From 20be634ae4651bf858d2ecb167303e8b3d65bfc7 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2022 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2022-01-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- .../BWBR0012287/README.md | 84 +++++++++++-------- 1 file changed, 49 insertions(+), 35 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index 05c9fa09be8..c9b5a3dc70d 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -17,6 +17,7 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | ABRvS | Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State | | --- | --- | | AC | aanmeldcentrum | +| ACRU | aanvullende Cao Rijk uitzendingen | | ACVZ | Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken | | AIVD | Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst | | amv | alleenstaande minderjarige vreemdeling | @@ -30,8 +31,9 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | BMA | Bureau Medische Advisering | | BRP | basisregistratie personen | | BuPo | Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten | -| Buwav | Besluit uitvoering wet arbeid vreemdelingen | +| BuWav | Besluit uitvoering wet arbeid vreemdelingen | | BuZa | (Minister/Ministerie van) Buitenlandse Zaken | +| BVID | Basisvoorziening Identiteitsvaststelling | | BW | Burgerlijk Wetboek | | BZK | (Minister/Ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | | bv | besloten vennootschap | @@ -86,7 +88,7 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | mbo | middelbaar beroepsonderwijs | | MSV | Melding Sociale Verzekeringen | | MTV | Mobiel Toezicht Veiligheid | -| MvT | Memorie van Toelichting | +| MvT | Memorie van toelichting | | Mvv | machtiging tot voorlopig verblijf | | NFIA | Netherlands Foreign Investment Agency | | ngo | non-gouvermentele organisatie | @@ -104,7 +106,8 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | PIL | Protocol Identificatie en Labeling | | PTSS | posttraumatische stressstoornis | | Pw | Participatiewet | -| RANOV | Register beëdigde tolken en vertalers | +| RANOV | Regeling ter Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet | +| Rbtv | Register beëdigde tolken en vertalers | | REAN | Return and Emigration of Aliens from the Netherlands | | ROC | Regionaal Opleidingscentrum | | RuWav | Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014 | @@ -1310,12 +1313,13 @@ De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de w ##### 10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures -De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie artikel 54, eerste lid, onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het model M117-A. Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling. +De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie artikel 54, eerste lid, onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht kenbaar gemaakt door gebruik te maken van het model M117-A. Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling. De Korpschef of de Commandant der KMar: -• moet aan een vreemdeling een beschikking uitreiken als zij de vreemdeling een periodieke meldplicht opleggen; +• stelt de vreemdeling in kennis dat op hem een periodieke meldplicht rust door uitreiking van het model M117-A; • moet de vreemdeling wijzen op wijzigingen over zijn meldplicht; +• moet de vreemdeling wijzen op de verplichtingen die op hem van toepassing zijn, zoals aangegeven in het aan hem uitgereikte model M117-A; en • mag naar eigen oordeel afwijken van de instructies voor oplegging van de meldplicht. De Korpschef: @@ -1333,7 +1337,7 @@ De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet lang De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht: • tijdens het afwachten van de beslissing in eerste aanleg van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in overleg met de IND; -• als de vreemdeling minderjarig is jonger dan twaalf jaar en geen amv is. +• als de vreemdeling minderjarig is, jonger dan twaalf jaar en geen amv is. ##### 10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer @@ -1621,27 +1625,27 @@ De DT&V kan een vreemdeling bij de feitelijke terugkeer begeleiden. De DT&V kan Naast deze begeleiding door de DT&V kunnen andere vormen van begeleiding plaatsvinden, zoals begeleiding: -− door de KMAR in het kader van veiligheid van de vlucht; of -− door derden, zoals psychiatrisch geschoolde verpleegkundigen, ter vervulling van de reisvoorwaarden opgenomen in het BMA-advies. +– door de KMAR in het kader van veiligheid van de vlucht; of +– door derden, zoals psychiatrisch geschoolde verpleegkundigen, ter vervulling van de reisvoorwaarden opgenomen in het BMA-advies. -In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven. Indien dit bevel niet wordt nageleefd of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMAR, politie of ZHP. +In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland een geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Indien dit bevel niet wordt nageleefd of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMAR, politie of ZHP. -Als een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat een terugkeerbesluit krijgt uitgereikt door de IND dat tevens een zwaar inreisverbod inhoudt, moet de consultatieprocedure, zoals hieronder is beschreven, worden opgestart. Overeenkomstig paragraaf A4/2.2 Vc kan een zwaar inreisverbod worden opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw, ongeacht of het verblijfsrecht in de andere lidstaat wordt ingetrokken naar aanleiding van de consultatie. Het inreisverbod met de rechtsgevolgen zoals bedoeld in artikel 66a, zevende lid, Vw, kan al worden opgelegd terwijl de consultatieprocedure nog niet volledig is doorlopen. Opname in E&S volgt totdat zekerheid is omtrent de intrekking van het verblijfsrecht in de andere lidstaat; na intrekking van het verblijfsrecht volgt signalering in (N)SIS. +Een terugkeerbesluit wordt niet uitgevaardigd aan een vreemdeling met internationale bescherming in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland. Om die reden kan ook geen inreisverbod worden opgelegd (zie ook A4/2.2 Vc). De IND kan deze vreemdelingen wel ongewenst verklaren. Om de andere lidstaat hierover te informeren, vindt er een consultatie, zoals hieronder beschreven, plaats. De vreemdeling kan al ongewenst worden verklaard en in E&S worden gesignaleerd, terwijl de consulatie nog niet volledig is doorlopen. + +Als een vreemdeling met een regulier verblijfsrecht in een andere lidstaat een terugkeerbesluit krijgt uitgereikt door de IND, dat tevens een zwaar inreisverbod inhoudt, moet de consultatieprocedure, zoals hieronder is beschreven, worden opgestart. Overeenkomstig paragraaf A4/2.2 Vc kan een zwaar inreisverbod worden opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw, ongeacht of het verblijfsrecht in de andere lidstaat wordt ingetrokken naar aanleiding van de consultatie. Het inreisverbod met de rechtsgevolgen als bedoeld in artikel 66a, zevende lid, Vw, kan al worden opgelegd terwijl de consultatieprocedure nog niet volledig is doorlopen. + +Opname in E&S volgt totdat zekerheid is omtrent de intrekking van het verblijfsrecht in de andere lidstaat; na intrekking van het verblijfsrecht volgt signalering in (N)SIS. Een licht inreisverbod wordt alleen opgelegd door de IND, KMAR, politie of ZHP als het verblijfsrecht in de andere lidstaat is ingetrokken. -Als een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt dat tevens een licht inreisverbod inhoudt, moet de IND, politie, KMar of ZHP contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat. Dit kan onder meer via Bureau SIRENE; Bureau SIRENE kan daarbij aan de andere lidstaat informatie verstrekken die relevant kan zijn voor de beoordeling van het verblijfsrecht in de andere lidstaat. +Als wordt overwogen aan een vreemdeling met een regulier verblijfsrecht in een andere lidstaat die een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt een licht inreisverbod op te leggen, moet de IND, politie, KMar of ZHP contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat en de vraag of zij naar aanleiding van het eventuele inreisverbod over gaan tot intrekking van het verblijfsrecht. Dit kan onder meer via Bureau SIRENE; Bureau SIRENE kan daarbij aan de andere lidstaat informatie verstrekken die relevant kan zijn voor de beoordeling van het verblijfsrecht in de andere lidstaat. -Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft op basis van de door de ambtenaar verstrekte informatie over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, bestaat aanleiding om overeenkomstig paragraaf A4/2.1 Vc een terugkeerbesluit en een inreisverbod op te leggen en de vreemdeling overeenkomstig paragraaf A2/12.2 Vc in het SIS te signaleren. +Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een regulier verblijfsrecht heeft op basis van de door de ambtenaar verstrekte informatie over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, bestaat aanleiding om overeenkomstig paragraaf A4/2.1 Vc een terugkeerbesluit en een inreisverbod op te leggen en de vreemdeling overeenkomstig paragraaf A2/12.2 Vc in het SIS te signaleren. Als uit de consultatie van de andere lidstaat blijkt dat het verblijfsrecht niet wordt ingetrokken en overeenkomstig paragraaf A4/2.2 Vc een zwaar inreisverbod met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt opgelegd, staat dat in de weg aan een SIS signalering. Signalering (of het laten voortduren van signalering) in het E&S kan wel. -Als uit (de aard van) het verleende verblijfsrecht elders blijkt dat het uitvoeren van het terugkeerbesluit, strijd oplevert met internationale verplichtingen (het verbod op refoulement), wordt in het besluit vermeld door de IND, KMar, politie of ZHP dat het terugkeerbesluit niet zal worden geëffectueerd dan wel ten aanzien van welke landen het niet zal worden geëffectueerd. - -Daarbij wordt gedacht aan de vreemdeling met een vluchtelingenstatus of verblijfsvergunning vanwege subsidiaire bescherming in een andere lidstaat. - In afwijking van de richtlijn 2008/115/EG wordt een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken door de DT&V begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend: • de vreemdeling is afkomstig uit een derde land; @@ -1942,11 +1946,11 @@ In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen p In de hier genoemde vier situaties mag wel tot uitzetting worden overgegaan als het OM daarmee akkoord gaat. -#### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag +#### 6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag te willen indienen, dan kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 3.1, eerste en tweede lid, Vb besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden. -De procedure in geval van een last minuteaanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd staat beschreven in paragraaf C1/2.7 Vc. +De procedure in geval van een lastminuteaanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd staat beschreven in paragraaf C1/2.7 Vc. #### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting @@ -1977,9 +1981,9 @@ Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitz #### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting -De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht. +De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld, voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht. -De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting model M24-A op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na een uitzetting model M100 en daar waar dat aangewezen is, model M93 op. +De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting model M24-A op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het relevante bericht op zodat de IND wordt geïnformeerd dat de vreemdeling is vertrokken en of deze gesignaleerd moet worden. Als signalering aan de orde is, wordt dit door de IND opgevoerd. #### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting @@ -2045,7 +2049,7 @@ In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit N De politie meldt het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten: -• toezenden van een bericht van vertrek, het model M100; +• toezenden van een bericht van vertrek; • aangeven op welke wijze de vreemdeling is vertrokken. De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V: @@ -2061,16 +2065,14 @@ De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemde De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten: -• toezenden van een bericht, het model M100; +• toezenden van een bericht van vertrek; • aangeven op welke wijze de vreemdeling is vertrokken. -Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland. - -Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het model M100-A. +Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland. Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het model M100-A. #### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is -Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie model M100 invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen. +Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, meldt de politie aan de IND en de DT&V het vertrek van de vreemdeling. De politie vergezelt deze melding met een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen. ### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen @@ -2596,7 +2598,7 @@ c. het uitvaardigen van een inreisverbod aan de vreemdeling een schending van ar De andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend, wordt geconsulteerd met de vraag of het betreffende land aanleiding ziet om het verblijfsrecht in te trekken. -In paragraaf A3/2 Vc wordt de consultatieprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland. +In paragraaf A3/2 Vc wordt de consultatieprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland. Een vreemdeling met internationale bescherming in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland kan geen terugkeerbesluit uitgevaardigd krijgen en daarom kan hem ook geen inreisverbod worden opgelegd. De IND kan deze vreemdelingen wel ongewenst verklaren (zie ook A3/2 Vc). Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc. @@ -2695,13 +2697,13 @@ De IND gaat niet over tot opheffing van het inreisverbod op grond van omstandigh Overeenkomstig artikel 6.5, vierde lid, Vb heft de IND het inreisverbod – in afwijking van artikel 6.5, tweede en derde lid, Vb – niet op als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. -In paragraaf A4/2.1 staat opgesomd in welke vier situaties een inreisverbod op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw wordt uitgevaardigd. +In paragraaf A4/2.1 Vc staat opgesomd in welke vier situaties een inreisverbod op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw wordt uitgevaardigd. Artikel 6.5b, eerste lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd op basis van artikel 66a, tweede lid, Vw op te heffen, indien de vreemdeling aantoont de Europese Unie geheel in overeenstemming met de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 61, eerste lid, van de Wet, uit eigen beweging en binnen de aan hem verleende vertrektermijn te hebben verlaten. Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling aantoont sinds zijn vertrek uit de Europese Unie een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de EU te hebben verbleven, tenzij: -– er sprake is van een beletsel uit hoofde van openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4; +– er sprake is van een beletsel uit hoofde van openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4 Vc; – hij aan strafvervolging is onderworpen, of – een inreisverbod is opgelegd met toepassing van art. 66a, zevende lid, Vw, dan wel aanleiding bestaat dit inreisverbod op te leggen. @@ -2724,7 +2726,7 @@ tenzij, – de gegevens, bedoeld in artikel 6.5b, derde lid, Vb, niet zijn verstrekt; – hij aan strafvervolging is onderworpen; -– er sprake is van een beletsel uit hoofde van openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4; +– er sprake is van een beletsel uit hoofde van openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4 Vc; – hij voorafgaand aan het opgelegde inreisverbod reeds eerder onderwerp was van een terugkeerprocedure die leidde tot zijn vertrek; of – een inreisverbod is opgelegd met toepassing van art. 66a, zevende lid, Vw, dan wel aanleiding bestaat dit inreisverbod op te leggen. @@ -2742,7 +2744,15 @@ Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is ##### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod -Paragraaf A4/2.5.5 Vreemdelingencirculaire 2000 komt geheel te vervallen. +Als een vreemdeling door Nederland gesignaleerd staat in SIS ter fine van de weigering van de toegang en de vreemdeling vraagt verblijf aan in een andere lidstaat van de Europese Unie (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland, consulteert deze andere lidstaat Nederland over de signalering. Als de andere lidstaat een verblijfsvergunning verleent, verzoekt deze lidstaat Nederland de signalering in SIS op te heffen. + +De IND behandelt dit verzoek tot opheffing van de signalering als volgt: + +• De IND heft een zwaar inreisverbod niet op, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden zoals neergelegd in paragraaf A4/2.5.2 Vc of als de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel heeft verkregen, zie hiervoor paragraaf A4/2.2 Vc. De signalering in SIS wordt omgezet naar een signalering in E&S. +• De IND heft een licht inreisverbod niet op, als er sprake is van openbare orde aspecten – zoals neergelegd in paragraaf B1/4.4 Vc. De signalering in SIS wordt omgezet naar een signalering in E&S. +• De IND heft een licht inreisverbod op, als er geen sprake is van openbare orde aspecten zoals bedoeld in B1/4.4 Vc. De signalering in SIS wordt opgeheven. + +Als de signalering ter fine van de weigering van de toegang in SIS wordt omgezet naar een signalering in E&S wordt de vreemdeling daarvan op de hoogte gesteld middels een mededeling in de Staatscourant. ##### 2.5.6. Van rechtswege vervallen @@ -3123,7 +3133,7 @@ Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van artikel 55 Vw in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn. -Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA door middel van model M100 met een kopie van het model M117-A. Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef. +Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA. Bij deze melding wordt een kopie van het model M117-A gevoegd. Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef. ### 5. Vrijheidsbeperking op grond van @@ -3150,7 +3160,7 @@ Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt om het vertrek voor te Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van artikel 56 Vw opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan: -• er is sprake is van gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid - ook als op grond daarvan tot vrijheidsontneming zou kunnen worden overgegaan; +• er sprake is van gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid – ook als op grond daarvan tot vrijheidsontneming zou kunnen worden overgegaan; • het vertrek van het gezin kan niet binnen veertien dagen worden gerealiseerd; • het gezin heeft voorafgaande aan de maatregel in de opvang verbleven; • het gezin is in de illegaliteit aangetroffen. @@ -4019,7 +4029,7 @@ Vervallen ## Bijlage M93. Bericht omtrent signalering -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen @@ -4033,7 +4043,7 @@ Vervallen ## Bijlage M100. Bericht van vertrek -*[afbeelding]* +Vervallen ## Bijlage M100-A. Bericht van ontruiming @@ -4265,6 +4275,10 @@ Vervallen *[afbeelding]* +*[afbeelding]* + +*[afbeelding]* + ## Bijlage M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers) Vervallen