2018-01-01 | BWBR0034553 | Wet maatregelen woningmarkt 2014 II
This commit is contained in:
parent
c0bb87a426
commit
1f7cf02e65
1 changed files with 10 additions and 6 deletions
|
|
@ -35,10 +35,10 @@ c. *groep:* de combinatie van rechtspersonen in het geval een rechtspersoon meer
|
|||
2°. aan het toezicht op die andere rechtspersoon, of
|
||||
3°. in het kapitaal van die andere rechtspersoon;
|
||||
d. *heffingsjaar:* kalenderjaar waarover de verhuurderheffing is verschuldigd;
|
||||
e. *huurwoning:* in Nederland gelegen voor verhuur bestemde woning die ingevolge artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt en waarvan de huurprijs niet hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, met uitzondering van een woning die wordt verhuurd in het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die in die woning voor een korte periode verblijf houden;
|
||||
e. *huurwoning:* in Nederland gelegen voor verhuur bestemde woning die ingevolge artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt en waarvan de huurprijs niet hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, met uitzondering van een woning die wordt verhuurd in het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die in die woning voor een korte periode verblijf houden en van een woning die krachtens artikel 3.1 van de Erfgoedwet als rijksmonument is aangewezen;
|
||||
f. *investeringskosten:* door de belastingplichtige betaalde investeringskosten die drukken op de belastingplichtige en noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het verrichten van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 7°;
|
||||
g. *Onze Minister:* Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst;
|
||||
h. *WOZ-waarde:* volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor een kalenderjaar vastgestelde waarde.
|
||||
h. *WOZ-waarde:* volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor een kalenderjaar vastgestelde waarde, waarbij voor de toepassing van deze wet een waarde van € 250.000 wordt gehanteerd, indien deze waarde hoger is dan dat bedrag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -64,6 +64,8 @@ e. *definitieve investeringsverklaring:* schriftelijke kennisgeving van Onze Min
|
|||
1°. de gerealiseerde investering en
|
||||
2°. het bedrag aan heffingsvermindering met een berekening van dat bedrag.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, wordt jaarlijks met ingang van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling gewijzigd met het percentage waarmee het gemiddelde van de woningwaarden in het voorafgaande kalenderjaar gewijzigd is ten opzichte van het gemiddelde van die waarden in het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.3
|
||||
|
||||
Indien er ter zake van een huurwoning meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, wordt voor de verhuurderheffing de huurwoning in aanmerking genomen bij degene aan wie de beschikking, bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken, ter zake van die huurwoning op de voet van artikel 24, derde en vierde lid, van die wet is bekendgemaakt.
|
||||
|
|
@ -72,7 +74,7 @@ Indien er ter zake van een huurwoning meer dan één genothebbende krachtens eig
|
|||
|
||||
### Artikel 1.4
|
||||
|
||||
Belastingplichtig voor de verhuurderheffing is de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de groep die bij aanvang van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van meer dan tien huurwoningen.
|
||||
Belastingplichtig voor de verhuurderheffing is de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de groep die bij aanvang van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van meer dan vijftig huurwoningen.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Grondslag
|
||||
|
||||
|
|
@ -82,7 +84,7 @@ De verhuurderheffing wordt geheven naar het belastbare bedrag.
|
|||
|
||||
### Artikel 1.6
|
||||
|
||||
**1.** Het belastbare bedrag is de som van de WOZ-waarden van de huurwoningen waarvan de belastingplichtige bij aanvang van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft, verminderd met tien maal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen.
|
||||
**1.** Het belastbare bedrag is de som van de WOZ-waarden van de huurwoningen waarvan de belastingplichtige bij aanvang van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft, verminderd met vijftig maal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -102,7 +104,7 @@ c. de belastingplichtige hiervoor een verklaring heeft van Onze Minister.
|
|||
|
||||
### Artikel 1.7
|
||||
|
||||
De verhuurderheffing bedraagt 0,536% van het belastbare bedrag.
|
||||
De verhuurderheffing bedraagt 0,591% van het belastbare bedrag.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Wijze van heffing
|
||||
|
||||
|
|
@ -156,7 +158,7 @@ j. de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b,
|
|||
De heffingsvermindering is:
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, e en h, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2014 uitsluitend van toepassing in de gebieden Charlois, Feijenoord en IJsselmonde van de gemeente Rotterdam;
|
||||
b. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en i, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2014 uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde gebieden en in de gemeenten Appingedam, Beek, Bellingwedde, Brunssum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Hulst, Kerkrade, Landgraaf, Loppersum, Maastricht, Meerssen, Menterwolde, Nuth, Oldambt, Onderbanken, Pekela, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Sluis, Stadskanaal, Stein, Terneuzen, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Veendam, Vlagtwedde en Voerendaal;
|
||||
b. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en i, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2014 uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde gebieden en in de gemeenten Appingedam, Beek, Brunssum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Hulst, Kerkrade, Landgraaf, Loppersum, Maastricht, Meerssen, Nuth, Oldambt, Onderbanken, Pekela, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Sluis, Stadskanaal, Stein, Terneuzen, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Veendam, Voerendaal en Westerwolde;
|
||||
c. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en i, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2017 uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde gebieden, de in onderdeel b genoemde gemeenten en de gemeenten Aalten, Achtkarspelen, Berkelland, Bronckhorst, Dantumadiel, Doetinchem, Dongeradeel, Ferwerderadiel, Kollumerland en Nieuwkruisland, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Tytsjerksteradiel en Winterswijk;
|
||||
d. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2017 uitsluitend van toepassing in de gemeenten, genoemd in de bijlage bij deze wet;
|
||||
e. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2017 uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde gebieden;
|
||||
|
|
@ -219,6 +221,8 @@ b. aannemelijk is dat ter verkrijging van die verklaring gegevens of bescheiden
|
|||
|
||||
**6.** De voorlopige investeringsverklaring is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**7.** Voorgenomen investeringen binnen het grondgebied van de opgeheven gemeente Menterwolde die uiterlijk op 31 december 2017 zijn aangemeld op grond van het eerste lid, kunnen na uitvoering aangemeld worden als gerealiseerde investering. Op deze investeringen zijn de bepalingen uit deze wet die van toepassing zijn op investeringen in de gemeenten, genoemd in artikel 1.11, tweede lid, onderdeel b, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.13
|
||||
|
||||
**1.** Een gerealiseerde investering wordt langs elektronische weg aangemeld door de belastingplichtige bij Onze Minister. Artikel 1.12, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue