2009-07-01 | BWBR0017837 | Wet werk en inkomen kunstenaars

This commit is contained in:
Coornhert 2009-07-01 12:00:00 +00:00
parent 08115ea9bc
commit 20ff0a090c

View file

@ -171,9 +171,9 @@ De kunstenaar heeft recht op uitkering indien hij, of voorzover van toepassing z
a. niet over in aanmerking te nemen vermogen beschikt en het in aanmerking te nemen inkomen per maand:
1°. van een alleenstaande lager is dan € 1.024,10 per 1 januari 2009: € 1.138,45;
2°. van een alleenstaande ouder lager is dan € 1.207,43 per 1 januari 2009: € 1.425,22;
3°. van gehuwden lager is dan € 1.349,13 per 1 januari 2009: € 1.491,69, en
1°. van een alleenstaande lager is dan € 1.024,10 per 1 juli 2009: € 1.150,80;
2°. van een alleenstaande ouder lager is dan € 1.207,43 per 1 juli 2009: € 1.444,72;
3°. van gehuwden lager is dan € 1.349,13 per 1 juli 2009: € 1.510,48, en
b. gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode als kunstenaar werkzaam is geweest en in die periode met die werkzaamheden een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen bruto-inkomen heeft verworven, of
c. de aanvraag op grond van deze wet heeft ingediend binnen 12 maanden nadat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van de kunst, een voortgezette opleiding op het gebied van de kunst, of een voortgezette opleiding bouwkunst als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek heeft voltooid, voorzover deze opleiding gericht is op de uitoefening van het kunstenaarschap, dan wel een daarmee vergelijkbare, door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij ministeriële regeling aan te wijzen, opleiding heeft voltooid.
@ -243,11 +243,9 @@ De uitkering wordt per kalendermaand om niet verleend en betaald en per kalender
### Artikel 14
**1.** Het college is bevoegd om, indien de noodzaak daartoe aannemelijk is, zonder voorafgaand onderzoek naar de voorwaarden voor het recht op uitkering als bedoeld in artikel 8, bij wijze van voorschot uitkering te verlenen. De uitkering die bij wijze van voorschot wordt verleend, heeft de vorm van een renteloze geldlening.
**1.** Het door het college verleende voorschot heeft de vorm van een renteloze geldlening.
**2.** Een in het eerste lid bedoeld voorschot kan worden verleend zolang het college nog geen besluit inzake de verlening van uitkering heeft bekendgemaakt.
**3.** Indien een uitkering wordt verleend over een periode waarover met toepassing van het eerste lid een of meer voorschotten is verleend, kan deze uitkering zonder machtiging van de kunstenaar worden verrekend met het voorschot of de voorschotten.
**2.** Indien een uitkering wordt verleend over een periode waarover met toepassing van het eerste lid een of meer voorschotten is verleend, kan deze uitkering zonder machtiging van de kunstenaar worden verrekend met het voorschot of de voorschotten.
### Artikel 15
@ -255,9 +253,9 @@ De uitkering wordt per kalendermaand om niet verleend en betaald en per kalender
De uitkering bedraagt per kalendermaand voor:
a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 januari 2009: € 718,09;
b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 januari 2009: € 1000,69;
c. gehuwden: € 954,73 per 1 januari 2009: € 1.058,08.
a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 juli 2009: € 726,59;
b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 juli 2009: € 1.012,93;
c. gehuwden: € 954,73 per 1 juli 2009: € 1.071,44.
**2.** Indien de echtgenoot van de kunstenaar in een omstandigheid verkeert als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld op het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder.
@ -274,9 +272,9 @@ Bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering wordt van het vol
a. over de periode in het kalenderjaar waarin geen uitkering is ontvangen wordt niet in aanmerking genomen het bruto-inkomen tot een maximum per maand van het in artikel 8, onderdeel a, genoemde van toepassing zijnde bedrag, vermeerderd met de door de kunstenaar of zijn gezin verschuldigde inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, voor zover deze hen niet op grond van artikel 46 van de Zorgverzekeringswet zijn vergoed;
b. het na toepassing van onderdeel a overblijvende meerinkomen wordt in aanmerking genomen over de periode waarin in het betreffende kalenderjaar uitkering is verleend, voorzover dat tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per maand meer bedraagt dan:
1°. € 1.355,98 per 1 januari 2009: € 1.502,29 voor een alleenstaande;
2°. € 1.673,05 per 1 januari 2009: € 1.948,42 voor een alleenstaande ouder;
3°. € 1.871,42 per 1 januari 2009: € 2.073,49 voor gehuwden.
1°. € 1.355,98 per 1 juli 2009: € 1.521,52 voor een alleenstaande;
2°. € 1.673,05 per 1 juli 2009: € 1.972,36 voor een alleenstaande ouder;
3°. € 1.871,42 per 1 juli 2009: € 2.098,84 voor gehuwden.
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 5, eerste lid, onderdeel b, wordt bij een kunstenaar wiens uitkering is beëindigd in verband met het bereiken van de maximale uitkeringsduur op grond van artikel 19, het inkomen van de kunstenaar of zijn gezin slechts in aanmerking genomen over de periode van het kalenderjaar voorafgaand aan het tijdstip met ingang waarop de uitkering is beëindigd, voorzover dat inkomen tezamen met het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, over deze periode per kalendermaand meer bedraagt dan het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b.
@ -483,7 +481,7 @@ d. anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat de kunstenaar of
**2.** Terugvordering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.
**3.** Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met de wettelijke rente en de op de terugvordering betrekking hebbende kosten.
**3.** Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met de op de terugvordering betrekking hebbende kosten.
### Artikel 30
@ -537,13 +535,18 @@ b. van terugvordering af te zien, indien het terug te vorderen bedrag een door O
### Artikel 34
**1.** Een besluit tot terugvordering van kosten van uitkering vermeldt hetgeen teruggevorderd wordt, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, ten uitvoer wordt gelegd.
**1.** De kunstenaar van wie kosten van uitkering worden teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het college de inlichtingen te verstrekken die voor terugvordering op grond van dit hoofdstuk van belang zijn.
**2.** De kunstenaar van wie kosten van uitkering worden teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het college de inlichtingen te verstrekken die voor terugvordering ingevolge dit hoofdstuk van belang zijn.
**2.** Het college kan de kosten van de uitkering, bedoeld in dit hoofdstuk invorderen bij dwangbevel.
**3.** Een besluit tot terugvordering van kosten van uitkering als bedoeld in dit hoofdstuk levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**3.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college. Indien het college gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan degene van wie kosten van uitkering worden teruggevorderd.
**4.** Op het executoriaal beslag ingevolge het derde lid op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene van wie kosten van uitkering worden teruggevorderd, zijn de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. De in artikel 479g aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college.
**4.**
Zolang de kunstenaar zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
a. is het college, in afwijking van artikel 4:93, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij invordering van kosten van uitkering bij dwangbevel.
**5.** Terugvordering van kosten van uitkering als bedoeld in dit hoofdstuk is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek omschreven.