2009-01-01 | BWBR0022445 | Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten
This commit is contained in:
parent
f30166411c
commit
1f57698c2a
1 changed files with 24 additions and 17 deletions
|
|
@ -27,9 +27,8 @@ j. AOW: Algemene Ouderdomswet;
|
|||
k. Anw: Algemene nabestaandenwet;
|
||||
l. AKW: Algemene Kinderbijslagwet;
|
||||
m. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
n. CWI: Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet SUWI;
|
||||
o. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
|
||||
p. SVB: Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI.
|
||||
n. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
|
||||
o. SVB: Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -50,27 +49,28 @@ d. een blijvend gehele weigering van de uitkering bij verplichtingen uit de vier
|
|||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij overtreding van de verplichting bedoeld in artikel 24, vijfde lid, van de WW, onder «blijvend gehele» verstaan:
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij overtreding van de verplichting, bedoeld in artikel 24, vijfde lid, van de WW, onder «blijvend gehele» verstaan:
|
||||
|
||||
a. de gehele uitkering voor de duur dat de verzekerde de aanspraak op loon zou hebben kunnen doen gelden, dan wel de dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren; of
|
||||
b. dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou komen, indien de benadelingshandeling niet had plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij overtreding van de verplichting bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel j, van de ZW, onder «blijvend» verstaan: voor de duur dat de verzekerde aanspraak op loon zou kunnen doen gelden.
|
||||
**6.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij overtreding van de verplichting, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel j, van de ZW, onder «blijvend» verstaan: voor de duur dat de verzekerde aanspraak op loon zou kunnen doen gelden.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Wet WIA, de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten weigert het UWV de uitkering over een periode van ten hoogste 26 weken gedeeltelijk door de uitkering te halveren.
|
||||
**7.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij overtreding van de verplichting, bedoeld in artikel 88, eerste lid, onderdeel d, van de Wet WIA, onder «blijvend» verstaan: voor de duur van het verlengde tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid, van die wet.
|
||||
|
||||
**8.** Indien het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Wet WIA, de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten weigert het UWV de uitkering over een periode van ten hoogste 26 weken gedeeltelijk door de uitkering te halveren.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
De verplichtingen op grond van de in artikel 1, onderdelen b tot en met m, genoemde wetten, worden ingedeeld in de eerste categorie voor zover zij betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het tijdig aanvragen van de uitkering, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel b, van de WW, 34, derde lid, en 34a, vierde lid, van de WAO, 64, derde lid, van de Wet WIA, 35, vierde lid, van de WAZ en 28, vierde lid, van de WAJONG;
|
||||
b. het tijdig doen van aangifte van werkloosheid en het tijdig melden van ziekte, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel a, van de WW en 38a, eerste lid, van de ZW;
|
||||
b. het tijdig doen van aangifte van werkloosheid en het tijdig melden van ziekte, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel a, van de WW en 38a, eerste lid, en 38ab, eerste lid, van de ZW;
|
||||
c. het naleven van vastgestelde controlevoorschriften die noodzakelijk zijn voor een juiste uitvoering van deze wetten, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel c, van de WW, 45, eerste lid, onderdeel e, van de ZW, 28, onderdeel d, van de WAO, 27, tweede lid, onderdeel d, van de Wet WIA, 46, onderdeel d, van de WAZ, artikel 38, onderdeel d, van de WAJONG, 13 van de TW, 15, tweede lid, van de AOW, 36, tweede lid, van de Anw en 16, tweede lid, van de AKW, behoudens voor zover de controlevoorschriften betrekking hebben op de in artikel 4, onderdeel a of c, genoemde verplichtingen;
|
||||
d. het binnen de vastgestelde termijn gevolg geven aan een verzoek om alle feiten en omstandigheden mede te delen waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of het bedrag dat wordt betaald, bedoeld in de artikelen 25 van de WW, 31, eerste lid, en 49 van de ZW, 27, eerste lid, van de Wet WIA, 80 van de WAO, 70 van de WAZ, 62 van de WAJONG, 12 van de TW, 49 van de AOW, 35 van de Anw, 15 van de AKW en 29, eerste lid, van de Wet SUWI. Onder uitkering wordt tevens verstaan toeslag als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de TW, ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de AOW, alsmede kinderbijslag als bedoeld in artikel 7 van de AKW en onder feiten en omstandigheden wordt onder meer verstaan informatie in het kader van re-integratie;
|
||||
d. het binnen de vastgestelde termijn gevolg geven aan een verzoek om alle feiten en omstandigheden mede te delen waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of het bedrag dat wordt betaald, bedoeld in de artikelen 25 van de WW, 31, eerste lid, en 49 van de ZW, 27, eerste lid, van de Wet WIA, 80 van de WAO, 70 van de WAZ, 62 van de WAJONG, 12 van de TW, 49 van de AOW, 35 van de Anw en 15 van de AKW. Onder uitkering wordt tevens verstaan toeslag als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de TW, ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de AOW, alsmede kinderbijslag als bedoeld in artikel 7 van de AKW en onder feiten en omstandigheden wordt onder meer verstaan informatie in het kader van re-integratie;
|
||||
e. het onverwijld op verzoek inzage verstrekken in een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet SUWI;
|
||||
f. het aan de CWI verstrekken van alle gevraagde gegevens en bewijsstukken die nodig zijn voor de beslissing van het UWV op de aanvraag van een uitkering op grond van de WW of van een toeslag als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de TW dan wel voor de verdere behandeling van de aangifte van werkloosheid, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de Wet SUWI;
|
||||
g. het voldoen aan de andere voorwaarden die het UWV op grond van artikel 101, tweede lid, van de WW stelt, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel h, van de WW;
|
||||
h. het opvolgen van voorschriften van het UWV in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering op grond van de WW, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel j, van de WW.
|
||||
f. het voldoen aan de andere voorwaarden die het UWV op grond van artikel 101, tweede lid, van de WW stelt, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel h, van de WW;
|
||||
g. het opvolgen van voorschriften van het UWV in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering op grond van de WW, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel j, van de WW.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -80,14 +80,14 @@ a. het meewerken aan een onderzoek, al dan niet van geneeskundige aard, bedoeld
|
|||
b. het voldoen aan een voorschrift, gegeven door het UWV of de door hem daartoe aangewezen deskundige, om zich ter observatie te doen opnemen of te verblijven in een aangewezen inrichting, bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, onderdeel c, van de WAO, 27, vijfde lid, van de Wet WIA, 45, eerste lid, onderdeel c, van de WAZ, en 37, eerste lid, onderdeel c, van de WAJONG;
|
||||
c. het voldoen aan elke oproep om aanwezig te zijn of het beantwoorden van vragen die door het UWV in verband met het recht op uitkering worden gesteld, bedoeld in de artikelen 45, eerste lid, onderdeel c, van de ZW, 25 van de WAO, 27, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet WIA, 45 van de WAZ, 37 van de WAJONG, 15 van de AOW en 16 van de AKW;
|
||||
d. het, bij deelname aan een re-integratietraject, onmiddellijk mededelen van de reden van het niet naleven van re-integratieverplichtingen aan het re-integratiebedrijf, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel m, van de WW, 28, onderdeel k, van de WAO, 27, vierde lid, van de Wet WIA, 46, onderdeel j, van de WAZ en 38, onderdeel j, van de WAJONG;
|
||||
e. registratie als werkzoekende bij de CWI en het tijdig verlengen van die registratie, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel d, van de WW, 30, derde lid, van de ZW, 28, onderdeel a, van de WAO, 30, tweede lid, van de Wet WIA, 46, onderdeel a, van de WAZ, en 38, onderdeel a, van de WAJONG; of
|
||||
e. registratie als werkzoekende en het tijdig verlengen van die registratie, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel d, van de WW, 30, derde lid, van de ZW, 28, onderdeel a, van de WAO, 30, tweede lid, van de Wet WIA, 46, onderdeel a, van de WAZ, en 38, onderdeel a, van de WAJONG; of
|
||||
f. het vergezeld laten gaan van de aanvraag van de uitkering van een re-integratieverslag, bedoeld in artikel 34a, eerste lid, eerste zin, van de WAO en artikel 65, eerste zin, van de Wet WIA dan wel het voldoen aan het verzoek tot verstrekken van het re-integratieverslag aan het UWV, bedoeld in artikel 38, tweede lid, derde volzin van de ZW.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
De verplichtingen, op grond van de in artikel 1, onderdelen b tot en met d, f en g, genoemde wetten, worden ingedeeld in de derde categorie voor zover zij betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het meewerken aan scholing, opleiding of activiteiten, bedoeld in de hoofdstukken VI en XA van de WW, gericht op inschakeling in de arbeid, alsmede het beschikbaar zijn voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand en het meewerken aan het verkrijgen van die voorzieningen, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdelen e en f, van de WW, 28, onderdeel g, van de WAO, 46, onderdeel g, van de WAZ, en 38, onderdeel g, van de WAJONG;
|
||||
a. het meewerken aan scholing, opleiding of activiteiten, bedoeld in de hoofdstukken VI en XA van de WW, gericht op inschakeling in de arbeid, alsmede het beschikbaar zijn voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand en het meewerken aan het verkrijgen van die voorzieningen, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdelen e en f, van de WW, 45, eerste lid, onderdeel l, van de ZW, 28, onderdeel g, van de WAO, 46, onderdeel g, van de WAZ, en 38, onderdeel g, van de WAJONG;
|
||||
b. het meewerken aan het opstellen van het plan van aanpak, de re-integratievisie of het re-integratieplan, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel k, van de WW, 45, eerste lid, onderdeel o, van de ZW, 28, onderdeel i, van de WAO, 29, tweede lid, onderdeel d, van de Wet WIA, 46, onderdeel h, van de WAZ en 38, onderdeel h, van de WAJONG.;
|
||||
c. het nakomen van de plichten die zijn opgenomen in het plan van aanpak, de re-integratievisie of het re-integratieplan, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel l, van de WW, 45, eerste lid, onderdeel p, van de ZW, 28, onderdeel j, van de WAO, 29, tweede lid, onderdeel e, van de Wet WIA, 46, onderdeel i, van de WAZ en 38, onderdeel i, van de WAJONG ;
|
||||
d. het binnen redelijke termijn geneeskundige hulp inroepen en het zich gedurende het gehele verloop van ziekte of arbeidsongeschiktheid onder behandeling blijven stellen of de voorschriften van de behandelend arts op volgen, bedoeld in de artikelen 45, eerste lid, onderdeel a, van de ZW, 28, onderdeel b, van de WAO, 46, onderdeel b, van de WAZ en 38, onderdeel b, van de WAJONG;
|
||||
|
|
@ -103,14 +103,20 @@ Onverminderd artikel 5 worden de verplichtingen op grond van de WW ingedeeld in
|
|||
a. het voorkomen werkloos te zijn of te blijven door in onvoldoende mate te trachten passende arbeid te verkrijgen of door in verband met de te verrichten arbeid eisen te stellen die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren, ingedeeld in de derde categorie, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, ten eerste en ten vierde, van die wet; of
|
||||
b. het nakomen van op grond van hoofdstuk VI van de WW opgelegde verplichtingen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel i, van die wet.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 5 wordt de verplichting op grond van artikel 30, eerste lid, van de ZW, die betrekking heeft op het trachten te verkrijgen van passende arbeid door de zieke werknemer en, indien hij daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, het verrichten van deze arbeid, ingedeeld in de derde categorie.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 5 worden de verplichtingen op grond van de ZW ingedeeld in de derde categorie voor zover zij betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het meewerken aan door zijn werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, die erop gericht zijn de verzekerde in staat te stellen passende arbeid te verrichten, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel m, van die wet;
|
||||
b. het verrichten van voldoende re-integratie-inspanningen in de periode voorafgaand aan de aangifte door de werkgever van de ongeschiktheid tot werken van de verzekerde, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel m, van die wet; of
|
||||
c. het trachten te verkrijgen van passende arbeid door de zieke werknemer, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van die wet.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 5 wordt ingedeeld in de derde categorie de verplichting op grond van artikel 28, onderdeel h, van de WAO, die betrekking heeft op:
|
||||
|
||||
a. het meewerken aan door zijn werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, die erop gericht zijn de belanghebbende in staat te stellen passende arbeid te verrichten; of
|
||||
b. het zonder deugdelijke grond verrichten van voldoende re-integratie-inspanningen in de periode voorafgaand aan de aanvraag voor toekenning van WAO-uitkering.
|
||||
b. het verrichten van voldoende re-integratie-inspanningen in de periode voorafgaand aan de aanvraag voor toekenning van WAO-uitkering.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -125,8 +131,9 @@ c. inschakeling in de arbeid, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van die wet.
|
|||
De verplichtingen op grond van de in artikel 1, onderdelen b tot en met h, genoemde wetten, worden ingedeeld in de vierde categorie voor zover zij betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het zich zodanig gedragen dat de belanghebbende door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt of zou kunnen benadelen, bedoeld in de artikelen 24, vijfde lid, van de WW en 45, eerste lid, onderdeel j, van de ZW;
|
||||
b. het nalaten de arbeidsongeschiktheid opzettelijk te veroorzaken, bedoeld in de artikelen 45, eerste lid, onderdeel g, van de ZW, 28, onderdeel e, van de WAO, 28, eerste lid, juncto 88, tweede lid, van de Wet WIA, 46, onderdeel e, van de WAZ, 38, onderdeel e, van de WAJONG; of
|
||||
c. het zich onthouden van verwijtbaar gedrag dat aangemerkt kan worden als een dringende reden in de zin van artikel 678 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of het op zijn verzoek laten beëindigen van de dienstbetrekking zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet kon worden gevergd, door een verzekerde die recht heeft op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering en die arbeid in dienstbetrekking verricht, bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Wet WIA.
|
||||
b. het nalaten de arbeidsongeschiktheid opzettelijk te veroorzaken, bedoeld in de artikelen 45, eerste lid, onderdeel g, van de ZW, 28, onderdeel e, van de WAO, 28, eerste lid, juncto 88, tweede lid, van de Wet WIA, 46, onderdeel e, van de WAZ, 38, onderdeel e, van de WAJONG;
|
||||
c. het zich onthouden van verwijtbaar gedrag dat aangemerkt kan worden als een dringende reden in de zin van artikel 678 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of het op zijn verzoek laten beëindigen van de dienstbetrekking zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet kon worden gevergd, door een verzekerde die recht heeft op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering en die arbeid in dienstbetrekking verricht, bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Wet WIA; of
|
||||
d. het, tijdens het tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid, van de Wet WIA, zonder deugdelijke grond nalaten verweer te voeren tegen of instemmen met een beëindiging van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 88, eerste lid, onderdeel d, van de Wet WIA.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue