel van een provincie aangrenzend aan de provincie waarbinnen het omroepnetwerk zich bevindt op één omroepnet voor televisie.
|
||||
|
|
@ -2874,7 +2951,9 @@ Bij intrekking of vermindering van uren of een verbod als bedoeld in artikel 7.1
|
|||
|
||||
### Artikel 7.18
|
||||
|
||||
De publieke en commerciële media-instellingen, alsmede politieke partijen en de overheid bewaren gedurende twee weken na de uitzending opnamen van het door hen verzorgde programma-aanbod en stellen deze desgevraagd ter beschikking van het Commissariaat.
|
||||
**1.** De publieke en commerciële media-instellingen, alsmede politieke partijen en de overheid bewaren gedurende twee weken na de uitzending opnamen van het door hen verzorgde programma-aanbod en stellen deze desgevraagd ter beschikking van het Commissariaat.
|
||||
|
||||
**2.** Een media-instelling die een mediadienst op aanvraag verzorgt, bewaart haar media-aanbod nog gedurende twee weken vanaf het moment dat het aanbod niet meer op aanvraag kan worden afgenomen en stelt het desgevraagd ter beschikking van het Commissariaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.19
|
||||
|
||||
|
|
@ -3118,7 +3197,7 @@ c. € 47,985 miljoen voor het jaar 2010.
|
|||
|
||||
### Artikel 9.2
|
||||
|
||||
De artikelen 2.94, tweede lid, onderdeel c, en 3.7, tweede lid, onderdeel c, zijn tot één jaar na het tijdstip waarop deze wet in werking treedt niet van toepassing op de verspreiding van reclame- en telewinkelboodschappen ter uitvoering van overeenkomsten met adverteerders die zijn aangegaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
|
||||
De artikelen 2.94, tweede lid, onderdeel b, en 3.7, tweede lid, onderdeel b, zijn tot één jaar na het tijdstip waarop deze wet in werking treedt niet van toepassing op de verspreiding van reclame- en telewinkelboodschappen ter uitvoering van overeenkomsten met adverteerders die zijn aangegaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -3186,6 +3265,10 @@ Onze Minister stelt regels ter uitvoering van de artikelen 12, 15 en 16 van de E
|
|||
|
||||
Een wijziging van de Europese richtlijn gaat voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1.2, 2.115 tot en met 2.121, 3.20 tot en met 3.23, en hoofdstuk 5 gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.17a
|
||||
|
||||
Vooruitlopend op wetgeving ter zake kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld voor vormen van audiovisuele commerciële communicatie in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn waarop de hoofdstukken 1 tot en met 8 van deze wet niet van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.18
|
||||
|
||||
Na inwerkingtreding van deze wet:
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue