2024-01-01 | BWBR0002667 | Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 35f7d4fadd
commit 20e7d4553f

View file

@ -33,9 +33,9 @@ massagehalte van de elementen uranium, thorium en plutonium in splijtstoffen;
- *gepostuleerde begin-gebeurtenissen:*
redelijkerwijs mogelijk te achten voorvallen die bij juist functioneren van de daartoe speciaal ontworpen veiligheidssystemen tot voorzienbare bedrijfsgevolgen of ongevalsomstandigheden leiden die een besmetting of een blootstelling van de omgeving kunnen veroorzaken;
- *gevaarlijke stoffen:*
- *gevaarlijke stof:*
gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit risicos zware ongevallen 2015;
gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn;
- *handeling:*
handeling als genoemd in artikel 15 van de wet, niet zijnde het vervoeren van, het voorhanden hebben bij opslag in verband met vervoer, of het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen, uitgezonderd bij een interventie, een ongeval of een radiologische noodsituatie;
@ -50,7 +50,7 @@ splijtstoffen of ertsen welke permanent in een omhulsel zijn ingekapseld, dan we
een persoon uit de bevolking binnen of buiten een locatie, niet zijnde een werknemer gedurende zijn werktijd of een persoon die een medische blootstelling ondergaat;
- *locatie:*
inrichting of uitrusting als bedoeld in artikel 15, onder b of c, van de wet of als aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer of plaats waar een handeling wordt verricht;
inrichting of uitrusting als bedoeld in artikel 15, onder b of c, van de wet, locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht of plaats waar een handeling wordt verricht;
- *natuurlijk uranium:*
door een chemisch scheidingsproces verkregen uranium waarin de uraniumisotopen zich in de natuurlijke verhouding bevinden;
@ -66,12 +66,15 @@ plan met een beschrijving van de wijze waarop een inrichting als bedoeld in arti
- *Onze Minister:*
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- *schade:*
nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen;
- *referentiedreiging:*
lange termijnanalyse van dreigingen van diefstal van de in de bijlage genoemde splijtstoffen en ertsen dan wel van sabotage van die splijtstoffen of ertsen, of van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet;
- *schade:*
nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen;
- *Seveso-richtlijn:*
Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197);
- *splijtstof of erts bevattende afvalstof:*
splijtstof die, of erts dat krachtens artikel 19 van dit besluit in samenhang met artikel 10.7, eerste en tweede lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming als zodanig is aangemerkt en niet wordt geloosd;
@ -112,7 +115,7 @@ Dit besluit is niet van toepassing op het vervoeren, het voorhanden hebben bij o
### Artikel 3
**1.** De aanvraag om een vergunning voor handelingen binnen een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, of als aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, wordt ingediend door degene die de inrichting drijft.
**1.** De aanvraag om een vergunning voor handelingen binnen een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, of op een locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht, wordt ingediend door degene die de inrichting drijft of de milieubelastende activiteit verricht.
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betreft niet de handelingen die worden verricht door een persoon die in het bezit is van een vergunning voor het op steeds wisselende plaatsen verrichten van zodanige handelingen.
@ -121,21 +124,21 @@ Dit besluit is niet van toepassing op het vervoeren, het voorhanden hebben bij o
De aanvraag bevat:
a. naam en adres van de aanvrager;
b. een feitelijke omschrijving van hetgeen de aanvrager met de betrokken splijtstoffen of ertsen wenst te doen onderscheidenlijk een aanduiding van de betrokken inrichting of uitrusting, onder vermelding van het gebruik, dat de aanvrager van die inrichting of uitrusting wenst te maken;
b. een feitelijke omschrijving van hetgeen de aanvrager met de betrokken splijtstoffen of ertsen wenst te doen onderscheidenlijk een aanduiding van de betrokken inrichting, uitrusting of locatie, onder vermelding van het gebruik, dat de aanvrager van die inrichting, uitrusting of locatie wenst te maken;
c. voor zover een of meer der in de artikelen 4 tot en met 11 vervatte bepalingen op de betrokken aanvraag van toepassing zijn, de gegevens, welke de aanvraag uit dien hoofde in het bijzonder dient te bevatten dan wel, ingeval zodanige gegevens in een bij de aanvraag behorende bijlage zijn vermeld, een korte aanduiding van de aard en de inhoud dezer gegevens met verwijzing naar de betrokken bijlage;
d. een opgave van de tijdsduur, waarvoor de vergunning wordt verlangd;
e. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die in de krachtens artikel 19 in samenhang met artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming geldende regeling, als gerechtvaardigd is bekendgemaakt, een verwijzing naar die bekendmaking;
f. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet of als niet-gerechtvaardigd is bekendgemaakt in de krachtens artikel 19 in samenhang met artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming geldende regeling, een verzoek om rechtvaardiging van die handeling en tevens de gegevens met betrekking tot de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling.
**4.** Aanvragen om een vergunning, welke vallen onder verschillende bepalingen van de paragrafen 2 en 3, kunnen, voor zover die aanvragen betrekking hebben op dezelfde inrichting dan wel op inrichtingen, die tezamen een geheel vormen en die in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, in de vorm van een enkele, samengestelde aanvraag worden ingediend. Op zodanige aanvraag zijn alle bepalingen van toepassing, welke betrekking hebben op de afzonderlijke aanvragen, waaruit zij is samengesteld, met dien verstande dat in gevallen, waarin onverkorte toepassing dezer bepalingen zou leiden tot meervoudige vermelding van eenzelfde gegeven, met een enkelvoudige vermelding kan worden volstaan.
**4.** Aanvragen om een vergunning, welke vallen onder verschillende bepalingen van de paragrafen 2 en 3, kunnen, voor zover die aanvragen betrekking hebben op dezelfde inrichting, uitrusting of locatie dan wel op inrichtingen, uitrustingen of locaties, die tezamen een geheel vormen en die in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, in de vorm van een enkele, samengestelde aanvraag worden ingediend. Op zodanige aanvraag zijn alle bepalingen van toepassing, welke betrekking hebben op de afzonderlijke aanvragen, waaruit zij is samengesteld, met dien verstande dat in gevallen, waarin onverkorte toepassing dezer bepalingen zou leiden tot meervoudige vermelding van eenzelfde gegeven, met een enkelvoudige vermelding kan worden volstaan.
**5.** Indien een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een inrichting of uitrusting, ten aanzien waarvan reeds eerder een aanvraag is ingediend, kan, voor zover bepaalde gegevens reeds bij de eerdere aanvraag zijn verstrekt en geen wijziging hebben ondergaan, naar die eerdere aanvraag worden verwezen.
**5.** Indien een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een inrichting, uitrusting of locatie, ten aanzien waarvan reeds eerder een aanvraag is ingediend, kan, voor zover bepaalde gegevens reeds bij de eerdere aanvraag zijn verstrekt en geen wijziging hebben ondergaan, naar die eerdere aanvraag worden verwezen.
**6.** De Autoriteit kan de indiening van verdere afschriften van de aanvraag of van daarbij behorende bijlagen verlangen.
### Artikel 3a
**1.** Indien binnen een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, of als aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer reeds splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen voorhanden zijn, of toestellen worden gebruikt, heeft de risicoanalyse, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onder e, en derde lid, onder e, 5, eerste lid, onder d, en tweede lid, onder d, 6, eerste lid, onder h, en 9, eerste lid, onder f, betrekking op de totaal ten gevolge van die inrichting ontvangen effectieve dosis. De berekening van de effectieve dosis, bedoeld in de eerste volzin, heeft geen betrekking op de effectieve dosis ten gevolge van handelingen van een persoon als bedoeld in artikel 3, tweede lid.
**1.** Indien binnen een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet of op een locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht reeds splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen voorhanden zijn, of toestellen worden gebruikt, heeft de risicoanalyse, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onder e, en derde lid, onder e, 5, eerste lid, onder d, en tweede lid, onder d, 6, eerste lid, onder h, en 9, eerste lid, onder f, betrekking op de totaal ten gevolge van die inrichting of die locatie ontvangen effectieve dosis. De berekening van de effectieve dosis, bedoeld in de eerste volzin, heeft geen betrekking op de effectieve dosis ten gevolge van handelingen van een persoon als bedoeld in artikel 3, tweede lid.
**2.** Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de risicoanalyses, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onder e, en derde lid, onder e, 5, eerste lid, onder d, en tweede lid, onder d, 6, eerste lid, onder h en i, 9, eerste lid, onder f, en 10, tweede lid, onder b, ten 6°.
@ -302,10 +305,10 @@ e. indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel
### Artikel 11a
In gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het oprichten of wijzigen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, dat tevens is aan te merken als een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, verstrekt de aanvrager:
In gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het oprichten of wijzigen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, dat tevens is aan te merken als een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit of het in stand houden van een bouwwerk, of een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, verstrekt de aanvrager:
a. indien de aanvraag om vergunning voor die bouwactiviteit tegelijk met de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet is ingediend, een afschrift van de aanvraag om vergunning voor die bouwactiviteit bij zijn aanvraag;
b. indien de aanvraag om vergunning voor die bouwactiviteit niet tegelijk met de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet wordt ingediend, een afschrift van de aanvraag om vergunning voor die bouwactiviteit aan het bevoegd gezag gelijktijdig met de indiening van die aanvraag.
a. indien de aanvraag om die omgevingsvergunning tegelijk met de aanvraag om de vergunning krachtens de wet is ingediend, een afschrift van die aanvraag bij zijn aanvraag;
b. indien de aanvraag om die omgevingsvergunning niet tegelijk met de aanvraag om de vergunning krachtens de wet is ingediend, een afschrift van die aanvraag aan het bevoegd gezag gelijktijdig met de indiening van die aanvraag.
### Paragraaf 4. Aanvragen om een vergunning ten aanzien van een uitrusting als bedoeld in artikel 15, onder c, van de wet
@ -329,7 +332,7 @@ Vervallen
Bij de voorbereiding van beschikkingen met betrekking waartoe op grond van artikel 17 of 20, eerste lid, van de wet afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, worden  anders dan als adviseurs  betrokken:
a. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 6, 7 of 8 betreft: het college van gedeputeerde staten van de provincie en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen, de colleges van gedeputeerde staten van de provincies en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten welker gebied is gelegen op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn, alsmede de bestuursorganen die belast zijn met het waterkwaliteitsbeheer van oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet in samenhang met artikel 3.1 van de Waterregeling die gelegen zijn op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn;
a. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 6, 7 of 8 betreft: het college van gedeputeerde staten van de provincie en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen, de colleges van gedeputeerde staten van de provincies en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten welker gebied is gelegen op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn, alsmede de bestuursorganen die belast zijn met het waterkwaliteitsbeheer van oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet die gelegen zijn op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn;
b. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 9 betreft: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten, waar de inrichting gelegen is of zal zijn.
### Paragraaf 2. Beschikkingen op de voorbereiding waarvan
@ -429,13 +432,13 @@ Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen ten a
### Artikel 23
**1.** Het Besluit risicos zware ongevallen 2015 is, met uitzondering van artikel 6, 7, derde en vijfde lid, 10, vijfde en zevende tot en met elfde lid, en 11, vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet waarin gevaarlijke stoffen krachtens vergunning aanwezig mogen zijn of ten gevolge van het onbeheersbaar worden van een industrieel chemisch proces kunnen worden gevormd.
**1.** De artikelen 4.3, 4.4, 4.6, eerste lid, aanhef en onder a, b en d, 4.9, 4.10, eerste en tweede lid, 4.11, eerste en tweede lid, 4.12, eerste lid, 4.13, 4.14, eerste en tweede lid, 4.19, aanhef en onder d, 4.22, 4.23, eerste tot en met derde lid, 4.24, eerste tot en met derde lid, 4.25, 4.26, 4.27, en 4.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de artikelen 8.13, tweede lid, en 8.38 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de artikelen 13.17, 13.20, 13.21, 13.22, derde lid, en 13.24 tot en met 13.28 van het Omgevingsbesluit zijn van overeenkomstige toepassing op inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet waarin krachtens vergunning gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of mogen zijn of kunnen ontstaan bij verlies van controle over de processen, in een hoeveelheid van ten minste de drempelwaarde, bedoeld in bijlage I, deel 1 of deel 2, bij de Seveso-richtlijn, met inachtneming van de aantekeningen bij die bijlage.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot gevaarlijke stoffen die tevens radioactief zijn.
### Artikel 24
Het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h, en het document, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit risicos zware ongevallen 2015, dan wel het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 10, eerste tot en met derde lid, van dat besluit, kunnen tot één veiligheidsrapport worden gecombineerd.
Het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h, en het opgestelde preventiebeleid, bedoeld in artikel 4.10, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, dan wel het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 4.14, eerste en tweede lid, van dat besluit, kunnen tot één veiligheidsrapport worden gecombineerd.
### Artikel 25