2007-04-01 | BWBR0005181 | Woningwet
This commit is contained in:
parent
79a2f0a0cc
commit
2168fdbcbf
1 changed files with 204 additions and 278 deletions
|
|
@ -10,7 +10,7 @@ citeertitel: Woningwet
|
|||
|
||||
# Woningwet
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
|
||||
## Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
|
|
@ -40,13 +40,35 @@ s. stadsbouwmeester: door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke deskundige die
|
|||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder woning mede verstaan een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte tot bewoning is bestemd.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar van een bouwwerk, standplaats, open erf of terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, die standplaats, dat open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
|
||||
|
||||
**2.** Een ieder die een bouwwerk of standplaats bouwt, gebruikt, laat gebruiken of sloopt, dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, draagt er, voor zover dat in diens vermogen ligt, zorg voor dat als gevolg van dat bouwen, gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Voorschriften betreffende het bouwen, de staat van bestaande bouwwerken en standplaatsen, het gebruik, het slopen en de welstand
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Voorschriften betreffende het bouwen en de staat van bestaande bouwwerken en standplaatsen
|
||||
|
||||
### Artikel 1b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Tenzij een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden:
|
||||
|
||||
a. een gebouw te bouwen, voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
|
||||
b. een bouwwerk, niet zijnde een gebouw, te bouwen, voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 2, derde lid;
|
||||
c. een standplaats te bouwen, voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 2, vijfde lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het is verboden:
|
||||
|
||||
a. een bestaand gebouw in een staat te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de op de staat van dat gebouw van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
|
||||
b. een bestaand bouwwerk, niet zijnde een gebouw, in een staat te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de op de staat van dat bouwwerk van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 2, vierde lid;
|
||||
c. een bestaande standplaats in een staat te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de op de staat van die standplaats van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 2, zesde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Tenzij een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een gebouw, bouwwerk, niet zijnde een gebouw, of standplaats, dan wel deel daarvan, in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,18 +90,14 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens de in artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden verwezen naar:
|
||||
|
||||
a. normen of delen van normen en
|
||||
b. kwaliteitsverklaringen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de in artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden verwezen naar de voorschriften in de aansluitvoorwaarden, die van bouwtechnische aard zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
De voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens de in artikel 2 genoemde algemene maatregel van bestuur, zijn van toepassing op elk bouwen, en op de staat van elk bestaand bouwwerk en van elke bestaande standplaats. Indien een bouwwerk of standplaats gedeeltelijk wordt vernieuwd, veranderd of vergroot, zijn die voorschriften, voor zover zij betrekking hebben op het bouwen, slechts van toepassing op die vernieuwing, verandering of vergroting.
|
||||
Indien een bouwwerk of standplaats gedeeltelijk wordt vernieuwd, veranderd of vergroot, zijn de voorschriften, bedoeld in artikel 2, voor zover zij betrekking hebben op dat bouwen, slechts van toepassing op die vernieuwing, verandering of vergroting.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -129,7 +147,25 @@ Deze verlening van toestemming wordt aangemerkt als een besluit in de zin van ar
|
|||
|
||||
### Artikel 7b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Tenzij een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden te bouwen, voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdelen c en g, en vijfde lid, met dien verstande dat voorschriften van stedenbouwkundige aard als bedoeld in dat vijfde lid niet van toepassing zijn op het bouwen waarvoor op grond van artikel 43 geen bouwvergunning is vereist.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het is verboden:
|
||||
|
||||
a. een bouwwerk of standplaats te gebruiken of te laten gebruiken, anders dan in overeenstemming met de op dat gebruik van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a;
|
||||
b. een open erf of terrein te gebruiken of te laten gebruiken, anders dan in overeenstemming met de op dat gebruik van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b;
|
||||
c. een open erf of terrein in een staat te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de op de staat van dat open erf of terrein van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b;
|
||||
d. te slopen, tenzij daarbij wordt voldaan aan de op dat slopen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel d en g.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een verbod als bedoeld in het eerste of tweede lid heeft mede betrekking op het niet voldoen aan de voorschriften met betrekking tot het bouwen, het gebruik, de staat of het slopen van een bouwwerk, bedoeld in:
|
||||
|
||||
a. artikel 8, zevende lid, voor zover deze voorschriften in de bouwverordening zijn opgenomen;
|
||||
b. artikel 8, achtste lid, indien en voor zover deze voorschriften op grond van het negende lid van dat artikel rechtstreeks gelden.
|
||||
|
||||
**4.** Tenzij een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk, standplaats dan wel deel daarvan in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in het eerste of derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -149,10 +185,9 @@ a. het gebruik van woningen, woonketen, woonwagens, andere gebouwen, bouwwerken,
|
|||
b. het gebruik van open erven en terreinen en de staat, waarin deze zich moeten bevinden;
|
||||
c. het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem;
|
||||
d. het slopen, waaronder begrepen voorschriften omtrent selectief slopen;
|
||||
e. de vorm en de plaatsing van het kenteken van onbewoonbaarverklaring, bedoeld in artikel 31;
|
||||
f. de wijze van inrichting en indiening van een aanvraag om woonvergunning als bedoeld in artikel 60 en van een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 61;
|
||||
g. de overdraagbaarheid van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, een woonvergunning als bedoeld in artikel 60 en een vergunning als bedoeld in artikel 61;
|
||||
h. het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden, waaronder in elk geval zijn begrepen voorschriften met betrekking tot:
|
||||
e. de wijze van inrichting en indiening van een aanvraag om woonvergunning als bedoeld in artikel 60;
|
||||
f. de overdraagbaarheid van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, en van een woonvergunning als bedoeld in artikel 60;
|
||||
g. het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden, waaronder in elk geval zijn begrepen voorschriften met betrekking tot:
|
||||
|
||||
1°. de veiligheid op de bouw- of sloopplaats;
|
||||
2°. de tijdstippen waarop met het bouwen of het slopen mag worden en wordt begonnen;
|
||||
|
|
@ -160,15 +195,14 @@ h. het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden, waaronder in elk geval zijn be
|
|||
4°. de termijn gedurende welke het bouwen of het slopen ten hoogste mag stilliggen;
|
||||
5°. bescheiden die op de bouw- of sloopplaats aanwezig moeten zijn;
|
||||
6°. opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen, die met betrekking tot het bouwen of het slopen noodzakelijk zijn en
|
||||
7°. het tijdstip en de wijze van overleggen van kwaliteitsverklaringen en van nadere gegevens met betrekking tot de installaties voor drinkwater en energie, en
|
||||
i. het stilleggen van bouwwerkzaamheden, bedoeld in artikel 100, derde lid, waaronder in elk geval is begrepen het voorschrift dat de bouwwerkzaamheden kunnen worden stilgelegd, indien blijkt dat niet is voldaan aan het voorschrift, bedoeld in het derde lid, onderdeel *e*, in verbinding met het vierde lid, of aan een ingevolge artikel 56 aan de verlening van de bouwvergunning verbonden voorwaarde.
|
||||
7°. het tijdstip en de wijze van overleggen van kwaliteitsverklaringen en van nadere gegevens met betrekking tot de installaties voor drinkwater en energie.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken:
|
||||
|
||||
a. waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven,
|
||||
b. voor het bouwen waarvan een reguliere bouwvergunning vereist is, en
|
||||
b. voor het bouwen waarvan een reguliere bouwvergunning is vereist, met uitzondering van bouwwerken die naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk voor het bouwen waarvan op grond van artikel 43 geen bouwvergunning is vereist of een geval als bedoeld in artikel 44, tweede lid, en
|
||||
c. 1°. die de grond raken, of
|
||||
2°. ten aanzien waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -218,16 +252,17 @@ De in de bouwverordening vervatte voorschriften omtrent de rooilijnen en de plaa
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, mogen niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
Het uiterlijk van:
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing:
|
||||
a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 45, eerste lid,
|
||||
b. een bestaande standplaats,
|
||||
c. een te bouwen bouwwerk voor het bouwen waarvan op grond van artikel 43 geen bouwvergunning is vereist,
|
||||
|
||||
a. indien bij besluit van de gemeenteraad is bepaald dat voor het gebied waarin het bouwwerk of de standplaats is of wordt gebouwd geen redelijke eisen van welstand gelden;
|
||||
b. indien bij besluit van de gemeenteraad is bepaald dat voor de categorie bouwwerken of standplaatsen waartoe het bouwwerk of de standplaats behoort geen redelijke eisen van welstand gelden;
|
||||
c. op bouwwerken en standplaatsen waarop artikel 43, eerste lid, van toepassing is, of
|
||||
d. op bouwwerken als bedoeld in artikel 45, eerste lid.
|
||||
mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**2.** De gemeenteraad kan besluiten dat, in afwijking van het eerste lid en artikel 44, eerste lid, onderdeel d, voor een daarbij aan te wijzen gebied of voor een of meer daarbij aan te wijzen categorieën van bestaande en te bouwen bouwwerken of standplaatsen geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover de toepassing van de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, leidt tot strijd met het bestemmingsplan of met in de bouwverordening opgenomen voorschriften van stedenbouwkundige aard, blijven die criteria buiten toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -239,8 +274,14 @@ d. op bouwwerken als bedoeld in artikel 45, eerste lid.
|
|||
|
||||
De gemeenteraad stelt een welstandsnota vast, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die burgemeester en wethouders toepassen bij hun beoordeling:
|
||||
|
||||
a. of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waarop de aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand;
|
||||
b. of het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.
|
||||
a. of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waarop de aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 45, eerste lid, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand;
|
||||
b. of het uiterlijk van:
|
||||
|
||||
1°. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 45, eerste lid,
|
||||
2°. een bestaande standplaats,
|
||||
3°. een te bouwen bouwwerk voor het bouwen waarvan op grond van artikel 43 geen bouwvergunning is vereist,
|
||||
|
||||
in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 12, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling of wijziging van de welstandsnota.
|
||||
|
||||
|
|
@ -254,7 +295,7 @@ b. of het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats, zowel op zichzelf als in ve
|
|||
|
||||
**1.** De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester baseert haar onderscheidenlijk zijn advies slechts op de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, doch betrekt daarbij, indien van toepassing, het bepaalde in artikel 12, derde lid. De adviezen van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester zijn openbaar. Een advies van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester inhoudende dat een bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand, wordt schriftelijk uitgebracht en deugdelijk gemotiveerd.
|
||||
|
||||
**2.** Vergaderingen van de welstandscommissie zijn openbaar. Een vergadering of gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen.
|
||||
**2.** De door de welstandscommissie of stadsbouwmeester gehouden vergaderingen zijn openbaar. Een vergadering of gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen.
|
||||
|
||||
**3.** De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar onderscheidenlijk hem verrichte werkzaamheden. In het verslag wordt ten minste uiteengezet op welke wijze zij onderscheidenlijk hij toepassing heeft gegeven aan de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
|
|
@ -266,259 +307,142 @@ Burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag v
|
|||
|
||||
a. op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester;
|
||||
b. in welke categorieën van gevallen zij de aanvraag voor een lichte bouwvergunning niet aan de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester hebben voorgelegd en op welke wijze zij in die gevallen zelf toepassing hebben gegeven aan de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
c. in welke categorieën van gevallen:
|
||||
c. in welke gevallen waarin niet is of wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid, zij zijn overgegaan tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom.
|
||||
|
||||
1°. zij tot aanschrijving op grond van artikel 19 zijn overgegaan en daarbij de keuze hebben gelaten tussen ofwel het uitvoeren van de aanschrijving, ofwel het slopen van het bouwwerk of de standplaats binnen de door hen te bepalen termijn, en
|
||||
2°. zij bij of na een aanschrijving op grond van artikel 19 zijn overgegaan tot toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 26.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Bijzondere maatregelen
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Toezicht op bouwwerken, open erven en terreinen
|
||||
## Hoofdstuk III. Bijzondere verplichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders gaan na:
|
||||
Burgemeester en wethouders kunnen, indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is, degene die als eigenaar van een gebouw, bouwwerk, niet zijnde een gebouw, of standplaats, dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen, verplichten tot het binnen een door hen te bepalen termijn treffen van zodanige voorzieningen, dat de staat van dat gebouw, dat bouwwerk of die standplaats nadien komt te liggen op een niveau dat hoger is dan het niveau dat overeenkomt met de voorschriften, bedoeld in artikel 1b, tweede lid, onderdeel a, b, respectievelijk c, zonder dat deze hoger komt te liggen dan het niveau dat overeenkomt met de voorschriften, bedoeld in artikel 1b, eerste lid, onderdeel a, b, respectievelijk c.
|
||||
|
||||
a. welke woningen, woonketen en woonwagens ongeschikt zijn voor bewoning;
|
||||
b. welke woningen, woonketen en woonwagens, ofschoon niet ongeschikt voor bewoning, voorzieningen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, behoeven;
|
||||
c. welke woningen, woonketen en woonwagens worden gebruikt op een wijze, die niet in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften van de bouwverordening;
|
||||
d. welke gebouwen, geen woningen, woonketen of woonwagens zijnde, voorzieningen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, behoeven dan wel worden gebruikt op een wijze, die niet in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften van de bouwverordening;
|
||||
e. welke bouwwerken, geen gebouwen zijnde, of standplaatsen voorzieningen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, behoeven dan wel worden gebruikt op een wijze, die niet in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften van de bouwverordening, en
|
||||
f. welke open erven en terreinen in een staat verkeren, die niet voldoet aan de desbetreffende voorschriften van de bouwverordening dan wel worden gebruikt op een wijze, die niet in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften van de bouwverordening.
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Aanschrijving tot het treffen van voorzieningen en tot het aanbrengen van verbeteringen
|
||||
Indien niet wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders, tenzij toepassing is gegeven aan het tweede lid van dat artikel, degene die als eigenaar van een bouwwerk of standplaats dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen daaraan, verplichten tot het binnen een door hen te bepalen termijn treffen van zodanige door hen daarbij aan te geven voorzieningen, dat nadien wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Indien een woning, woonkeet of woonwagen wegens strijd met de in artikel 2, eerste lid, bedoelde voorschriften of uit anderen hoofde noodzakelijk voorzieningen behoeft dan wel wegens strijd met de in artikel 2, tweede lid, bedoelde voorschriften voorzieningen behoeft, schrijven burgemeester en wethouders degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het treffen van die voorzieningen bevoegd is, aan binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven voorzieningen te treffen.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen in de aanschrijving, bedoeld in het eerste lid, bepalen dat aan de aanschrijving in fasen binnen door hen te bepalen afzonderlijke termijnen mag worden voldaan.
|
||||
Indien een gebouw, een open erf of een terrein op grond van artikel 97, dan wel een gebouw op grond van artikel 174a van de Gemeentewet, een verordening als bedoeld in artikel 174 van die wet of artikel 13b van de Opiumwet is gesloten, kan bij besluit van burgemeester en wethouders degene die als eigenaar of uit anderen hoofde bevoegd is tot het in gebruik geven van dat gebouw, worden verplicht om naar hun keuze het gebouw binnen een daarbij te bepalen termijn:
|
||||
|
||||
**3.** Indien een woning, woonkeet of woonwagen wordt bewoond op een wijze, die niet in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften van de bouwverordening, schrijven burgemeester en wethouders de hoofdbewoner of elke afzonderlijke bewoner aan binnen een door hen te bepalen termijn de bewoning in overeenstemming met die voorschriften te brengen.
|
||||
a. in gebruik te geven aan een andere persoon dan degene die als gevolg van de sluiting het gebruik van het gebouw heeft moeten staken, of
|
||||
b. in beheer te geven aan een persoon, die uit hoofde van beroep of bedrijf op het terrein van de huisvesting werkzaam is, of aan een op dat terrein werkzame instelling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders kunnen in hun besluit:
|
||||
|
||||
a. personen of instellingen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, noemen uit welke degene tot wie het besluit is gericht een keuze moet maken, of, indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet mogelijk is, een persoon of instelling als hier bedoeld noemen aan wie het gebouw binnen een daarbij aangegeven termijn en op een daarbij aangegeven wijze in gebruik dan wel in beheer moet worden gegeven,
|
||||
b. indien het gebouw, al dan niet met het bijbehorende erf, noodzakelijke voorzieningen behoeft om weer op redelijke wijze tot bewoning of gebruik te kunnen dienen, degene die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het treffen van die voorzieningen bevoegd is, ertoe verplichten om binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven voorzieningen te treffen, en
|
||||
c. zo nodig, andere voorwaarden aan de uitvoering van het besluit stellen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het eerste lid, onderdeel b, van toepassing is stellen burgemeester en wethouders een beheersvergoeding vast. De in dat onderdeel bedoelde persoon of instelling stelt na overleg met degene tot wie het in dat lid bedoelde besluit is gericht, de huurprijs vast op een bedrag dat redelijk is in het economische verkeer en stelt de ontvangen huurprijs, na aftrek van de beheersvergoeding, ter beschikking van degene tot wie dat besluit is gericht.
|
||||
|
||||
**4.** Een in het eerste lid, onderdeel a of b, bedoelde persoon of instelling die het gebruik of beheer van het gebouw heeft beëindigd, doet daarvan binnen veertien dagen na de dag van beëindiging mededeling aan burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**5.** Onder beheer wordt in dit artikel verstaan het in gebruik geven van een gebouw en het daarna verrichten van al die handelingen met betrekking tot dat gebouw die volgens het burgerlijk recht tot de verantwoordelijkheid van een eigenaar behoren.
|
||||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
||||
Degene, tot wie een besluit als bedoeld in artikel 13, 13a of 14, eerste lid, is gericht, of zijn rechtsopvolger en iedere verdere rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Indien een woning of woongebouw uit het oogpunt van woongerief niet aan de eisen des tijds voldoet, doch door het aanbrengen van verbeteringen alsnog geheel of ten dele aan die eisen kan worden aangepast, kunnen burgemeester en wethouders degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het aanbrengen van die verbeteringen bevoegd is, aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven verbeteringen aan te brengen.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders kunnen gelijktijdig met een besluit als bedoeld in artikel 13, 13a of 14, eerste lid, besluiten tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom, gericht op naleving van het eerstgenoemde besluit. In dat geval worden beide besluiten gelijktijdig bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De verbeteringen waartoe kan worden aangeschreven, zijn:
|
||||
|
||||
a. het maken van een binnen de woning gelegen toiletruimte;
|
||||
b. het maken van een binnen de woning gelegen badruimte;
|
||||
c. het maken van een binnen de woning gelegen ruimte, waarin een opstelplaats voor een aanrecht en voor een kooktoestel zijn gesitueerd;
|
||||
d. het thermisch isoleren van de uitwendige scheidingsconstructies;
|
||||
e. het thermisch isoleren van de constructie die de scheiding vormt met de kruipruimte, en
|
||||
f. het ten behoeve van de verwarmingsinstallatie plaatsen van een verwarmingsketel met een opwekkingsrendement van ten minste 80%, indien de bestaande verwarmingsketel ten minste tien jaren oud is.
|
||||
|
||||
**3.** De aanschrijving omvat, indien nodig, mede van rechtswege de als gevolg van het aanbrengen van de in het tweede lid, onder a tot en met c, genoemde verbeteringen noodzakelijke wijziging van de indeling of van de inwendige constructie van de woning.
|
||||
|
||||
**4.** In de aanschrijving kan worden bepaald dat daaraan in fasen mag worden voldaan.
|
||||
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid maakt het besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom, wat betreft de mogelijkheid van bezwaar en beroep, deel uit van het in artikel 13, 13a of 14, eerste lid, bedoelde besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 15a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een gehandicapte bij het normale gebruik van de door hem bewoonde woning ergonomische beperkingen ondervindt, die door het verrichten van bouwkundige of woontechnische ingrepen in of aan de woning kunnen worden opgeheven of verminderd, kunnen burgemeester en wethouders degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het verrichten van die ingrepen bevoegd is, aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven ingrepen te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders vaardigen een aanschrijving als bedoeld in het eerste lid slechts uit voor zover voor het verrichten van die ingrepen geldelijke steun kan worden verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot de in dit artikel bedoelde aanschrijving is artikel 15, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Onder gehandicapte in het eerste lid wordt verstaan een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens in geval van gevaar of ernstige hinder schrijven burgemeester en wethouders, indien zij voornemens zijn een aanschrijving als bedoeld in artikel 14, eerste lid, uit te vaardigen en de woning naar hun oordeel tevens verbeteringen behoeft, als bedoeld in artikel 15, waartoe kan worden aangeschreven, of ingrepen behoeft, als bedoeld in artikel 15*a*, degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het treffen van die voorzieningen of het aanbrengen van de verbeteringen of het verrichten van de ingrepen bevoegd is, aan binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aangegeven voorzieningen te treffen en de door hen aan te geven verbeteringen aan te brengen of de door hen aan te geven ingrepen te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.** Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn een aanschrijving als bedoeld in artikel 15 uit te vaardigen en de woning naar hun oordeel tevens voorzieningen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, of ingrepen als bedoeld in artikel 15*a* behoeft, schrijven zij degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het aanbrengen van de verbeteringen en het treffen van de voorzieningen of het verrichten van de ingrepen bevoegd is, aan binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven verbeteringen aan te brengen en de door hen aan te geven voorzieningen te treffen of door hen aan te geven ingrepen te verrichten.
|
||||
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders kunnen in de aanschrijving, bedoeld in het eerste of tweede lid, bepalen dat aan de aanschrijving in fasen binnen door hen te bepalen afzonderlijke termijnen mag worden voldaan.
|
||||
Degene die als eigenaar van een woning of uit anderen hoofde daartoe bevoegd is, treft de voorzieningen waarvoor ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning geldelijke steun is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een gebouw, een open erf of een terrein op grond van artikel 97, dan wel een gebouw op grond van artikel 174a van de Gemeentewet, een verordening als bedoeld in artikel 174 van die wet of artikel 13b van de Opiumwet is gesloten, kunnen burgemeester en wethouders degene die als eigenaar of uit anderen hoofde bevoegd is tot het in gebruik geven van het gebouw, aanschrijven om naar keuze van burgemeester en wethouders:
|
||||
|
||||
a. het gebouw binnen een door hen te bepalen termijn in gebruik te geven aan een persoon, niet zijnde degene die door de sluiting werd gedwongen het gebruik van het gebouw te staken, of
|
||||
b. het gebouw binnen een door hen te bepalen termijn in beheer te geven aan een persoon die uit hoofde van beroep of bedrijf op het terrein van de huisvesting werkzaam is, of aan een instelling die op dat terrein werkzaam is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders kunnen in de aanschrijving:
|
||||
|
||||
a. personen of instellingen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, noemen uit wie, onderscheidenlijk waaruit degene die wordt aangeschreven, een keuze moet maken, of, indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet mogelijk is, een persoon of instelling als hier bedoeld noemen aan wie het gebouw in gebruik dan wel in beheer moet worden gegeven,
|
||||
b. indien het gebouw, al dan niet met het daarbij behorende erf, noodzakelijke voorzieningen behoeft om weer op redelijke wijze tot bewoning of gebruik te kunnen dienen, degene die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het treffen van die voorzieningen bevoegd is, ertoe verplichten om binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven voorzieningen te treffen, en
|
||||
c. zo nodig, andere voorwaarden aan de uitvoering van de aanschrijving stellen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van de aanschrijving geschiedt in overeenstemming met burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders kunnen optreden tegen hetgeen in strijd met de aanschrijving is gedaan of nagelaten door zelf de aanschrijving uit te voeren of in plaats daarvan degene die is aangeschreven, een last onder dwangsom op te leggen. Op het besluit tot optreden is afdeling 5.3, onderscheidenlijk afdeling 5.4, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het gebouw in beheer wordt gegeven aan een persoon of instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, stellen burgemeester en wethouders een vergoeding voor het beheer vast. De desbetreffende persoon of instelling stelt, na overleg met degene die is aangeschreven, de huurprijs van het gebouw vast, int de vastgestelde huurprijs en stelt deze, verminderd met de vergoeding voor het beheer, ter beschikking van degene die is aangeschreven. De huurprijs wordt vastgesteld op een bedrag dat in het economisch verkeer redelijk is.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan wel de persoon of instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, het gebruik, onderscheidenlijk het beheer van het gebouw heeft gestaakt, deelt de persoon dan wel de instelling dit binnen veertien dagen na het staken daarvan mee aan burgemeester en wethouders. Na ontvangst van de mededeling vindt, zo nodig, wederom toepassing van het eerste lid plaats.
|
||||
|
||||
**6.** Onder beheer wordt in dit artikel verstaan het in gebruik geven van het gebouw en het verrichten van al die handelingen met betrekking tot het in gebruik gegeven gebouw die volgens gemeen recht tot de verantwoordelijkheid van een eigenaar behoren.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Indien een gebouw, niet zijnde een woning, woonkeet of woonwagen, wegens strijd met de in artikel 2, eerste lid, bedoelde voorschriften of uit anderen hoofde noodzakelijk voorzieningen behoeft dan wel wegens strijd met de in artikel 2, tweede lid, bedoelde voorschriften voorzieningen behoeft, kunnen burgemeester en wethouders degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het treffen van die voorzieningen bevoegd is, aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven voorzieningen te treffen.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen in de aanschrijving, bedoeld in het eerste lid, bepalen dat aan de aanschrijving in fasen binnen door hen te bepalen afzonderlijke termijnen mag worden voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een gebouw als bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt op een wijze, die niet in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften van de bouwverordening, kunnen burgemeester en wethouders de hoofdgebruiker of elke afzonderlijke gebruiker aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn het gebruik in overeenstemming met die voorschriften te brengen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de aanschrijving, bedoeld in het derde lid, geschiedt met het oog op gevaar of ernstige hinder, kunnen burgemeester en wethouders in de aanschrijving tevens bepalen dat gedurende de in dat lid bedoelde termijn het gebruik van het gebouw moet worden gestaakt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een gebouw, niet zijnde een woning, woongebouw, woonwagen of woonkeet, uit het oogpunt van energiezuinigheid niet aan de eisen des tijds voldoet, doch door het aanbrengen van verbeteringen alsnog geheel of ten dele aan die eisen kan worden aangepast, kunnen burgemeester en wethouders degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het aanbrengen van die verbeteringen bevoegd is, aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven verbeteringen aan te brengen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De verbeteringen waartoe kan worden aangeschreven, zijn:
|
||||
|
||||
a. het thermisch isoleren van de uitwendige scheidingsconstructies;
|
||||
b. het thermisch isoleren van de constructie die de scheiding vormt met de kruipruimte, en
|
||||
c. het ten behoeve van de verwarmingsinstallatie plaatsen van een verwarmingsketel met een opwekkingsrendement van ten minste 80%, indien de bestaande verwarmingsketel ten minste tien jaren oud is.
|
||||
|
||||
**3.** In de aanschrijving kan worden bepaald dat daaraan in fasen mag worden voldaan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
|
||||
Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing op een gebouw, niet zijnde een woning, woongebouw, woonwagen of woonkeet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Indien een bouwwerk, niet zijnde een gebouw, of een standplaats wegens strijd met de in artikel 2, derde lid, onderdeel *a*, respectievelijk artikel 2, vierde lid, onderdeel *a*, bedoelde voorschriften of uit anderen hoofde noodzakelijk voorzieningen behoeft dan wel wegens strijd met de in artikel 2, derde lid, onderdeel *b*, respectievelijk artikel 2, vierde lid, onderdeel *b*, bedoelde voorschriften voorzieningen behoeft, kunnen burgemeester en wethouders degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het treffen van die voorzieningen bevoegd is, aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven voorzieningen te treffen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een bouwwerk of standplaats als bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt op een wijze, die niet in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften van de bouwverordening, kunnen burgemeester en wethouders de hoofdgebruiker of elke afzonderlijke gebruiker aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn het gebruik in overeenstemming met die voorschriften te brengen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Indien het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats, niet zijnde een bouwwerk als bedoeld in artikel 45, eerste lid, in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel b, kunnen burgemeester en wethouders degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het opheffen van die strijdigheid bevoegd is, aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven daartoe strekkende voorzieningen te treffen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Indien de staat van een open erf of terrein niet voldoet aan de desbetreffende voorschriften van de bouwverordening, kunnen burgemeester en wethouders degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn de staat in overeenstemming met die voorschriften te brengen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een open erf of terrein als bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt op een wijze, die niet in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften van de bouwverordening, kunnen burgemeester en wethouders de hoofdgebruiker of elke afzonderlijke gebruiker aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn het gebruik in overeenstemming met die voorschriften te brengen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Degene, tot wie een aanschrijving is gericht, of zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien burgemeester en wethouders in de aanschrijving vermelden, dat deze verband houdt met gevaar of ernstige hinder dan wel met een sluiting als bedoeld in artikel 16a, moet degene, tot wie de aanschrijving is gericht, of zijn rechtsopvolger, ook al is die aanschrijving nog niet onherroepelijk, bij voorraad aan die aanschrijving voldoen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien tegen een aanschrijving als bedoeld in het tweede lid, een bezwaarschrift is ingediend of beroep is ingesteld en het bezwaarschrift gegrond is verklaard of de beslissing op het beroep inhoudt dat ten onrechte is aangeschreven, vergoedt de gemeente de schade die het gevolg is van het bij voorraad voldoen aan de aanschrijving.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 203 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is elke bewoner van een woning of een gebruiker van een gebouw verplicht het aanbrengen of verrichten van de in een aanschrijving als bedoeld in artikel 15, eerste lid, 15a, eerste lid, 16, 17a of 17b genoemde verbeteringen of ingrepen door of vanwege degene, tot wie de aanschrijving is gericht of diens rechtsopvolger te gedogen.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval enige bewoner van een woning niet voldoet aan de in het eerste lid bedoelde gedoogplicht, zijn de door de burgemeester en wethouders aan te wijzen personen bevoegd zonder toestemming van die bewoner de woning binnen te treden ten einde de in de aanschrijving aangegeven verbeteringen aan te brengen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
|
||||
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders geven slechts toepassing aan het bepaalde in het tweede lid op verzoek van en na overleg met degene tot wie de in het eerste lid bedoelde aanschrijving is gericht of diens rechtsopvolger.
|
||||
|
||||
**4.** Een machtiging tot binnentreden wordt niet gegeven dan nadat burgemeester en wethouders de in het tweede lid bedoelde bewoner schriftelijk hebben gewaarschuwd.
|
||||
|
||||
**5.** Indien ten behoeve van een woning waarop een aanschrijving als bedoeld in het eerste lid, rust, wijzigingen moeten worden aangebracht in een andere woning of ander gebouw, is de eigenaar van die andere woning of dat andere gebouw of diens rechtsopvolger alsmede iedere bewoner van die andere woning of iedere gebruiker van dat andere gebouw, na schriftelijke aanzegging door burgemeester en wethouders, verplicht het aanbrengen van die wijzigingen door of vanwege degene, tot wie de aanschrijving is gericht, of zijn rechtsopvolger te gedogen. Het tweede tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de kosten, verbonden aan de uitvoering van een aanschrijving, niet in redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten opbrengsten en de aanschrijving betrekking heeft op een woning, woonkeet of woonwagen, laten zij bij die aanschrijving de keuze tussen enerzijds het uitvoeren van de aanschrijving en anderzijds het binnen een door hen in de aanschrijving te bepalen termijn staken of doen staken van de bewoning.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders zijn niet verplicht de in het eerste lid genoemde keuze te laten ingeval de woning of woonwagen behoort tot een in het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte bij verordening aangewezen categorie van woningen of woonwagens.
|
||||
|
||||
**3.** Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de kosten, verbonden aan de uitvoering van een aanschrijving, niet in redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten opbrengsten en de aanschrijving betrekking heeft op een niet tot bewoning bestemd gebouw, een bouwwerk, niet zijnde een gebouw, dan wel op een standplaats, laten zij bij die aanschrijving de keuze tussen enerzijds het treffen van de voorzieningen en anderzijds het binnen een door hen in de aanschrijving te bepalen termijn staken of doen staken van het gebruik, in verband waarmede de voorzieningen worden gelast.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste en derde lid kunnen burgemeester en wethouders, indien zij van oordeel zijn dat de kosten, verbonden aan de uitvoering van een aanschrijving, niet in redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten opbrengsten en de aanschrijving geschiedt met het oog op ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel b, bij die aanschrijving de keuze laten tussen enerzijds het uitvoeren van de aanschrijving en anderzijds het binnen een door hen in de aanschrijving te bepalen termijn slopen van het bouwwerk of de standplaats, met dien verstande dat indien het slopen krachtens enig wettelijk voorschrift verboden is, zij slechts aanschrijven tot het treffen van de voorzieningen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de kosten, verbonden aan de uitvoering van een aanschrijving als bedoeld in artikel 23, eerste of derde lid, niet in redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten opbrengsten en de aanschrijving geschiedt met het oog op gevaar of ernstige hinder dan wel het een aanschrijving als bedoeld in artikel 16a betreft, kunnen zij, in plaats van de in die leden bedoelde keuze, de keuze laten tussen het treffen van de voorzieningen en het binnen een door hen in de aanschrijving te bepalen termijn slopen van het bouwwerk of de standplaats, met dien verstande dat indien het slopen ingevolge enig wettelijk voorschrift verboden is, zij de keuze, bedoeld in die leden, laten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
Behoudens in geval van gevaar of ernstige hinder dan wel het een aanschrijving als bedoeld in artikel 16a betreft vaardigen burgemeester en wethouders gedurende drie jaren na de bekendmaking van een aanschrijving tot het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen met betrekking tot hetzelfde bouwwerk of dezelfde standplaats niet wederom een dergelijke aanschrijving uit.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Spoedeisende gevallen uitgezonderd gaan burgemeester en wethouders niet over tot toepassing van bestuursdwang in geval van strijd met:
|
||||
|
||||
a. een bij of krachtens de in artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur gegeven voorschrift omtrent bouwwerken of standplaatsen;
|
||||
b. een in de bouwverordening gegeven voorschrift omtrent bestaande bouwwerken, standplaatsen of open erven en terreinen, of
|
||||
c. redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel b,
|
||||
|
||||
dan nadat zij de aanschrijving hebben uitgevaardigd, de termijn, bedoeld in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht is verstreken of, indien gedurende die termijn op grond van artikel 8:81 van die wet een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, dat verzoek is afgewezen, en de in die aanschrijving bepaalde termijn is verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking tot toepassing van bestuursdwang gelijktijdig met de desbetreffende aanschrijving bekendmaken. Deze beschikking tot toepassing van bestuursdwang wordt geacht voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht deel uit te maken van de beschikking waarop zij betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval burgemeester en wethouders een aanschrijving met toepassing van artikel 23, eerste of derde lid, of artikel 24 hebben uitgevaardigd, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat zij, indien niet is voldaan aan enig in de aanschrijving genoemd alternatief, tot één van die alternatieven kunnen dwingen.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van de artikelen 5:25 en 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder «overtreder» mede begrepen de rechtsopvolger van degene, tot wie een aanschrijving is gericht.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** De inspecteur kan bij met redenen omkleed voorstel burgemeester en wethouders verzoeken een aanschrijving met betrekking tot een woning, woonkeet, woonwagen of standplaats uit te vaardigen.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders nemen naar aanleiding van een voorstel als bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na de dag, waarop zij dat voorstel hebben ontvangen, een beslissing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders doen mededeling van een aanschrijving als bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, 15, 15*a*, 16, 16a17, eerste lid, 17a, eerste lid, 17b, 18, eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op een standplaats, of 19, door toezending van een afschrift aan de hoofdbewoner of iedere afzonderlijke bewoner van de woning, woonkeet of woonwagen dan wel hoofdgebruiker of iedere afzonderlijke gebruiker van het gebouw, niet zijnde een woning, woonkeet of woonwagen, of van de standplaats, alsmede aan een ieder die als beslaglegger of hypotheekhouder is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 3.1.2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**2.** Toezending van het in het eerste lid bedoelde afschrift aan een beslaglegger of hypotheekhouder geschiedt aan de bij het beslag, onderscheidenlijk de inschrijving van de hypotheek gekozen woonplaats.
|
||||
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders doen voorts zo spoedig mogelijk een aanschrijving als bedoeld in het eerste lid, inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 3.1.2 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van dat wetboek is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Zodra aan een aanschrijving als bedoeld in het eerste lid, is voldaan, deze met toepassing van bestuursdwang ten uitvoer is gelegd en de daaraan verbonden kosten zijn voldaan, dan wel deze aanschrijving is ingetrokken, doen burgemeester en wethouders daarvan schriftelijk binnen twee weken mededeling aan degene, tot wie de aanschrijving was gericht, alsmede aan de overige in dat lid bedoelde personen.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders doen voorts een mededeling als bedoeld in het vierde lid, zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 3.1.2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**6.** Het vierde en vijfde lid zijn eveneens van toepassing indien een aanschrijving als bedoeld in het eerste lid, vervalt op een andere wijze dan genoemd in het vierde lid, of indien burgemeester en wethouders ingevolge artikel 29, tweede lid, besluiten tot onbewoonbaarverklaring van de woning of woonwagen.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Onbewoonbaarverklaring
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** Indien een woning of woonwagen ongeschikt is voor bewoning en door het treffen van voorzieningen als bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, of 16, niet alsnog in bewoonbare staat kan worden gebracht, wordt die woning of woonwagen door burgemeester en wethouders, de inspecteur gehoord, onbewoonbaar verklaard.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders besluiten eveneens tot onbewoonbaarverklaring van een woning of woonwagen, indien aan een aanschrijving als bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, of 16, niet is voldaan, de woning of woonwagen ongeschikt is voor bewoning en geen bestuursdwang wordt toegepast.
|
||||
|
||||
**3.** Een beslissing tot onbewoonbaarverklaring omvat tevens een bevel tot ontruiming van de woning of woonwagen binnen een bij die beslissing te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden na de dag, waarop de beslissing tot onbewoonbaarverklaring van kracht is geworden.
|
||||
|
||||
**4.** Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van het derde lid, een langere termijn stellen dan zes maanden, indien de woning of woonwagen deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders, de inspecteur gehoord, vastgesteld plan, dat binnen een daarbij te bepalen termijn de geleidelijke ontruiming verzekert van de in dat plan aangewezen voor onbewoonbaarverklaring in aanmerking komende woningen of woonwagens.
|
||||
|
||||
**5.** De in het derde lid bedoelde termijn kan door burgemeester en wethouders, de inspecteur gehoord, telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd.
|
||||
|
||||
**6.** Burgemeester en wethouders maken een beslissing tot onbewoonbaarverklaring zo spoedig mogelijk bekend aan degene, die als eigenaar of uit anderen hoofde bevoegd is de woning of woonwagen alsnog in bewoonbare staat te brengen, aan de hoofdbewoner of iedere afzonderlijke bewoner, aan een ieder die als beslaglegger of hypotheekhouder is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 3.1.2 van het Burgerlijk Wetboek en aan de inspecteur.
|
||||
|
||||
**7.** De bekendmaking, bedoeld in het zesde lid, aan een beslaglegger of hypotheekhouder geschiedt aan de bij het beslag, onderscheidenlijk de inschrijving van de hypotheek gekozen woonplaats.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De inspecteur kan bij met redenen omkleed voorstel burgemeester en wethouders verzoeken een woning of woonwagen onbewoonbaar te verklaren.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders nemen naar aanleiding van een voorstel als bedoeld in het eerste lid, binnen dertien weken na de dag, waarop zij dat voorstel hebben ontvangen, een beslissing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Zodra de beslissing tot onbewoonbaarverklaring van kracht is geworden, wordt door burgemeester en wethouders aan de onbewoonbaarverklaarde woning of woonwagen een kenteken aangebracht, waarop duidelijk is vermeld dat de woning of woonwagen onbewoonbaar is verklaard.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden een onbewoonbaarverklaarde woning of woonwagen na de dag, waarop het in artikel 31 bedoelde kenteken is aangebracht, als woning of woonwagen in gebruik te hebben, te nemen of te geven.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet ten aanzien van degene, die de woning of woonwagen op de dag waarop het in artikel 31 bedoelde kenteken is aangebracht reeds gedurende ten minste zes maanden onafgebroken bewoont, zolang die bewoning niet wordt onderbroken en de termijn van ontruiming niet is verstreken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Indien na het verstrijken van de overeenkomstig artikel 29 gestelde termijn van ontruiming de bewoning van de onbewoonbaarverklaarde woning of woonwagen voortduurt dan wel die woning of woonwagen in strijd met artikel 32 wordt bewoond, beslissen burgemeester en wethouders tot toepassing van bestuursdwang.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
Indien burgemeester en wethouders bestuursdwang toepassen ingeval na het verstrijken van de termijn van ontruiming, bedoeld in artikel 29, de bewoning van de onbewoonbaarverklaarde woning of woonwagen voortduurt dan wel die woning of woonwagen in strijd met artikel 32 wordt bewoond, wordt de daartoe strekkende beschikking tevens bekendgemaakt aan de personen, genoemd in artikel 29, zesde lid. Artikel 29, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
|
|
@ -526,33 +450,19 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Indien een onbewoonbaarverklaarde woning of woonwagen na verloop van de ingevolge artikel 29 gestelde ontruimingstermijn gevaar of ernstige hinder veroorzaakt, besluiten burgemeester en wethouders tot het slopen van die woning of woonwagen of tot het nemen van andere maatregelen, waardoor het gevaar of de hinder wordt weggenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders maken een beslissing als bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk bekend aan de personen, genoemd in artikel 29, zesde lid. Artikel 29, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De eigenaar van een woning of woonwagen als bedoeld in het eerste lid, of zijn rechtsopvolger, is verplicht het slopen of het nemen van andere maatregelen als bedoeld in dat lid, te gedogen en is de daaraan verbonden kosten verschuldigd, tenzij die kosten redelijkerwijs niet te zijnen laste behoren te komen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de mededeling van een beslissing als bedoeld in het eerste lid, vermelden burgemeester en wethouders tevens of en in hoeverre de in het derde lid bedoelde kosten ten laste komen van de eigenaar van de woning of woonwagen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat een onbewoonbaarverklaarde woning of woonwagen weer geschikt is geworden voor bewoning, besluiten zij, de inspecteur gehoord, tot opheffing van de onbewoonbaarverklaring.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders maken een beslissing als bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk bekend aan de personen, genoemd in artikel 29, zesde lid. Artikel 29, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Nadat de onbewoonbaarverklaring ingevolge het eerste lid is opgeheven, wordt het in artikel 31 bedoelde kenteken zo spoedig mogelijk door burgemeester en wethouders verwijderd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** De onbewoonbaarverklaring vervalt met ingang van de dag na de dag, waarop burgemeester en wethouders aan de personen, genoemd in artikel 29, zesde lid, hebben medegedeeld dat de woning of woonwagen niet meer als woning of woonwagen wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.** De mededeling, bedoeld in het eerste lid, aan een beslaglegger of hypotheekhouder geschiedt aan de bij het beslag, onderscheidenlijk de inschrijving van de hypotheek gekozen woonplaats.
|
||||
|
||||
**3.** Nadat de onbewoonbaarverklaring ingevolge het eerste lid is vervallen, wordt het in artikel 31 bedoelde kenteken zo spoedig mogelijk door burgemeester en wethouders verwijderd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
De artikelen 29 tot en met 38 zijn van overeenkomstige toepassing op de bruikbaarheid van een standplaats.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Vergunningen
|
||||
|
||||
|
|
@ -560,7 +470,14 @@ De artikelen 29 tot en met 38 zijn van overeenkomstige toepassing op de bruikbaa
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden te bouwen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (bouwvergunning).
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het is verboden:
|
||||
|
||||
a. te bouwen zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning,
|
||||
b. een bouwwerk, standplaats of deel daarvan dat is gebouwd zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning, in stand te laten,
|
||||
|
||||
tenzij voor dat bouwen op grond van artikel 43 geen bouwvergunning is of was vereist.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval een caravan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de openluchtrecreatie is aan te merken als een bouwwerk, is niettemin voor het plaatsen daarvan geen bouwvergunning vereist in de gevallen, bedoeld in het derde lid van genoemd artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -570,9 +487,13 @@ De artikelen 29 tot en met 38 zijn van overeenkomstige toepassing op de bruikbaa
|
|||
|
||||
**2.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij aan te geven gegevens en bescheiden mogen worden overgelegd binnen een daarbij te bepalen termijn nadat de bouwvergunning is afgegeven.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kunnen voorschriften van technische of administratieve aard als bedoeld in dat lid bij ministeriële regeling worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 40b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders tekenen onverwijld de datum van ontvangst aan op het geschrift waarbij de aanvraag om bouwvergunning is ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders zenden de aanvrager onverwijld een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
@ -586,15 +507,15 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 40, eerste lid, is geen bouwvergunning vereist voor het bouwen:
|
||||
Geen bouwvergunning is vereist voor het bouwen:
|
||||
|
||||
a. ingevolge een aanschrijving van burgemeester en wethouders;
|
||||
a. ingevolge een besluit als bedoeld in artikel 13, dan wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom;
|
||||
b. dat tot het gewone onderhoud behoort, of
|
||||
c. dat bij algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als van beperkte betekenis, waarbij tevens voorschriften kunnen worden gegeven omtrent het gebruik van het bouwwerk of de standplaats.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen:
|
||||
Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op het bouwen:
|
||||
|
||||
a. in, op, aan of bij een monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening, of
|
||||
b. in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988.
|
||||
|
|
@ -607,10 +528,10 @@ b. in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988.
|
|||
|
||||
De reguliere bouwvergunning mag slechts en moet worden geweigerd, indien:
|
||||
|
||||
a. het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft, niet voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 2 en 120;
|
||||
b. het bouwen niet voldoet aan de bouwverordening, of zolang de bouwverordening daarmee nog niet in overeenstemming is gebracht, aan de voorschriften die zijn gegeven bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8, achtste lid, of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 120;
|
||||
a. de aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk maken dat het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 of 120;
|
||||
b. de aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk maken dat het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij de bouwverordening of, zolang de bouwverordening daarmee nog niet in overeenstemming is gebracht, met de voorschriften die zijn gegeven bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8, achtste lid, dan wel bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 120;
|
||||
c. het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld;
|
||||
d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats, waarop de aanvraag betrekking heeft, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de bouwvergunning niettemin moet worden verleend, of
|
||||
d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats, waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 45, eerste lid, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de bouwvergunning niettemin moet worden verleend, of
|
||||
e. voor het bouwen een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald voor welke categorieën van gevallen geen reguliere bouwvergunning is vereist, doch kan worden volstaan met een lichte bouwvergunning. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is voorgelegd.
|
||||
|
|
@ -640,7 +561,7 @@ b. indien het advies van de Commissie voor de tunnelveiligheid, bedoeld in artik
|
|||
In een bouwvergunning voor:
|
||||
|
||||
a. een woonkeet;
|
||||
b. een bouwwerk, bestemd om in een tijdelijke behoefte, niet zijnde bewoning, te voorzien;
|
||||
b. een bouwwerk, bestemd om in een tijdelijke behoefte, niet zijnde bewoning, te voorzien, niet zijnde een seizoensgebonden bouwwerk als bedoeld in het zesde lid;
|
||||
c. een bouwwerk dat slechts toelaatbaar is ingevolge een voorlopige bestemming of
|
||||
d. een bouwwerk ten aanzien waarvan artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt toegepast,
|
||||
|
||||
|
|
@ -660,9 +581,11 @@ a. de termijn ten aanzien van een woonkeet slechts kan worden verlengd, indien e
|
|||
b. de termijn ten aanzien van een bouwwerk dat slechts toelaatbaar is ingevolge een voorlopige bestemming slechts kan worden verlengd, indien de duur van de bestemming inmiddels is verlengd en
|
||||
c. de termijn ten aanzien van een bouwwerk waarop artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is toegepast, slechts kan worden verlengd, indien de termijn, bedoeld in dat artikel, is verlengd.
|
||||
|
||||
**6.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, is de rechthebbende na het verstrijken van de gestelde termijn verplicht binnen dertien weken na aanzegging daartoe van burgemeester en wethouders te zijner keuze het bouwwerk hetzij te slopen hetzij in overeenstemming te brengen met de ter zake geldende voorschriften of eisen.
|
||||
**6.** In de bouwvergunning voor een seizoensgebonden bouwwerk wordt bepaald binnen welke opeenvolgende tijdvakken van een kalenderjaar dat bouwwerk wordt opgericht, gebruikt en gesloopt en voor welke periode de vergunning wordt verleend.
|
||||
|
||||
**7.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *d*, is na het verstrijken van de termijn artikel 17, vierde tot en met zevende lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van toepassing.
|
||||
**7.** In een geval als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, is de rechthebbende na het verstrijken van de in de bouwvergunning gestelde termijn gehouden het bouwwerk hetzij terstond te slopen hetzij terstond in overeenstemming te brengen met de van toepassing zijnde voorschriften. In een geval als bedoeld in het zesde lid is de rechthebbende gehouden het bouwwerk te slopen binnen het in de bouwvergunning daartoe vastgestelde tijdvak.
|
||||
|
||||
**8.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *d*, is na het verstrijken van de termijn artikel 17, vierde tot en met zevende lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
|
|
@ -688,11 +611,11 @@ c. om een reguliere bouwvergunning die overeenkomstig artikel 56a, eerste lid, i
|
|||
|
||||
**8.** Burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor waarin zij uiteenzetten op welke wijze zij toepassing hebben gegeven aan het tweede lid.
|
||||
|
||||
**9.** Indien een beslissing als bedoeld in het eerste of tweede lid afwijkt van het advies van de welstandscommissie wordt zulks met de redenen voor de afwijking bij de bekendmaking vermeld.
|
||||
**9.** Indien een beslissing als bedoeld in het eerste of tweede lid afwijkt van het advies van de welstandscommissie of de stadsbouwmeester wordt zulks met de redenen voor de afwijking bij de bekendmaking vermeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
Van de in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde bevoegdheid om de aanvraag wegens onvolledigheid niet te behandelen, kan slechts gebruik worden gemaakt indien de aanvrager binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen. De door burgemeester en wethouders ingevolge dat artikel te stellen termijn bedraagt ten hoogste vier weken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
|
|
@ -758,11 +681,11 @@ b. een geval als bedoeld in artikel 19, tweede of derde lid, van de Wet op de Ru
|
|||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 46, eerste lid, houden burgemeester en wethouders de beslissing omtrent een aanvraag om bouwvergunning eveneens aan, indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en de aanvraag een bouwwerk betreft, behorend tot een beschermd stads- of dorpsgezicht in de zin van de Monumentenwet 1988, waarvoor nog geen ter bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan geldt.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 46, eerste lid, houden burgemeester en wethouders de beslissing omtrent een aanvraag om bouwvergunning eveneens aan, indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en de aanvraag een bouwwerk betreft, behorend tot een beschermd stads- of dorpsgezicht in de zin van de Monumentenwet 1988, waarvoor nog geen ter bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan geldt. De in de eerste volzin bedoelde plicht tot aanhouding geldt niet voor zover de aanvraag betrekking heeft op bouwen als bedoeld in artikel 43, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde aanhouding duurt totdat omtrent goedkeuring van een ter voldoening aan artikel 36, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 vast te stellen of te herzien bestemmingsplan onherroepelijk is beslist.
|
||||
**2.** De in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde aanhouding duurt totdat omtrent goedkeuring van een ter voldoening aan artikel 36, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 vast te stellen of te herzien bestemmingsplan onherroepelijk is beslist.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd artikel 50, vierde en vijfde lid, kunnen burgemeester en wethouders, in afwijking van het eerste lid, de bouwvergunning verlenen indien het bouwplan niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde, ter bescherming van het beschermde stads- of dorpsgezicht strekkende bestemmingsplan en vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen dat zij tegen het verlenen van de vergunning geen bezwaar hebben.
|
||||
**3.** Onverminderd artikel 50, vierde en vijfde lid, kunnen burgemeester en wethouders, in afwijking van het eerste lid, eerste volzin, de bouwvergunning verlenen indien het bouwplan niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde, ter bescherming van het beschermde stads- of dorpsgezicht strekkende bestemmingsplan en vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen dat zij tegen het verlenen van de vergunning geen bezwaar hebben.
|
||||
|
||||
**4.** De in het derde lid en artikel 50, vijfde lid, bedoelde verklaringen worden gelijktijdig bekendgemaakt. Artikel 19a, achtste lid, eerste volzin, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is alsdan niet van toepassing op de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 50, vijfde lid. Alvorens het besluit omtrent de in het derde lid bedoelde verklaring te nemen horen gedeputeerde staten de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Van het besluit wordt onverwijld mededeling gedaan aan genoemde dienst. Artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Het besluit houdende verlening van de verklaring van geen bezwaar wordt geacht voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht deel uit te maken van de beschikking waarop het betrekking heeft. Gedeputeerde staten kunnen een verklaring weigeren wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening.
|
||||
|
||||
|
|
@ -804,7 +727,7 @@ b. indien het onder a gestelde niet van toepassing is:
|
|||
|
||||
### Artikel 52a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 46, eerste lid, houden burgemeester en wethouders de beslissing op een aanvraag om bouwvergunning eveneens aan, indien er geen grond is de bouwvergunning te weigeren en uit het onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel c, blijkt dat de bodem ter plaatse van het te bouwen bouwwerk in zodanige mate is verontreinigd dan wel bij hen uit anderen hoofde een redelijk vermoeden bestaat dat overeenkomstig de Wet bodembescherming sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Het besluit tot aanhouding van de beslissing op de aanvraag om bouwvergunning wordt genomen binnen twee weken na ontvangst van die aanvraag; indien er geen grond is de bouwvergunning te weigeren en de beslissing niet binnen deze termijn is genomen en uit het onderzoeksrapport blijkt dat de bodem ernstig is verontreinigd, is die beslissing van rechtswege genomen.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 46, eerste lid, houden burgemeester en wethouders de beslissing op een aanvraag om bouwvergunning eveneens aan, indien er geen grond is de bouwvergunning te weigeren en uit het onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel c, blijkt dat de bodem ter plaatse van het te bouwen bouwwerk in zodanige mate is verontreinigd dan wel bij hen uit anderen hoofde een redelijk vermoeden bestaat dat overeenkomstig de Wet bodembescherming sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Het besluit tot aanhouding van de beslissing op de aanvraag om bouwvergunning wordt genomen binnen twee weken na ontvangst van die aanvraag en het onderzoeksrapport; indien er geen grond is de bouwvergunning te weigeren en de beslissing niet binnen deze termijn is genomen en uit het onderzoeksrapport blijkt dat de bodem ernstig is verontreinigd, is die beslissing van rechtswege genomen.
|
||||
|
||||
**2.** De aanhouding duurt totdat het krachtens de Wet bodembescherming bevoegd gezag met het saneringsplan, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die wet, overeenkomstig het tweede lid van dat artikel, heeft ingestemd dan wel overeenkomstig artikel 29, eerste lid, juncto 37, eerste lid, van die wet heeft vastgesteld dat geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging ten aanzien waarvan spoedige sanering noodzakelijk is. In geval van een melding als bedoeld in artikel 28 juncto 39b van de Wet bodembescherming, duurt de aanhouding totdat is gebleken dat de melding overeenkomstig de bij of krachtens die wet gestelde eisen is gedaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -960,17 +883,7 @@ f. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevorde
|
|||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een ontruimde onbewoonbaarverklaarde woning of woonwagen voor andere doeleinden dan bewoning in gebruik te geven of te nemen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde vergunning mag alleen en moet worden geweigerd indien:
|
||||
|
||||
a. de in dat lid bedoelde woning of woonwagen niet voldoet aan de bij of krachtens de in artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften omtrent de staat van bestaande gebouwen, niet zijnde woningen of woonwagens;
|
||||
b. het beoogde gebruik van de in dat lid bedoelde woning of woonwagen niet voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening, of
|
||||
c. het beoogde gebruik van de in dat lid bedoelde woning of woonwagen in strijd is met het desbetreffende bestemmingsplan.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 46, 47, 50, 51, 51a, 56 en 59 zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover het betreft de bepalingen die betrekking hebben op de reguliere bouwvergunning.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Vergunning voor toegelaten instellingen tot vervreemden van onroerende zaken en daarop vestigen van zakelijke rechten
|
||||
|
||||
|
|
@ -1213,9 +1126,11 @@ d. een functie als ambtenaar bij een gemeente, een functie bij een organisatie a
|
|||
|
||||
### Artikel 71f
|
||||
|
||||
**1.** Het fonds stelt jaarlijks voor 1 november een begroting vast voor het volgende kalenderjaar. De begroting wordt niet vastgesteld dan nadat Onze Minister daarmee heeft ingestemd. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Het fonds stelt jaarlijks voor 1 november een begroting vast voor het volgende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften omtrent de inrichting van de begroting worden gegeven.
|
||||
**2.** De begroting behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften omtrent de inrichting van de begroting worden gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 71g
|
||||
|
||||
|
|
@ -1435,25 +1350,45 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Gemeentelijk bouw- en woningtoezicht
|
||||
### Afdeling 2. De bestuursrechtelijke handhaving van de
|
||||
|
||||
### Artikel 100
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken I tot en met IV.
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders voorzien in het bouw- en woningtoezicht, dat in elk geval tot taak heeft:
|
||||
### Artikel 100a
|
||||
|
||||
a. het onderzoeken van de staat van de volkshuisvesting in de gemeente, waaronder begrepen het wonen in woonwagens op standplaatsen, en het aangeven van middelen tot verbetering daarvan;
|
||||
b. het binnen de gemeente uitoefenen van toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en
|
||||
c. het verrichten van andere werkzaamheden in verband met de uitvoering van deze wet.
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken I tot en met IV zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Met de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde taak zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
|
||||
**2.** De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.
|
||||
|
||||
**3.** Toepassing van bestuursdwang bestaande uit het stilleggen van bouw- of sloopwerkzaamheden indien wordt gebouwd of gesloopt in strijd met de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, vindt slechts plaats in bij de bouwverordening aangewezen gevallen en overeenkomstig daarbij gegeven voorschriften.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent het uitoefenen van toezicht op de naleving van de bij of krachtens de in artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent het uitoefenen van toezicht op de naleving van de bij of krachtens de in artikel 2 bedoelde algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften.
|
||||
### Artikel 100b
|
||||
|
||||
**5.** De krachtens het tweede lid aangewezen ambtenaren zijn bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.
|
||||
**1.** Onze Minister kan, indien dat in het belang van de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I, II, III of IV dringend geboden is, vorderen dat burgemeester en wethouders ter zake van de overtreding van een bij of krachtens hoofdstuk I, II, III of IV gesteld voorschrift binnen een door hem te stellen termijn een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom uitvoeren, dan wel geven en uitvoeren. Burgemeester en wethouders doen van de wijze waarop gevolg is gegeven aan de vordering schriftelijk mededeling aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Indien burgemeester en wethouders niet of niet volledig gevolg geven aan een vordering kan Onze Minister voor rekening van de gemeente daarin voorzien.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met dien verstande dat voor «het bestuursorgaan dat bestuursdwang heeft toegepast» wordt gelezen: burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan bij zijn vorderingsbesluit bepalen dat in afwijking van artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht de aan de uitvoering van de beschikking verbonden kosten voor rekening van de gemeente blijven.
|
||||
|
||||
### Artikel 100c
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders maken jaarlijks hun voornemens bekend met betrekking tot de wijze waarop in het komende jaar uitvoering zal worden gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken I tot en met IV.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders doen jaarlijks verslag aan de gemeenteraad van de wijze waarop in het voorgaande jaar uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken I tot en met IV, alsmede van het door hen gevoerde beleid bij de uitvoering van die hoofdstukken. Burgemeester en wethouders zenden gelijktijdig met de aanbieding van het verslag aan de gemeenteraad een afschrift ervan aan de inspecteur.
|
||||
|
||||
### Artikel 100d
|
||||
|
||||
Een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom gericht op naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I, II, III of IV kan inhouden dat het bouwen, gebruik of slopen wordt gestaakt dan wel dat voorzieningen, met inbegrip van het slopen van een bouwwerk of standplaats, gericht op het tegengaan of beëindigen van gevaar voor de gezondheid of de veiligheid worden getroffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 100e
|
||||
|
||||
**1.** Een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom gericht op naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I, II, III of IV geldt mede jegens de rechtsopvolger van degene aan wie dat besluit is opgelegd alsmede jegens iedere verdere rechtsopvolger en kan, tenzij bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten, jegens die rechtsopvolger of iedere verdere rechtsopvolger worden ten uitvoer gelegd, met dien verstande dat de kosten van die tenuitvoerlegging en een te innen dwangsom bij de betreffende rechtsopvolger dan wel iedere verdere rechtsopvolger kunnen worden ingevorderd, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt uitsluitend voor zover het in dat lid bedoelde besluit na de bekendmaking ervan is aangeboden ten behoeve van inschrijving in de openbare registers, bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24, derde lid, van dat boek is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VII. Voorzieningen in geval van buitengewone omstandigheden
|
||||
|
||||
|
|
@ -1487,58 +1422,47 @@ Indien toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze
|
|||
|
||||
### Artikel 105a
|
||||
|
||||
Overtreding van artikel 16a, vijfde lid, eerste volzin, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
|
||||
Overtreding van artikel 14, vierde lid, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
|
||||
|
||||
### Artikel 106
|
||||
|
||||
Degene, die wederrechtelijk het kenteken, bedoeld in artikel 31, wegneemt, vernielt of beschadigt, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 107
|
||||
|
||||
Overtreding van de artikelen 21, eerste lid, 32, 36, derde lid, 43 of 45, zesde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
Overtreding van artikel 40 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
Overtreding van de artikelen 60 of 61 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede lid, wordt overtreding van voorschriften, die ter uitvoering van deze wet zijn gegeven, voor zover de overtreding van die voorschriften uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangeduid, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Overtreding van een krachtens artikel 120 gegeven voorschrift, voor zover de overtreding van dat voorschrift uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangeduid, is een economisch delict in de zin van de Wet op de economische delicten en wordt opgespoord, vervolgd en berecht overeenkomstig die wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 111
|
||||
|
||||
De in de artikelen 105a tot en met 110 bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 112
|
||||
|
||||
Overtreding van artikel 103 is een economisch delict in de zin van de Wet op de economische delicten en wordt opgespoord, vervolgd en berecht overeenkomstig die wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 113
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met de opsporing van de bij de artikelen 105a tot en met 110, eerste lid, strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast:
|
||||
|
||||
a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren;
|
||||
b. de door de burgemeester aangewezen ambtenaren, belast met de in artikel 100, eerste lid, bedoelde taak.
|
||||
|
||||
**2.** Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
|
||||
|
||||
**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 114
|
||||
|
||||
Bij het opsporen van een strafbaar feit als bedoeld in de artikelen 105a tot en met 110, eerste lid, hebben de in artikel 113 bedoelde ambtenaren en personen toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 115
|
||||
|
||||
Ambtenaren, belast met de opsporing van delicten als bedoeld in artikel 112, kunnen, indien een bouwwerk als bedoeld in artikel 103, eerste lid, wordt uitgevoerd zonder of in afwijking van de in dat lid bedoelde toestemming, vorderen dat het werk wordt stilgelegd. Zo nodig leggen zij deze vordering met behulp van de sterke arm ten uitvoer.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Slot- en overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1564,7 +1488,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven met het oog op de nakoming van voor Nederland verbindende internationale verplichtingen die betrekking hebben op of samenhangen met onderwerpen waarin bij of krachtens deze wet is voorzien.
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven met het oog op de nakoming van voor Nederland verbindende internationale verplichtingen die betrekking hebben op of samenhangen met onderwerpen waarin bij of krachtens deze wet is voorzien.
|
||||
|
||||
**2.** Gedragingen in strijd met voorschriften als bedoeld in het eerste lid, niet zijnde voorschriften als bedoeld in artikel 8, negende lid, zijn verboden.
|
||||
|
||||
### Artikel 120a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1580,7 +1506,7 @@ c. de wijze waarop tot de vaststelling wordt gekomen of een experiment als bedoe
|
|||
|
||||
### Artikel 120b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Onze Minister is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het verbod, bedoeld in artikel 120, tweede lid, en beschikt daartoe over de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang.
|
||||
|
||||
### Artikel 121
|
||||
|
||||
|
|
@ -1591,7 +1517,7 @@ b. artikel 40a, eerste lid;
|
|||
c. artikel 43, eerste lid, onderdeel c;
|
||||
d. artikel 44, tweede lid;
|
||||
e. artikel 70c, tweede lid, eerste volzin, voorzover die algemene maatregel van bestuur betrekking heeft op toegelaten instellingen;
|
||||
f. artikel 100, vierde lid.
|
||||
f. artikel 100a, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 122
|
||||
|
||||
|
|
@ -1599,7 +1525,7 @@ De gemeente kan geen rechtshandelingen naar burgerlijk recht verrichten ten aanz
|
|||
|
||||
### Artikel 123
|
||||
|
||||
Ten aanzien van het onderwerp waarin de aansluitvoorwaarden voorzien, voor zover daarnaar met toepassing van artikel 3, tweede lid, is verwezen, kunnen geen andere voorschriften van bouwtechnische aard worden gesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 124
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue