2018-01-01 | BWBR0032249 | Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector
This commit is contained in:
parent
dc6b041ce7
commit
20268221c6
1 changed files with 25 additions and 57 deletions
|
|
@ -18,7 +18,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. *verantwoordelijke:*
|
||||
|
||||
1°. Onze Ministers, bedoeld in de artikelen 12 en 51 van de Comptabiliteitswet 2001;
|
||||
1°. Onze Ministers, bedoeld in de artikelen 2.1, tweede lid, en 2.8, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016;
|
||||
2°. gedeputeerde staten van de provincies;
|
||||
3°. de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten;
|
||||
4°. de dagelijkse besturen van de waterschappen;
|
||||
|
|
@ -27,11 +27,12 @@ a. *verantwoordelijke:*
|
|||
7°. de organen van een rechtspersoon of het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.3, artikel 1.4 of artikel 1.5, die eindverantwoordelijk zijn voor de binnen de rechtspersoon of organisatie betaalde bezoldiging of bij of krachtens de wet belast zijn met het vaststellen van een financieel verslaggevingsdocument;
|
||||
b. *topfunctionaris:*
|
||||
|
||||
1°. de secretarissen-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteurs-generaal en de overige leden van de topmanagementgroep bij het Rijk, de vice-admiraals, de generaals, de luitenant-admiraals en de luitenant-generaals, degene of degenen die zijn belast met de dagelijkse leiding van de in artikel 1, onderdelen e tot en met h, van de Comptabiliteitswet 2001 genoemde organen, alsmede de leden van een zelfstandig bestuursorgaan zonder rechtspersoonlijkheid en de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en degene of degenen die zijn belast met de dagelijkse leiding van dat orgaan;
|
||||
1°. de secretarissen-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteurs-generaal en de overige leden van de topmanagementgroep bij het Rijk, de vice-admiraals, de generaals, de luitenant-admiraals en de luitenant-generaals, degene of degenen die zijn belast met de dagelijkse leiding van de colleges, bedoeld in artikel 1.1, van de Comptabiliteitswet 2016, alsmede de leden van een zelfstandig bestuursorgaan zonder rechtspersoonlijkheid en de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en degene of degenen die zijn belast met de dagelijkse leiding van dat orgaan;
|
||||
2°. de secretarissen bij de provincies, de gemeenten en de waterschappen en de griffiers bij de provincies en de gemeenten;
|
||||
3°. de voorzitters en secretarissen van de openbare lichamen voor beroep en bedrijf, de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan het bestuur en degene of degenen belast met de dagelijkse leiding van het gehele openbaar lichaam;
|
||||
4°. de leden van de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen f, g en h, alsmede de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en degene of degenen belast met de dagelijkse leiding van de gehele rechtspersoon;
|
||||
5°. de leden van de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling als bedoeld in artikel 1.3, artikel 1.4 of artikel 1.5, alsmede de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en degene of degenen belast met de dagelijkse leiding van de gehele rechtspersoon of de gehele instelling;
|
||||
6°. degene die een functie als bedoeld onder 1° tot en met 5° voor een periode van ten minste twaalf kalendermaanden heeft vervuld en daarna bij dezelfde rechtspersoon of instelling een dienstverband behoudt, voor een periode van vier jaar vanaf het tijdstip dat niet langer de functie als bedoeld onder 1° tot en met 5° wordt vervuld, met uitzondering van bij regeling van Onze Minister aan te wijzen functies;
|
||||
c. *partijen:* de rechtspersoon waartoe de verantwoordelijke behoort en de topfunctionaris die een bezoldiging zijn overeengekomen als tegenprestatie voor de uitvoering van de aan de topfunctionaris opgedragen taken en, ingeval een topfunctionaris de opgedragen taken vervult anders dan op grond van een dienstbetrekking, tevens de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de topfunctionaris ter beschikking stelt;
|
||||
d. *dienstverband:* aanstelling, arbeidsovereenkomst of andere titel op grond waarvan de topfunctionaris tegen betaling zijn opgedragen taken vervult;
|
||||
e. *bezoldiging:* de som van de beloning, de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen en de beloningen betaalbaar op termijn, met uitzondering van de omzetbelasting, dan wel, indien een functie wordt vervuld anders dan op grond van een dienstbetrekking, de som van de vergoedingen voor het vervullen van de functie, met uitzondering van de vergoedingen die bij een functievervulling op grond van een dienstbetrekking onbelast zouden zijn, en met uitzondering van de omzetbelasting;
|
||||
|
|
@ -39,7 +40,7 @@ f. *beloning:* de som van de periodiek betaalde beloningen en de winstdelingen e
|
|||
g. *dienstbetrekking:* dienstbetrekking of fictieve dienstbetrekking in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
h. *beloningen betaalbaar op termijn:* het werkgeversdeel van de beloningen betaalbaar op termijn met uitzondering van het werkgeversdeel van de beloningen betaalbaar op termijn die betrekking hebben op de beëindiging van het dienstverband;
|
||||
i. *uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband:* de som van uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband en beloningen betaalbaar op termijn die betrekking hebben op de beëindiging van het dienstverband, met uitzondering van uitkeringen die voortvloeien uit een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst of van een van toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden, of uit een wettelijk voorschrift;
|
||||
j. *financieel verslaggevingsdocument:* jaarverslag als bedoeld in artikel 51 van de Comptabiliteitswet 2001, jaarrekening als bedoeld in artikel 201 van de Provinciewet, jaarrekening als bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet of jaarrekening in de zin van Boek 2, titel 9, van het Burgerlijk Wetboek dan wel, indien deze artikelen niet van toepassing zijn, een ander bij of krachtens de wet voorgeschreven document dat jaarlijks wordt opgesteld tot verschaffing van inzicht in de financiële positie van een rechtspersoon of een organisatie van een rechtspersoon;
|
||||
j. *financieel verslaggevingsdocument:* jaarverslag als bedoeld in artikel 2.31 van de Comptabiliteitswet 2016, jaarrekening als bedoeld in artikel 201 van de Provinciewet, jaarrekening als bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet of jaarrekening in de zin van Boek 2, titel 9, van het Burgerlijk Wetboek dan wel, indien deze artikelen niet van toepassing zijn, een ander bij of krachtens de wet voorgeschreven document dat jaarlijks wordt opgesteld tot verschaffing van inzicht in de financiële positie van een rechtspersoon of een organisatie van een rechtspersoon;
|
||||
k. *betaling:* ten laste van de rechtspersoon waartoe de verantwoordelijke behoort verrichte betaling wegens bezoldiging of uitkering wegens beëindiging van het dienstverband
|
||||
|
||||
1°. aan de topfunctionaris, of
|
||||
|
|
@ -66,7 +67,7 @@ o. *Onze minister wie het aangaat:*
|
|||
|
||||
De paragrafen 2 en 4 zijn van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. de organisaties waarover de ministers, bedoeld in artikel 51, eerste lid, juncto artikel 1 van de Comptabiliteitswet 2001, uitgezonderd artikel 1, onderdeel d, van die wet, gehouden zijn financiële verantwoording af te leggen;
|
||||
a. de organisaties waarover de ministers, bedoeld in artikel 2.29, tweede lid, juncto artikel 2.1, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016 uitgezonderd artikel 2.9 van die wet, gehouden zijn financiële verantwoording af te leggen;
|
||||
b. de provincies;
|
||||
c. de gemeenten;
|
||||
d. de waterschappen;
|
||||
|
|
@ -85,7 +86,7 @@ De paragrafen 2 en 4 zijn van toepassing op:
|
|||
|
||||
a. andere dan krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen, waarvan een orgaan is bekleed met openbaar gezag, waarbij de uitoefening van dat gezag de kernactiviteit van de rechtspersoon vormt;
|
||||
b. andere dan krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen, waarin een orgaan van een in artikel 1.2 genoemde rechtspersoon een of meer leden in het bestuur benoemt of op andere wijze invloed van betekenis heeft op het beheer of beleid, met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen, de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij en de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland;
|
||||
c. in Nederland gevestigde rechtspersonen waaraan voor een periode van ten minste drie achtereenvolgende kalenderjaren een of meer subsidies zijn verleend, die samen per kalenderjaar ten minste € 500.000 bedragen en ten minste 50% uitmaken van de inkomsten van de rechtspersoon in dat kalenderjaar, met uitzondering van die rechtspersonen die zijn opgenomen in de bijlagen bij de artikelen 1.4, eerste lid, en 1.5, eerste lid, en met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen die een op winst gerichte onderneming drijven;
|
||||
c. in Nederland gevestigde rechtspersonen die voor een periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren een of meer subsidies hebben ontvangen, die samen per kalenderjaar ten minste € 500.000 bedragen en ten minste 50% uitmaken van de opbrengsten van de rechtspersoon in dat kalenderjaar, met uitzondering van die rechtspersonen die zijn opgenomen in de bijlagen bij de artikelen 1.4, eerste lid, en 1.5, eerste lid, en met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen die een op winst gerichte onderneming drijven;
|
||||
d. de in bijlage 1 bij deze wet opgenomen rechtspersonen of instellingen;
|
||||
e. de in bijlage 2 bij deze wet opgenomen verenigingen van onderwijsinstellingen die voor hun leden optreden als werkgeversvertegenwoordiger bij collectieve arbeidsovereenkomsten of als vertegenwoordiger in overleg met de centrale overheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -147,7 +148,11 @@ Deze wet is niet van toepassing op het deel van de werkzaamheden als arts, tanda
|
|||
|
||||
### Artikel 1.6a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Indien een topfunctionaris met verschillende rechtspersonen of instellingen waarop paragraaf 2 of 3 van toepassing is een dienstbetrekking aangaat als topfunctionaris, niet zijnde als lid, onderscheidenlijk voorzitter van de hoogste toezichthoudende organen van die rechtspersonen of instellingen, bedraagt de som van de bezoldigingen niet meer dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, dan wel een voor een van de dienstbetrekkingen van toepassing zijnd hogere bezoldigingsmaximum.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover partijen een hogere bezoldiging overeenkomen dan op grond van het eerste lid is toegestaan, is het deel van de betalingen dat dit maximum overschrijdt ten aanzien van de meest recent overeengekomen bezoldiging onverschuldigd betaald.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het eerste lid van toepassing is informeert de topfunctionaris onverwijld de rechtspersoon of instelling waarbij hij reeds een dienstbetrekking heeft, alsmede de rechtspersoon of instelling met waarmee hij een dienstbetrekking aangaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -200,7 +205,7 @@ Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat, beleids
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
**1.** De bezoldiging van een topfunctionaris bedraagt per kalenderjaar ten hoogste € 178.000,– per 1 januari 2017: € 181.000,–.
|
||||
**1.** De bezoldiging van een topfunctionaris bedraagt per kalenderjaar ten hoogste € 187.000.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt telkens per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de ontwikkeling van de contractuele loonkosten voor de overheid zoals deze in het jaar van vaststellen van de ministeriële regeling voor het daaraan voorafgaande jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek is vastgesteld, en wordt naar boven afgerond op een duizendvoud in euro’s.
|
||||
|
||||
|
|
@ -269,6 +274,8 @@ d. maatschappelijke opvattingen over de hoogte.
|
|||
|
||||
**4.** Het derde lid is niet van toepassing indien de topfunctionaris, in de periode vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband, geen taken meer vervult op grond van een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst, een van toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden, of een wettelijk voorschrift.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid komen partijen met betrekking tot leden, onderscheidenlijk voorzitters, van de hoogst toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen f, g en h, en artikel 1.3 geen uitkeringen wegens beëindiging van een dienstverband overeen die meer bedragen dan tien, onderscheidenlijk vijftien procent van de op grond van het eerste lid geldende maximale uitkeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -342,6 +349,8 @@ d. maatschappelijke opvattingen over de hoogte.
|
|||
|
||||
**4.** Het derde lid is niet van toepassing indien de topfunctionaris, in de periode vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband, geen taken meer vervult op grond van een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst, van een van toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden, of een wettelijk voorschrift.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid komen partijen met betrekking tot leden, onderscheidenlijk voorzitters, van de hoogst toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen f, g en h, en artikel 1.3 geen uitkeringen wegens beëindiging van een dienstverband overeen die meer bedragen dan tien, onderscheidenlijk vijftien procent van de op grond van het eerste lid geldende maximale uitkeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -350,60 +359,19 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 4.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** In het financieel verslaggevingsdocument worden van iedere topfunctionaris de bij regeling van Onze Minister vast te stellen gegevens inzake bezoldiging of uitkering wegens beëindiging van het dienstverband vermeld. De gegevens over een topfunctionaris bevatten in ieder geval diens naam.
|
||||
|
||||
De verantwoordelijke vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument van iedere topfunctionaris en iedere gewezen topfunctionaris de volgende gegevens:
|
||||
**2.** In het financieel verslaggevingsdocument worden ten aanzien van een ieder in dienstbetrekking, anders dan degenen bedoeld in het eerste lid, en van wie de bezoldiging van diens functie of functies de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, te boven is gegaan de bij regeling van Onze Minister vast te stellen gegevens vermeld, waarbij artikel 2.1, tweede lid, van overeenkomstige toepassing is.
|
||||
|
||||
a. de naam;
|
||||
b. de beloning;
|
||||
c. de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen;
|
||||
d. de voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn;
|
||||
e. de functie of functies;
|
||||
f. de duur en omvang van het dienstverband in het boekjaar.
|
||||
**3.** Met het oog op het beperken van de informatieverplichtingen op grond van deze wet kunnen bij regeling van Onze Minister nadere regels worden gesteld ten aanzien van het eerste en tweede lid, alsmede kan worden voorzien in een beperking of vrijstelling van de in het eerste en tweede lid bedoelde openbaarmakingsplicht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**4.** Het in het eerste en tweede lid genoemde financieel verslaggevingsdocument wordt openbaar gemaakt. Bij regeling van Onze Minister worden hiertoe nadere regels gesteld.
|
||||
|
||||
In geval de functie wordt vervuld anders dan op grond van een dienstbetrekking, vermeldt de verantwoordelijke in afwijking van het eerste lid van iedere topfunctionaris en iedere gewezen topfunctionaris:
|
||||
|
||||
a. de naam;
|
||||
b. de bezoldiging;
|
||||
c. de functie of functies;
|
||||
d. de duur en omvang van de functievervulling in het boekjaar.
|
||||
|
||||
**3.** De verantwoordelijke vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument van iedere topfunctionaris en iedere gewezen topfunctionaris de in het boekjaar verrichte uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband, alsmede de naam en functie of functies die tijdens het dienstverband zijn bekleed en het jaar waarin het dienstverband is geëindigd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de bezoldiging van een topfunctionaris of een gewezen topfunctionaris meer bedraagt dan de voor de instelling bij of krachtens deze wet bepaalde maximale bezoldiging of het totaal van de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband van een topfunctionaris of een gewezen topfunctionaris meer bedraagt of zal bedragen dan het bedrag, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, of artikel 3.7, eerste lid, motiveert de verantwoordelijke deze overschrijding in het financieel verslaggevingsdocument.
|
||||
|
||||
**5.** De verantwoordelijke zendt langs elektronische weg uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar, de gegevens bedoeld in het eerste tot en met vierde lid aan Onze Minister, tenzij Onze Minister wie het aangaat de mogelijkheid tot elektronische verstrekking heeft opengesteld.
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling van Onze Minister wie het aangaat kan worden bepaald dat de verantwoordelijke tevens langs elektronische weg uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar de gegevens bedoeld in het eerste en tweede lid aan Onze Minister wie het aangaat verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verantwoordelijke vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument van eenieder in dienstbetrekking van wie de bezoldiging niet reeds op grond van artikel 4.1 in het financieel verslaggevingdocument is opgenomen en van wie de bezoldiging van zijn functie of functies de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, te boven is gegaan, de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. de beloning;
|
||||
b. de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen;
|
||||
c. de voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn;
|
||||
d. de functie of functies;
|
||||
e. de duur en omvang van het dienstverband in het boekjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval van een dienstbetrekking van een kleinere omvang dan het bij de verantwoordelijke gebruikelijke voltijds dienstverband, en waarbij de bezoldiging meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, vermenigvuldigd met het aantal uren waarop de dienstbetrekking betrekking heeft en gedeeld door het aantal uren van een voltijds dienstverband.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De verantwoordelijke vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument de in het boekjaar verrichte uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband, alsmede de functie of functies die tijdens het dienstverband zijn bekleed en het jaar waarin het dienstverband is geëindigd van eenieder in dienstbetrekking van wie de bezoldiging niet reeds op grond van artikel 4.1 in het financieel verslaggevingdocument is opgenomen en
|
||||
|
||||
a. wiens gegevens in enig voorafgaand jaar op grond van het eerste lid of op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens, zoals dat artikel luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel, in het financieel verslaggevingsdocument zijn opgenomen of hadden moeten worden opgenomen, of
|
||||
b. van wie het totaal van de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband meer bedraagt of zal bedragen dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, dat gold in het jaar waarin het dienstverband is geëindigd, indien van toepassing herrekend overeenkomstig het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het boekjaar niet overeenkomt met een kalenderjaar, betreft de vermelding, bedoeld in het eerste lid, de bezoldiging, de functie of functies die betrekking hebben op het kalenderjaar direct voorafgaande aan het boekjaar.
|
||||
|
||||
**5.** In de gevallen, bedoeld in het eerste of het derde lid, onderdeel b, motiveert de verantwoordelijke in het financieel verslaggevingsdocument de overschrijding van de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3.
|
||||
|
||||
**6.** De verantwoordelijke vermeldt in het financieel verslaggevingsdocument tevens van hen van wie de bezoldiging, de functie of functies en de duur van het dienstverband vermeld wordt, deze gegevens over het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de verplichting in het eerste en tweede lid betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**7.** De verantwoordelijke zendt langs elektronische weg uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar, de gegevens bedoeld in het eerste, derde, vijfde en zesde lid aan Onze Minister, tenzij Onze Minister wie het aangaat de mogelijkheid tot elektronische verstrekking heeft opengesteld.
|
||||
Rechtspersonen en instellingen die de op grond van artikel 4.1, eerste en tweede lid, vastgestelde gegevens inzake bezoldiging of uitkering wegens beëindiging van het dienstverband in het financieel verslaggevingsdocument opnemen, kunnen afzien van het opnemen in dat document van de verantwoording van bezoldigingsinformatie op grond van de artikel 383, eerste lid, en artikel 383c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor zover op hen van toepassing. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Handhaving
|
||||
|
||||
|
|
@ -420,7 +388,7 @@ b. van wie het totaal van de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverba
|
|||
De accountant, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, meldt een onverschuldigde betaling aan Onze Minister indien een vordering uit onverschuldigde betaling op een topfunctionaris, en in de gevallen waarin een topfunctionaris de opgedragen taken vervult anders dan op grond van een dienstbetrekking, op de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de topfunctionaris ter beschikking stelt:
|
||||
|
||||
a. niet in het financieel verslaggevingsdocument is opgenomen, of
|
||||
b. op het tijdstip waarop de accountant zijn oordeel geeft over het financieel verslaggevingsdocument door de betrokken topfunctionaris, gewezen topfunctionaris, of, in de gevallen, bedoeld in de artikelen 2.1, vierde lid, en 3.1, vijfde lid, de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de topfunctionaris ter beschikking stelt nog niet is terugbetaald.
|
||||
b. op het tijdstip waarop de accountant zijn oordeel geeft over het financieel verslaggevingsdocument door de betrokken topfunctionaris of, in de gevallen waarin een topfunctionaris de opgedragen taken vervult anders dan op grond van een dienstbetrekking, de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de topfunctionaris ter beschikking stelt nog niet is terugbetaald.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het financieel verslaggevingsdocument bedoeld in artikel 4.1, niet de juiste voorgeschreven gegevens bevat, meldt de accountant de ontbrekende gegevens aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
|
|
@ -438,9 +406,9 @@ De Belastingdienst, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, de Kamer v
|
|||
|
||||
### Artikel 5.5
|
||||
|
||||
**1.** Indien de opgelegde last niet wordt uitgevoerd, eist Onze Minister wie het aangaat, onder intrekking van de last onder dwangsom, de in de last vermelde onverschuldigde betalingen op van de topfunctionaris of de gewezen topfunctionaris. Met de bekendmaking van het besluit tot opeisen vervalt de vordering uit onverschuldigde betaling. De opgeëiste bedragen komen toe aan de Staat.
|
||||
**1.** Indien de opgelegde last niet wordt uitgevoerd, eist Onze Minister wie het aangaat, onder intrekking van de last onder dwangsom, de in de last vermelde onverschuldigde betalingen op van de topfunctionaris. Met de bekendmaking van het besluit tot opeisen vervalt de vordering uit onverschuldigde betaling. De opgeëiste bedragen komen toe aan de Staat.
|
||||
|
||||
**2.** In de gevallen waarin een topfunctionaris de opgedragen taken uitvoert anders dan op grond van een dienstbetrekking kan de onverschuldigde betaling worden opgeëist van de topfunctionaris of de gewezen topfunctionaris en de natuurlijke of rechtspersoon die de topfunctionaris of de gewezen topfunctionaris ter beschikking heeft gesteld gezamenlijk.
|
||||
**2.** In de gevallen waarin een topfunctionaris de opgedragen taken uitvoert anders dan op grond van een dienstbetrekking kan de onverschuldigde betaling worden opgeëist van de topfunctionaris en de natuurlijke of rechtspersoon die de topfunctionaris ter beschikking heeft gesteld gezamenlijk.
|
||||
|
||||
**3.** De opgeëiste bedragen worden binnen drie weken voldaan. Onze Minister wie het aangaat kan de opgeëiste bedragen bij dwangbevel invorderen. De artikelen 5:38 en 5:39 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue