2003-01-15 | BWBR0007657 | Wet toezicht effectenverkeer 1995

This commit is contained in:
Coornhert 2003-01-15 12:00:00 +00:00
parent 9dacef4a68
commit 212736bbfd

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet toezicht effectenverkeer 1995
bwb_id: BWBR0007657
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2001-09-05'
datum_inwerkingtreding: '2002-11-14'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007657
citeertitel: Wet toezicht effectenverkeer 1995
---
@ -305,6 +305,14 @@ b. de werkzaamheden die de effecteninstelling voornemens is te verrichten.
**3.** Indien Onze Minister niet binnen de door hem in de aanwijzing bepaalde termijn een hem bevredigend antwoord van de effecteninstelling heeft ontvangen of indien naar zijn oordeel niet of onvoldoende aan de door hem gegeven aanwijzing gevolg is gegeven, trekt Onze Minister de mededeling, bedoeld in artikel 13, derde lid, of artikel 14, derde lid, in. Onze Minister maakt deze intrekking aan de effecteninstelling bekend.
### Artikel 15a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 15b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Paragraaf 3. Gekwalificeerde deelnemingen in effecteninstellingen
### Artikel 16
@ -532,6 +540,10 @@ f. zodra Onze Minister van oordeel is dat de naleving van de regels, bedoeld in
Indien een accountant naar het oordeel van Onze Minister niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot de effecteninstelling naar behoren zal vervullen, kan Onze Minister bepalen dat hij niet bevoegd is de in deze wet en daaruit voortvloeiende besluiten bedoelde verklaringen omtrent de getrouwheid met betrekking tot die effecteninstelling af te leggen.
### Artikel 28c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk VIII. Controle, uitvoering en samenwerking
### Artikel 29
@ -557,6 +569,10 @@ n. bieders,alle inlichtingen inwinnen of doen inwinnen, die redelijkerwijs nodig
**2.** Ten aanzien van de personen die door Onze Minister zijn belast met het inwinnen van inlichtingen of met de uitoefening van andere taken en bevoegdheden die Onze Minister heeft op grond van het bij en krachtens deze wet bepaalde, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 29a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 30
Indien een effecteninstelling die is toegelaten tot een op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs, ingevolge de op grond van dat artikel te hanteren regels verplicht is ter medewerking aan de controle op de nakoming van die regels persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens te verstrekken, behoeft de effecteninstelling voor deze verstrekking niet de toestemming van degene op wie de persoonsgegevens betrekking hebben.
@ -600,11 +616,13 @@ d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is ge
e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of
f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
**2.**
**2.** Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn verkregen van een buitenlandse overheidsinstantie dan wel van een buitenlandse van overheidswege aangewezen instantie, die is belast met het toezicht op financiële markten of op natuurlijke personen en rechtspersonen die op die markten werkzaam zijn, verstrekt Onze Minister deze niet aan een Nederlandse of buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste lid, tenzij de buitenlandse instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.
**3.**
Indien een buitenlandse instantie als bedoeld in het eerste lid aan degene die de gegevens of inlichtingen op grond van dat lid heeft verstrekt, verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, mag dat verzoek slechts worden ingewilligd:
a. voor zover het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste lid; dan wel
a. voor zover het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste of tweede lid; dan wel
b. voor zover die buitenlandse instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; alsmede
c. pas na overleg met Onze Minister van Justitie indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten.
@ -982,6 +1000,8 @@ De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete w
**2.** Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
## Hoofdstuk XIIC. Openbaarmaking van overtredingen
## Hoofdstuk XIII. Wijziging van andere wetten
### Artikel 49