2002-07-25 | BWBR0013931 | Motorrijtuigenbelasting, belasting van personenauto’s en motorrijwielen, taxivervoer, rouw- en trouwvervoer

This commit is contained in:
Coornhert 2002-07-25 12:00:00 +00:00
parent bdb61de242
commit 1f8a4be747

View file

@ -0,0 +1,45 @@
---
titel: Motorrijtuigenbelasting, belasting van personenautos en motorrijwielen, taxivervoer,
rouw- en trouwvervoer
bwb_id: BWBR0013931
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2002-07-25'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013931
citeertitel: Motorrijtuigenbelasting, belasting van personenautos en motorrijwielen,
taxivervoer, rouw- en trouwvervoer
---
# Motorrijtuigenbelasting, belasting van personenautos en motorrijwielen, taxivervoer, rouw- en trouwvervoer
## . Inleiding
In artikel 72, lid 1, onderdeel n, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en in artikel 16 van de Wet belasting van personenautos en motorrijwielen zijn fiscale faciliteiten opgenomen voor taxivervoer: resp. een vrijstelling- en een teruggaafmogelijkheid.
Eén van de daartoe gestelde eisen is dat het motorrijtuig voor ten minste 90% voor taxivervoer wordt gebruikt.
## . Vragen
Met betrekking tot dit onderwerp zijn de volgende vragen gesteld:
1. Kan het zgn. rouw- of trouwvervoer als taxivervoer in bovenvermelde zin worden beschouwd?
2. Hoe wordt het 90%-criterium toegepast wanneer een auto waarmee taxivervoer in de zin van de Wet Personenvervoer wordt verricht, tevens voor rouw- of trouwvervoer wordt gebruikt?
3. Geldt dit eveneens in de situatie dat de taxi-ondernemer ingehuurd wordt door een rouw- of trouwondernemer voor het vervoer van diens klanten?
## . Antwoorden
1. Het gebruik met een personenauto voor het verrichten van rouw- of trouwvervoer valt niet onder het begrip taxivervoer zoals bedoeld in de Wet BPM 1992 of de Wet MRB 1994. Ik verwijs naar mijn Besluit van 11 juni 1998, nr. VB96/2708, gepubliceerd in het Infobulletin nr. 98/496.
2. Voor de toepassing van het 90%-criterium geldt het feitelijke gebruik ter zake van rouw- of trouwvervoer niet als taxivervoer.
3. Dit geldt ook bij het inhuren van taxis door een (t)rouwondernemer; ook dan is er geen sprake van taxivervoer, omdat het feitelijke gebruik bepalend is. Bij de taxiondernemer geldt dit vervoer dan niet als taxivervoer.
## . Overwegingen
De oorspronkelijke bedoeling van de fiscale vrijstelling c.q. teruggaaf voor taxis was het stimuleren van het taxigebruik aanvullend op het openbaar vervoer met een dienstregeling (trein, bus, tram).
Gelet op deze bedoeling en het feit dat rouw- en trouwvervoer is uitgesloten voor de toepassing van de Wet Personenvervoer, kan het rouw-/trouwvervoer niet delen in de MRB-vrijstelling c.q. de BPM-teruggaaf. Voor wat betreft de voormalige Bijzondere verbruiksbelasting van personenautos (BVB) heeft de Hoge Raad in het arrest van 12 juni 1996, rolnummer 31082 (V-N 1998/56.20) de uitspraak van het Hof bevestigd dat rouwvolgvervoer niet als openbaar vervoer of als taxivervoer in de zin van de Wet Personenvervoer moet worden aangemerkt. Dit oordeel kan naar mijn mening op analoge wijze worden toegepast voor de heffing van de BPM en de MRB.
Omdat het karakter van het vervoer zelf in eerste instantie bepalend is voor de toepassing van de vrijstelling c.q. teruggaaf, moet voor de 90%-eis het feitelijk vervoer worden bezien. Daarbij is de verhouding tussen de eigenaar van de auto en degene in wiens opdracht het vervoer plaatsvindt, in beginsel niet van belang.