From 20f9a0fe98bbdcef17cf130e8e0457056879458d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 18 Feb 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-02-18 | BWBR0006152 | Uitvoeringsbesluit WHW --- .../BWBR0006152/README.md | 69 +++++++++++++++---- 1 file changed, 54 insertions(+), 15 deletions(-) diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md index bcc2940900a..bbd11f92ad0 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-whw/BWBR0006152/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Uitvoeringsbesluit WHW 2008 bwb_id: BWBR0006152 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2008-05-09' +datum_inwerkingtreding: '2009-02-18' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006152 citeertitel: Uitvoeringsbesluit WHW 2008 --- @@ -126,11 +126,7 @@ De door een organisatie aangewezen vertegenwoordiger heeft, met inachtneming van ### Artikel 2.8 -**1.** Aan de Vereniging van samenwerkende Nederlandse universiteiten, de VSNU, gevestigd te Utrecht, en de Vereniging van hogescholen, de HBO-Raad, gevestigd te 's-Gravenhage, verstrekt Onze minister een subsidie ten behoeve van de financiële ondersteuning van studenten die op voordracht van de genoemde vereniging of raad gedurende één maand of langer deelnemen aan een beoordeling als bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, van de wet. - -**2.** De subsidie bedraagt ten behoeve van iedere beoordeling, bedoeld in het eerste lid, drie maal het bedrag, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, indien het betreft deelname aan een beoordeling in het wetenschappelijk onderwijs, en vier maal het bedrag, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, indien het betreft deelname aan een beoordeling in het hoger beroepsonderwijs. - -**3.** De in dit artikel bedoelde subsidie wordt niet in aanmerking genomen bij de bepaling van het toegestane bedrag, bedoeld in artikel 2.7. +Vervallen ### Artikel 2.9 @@ -151,8 +147,9 @@ d. techniek, e. gezondheidszorg, f. economie, g. recht, -h. gedrag en maatschappij, en -i. taal en cultuur. +h. gedrag en maatschappij, +i. taal en cultuur, en +j. sectoroverstijgend. ### Artikel 3.2 @@ -170,6 +167,8 @@ Het onderdeel taal en cultuur kent, naast opleidingen die niet onder een subonde a. opleidingen op het gebied van de kunst, en b. masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst. +**3.** Het onderdeel sectoroverstijgend kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, het subonderdeel Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid. + ### Artikel 3.3 De Informatie Beheer Groep kan voorschriften geven voor de wijze waarop gegevens die in het register worden opgenomen, dienen te worden geleverd. @@ -319,7 +318,7 @@ De bedragen en verdelingen, vastgesteld op grond van de afdelingen 2, 3 en 4 van ### Artikel 4.7 -Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 4.6, 4.9, 4.10, 4.12, 4.17, 4.19, 4.20, 4.23, 4.25, 4.26 en 4.27, wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet. +Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 4.6, 4.9, 4.10, 4.12, 4.17, 4.19, 4.20, 4.23, 4.24, 4.25, 4.26 en 4.27, wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet. ### Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs @@ -498,7 +497,7 @@ b. het voor de desbetreffende hogeschool bij ministeriële regeling vastgestelde **1.** Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend. -**2.** Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding, de factor 2 voor zover het een masteropleiding betreft, en de factor, behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding. +**2.** Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding, de factor 2 voor zover het een graad Master betreft, en de factor, behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding. **3.** @@ -544,7 +543,9 @@ c. voor een topbekostigingsniveau: 3. ### Artikel 4.24 -Het deel ontwerp en ontwikkeling hbo wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de verdeling van het onderwijsdeel hbo. +**1.** Onze minister kan uit het deel ontwerp en ontwikkeling hbo aan een instelling een bedrag toekennen dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. + +**2.** Het gedeelte van het deel ontwerp en ontwikkeling hbo dat resteert nadat het eerste lid is toegepast, wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de verdeling van het onderwijsdeel hbo. ### Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek @@ -593,8 +594,8 @@ Vergoeding van het bedrag onder a vindt plaats met ingang van het begrotingsjaar Van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 resteert wordt: a. 7,5 procent gelijkelijk verdeeld over de universiteiten waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden, -b. 3,5 procent verdeeld naar rato van het aantal eerstejaars, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, aan de opleidingen geneeskunde en geneeskunde, klinisch onderzoeker van de universiteit, -c. 14 procent verdeeld naar rato van het aantal door de universiteit in de peilperiode wo verleende graden Master voor de opleidingen geneeskunde en geneeskunde, klinisch onderzoeker, +b. 3,5 procent verdeeld naar rato van het aantal eerstejaars, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, aan de opleidingen geneeskunde, geneeskunde, klinisch onderzoeker en arts, klinisch onderzoeker van de universiteit, +c. 14 procent verdeeld naar rato van het aantal door de universiteit in de peilperiode wo verleende graden Master voor de opleidingen geneeskunde, geneeskunde, klinisch onderzoeker en arts, klinisch onderzoeker, d. een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag toegevoegd aan de rijksbijdrage van de desbetreffende universiteit. **2.** Het deel van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 en het eerste lid resteert, wordt verdeeld volgens de percentages, genoemd in bijlage 13 bij dit besluit. @@ -645,14 +646,52 @@ Onverminderd artikel 4.15, tweede lid, worden in dat artikel in het begrotingsja a. niet de Nederlandse nationaliteit, de Surinaamse nationaliteit of de nationaliteit van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bezitten, en b. geen studiefinanciering genieten krachtens de Wet studiefinanciering 2000. -## Hoofdstuk 6. Slotbepalingen +## Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel ### Artikel 6.1 -Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin het wordt geplaatst en werkt voor wat betreft de artikelen 3.1 en 3.2 terug tot en met 1 mei 1993. +**1.** De bepalingen van dit hoofdstuk zijn regels voor onderzoekinstellingen en voor openbare universiteiten, academische ziekenhuizen en hogescholen, alsmede voorwaarden voor bekostiging van bijzondere universiteiten en hogescholen. + +**2.** In dit hoofdstuk wordt verstaan onder een onderzoekinstelling: de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage, genoemd in artikel 1.2, onder d, van de wet, alsmede de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, genoemd in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek. + +**3.** In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bestuur: het instellingsbestuur van een universiteit, hogeschool, de raad van bestuur van een academisch ziekenhuis of het algemeen bestuur van een onderzoekinstelling. + +**4.** Het bestuur of diens rechtsopvolger is gehouden de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel die uit de wet voortvloeien of krachtens dit besluit worden vastgesteld dan wel bij of krachtens dit besluit worden gehandhaafd, te honoreren. + +**5.** Indien een rechtsopvolger als bedoeld in het vierde lid ontbreekt, waaronder tevens is begrepen het geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van de desbetreffende instelling, voorzien de besturen in het desbetreffende deelgebied er gezamenlijk in dat aan de verplichtingen van het vierde lid jegens het personeel en het gewezen personeel wordt voldaan. ### Artikel 6.2 +Bij de vaststelling van de regels voor uitkeringen wegens werkloosheid draagt het bestuur er zorg voor dat de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel ten minste gelijk, doch in elk geval ten minste gelijkwaardig zijn aan de aanspraken die het personeel zou hebben op grond van de Werkloosheidswet. Het bestuur handhaaft hierbij tevens de aanspraken van het gewezen personeel die aan dat personeel zijn gegarandeerd bij of krachtens de regelingen die volgens dit besluit komen te vervallen. + +### Artikel 6.3 + +Bij de vaststelling van de regels voor uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid draagt het bestuur er zorg voor dat de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel ten minste gelijk, doch in elk geval ten minste gelijkwaardig zijn aan de aanspraken die het personeel zou hebben op grond van de Ziektewet, de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte, onderscheidenlijk de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. + +### Artikel 6.4 + +**1.** De voorzitter en de andere leden van een raad van toezicht als bedoeld in artikel 9.7, artikel 11.5, of 12.10 van de wet hebben per kalenderjaar aanspraak op een tegemoetkoming. + +**2.** De omvang van de tegemoetkoming per kalenderjaar wordt bepaald bij ministeriële regeling. + +**3.** De tegemoetkoming wordt naar evenredigheid verminderd, indien het voorzitterschap of het lidmaatschap van de raad van toezicht in de loop van een kalenderjaar is aangevangen of beëindigd. + +### Artikel 6.5 + +De Wet op de ondernemingsraden is, met uitzondering van hoofdstuk VIII B, van toepassing op: + +a. de Open Universiteit, +b. de openbare academische ziekenhuizen, en +c. de onderzoeksinstellingen. + +## Hoofdstuk 7. Slotbepalingen + +### Artikel 7.1 + +Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin het wordt geplaatst en werkt voor wat betreft de artikelen 3.1 en 3.2 terug tot en met 1 mei 1993. + +### Artikel 7.2 + Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WHW 2008. ## Bijlage 1. , behorend bij