2004-01-01 | BWBR0015711 | Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
This commit is contained in:
parent
f394ae5cc5
commit
1f9ca3aa1f
1 changed files with 169 additions and 170 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
|
|||
bwb_id: BWBR0015711
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2022-02-23'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2004-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0015711
|
||||
citeertitel: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -16,8 +16,8 @@ citeertitel: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. wet: Participatiewet;
|
||||
b. zelfstandige: de belanghebbende van 18 jaar tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande en die:
|
||||
a. wet: Wet werk en bijstand;
|
||||
b. zelfstandige: de belanghebbende van 18 tot 65 jaar, die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande en die:
|
||||
|
||||
1°. voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening daarvan;
|
||||
2°. voldoet aan het urencriterium, bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en
|
||||
|
|
@ -26,14 +26,14 @@ c. levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep: het bedrijf of zelfstandig beroe
|
|||
d. boekjaar: de periode van 12 maanden waarover de administratie van de zelfstandige wordt gevoerd;
|
||||
e. netto inkomen: het over het boekjaar verworven inkomen, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.4 van de wet, met toepassing van artikel 6, tweede lid;
|
||||
f. bruto inkomen: het over het boekjaar verworven inkomen, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.4 van de wet, zonder toepassing van artikel 31, derde lid, van de wet en artikel 6, tweede lid;
|
||||
g. jaarnorm: de tot een bedrag per boekjaar omgerekende som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3 van de wet, verhoogd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet en de verleende bijzondere bijstand;
|
||||
g. jaarnorm: de tot een bedrag per boekjaar omgerekende som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3 van de wet, verhoogd met de over de bijstand verschuldigde ziekenfondspremie en de verleende bijzondere bijstand;
|
||||
h. totaal vermogen: het vermogen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zonder aftrek van de aanwezige schulden en zonder de in artikel 34, tweede lid, onderdelen a en e, van de wet, bedoelde bezittingen in aanmerking te nemen;
|
||||
i. eigen vermogen: het verschil tussen het totaal vermogen en de aanwezige schulden;
|
||||
j. bank: bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
|
||||
j. bank: kredietinstelling die is ingeschreven in de afdelingen I, onderafdeling 1, 2, 3, 5 of 6 of afdeling III van het register, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992;
|
||||
k. ondernemer in de binnenvaart: de zelfstandige die arbeid verricht door:
|
||||
|
||||
1°. het vervoeren of opslaan van goederen met behulp van een schip dat bestemd is of gebruikt wordt voor het vervoer van goederen op de Nederlandse binnenwateren, stromen en riviermonden, alsmede op de Dollard, de Waddenzee en het IJsselmeer;
|
||||
2°. het slepen of duwen van de in onder 1 bedoelde schepen met een boot die blijkens zijn bouw daarvoor is bestemd en niet tevens is ingericht voor het vervoer van goederen.
|
||||
a. het vervoeren of opslaan van goederen met behulp van een schip dat bestemd is of gebruikt wordt voor het vervoer van goederen op de Nederlandse binnenwateren, stromen en riviermonden, alsmede op de Dollard, de Waddenzee en het IJsselmeer;
|
||||
b. het slepen of duwen van de in onder a bedoelde schepen met een boot die blijkens zijn bouw daarvoor is bestemd en niet tevens is ingericht voor het vervoer van goederen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -47,8 +47,9 @@ Algemene bijstand kan worden verleend aan:
|
|||
|
||||
a. de zelfstandige die gedurende een redelijke termijn als zodanig werkzaam is geweest en wiens bedrijf of zelfstandig beroep levensvatbaar is;
|
||||
b. de persoon of de echtgenoot van de persoon die uit hoofde van werkloosheid een uitkering ontvangt en die een bedrijf of zelfstandig beroep begint dat levensvatbaar is;
|
||||
c. de zelfstandige geboren voor 1 januari 1960, wiens bedrijf of zelfstandig beroep niet levensvatbaar is en die het bedrijf of zelfstandig beroep gedurende een aaneengesloten periode van 10 jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag heeft uitgeoefend en hieruit een inkomen geniet dat duurzaam ontoereikend is om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
|
||||
d. de zelfstandige wiens bedrijf of zelfstandig beroep niet levensvatbaar is en die zich verplicht de activiteiten in het bedrijf of zelfstandig beroep zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 12 maanden, te beëindigen.
|
||||
c. de zelfstandige van 55 jaar en ouder wiens bedrijf of zelfstandig beroep niet levensvatbaar is en die het bedrijf of zelfstandig beroep gedurende een aaneengesloten periode van 10 jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag heeft uitgeoefend en hieruit een inkomen geniet dat duurzaam ontoereikend is om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
|
||||
d. de zelfstandige wiens bedrijf of zelfstandig beroep niet levensvatbaar is en die zich verplicht de activiteiten in het bedrijf of zelfstandig beroep zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 12 maanden, te beëindigen;
|
||||
e. de zelfstandige die om gezondheidsredenen niet of slechts beperkt in staat is tot het uitoefenen van zijn bedrijf of zelfstandig beroep en die een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen heeft aangevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan slechts worden verleend aan de zelfstandige, bedoeld in de onderdelen a, b en c van het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -56,23 +57,23 @@ d. de zelfstandige wiens bedrijf of zelfstandig beroep niet levensvatbaar is en
|
|||
|
||||
Bijstandsverlening aan een persoon die algemene bijstand ontvangt, die voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen en zich in verband hiermee niet beschikbaar stelt voor arbeid in dienstbetrekking kan gedurende een voorbereidingsperiode van ten hoogste 12 maanden worden voortgezet. In een zodanig geval:
|
||||
|
||||
a. zijn de artikelen 9, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, en 10 van de wet niet van toepassing;
|
||||
b. is de belanghebbende verplicht mee te werken aan door het college aangewezen begeleiding.
|
||||
a. zijn de artikelen 9 en 10 van de wet niet van toepassing;
|
||||
b. is de belanghebbende verplicht mee te werken aan begeleiding door een door het college aangewezen derde.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bijstand in de vorm van een bedrag om niet, waaronder kwijtschelding van rente, als bedoeld in de artikelen 12, 19, 21 en 22:
|
||||
Bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in de artikelen 12, 19, 21 en 22:
|
||||
|
||||
a. wordt niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan € 251.233,00;
|
||||
b. wordt, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan € 59.782, doch minder dan € 251.233,00 slechts verleend indien dit eigen vermogen niet meer bedraagt dan 30 procent van het totaal vermogen.
|
||||
a. wordt niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan € 156 240,00 per 1 januari 2004: € 159.004,00;
|
||||
b. wordt, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan € 37 177,00 per 1 januari 2004: € 37.835,00, doch minder dan € 156 240,00 per 1 januari 2004: € 159.004,00, slechts verleend indien dit eigen vermogen niet meer bedraagt dan 30 procent van het totaal vermogen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt aan de zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in de artikelen 12 en 26 niet verleend, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan € 175.864,00.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt aan de zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in de artikelen 12 en 26 niet verleend, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan € 109 368,00 per 1 januari 2004: € 111.303,00.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
De bijstand die wordt verleend in de vorm van een bedrag om niet met toepassing van artikel 12 wordt verhoogd met een forfaitair bedrag dat overeenkomt met de loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verleent krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingspichtige is.
|
||||
De bijstand die wordt verleend in de vorm van een bedrag om niet met toepassing van de artikelen 12, 21, eerste lid, 22 en 26 wordt verhoogd met een forfaitair bedrag dat overeenkomt met de loonbelasting en de premies volksverzekeringen en de over de bijstand verschuldigde ziekenfondspremie, bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -84,7 +85,7 @@ De algemene bijstand wordt per boekjaar vastgesteld.
|
|||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 32, eerste lid, onderdeel b, van de wet wordt bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige rekening gehouden met het inkomen over een boekjaar. Een teruggave van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen wordt bij een zelfstandige niet als inkomen aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige worden de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over inkomen waarover geen loonbelasting is geheven gesteld op 20 procent per 1 januari 2025: 19 procent van dat inkomen.
|
||||
**2.** Bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige worden de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over inkomen waarover geen loonbelasting is geheven gesteld op 20 procent van dat inkomen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Vermogen
|
||||
|
||||
|
|
@ -146,27 +147,25 @@ Indien de verleende bijstand, vermeerderd met het in het desbetreffende boekjaar
|
|||
|
||||
a. minder is dan de jaarnorm, wordt ambtshalve voor het verschil bijstand verleend, met dien verstande dat de in totaal te verlenen bijstand niet meer bedraagt dan de jaarnorm berekend naar evenredigheid over de periode waarin over het desbetreffende boekjaar bijstand is verleend, waarbij de als geldlening verstrekte bijstand wordt omgezet in een bedrag om niet;
|
||||
b. gelijk is aan de jaarnorm, wordt de als geldlening verstrekte bijstand omgezet in een bedrag om niet;
|
||||
c. meer is dan de jaarnorm, kan de bijstand ter grootte van het verschil worden teruggevorderd en wordt de rest van de als geldlening verstrekte bijstand omgezet in een bedrag om niet.
|
||||
c. meer is dan de jaarnorm, wordt de bijstand ter grootte van het verschil teruggevorderd en wordt de rest van de als geldlening verstrekte bijstand omgezet in een bedrag om niet.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 12 wordt, voor zover het eigen vermogen de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in artikel 3 overschrijdt, de renteloze geldlening gehandhaafd na afloop van het tijdvak waarin bijstand is verleend. Met ingang van het jaar volgend op het laatste jaar van de bijstandsverlening wordt hierop een jaarlijkse aflossing van ten minste 10 procent voldaan.
|
||||
In afwijking van artikel 12 wordt, voor zover het eigen vermogen de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in artikel 3 overschrijdt, de renteloze geldlening gehandhaafd na afloop van het tijdvak waarin bijstand is verleend. Met ingang van het jaar volgend op het laatste jaar van de bijstandsverlening wordt hierop een jaarlijkse aflossing van ten minste 10 procent voldaan. Voor zover de zelfstandige, naar het oordeel van het college, een deel van de verschuldigde aflossing niet kan voldoen, wordt uitstel van betaling verleend.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Bijstand aan een zelfstandige ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt naar de regels van dit besluit verleend in de vorm van een rentedragende lening, een renteloze lening, borgtocht of een bedrag om niet.
|
||||
**1.** Bijstand aan een zelfstandige ter behoefte aan bedrijfskapitaal wordt naar de regels van dit besluit verleend in de vorm van een rentedragende lening, een renteloze lening, borgtocht of een bedrag om niet.
|
||||
|
||||
**2.** Een voorschot als bedoeld in artikel 52, van de wet, kan geen betrekking hebben op bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal.
|
||||
|
||||
**3.** Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt niet verleend aan personen als bedoeld in artikel 34a, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking die arbeid als zelfstandige verrichten of gaan verrichten.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt verleend met inachtneming van het volgende:
|
||||
|
||||
a. de rente van de geldlening bedraagt 5 procent per 1 juli 2009: 8 procent per jaar gedurende de gehele looptijd van de geldlening;
|
||||
a. de rente van de geldlening bedraagt 5 procent per 1 januari 2004: 4,5 procent per jaar gedurende de gehele looptijd van de geldlening;
|
||||
b. de looptijd van de geldlening is ten hoogste tien jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
|
@ -175,7 +174,7 @@ Bijstand in de vorm van borgtocht ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskap
|
|||
|
||||
a. de borgtocht heeft geen betrekking op de rente en kosten van die geldlening waarvoor borgtocht wordt aangegaan;
|
||||
b. de looptijd van de geldlening waarvoor borgtocht wordt aangegaan is ten hoogste tien jaar;
|
||||
c. de borgtocht kan alleen worden aangegaan met een bank of een daartoe door het college erkende rechtspersoon, die zonder winstoogmerk kredieten verstrekt aan ondernemers;
|
||||
c. de borgtocht kan alleen worden aangegaan met een bank;
|
||||
d. het bedrag dat de zelfstandige na uitwinning verschuldigd is, wordt aangemerkt als een lening, waarop de artikelen 40 tot en met 43 van toepassing zijn;
|
||||
e. uitwinning door de bank kan slechts plaatsvinden na toestemming van het college.
|
||||
|
||||
|
|
@ -183,12 +182,6 @@ e. uitwinning door de bank kan slechts plaatsvinden na toestemming van het colle
|
|||
|
||||
Het college kan bijstand verlenen aan de zelfstandige ter gedeeltelijke of volledige betaling van een bedrijfsschuld, mits de bijstand wordt verleend op grond van artikel 2, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Experiment
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 83, tweede lid, van de wet, duurt een experiment ten hoogste drie jaar.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Nadere bepalingen voor groepen zelfstandigen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Gevestigde zelfstandigen
|
||||
|
|
@ -207,19 +200,23 @@ c. het vermogen van de zelfstandige, het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste li
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste € 261.048,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.
|
||||
**1.** Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste € 162 344,00 per 1 januari 2004: € 165.216,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.
|
||||
|
||||
**2.** Indien aan een zelfstandige, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bijstand wordt verleend zowel ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal als ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan wordt de bijstand verleend met toepassing van het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De op grond van de artikelen 15 en 20 verschuldigde rente wordt ambtshalve kwijtgescholden en reeds betaalde rente terugbetaald, indien het netto inkomen in een of beide boekjaren volgend op het boekjaar van de aanvraag, lager is dan de jaarnorm, tenzij in een boekjaar aan de zelfstandige ook algemene bijstand, bedoeld in artikel 10, is verleend. Het bedrag is ten hoogste de voor dat boekjaar geldende renteverplichting op grond van artikel 15, doch niet meer dan het verschil tussen de jaarnorm en het netto inkomen in het boekjaar.
|
||||
**1.** De op grond van de artikelen 15 en 20 verleende bijstand wordt ambtshalve geheel of gedeeltelijk omgezet in een bedrag om niet, indien het netto inkomen in het boekjaar van de aanvraag dan wel in het daaraan voorafgaande jaar lager is dan de jaarnorm. Het bedrag om niet bedraagt het verschil tussen de jaarnorm en het netto inkomen doch ten hoogste het verschil tussen het eigen vermogen en de toepasselijke vermogensgrens bedoeld in artikel 3, eerste lid. De zelfstandige bepaalt het boekjaar waarover de bijstand wordt omgezet in een bedrag om niet.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de bijstand is verleend in de vorm van borgtocht op grond van de artikelen 16 en 20, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de door de bank verstrekte lening. Het aldus berekende bedrag wordt verstrekt als een bedrag om niet. Aan deze bijstand wordt de voorwaarde verbonden dat deze wordt aangewend ter aflossing of tot rentebetaling op de door de bank verstrekte lening.
|
||||
**2.** De op grond van de artikelen 15 en 20 verschuldigde rente wordt ambtshalve kwijtgescholden en reeds betaalde rente terugbetaald, indien het netto inkomen in een of beide boekjaren volgend op het boekjaar van de aanvraag, lager is dan de jaarnorm. Het bedrag is ten hoogste de voor dat boekjaar geldende renteverplichting op grond van artikel 15, doch niet meer dan het verschil tussen de jaarnorm en het netto inkomen in het boekjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag van de op grond van het eerste lid kwijtgescholden of terugbetaalde rente, of het op grond van het tweede lid berekende bedrag om niet, kan tezamen met de over hetzelfde boekjaar verleende bijstand ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 4, niet meer bedragen dan de jaarnorm.
|
||||
**3.** Indien de bijstand is verleend in de vorm van borgtocht op grond van de artikelen 16 en 20, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing op de door de bank verstrekte lening. De aldus berekende bedragen worden verstrekt als een bedrag om niet. Aan deze bijstand wordt de voorwaarde verbonden dat het wordt aangewend ter aflossing of tot rentebetaling op de door de bank verstrekte lening.
|
||||
|
||||
**4.** Het bedrag van de op grond van het eerste lid in een bedrag om niet omgezette bijstand, of het bedrag van de op grond van het tweede lid kwijtgescholden of terugbetaalde rente dan wel het op grond van het derde lid berekende bedrag om niet, kan tezamen met de over hetzelfde boekjaar verleende bijstand ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 4, niet meer bedragen dan de jaarnorm.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Bijstand in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden verleend in de vorm van een bedrag om niet tot ten hoogste € 13.052,00, indien het inkomen van de zelfstandige duurzaam lager is dan de som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3, van de wet, en de verleende bijzondere bijstand en diens vermogen de grens genoemd in artikel 3, eerste lid, niet te boven gaat. Deze bijstand gaat niet samen met bijstand als bedoeld in artikel 20.
|
||||
Bijstand in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden verleend in de vorm van een bedrag om niet tot ten hoogste € 8 117,00 per 1 januari 2004: € 8.261,00, indien het inkomen van de zelfstandige duurzaam lager is dan de som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3, van de wet, en de verleende bijzondere bijstand en diens vermogen de grens genoemd in artikel 3, eerste lid, niet te boven gaat. Deze bijstand gaat niet samen met bijstand als bedoeld in artikel 20.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Beginnende zelfstandigen
|
||||
|
||||
|
|
@ -229,21 +226,26 @@ Bijstand in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan aan een zelfstandige als bedoel
|
|||
|
||||
**2.** Toekenning van algemene bijstand als bedoeld in het eerste lid wordt beëindigd zodra het bedrijf of zelfstandig beroep niet meer levensvatbaar is.
|
||||
|
||||
**3.** Het college is bevoegd te onderzoeken of het bedrijf of zelfstandig beroep nog levensvatbaar is, indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het college onderzoekt of het bedrijf of zelfstandig beroep nog levensvatbaar is:
|
||||
|
||||
a. 6 maanden na aanvang van de bijstandsverlening, bedoeld in het eerste lid, en daarna na een periode van respectievelijk 6 en 12 maanden;
|
||||
b. bij verlenging van de toekenning van algemene bijstand om redenen van medische of sociale aard als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, en vervolgens telkens na een periode van 12 maanden.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal uitsluitend bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste € 48.060,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.
|
||||
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal uitsluitend bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste € 29 889,00 per 1 januari 2004: € 30.417,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Oudere zelfstandigen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt algemene bijstand verleend voor de duur dat hij uit het bedrijf of zelfstandig beroep naar verwachting een bruto inkomen zal behalen dat gemiddeld minstens € 10.368,00 per boekjaar bedraagt.
|
||||
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt algemene bijstand verleend voor de duur dat hij uit het bedrijf of zelfstandig beroep naar verwachting een bruto inkomen zal behalen dat gemiddeld minstens € 6 447,00 per 1 januari 2004: € 6.562,00 per boekjaar bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, slechts verleend tot ten hoogste € 13.052,00. Deze bijstand wordt verstrekt in de vorm van een bedrag om niet of, voor zover het eigen vermogen meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, in de vorm van een renteloze lening. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, slechts verleend tot ten hoogste € 8 117,00 per 1 januari 2004: € 8.261,00. Deze bijstand wordt verstrekt in de vorm van een bedrag om niet of, voor zover het eigen vermogen meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, in de vorm van een renteloze lening. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Beëindigende zelfstandigen
|
||||
|
||||
|
|
@ -251,21 +253,17 @@ Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de zelfst
|
|||
|
||||
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, wordt algemene bijstand verleend gedurende ten hoogste 12 maanden. Verlenging van deze termijn met ten hoogste 12 maanden is op verzoek van de zelfstandige mogelijk voor zover de beëindiging naar het oordeel van het college een langere termijn noodzakelijk maakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, kan bijstand alleen met terugwerkende kracht worden verleend op grond van artikel 44, vijfde lid, van de wet, als het bedrijf op het moment van aanvraag nog niet is beëindigd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Arbeidsongeschikte zelfstandigen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, wordt algemene bijstand verleend tot het tijdstip waarop een beslissing ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen is genomen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Voorziening in met voorbereiding van bedrijf of zelfstandig beroep samenhangende kosten
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** Bijstand in de met de voorbereiding samenhangende kosten, bedoeld in artikel 2, derde lid, kan worden verleend aan een persoon als bedoeld in artikel 2, derde lid.
|
||||
**1.** Aan een persoon als bedoeld in artikel 2, derde lid, kan bijstand worden verleend in de met de voorbereiding samenhangende kosten, bedoeld in artikel 2, derde lid, tot een bedrag van ten hoogste € 2 469,00 per 1 januari 2004: € 2.513,00.
|
||||
|
||||
**2.** Deze bijstand heeft voorlopig de vorm van een renteloze geldlening.
|
||||
|
||||
|
|
@ -273,7 +271,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Indien de belanghebbende in aansluiting op de voorbereidingsperiode:
|
||||
|
||||
a. geen bedrijf of beroep als zelfstandige begint, dan wordt de geldlening omgezet in een bedrag om niet, tenzij de belanghebbende niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 17 van de wet, of een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan;
|
||||
a. geen bedrijf of beroep als zelfstandige begint, dan wordt de geldlening omgezet in een bedrag om niet;
|
||||
b. een bedrijf of beroep als zelfstandige begint, dan wordt de geldlening omgezet in een rentedragende geldlening.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Zelfstandigen die een bedrijf of zelfstandig beroep alleen of samen met anderen uitoefenen in een samenwerkingsverband of in de vorm van een rechtspersoon
|
||||
|
|
@ -301,7 +299,7 @@ Indien bijstand wordt verleend aan een zelfstandige die zijn bedrijf of zelfstan
|
|||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de zelfstandige die het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent in de vorm van een besloten vennootschap of een coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid, wordt onder netto inkomen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, mede verstaan de naar evenredigheid van het aantal zelfstandigen in een boekjaar omgerekende winst van deze rechtspersoon verminderd met de hierover verschuldigde vennootschapsbelasting.
|
||||
Ten aanzien van de zelfstandige die het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent in de vorm van een besloten vennootschap of een coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid, wordt onder netto inkomen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, mede verstaan de naar evenredigheid van het aantal zelfstandigen in een boekjaar omgerekende netto winst van deze rechtspersoon verminderd met de hierover verschuldigde vennootschapsbelasting.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 8. Zelfstandigen in het buitenland
|
||||
|
||||
|
|
@ -319,13 +317,27 @@ De bijstand die met toepassing van artikel 37 wordt verleend heeft voorlopig de
|
|||
|
||||
**3.** Het college kan de termijn bedoeld in het tweede lid verlengen met ten hoogste dertien weken, indien het college niet in staat is tijdig een besluit te nemen. Van de verlenging doet het college mededeling aan de zelfstandige, onder vermelding van het tijdstip waarop de termijn voor het nemen van een besluit zal verstrijken.
|
||||
|
||||
**4.** Het college besluit niet tot toekenning van bijstand dan nadat de juistheid en volledigheid van de door de zelfstandige verstrekte gegevens is onderzocht.
|
||||
|
||||
**5.** Als buiten toedoen van de zelfstandige het onderzoek naar de juistheid en de volledigheid van de door hem verstrekte gegevens niet binnen de beslistermijn kan worden voltooid, besluit het college op de aanvraag op voet van de dan bekende gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Indien de ondernemer in de binnenvaart geen woonplaats heeft als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, bestaat het recht op bijstand jegens het college van de gemeente waar de ondernemer in de binnenvaart op het moment van zijn aanvraag zijn feitelijke ligplaats heeft.
|
||||
De bijstand aan een ondernemer in de binnenvaart wordt verleend, indien hij verblijft op het grondgebied van:
|
||||
|
||||
a. de provincies Groningen, Friesland en Drenthe: door het college van de gemeente Groningen;
|
||||
b. de provincies Overijssel en Flevoland: door het college van de gemeente Zwolle;
|
||||
c. de provincie Gelderland en de gemeenten Bergen, Boxmeer, Cuijk, Gennep, Grave, Lith, Mook en Middelaar en Oss: door het college van de gemeente Nijmegen;
|
||||
d. de provincie Utrecht: door het college van de gemeente Nieuwegein;
|
||||
e. de provincie Noord-Holland: door het college van de gemeente Amsterdam;
|
||||
f. de provincie Zuid-Holland: door het college van de gemeente Rotterdam;
|
||||
g. de provincie Zeeland: door het college van de gemeente Terneuzen;
|
||||
h. de provincie Noord-Brabant, met uitzondering van de gemeenten Asten, Boxmeer, Cranendonck, Cuijk, Deurne, Grave, Helmond, Lith, Mierlo, Oss en Someren: door het college van de gemeente Geertruidenberg;
|
||||
i. de gemeenten Asten, Cranendonck, Deurne, Helmond, Mierlo en Someren en de provincie Limburg, met uitzondering van de gemeenten Bergen, Gennep en Mook en Middelaar: door het college van de gemeente Maasbracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Bij zeer dringende redenen van tijdelijke aard kan aan de zelfstandige, die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven en die zich uit hoofde van zijn bedrijf of beroep tijdelijk in het buitenland bevindt, door Onze Minister bijstand worden verleend volgens door hem te stellen regels.
|
||||
**1.** Bij zeer dringende redenen van tijdelijke aard kan aan de zelfstandige, die als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente is ingeschreven en die zich uit hoofde van zijn bedrijf of beroep tijdelijk in het buitenland bevindt, door Onze Minister bijstand worden verleend volgens door hem te stellen regels.
|
||||
|
||||
**2.** Hoofdstuk 6, paragraaf 6.5, van de wet, en hoofdstuk VI zijn van toepassing op terugvordering en verhaal van kosten van bijstand die door Onze Minister is verleend, met dien verstande dat het Rijk in plaats van de gemeente treedt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -358,7 +370,7 @@ a. indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van een rentedragende geldlenin
|
|||
|
||||
1°. de bestemming van de geldlening;
|
||||
2°. de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing alsmede de betalingstermijnen;
|
||||
3°. dat het bedrag van de lening, behoudens in de gevallen waarin artikel 21, eerste lid, van toepassing is en met inachtneming van artikel 41, terstond opeisbaar is bij het niet nakomen van de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing;
|
||||
3°. dat het bedrag van de lening, behoudens in de gevallen waarin artikel 21, tweede lid, van toepassing is en met inachtneming van artikel 41, terstond opeisbaar is bij het niet nakomen van de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing;
|
||||
b. indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van borgtocht op grond van artikel 16, dat aan de verplichtingen opgenomen in de leningsovereenkomst met de bank dient te worden voldaan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -373,21 +385,26 @@ c. ingeval van surséance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De zelfstandige die niet aan de rente- en aflossingsverplichtingen voldoet, wordt door het college tot betaling gemaand. Indien de zelfstandige ook na een tweede aanmaning niet voldoet, worden het geleende bedrag en de achterstallige rente, beide verhoogd met de wettelijke rente, teruggevorderd.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.** De zelfstandige die geheel of gedeeltelijk niet in staat is aan de rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen, kan een met redenen omkleed verzoek om uitstel van betaling bij het college indienen.
|
||||
**1.** De zelfstandige die geheel of gedeeltelijk niet in staat is aan de rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen, kan een met redenen omkleed verzoek om uitstel of verlaging van betaling bij het college indienen.
|
||||
|
||||
**2.** Uitstel van aflossing en betaling van rente wordt ten hoogste voor een periode van een jaar verleend. Het college kan zonodig deze periode tweemaal met ten hoogste een jaar verlengen. Over de gehele looptijd van de lening kan maximaal gedurende een aaneengesloten of onderbroken periode van drie jaar uitstel worden verleend.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Het uitstel heeft bij voorrang betrekking op de aflossing. De vordering wegens uitstel van betaling van rente is niet rentedragend.
|
||||
Indien de zelfstandige tijdelijk niet in staat is aan de verplichtingen te voldoen en bijstand om niet ingevolge artikel 21, tweede lid, niet mogelijk of ontoereikend is, kan het college, afhankelijk van de financiële omstandigheden van betrokkene:
|
||||
|
||||
**4.** Indien blijkt dat de zelfstandige duurzaam niet aan de verplichtingen kan voldoen of, indien de periode van drie jaar bedoeld in het tweede lid is verstreken, zijn de lening en de eventuele achterstallige rente terstond opeisbaar en kunnen deze worden teruggevorderd.
|
||||
a. tijdelijk het bedrag van de aflossing verlagen;
|
||||
b. geheel of gedeeltelijk uitstel van het betalen van aflossing en rente verlenen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien blijkt dat de financiële omstandigheden van de zelfstandige zodanig zijn dat deze geacht kan worden aan de verplichtingen te kunnen voldoen, kunnen de vanaf de vervaldatum achterstallige rente- en aflossingsbedragen terstond worden teruggevorderd. Indien hierbij sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming, is over de achterstallige rente- en aflossingsbedragen de wettelijke rente verschuldigd.
|
||||
**3.** Uitstel van aflossing en betaling van rente op grond van het tweede lid, onderdeel b, wordt ten hoogste voor een periode van een jaar verleend. Het college kan zonodig deze periode tweemaal met ten hoogste een jaar verlengen. Over de gehele looptijd van de lening kan maximaal gedurende een aaneengesloten of onderbroken periode van drie jaar uitstel worden verleend.
|
||||
|
||||
**6.** In de gevallen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, blijft het resterende deel van de lening vanaf het moment van de opeisbaarheid van de lening rentedragend.
|
||||
**4.** Het uitstel op grond van het tweede lid, onderdeel b, heeft bij voorrang betrekking op de aflossing. De vordering wegens uitstel van betaling van rente is niet rentedragend.
|
||||
|
||||
**5.** Indien blijkt dat de zelfstandige duurzaam niet aan de verplichtingen kan voldoen of, indien de periode van drie jaar bedoeld in het derde lid is verstreken, zijn de lening en de eventuele achterstallige rente terstond opeisbaar en worden deze teruggevorderd.
|
||||
|
||||
**6.** Indien blijkt dat de financiële omstandigheden van de zelfstandige zodanig zijn dat deze geacht kan worden aan de verplichtingen te kunnen voldoen, worden de vanaf de vervaldatum achterstallige rente- en aflossingsbedragen terstond teruggevorderd. Indien hierbij sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming, is over de achterstallige rente- en aflossingsbedragen de wettelijke rente verschuldigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
|
|
@ -398,173 +415,155 @@ b. alle concurrente schuldeisers evenredige medewerking verlenen.
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Bij beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep wordt de lening, behoudens in het geval artikel 42 toepassing vindt, volledig terugbetaald. Gestelde zekerheden worden volledig uitgewonnen. In afwijking daarvan blijft, op verzoek van de betrokkene en voor zover mogelijk, een lening onder hypothecair verband, verbonden aan de eigen woning met bijbehorend erf, gehandhaafd of wordt deze tot de onbelaste waarde van deze woning gevestigd.
|
||||
**1.** Bij beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep wordt de lening, behoudens in het geval artikel 42 toepassing vindt, volledig terugbetaald. Gestelde zekerheden worden volledig uitgewonnen. In afwijking daarvan blijft, op verzoek van de betrokkene en voor zover mogelijk, een lening onder hypothecair verband, verbonden aan de eigen woning met bijbehorend erf, gehandhaafd of wordt deze tot de onbelaste waarde van deze woning gevestigd. De artikelen 10d, 10e, 10f, eerste, tweede en vierde lid, en 10g van het Uitvoeringsbesluit WIK, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aflossing aanvangt op het moment van beëindiging van de bijstandsverlening. Geen aflossing wordt gevergd indien de belanghebbende een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars ontvangt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien na beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep een deel van de lening resteert en deze niet met toepassing van het vorige lid onder hypothecair verband is verleend, kan in het geval van niet verwijtbaarheid het resterende deel van de lening vanaf de beëindiging renteloos worden gemaakt. In het geval van een renteloos gemaakte lening dient gedurende de periode van vijf jaar na beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep 50 procent van het netto inkomen boven de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragrafen 3.2 en 3.3, van de wet, besteed te worden voor aflossing van deze lening.
|
||||
|
||||
**3.** De lening, die de zelfstandige bij de beëindiging op grond van het eerste lid gehouden is terug te betalen, is een lening als bedoeld in artikel 58, tweede lid, onderdeel b, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 43a
|
||||
|
||||
**1.** Bij beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep vangt de aflossing van de geldlening onder verband van hypotheek of verpanding aan op het moment van beëindiging van de bijstandsverlening.
|
||||
|
||||
**2.** De aflossing van de geldlening onder verband van hypotheek of verpanding vindt maandelijks plaats gedurende ten hoogste tien jaar.
|
||||
|
||||
**3.** Het college stelt het maandbedrag van de aflossing vast aan de hand van het inkomen, bedoeld in paragraaf 3.4 van de wet, en de noodzakelijke, voor rekening van de zelfstandige en zijn gezin komende, bijzondere bestaanskosten. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, wijzigt het college het maandbedrag van de aflossing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij een inkomen van de zelfstandige en zijn gezin als bedoeld in het derde lid dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in de paragrafen 3.2 en 3.3 van de wet, wordt geen aflossing gevergd.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de zelfstandige en zijn gezin tijdens de aflossingsperiode van tien jaar schuldig nalatig zijn in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 43b
|
||||
|
||||
**1.** Indien door toepassing van artikel 43a, derde of vierde lid, na afloop van de aflossingsperiode van tien jaar de geldlening nog niet is afgelost, is vanaf dat moment maandelijks rente verschuldigd over het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
|
||||
|
||||
**2.** De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente, verminderd met drie procent.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de zelfstandige naar het oordeel van het college de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen, doch niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing en wordt de rente die daardoor niet wordt betaald bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de zelfstandige naar het oordeel van het college geen rente kan betalen wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
|
||||
|
||||
**5.** Over een bijgeschreven rentevordering is geen rente verschuldigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 43c
|
||||
|
||||
**1.** Bij verkoop van de woning dan wel bij vererving van de woning na het overlijden van de zelfstandige of, indien het een echtpaar betreft, na het overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening, alsmede de op grond van artikel 43b, vierde lid, bijgeschreven rente, terstond afgelost.
|
||||
|
||||
**2.** Indien bij de verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden.
|
||||
|
||||
### Artikel 43d
|
||||
|
||||
Aan de zelfstandige of langstlevende echtgenoot, bedoeld in artikel 43c, eerste lid, wordt, telkens na afloop van een kalenderjaar, een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.
|
||||
**2.** Indien na beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep een deel van de lening resteert en deze niet met toepassing van het vorige lid onder hypothecair verband is verleend, wordt het resterende deel van de lening vanaf de beëindiging renteloos. Gedurende de periode van vijf jaar na beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep dient 50 procent van het netto inkomen boven de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragrafen 3.2 en 3.3, van de wet, besteed te worden voor aflossing van deze lening.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Terugvordering
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** In afwijking van hoofdstuk 6, paragraaf 6.4, van de wet, worden kosten van bijstand door de gemeente teruggevorderd in de gevallen en naar de regels aangegeven in artikel 12, tweede lid, onderdeel c, en de hoofdstukken V en VI.
|
||||
|
||||
**2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Bijstand die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 14 van de Algemene bijstandswet, ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, wordt van de zelfstandige teruggevorderd.
|
||||
|
||||
**2.** Hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald wordt teruggevorderd voor zover de zelfstandige dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen.
|
||||
|
||||
**3.** Terugvordering als bedoeld in het tweede lid vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar voor de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Kosten van bijstand worden van de zelfstandige teruggevorderd voor zover:
|
||||
|
||||
a. hij naderhand met betrekking tot de periode waarover bijstand is verleend over in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.4, van de wet, beschikt of kan beschikken;
|
||||
b. bijstand is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door hem vergoedingen of tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die bestemming.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Kosten van bijstand verleend in de vorm van een geldlening, anders dan bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden van de zelfstandige teruggevorderd, indien hij hieruit voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VII. Financiering
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van ’s Rijks kas aan het college een uitkering als onderdeel van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, voor de kosten van algemene bijstand aan zelfstandigen, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van ’s Rijks kas aan het college een bedrag van 100% van de lasten van de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, met dien verstande dat Onze Minister in de daaropvolgende vijf jaar in totaal 75% van dit verstrekte bedrag terugvordert van het college, in jaarlijkse stappen van achtereenvolgens 20%, 20%, 15%, 10% en 10%.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister vordert jaarlijks 75% van de baten van vóór 1 januari 2020 door het college verstrekte bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal terug van het college.
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt de lasten van bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, bedoeld in artikel 49, eerste lid, en de baten van vóór 1 januari 2020 verstrekt bedrijfskapitaal, bedoeld in artikel 49, tweede lid, vast binnen een jaar na ontvangst door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet.
|
||||
|
||||
**2.** De lasten van de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal worden bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, buiten aanmerking gelaten indien deze lasten blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet, dat deel uit maakt van de informatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, als fout of onzeker worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden de lasten en baten van bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal ambtshalve door Onze Minister vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Vergoeding centrumgemeenten bijstandsverlening ondernemers in de binnenvaart
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is in afwijking van de artikelen 48 tot en met 50 van toepassing op de vergoeding van de kosten van bijstandsverlening aan ondernemers in de binnenvaart waarvan de bijstand, op grond van artikel 36 zoals dat luidde op 31 december 2019, wordt verstrekt door het college van de gemeenten Groningen, Zwolle, Nijmegen, Nieuwegein, Amsterdam, Rotterdam, Terneuzen, Geertruidenberg of Maasgouw.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister vergoedt ten laste van ‘s Rijks kas aan het college:
|
||||
Onze Minister vergoedt, ten laste van 's Rijks kas, 75% van de in een kalenderjaar ten laste van de gemeente gebleven kosten van:
|
||||
|
||||
a. 100% van de kosten van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal;
|
||||
b. de kosten van aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, voor zover deze kosten een bij ministeriële regeling te bepalen maximumbedrag per onderzoek niet overschrijden.
|
||||
a. algemene bijstand aan zelfstandigen en de belanghebbende bedoeld in artikel 2, derde lid, waaronder begrepen de loonbelasting, premies volksverzekeringen en de ziekenfondspremie, die daarover verschuldigd zijn, voorzover de algemene bijstand niet bij wijze van voorschot op grond van artikel 52 van de wet is verleend;
|
||||
b. bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal;
|
||||
c. bijstand ter voorziening in met de voorbereiding van een bedrijf of zelfstandig beroep samenhangende kosten.
|
||||
|
||||
**2.** Onder onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan, een bedrijfseconomisch of bedrijfstechnisch onderzoek, waaronder begrepen taxatie van vermogensbestanddelen, afgerond met een schriftelijke rapportage, voor zover dit onderzoek noodzakelijk is voor de uitvoering van dit besluit.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, is de vergoeding 100% indien de bijstand is verleend aan ondernemers in de binnenvaart.
|
||||
|
||||
**3.** Onder ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan, de in een kalenderjaar door de gemeente verleende bijstand, bedoeld in het eerste lid, verminderd met alle ontvangsten van de gemeente in dat jaar in verband met de verlening van bijstand, waaronder begrepen de bedragen die de gemeente ontvangt door toepassing van artikel 14a van de Algemene bijstandswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het verlenen van voorschotten op de vergoeding, bedoeld in artikel 48.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de uitvoering van dit besluit ernstige tekortkomingen vertoont, kan Onze Minister besluiten de voorschotten lager vast te stellen dan uit de op grond van het eerste lid gestelde regels voortvloeit.
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Voor de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, die op grond van het eerste lid van dat artikel niet voor vergoeding in aanmerking komen, verstrekt Onze Minister jaarlijks ten laste van 's Rijks kas aan de gemeente een uitkering, met dien verstande dat geen uitkering wordt verstrekt voor op grond van artikel 52 van de wet verleende algemene bijstand. De uitkering wordt ten minste drie maanden voorafgaande aan het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft door Onze Minister vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag van de uitkering wordt volgens bij ministeriële regeling te stellen regels berekend aan de hand van het voor ieder jaar bij wet vast te stellen totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid. Bij deze ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het verzamelen van gegevens noodzakelijk voor de berekening van het bedrag van de uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** Het totale bedrag, bedoeld in artikel 50, tweede lid, kan in het jaar waarop het bedrag betrekking heeft en in het daaropvolgende jaar bij wet worden verhoogd indien de ontwikkeling van de uitkeringslasten daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het totale bedrag wordt herzien, wordt het bedrag waarmee de uitkering, bedoeld in artikel 50, eerste lid, wordt verhoogd binnen een periode van vier weken na de herziening door Onze Minister vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, wordt voor de toepassing van artikel 52 onder het bedrag van de uitkering verstaan: het bedrag van de uitkering inclusief de verhoging, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.** Indien bij de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 54, blijkt, dat de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 50, eerste lid, in een kalenderjaar meer bedragen dan 115% van het bedrag van de uitkering, bedoeld in artikel 50, wordt door Onze Minister ten laste van 's Rijks kas aan de gemeente een aanvullende uitkering toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil tussen het bedrag van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 50, eerste lid, en 115% van het bedrag van de uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt de vergoeding, bedoeld in artikel 52, vast binnen een jaar na ontvangst door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet.
|
||||
Onze Minister stelt regels inzake de betaling van:
|
||||
|
||||
**2.** De kosten van algemene bijstand, de kosten van de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, de uitvoeringskosten en de kosten voor onderzoek worden bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, buiten aanmerking gelaten indien deze kosten blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet, dat deel uit maakt van de informatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, als fout of onzeker worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt de vergoeding ambtshalve door Onze Minister vastgesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIIa. Tijdelijke afwijkende regels voor instroom tijdens eerste kwartaal 2022
|
||||
a. de uitkering, bedoeld in artikel 50, eerste lid;
|
||||
b. het bedrag waarmee de uitkering op grond van artikel 51 wordt verhoogd;
|
||||
c. de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 52.
|
||||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onze Minister stelt de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de artikelen 48 en 50, de vergoeding, bedoeld in artikel 48, en de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 52, vast, binnen een jaar na ontvangst van het verslag en daarop betrekking hebbende verklaring, bedoeld in artikel 54 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 54 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het verslag niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft of niet is voorzien van een daarop betrekking hebbende verklaring worden de ten laste van de gemeente gebleven kosten ambtshalve vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De volgens opgave van het college ten laste gebleven kosten worden bij de vaststelling, bedoeld in artikel 54, eerste lid, buiten aanmerking gelaten indien:
|
||||
|
||||
a. het bijstand betreft die is verleend in strijd met de bij of krachtens de wet of dit besluit gestelde regels, of die niet of niet volledig overeenkomstig hoofdstuk VI is of wordt teruggevorderd;
|
||||
b. niet is voldaan aan artikel 14a tot en met 14f van de Algemene bijstandswet of artikel 18, tweede lid, van de wet, voor een bedrag gelijk aan het bedrag waarmee de kosten zouden zijn verlaagd indien het college op een juiste wijze toepassing zou hebben gegeven aan dit artikel.
|
||||
|
||||
**2.** Indien als gevolg van het niet hebben voldaan door het college aan de bij of krachtens de artikelen 17, 41, vijfde lid, 43 en 44 van de wet of artikel 35 gestelde regels, niet kan worden vastgesteld of en voor welk bedrag de ten laste van de gemeenten gebleven kosten buiten aanmerking moeten worden gelaten, wordt volgens door Onze Minister te stellen regels hiervoor een bedrag vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voorzover naar het oordeel van Onze Minister:
|
||||
|
||||
a. de tekortkomingen van bijzondere aard of geringe betekenis zijn;
|
||||
b. het college zich voldoende heeft ingespannen om de tekortkomingen op te heffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister vergoedt ten laste van 's Rijks kas:
|
||||
|
||||
a. aan gemeenten, bedoeld in artikel 36, een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag per besluit op een aanvraag van ondernemers in de binnenvaart om verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal;
|
||||
b. 90% van de kosten van aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, voor zover de kosten een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag niet overschrijden;
|
||||
c. 90% van de kosten van aan derden opgedragen begeleiding van personen aan wie algemene bijstand wordt verstrekt als bedoeld in de artikelen 2, derde lid, en 23, voor zover de kosten een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag niet overschrijden.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen b en c, is de vergoeding 100%, indien het onderzoek of de begeleiding betrekking heeft op ondernemers in de binnenvaart als bedoeld in artikel 1, onderdeel k.
|
||||
|
||||
**3.** Onder onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstaan, een bedrijfseconomisch of bedrijfstechnisch onderzoek, waaronder begrepen de taxatie van vermogensbestanddelen, afgerond met een schriftelijke rapportage, voorzover dit onderzoek noodzakelijk is voor de uitvoering van dit besluit.
|
||||
|
||||
**4.** Onder begeleiding, als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstaan de individuele, planmatige en activerende ondersteuning van personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, en in artikel 2, derde lid, gericht op het verkrijgen van een levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onze Minister stelt regels met betrekking tot het verlenen van voorschotten op de vergoeding, bedoeld in artikel 56.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de uitvoering van dit besluit door het college ernstige tekortkomingen vertoont, kan Onze Minister besluiten de voorschotten lager vast te stellen dan uit de op grond van het eerste lid gestelde regels voortvloeit.
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onze Minister stelt de vergoeding, bedoeld in artikel 56, vast binnen een jaar na ontvangst van het verslag en daarop betrekking hebbende verklaring, bedoeld in artikel 54 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 54 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het verslag niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft of niet is voorzien van een daarop betrekking hebbende verklaring wordt de vergoeding ambtshalve vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De kosten, bedoeld in artikel 56, eerste lid, onder b, en c, en tweede lid, worden niet vergoed:
|
||||
|
||||
a. indien het onderzoek of de begeleiding is opgedragen aan een deskundige derde die onder verantwoordelijkheid van het college werkzaam is;
|
||||
b. voorzover zij hoger zijn dan de door Onze Minister vast te stellen maximaal voor vergoeding in aanmerking komende kosten voor onderzoek of begeleiding.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3, 20, 22, 24, 25 en 26, worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.
|
||||
**1.** Onze Minister herziet, met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar, met de procentuele stijging van het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie de bedragen, genoemd in de artikelen 3, 20, 22, 24, 25, 26 en 29.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister herziet het rentepercentage, genoemd in artikel 15, voor zover de rente die banken in rekening brengen bij het verstrekken van leningen aan bedrijven, daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt het in artikel 6, tweede lid, genoemde percentage zodanig vast dat dit gelijk is aan het gemiddeld bedrag dat voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet hebben bereikt over de algemene bijstand verschuldigd is aan loonbelasting en premies volksverzekeringen, uitgedrukt als een percentage van de algemene bijstand verhoogd met deze loonbelasting en premies.
|
||||
|
||||
### Artikel 60a
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 2, eerste lid, onderdeel c, zoals dat luidde op 31 december 2019, blijft van toepassing op de zelfstandige die zijn aanvraag uiterlijk 31 december 2019 heeft ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 20, tweede lid, en 21, eerste tot en met vierde lid, zoals die luidden op 31 december 2019, blijven van toepassing op de zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, die zijn aanvraag om algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, uiterlijk 31 december 2019 heeft ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** Hoofdstuk VII zoals dat luidde op 31 december 2019, blijft van toepassing op de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, de vergoeding en de aanvullende uitkering, bedoeld in de artikelen 54 en 58, voor kosten die betrekking hebben op de kalenderjaren gelegen voor het jaar 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 60aa
|
||||
|
||||
Indien in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2021 op grond van hoofdstuk VIIa, zoals dat luidde tot en met 31 december (Stb. 2021, 438), algemene bijstand is toegekend en met ingang van het tijdstip waarop dit hoofdstuk vervalt, op of na dat tijdstip algemene bijstand op grond van dit besluit is benodigd, wordt hiertoe een nieuwe aanvraag om algemene bijstand ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 60ab
|
||||
|
||||
Indien in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 op grond van hoofdstuk VIIa, zoals ingevoegd bij Besluit van 18 februari 2022 tot wijziging van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 in verband met het verlengen van de tijdelijke regels voor bijstandverlening aan zelfstandigen als gevolg van de verhoogde instroom door de crisis in verband met COVID-19 tot en met maart 2022 (Stb. 2022, 82), algemene bijstand is toegekend en op of na 1 april 2022 algemene bijstand op grond van dit besluit is benodigd:
|
||||
|
||||
a. wordt hiertoe een nieuwe aanvraag om algemene bijstand ingediend; en
|
||||
b. wordt, indien nadien in hetzelfde boekjaar algemene bijstand op grond van dit besluit wordt verleend, de algemene bijstand die op grond van dit hoofdstuk VIIa is verleend en die betrekking heeft op de kalendermaanden januari, februari of maart 2022 bij de toepassing van de artikelen 11 en 12 tot het inkomen gerekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 60b
|
||||
|
||||
Dit besluit berust op artikel 78f van de Participatiewet.
|
||||
|
||||
### Artikel 60ba
|
||||
|
||||
De artikelen 10a tot en met 10h, 32, tweede en vijfde lid, 34, tweede lid, onderdelen b en d, derde lid, 34a, 34b, 43a, 45, eerste en derde lid, van de wet zijn niet van toepassing bij verlening van bijstand op grond van dit besluit.
|
||||
**3.** Onze Minister stelt het in artikel 6, tweede lid, genoemde percentage zodanig vast dat dit gelijk is aan het gemiddeld bedrag dat voor personen jonger dan 65 jaar over de algemene bijstand verschuldigd is aan loonbelasting en premies volksverzekeringen, uitgedrukt als een percentage van de algemene bijstand verhoogd met deze loonbelasting en premies.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue