2026-01-01 | BWBR0012216 | Besluit financiële verhouding 2001

This commit is contained in:
Coornhert 2026-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4c5537b03e
commit 2164af8573

View file

@ -20,8 +20,7 @@ a. de wet: de Financiële-verhoudingswet;
b. het CBS: het Centraal bureau voor de statistiek;
c. de uitkeringsfactor: het quotiënt van het voor de algemene uitkeringen beschikbare bedrag en de som van de uitkeringsbases, bedoeld in artikel 11 van de wet;
d. rastervierkanten: vierkanten van 500 bij 500 meter, zoals deze worden gebruikt in het geografisch basisregister van het CBS;
e. omgevingsadressendichtheid van een adres: het aantal adressen in de omgeving van het adres, gedeeld door het oppervlak in vierkante kilometers van de omgeving. De omgeving van een adres wordt gevormd door het rastervierkant, waarin het adres is gelegen en de twaalf meest nabij gelegen rastervierkanten;
f. woonkern: een verzameling rastervierkanten die ieder 25 adressen of meer omvatten, en een aaneengesloten gebied binnen een gemeente vormen. Indien de verzameling meer dan één rastervierkant bevat zijn de rastervierkanten tenminste met één zijde aan elkaar gesloten.
e. woonkern: een verzameling rastervierkanten die ieder 25 adressen of meer omvatten, en een aaneengesloten gebied binnen een gemeente vormen. Indien de verzameling meer dan één rastervierkant bevat zijn de rastervierkanten tenminste met één zijde aan elkaar gesloten.
## Hoofdstuk 2. Het provinciefonds en het gemeentefonds
@ -49,7 +48,7 @@ c. de verwachte ontwikkeling van de uitkeringsfactor over de vier jaren na het u
### Artikel 4
Onze Ministers kunnen nadere regels stellen omtrent de uitwerking van de in bijlage 1 en bijlage 2 en in de paragrafen 2.2 en 2.3 van dit besluit gehanteerde begrippen en omtrent de telling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf voor zover dit noodzakelijk is om de verdeelmaatstaven te kunnen toepassen.
Onze Ministers kunnen nadere regels stellen omtrent de uitwerking van de in bijlage 1 en bijlage 2 en in de paragrafen 2.2 en 2.3 van dit besluit gehanteerde begrippen en omtrent de telling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf.
### Paragraaf 2.2. Bijzondere bepalingen in verband met enkele verdeelmaatstaven voor het provinciefonds
@ -117,9 +116,7 @@ Onze Ministers stellen de omvang van de maatstaven Historische kernen, Historisc
### Artikel 18
**1.** De gemeenten ontvangen via de algemene uitkering uit het gemeentefonds een tegemoetkoming in de kosten die zij maken als gevolg van de eigen bijdragen die van hen worden verwacht voor investeringen die mede bekostigd worden uit het Investeringsbudget voor stedelijke vernieuwing.
**2.** Op basis van de verdeling van het Investeringsbudget stedelijke vernieuwing stellen Onze Ministers in overleg met Onze Minister wie het aangaat de omvang van het totale voor de tegemoetkoming beschikbare bedrag vast alsmede de aandelen van de gemeenten daarin.
Vervallen
### Paragraaf 2.4. De aanvullende uitkering
@ -157,7 +154,7 @@ a. het tekort van de gemeente groter of gelijk is aan 2% van de som van:
4°. de integratie-uitkeringen aan de gemeente, en
b. de gemeente in het eerste jaar van aanvraag aannemelijk kan maken dat het tekort zich over het begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren uitstrekt.
**2.** De belastingcapaciteit wordt bepaald door het totaal van de vastgestelde waarden bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken, in de gemeente, neerwaarts afgerond op een veelvoud van 500 000 euro, te vermenigvuldigen met de absolute waarde van de bedragen per eenheid behorende bij de maatstaven die in bijlage 2, onder nummer 1, 1a en 1b zijn vermeld.
**2.** De belastingcapaciteit wordt bepaald op grond van maatstaf 1, 2 en 3 van bijlage 2 bij dit besluit en de daarbij behorende bedragen per eenheid.
**3.** Bij de bepaling van de in het tweede lid bedoelde waarden wordt niet meegerekend de waarde van onroerende zaken of delen van onroerende zaken waarover het de gemeente verboden is, bij of krachtens wettelijk voorschrift, onroerende-zaakbelasting te heffen.