2005-07-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
c45d94504a
commit
1fa0842b1f
1 changed files with 1083 additions and 148 deletions
|
|
@ -2339,23 +2339,97 @@ De vreemdeling draagt zorg voor de legalisatie van buitenlandse stukken betreffe
|
|||
|
||||
Er is in Somalië geen internationaal erkend gezag. Op die grond worden Somalische autoriteiten en door hen uitgegeven documenten, waaronder bewijsstukken betreffende de staat van personen, door Nederland niet erkend. Zie voor wat betreft documenten voor grensoverschrijding 2.2.2 slot.
|
||||
|
||||
###### 4.1.1.9. Specifieke bepalingen inzake de procedure en de afhandeling van de aanvraag tot verlening of tot wijziging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
|
||||
###### 4.1.1.9. Specifieke bepalingen inzake de procedure en de afhandeling van de aanvraag tot verlening of tot wijzing van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
Sinds de voltooiing van de overdracht van de toelatingstaken inzake reguliere aanvragen van de korpschef naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de gemeenten, fungeren de gemeenten als front-office, waar aanvragen tot verlening van een verblijfsvergunning regulier, tot wijziging van de verblijfsvergunning of tot toetsing aan het gemeenschapsrecht worden ingediend, registratie van de vreemdeling plaatsvindt, de sticker “Verblijfsaantekeningen Algemeen” en de sticker “Verblijfsaantekeningen voor Gemeenschapsonderdanen” worden verstrekt, beleidsarme informatie wordt gegeven en verblijfsdocumenten worden uitgereikt.
|
||||
|
||||
Deze handeling wordt verricht door de burgemeester in het kader van de inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA). De identiteit van de vreemdeling dient te worden vastgesteld aan de hand van de vereiste brondocumenten zoals aangegeven in de GBA-wetgeving. De vreemdeling legt hiertoe gegevens of bescheiden over omtrent zijn identiteit en nationaliteit.
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet is de vreemdeling leges verschuldigd voor de afdoening van een aanvraag in door de Minister te bepalen gevallen en volgens door die Minister te geven regels. Tevens kan de Minister bepalen dat de vreemdeling voor de afgifte van documenten waaruit het rechtmatig verblijf blijkt leges verschuldigd is. De Minister heeft van deze bevoegdheden gebruik gemaakt bij de artikelen 3.34 en 3.34a Voorschrift Vreemdelingen.
|
||||
|
||||
De burgemeester verstrekt de sticker “Verblijfsaantekeningen Algemeen” (bijlage 7g Voorschrift Vreemdelingen) aan de vreemdeling ten bewijze van het feit dat de vreemdeling een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend. De sticker wordt afgegeven voor een duur die één maand korter is dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, met in beginsel een maximumduur van zes maanden.
|
||||
|
||||
De burgemeester plaatst de sticker “Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan” in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, of voorziet het reisdocument van een zogeheten inlegvel. De sticker of het inlegvel bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
De burgemeester maakt ten behoeve van de vreemdeling een kopie van de pagina van het aanvraagformulier waarop de persoonsgegevens van de aanvrager staan vermeld, alsmede diens handtekening. Deze kopie wordt gewaarmerkt en vervolgens overhandigd aan de vreemdeling.
|
||||
|
||||
De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft roept de vreemdeling op voor het in ontvangst nemen van het verblijfsdocument.
|
||||
|
||||
Naast bovengenoemde specifieke handelingen verschaft de burgemeester beleidsarme algemene informatie aan de vreemdeling.
|
||||
*Inleiding*
|
||||
|
||||
|
||||
Sinds de voltooiing van de overdracht van de toelatingstaken inzake reguliere aanvragen van de korpschef naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de gemeenten, fungeren de gemeenten als front-office, waar aanvragen tot verlening van een verblijfsvergunning regulier, tot wijziging van de verblijfsvergunning of tot toetsing aan het gemeenschapsrecht worden ingediend, registratie van de vreemdeling plaatsvindt, de sticker „Verblijfsaantekeningen Algemeen“ en de sticker „Verblijfsaantekeningen voor Gemeenschapsonderdanen“ worden verstrekt, beleidsarme informatie wordt gegeven en verblijfsdocumenten worden uitgereikt.
|
||||
|
||||
|
||||
De onderhavige paragraaf beschrijft de specifieke bepalingen in het kader van deze nieuwe procedure. Voorts wordt een korte uiteenzetting gegeven van de werkzaamheden van de burgemeester, zoals deze door hem worden verricht sinds de overdracht.
|
||||
|
||||
|
||||
Voorzover in de onderhavige paragraaf niet anders is bepaald, is het bepaalde in hoofdstuk B1 onverkort van toepassing.
|
||||
|
||||
|
||||
*Opeenvolgende handelingen (in hoofdlijnen) van de burgemeester inzake de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier.*
|
||||
|
||||
|
||||
*Identificeren van de vreemdeling*
|
||||
|
||||
|
||||
Deze handeling wordt verricht door de burgemeester in het kader van de inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA). De identiteit van de vreemdeling dient te worden vastgesteld aan de hand van de vereiste brondocumenten zoals aangegeven in de GBA-wetgeving. De vreemdeling legt hiertoe gegevens of bescheiden over omtrent zijn identiteit en nationaliteit.
|
||||
|
||||
|
||||
*Aankruisen checklist*
|
||||
|
||||
|
||||
De burgemeester kruist op de per verblijfsdoel gespecificeerde checklist – welke door de Minister ter beschikking is gesteld – aan welke bescheiden bij het indienen van de aanvraag door de vreemdeling zijn overgelegd.
|
||||
De burgemeester kan de vreemdeling wijzen op de mogelijkheid de ontbrekende bescheiden bij de aanvraag per ommegaande (dezelfde dag nog) over te leggen (bijvoorbeeld een ontbrekende pasfoto, of een salarisstrookje dat de vreemdeling thuis of elders heeft laten liggen en waarvan kan worden verwacht dat de vreemdeling het per ommegaande (alsnog) kan overleggen). Met nadruk zij vermeld dat vorenstaande situatie dient te worden onderscheiden van het bieden van herstelverzuim en géén inhoudelijke toets met zich meebrengt voor de burgemeester. Het bieden van herstelverzuim is uitdrukkelijk voorbehouden aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
|
||||
Indien de vreemdeling aangeeft de ontbrekende bescheiden niet per ommegaande alsnog te willen overleggen en kenbaar maakt dat hij zijn aanvraag in behandeling wenst te laten nemen, neemt de burgemeester de aanvraag onverkort in ontvangst.
|
||||
|
||||
|
||||
*Het innen van de voor de aanvraag verschuldigde leges*
|
||||
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet is de vreemdeling leges verschuldigd voor de afdoening van een aanvraag in door de Minister te bepalen gevallen en volgens door die Minister te geven regels. Tevens kan de Minister bepalen dat de vreemdeling voor de afgifte van documenten waaruit het rechtmatig verblijf blijkt leges verschuldigd is. De Minister heeft van deze bevoegdheden gebruik gemaakt bij de artikelen 3.34 en 3.34a tot en met i, Voorschrift Vreemdelingen.
|
||||
Ingevolge artikel 3.34, 3.34a, 3.34c, 3.34g, tweede lid en 3.34h , Voorschrift Vreemdelingen, worden de leges ter zake van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, per aanvraag geheven door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft.
|
||||
De leges worden geïnd door de burgemeester. Betaling van de leges geschiedt per kas of per pin.
|
||||
De procedure inzake de leges staat meer uitgebreid beschreven in paragraaf B1/4.1.2.
|
||||
|
||||
|
||||
*Verstrekken „sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen“*
|
||||
|
||||
|
||||
De burgemeester verstrekt de sticker „Verblijfsaantekeningen Algemeen“ (bijlage 7g Voorschrift Vreemdelingen) aan de vreemdeling ten bewijze van het feit dat de vreemdeling een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend. De sticker wordt afgegeven voor een duur die één maand korter is dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, met in beginsel een maximumduur van zes maanden.
|
||||
De sticker „Verblijfsaantekeningen Algemeen“ bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f,g,h, en i van de Vreemdelingenwet, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
|
||||
Met nadruk zij vermeld dat de aantekening omtrent de aanmeldingsplicht alsmede de aantekening omtrent de periodieke meldplicht onverkort door de korpschef dan wel de ambtenaar belast met het toezicht worden geplaatst. Hiertoe wordt op de sticker „Aantekeningen Toezicht“ (bijlage 7j Voorschrift Vreemdelingen) door de korpschef de datum van de aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aangemeld op…(datum)’.
|
||||
|
||||
|
||||
*Verstrekken sticker „Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan“*
|
||||
|
||||
|
||||
De burgemeester plaatst de sticker „Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan“ in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, of voorziet het reisdocument van een zogeheten inlegvel. De sticker of het inlegvel bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
|
||||
*Maken kopieën van originele stukken die aanvrager toont, inclusief geldig document voor grensoverschrijding en brondocumenten*
|
||||
|
||||
|
||||
De burgemeester maakt ten behoeve van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een kopie van het door de vreemdeling overgelegde geldige document voor grensoverschrijding alsmede een kopie van de door de vreemdeling overgelegde originele brondocumenten (zoals geboorteakte en de huwelijksakte).
|
||||
De kopieën van deze bescheiden dienen te worden gewaarmerkt.
|
||||
|
||||
|
||||
*Kopiëren van het ondertekende aanvraagformulier*
|
||||
|
||||
|
||||
De burgemeester maakt ten behoeve van de vreemdeling een kopie van de pagina van het aanvraagformulier waarop de persoonsgegevens van de aanvrager staan vermeld, alsmede diens handtekening. Deze kopie wordt gewaarmerkt en vervolgens overhandigd aan de vreemdeling.
|
||||
|
||||
|
||||
*Verzenden van stukken naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)*
|
||||
|
||||
|
||||
De burgemeester draagt zorg voor het doorzenden van de aanvraag naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
|
||||
Hij zendt onder meer de volgende bescheiden naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND); het originele aanvraagformulier (inclusief de vereiste bijlagen (denk hierbij aan de originele relatieverklaring of de bewustverklaring au pair), de set gewaarmerkte kopieën van het document voor grensoverschrijding en de overgelegde brondocumenten, een kopie van het betalingsbewijs leges en de ingevulde checklist.
|
||||
|
||||
|
||||
*Uitreiken van het verblijfsdocument*
|
||||
|
||||
|
||||
De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft roept de vreemdeling op voor het in ontvangst nemen van het verblijfsdocument.
|
||||
|
||||
|
||||
Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt, tegen afgifte van een ontvangstbewijs (Model M76) en - voorzover sprake is van een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning - tegen inlevering van het oude verblijfsdocument of tegen overlegging van (een kopie van) een proces-verbaal van aangifte van vermissing van het oude verblijfsdocument. De burgemeester ziet erop toe dat de vreemdeling in persoon, en bij minderjarigheid in bijzijn van zijn wettelijk vertegenwoordiger, het verblijfsdocument in ontvangst neemt. De burgemeester zendt het door de vreemdeling ondertekend ontvangstbewijs (Model M76) naar het Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
|
||||
|
||||
|
||||
*Algemene informatie verschaffen*
|
||||
|
||||
|
||||
Naast bovengenoemde specifieke handelingen verschaft de burgemeester beleidsarme algemene informatie aan de vreemdeling.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
###### 4.1.1.10. Specifieke bepalingen inzake de procedure van de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
|
|
@ -2383,16 +2457,248 @@ De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heef
|
|||
|
||||
##### 4.1.2. Leges
|
||||
|
||||
– tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
|
||||
– tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
|
||||
– tot het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
|
||||
– tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd.
|
||||
Ingevolge artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet is de vreemdeling leges verschuldigd voor de afdoening van een aanvraag in door de Minister te bepalen gevallen en volgens door die Minister te geven regels. Tevens kan de Minister bepalen dat de vreemdeling voor de afgifte van documenten waaruit het rechtmatig verblijf blijkt leges verschuldigd is.
|
||||
De Minister heeft van deze bevoegdheden gebruik gemaakt bij de artikelen 3.34 en 3.34a tot en met i, Voorschrift Vreemdelingen.
|
||||
|
||||
|
||||
Ter zake van de afdoening van een aanvraag worden leges geheven:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
tot het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
De vreemdeling is leges verschuldigd per aanvraag. Indien de vreemdeling tegelijkertijd twee of meer aanvragen indient, worden daarom evenzo vaak leges geheven. De leges zijn verschuldigd ongeacht de beslissing op de aanvraag. Indien de leges niet worden voldaan, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld (artikel 24, tweede lid, Vreemdelingenwet).
|
||||
Indien een ouder, althans wettelijk vertegenwoordiger, één aanvraag indient (mede) ten behoeve van een of meer minderjarige vreemdelingen, wordt het totaal van de per vreemdeling verschuldigde leges ineens geheven.
|
||||
|
||||
|
||||
De leges ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van vreemdelingen die in het bezit zijn van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor hetzelfde verblijfsdoel als waarvoor de verblijfsvergunning wordt aangevraagd, bedragen € 188.
|
||||
|
||||
|
||||
De leges ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van vreemdelingen die niet over een mvv beschikken, van vreemdelingen die een mvv hebben voor een ander verblijfsdoel dan waarvoor de reguliere verblijfsvergunning wordt aangevraagd en van vreemdelingen die om wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vragen, zijn afhankelijk van het beoogde verblijfsdoel. De leges bedragen voor:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
gezinshereniging en gezinsvorming € 830;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
familiebezoek € 830;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
arbeid € 433;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
kennismigrant € 331;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
studie € 433;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
uitwisseling en au pair € 433;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
een gezinslid en een in Nederland geboren kind € 188;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
de overige verblijfsdoelen € 331.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Gezinshereniging of gezinsvorming*
|
||||
|
||||
|
||||
Voor het afdoen van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming kunnen twee legestarieven van toepassing zijn, een tarief van € 830 en een tarief van € 188. Het tarief van € 188 voor een gezinslid is van toepassing indien meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging of gezinsvorming voor verblijf bij dezelfde hoofdpersoon, gelijktijdig worden ingediend. Zo is in het geval dat twee of meer vreemdelingen gelijktijdig een aanvraag indienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming met een in Nederland verblijvende persoon, één van de aanvragers het tarief van € 830 verschuldigd en betalen de andere aanvragers het gezinstarief van € 188. In het geval dat één of meer vreemdelingen gelijktijdig met de vreemdeling, bij wie zij in Nederland in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming willen verblijven, een aanvraag indienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming, betalen zij het tarief voor een gezinslid van € 188. De vreemdeling, bij wie deze gezinsleden verblijf beogen, betaalt het tarief conform het door hem beoogde verblijfsdoel.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor het afdoen van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan in Nederland uit een ouder, die in het bezit is van een verblijfsvergunning, geboren kinderen is eveneens een legesbedrag van € 188 verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
*Artikel 8 EVRM*
|
||||
|
||||
|
||||
Een vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming, kan desgevraagd ontheven worden van de verplichting om de voor het afdoen van de aanvraag verschuldigde leges te betalen. Voorwaarde om voor vrijstelling in aanmerking te komen, is dat hij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Ten behoeve van ontheffing van het legesvereiste wordt een beroep op artikel 8 EVRM gerechtvaardigd geacht indien verblijf in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming wordt beoogd. De hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, dient door middel van het overleggen van bewijsstukken omtrent zijn financiële situatie aan te tonen dat hij niet over middelen kan beschikken om de leges te voldoen en dat hij de afgelopen drie jaren alles in het werk heeft gesteld om over de vereiste middelen te kunnen beschikken. Tevens dient hij aannemelijk te maken dat hij op korte termijn noch zelf zal kunnen beschikken over de middelen om de leges te voldoen, noch deze kan verwerven bij personen in zijn naaste omgeving waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze de vergoeding voor de belanghebbende betalen, zoals de partner, familieleden of andere in aanmerking komende derden.
|
||||
|
||||
|
||||
Het onvermogen met betrekking tot legesbetaling dient bij de indiening van de aanvraag te worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken. De vreemdeling dient te overleggen een verklaring omtrent inkomen en vermogen op grond van artikel 25 van de Wet op de rechtsbijstand, ten behoeve van de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, afgegeven door de gemeente waar de hoofdpersoon zijn woon- of verblijfplaats heeft. Daarnaast dient de vreemdeling bewijsstukken te overleggen met betrekking tot de inspanningen van hemzelf en van de hoofdpersoon die de afgelopen drie jaar zijn verricht om financiële middelen te verwerven. Ook dient de vreemdeling aannemelijk te maken dat noch hij noch de hoofdpersoon op korte termijn in het bezit zullen raken van financiële middelen waarmee de verschuldigde leges kunnen worden voldaan, waarbij ook aannemelijk moet worden gemaakt dat daartoe evenmin een beroep gedaan kan worden op familieleden of in aanmerking komende derden.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien niet alle bovengenoemde stukken bij de aanvraag worden overgelegd, wordt geen herstel verzuim geboden ter aanvulling van ontbrekende stukken en heeft de vreemdeling niet aangetoond niet aan de legesverplichting te kunnen voldoen. De vreemdeling wordt dan in de gelegenheid gesteld de leges alsnog te voldoen. Zie daarvoor de procedure zoals beschreven in B1/4.1.2.1. Indien de leges niet worden voldaan, ook niet dan nadat hem herstel verzuim is geboden, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
|
||||
Indien voornoemde stukken zijn overgelegd en de beoordeling ervan tot het oordeel leidt dat de vreemdeling, ook niet met behulp van derden, in staat is, noch op korte termijn in staat zal zijn, om de verschuldigde leges te voldoen, wordt de aanvraag in behandeling genomen zonder dat de vreemdeling leges is verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
Ook geldt de mogelijkheid van vrijstelling van leges in het geval van een aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning van de vreemdeling die verblijf heeft onder de beperking “uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM” en die bij de aanvraag om het verlengen van de verblijfsvergunning aantoont dat hij vanaf de datum van het verlenen van de verblijfsvergunning alles in het werk heeft gesteld om over voldoende middelen te beschikken.
|
||||
|
||||
|
||||
*Kennismigranten en arbeid*
|
||||
|
||||
|
||||
De leges ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als kennismigrant bedragen € 331. Voor alle verblijfsdoelen in het kader van arbeid, zoals genoemd in B5, zijn leges ad € 433 verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
*Artikel 8 Remigratiewet*
|
||||
|
||||
|
||||
Vreemdelingen die in aanmerking komen voor de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet zijn € 30 verschuldigd ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier. Het maakt daarbij geen verschil of zij in aanmerking komen voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde of onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
|
||||
*Betaald werk vakanties*
|
||||
|
||||
|
||||
Met Australië, Canada en Nieuw Zeeland zijn afspraken gemaakt over betaald werk vakanties van jongeren over en weer in het kader van uitwisseling (Working Holiday Scheme en Working Holiday Programme). Zie B7/3.
|
||||
Ter afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in het kader van een betaald werk vakantie onder een beperking verband houdend met uitwisseling geldt een legesbedrag van € 30.
|
||||
|
||||
|
||||
Dit geldt uitsluitend voor jongeren met de nationaliteit van Australië, Canada of Nieuw Zeeland.
|
||||
Deze regeling geldt niet indien een zodanige jongere anders dan voor een betaald werk vakantie een verblijfsvergunning aanvraagt.
|
||||
|
||||
|
||||
Tevens zijn afspraken gemaakt met Canada over in Nederland te volgen stages door Canadese jongeren in het kader van een uitwisselingsprogramma voor werkende jongeren (Young Workers Exchange Programme). Zie B5/5. Ter afdoening van een vraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in het kader van het uitwisselingsprogramma voor werkende jongeren (Young Workers Exchange Programme) geldt eveneens een legesbedrag van € 30.
|
||||
|
||||
|
||||
*EU/EER*
|
||||
|
||||
|
||||
Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument door een onderdaan van een Lidstaat van de Europese Unie dan wel Europese Economische Ruimte of een onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat worden leges geheven ter hoogte van totaal € 30. Dat geldt zowel in geval afgifte van een zodanig verblijfsdocument wordt gewenst als in geval verlenging van een zodanig reeds afgegeven verblijfsdocument wordt verlangd.
|
||||
|
||||
|
||||
*Onbepaalde tijd*
|
||||
|
||||
|
||||
De leges ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd bedragen € 201 voor zowel gemeenschapsonderdanen als niet-gemeenschapsonderdanen.
|
||||
|
||||
|
||||
*Vrijstellingen*
|
||||
|
||||
|
||||
De volgende categorieën vreemdelingen zijn vrijgesteld van de verplichting om leges te voldoen ter afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Het betreft niet-geprivilegieerd militair en niet-geprivilegieerd burgerpersoneel, alsmede slachtoffers van mensenhandel en hun minderjarige kinderen die feitelijk tot het gezin behoren en daartoe reeds in het land van herkomst feitelijk behoorden en die onder het gezag van de hoofdpersoon staan. Tevens zijn vrijgesteld vreemdelingen die blijkens een schriftelijke verklaring van de Minister in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning in het kader van het buiten de schuld van de vreemdeling niet kunnen vertrekken uit Nederland, dan wel voor een verblijfsvergunning voor een ander verblijfsdoel dan genoemd artikel 3.4, eerste lid, Vreemdelingenbesluit. Daarnaast zijn vreemdelingen die op grond van richtlijn 2001/55 EG de status van tijdelijk beschermde hebben ontheven van de legesplicht in het geval deze vreemdeling een aanvraag doet tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige.
|
||||
|
||||
|
||||
*Verlenging*
|
||||
|
||||
|
||||
De leges ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedragen € 188, ongeacht de gevraagde duur van de verlenging en ongeacht de leeftijd van de vreemdeling. De leges ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning regulier voor studie bedragen € 52. De leges bedragen € 52 in het geval van gelijktijdig ingediende aanvragen tot het verlengen van de verblijfsvergunning voor gezinshereniging of gezinsvorming. In het geval dat twee of meer vreemdelingen gelijktijdig een aanvraag indienen tot het verlengen van een verblijfsvergunning met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming met een in Nederland verblijvende persoon, moet één van de aanvragers het standaard tarief van € 188 voor een verlengingsaanvraag betalen en betalen de andere aanvragers het gezinstarief van € 52. In het geval dat één of meer vreemdelingen gelijktijdig met de vreemdeling, bij wie zij in Nederland in het kader van gezinshereniging of gezins-vorming verblijven, een aanvraag indienen tot het verlengen van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming, betalen zij tarief van € 52. De vreemdeling, bij wie deze gezinsleden verblijf hebben, betaalt het standaard tarief van € 188 voor het afdoen van een verlengingsaanvraag.
|
||||
|
||||
|
||||
*Cumulatie van legesheffingen*
|
||||
|
||||
|
||||
Indien gelijktijdig aanvragen worden gedaan tot het verlengen en het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, zijn ter afdoening van de aanvraag tot het verlengen van de vergunning geen leges verschuldigd, zodat dan slechts ter afdoening van de aanvraag tot het wijzigen van de vergunning leges zijn verschuldigd.
|
||||
Daarbij wordt gedacht aan gevallen waarin de wijziging zinloos zou zijn als niet tevens tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning zou worden overgegaan, met name aan het einde van de looptijd van de vergunning. In die gevallen wordt een cumulatieve legesheffing ter afdoening van twee aanvragen die met hetzelfde verband houden, namelijk voortzetting van het verblijf, maar voor een gewijzigd doel, onwenselijk geacht.
|
||||
|
||||
|
||||
Deze regeling is vooral getroffen met het oog op vreemdelingen die behoren tot de groep van al dan niet mishandelde vrouwen dan wel slachtoffers van mensenhandel, die vragen om verlenging van hun verblijfsvergunning en gelijktijdig tevens om wijziging in ‘voortgezet verblijf’. Deze regeling is echter niet tot die beide groepen beperkt.
|
||||
|
||||
|
||||
Tevens kan worden gedacht aan bijvoorbeeld studenten, die wijziging vragen van „de voorbereiding op studie„ in „het volgen van studie„ of in „arbeid in loondienst„, voor verblijf in het kader van gezinsvorming of „voortgezet verblijf„.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien gelijktijdig aanvragen worden gedaan tot het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier, zijn ter afdoening van de aanvraag tot het verlengen van de vergunning geen leges verschuldigd, zodat dan slechts ter afdoening van de aanvraag voor het verlenen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd leges zijn verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien echter op de datum van ontvangst van de gelijktijdige aanvragen de vergunning, waarvan verlenging wordt gevraagd, nog een jaar of meer geldig is, geldt deze regeling niet. De termijn waartegen verlenging dient plaats te vinden bedraagt immers als hoofdregel een jaar. Op een dergelijke termijn kan bezwaarlijk worden gesproken van cumulatie van legesheffingen.
|
||||
|
||||
|
||||
In de situatie dat een vreemdeling, aan wie verblijf is toegestaan voor verblijf bij partner, met die partner in het huwelijk is getreden, kan redelijkerwijs niet van een wijziging (van het verblijfsdoel) worden gesproken en behoeft geen aanvraag om wijziging te worden gedaan, ter afdoening waarvan leges zouden zijn verschuldigd. Daarom is deze regeling evenmin in die situatie van toepassing. In dergelijke gevallen wordt het huwelijk uiteraard wel geregistreerd in het informatiesysteem van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en wordt bij de afgifte van het nieuwe verblijfsdocument wel als beperking verblijf bij echtgenoot vermeld.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
###### 4.1.2.1. Procedure leges
|
||||
|
||||
Bij het in ontvangstnemen van de aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een verblijfsvergunning bepaalt de burgemeester de voor de aanvraag geldende leges. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld de verschuldigde leges per kas of per pin ter plekke aan de kas te voldoen. De vreemdeling dient het verschuldigde bedrag in één keer te voldoen. Betaling in termijnen is niet mogelijk. Na betaling van het verschuldigde bedrag ontvangt de vreemdeling een betalingsbewijs.
|
||||
|
||||
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier wordt rechtstreeks naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gezonden. De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt eveneens rechtstreeks naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gezonden.
|
||||
*
|
||||
Procedure bij aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot het wijzigen van de verblijfsvergunning
|
||||
*
|
||||
|
||||
|
||||
Bij het in ontvangst nemen van de aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een verblijfsvergunning bepaalt de burgemeester de voor de aanvraag geldende leges. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld de verschuldigde leges per kas of per pin ter plekke aan de kas te voldoen. De vreemdeling dient het verschuldigde bedrag in één keer te voldoen. Betaling in termijnen is niet mogelijk. Na betaling van het verschuldigde bedrag ontvangt de vreemdeling een betalingsbewijs.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling het verschuldigde legesbedrag niet ter plekke per kas of per pin heeft voldaan, zendt de burgemeester de aanvraag onverkort door naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onder vermelding van het feit dat de leges nog niet zijn voldaan.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling de leges niet heeft voldaan bij de burgemeester, worden de leges alsnog geïnd door KPMG, welke organisatie ten behoeve van de Minister administratieve ondersteuning verleent bij de inning van de leges.
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van de door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verstrekte gegevens wordt vervolgens door KPMG binnen drie werkdagen een factuur met een acceptgiro vervaardigd die aan de vreemdeling wordt toegezonden. Deze factuur betreft tevens de ontvangstbevestiging van de aanvraag.
|
||||
De aanvrager wordt daarbij een termijn gesteld van vier weken om het legesbedrag te voldoen. Indien hij de leges na ommekomst van deze periode niet heeft betaald, dan wordt een aanmaning om binnen twee weken alsnog te betalen toegezonden. Deze aanmaning (door KPMG) geldt als het bieden van gelegenheid tot herstel van verzuim. Indien een vreemdeling in de loop van de procedure een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor een ander verblijfsdoel, dienen opnieuw leges te worden betaald.
|
||||
|
||||
|
||||
Nadat KPMG aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft bericht dat voor de desbetreffende aanvraag de volledige leges zijn ontvangen, wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot wijziging van de verblijfsvergunning ter hand genomen, mits aan de overige voorwaarden voor het in behandeling nemen van de aanvraag wordt voldaan.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de verschuldigde leges ter afdoening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot het wijzigen van de verblijfsvergunning regulier niet of onvolledig zijn betaald, meldt KPMG dit aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) na het verstrijken van de betalingstermijn.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling in bewaring is gesteld en een aanvraag indient, worden met het oog op de efficiënte afdoening van de aanvraag geen leges geheven. Zie voor de procedure terzake van het indienen van een aanvraag in de situatie waarin de vreemdeling in bewaring is gesteld A3/3.8.3 en B1/4.1.1.3. Op de aanvraag wordt onverwijld beslist, opdat – indien de aanvraag niet wordt ingewilligd – de feitelijke uitzetting doorgang kan vinden.
|
||||
|
||||
|
||||
In gevallen waarin – na een voor de vreemdeling onaantastbaar geworden (ongunstige) beschikking – een aanvraag wordt gedaan om alsnog een voor de vreemdeling gunstige beschikking te verkrijgen, is sprake van een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, terzake waarvan (wederom) leges zijn verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
De aanzegging tot legesbetaling valt niet onder het beschikkingsbegrip. Tegen de beschikking tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag, die volgt als geen leges worden voldaan, kan een bezwaarschrift worden ingediend.
|
||||
|
||||
|
||||
*Procedure legesinning mvv*
|
||||
|
||||
|
||||
Over de legesinning in het geval van aanvragen tot het verlenen van een mvv zijn door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) afspraken gemaakt met het ministerie van Buitenlandse Zaken. De leges voor het behandelen van een mvv-aanvraag worden geheven namens de minister van Buitenlandse Zaken en zijn opgenomen in de Regeling op de Consulaire Tarieven. De afspraken houden in dat de voor het behandelen van een mvv-aanvraag verschuldigde leges door de vreemdeling gestort of overgeboekt worden op een rekeningnummer van de IND in Nederland. De IND verrekent de ontvangen legesbedragen met het ministerie van Buitenlandse Zaken.
|
||||
|
||||
|
||||
Tevens wordt in het kader van een verzoek om advies aan de referent van de vreemdeling, ten behoeve van wie een positief advies is afgegeven, de mogelijkheid geboden om de leges die verschuldigd zijn voor de door de vreemdeling in te dienen mvv-aanvraag, te voldoen. Als de referent niet bereid is de leges te voldoen, dient de vreemdeling in het kader van de aanvraagprocedure voor het verlenen van een mvv de verschuldigde leges op de bovenomschreven wijze te voldoen.
|
||||
|
||||
|
||||
In het kader van verblijf als kennismigrant wordt, in het kader van een verzoek om advies ten behoeve van het verlenen van een mvv aan een vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt, met het oog op een snelle procedure aan referenten de mogelijkheid van betaling door middel van automatische incasso geboden. De referent is niet gehouden om in het kader van een adviesprocedure de leges voor de mvv-aanvraag te voldoen ten behoeve van een vreemdeling, nu de mvv-aanvraag formeel nog niet is ingediend en deze leges door de vreemdeling zelf verschuldigd zijn.
|
||||
|
||||
|
||||
*Procedure bij aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier en bij aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd.*
|
||||
|
||||
|
||||
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier wordt rechtstreeks naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gezonden. De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt eveneens rechtstreeks naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gezonden.
|
||||
|
||||
|
||||
Het innen van de leges geschiedt door KPMG, welke organisatie ten behoeve van de Minister administratieve ondersteuning verleent bij de inning van de legesgelden. Op grond van de door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verstrekte gegevens wordt vervolgens door KPMG binnen drie werkdagen een factuur met een acceptgiro vervaardigd die aan de vreemdeling wordt toegezonden.
|
||||
Deze factuur betreft tevens de ontvangstbevestiging van de aanvraag.
|
||||
|
||||
|
||||
De aanvrager wordt daarbij een termijn gesteld van vier weken om het legesbedrag te voldoen. Indien hij de leges na ommekomst van deze periode niet heeft betaald, dan wordt door KPMG een aanmaning gestuurd om binnen twee weken alsnog te betalen. Deze aanmaning geldt als het bieden van gelegenheid tot herstel van verzuim.
|
||||
|
||||
|
||||
Nadat KPMG aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft bericht dat voor de betreffende aanvraag de volledige leges zijn ontvangen, wordt de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier of tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ter hand genomen, mits aan de overige voorwaarden voor het in behandeling nemen van de aanvraag wordt voldaan.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de verschuldigde leges ter afdoening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd of tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet of niet volledig zijn betaald, meldt KPMG dit aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) na het verstrijken van de betalingstermijn.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling in bewaring is gesteld en een aanvraag indient, worden met het oog op de efficiënte afdoening van de aanvraag geen leges geheven. Zie voor de procedure terzake van het indienen van een aanvraag in de situatie waarin de vreemdeling in bewaring is gesteld A3/3.8.3 en B1/4.1.1.3. Op de aanvraag wordt onverwijld beslist, opdat – indien de aanvraag niet wordt ingewilligd – de feitelijke uitzetting doorgang kan vinden.
|
||||
|
||||
|
||||
In gevallen waarin – na een voor de vreemdeling onaantastbaar geworden (ongunstige) beschikking – een aanvraag wordt gedaan om alsnog een voor de vreemdeling gunstige beschikking te verkrijgen, is sprake van een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, ter zake waarvan (wederom) leges zijn verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
De aanzegging tot legesbetaling valt niet onder het beschikkingsbegrip. Tegen de beschikking tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag, die volgt als geen leges worden voldaan, kan een bezwaarschrift worden ingediend.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
###### 4.1.2.2. Leges bij de ambtshalve verleende verblijfsvergunning
|
||||
|
||||
|
|
@ -3474,34 +3780,154 @@ c. bij herhaling wegens een misdrijf is veroordeeld tot een gevangenisstraf of e
|
|||
|
||||
#### 2.11. Middelen
|
||||
|
||||
Ingeval van *gezinsvorming* wordt de verblijfsvergunning niet verleend indien de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan 120 procent van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.
|
||||
|
||||
In geval van *gezinshereniging* wordt de verblijfsvergunning niet verleend indien de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan de norm ingevolge de Wet werk en bijstand voor gehuwden.
|
||||
|
||||
a. 65 jaar of ouder is,
|
||||
b. naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is, of
|
||||
c. blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen.
|
||||
|
||||
In geval van gezinshereniging wordt de aanvraag ingevolge artikel 3.22, vierde lid, Vreemdelingenbesluit niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien:
|
||||
|
||||
a. deze aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, en
|
||||
b. gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft.
|
||||
|
||||
Ad b. Blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid wordt aangetoond aan de hand van een beschikking van de uitvoeringsinstantie die de arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt.
|
||||
|
||||
Indien de hoofdpersoon een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG) ontvangt, wordt blijvendheid aangenomen, indien:
|
||||
|
||||
c. uit de toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO,WAZ of WAJONG blijkt, dat de hoofdpersoon volledig arbeidsongeschikt is; en
|
||||
d. uit de meest recente uitkeringsspecificatie (die van minimaal één jaar na datum toekenningsbeschikking is) volgt dat de hoofdpersoon nog steeds voor 80-100% arbeidsongeschikt is, omdat de uitkering minimaal op gelijke hoogte is gebleven.
|
||||
|
||||
– sprake is van ten minste twee jaar volledige arbeidsongeschiktheid;
|
||||
– (gedeeltelijk) herstel voor ten minste nog een jaar redelijkerwijs is uitgesloten; en
|
||||
– niet reeds op voorhand, gelet op de reden(en) van de arbeidsongeschiktheid, geheel of gedeeltelijk herstel na dit jaar is te verwachten.
|
||||
|
||||
Ad c. Op grond van artikel 9, eerste lid, Wet werk en bijstand, hebben personen die aanspraak maken op een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand (kort gezegd) de verplichting naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, alsook de verplichting gebruik te maken van door het college van Burgemeester en wethouders aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. Deze verplichtingen worden tezamen de plicht tot arbeidsinschakeling genoemd.
|
||||
|
||||
c. reeds vijf jaar door het college van Burgemeester en wethouders op grond van artikel 9, tweede lid, Wet werk en bijstand volledig is ontheven van al de verplichtingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, Wet werk en bijstand (plicht tot arbeidsinschakeling); en
|
||||
d. (gedeeltelijke of volledige) arbeidsinschakeling niet binnen een redelijke termijn te voorzien is.
|
||||
In geval van *gezinsvorming* wordt de verblijfsvergunning ingevolge artikel 3.22, tweede lid, Vreemdelingenbesluit verleend, indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan 120 procent van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.
|
||||
|
||||
|
||||
*Beleidsregel*
|
||||
|
||||
|
||||
In geval van *gezinsvorming* wordt de verblijfsvergunning niet verleend indien de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan 120 procent van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij toepassing van het vorenstaande wordt het netto-inkomen vergeleken met 120% van het referentie netto minimumloon, inclusief vakantiebijslag, en dat correspondeert met 120% van het netto normbedrag voor gehuwden, bedoeld in artikel 21 van de Wet werk en bijstand, eveneens inclusief vakantiebijslag.
|
||||
|
||||
|
||||
In geval van *gezinshereniging* wordt de verblijfsvergunning ingevolge artikel 3.22, eerste lid, Vreemdelingenbesluit verleend indien de hoofdpersoon duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan de norm ingevolge de Wet werk en bijstand voor gehuwden.
|
||||
|
||||
|
||||
*Beleidsregel*
|
||||
|
||||
|
||||
Voor zover in geval van gezinsvorming is komen vast te staan dat de hoofdpersoon eerder als hoofdpersoon heeft opgetreden in een procedure voor gezinshereniging of -vorming met een vreemdeling, waarbij de hoofdpersoon deze laatste vreemdelinge tegen haar wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst heeft achtergelaten, geldt het volgende.
|
||||
In afwijking van B1/2.2.3.1 heeft in dat geval de alimentatie die moet worden betaald aan de ex-echtgenote of de voormalige geregistreerd partner wel invloed op de hoogte van de middelen van bestaan in de zin van de Vreemdelingenwet. Het betreft hier zowel de alimentatie voor de huwelijks- of geregistreerde partner, als de alimentatie voor de kinderen.
|
||||
De alimentatie die de hoofdpersoon betaalt wordt in mindering gebracht op diens inkomsten.
|
||||
Of sprake is van achterlating door de hoofdpersoon en of door de hoofdpersoon alimentatie wordt betaald, wordt slechts onderzocht indien daarvoor in het vreemdelingendossier concrete aanwijzingen zijn. In voorkomende gevallen kan worden gevraagd om overlegging van het echtscheidingsconvenant, de echtscheidingsbeschikking of de uitspraak waarbij de alimentatie is opgelegd, of de overeenkomst van ontbinding van het geregistreerde partnerschap waarbij de alimentatie overeen is gekomen. Worden deze niet overgelegd, dan is niet aangetoond dat wordt voldaan aan het middelenvereiste en wordt de aanvraag afgewezen.
|
||||
Aangezien in de het merendeel van de achtergelaten vreemdelingen vrouw is, wordt in de voorgaande passage gerept van vreemdelinges. Vanzelfsprekend geldt vorenstaande regel ook voor vrouwen die mannen hebben achtergelaten.
|
||||
Mede gelet op artikel 3.103 Vreemdelingenbesluit 2000 is deze beleidsregel uitsluitend van toepassing op aanvragen ingediend na 1 juli 2005.
|
||||
|
||||
|
||||
*Beleidsregel*
|
||||
|
||||
|
||||
In geval van gezinshereniging wordt de verblijfsvergunning niet verleend indien de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan de norm ingevolge de Wet werk en bijstand voor gehuwden.
|
||||
|
||||
|
||||
*Beleidsregel*
|
||||
|
||||
|
||||
In afwijking van de voorgaande alinea’s wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
65 jaar of ouder is,
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is, of
|
||||
|
||||
|
||||
c.
|
||||
blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Het onder a en b vermelde is gebaseerd op artikel 3.22, derde lid, Vreemdelingenbesluit.
|
||||
Het onder c vermelde is een beleidsregel die is gebaseerd op artikel 3.13, tweede lid, Vreemdelingenbesluit.
|
||||
|
||||
|
||||
Ad b. Blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid wordt aangetoond aan de hand van een beschikking van de uitvoeringsinstantie die de arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de hoofdpersoon een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG) ontvangt, wordt blijvendheid aangenomen, indien:
|
||||
|
||||
|
||||
–
|
||||
uit de toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO, WAZ of WAJONG blijkt, dat de hoofdpersoon volledig arbeidsongeschikt is; en
|
||||
|
||||
|
||||
–
|
||||
uit de meest recente uitkeringsspecificatie (die van minimaal één jaar na datum toekenningsbeschikking is) volgt dat de hoofdpersoon nog steeds voor 80–100% arbeidsongeschikt is, omdat de uitkering minimaal op gelijke hoogte is gebleven.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de hoofdpersoon geen uitkering krachtens de WAO, WAZ of WAJONG ontvangt, wordt de blijvendheid van de arbeidsongeschiktheid aangenomen indien:
|
||||
|
||||
|
||||
–
|
||||
sprake is van ten minste twee jaar volledige arbeidsongeschiktheid;
|
||||
|
||||
|
||||
–
|
||||
(gedeeltelijk) herstel voor ten minste nog een jaar redelijkerwijs is uitgesloten; en
|
||||
|
||||
|
||||
–
|
||||
niet reeds op voorhand, gelet op de reden(en) van de arbeidsongeschiktheid, geheel of gedeeltelijk herstel na dit jaar is te verwachten.
|
||||
|
||||
|
||||
De vreemdeling legt zelf een verklaring over van de GG&GD dan wel een bedrijfsarts of verzekeringsarts waaruit het vorenstaande blijkt. De bedrijfsarts of verzekeringsarts dient met een aantekening over het betreffende specialisme te staan ingeschreven in het BIG-register. Informatie hieromtrent kan telefonisch worden verkregen (0900-8998225) of via het internet (www.bigregister.nl).
|
||||
|
||||
|
||||
Ad c. Op grond van artikel 9, eerste lid, Wet werk en bijstand, hebben personen die aanspraak maken op een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand (kort gezegd) de verplichting naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden, alsook de verplichting gebruik te maken van door het college van Burgemeester en wethouders aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. Deze verplichtingen worden tezamen de plicht tot arbeidsinschakeling genoemd.
|
||||
|
||||
|
||||
Alleen in die gevallen waarin de hoofdpersoon een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand geniet en het voor de hoofdpersoon blijvend onmogelijk is om aan de verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen, wordt ontheffing van het middelenvereiste verleend.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Artikel 9, tweede lid, Wet werk en bijstand geeft het college van Burgemeester en wethouders de bevoegdheid om in individuele gevallen tijdelijk te ontheffen van de plicht tot arbeidsinschakeling. Van een bevoegdheid om een burger blijvend vrij te stellen van deze verplichting, is geen sprake. Derhalve wordt de vraag of het voor een hoofdpersoon blijvend onmogelijk is om aan de verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen, beoordeeld aan de hand van ervaringen in het verleden.
|
||||
|
||||
|
||||
Dat het blijvend onmogelijk is om aan deze verplichting tot arbeidsinschakeling te voldoen wordt – behoudens bijzondere omstandigheden – slechts aangenomen als (op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven) de hoofdpersoon:
|
||||
|
||||
|
||||
–
|
||||
reeds vijf jaar door het college van Burgemeester en wethouders op grond van artikel 9, tweede lid, Wet werk en bijstand volledig is ontheven van al de verplichtingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, Wet werk en bijstand (plicht tot arbeidsinschakeling); en
|
||||
|
||||
|
||||
–
|
||||
(gedeeltelijke of volledige) arbeidsinschakeling niet binnen een redelijke termijn te voorzien is.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Met het oog op de invoering van de Wet werk en bijstand wordt bij de berekening van de termijn van vijf jaar tevens meegeteld de periode waarin de hoofdpersoon op grond van artikel 107 van de Algemene bijstandswet volledig was vrijgesteld van de verplichting naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen (de zogenaamde ‘sollicitatieplicht’).
|
||||
|
||||
|
||||
Gedeeltelijke of volledige arbeidsinschakeling is (behoudens bijzondere omstandigheden) in elk geval binnen een redelijke termijn te voorzien indien de hoofdpersoon is vrijgesteld van de plicht tot arbeidsinschakeling met het oog op de zorg voor een kind (al dan niet jonger dan vijf jaar).
|
||||
Als redelijke termijn, waarbinnen arbeidsmarktinschakeling niet te voorzien moet zijn, wordt aangemerkt een termijn van drie jaar.
|
||||
|
||||
|
||||
Als een beroep wordt gedaan op deze vrijstellingsgrond, worden alle toekenningsbesluiten ingevolge de Wet werk en bijstand, dan wel de Algemene bijstandswet overgelegd, die betrekking hebben op de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, alsook eventuele correspondentie met het college van Burgemeester en wethouders omtrent ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling, die betrekking heeft op de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag.
|
||||
|
||||
|
||||
*Gezinslid van houder verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd*
|
||||
|
||||
|
||||
In geval van gezinshereniging wordt de aanvraag ingevolge artikel 3.22, vierde lid, Vreemdelingenbesluit niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
deze aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, en
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Dit vormt een aanvulling op de regeling van artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vreemdelingenwet. Ingevolge die regeling kunnen gezinsleden onder omstandigheden, met voorbijgaan aan het middelenvereiste, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die binnen drie maanden vragen om gezinshereniging maar niet in aanmerking komen voor een «afgeleide» verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29,eerste lid, onder e en f, Vreemdelingenwet, omdat zij een andere nationaliteit bezitten dan de hoofdpersoon, kunnen op grond van deze aanvulling met voorbijgaan aan het middelenvereiste in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning, indien gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft.
|
||||
|
||||
|
||||
Bijzondere banden zijn in ieder geval aanwezig, indien het gezinslid de nationaliteit van een dergelijk ander land bezit. Indien de hoofdpersoon echter niet wordt toegelaten tot dat land, is gezinshereniging daar niet mogelijk en wordt het middelenvereiste niet tegengeworpen bij de beoordeling van een aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij de toepassing van het onder 1 gestelde wordt bij de bepaling van het begin van de termijn van drie maanden uitgegaan van de datum van bekendmaking van de beschikking, waarbij aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend.
|
||||
|
||||
200512604-07-200503-06-20052005/35200512604-07-200503-06-20052005/3501-07-2005
|
||||
|
||||
##### 2.11.1. Middelen: overgangsrecht per 1 november 2004
|
||||
|
||||
|
|
@ -5788,42 +6214,193 @@ c. voor een werkgever arbeid heeft verricht, zonder dat aan de Wet arbeid vreemd
|
|||
|
||||
##### 2.6.2. Doelgroep en verblijfsvoorwaarden
|
||||
|
||||
a. een verklaring van de SVB die er toe strekt dat in beginsel positief zal worden beslist op de aanvraag om remigratievoorzieningen, mits afstand wordt gedaan van de Nederlandse nationaliteit;
|
||||
b. een afschrift van de verklaring van afstand van de Nederlandse nationaliteit en een verklaring van de ambtenaar burgerzaken dat de afstandsverklaring is ontvangen.
|
||||
De vreemdeling die naast de Nederlandse nationaliteit tevens een vreemde nationaliteit bezat, en die met het oog op remigratie op grond van de Remigratiewet, afstand heeft gedaan van de Nederlandse nationaliteit, kan een vergunning tot verblijf worden verleend, indien de vreemdeling de volgende bescheiden overlegt:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
een verklaring van de SVB die er toe strekt dat in beginsel positief zal worden beslist op de aanvraag om remigratievoorzieningen, mits afstand wordt gedaan van de Nederlandse nationaliteit;
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
een afschrift van de verklaring van afstand van de Nederlandse nationaliteit en een verklaring van de ambtenaar burgerzaken dat de afstandsverklaring is ontvangen.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf, het ontbreken van voldoende zelfstandige middelen van bestaan, de openbare orde of de nationale veiligheid.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor het afdoen van de aanvraag is een bedrag van € 30 aan leges verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘wedertoelating’. Bij de verlening wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘Arbeid vrij toegestaan. Een tewerkstellingsvergunning is niet verplicht’. In het paspoort wordt de aantekening geplaatst ‘in afwachting van remigratievoorzieningen’.
|
||||
|
||||
|
||||
De vergunning wordt verleend voor de duur van ten hoogste zes maanden of zoveel korter als het daadwerkelijke vertrek uit Nederland.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
##### 2.6.3. Verblijfsrechtelijke positie na remigratie: de terugkeeroptie
|
||||
|
||||
a. wiens aanvraag om wedertoelating op grond van de terugkeerregeling op grond van het bepaalde bij en krachtens artikel 8 van de Remigratiewet is ontvangen binnen één jaar na de remigratie uit Nederland met toepassing van de Remigratiewet;
|
||||
b. die niet eerder gebruik heeft gemaakt van de terugkeerregeling; en
|
||||
c. die direct voorafgaande aan de remigratie uit Nederland:
|
||||
- 1. gedurende een ononderbroken periode van ten minste drie jaren rechtmatig in Nederland verbleef als houder van een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd (artikel 14 of 28 Vreemdelingenwet); of
|
||||
2. in Nederland op grond van een geldige verblijfsvergunning verbleef als minderjarig kind van een persoon die zelf op grond van de Remigratiewet in aanmerking wordt gebracht voor wedertoelating, voorzover beiden tegelijkertijd uit Nederland zijn geremigreerd en beiden tegelijkertijd om wedertoelating hebben gevraagd;
|
||||
3. in Nederland op grond van een geldige verblijfsvergunning verbleef als minderjarig kind van de persoon genoemd onder c, sub 1º, met die persoon uit Nederland is geremigreerd op grond van artikel 8 Remigratiewet, binnen een jaar na de remigratie meerderjarig is geworden en die binnen dat jaar om wedertoelating heeft gevraagd.
|
||||
|
||||
a. niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf;
|
||||
b. niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
a. een afschrift van de beschikking van de Sociale Verzekeringsbank, waarin het recht op de basisvoorzieningen of de remigratievoorzieningen is toegekend en waarin de vertrekdatum is vermeld; en
|
||||
b. een afschrift van de daarbij behorende bijlage, waaruit de ingangsdatum van de eerder verleende verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel en de ononderbroken duur van het eerdere verblijf van de vreemdeling in Nederland blijkt.
|
||||
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (artikel 14 Vreemdelingenwet) kan onder de beperking verband houdende met wedertoelating worden verleend aan de vreemdeling:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
wiens aanvraag om wedertoelating op grond van de terugkeerregeling op grond van het bepaalde bij en krachtens artikel 8 van de Remigratiewet is ontvangen binnen één jaar na de remigratie uit Nederland met toepassing van de Remigratiewet;
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
die niet eerder gebruik heeft gemaakt van de terugkeerregeling; en
|
||||
|
||||
|
||||
c.
|
||||
die direct voorafgaande aan de remigratie uit Nederland:
|
||||
|
||||
|
||||
1.
|
||||
gedurende een ononderbroken periode van ten minste drie jaren rechtmatig in Nederland verbleef als houder van een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd (artikel 14 of 28 Vreemdelingenwet); of
|
||||
|
||||
|
||||
2.
|
||||
in Nederland op grond van een geldige verblijfsvergunning verbleef als minderjarig kind van een persoon die zelf op grond van de Remigratiewet in aanmerking wordt gebracht voor wedertoelating, voorzover beiden tegelijkertijd uit Nederland zijn geremigreerd en beiden tegelijkertijd om wedertoelating hebben gevraagd;
|
||||
|
||||
|
||||
3.
|
||||
in Nederland op grond van een geldige verblijfsvergunning verbleef als minderjarig kind van de persoon genoemd onder c, sub 1º, met die persoon uit Nederland is geremigreerd op grond van artikel 8 Remigratiewet, binnen een jaar na de remigratie meerderjarig is geworden en die binnen dat jaar om wedertoelating heeft gevraagd.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Bij de berekening van de periode van drie jaren wordt mede betrokken de periode waarin de vreemdeling voor de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet rechtmatig in Nederland verbleef als houder van een vergunning tot verblijf onder beperking op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet 1965.
|
||||
|
||||
|
||||
De aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning wordt niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf;
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Het gevaar voor de openbare orde wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn aangelegd voor verblijfsbeëindiging (de glijdende schaal; zie B1/2.2.4). Bij de vaststelling van de verblijfsduur wordt betrokken de periode waarin de vreemdeling voor de remigratie uit Nederland, op grond van artikel 8, onder a t/m e dan wel l, Vreemdelingenwet of voor de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet op grond van artikel 9, 9a of 10 Vreemdelingenwet 1965 in Nederland heeft verbleven. Onder strafmaat wordt verstaan de totale duur van de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen, met inbegrip van die welke bij al dan niet onherroepelijk geworden uitspraak zijn opgelegd nadat het rechtmatig verblijf in Nederland is beëindigd.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij de aanvraag overlegt de vreemdeling, naast een geldig document voor grensoverschrijding, in ieder geval:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
een afschrift van de beschikking van de Sociale Verzekeringsbank, waarin het recht op de basisvoorzieningen of de remigratievoorzieningen is toegekend en waarin de vertrekdatum is vermeld; en
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
een afschrift van de daarbij behorende bijlage, waaruit de ingangsdatum van de eerder verleende verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel en de ononderbroken duur van het eerdere verblijf van de vreemdeling in Nederland blijkt.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Voor het afdoen van de aanvraag is een bedrag van € 30 aan leges verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘wedertoelating’. Bij de verlening wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘Arbeid vrij toegestaan. Een tewerkstellingsvergunning is niet verplicht’.
|
||||
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning wordt verleend met een geldigheidsduur die ten minste één maand korter is dan de termijn gedurende welke de vreemdeling op grond van een geldig document voor grensoverschrijding kan terugkeren naar het land door welks autoriteiten het is afgegeven, maar ten hoogste vijf jaren.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, onder b, RWN en artikel 19, eerste lid, onder f, Vreemdelingenwet is het verblijfsrecht niet tijdelijk van aard.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
#### 2.7. Terugkeeroptie (op grond van
|
||||
|
||||
a. wiens aanvraag om wedertoelating op grond van het bepaalde bij en krachtens artikel 8 van de Remigratiewet is ontvangen binnen één jaar na de remigratie uit Nederland met toepassing van de Remigratiewet;
|
||||
b. voorzover die vreemdeling niet eerder gebruik heeft gemaakt van de terugkeerregeling;
|
||||
c. en die direct voorafgaande aan de remigratie uit Nederland:
|
||||
- 1. als Nederlander in Nederland verbleef; of
|
||||
2. in Nederland verbleef als houder van een verblijfsvergunning asiel of regulier voor onbepaalde tijd (artikel 20 of 33 Vreemdelingenwet), of voor inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet, als:
|
||||
- – houder van een vergunning tot vestiging op grond van artikel 10 Vreemdelingenwet 1965;
|
||||
– toegelaten vluchteling op grond van artikel 10 Vreemdelingenwet 1965;
|
||||
– houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 10, tweede lid, Vreemdelingenwet 1965;
|
||||
– houder van een vergunning tot verblijf zonder beperking op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet 1965; of
|
||||
3. gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren in Nederland verbleef als houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (artikel 14 Vreemdelingenwet), of voor inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet als houder van een vergunning tot verblijf onder beperking op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet 1965.
|
||||
|
||||
a. op het moment waarop de aanvraag is ontvangen niet gedurende een tijdvak van vijf jaren aaneengesloten rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vreemdelingenwet; of
|
||||
b. niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
a. een afschrift van de beschikking van de Sociale Verzekeringsbank, waarin het recht op de basisvoorzieningen of de remigratievoorzieningen is toegekend en waarin de vertrekdatum is vermeld; en
|
||||
b. een afschrift van de daarbij behorende bijlage, waaruit de ingangsdatum van de eerder verleende verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel en de ononderbroken duur van het eerdere verblijf van de vreemdeling in Nederland blijkt.
|
||||
De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (artikel 20 Vreemdelingenwet) kan ingevolge artikel 3.92, tweede lid, Vreemdelingenbesluit worden verleend aan de vreemdeling:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
wiens aanvraag om wedertoelating op grond van het bepaalde bij en krachtens artikel 8 van de Remigratiewet is ontvangen binnen één jaar na de remigratie uit Nederland met toepassing van de Remigratiewet;
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
voorzover die vreemdeling niet eerder gebruik heeft gemaakt van de terugkeerregeling;
|
||||
|
||||
|
||||
c.
|
||||
en die direct voorafgaande aan de remigratie uit Nederland:
|
||||
|
||||
|
||||
1.
|
||||
als Nederlander in Nederland verbleef; of
|
||||
|
||||
|
||||
2.
|
||||
in Nederland verbleef als houder van een verblijfsvergunning asiel of regulier voor onbepaalde tijd (artikel 20 of 33 Vreemdelingenwet), of voor inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet, als:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
houder van een vergunning tot vestiging op grond van artikel 10 Vreemdelingenwet 1965;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
toegelaten vluchteling op grond van artikel 10 Vreemdelingenwet 1965;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 10, tweede lid, Vreemdelingenwet 1965;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
houder van een vergunning tot verblijf zonder beperking op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet 1965; of
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
3.
|
||||
gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren in Nederland verbleef als houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (artikel 14 Vreemdelingenwet), of voor inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet als houder van een vergunning tot verblijf onder beperking op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet 1965.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
De aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning wordt niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
op het moment waarop de aanvraag is ontvangen niet gedurende een tijdvak van vijf jaren aaneengesloten rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vreemdelingenwet; of
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Het gevaar voor de openbare orde wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven die zijn aangelegd voor verblijfsbeëindiging (de glijdende schaal; zie B1/2.2.4). Bij de vaststelling van de verblijfsduur wordt betrokken de periode waarin de vreemdeling voor de remigratie uit Nederland, op grond van artikel 8, onder a t/m e dan wel l, Vreemdelingenwet of voor de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet op grond van artikel 9, 9a of 10 Vreemdelingenwet 1965 in Nederland heeft verbleven. Onder strafmaat wordt verstaan de totale duur van de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen, met inbegrip van die welke bij al dan niet onherroepelijk geworden uitspraak zijn opgelegd nadat het rechtmatig verblijf in Nederland is beëindigd.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij de aanvraag overlegt de vreemdeling, naast een geldig document voor grensoverschrijding, in ieder geval:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
een afschrift van de beschikking van de Sociale Verzekeringsbank, waarin het recht op de basisvoorzieningen of de remigratievoorzieningen is toegekend en waarin de vertrekdatum is vermeld; en
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
een afschrift van de daarbij behorende bijlage, waaruit de ingangsdatum van de eerder verleende verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel en de ononderbroken duur van het eerdere verblijf van de vreemdeling in Nederland blijkt.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Voor het afdoen van de aanvraag is een bedrag van € 30 aan leges verschuldigd.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
#### 2.8. Terugkeeroptie (minderjarigen)
|
||||
|
||||
|
|
@ -8323,9 +8900,7 @@ Indien tijdens of na de bedenkfase aangifte ter zake van mensenhandel wordt geda
|
|||
|
||||
### 4. Aangifte door een slachtoffer van mensenhandel
|
||||
|
||||
Artikel
|
||||
3.48
|
||||
Vreemdelingenbesluit:
|
||||
Artikel 3.48 Vreemdelingenbesluit:
|
||||
|
||||
|
||||
1
|
||||
|
|
@ -8333,7 +8908,7 @@ Artikel
|
|||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
slachtoffer-aangever is van mensenhandel, voorzover er sprake is van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan, of
|
||||
slachtoffer-aangever is van mensenhandel, voorzover er sprake is van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan; of
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
|
|
@ -8351,15 +8926,15 @@ Artikel
|
|||
De aanvraag wordt niet afgewezen wegens gevaar voor openbare orde indien er sprake is van een inbreuk op de openbare orde die naar oordeel van Onze Minister rechtstreeks verband houdt met het feit waarvan aangifte is gedaan.
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 17, eerste lid, onder d Vreemdelingenwet wordt deze aanvraag niet afgewezen het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
|
||||
Op grond van artikel 17, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet wordt deze aanvraag niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.34, vijfde lid Voorschrift Vreemdelingen is het slachtoffer van mensenhandel, geen leges verschuldigd voor het indienen van een daartoe strekkende aanvraag.
|
||||
Op grond van artikel 3.34b, eerste lid, onder a en b, Voorschrift Vreemdelingen en artikel 3.34e, aanhef, onder b en c, Voorschrift Vreemdelingen, zijn het slachtoffer van mensenhandel en de kinderen van het slachtoffer van mensenhandel, geen leges verschuldigd voor het indienen van een daartoe strekkende aanvraag, noch voor het verlengen van een daartoe verleende verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt niet afgewezen indien het slachtoffer niet over een paspoort beschikt. Onderwijl dient een paspoort te worden aangevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan betrokkene de nationaliteit bezit. Het bepaalde in B1/2.2.2. is vervolgens van toepassing.
|
||||
|
||||
20055316-03-200509-03-200520055316-03-200509-03-200518-03-2005
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
#### 4.1. De aanvraag om een verblijfsvergunning
|
||||
|
||||
|
|
@ -8438,15 +9013,71 @@ De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor de periode van één jaar verleend
|
|||
|
||||
#### 4.6. Verlenging en voortgezet verblijf
|
||||
|
||||
– risico van represailles jegens betrokkene en haar of zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden;
|
||||
– risico van vervolging in het land van herkomst bijvoorbeeld op grond van prostitutie;
|
||||
– de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst, rekening houdend met specifieke culturele achtergrond en het prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake.
|
||||
*Verlengingsaanvraag*
|
||||
|
||||
|
||||
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan. De geldigheid van de verblijfsvergunning wordt niet verlengd indien er geen sprake meer is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan.
|
||||
De aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning kan rechtstreeks bij de IND-locatie te Zwolle worden ingediend.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van de verlengingsaanvraag dient de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bij het Openbaar Ministerie na te gaan of er nog sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek dan wel of de berechting in feitelijke aanleg van de verdachte heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
|
||||
De verlengingsaanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
|
||||
De verlengingsaanvraag wordt niet afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien sprake is van een inbreuk op de openbare orde die naar het oordeel van Onze Minister rechtstreeks verband houdt met het feit waarvan aangifte is gedaan.
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.34a, derde lid, onder b Voorschrift Vreemdelingen is het slachtoffer van mensenhandel geen leges verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien het slachtoffer van mensenhandel niet over een paspoort beschikt, dient het slachtoffer een paspoort aan te vragen bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan betrokkene de nationaliteit bezit. Indien blijkt dat betrokkene niet in het bezit kan worden gesteld van een paspoort in verband met weigerachtigheid van de betreffende autoriteiten kan ontheffing van het paspoortvereiste worden verleend (B1/2.2.2).
|
||||
|
||||
|
||||
*Voortgezet verblijf*
|
||||
|
||||
|
||||
Nadat de grondslag aan de verblijfsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk is komen te ontvallen en de verblijfsvergunning is ingetrokken of de geldigheidsduur ervan is verstreken, dient betrokkene Nederland te verlaten.
|
||||
Dat is anders indien betrokkene tijdig een aanvraag doet om wijziging van de verblijfsvergunning voor een ander doel en aan de in dat kader gestelde voorwaarden is voldaan. Betrokkene dient dan een wijziging van de vergunning aan te vragen. Het gaat hier om een aanvraag die niet gerelateerd is aan de B9-procedure, bijvoorbeeld verblijf bij partner.
|
||||
|
||||
|
||||
Voorts bestaat de mogelijkheid om een wijziging van de verblijfsvergunning aan te vragen met het oog op voortgezet verblijf wegens klemmende redenen van humanitaire aard, gerelateerd aan de B9-procedure, waarmee dan een beroep wordt gedaan op artikel 3.52 Vreemdelingenbesluit. Een slachtoffer van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan en van oordeel is dat het verblijf dient te worden voortgezet om onaanvaardbare gevolgen bij terugzending te voorkomen, kan een beroep doen op artikel 3.52 Vreemdelingenbesluit.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Artikel 3.52 Vreemdelingenbesluit
|
||||
|
||||
In andere gevallen dan genoemd in de artikelen 3.50 en 3.51, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf worden verleend aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l, van de Wet heeft gehad en van wie naar het oordeel van Onze Minister wegens bijzondere individuele omstandigheden niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Slachtoffers die daarop beroep doen, dienen een aanvraag in om wijziging van de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met ‘voortgezet verblijf’. De aanvraag wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar zij woon- of verblijfplaats hebben (middels formulier M35-A).
|
||||
Voor de afdoening van deze aanvraag om wijziging zijn ingevolge artikel 3.34c, aanhef, Voorschrift Vreemdelingen leges verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van de aanvraag spelen de volgende factoren een belangrijke rol:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
risico van represailles jegens betrokkene en haar of zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
risico van vervolging in het land van herkomst bijvoorbeeld op grond van prostitutie;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst, rekening houdend met specifieke culturele achtergrond en het prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
### 5. Procedure ten aanzien van getuige-aangevers
|
||||
|
||||
Artikel
|
||||
3.48
|
||||
Vreemdelingenbesluit
|
||||
Artikel 3.48 Vreemdelingenbesluit
|
||||
|
||||
|
||||
1
|
||||
|
|
@ -8454,7 +9085,7 @@ Artikel
|
|||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
slachtoffer-aangever is van mensenhandel, voorzover sprake is van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek of vervolgonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan, of
|
||||
slachtoffer-aangever is van mensenhandel, voor zover sprake is van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek of vervolgonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan; of
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
|
|
@ -8475,12 +9106,12 @@ Artikel
|
|||
Op grond van artikel 17, eerste lid, onder d Vreemdelingenwet wordt deze aanvraag niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.34, vijfde lid, Voorschrift Vreemdelingen is de vreemdeling die in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning onder een beperking, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder s, van het Vreemdelingenbesluit, geen leges verschuldigd.
|
||||
Op grond van artikel 3.34b, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen is de vreemdeling die in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning onder een beperking, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder s, Vreemdelingenbesluit, geen leges verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt niet afgewezen indien de getuige-aangever niet over een paspoort beschikt. Onderwijl dient een paspoort te worden aangevraagd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan betrokkene de nationaliteit bezit. Het bepaalde in B1/2.2.2. is vervolgens van toepassing.
|
||||
|
||||
20055316-03-200509-03-200520055316-03-200509-03-200518-03-2005
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
#### 5.1. De aanvraag om een verblijfsvergunning
|
||||
|
||||
|
|
@ -8571,9 +9202,67 @@ De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor de periode van één jaar verleend
|
|||
|
||||
#### 5.6. Verlenging en voortgezet verblijf
|
||||
|
||||
– risico van represailles jegens betrokkene en haar of zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden;
|
||||
– risico van vervolging in het land van herkomst bijvoorbeeld op grond van prostitutie;
|
||||
– de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst, rekening houdend met specifieke culturele achtergrond en het prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake.
|
||||
*Verlengingsaanvraag*
|
||||
|
||||
|
||||
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan.
|
||||
Hierbij is van belang dat het Openbaar Ministerie de aanwezigheid van betrokkene in Nederland noodzakelijk acht. Indien het Openbaar Ministerie de aanwezigheid van betrokkene in Nederland niet van belang acht, wordt de aanvraag om verlenging afgewezen.
|
||||
|
||||
|
||||
De aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning kan rechtstreeks bij de IND-locatie te Zwolle worden ingediend.
|
||||
|
||||
|
||||
De verlengingsaanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
|
||||
De verlengingsaanvraag wordt niet afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien sprake is van een inbreuk op de openbare orde die naar het oordeel van Onze Minister rechtstreeks verband houdt met het feit waarvan aangifte is gedaan.
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.34b, eerste lid onder a, Voorschrift Vreemdelingen is de vreemdeling die in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder s, Vreemdelingenbesluit, geen leges verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de getuige-aangever van mensenhandel niet over een paspoort beschikt, dient de getuige-aangever een paspoort aan te vragen bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan betrokkene de nationaliteit bezit. Indien blijkt dat betrokkene niet in het bezit kan worden gesteld van een paspoort in verband met weigerachtigheid van de betreffende autoriteiten kan ontheffing van het paspoortvereiste worden verleend (B1/2.2.2).
|
||||
|
||||
|
||||
*Voortgezet verblijf*
|
||||
|
||||
|
||||
Nadat de grond aan de verblijfsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk is komen te ontvallen dient betrokkene Nederland te verlaten.
|
||||
Dat is anders indien betrokkene tijdig een aanvraag doet om wijziging van de verblijfsvergunning voor een ander doel en aan de in dat kader gestelde voorwaarden is voldaan. Betrokkene dient dan een wijziging van de vergunning aan te vragen. Het gaat hier om een aanvraag die niet gerelateerd is aan de B9-procedure, bijvoorbeeld verblijf bij partner.
|
||||
|
||||
|
||||
Voorts bestaat de mogelijkheid om een wijziging van de verblijfsvergunning aan te vragen met het oog op voortgezet verblijf wegens klemmende redenen van humanitaire aard, gerelateerd aan de B9-procedure, waarmee dan een beroep wordt gedaan op artikel 3.52 Vreemdelingenbesluit. Een getuige-aangever van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan en van oordeel is dat het verblijf dient te worden voortgezet om onaanvaardbare gevolgen bij terugzending te voorkomen, kan een beroep doen op artikel 3.52 Vreemdelingenbesluit.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Artikel 3.52 Vreemdelingenbesluit
|
||||
|
||||
In andere gevallen dan genoemd in de artikelen 3.50 en 3.51, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf worden verleend aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l, van de Wet heeft gehad en van wie naar het oordeel van Onze Minister wegens bijzondere individuele omstandigheden niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Getuige-aangevers die daarop beroep doen, dienen een aanvraag in om wijziging van de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met ‘voortgezet verblijf’. De aanvraag wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar zij woon- of verblijfplaats hebben (middels formulier M35-a).
|
||||
Voor de afdoening van deze aanvraag om wijziging zijn ingevolge artikel 3.34c, aanhef, Voorschrift Vreemdelingen leges verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van de aanvraag spelen de volgende factoren een belangrijke rol:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
risico van represailles jegens betrokkene en haar of zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
risico van vervolging in het land van herkomst bijvoorbeeld op grond van prostitutie;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst, rekening houdend met specifieke culturele achtergrond en het prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
### 6. Beklagprocedure
|
||||
|
||||
|
|
@ -8843,10 +9532,111 @@ Gemeenschapsonderdanen genieten rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aan
|
|||
|
||||
#### 2.6. Bewijs van rechtmatig verblijf
|
||||
|
||||
– de sticker verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen die in het paspoort of op een inlegvel kan worden afgegeven (bijlage 7h, Voorschrift Vreemdelingen); hieraan zijn geen legeskosten verbonden;
|
||||
– het document I (bijlage 7a, Voorschrift Vreemdelingen), dat in beginsel vanaf de datum aanvraag wordt afgegeven voor een periode van meer dan drie maanden, maar minder dan een jaar. Voor de afdoening van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument, is een legesbedrag van totaal € 28 verschuldigd;
|
||||
– het document EU/EER (bijlage 7e, Voorschrift Vreemdelingen), dat in beginsel vanaf de datum afgifte voor een periode van vijf jaren geldig is. Voor de afdoening van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument, is een legesbedrag van totaal € 28 verschuldigd;
|
||||
– een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd: document II (bijlage 7b, Voorschrift Vreemdelingen) met de aantekening dat de houder tevens houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, die in beginsel vanaf de datum aanvraag wordt afgegeven. Het document dient na vijf jaren verlengd te worden. Voor het in behandeling nemen (=ter afdoening) van een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is een legesbedrag van € 890 verschuldigd.
|
||||
Om in aanmerking te komen voor bepaalde voorzieningen of verstrekkingen (zoals inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens, het verkrijgen van een aanvullende uitkering op grond van de Wet werk en bijstand) dienen EU/EER-onderdanen of Zwitserse onderdanen en hun gezinsleden in het bezit te zijn van een document of schriftelijke verklaring (sticker voor verblijfsaantekeningen), waaruit het rechtmatig verblijf blijkt. Op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet wordt zo’n document of schriftelijke verklaring afgegeven door de Minister. Ingevolge artikel 3.9, lid 1, Voorschrift Vreemdelingen is de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, bevoegd dit document of deze verklaring af te geven.
|
||||
|
||||
|
||||
Welke documenten, waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, aan gemeenschapsonderdanen worden afgegeven en hoe lang deze geldig zijn, is aangegeven in artikel 8.11 en 8.12 Vreemdelingenbesluit.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Artikel 8.11 Vreemdelingenbesluit:
|
||||
|
||||
|
||||
1
|
||||
Een gemeenschapsonderdaan ontvangt op aanvraag een bescheid als bedoeld in artikel 9 van de Wet, waaruit het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt. Zonodig kunnen daarop voorschriften of beperkingen die volgen uit het gemeenschapsrecht worden aangetekend.
|
||||
|
||||
|
||||
2
|
||||
Het bescheid wordt afgegeven voor de duur van vijf jaar en wordt telkens met vijf jaren verlengd, behoudens artikel 8.12. Indien het verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan is vervallen, kan het bescheid worden ingenomen.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Artikel 8.12 Vreemdelingenbesluit:
|
||||
|
||||
|
||||
1
|
||||
In afwijking van artikel 8.11, tweede lid, wordt de duur van de termijn waarvoor het bescheid, bedoeld in artikel 9 van de Wet, wordt afgegeven, gesteld op:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
een tijdvak tenminste gelijk aan de duur van de dienstverrichting, indien de vreemdeling diensten verricht of te zijnen behoeve diensten worden verricht;
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
een tijdvak tenminste gelijk aan de duur van de werkzaamheden, indien de vreemdeling werkzaamheden in loondienst verricht en te verwachten valt dat deze meer dan drie maanden doch minder dan een jaar bedragen;
|
||||
|
||||
|
||||
c.
|
||||
een tijdvak gelijk aan de duur van de gevolgde opleiding, dan wel één jaar indien de opleidingsduur langer is dan een jaar, indien de vreemdeling een beroepsopleiding volgt; of,
|
||||
|
||||
|
||||
d.
|
||||
een tijdvak van zes maanden indien de vreemdeling een werkzoekende is.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2
|
||||
In afwijking van artikel 8.11, tweede lid, wordt de verlenging van de geldigheidsduur van het bescheid, bedoeld in artikel 9 van de Wet, verleend aan een gemeenschapsonderdaan die op het tijdstip van de verlenging gedurende een jaar onvrijwillig werkloos is, beperkt tot een jaar.
|
||||
|
||||
|
||||
3
|
||||
In afwijking van artikel 8.11, tweede lid, wordt de geldigheidsduur van het bescheid, bedoeld in artikel 9 van de Wet, verleend overeenkomstig het eerste lid, onder c, telkenmale verlengd met een jaar.
|
||||
|
||||
|
||||
4
|
||||
In afwijking van artikel 8.11, tweede lid, wordt de geldigheidsduur van het bescheid, bedoeld in artikel 9 van de Wet, verleend overeenkomstig het eerste lid, onder d, telkenmale verlengd met drie maanden, indien de vreemdeling aantoont dat hij nog steeds werkzoekende is en een reële kans maakt om werk te vinden.
|
||||
|
||||
|
||||
5
|
||||
Dit artikel is niet van toepassing op de geldigheidsduur van het bescheid van een gemeenschapsonderdaan die een onderdaan van België of van Luxemburg is.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Artikel 3.9 Voorschrift Vreemdelingen:
|
||||
|
||||
|
||||
1
|
||||
Documenten of schriftelijke verklaringen waaruit het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder a, b, d, e, f, g – laatstgenoemde twee onderdelen voor zover sprake is van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning bedoeld in artikel 14 - alsmede i en l van de Wet blijkt, worden verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft;
|
||||
|
||||
|
||||
2
|
||||
(…)
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Aan gemeenschapsonderdanen, die op grond van het EG-Verdrag of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat in Nederland verblijven, kunnen de volgende bescheiden worden afgegeven:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
de sticker verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen die in het paspoort of op een inlegvel kan worden afgegeven (bijlage 7h, Voorschrift Vreemdelingen); hieraan zijn geen legeskosten verbonden;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
het document I (bijlage 7a, Voorschrift Vreemdelingen), dat in beginsel vanaf de datum aanvraag wordt afgegeven voor een periode van meer dan drie maanden, maar minder dan een jaar. Voor de afdoening van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument, is een legesbedrag van totaal € 30 verschuldigd;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
het document EU/EER (bijlage 7e, Voorschrift Vreemdelingen), dat in beginsel vanaf de datum afgifte voor een periode van vijf jaren geldig is. Voor de afdoening van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument, is een legesbedrag van totaal € 30 verschuldigd;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd: document II (bijlage 7b, Voorschrift Vreemdelingen) met de aantekening dat de houder tevens houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, die in beginsel vanaf de datum aanvraag wordt afgegeven. Het document dient na vijf jaren verlengd te worden. Voor het in behandeling nemen (=ter afdoening) van een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is een legesbedrag van € 201 verschuldigd.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Het is in het belang van EU/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en hun gezinsleden, dat de burgemeester dit document of deze verklaring zo spoedig mogelijk afgeeft.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
##### 2.6.1. Niet betalen van leges
|
||||
|
||||
|
|
@ -8872,8 +9662,42 @@ Onderbrekingen van het verblijf van niet meer dan zes opeenvolgende maanden en a
|
|||
|
||||
#### 2.8. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
– De gemeenschapsonderdaan die in het bezit is van een document EU/EER doet een aanvraag (en komt in aanmerking) voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Deze kan, indien hij daartoe een aanvraag indient, in het bezit worden gesteld van een document II, na betaling van de leges ter afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (€ 890).
|
||||
– De gemeenschapsonderdaan is in het bezit van een document EU/EER, waarop is aangetekend dat hij tevens houder is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Dit document kan, indien het vernieuwd moet worden (of wanneer de gemeenschapsonderdaan zich anderszins tussentijds meldt) op verzoek worden omgewisseld voor twee aparte documenten.
|
||||
Bij de eerste verlenging van het document EU/EER (bijlage 7e Voorschrift Vreemdelingen) bestaat de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te dienen. Indien de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan op een eerder moment kan aantonen dat hij reeds vijf jaren een verblijfsrecht heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder e, Vreemdelingenwet, zonder dat hij in bezit was van een verblijfsdocument, kan hij ook in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
|
||||
Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd dient een legesbedrag van € 201 te worden betaald (artikel 3.34g, Voorschrift Vreemdelingen).
|
||||
|
||||
|
||||
Indien wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in B1, wordt de gemeenschapsonderdaan bij de verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in het bezit gelaten van het document EU/EER. In plaats van afgifte van een document van het in bijlage 7b Voorschrift Vreemdelingen voorgeschreven model, wordt op het verstrekte document EU/EER de volgende aantekening geplaatst: ‘Tevens houder vergunning regulier onbepaalde tijd’.
|
||||
De gemeenschapsonderdaan ontvangt – mede vanuit praktisch oogpunt voor de gemeenschapsonderdaan – slechts één document, waarop beide verblijfsstatussen staan aangetekend. Indien het rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vreemdelingenwet van rechtswege verloren gaat, kan na inname het verstrekte verblijfsdocument alsnog (in dat geval kosteloos) een document van het in bijlage 7b Voorschrift Vreemdelingen voorgeschreven model worden afgegeven.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de gemeenschapsonderdaan ervoor kiest om in het bezit te worden gesteld van twee aparte verblijfsdocumenten (een document II en EU/EER), kan hij daartoe een verzoek indienen. Voor de afgifte van deze documenten worden geen extra leges geheven, dat wil zeggen bovenop de reeds geheven € 201 en € 30 ter afdoening van de aanvragen en afgifte van de verblijfsdocumenten.
|
||||
|
||||
|
||||
Er kunnen zich twee situaties voordoen:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
De gemeenschapsonderdaan die in het bezit is van een document EU/EER doet een aanvraag (en komt in aanmerking) voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Deze kan, indien hij daartoe een aanvraag indient, in het bezit worden gesteld van een document II, na betaling van de leges ter afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (€ 201).
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
De gemeenschapsonderdaan is in het bezit van een document EU/EER, waarop is aangetekend dat hij tevens houder is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Dit document kan, indien het vernieuwd moet worden (of wanneer de gemeenschapsonderdaan zich anderszins tussentijds meldt) op verzoek worden omgewisseld voor twee aparte documenten.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 115, vijfde lid, Vreemdelingenwet wordt een toelating krachtens artikel 10, tweede lid, Vreemdelingenwet (oud) aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vreemdelingenwet. Als gevolg daarvan worden houders van een zogenoemd C-document beschouwd als houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de gronden tot weigering van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd gelden voor bovengenoemde vreemdelingen – uitgezonderd Belgen en Luxemburgers – de voor vreemdelingen in het algemeen terzake geldende bepalingen van artikel 21 Vreemdelingenwet (zie B1 Vreemdelingencirculaire).
|
||||
|
||||
|
||||
Een gemeenschapsonderdaan is niet verplicht om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd – een verblijfstitel op grond van nationale wetgeving – aan te vragen. De Nederlandse regelgeving verbindt echter aan een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd onder zekere omstandigheden meer rechten en garanties dan het aan het Gemeenschapsrecht ontleende verblijfsrecht, met name wanneer een gemeenschapsonderdaan op een gegeven moment in strijd met de beperkingen als genoemd in het EG-Verdrag en de Richtlijnen hier te lande verblijft (zoals publieke middelen, openbare orde) of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat.
|
||||
|
||||
|
||||
Het is de keuze van een gemeenschapsonderdaan of van dit nationaal recht gebruik gemaakt wordt, met betaling van de daarvoor verschuldigde legeskosten.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
#### 2.9. Wet arbeid vreemdelingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -8886,15 +9710,21 @@ EU/EER-onderdanen of Zwitserse onderdanen mogen op grond van het EG-Verdrag vrij
|
|||
|
||||
#### 2.10. Matrix
|
||||
|
||||
| **Categorie** | **Middelen (al dan niet uit arbeid) zes maanden of minder beschikbaar** | **Middelen (al dan niet uit arbeid) voor meer dan drie maanden, maar minder dan één jaar beschikbaar** | **Middelen (al dan niet uit arbeid) voor één jaar of meer beschikbaar** | **(Meer dan aanvullend) Beroep op de publieke middelen** | **(Actuele) Bedreiging van de openbare orde** |
|
||||
| **Categorie** | ** Middelen (al dan niet uit arbeid) zes maanden of minder beschikbaar** **(Sticker= Sticker Verblijfsaantekeningen voor gemeenschapsonderdanen)** | **Middelen (al dan niet uit arbeid) voor meer dan drie maanden, maar minder dan één jaar beschikbaar** | **Middelen (al dan niet uit arbeid) voor één jaar of meer beschikbaar** | **(Meer dan aanvullend) Beroep op de publieke middelen** | ** (Actuele) Bedreiging van de openbare orde** **(hiermee wordt in deze matrix ook bedoeld nationale veiligheid)** |
|
||||
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
|
||||
| Werkzoekenden | Sticker met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. Kan met drie maanden verlengd worden zolang reëel uitzicht op werk, mits nog steeds voldoende middelen. | Zie economisch actieven. | Zie economisch actieven. | Bij een beroep op de publieke middelen vervalt verblijfsrecht. | Bij een (actuele) bedreiging van de openbare orde vervalt verblijfsrecht. |
|
||||
| Economisch actieven | Stickermet een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. | Reële en daadwerkelijke arbeid: Document I voor de duur van de werkzaamheden; leges € 28 | Reële en daadwerkelijke arbeid: Document EU/EER voor vijf jaren; leges € 28 | Een meer dan aanvullend beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht, ingevolge vrijwillige werkloosheid. | Bij een actuele bedreiging van de openbare orde vervalt verblijfsrecht (ook algemene regels inzake openbare orde in beschouwing nemen). |
|
||||
| Economisch niet-actieven | Sticker met en geldigheidsduur van maximaal zes maanden | Tenminste Wwb-norm desbetreffende categorie. Document EU/EER voor vijf jaren met de aantekening: beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht; leges € 28 | Tenminste Wwb-norm desbetreffende categorie. Document EU/EER voor vijf jaren met de aantekening: beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht; leges € 28 | Bij een beroep op de publieke middelen vervalt verblijfsrecht. | Bij een actuele bedreiging van de openbare orde vervalt verblijfsrecht (ook algemene regels inzake openbare orde in beschouwing nemen). |
|
||||
| Studenten | Sticker met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden | Document EU/EER voor ten hoogste één jaar met de aantekening: beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht; leges € 28 | Document EU/EER voor ten hoogste één jaar met de aantekening: beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht; leges € 28 | Bij een beroep op de publieke middelen vervalt verblijfsrecht. | Bij een actuele bedreiging van de openbare orde vervalt verblijfsrecht (ook algemene regels inzake openbare orde in beschouwing nemen). |
|
||||
| EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan die geen verblijfsrecht kan ontlenen aan het EG-Verdrag of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat | Sticker met een geldigheidsduur van maximaal drie maanden (zie echter werkzoekenden) | Beschikt niet zelfstandig over middelen. Normale toelatingsbeleid Vc van toepassing. Document I voor ten hoogste één jaar met de aantekening: arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist. Leges € 28. Anders sticker (zie werkzoekenden) | Beschikt niet zelfstandig over middelen. Normale toelatingsbeleid Vc van toepassing Document I voor ten hoogste één jaar met de aantekening: arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist. Leges € 28 Anders stickerSticker Verblijfsaantekeningen voor gemeenschapsonderdanen. (zie werkzoekenden) | Normale regels voor (niet) verlening verblijfsvergunning van toepassing. Document I wordt zonodig ingetrokken, dan wel niet verlengd. | Algemene regels inzake openbare orde onverkort van toepassing. |
|
||||
| Verlenging Document EU/EER na vijf jaren: Op moment verlenging niet werkloos of 12 maanden of minder onvrijwillig werkloos. | Document EU/EER voor vijf jaren (leges € 28) | Document EU/EER voor vijf jaren (leges € 28) | Document EU/EER voor vijf jaren (leges € 28) | Een beroep op de publieke middelen geen enkel gevolg voor het verblijfsrecht, zolang er geen sprake is van vrijwillige werkloosheid. | Een actuele bedreiging van de openbare orde kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht (ook algemene regels inzake openbare orde in beschouwing nemen). |
|
||||
| Verlenging Document EU/EER na vijf jaren: Op moment verlenging meer dan 12 maanden onvrijwillig werkloos | Document I voor één jaar (leges € 28) | Document I voor één jaar (leges € 28). Indien geen arbeid wordt verricht, maar wel zelfstandig over tenminste Wwb-norm desbetreffende categorie wordt beschikt, dan naar economisch niet-actief (leges € 28). | Indien geen arbeid wordt verricht, maar wel zelfstandig over tenminste Wwb-norm desbetreffende categorie wordt beschikt, dan naar economisch niet-actief (leges € 28). | Een beroep op de publieke middelen heeft geen enkel gevolg voor het verblijfsrecht. Het Document I voor één jaar wordt na dit jaar niet verlengd, indien een meer dan aanvullend beroep op de publieke middelen wordt gedaan. Indien niet wordt voldaan aan een ander verblijfsdoel wordt aanvraag afgewezen. | Een actuele bedreiging van de openbare ordeHiermee wordt in deze matrix ook bedoeld nationale veiligheid. kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht. Dit is (mede) afhankelijk van algemene regels inzake ontzegging voortgezet verblijf en ongewenstverklaring. |
|
||||
| | | | | | |
|
||||
| Economisch actieven | Sticker met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. | Reële en daadwerkelijke arbeid: Document I voor de duur van de werkzaamheden; leges € 30 | Reële en daadwerkelijke arbeid: Document EU/EER voor vijf jaren; leges € 30 | Een meer dan aanvullend beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht, ingevolge vrijwillige werkloosheid. | Bij een actuele bedreiging van de openbare orde vervalt verblijfsrecht (ook algemene regels inzake openbare orde in beschouwing nemen). |
|
||||
| | | | | | |
|
||||
| Economisch niet-actieven | Sticker met en geldigheidsduur van maximaal zes maanden | Tenminste Wwb-norm desbetreffende categorie. Document EU/EER voor vijf jaren met de aantekening: beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht; leges € 30 | Tenminste Wwb-norm desbetreffende categorie. Document EU/EER voor vijf jaren met de aantekening: beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht; leges € 30 | Bij een beroep op de publieke middelen vervalt verblijfsrecht. | Bij een actuele bedreiging van de openbare orde vervalt verblijfsrecht (ook algemene regels inzake openbare orde in beschouwing nemen). |
|
||||
| | | | | | |
|
||||
| Studenten | Sticker met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden | Document EU/EER voor ten hoogste één jaar met de aantekening: beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht; leges €30 | Document EU/EER voor ten hoogste één jaar met de aantekening: beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht; leges €30 | Bij een beroep op de publieke middelen vervalt verblijfsrecht. | Bij een actuele bedreiging van de openbare orde vervalt verblijfsrecht (ook algemene regels inzake openbare orde in beschouwing nemen). |
|
||||
| | | | | | |
|
||||
| EU/EER-onderdaa of Zwitserse onderdaan die geen verblijfsrecht kan ontlenen aan het EG-Verdrag of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat | Sticker met een geldigheidsduur van maximaal drie maanden (zie echter werkzoekenden) | Beschikt niet zelfstandig over middelen. Normale toelatingsbeleid Vc van toepassing. Document I voor ten hoogste één jaar met de aantekening: arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist. Leges € 30. Anders sticker6 (zie werkzoekenden) | Beschikt niet zelfstandig over middelen. Normale toelatingsbeleid Vc van toepassing Document I voor ten hoogste één jaar met de aantekening: arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist. Leges € 30 Anders sticker6 (zie werkzoekenden) | Normale regels voor (niet) verlening verblijfsvergunning van toepassing. Document I wordt zonodig ingetrokken, dan wel niet verlengd. | Algemene regels inzake openbare orde onverkort van toepassing. |
|
||||
| | | | | | |
|
||||
| Verlenging Document EU/EER na vijf jaren: Op moment verlenging niet werkloos of 12 maanden of minder onvrijwillig werkloos. | Document EU/EER voor vijf jaren (leges € 30) | Document EU/EER voor vijf jaren (leges € 30) | Document EU/EER voor vijf jaren (leges € 30) | Een beroep op de publieke middelen geen enkel gevolg voor het verblijfsrecht, zolang er geen sprake is van vrijwillige werkloosheid. | Een actuele bedreiging van de openbare orde kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht (ook algemene regels inzake openbare orde in beschouwing nemen). |
|
||||
| | | | | | |
|
||||
| Verlenging Document EU/EER na vijf jaren: Op moment verlenging meer dan 12 maanden onvrijwillig werkloos | Document I voor één jaar (leges € 30) | Document I voor één jaar (leges € 30). Indien geen arbeid wordt verricht, maar wel zelfstandig over tenminste Wwb-norm desbetreffende categorie wordt beschikt, dan naar economisch niet-actief (leges € 30). | Indien geen arbeid wordt verricht, maar wel zelfstandig over tenminste Wwb-norm desbetreffende categorie wordt beschikt, dan naar economisch niet-actief (leges € 30). | Een beroep op de publieke middelen heeft geen enkel gevolg voor het verblijfsrecht. Het Document I voor één jaar wordt na dit jaar niet verlengd, indien een meer dan aanvullend beroep op de publieke middelen wordt gedaan. Indien niet wordt voldaan aan een ander verblijfsdoel wordt aanvraag afgewezen. | Een actuele bedreiging van de openbare orde kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht. Dit is (mede) afhankelijk van algemene regels inzake ontzegging voortgezet verblijf en ongewenst verklaring. |
|
||||
|
||||
### 3. Economisch actieven
|
||||
|
||||
|
|
@ -8934,9 +9764,9 @@ Uitgangspunt is dat zolang het merendeel van de inkomsten – hiermee wordt bedo
|
|||
|
||||
##### 3.3.1. Algemeen
|
||||
|
||||
Bij de indiening van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht, of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat, en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument, waarvoor een legesbedrag van totaal € 28 is verschuldigd, dient in ieder geval een geldige identiteitskaart of geldig paspoort te worden overgelegd.
|
||||
Bij de indiening van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht, of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat, en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument, waarvoor een legesbedrag van totaal € 30 is verschuldigd, dient in ieder geval een geldige identiteitskaart of geldig paspoort te worden overgelegd.
|
||||
|
||||
2004713-01-200409-01-2004HKUIT03-3856(AUB)2004713-01-200409-01-2004HKUIT03-3856(AUB)15-01-2004
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
##### 3.3.2. Werknemers
|
||||
|
||||
|
|
@ -8997,11 +9827,42 @@ Indien de te verwachten duur van de werkzaamheden ten minste één jaar bedraagt
|
|||
|
||||
##### 3.4.5. Werkzaamheden buiten Nederlands grondgebied
|
||||
|
||||
– de werknemer is in Nederland (aan)geworven;HvJEG, 27 september 1989, Lopes de Veiga.
|
||||
– werkzaamheden worden verricht op een in Nederland geregistreerd vervoermiddel;
|
||||
– een dienstverband is aangegaan met een in Nederland geregistreerde werkgever;
|
||||
– de arbeidsverhouding wordt beheerst door Nederlands recht; en
|
||||
– het Nederlandse sociale verzekeringsstelsel is van toepassing op de loonbetaling.
|
||||
Het Gemeenschapsrecht is slechts van toepassing op werkzaamheden die buiten Nederlands grondgebied worden verricht, indien er sprake is van een arbeidsverhouding met een voldoende nauwe aanknoping met het Nederlands grondgebied.
|
||||
Een dergelijke situatie kan zich voordoen bij werknemers in het internationale transport (bijvoorbeeld werknemers op zeeschepen en op schepen in de internationale binnenvaart en daarmee gelijkgestelde inrichtingen, baggermolens, zandzuigers).
|
||||
|
||||
|
||||
De arbeidsverhouding van een werknemer in het internationale transport wordt verondersteld voldoende nauwe aanknoping met het Nederlands grondgebied te hebben, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
de werknemer is in Nederland (aan)geworven; (HvJEG, 27 september 1989, Lopes de Velga);
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
werkzaamheden worden verricht op een in Nederland geregistreerd vervoermiddel;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
een dienstverband is aangegaan met een in Nederland geregistreerde werkgever;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
de arbeidsverhouding wordt beheerst door Nederlands recht; en
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
het Nederlandse sociale verzekeringsstelsel is van toepassing op de loonbetaling.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Deze voorwaarden gelden ook voor werknemers op een mijnbouwinstallatie op het continentale plat, met dien verstande dat in plaats van een in Nederland geregistreerd vervoermiddel sprake moet zijn van een installatie op het Nederlands deel van het continentale plat.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien aan de bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan en wordt voldaan aan de algemene voorwaarde dat ten minste één jaar reële en daadwerkelijke arbeid is verricht, is sprake van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vreemdelingenwet en kan aan hem ingevolge artikel 8.11, tweede lid, Vreemdelingenbesluit een document EU/EER (bijlage 7e Voorschrift Vreemdelingen) worden afgegeven met een geldigheidsduur van vijf jaren.
|
||||
Na vijf jaren verblijf als gemeenschapsonderdaan – ook zonder dat hij in bezit is gesteld van een verblijfsdocument – kan hij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, na betaling van leges ter afdoening van de aanvraag (€ 201).
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
#### 3.5. Recht op (voortgezet) verblijf bij onderbreking of beëindiging van de werkzaamheden
|
||||
|
||||
|
|
@ -9130,8 +9991,22 @@ Dit onderdeel heeft betrekking op Richtlijn 90/364/EEG, Richtlijn 90/365/EEG, Ri
|
|||
|
||||
#### 4.1. Over te leggen stukken
|
||||
|
||||
– een geldige identiteitskaart of geldig paspoort;
|
||||
– een ziektekostenverzekering die alle risico’s hier te lande dekt; deze ziektekostenverzekering mag zowel in het land van herkomst als in Nederland zijn afgesloten; dit is een voorwaarde voor alle categorieën economisch niet-actieven.
|
||||
Bij de indiening van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht, of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat, en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument, waarvoor een legesbedrag van totaal €30 is verschuldigd, dienen in ieder geval de volgende bescheiden te worden overgelegd:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
een geldige identiteitskaart of geldig paspoort;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
een ziektekostenverzekering die alle risico’s hier te lande dekt; deze ziektekostenverzekering mag zowel in het land van herkomst als in Nederland zijn afgesloten; dit is een voorwaarde voor alle categorieën economisch niet-actieven.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Voor de verschillende categorieën verblijfsgerechtigden gelden voorts nog specifieke voorwaarden.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
#### 4.2. Verblijfsrecht
|
||||
|
||||
|
|
@ -9332,20 +10207,20 @@ Het is niet vereist dat de hier bedoelde familieleden permanent met de rechtmati
|
|||
|
||||
#### 5.2. Het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid
|
||||
|
||||
##### 5.2.1. Familie- of gezinsleden die zelf EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan zijn
|
||||
##### 5.2.1. Familie of gezinsleden die zelf EU/EER-onderdaan of Zwitsers onderdaan zijn
|
||||
|
||||
Het familie- of gezinslid, dat zelf EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan is, wordt in bezit gesteld van een document dat dezelfde rechten verschaft, als het document dat is afgegeven aan de gemeenschapsonderdaan van wie het rechtmatig verblijf afhankelijk is. Hierop worden dezelfde aantekeningen geplaatst. Voor de behandeling van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument is een legesbedrag van totaal € 28 verschuldigd.
|
||||
De geldigheidsduur van het te verstrekken verblijfsdocument komt overeen met de geldigheidsduur van het verblijfsdocument, verstrekt aan de gemeenschapsonderdaan van wie het rechtmatig verblijf van het familie- of gezinslid afhankelijk is.
|
||||
Het familie- of gezinslid, dat zelf EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan is, wordt in bezit gesteld van een document dat dezelfde rechten verschaft, als het document dat is afgegeven aan de gemeenschapsonderdaan van wie het rechtmatig verblijf afhankelijk is. Hierop worden dezelfde aantekeningen geplaatst. Voor de behandeling van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument is een legesbedrag van totaal € 30 verschuldigd.
|
||||
De geldigheidsduur van het te verstrekken verblijfsdocument komt overeen met de geldigheidsduur van het verblijfsdocument, verstrekt aan de gemeenschapsonderdaan van wie het rechtmatig verblijf van het familie- of gezinslid afhankelijk is.
|
||||
|
||||
20027112-04-200204-04-20025143260/02/IND20027112-04-200204-04-20025143260/02/IND01-05-2002
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
##### 5.2.2. Familie- of gezinsleden die zelf niet EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan zijn
|
||||
##### 5.2.2. Familie- of gezinslid, dat niet zelf EU/EER onderdaan of Zwitsers onderdaan is
|
||||
|
||||
Het familie- of gezinslid, dat niet zelf EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan is, wordt in bezit gesteld van een document I (bijlage 7a Voorschrift Vreemdelingen) met een zelfde geldigheidsduur als het document dat is afgegeven aan de gemeenschapsonderdaan van wie het rechtmatig verblijf afhankelijk is. Hierop worden dezelfde aantekeningen geplaatst. Dit houdt in dat voordat het familie- of gezinslid, dat niet zelf EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan is, in het bezit gesteld kan worden van het document I, de gemeenschapsonderdaan waarvan het rechtmatig verblijf afhankelijk is, eerst ook een document in zijn bezit dient te hebben. Immers, eerst aan de hand van het document van de gemeenschapsonderdaan kunnen de beperkingen voor het document van het familie- of gezinslid worden bepaald.
|
||||
Op het verblijfsdocument wordt daarnaast de volgende aantekening geplaatst: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. Dit houdt in dat het familie- of gezinslid, ongeacht de nationaliteit, het recht heeft om arbeid, al dan niet in loondienst, te verrichten.
|
||||
Voor de behandeling van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument is een legesbedrag van totaal € 28 verschuldigd.
|
||||
Voor de behandeling van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument is een legesbedrag van totaal € 30 verschuldigd.
|
||||
|
||||
20029422-05-200216-05-20025155929/02/IND20029422-05-200216-05-20025155929/02/IND24-05-2002
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
#### 5.3. Familie- of gezinsleden van Nederlanders
|
||||
|
||||
|
|
@ -9474,8 +10349,68 @@ Uit de Benelux Overeenkomst, die in 1960 is afgesloten tussen België, Nederland
|
|||
|
||||
#### 6.1. Verblijfsdocument
|
||||
|
||||
– over voldoende middelen van bestaan beschikt in de zin van de Vreemdelingenwet (zie B1 Vreemdelingencirculaire); en
|
||||
– geen actuele bedreiging vormt van de openbare orde of de nationale veiligheid.
|
||||
Aan een Belg of Luxemburger kan direct bij eerste binnenkomst een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vreemdelingenwet of een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet (document I, bijlage 7a, Voorschrift Vreemdelingen), indien hij geen recht heeft op een document EU/EER met een geldigheidsduur van vijf jaren, worden afgegeven, indien hij:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
over voldoende middelen van bestaan beschikt in de zin van de Vreemdelingenwet (zie B1 Vreemdelingencirculaire); en
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
geen actuele bedreiging vormt van de openbare orde of de nationale veiligheid.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Zie artikel 8.6, eerste en derde lid, Vreemdelingenbesluit, dat weigeringsgronden formuleert.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Artikel 8.6 Vreemdelingenbesluit:
|
||||
|
||||
|
||||
1
|
||||
De aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, ingediend door een vreemdeling die onderdaan is van België of Luxemburg die geen gemeenschapsonderdaan is, kan slechts worden afgewezen, indien de vreemdeling:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt; of
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
niet over voldoende middelen van bestaan beschikt.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2
|
||||
De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, ingediend door de in het eerste lid bedoelde vreemdeling, wordt niet afgewezen, en de verblijfsvergunning wordt niet ingetrokken, op grond van de omstandigheid dat de vreemdeling niet meer over voldoende middelen van bestaan beschikt.
|
||||
|
||||
|
||||
3
|
||||
In afwijking van artikel 21, eerste en tweede lid, van de Wet, wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, ingediend door een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid die nog niet gedurende een tijdvak van vijf jaren rechtmatig verblijf heeft gehad, slechts afgewezen, indien hij:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt; of
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
4
|
||||
In afwijking van artikel 21 van de Wet, kan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, die is verleend aan de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, slechts worden ingetrokken op de in het derde lid, onder a, bedoelde grond.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet, is een legesbedrag van € 201 verschuldigd.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
##### 6.1.1. Gevaar voor de volksgezondheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -9768,16 +10703,18 @@ Aan de vreemdeling, die voor een ander doel dan het zoeken of verrichten van arb
|
|||
|
||||
#### 8.5. Leges
|
||||
|
||||
De in voorgaande subparagrafen bedoelde onderdanen en hun gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit, worden desgewenst in de gelegenheid gesteld een aanvraag te doen om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daarmee corresponderende verblijfsdocument, terzake waarvan op grond van de Richtlijnen en artikel 3.34, derde lid, Voorschrift Vreemdelingen een lager bedrag aan leges is verschuldigd, dan terzake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
|
||||
De in voorgaande subparagrafen bedoelde onderdanen en hun gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit, worden desgewenst in de gelegenheid gesteld een aanvraag te doen om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daarmee corresponderende verblijfsdocument, ter zake waarvan op grond van de Richtlijnen en artikel 3.34h, Voorschrift Vreemdelingen een lager bedrag aan leges is verschuldigd, dan ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
20046401-04-200425-03-200420046401-04-200425-03-200401-05-2004
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
#### 8.6. Onderdanen van toetredende lidstaten, dan wel hun gezins- en familieleden die niet voor afgifte van een verblijfsdocument op basis van gemeenschapsrecht in aanmerking komen
|
||||
|
||||
Indien de in 8.5 bedoelde onderdanen dan wel gezinsleden niet voor afgifte van een verblijfsdocument in aanmerking komen in het kader van subparagraaf 8.2 tot en met 8.4, noch in het kader van een der voorafgaande paragrafen van dit hoofdstuk, omdat zij geen verblijfsrecht aan het gemeenschapsrecht ontlenen, staat het hen vanzelfsprekend vrij om een aanvraag in te dienen tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder beperkingen, verband houdende met een door hen aan te geven verblijfsdoel. Zij dienen daarbij in beginsel een keuze te maken uit de verblijfsdoelen, omschreven in artikel 3.4, eerste lid, Vreemdelingenbesluit. Daarbij is het gestelde in paragrafen B1/4.1.1.8 en 4.1.1.9 van toepassing, alsmede het gestelde in de desbetreffende materiehoofdstukken, afhankelijk van het aangegeven verblijfsdoel.
|
||||
Terzake van de afdoening van deze aanvragen leiden de legesbepalingen van de artikelen 3.34 en 3.34a Voorschrift Vreemdelingen tot hogere legesverplichtingen.
|
||||
Indien de in 8.5 bedoelde onderdanen dan wel gezinsleden niet voor afgifte van een verblijfsdocument in aanmerking komen in het kader van subparagraaf 8.2 tot en met 8.4, noch in het kader van een der voorafgaande paragrafen van dit hoofdstuk, omdat zij geen verblijfsrecht aan het gemeenschapsrecht ontlenen, staat het hen vanzelfsprekend vrij om een aanvraag in te dienen tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder beperkingen, verband houdende met een door hen aan te geven verblijfsdoel. Zij dienen daarbij in beginsel een keuze te maken uit de verblijfsdoelen, omschreven in artikel 3.4, eerste lid, Vreemdelingenbesluit. Daarbij is het gestelde in B1/4.1.1.8 en B1/4.1.1.9 van toepassing, alsmede het gestelde in de desbetreffende materiehoofdstukken, afhankelijk van het aangegeven verblijfsdoel.
|
||||
|
||||
20046401-04-200425-03-200420046401-04-200425-03-200401-05-2004
|
||||
|
||||
Ter zake van de afdoening van deze aanvragen leiden de legesbepalingen van de artikelen 3.34, 3.34c en 3.34d, Voorschrift Vreemdelingen tot hogere legesverplichtingen.
|
||||
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
#### 8.7. Verblijf voor het verrichten van seksuele handelingen met derden of het verlenen van seksuele diensten aan derden
|
||||
|
||||
|
|
@ -11591,7 +12528,9 @@ In deze paragraaf is een verblijfsregeling opgenomen voor een aantal categorieë
|
|||
###### 4.2.2.2. Regeling van het verblijf
|
||||
|
||||
Vreemdelingen behorend tot één van de categorieën genoemd in artikel 3.40 Vreemdelingenbesluit komen, mits aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan (zie B1 Vreemdelingencirculaire), in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet.
|
||||
Zij zijn vrijgesteld van het legesvereiste (zie de artikelen 3.34 en 3.34a Voorschrift Vreemdelingen).
|
||||
|
||||
|
||||
Zij zijn vrijgesteld van het legesvereiste (zie artikel 3.34 b, eerste lid, onder a, Voorschrift Vreemdelingen).
|
||||
|
||||
|
||||
Als algemene voorwaarde geldt onder meer het ondergaan van een tuberculoseonderzoek (zie B1/2.2.5; zie ook artikel 3.79 en 4.46 Vreemdelingenbesluit).
|
||||
|
|
@ -11599,9 +12538,7 @@ Vreemdelingen behorend tot één van de categorieën genoemd in artikel 3.40 Vre
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
Artikel
|
||||
3.79
|
||||
Vreemdelingenbesluit:
|
||||
Artikel 3.79 Vreemdelingenbesluit:
|
||||
|
||||
|
||||
1
|
||||
|
|
@ -11616,9 +12553,7 @@ Vreemdelingen behorend tot één van de categorieën genoemd in artikel 3.40 Vre
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
Artikel
|
||||
4.46
|
||||
Vreemdelingenbesluit:
|
||||
Artikel 4.46 Vreemdelingenbesluit:
|
||||
|
||||
|
||||
1
|
||||
|
|
@ -11631,26 +12566,26 @@ Vreemdelingen behorend tot één van de categorieën genoemd in artikel 3.40 Vre
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
Voorzover zij de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt, wordt aan vreemdelingen behorend tot een van deze categorieën voor hun verblijf een document uitgereikt als bedoeld in bijlage 7a Voorschrift Vreemdelingen.
|
||||
Voor zover zij de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt, wordt aan vreemdelingen behorend tot een van deze categorieën voor hun verblijf een document uitgereikt als bedoeld in bijlage 7a Voorschrift Vreemdelingen.
|
||||
|
||||
|
||||
Aan vreemdelingen jonger dan twaalf jaar kan niettegenstaande het voorgaande een document als bedoeld in bijlage 7a Voorschrift Vreemdelingen worden verleend, namelijk indien geen van de beide ouders van de vreemdeling in het bezit hoeft te worden gesteld van een dergelijk document.
|
||||
|
||||
|
||||
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet te verlenen aan deze vreemdelingen bedraagt maximaal drie jaar, met dien verstande dat de totale tijdsduur waarvoor de vergunning geldig is, de duur van de tewerkstelling (indien het burgerpersoneel betreft) of de duur van de tewerkstelling dan wel stationering van het hoofd van het gezin (indien het gezins- en familieleden betreft) niet mag overschrijden.
|
||||
|
||||
|
||||
Zie artikel 3.63 Vreemdelingenbesluit.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Artikel
|
||||
3.63
|
||||
Vreemdelingenbesluit:
|
||||
Artikel 3.63 Vreemdelingenbesluit:
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 3.57 kan de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel worden verleend voor drie jaren, maar niet langer dan de duur van de tewerkstelling van de vreemdeling of het verblijfsrecht van de persoon bij wie verblijf als gezinslid is toegestaan.
|
||||
|
||||
|
||||
200215109-08-200224-07-200251700351/02/IND200215109-08-200224-07-200251700351/02/IND11-08-2002
|
||||
200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005
|
||||
|
||||
###### 4.2.2.3. Machtiging tot voorlopig verblijf
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue