2013-01-01 | BWBR0032335 | Besluit dierlijke producten
This commit is contained in:
parent
d50141a2d0
commit
2014b0b9db
1 changed files with 17 additions and 167 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit dierlijke producten
|
|||
bwb_id: BWBR0032335
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2021-03-24'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0032335
|
||||
citeertitel: Besluit dierlijke producten
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -16,47 +16,16 @@ citeertitel: Besluit dierlijke producten
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *Benelux-beschikking over gekwalificeerde personen:* beschikking van het Benelux Comité van Ministers van 18 december 2019 betreffende de algemene wederzijdse erkenning van de hoedanigheid van gekwalificeerd persoon op het gebied van gezondheid en hygiëne van vrij wild (Benelux Publicatieblad 1, 2020);
|
||||
– *boerderijmelk:* rauwe melk die door een melkveehouder kennelijk bestemd is voor aflevering anders dan aan consumenten;
|
||||
– *gekwalificeerd persoon:* persoon als bedoeld in bijlage III, sectie IV, hoofdstuk I, van verordening (EG) nr. 853/2004;
|
||||
– *kaas:* product dat wordt verkregen door stremming van melk waaraan al dan niet melkbestanddelen zijn toegevoegd of onttrokken, de verwijdering van wei en de rijping tot voor de consumptie gereed product;
|
||||
– *leverantie van boerderijmelk:* de transactie waarbij een melkveehouder boerderijmelk ter beschikking van de ontvanger van boerderijmelk stelt en deze de desbetreffende melk in ontvangst neemt met het kennelijke doel deze te bewerken, te verwerken of te verhandelen;
|
||||
– *melk:* door het melken van één of meer koeien, geiten, schapen of buffelkoeien verkregen product, zonder dat daaraan stoffen worden toegevoegd of onttrokken;
|
||||
– *melkveehouder:* de natuurlijke of rechtspersoon die bedrijfsmatig melkkoeien of melkgeiten houdt;
|
||||
– *ontvanger van boerderijmelk:* de natuurlijke of rechtspersoon die op jaarbasis 500.000 kg of meer boerderijmelk bedrijfsmatig ontvangt van één of meer in Nederland gevestigde melkveehouders en ter zake betalingen aan de desbetreffende melkveehouders verricht, met uitzondering van boerderijzuivelbereiders;
|
||||
– *rauwe melk:* product dat wordt afgescheiden door de melkklier van één of meer koeien of geiten en dat niet verwarmd is tot boven 40°C en dat evenmin een behandeling met een gelijkwaardig effect heeft ondergaan;
|
||||
– *Stichting COKZ:* Stichting Controle Orgaan Kwaliteits Zaken te Leusden;
|
||||
– *Stichting COKZ:* Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel te Leusden;
|
||||
– *Stichting Skal:* Stichting Skal te Zwolle;
|
||||
– *Verordening (EU) nr. 952/2013:* Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269);
|
||||
– *verordening (EEG) nr. 2913/92:* verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG 1992 L 302);
|
||||
– *verordening (EG) nr. 853/2004:* verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU 2004 L 139);
|
||||
– *verordening (EU) nr. 1375/2015:* Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1375 van de Commissie van 10 augustus 2015 tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de officiële controles op Trichinella in vlees (PbEU 2015, L 212);
|
||||
– *verordening (EU) nr. 2016/429:* verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid («diergezondheidswetgeving») (PbEU 2016, L 84);
|
||||
– *verordening (EU) nr. 2017/625:* verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (Pb EU 2017 L 95);
|
||||
– *verordening (EU) 2018/848:*
|
||||
verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150);
|
||||
– *verordening (EG) nr. 854/2004:* verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEU 2004 L 139);
|
||||
– *verordening (EG) nr. 2075/2005:* verordening (EG) nr. 2075/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de officiële controles op Trichinella in vlees (PbEU 2005 L 338);
|
||||
– *wet:*
|
||||
Wet dieren;
|
||||
– *zuivelproduct:*
|
||||
|
||||
1°. een product dat uitsluitend is verkregen uit melk, met dien verstande dat stoffen die voor de bereiding ervan noodzakelijk zijn, mogen worden toegevoegd, mits deze stoffen niet worden gebruikt voor de volledige of gedeeltelijke vervanging van één van de bestanddelen van melk, en
|
||||
2°. een product dat is samengesteld uit melk, dat wil zeggen een product waarvan geen enkel element in de plaats komt van een melkbestanddeel of bedoeld is om daarvoor in de plaats te komen en waarvan de melk een essentieel bestanddeel is, hetzij door de hoeveelheid, hetzij omdat het effect kenmerkend is voor deze producten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1a. Buiten of binnen Nederland brengen van dierlijke producten
|
||||
|
||||
### Artikel 1a.1
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval artikel 243, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 van toepassing is en de regelgeving of de bevoegde autoriteit van het derde land waarvoor dierlijke producten zijn bestemd, vereist dat de dierlijke producten voldoen aan door het derde land gestelde vereisten, wordt een officieel certificaat afgegeven door Onze Minister waaruit blijkt dat aan deze eisen is voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval de regelgeving of de bevoegde autoriteit van een derde land, bedoeld in het eerste lid, een bepaalde gezondheidsstatus vereist van dierlijke producten, maar geen eisen stelt aan de laboratoria waarin en de wijze waarop laboratoriumanalyses, -tests en -diagnoses worden uitgevoerd, vinden deze plaats in een daartoe door Onze Minister erkend laboratorium.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid ingeval er voor het onderzoek met betrekking tot een bepaalde gezondheidsstatus geen laboratorium is erkend.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a.2
|
||||
|
||||
Ingeval artikel 234, derde lid, van verordening (EU) nr. 2016/429 van toepassing is, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over het binnen Nederland brengen van voor menselijke consumptie bestemde dierlijke producten en levende producten met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de gezondheidsstatus van die producten;
|
||||
b. de begeleidende documenten die die producten vergezellen.
|
||||
Wet dieren.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Voor menselijke consumptie bestemde dierlijke producten
|
||||
|
||||
|
|
@ -64,7 +33,7 @@ b. de begeleidende documenten die die producten vergezellen.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van EU-verordeningen of EU-besluiten regels gesteld over de productie en de levering van vlees na het doden van dieren met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a, en artikel 3.2, tweede lid, onderdelen a tot en met l, van de wet, voor zover die EU-rechtshandelingen verplichten tot invulling van een onderdeel van die rechtshandelingen.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van EU-verordeningen of EU-besluiten regels gesteld over de productie van vlees na het doden van dieren met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, onderdelen a tot en met l, van de wet, voor zover die EU-rechtshandelingen verplichten tot invulling van een onderdeel van die rechtshandelingen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van EU-verordeningen of EU-besluiten regels worden gesteld over de productie van vlees na het doden van dieren met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, onderdelen a tot en met l, van de wet, voor zover die EU-rechtshandelingen de ruimte bieden om een bepaalde handeling of toestand toe te staan of te verbieden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -81,13 +50,13 @@ b. onder a bedoelde organismen zich niet zodanig kunnen vermeerderen of zodanige
|
|||
|
||||
**2.** Het is verboden bij rechtstreekse levering als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel e, van verordening (EG) nr. 853/2004 van klein vrij wild te handelen in strijd met bijlage III, sectie IV, hoofdstuk III, onderdelen 1, 2 en 4, van die verordening.
|
||||
|
||||
**3.** Het onderzoek, bedoeld in bijlage III, sectie IV, hoofdstuk II, onderdeel 2, en hoofdstuk III, onderdeel 1, van verordening (EG) nr. 853/2004, wordt uitgevoerd door een gekwalificeerd persoon.
|
||||
**3.** Het onderzoek, bedoeld in bijlage III, sectie IV, hoofdstuk II, onderdeel 2, en hoofdstuk III, onderdeel 1, van verordening (EG) nr. 853/2004, wordt uitgevoerd door een gekwalificeerd persoon als bedoeld in bijlage III, sectie IV, hoofdstuk I, van die verordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
**1.** Bij rechtstreekse levering als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van een karkas van een wild zwijn neemt de gekwalificeerde persoon tijdens het onderzoek, bedoeld in het derde lid van dat artikel, een monster als bedoeld in artikel 2, tweede lid, tweede alinea, van verordening (EU) nr. 1375/2015.
|
||||
**1.** Bij rechtstreekse levering als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van een karkas van een wild zwijn neemt de gekwalificeerde persoon tijdens het onderzoek, bedoeld in het derde lid van dat artikel, een monster als bedoeld in artikel 2, derde lid, derde alinea, van verordening (EG) nr. 2075/2005.
|
||||
|
||||
**2.** De bemonstering en het onderzoek van het monster vinden plaats overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk I, onderdeel 1, onderdeel 2, onder c, tweede alinea, onderdeel 3, onder I en II, en bijlage III, aanhef en onderdelen a, d, en f, van verordening (EU) nr. 1375/2015.
|
||||
**2.** De bemonstering en het onderzoek van het monster vinden plaats overeenkomstig bijlage I, hoofdstuk I, onderdeel 1, onderdeel 2, onder c, tweede alinea en onderdeel 3, onder I en II, en bijlage III, aanhef en onderdelen a, d en f, van verordening (EG) nr. 2075/2005.
|
||||
|
||||
**3.** De gekwalificeerde persoon brengt op een karkas van een wild zwijn een uniek merk aan en vermeldt dat merk bij de gegevens die behoren bij het monster, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -99,71 +68,19 @@ b. onder a bedoelde organismen zich niet zodanig kunnen vermeerderen of zodanige
|
|||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
**1.** De exploitant van een levensmiddelenbedrijf kan herkeuring aanvragen ingeval hij zich met een beslissing met betrekking tot het vlees als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van verordening (EU) nr. 2017/625, afkomstig van als een als landbouwhuisdier gehouden hoefdier niet kan verenigen.
|
||||
**1.** De exploitant van een levensmiddelenbedrijf kan herkeuring aanvragen ingeval hij zich met een beslissing met betrekking tot het vlees als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel e, van verordening (EG) nr. 854/2004, afkomstig van als een als landbouwhuisdier gehouden hoefdier niet kan verenigen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de herkeuring wordt de beslissing met betrekking tot het vlees, bedoeld in het eerste lid, heroverwogen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag, de beslissing op de aanvraag en de uitvoering van een herkeuring.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een gekwalificeerd persoon die in Nederland een opleiding heeft afgerond die voldoet aan bijlage III, sectie IV, hoofdstuk I, onderdeel 4, van verordening (EG) nr. 853/2004, niet zijnde een gekwalificeerd persoon met de Belgische of Luxemburgse nationaliteit die in het eigen land bevoegd is te handelen als gekwalificeerd persoon, registreert zich in een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld register met de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. naam;
|
||||
b. adres en woonplaats;
|
||||
c. geboortedatum;
|
||||
d. telefoonnummer;
|
||||
e. e-mailadres; en
|
||||
f. het unieke nummer, en de maand en jaar van afgifte van het bewijs dat met goed gevolg een opleiding is afgerond die voldoet aan bijlage III, sectie IV, hoofdstuk I, onderdeel 4, van verordening (EG) nr. 853/2004.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een gekwalificeerd persoon meldt in het register:
|
||||
|
||||
a. het unieke nummer, en de maand en jaar van afgifte van het bewijs van bijscholing ten aanzien van de kennis, bedoeld in bijlage III, sectie IV, hoofdstuk I, onderdeel 1, van verordening (EG) nr. 853/2004; en
|
||||
b. elke wijziging van gegevens als bedoeld in onderdeel a, en in het eerste lid, onderdelen a tot en met e.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste en tweede lid:
|
||||
|
||||
a. verzoekt een in Nederland werkzaam gekwalificeerd persoon, niet zijnde een gekwalificeerd persoon met de Belgische of Luxemburgse nationaliteit die in het eigen land bevoegd is te handelen als gekwalificeerd persoon, die niet beschikt over een bewijs als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, maar wel aantoonbaar beschikt over de kennis, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, Onze Minister hem op te nemen in het register, bedoeld in het eerste lid, aanhef, met de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e; en
|
||||
b. meldt de gekwalificeerde persoon, bedoeld in onderdeel a, in het register elke wijziging van zijn gegevens als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onze Minister haalt een registratie als bedoeld in het eerste lid door, indien de gekwalificeerde persoon:
|
||||
|
||||
a. niet langer als zodanig werkzaam is;
|
||||
b. niet meer beschikt over voldoende kennis als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a;
|
||||
c. daar zelf toe verzoekt;
|
||||
d. is overleden;
|
||||
e. op grond van artikel 138, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2017/625, gelast is zijn werkzaamheden als gekwalificeerde persoon gedurende een passende periode stop te zetten; of
|
||||
f. niet tijdig de gegevens, bedoeld in het tweede lid of het derde lid, onderdeel b, in het register meldt.
|
||||
|
||||
**5.** Een doorhaling als bedoeld in het vierde lid geschiedt niet eerder dan nadat de gekwalificeerde persoon in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijzen omtrent de doorhaling naar eigen keuze mondeling of schriftelijk naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over:
|
||||
|
||||
a. de wijze van registratie van de gegevens, bedoeld in het eerste en derde lid, onderdeel a, alsmede de wijze van melding van de gegevens, bedoeld in het tweede en derde lid, onderdeel b;
|
||||
b. de bewaartermijn van de gegevens, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid;
|
||||
c. de termijn waarbinnen een gekwalificeerd persoon de registratie, bedoeld in het eerste en derde lid, onderdeel a, of de melding, bedoeld in het tweede en derde lid, onderdeel b, doet.
|
||||
|
||||
**7.** Ter uitvoering van de Benelux-beschikking over gekwalificeerde personen verstrekt Onze Minister desgevraagd de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c en f, of, wanneer het gaat om een gekwalificeerde persoon als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, aan de bevoegde autoriteiten van België en Luxemburg. Wanneer door of namens de Benelux Unie een register van gekwalificeerde personen is opgezet, verstrekt Onze Minister de gegevens ook in het kader van het opnemen van deze gegevens in dat register.
|
||||
|
||||
**8.** Onze Minister, en een organisatie verantwoordelijk voor de afgifte van de bewijzen, bedoeld in het eerste lid onderdeel f, en het tweede lid, onderdeel a, verstrekken elkaar de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c en f, en het tweede lid, onderdeel a. Deze gegevensverwerking heeft als doel te bepalen of de door de gekwalificeerde persoon geregistreerde gegevens correct zijn.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Kwaliteit van levensmiddelen van dierlijke oorsprong
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de biologische productie van dierlijke producten;
|
||||
a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
|
||||
b. de bescherming van kwaliteitsaanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen van dierlijke oorsprong;
|
||||
c. handelsnormen voor dierlijke producten;
|
||||
d. volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding bestemd voor derde landen.
|
||||
|
|
@ -192,76 +109,26 @@ b. de kwaliteit, de hoedanigheid en de keuring van kaas waarvoor benamingen als
|
|||
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. producten die in een lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn geproduceerd en daar rechtmatig in de handel zijn gebracht;
|
||||
b. producten geplaatst onder een douaneregeling als bedoeld in artikel 5, zestiende lid, van Verordening (EU) nr. 952/2013.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8a
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de voorwaarden voor het gebruik van vermeldingen bij het in de handel brengen van pluimveevlees van in Nederland gehouden en geslachte dieren.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde regels kunnen betrekking hebben op de volgende vermeldingen, ter aanduiding van het houderijsysteem:
|
||||
|
||||
a. «Scharrel ... binnengehouden»;
|
||||
b. «Scharrel ... met uitloop»;
|
||||
c. «Boerenscharrel ... met uitloop» of «Hoeve ... met uitloop»;
|
||||
d. «Boerenscharrel ... met vrije uitloop» of «Hoeve ... met vrije uitloop».
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8b
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de leverantie van boerderijmelk.
|
||||
|
||||
**2.** Het is ontvangers van boerderijmelk verboden boerderijmelk in ontvangst te nemen als voor de desbetreffende leverantie van boerderijmelk niet wordt voldaan aan de krachtens het eerste lid gestelde regels.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op onder meer:
|
||||
|
||||
a. de registratie van ontvangers van boerderijmelk;
|
||||
b. de hoedanigheid van de boerderijmelk;
|
||||
c. de bemonstering van de boerderijmelk en het bewaren van de monsters;
|
||||
d. de bepaling van de hoeveelheid, kwaliteit, samenstelling en hoedanigheid van de boerderijmelk;
|
||||
e. het vervoer van de boerderijmelk en de vervoermiddelen;
|
||||
f. het bijhouden van een administratie.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8c
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
b. producten geplaatst onder een douaneregeling als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, van verordening (EEG) nr. 2913/92.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Op de uitvoering van het toezicht en de keuring, bedoeld in de artikelen 2.10 en 2.11, door de instellingen, bedoeld in die artikelen, zijn van overeenkomstige toepassing:
|
||||
Op de uitvoering van het toezicht en de keuring, bedoeld in artikel 2.10, door de instellingen, bedoeld in dat artikel, zijn van overeenkomstige toepassing:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 8 tot en met 10, 11, eerste en vierde tot en met zevende lid, en 13 tot en met 13y van de Landbouwkwaliteitswet;
|
||||
a. de artikelen 8 tot en met 10, 11, eerste en vierde tot en met zevende lid, en 13 van de Landbouwkwaliteitswet;
|
||||
b. het Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet.
|
||||
|
||||
**2.** Op de uitvoering van het toezicht op de naleving van regels over de kwaliteit van levensmiddelen van dierlijke oorsprong door Onze Minister, is artikel 11, tweede en vierde tot en met zevende lid, van de Landbouwkwaliteitswet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 14 van de Landbouwkwaliteitswet is van overeenkomstige toepassing op een recht van een houder van een kwaliteitsaanduiding van een landbouwproduct of levensmiddel van dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 2.6.
|
||||
**2.** Artikel 13a van de Landbouwkwaliteitswet is van overeenkomstige toepassing op een recht van een houder van een kwaliteitsaanduiding van een landbouwproduct of levensmiddel van dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 2.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
||||
Ten aanzien van onderwerpen die bij ministeriële regeling worden aangewezen zijn de Stichting COKZ en, overeenkomstig artikelen 15 en 16, tweede lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007, de Stichting Skal:
|
||||
Ten aanzien van onderwerpen die bij ministeriële regeling worden aangewezen zijn de Stichting COKZ en de Stichting Skal:
|
||||
|
||||
a. belast met het toezicht op de naleving van regels over de kwaliteit van levensmiddelen van dierlijke oorsprong en de keuring van die levensmiddelen of met het toezicht op die keuring;
|
||||
b. bevoegd tot het uitreiken van bewijsstukken ten aanzien van de kwaliteit van dierlijke producten, indien daarover bij die ministeriële regeling regels zijn gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11
|
||||
|
||||
**1.** Stichting COKZ kan ten behoeve van de uitvoer van zuivelproducten, zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding certificaten betreffende de kwaliteitskenmerken van die producten afgeven indien het COKZ na onderzoek heeft geconstateerd dat de producten de desbetreffende kwaliteitskenmerken hebben.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De certificaten, bedoeld in het eerste lid, worden slechts afgegeven wanneer daarom is verzocht:
|
||||
|
||||
a. op grond van de eisen van het land van bestemming, niet zijnde lidstaat van de Europese Unie of partij bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
|
||||
b. op grond van de eisen van een lidstaat van de Europese Unie of partij bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte met het oog op wederuitvoer naar een land als bedoeld in onderdeel a of
|
||||
c. in verband met bijzondere omstandigheden.
|
||||
|
||||
**3.** De afgifte van certificaten in gevallen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, behoeft voorafgaande instemming van Onze Minister.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke producten
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Dierlijke bijproducten
|
||||
|
|
@ -320,23 +187,6 @@ b. de kosten waarop het vierde lid van toepassing is en de hoogte van het percen
|
|||
|
||||
Indien de kosten voor het verwerken of verwijderen van dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet in een bepaald geval aantoonbaar aanmerkelijk hoger zijn dan de kosten, bedoeld in artikel 3.2, derde lid, onderdeel a, kan de ondernemer de extra kosten in rekening brengen bij de aanbieder van die producten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Levende dierlijke producten
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen onderdelen van het bij of krachtens verordening (EU) nr. 2016/429 bepaalde ten aanzien van het winnen, het produceren, het behandelen, de opslag of de handel van levende producten van runderen, varkens of paardachtigen van overeenkomstige toepassing worden verklaard op het winnen, het produceren, het behandelen, de opslag of de handel van die producten als die uitsluitend binnen Nederland worden verplaats.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen over verplaatsingen van levende producten van runderen, varkens of paardachtigen die uitsluitend binnen Nederland plaatsvinden, regels worden gesteld met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de eisen die aan een inrichting voor levende producten worden gesteld;
|
||||
b. de bedrijfsvoering van een inrichting voor levende producten;
|
||||
c. het bijhouden en bewaren van een administratie ten aanzien van de inrichting, de aanwezigheid van donordieren, de productie en de aanwezigheid van levende producten;
|
||||
d. de diergezondheidstatus van donordieren of levende producten;
|
||||
e. de verpakking van levende producten;
|
||||
f. het vervoer van en de handel in levende producten en de begeleidende documenten daarbij.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue