2003-08-01 | BWBR0005442 | Formatiebesluit WEC

This commit is contained in:
Coornhert 2003-08-01 12:00:00 +00:00
parent 5473e5cc5e
commit 217e05646c

View file

@ -31,6 +31,10 @@ afdeling: afdeling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet;
instelling: instelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin, van de wet;
regionaal expertisecentrum: een regionaal expertisecentrum als bedoeld in artikel 28b van de wet;
residentiële instelling: een instelling als bedoeld in artikel 71c, eerste lid tweede volzin, van de wet;
schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend;
teldatum: een van de data, bedoeld in artikel 118 van de wet;
@ -39,19 +43,21 @@ schoolsoort: soort school als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, verd
onderwijsvorm: speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs;
leerling: een leerling die toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster waartoe de school behoort, tenzij anders bepaald;
leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling:
a. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep;
b. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije;
c. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba;
d. van wie ten minste een van de ouders of voogden als vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000;
d. van wie ten minste een van de ouders of voogden als vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000;
e. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, echter met uitzondering van Indonesië;
vakonderwijs: onderwijs dat gegeven wordt door een leraar bij het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs die uitsluitend is benoemd voor het geven van bepaalde onderwijsactiviteiten of vakken;
groepsonderwijs: onderwijs dat gegeven wordt door een leraar bij het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs die niet is benoemd voor het geven van vakonderwijs;
ambulante begeleiding: de begeleiding door een aan een school verbonden leraar van een of meer leerlingen van een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor voortgezet onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs die zonder deze begeleiding zou onderscheidenlijk zouden zijn aangewezen op het onderwijs dat de school verzorgt, alsmede de ondersteuning van een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor voortgezet onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs bij de opvang van zodanige leerlingen door een leraar, orthopedagoog, psycholoog of logopedist van de school;
ambulante begeleiding: de begeleiding, bedoeld in artikel 8a, derde lid onder b, van de wet;
formatiebudget: het formatiebudget, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de wet.
@ -61,10 +67,11 @@ formatiebudget: het formatiebudget, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de w
Het formatiebudget waarop het bevoegd gezag van een school per schooljaar aanspraak heeft, bestaat uit:
a. de formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school, bedoeld in artikel 117, eerste lid onderdeel a, van de wet,
b. in voorkomende gevallen formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel 117, eerste lid onderdeel b, van de wet,
a. de formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school, bedoeld in artikel 117, eerste lid onderdeel *a*, van de wet,
b. in voorkomende gevallen formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel 117, eerste lid onderdeel *b*, van de wet,
c. in voorkomende gevallen de verhoging van de formatie als gevolg van het opnieuw berekenen van de formatie bij een bepaalde toename van het aantal leerlingen, overeenkomstig de artikelen 8 en 9,
d. in voorkomende gevallen aanvullende formatie als bedoeld in artikel 117, derde of vierde lid, van de wet.
d. in voorkomende gevallen aanvullende formatie als bedoeld in artikel 117, derde of vierde lid, van de wet,
e. in voorkomende gevallen formatie, bedoeld in artikel 117, zesde, achtste, negende en tiende lid, van de wet.
**2.** De omvang van het formatiebudget is gelijk aan de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals voor de school berekend op grond van de artikelen 3 tot en met 23.
@ -99,7 +106,7 @@ c. afronding op een veelvoud van een aantal minuten, vindt afronding naar benede
### Artikel 7
**1.** De formatie van een school met betrekking tot het onderwijzend personeel met inbegrip van de schoolleiding wordt berekend aan de hand van de formule A = B * C + B * D + B * E + G.
**1.** De formatie van een school met betrekking tot het onderwijzend personeel met inbegrip van de schoolleiding wordt berekend aan de hand van de formule A = B * C + B * D + G.
**2.**
@ -107,40 +114,38 @@ In de formules, genoemd in dit artikel en in artikel 16, vijfde lid, is:
A de formatie, uitgedrukt in minuten en afgerond op een veelvoud van 480 minuten;
B het aantal leerlingen op de teldatum;
B 1. het aantal leerlingen op de teldatum en 2. het aantal leerlingen dat bepalend is voor de formatie ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling als bedoeld in artikel 117, achtste lid, van de wet;
C het aantal minuten groepsonderwijs per week aan een school voor speciaal onderwijs dat voor de desbetreffende schoolsoort en onderwijsvorm per leerling is aangegeven in artikel 14;
D het aantal minuten groeps- of vakonderwijs per week aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs dat voor de desbetreffende schoolsoort en onderwijsvorm per leerling is aangegeven in artikel 14;
E het aantal minuten vakonderwijs per week dat voor de desbetreffende schoolsoort en onderwijsvorm per leerling is aangegeven in artikel 14;
F het aantal minuten per week dat ten behoeve van leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op de teldatum wordt vastgesteld aan de hand van artikel 22*b*;
G het aantal minuten per week dat, uitgaande van het aantal formatieplaatsen, ten behoeve van de schoolleiding wordt vastgesteld aan de hand van artikel 16, tweede lid, waarbij G niet groter kan zijn dan 3600; het aantal formatieplaatsen, bedoeld in de vorige zinsnede, is de uitkomst van de formule (B * C + B * D + B * E + F + H + I + Ia): 2400, naar boven afgerond;
G het aantal minuten per week dat, uitgaande van het aantal formatieplaatsen, ten behoeve van de schoolleiding wordt vastgesteld aan de hand van artikel 16, tweede lid, waarbij G niet groter kan zijn dan 3600; het aantal formatieplaatsen, bedoeld in de vorige zinsnede, is de uitkomst van de formule (B * C + B * D + F + H + I + Ia): 2400, naar boven afgerond;
H het aantal minuten per week dat ten behoeve van ambulante begeleiding wordt vastgesteld aan de hand van artikel 11 juncto artikel 17;
H het aantal minuten per week dat ten behoeve van ambulante begeleiding wordt vastgesteld aan de hand van artikel 11 juncto de artikelen 17 en 23a;
I de som van de formatie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, ten behoeve van het onderwijsondersteunend personeel;
Ia het aantal minuten per week dat ten behoeve van de formatie voor de categorie technicus van het onderwijsondersteunend personeel wordt vastgesteld aan de hand van artikel 13*a*.
**3.** De uitkomst van de formules B * C, B * D en B * E wordt telkens afgerond op een veelvoud van 15 minuten.
**3.** De uitkomst van de formules B x C en B x D wordt telkens afgerond op een veelvoud van 15 minuten.
**4.** Het aantal minuten vakonderwijs, bedoeld in het tweede lid bij de factor E, dat is berekend op grond van het eerste en tweede lid juncto artikel 14, wordt besteed aan het geven van vakonderwijs.
**4.** Een leerling die is toegelaten op basis van formatie die is toegekend ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling wordt niet meegeteld als leerling op een teldatum.
### Artikel 8
**1.**
De formatie, bedoeld in de artikelen 7, 11, 13, 13a en 22b wordt opnieuw berekend indien het verschil tussen
De formatie, bedoeld in de artikelen 7, 11, 13, 13*a* en 22*b* wordt opnieuw berekend indien het verschil tussen
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar, en
b. het aantal leerlingen, bedoeld bij de factor B in artikel 7, tweede lid, gelijk is aan of groter is dan de kleinste factor N, bedoeld in de tabel in artikel 14 die op de school van toepassing is.
b. het aantal leerlingen, bedoeld bij de factor B onder 1 in artikel 7, tweede lid, gelijk is aan of groter is dan de kleinste factor N, bedoeld in de tabel in artikel 14 die op de school van toepassing is.
**2.**
Indien in het voorafgaande schooljaar toepassing is gegeven aan artikel 9, wordt in afwijking van het eerste lid de formatie, bedoeld in de artikelen 7, 11, 13, 13a en 22b , opnieuw berekend indien het verschil tussen
Indien in het voorafgaande schooljaar toepassing is gegeven aan artikel 9, wordt in afwijking van het eerste lid de formatie, bedoeld in de artikelen 7, 11, 13, 13*a* en 22*b*, opnieuw berekend indien het verschil tussen
a. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar, en
b. het aantal leerlingen op 16 januari van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan de kleinste factor N, bedoeld in de tabel in artikel 14, die op de school van toepassing is.
@ -151,7 +156,7 @@ b. het aantal leerlingen op 16 januari van het voorafgaande schooljaar gelijk is
**1.**
De formatie, bedoeld in de artikelen 7, 11, 13, 13*a* en 22*b*, wordt opnieuw berekend indien het verschil tussen
Onverminderd artikel 7, vierde lid, wordt de formatie, bedoeld in de artikelen 7, 11, 13, 13a en 22b, opnieuw berekend indien het verschil tussen
a. het aantal leerlingen op 16 januari van het schooljaar, en
b. het aantal leerlingen op 1 oktober van het schooljaar onderscheidenlijk het aantal leerlingen op de teldatum die op grond van artikel 118, tweede lid, van de wet van toepassing is,
@ -164,23 +169,25 @@ gelijk is aan of groter is dan de helft van de kleinste factor N, bedoeld in de
**1.** Tenzij Onze Minister anders beslist, wordt ten behoeve van een nieuwe school acht weken voor de opening van de school 1 formatieplaats voor de directeur en, afhankelijk van het aantal te verwachten leerlingen, bedoeld bij de factor B in artikel 7, tweede lid, formatie voor de overige leden van de commissie van onderzoek, bedoeld in artikel 41 tweede lid, van de wet, voor een psychologisch assistent en voor een administratief medewerker toegekend. Indien sprake is van een nieuwe afdeling, wordt geen formatieplaats voor een directeur toegekend.
**2.** De formatieplaats voor de directeur, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in 265 formatierekeneenheden.
**2.** De formatieplaats voor de directeur, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in 251 formatierekeneenheden.
### Artikel 11
**1.** Voor zover het een school betreft waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid onderdeel a tot en met c, f en h, j, k, m en n, van de wet wordt de formatie ten behoeve van de ambulante begeleiding toegekend volgens het tweede en derde lid.
**1.** Voor zover het een school betreft waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid onderdeel a tot en met c, f en h, j, k, m en n, van de wet wordt de formatie ten behoeve van de ambulante begeleiding in verband met terugplaatsing toegekend volgens het tweede en derde lid.
**2.** De formatie van een school ten behoeve van de ambulante begeleiding wordt berekend aan de hand van de formule H =J * K.
**2.** De formatie van een school ten behoeve van de ambulante begeleiding in verband met terugplaatsing wordt berekend aan de hand van de formule H =J * K.
**3.**
In de formule, bedoeld in het tweede lid, is:
H het aantal minuten per week, afgerond op een veelvoud van 60 minuten;
H het aantal formatierekeneenheden;
J het aantal leerlingen op de teldatum voor wie de school ingevolge artikel 14, eerste tot en met zevende lid, en artikel 16 van het Onderwijskundig besluit WEC aanspraak kan maken op ambulante begeleiding;
J het aantal leerlingen op de teldatum dat in het direct daaraan voorafgaande schooljaar was toegelaten tot een school, niet zijnde een instelling, en dat zonder dat voor hen nog een leerlinggebonden budget beschikbaar is, is teruggeplaatst naar een basisschool als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onder a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
K het aantal minuten per week per ambulant begeleide leerling, bedoeld in artikel 17.
K het aantal formatierekeneenheden per ambulant begeleide leerling, bedoeld in artikel 17.
**4.** De uitkomst van de formule, bedoeld in het tweede lid, wordt afgerond.
### Artikel 11a
@ -188,56 +195,39 @@ Vervallen
### Artikel 12
**1.**
Voor de toepassing van de artikelen 13, 13a en 18 worden de volgende groepen onderwijsondersteunend personeel onderscheiden:
Voor de toepassing van de artikelen 13 en 18 worden de volgende categorieën onderwijsondersteunend personeel onderscheiden:
a. administratief medewerker,
b. conciërge,
c. creatieve therapeut,
d. ergotherapeut,
e. speltherapeut,
f. fysiotherapeut,
g. logopedist,
h. maatschappelijk deskundige,
i. orthopedagoog,
j. psycholoog,
k. psychologisch assistent,
l. medisch specialist,
m. audioloog,
n. klassenassistent,
o. akoepedist, en
p. instructeur mobiliteit.
**2.** Voor de toepassing van artikel 13a wordt als categorie van het onderwijsondersteunend personeel onderscheiden: de technicus.
groep a: administratief medewerker, psychologisch assistent, klassenassistent;
groep b: conciërge;
groep c: creatieve therapeut, ergotherapeut, speltherapeut, fysiotherapeut, logopedist, maatschappelijk deskundige, akoepedist, schoolverpleegkundige, instructeur mobiliteit;
groep d: orthopedagoog, psycholoog, medisch specialist, audioloog;
groep e: technicus.
### Artikel 13
**1.** De formatie van een school met betrekking tot het onderwijsondersteunend personeel wordt per categorie, genoemd in artikel 12, eerste lid, berekend aan de hand van de formule I' = B * P, afgerond op een veelvoud van 15 minuten. De omvang van de gehele formatie van een school met betrekking tot het onderwijsondersteunend personeel, genoemd in artikel 12, eerste lid, wordt berekend aan de hand van de formule I = de som van de afzonderlijke I'.
**1.** De formatie van een school met betrekking tot het onderwijsondersteunend personeel wordt per groep, bedoeld in artikel 12, groep a tot en met d, berekend aan de hand van de formule I' = B * P, afgerond op een veelvoud van 15 minuten. De omvang van de gehele formatie van een school met betrekking tot het onderwijsondersteunend personeel, genoemd in artikel 12, groep a tot en met d, wordt berekend aan de hand van de formule I = de som van de afzonderlijke I'.
**2.**
In de formules, bedoeld in het eerste lid, is:
I de formatie van de school ten behoeve van het onderwijsondersteunend personeel, genoemd in artikel 12, eerste lid;
I de formatie van de school ten behoeve van het onderwijsondersteunend personeel, genoemd in artikel 12, groep a tot en met d;
I' de formatie per categorie onderwijsondersteunend personeel, genoemd in artikel 12, eerste lid, uitgedrukt in minuten en per school afgerond op een veelvoud van 15 minuten;
I' de formatie per groep onderwijsondersteunend personeel, genoemd in artikel 12, groep a tot en met d, uitgedrukt in minuten en per school afgerond op een veelvoud van 15 minuten;
B het aantal leerlingen op de teldatum;
B 1. het aantal leerlingen op de teldatum en 2. het aantal leerlingen dat bepalend is voor de formatie ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling als bedoeld in artikel 117, achtste lid, van de wet;
P het aantal minuten per week dat per categorie onderwijsondersteunend personeel voor de desbetreffende schoolsoort en onderwijsvorm per leerling is aangegeven in artikel 18.
P het aantal minuten per week dat per groep onderwijsondersteunend personeel voor de desbetreffende schoolsoort en onderwijsvorm per leerling is aangegeven in artikel 18.
**3.** Bij de berekening van de formatie, bedoeld in het eerste lid, kan het aantal minuten voor de categorie conciërge van het onderwijsondersteunend personeel voor een school niet meer bedragen dan 3600.
**3.** Bij de berekening van de formatie, bedoeld in het eerste lid, kan het aantal minuten voor groep b van het onderwijsondersteunend personeel voor een school niet meer bedragen dan 3600.
**4.** Met betrekking tot de scholen genoemd in artikel 18, eerste lid onderdeel *a* tot en met *c*, *h* en *m*, wordt voor de vaststelling van de omvang van de formatie met betrekking tot de categorie klasse-assistent van het onderwijsondersteunend personeel in afwijking van de factor B in het tweede lid uitgegaan van het aantal leerlingen dat op 31 december van het voorafgaande schooljaar jonger is dan 8 jaar.
**4.** Een leerling die is toegelaten op basis van formatie die is toegekend ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling wordt niet meegeteld als leerling op een teldatum.
**5.** Indien artikel 8, eerste en tweede lid, of artikel 9 toepassing vindt, wordt met betrekking tot de scholen, bedoeld in het vierde lid, in afwijking van de factor B in het tweede lid uitgegaan van het aantal leerlingen dat op 31 december van het desbetreffende schooljaar jonger is dan 8 jaar.
**6.** De formatie met betrekking tot de categorieën medisch specialist en audioloog van het onderwijsondersteunend personeel wordt verminderd voor zover anders dan op grond van artikel 131 en artikel 133 tot en met 141 van de wet vergoeding voor dit personeel kan worden verkregen.
**5.** De formatie met betrekking tot de groep d van het onderwijsondersteunend personeel wordt verminderd voor zover anders dan op grond van artikel 131 en artikel 133 tot en met 141 van de wet vergoeding voor dit personeel kan worden verkregen.
### Artikel 13a
**1.** Ten behoeve van een school waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *a*, *b*, *f* en *n*, van de wet en een afdeling waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *n*, van de wet wordt formatie voor de categorie technicus van het onderwijsondersteunend personeel toegekend. Onder een school als bedoeld in de eerste volzin wordt niet begrepen een aan deze school verbonden afdeling, tenzij het een afdeling betreft waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *n*, van de wet.
**1.** Ten behoeve van een school waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *a*, *b*, *f* en *n*, van de wet en een afdeling waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *n*, van de wet wordt formatie voor groep e van het onderwijsondersteunend personeel toegekend. Onder een school als bedoeld in de eerste volzin wordt niet begrepen een aan deze school verbonden afdeling, tenzij het een afdeling betreft waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *n*, van de wet.
**2.**
@ -246,17 +236,15 @@ Voor de berekening van de formatie, bedoeld in het eerste lid, en het aantal lee
a. een school als bedoeld in het eerste lid waar zowel speciaal onderwijs als voortgezet speciaal onderwijs in de desbetreffende onderwijssoorten wordt gegeven;
b. een school als bedoeld in het eerste lid met een daaraan verbonden afdeling waar onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *n*, van de wet.
**3.** Indien het aantal leerlingen op de school op de teldatum kleiner is dan of gelijk is aan 120 bedraagt de in het eerste lid bedoelde formatie 1200 minuten per schooljaar, en indien het aantal leerlingen op de school op de teldatum groter is dan 120 bedraagt deze formatie 2400 minuten per schooljaar.
**3.** Onder het aantal leerlingen worden tevens begrepen de leerlingen die tot de school zijn toegelaten op basis van formatie die is toegekend ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling.
**4.** Indien het aantal leerlingen op de school op de teldatum kleiner is dan of gelijk is aan 120 bedraagt de in het eerste lid bedoelde formatie 1200 minuten per schooljaar, en indien het aantal leerlingen op de school op de teldatum groter is dan 120 bedraagt deze formatie 2400 minuten per schooljaar.
### Paragraaf 3. Tabellen scholen
### Artikel 14
* C = aantal minuten per week per leerling voor groepsonderwijs.
* E = aantal minuten per week per leerling voor vakonderwijs.
* D = aantal minuten per week per leerling voor groepsonderwijs of vakonderwijs.
De formatie groeps- en vakonderwijs tezamen wordt berekend volgens de hierna volgende tabel, waarbij de getallen het aantal minuten per week per leerling aangeven:
### Artikel 15
@ -284,9 +272,10 @@ School voor speciaal onderwijs of school voor voortgezet speciaal onderwijs:
| Q | Aantal formatierekeneenheden |
| --- | --- |
| < 12 | 65 |
| 12 <= Q < 24 | 98 |
| Q >= 24 | 171 |
| < 12 | 56 |
| 12<= Q < 24 | 73 |
| 24<= Q < 42 | 145 |
| Q >= 42 | 151 |
**4.**
@ -294,15 +283,19 @@ School voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs:
| Q | en | Ba | en | Qa | Aantal formatierekeneenheden |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Q < 12 | en | Ba < 42 | en | Qa < 12 | 65 |
| 12 < = Q < 24 | en | Ba < 42 | en | Qa < 12 | 98 |
| Q < 24 | en | Ba < 42 | en | Qa > = 12 | 98 |
| Q < 24 | en | Ba > = 42 | en | Qa < 12 | 98 |
| Q < 24 | en | Ba > = 42 | en | Qa > = 12 | 131 |
| Q > = 24 | en | Ba < 42 | en | Qa < 12 | 171 |
| Q > = 24 | en | Ba > = 42 | en | Qa < 12 | 171 |
| Q > = 24 | en | Ba < 42 | en | Qa > = 12 | 171 |
| Q > = 24 | en | Ba > = 42 | en | Qa > 12 | 236 |
| Q<12 | en | Ba<42 | en | Qa<12 | 56 |
| 12<=Q<24 | en | Ba<42 | en | Qa<12 | 73 |
| 12<=Q<24 | en | Ba<42 | en | Qa>=12 | 73 |
| 12<=Q<24 | en | Ba>=42 | en | Qa<12 | 73 |
| 12<=Q<24 | en | Ba>=42 | en | Qa>=12 | 90 |
| 24<=Q<42 | en | Ba<42 | en | Qa<12 | 145 |
| 24<=Q<42 | en | Ba>=42 | en | Qa<12 | 145 |
| 24<=Q<42 | en | Ba<42 | en | Qa>=12 | 145 |
| Q>=42 | en | Ba<42 | en | Qa<12 | 151 |
| Q>=42 | en | Ba>=42 | en | Qa<12 | 151 |
| Q>=42 | en | Ba<42 | en | Qa>=12 | 151 |
| 24<=Q<42 | en | Ba>=42 | en | Qa>=12 | 201 |
| Q>=42 | en | Ba>=42 | en | Qa>=12 | 207 |
**5.**
@ -310,53 +303,58 @@ In het schema, bedoeld in het derde en vierde lid, is:
Q het totale aantal formatieplaatsen voor onderwijzend personeel en schoolleiding, en voor onderwijsondersteunend personeel, berekend aan de hand van de formule
Q = (B * C + B * D + B * E + F + G + H + I + Ia) : 2400, afgerond naar boven;
Q = (B * C + B * D + F + G + H + I + Ia) : 2400, afgerond naar boven;
Ba het aantal leerlingen dat voortgezet speciaal onderwijs volgt;
Qa het totaal aantal formatieplaatsen voor onderwijzend personeel en schoolleiding, en voor onderwijsondersteunend personeel voor het speciaal onderwijs, berekend aan de hand van de formule
Qa = (B * C + B * E + F + G + H + I + Ia): 2400, afgerond naar boven.
Qa = (B * C + F + G + H + I + Ia): 2400, afgerond naar boven.
### Artikel 17
### Artikel 18
a = administratief medewerker
**1.**
b = conciërge
De formatie onderwijsondersteunend personeel wordt berekend volgens de hierna volgende tabel, waarbij de getallen het aantal minuten per week per leerling aangeven en waarbij de groepen verwijzen naar de groepen onderwijsondersteunend personeel, bedoeld in artikel 12.
c = creatieve therapeut,
| onderwijssoort | groep a leerlingen jonger dan 8 jaar * | groep a leerlingen 8 jaar en ouder * | groep b | groep c | groep d |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 1. Onderwijs aan een school voor speciaal onderwijs aan: | | | | | |
| a. dove kinderen | 365,75 | 33,75 | 36 | 3,25 | 19,62 |
| b. slechthorende kinderen | 235,75 | 17,75 | 18 | 56,25 | 16,87 |
| c. kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen | 235,75 | 17,75 | 18 | 56,25 | 16,87 |
| f. lichamelijk gehandicapte kinderen | 259 | 259 | 18 | 154,5 | 11,37 |
| h1°. langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap | 309 | 11 | 17 | 97,75 | 8,12 |
| h2°. langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap | 175 | 21 | 22 | 51 | 13 |
| j. zeer moeilijk lerende kinderen | 154 | 154 | 18 | 15,5 | 6,0 |
| k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | 175 | 21 | 22 | 51 | 13 |
| m. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | 175 | 21 | 22 | 51 | 13 |
| n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: | | | | | |
| a + j | 365,75 | 138,75 | 36 | 15,25 | 19,62 |
| b + j | 237,75 | 71,75 | 31 | 68,25 | 16,87 |
| f + j | 390 | 390 | 31 | 154,5 | 11,37 |
| | | | | | |
| 2. Onderwijs aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs aan: | | | | | |
| a. dove kinderen | | 23,25 | 36 | 3,5 | 16,62 |
| b. slechthorende kinderen | | 19,5 | 31 | 48,5 | 14,37 |
| f. lichamelijk gehandicapte kinderen | | 195,75 | 31 | 146,75 | 9,12 |
| h1°. langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap | | 19,5 | 31 | 54,25 | 8,37 |
| h2°. langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap | | 20,25 | 31 | 34 | 8 |
| j. zeer moeilijk lerende kinderen | | 112,75 | 18 | 16 | 6,50 |
| k. zeer moeilijk opvoedbare kinderen | | 20,25 | 31 | 34 | 8 |
| m. kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten | | 20,25 | 31 | 34 | 8 |
| n. meervoudig gehandicapte kinderen met de combinatie: | | | | | |
| a + j | | 34,5 | 36 | 15,75 | 20,12 |
| b + j | | 50,25 | 31 | 60,5 | 16,62 |
| f + j | | 398,25 | 31 | 146,75 | 10,62 |
d = ergotherapeut,
e = speltherapeut
f = fysiotherapeut,
g = logopedist,
h = maatschappelijk deskundige,
i = orthopedagoog,
j = psycholoog,
k = psychologisch assistent,
l = medisch specialist,
m = audioloog,
n = klassenassistent,
o = akoepedist,
p = instructeur mobiliteit.
**2.** Voor leerlingen die tot de school zijn toegelaten op basis van formatie die is toegekend ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling en die op 31 december van het voorafgaande schooljaar jonger zijn dan 8 jaar wordt formatie toegekend ter grootte van het verschil tussen de in het eerste lid aangegeven formatie in de kolom «groep a leerlingen 8 jaar en ouder» en de kolom «groep a leerlingen jonger dan 8 jaar».
### Artikel 19
Onze Minister stelt bij beschikking de tabellen vast, genoemd in de artikelen 14 en 18, ten behoeve van de formatie voor een school voor meervoudig gehandicapte kinderen.
Indien een leerling, die toelaatbaar is verklaard tot een andere onderwijssoort binnen het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de wet dan de onderwijssoort die door de school wordt verzorgd, bij de school is ingeschreven met toepassing van artikel 76a van de wet, wordt met betrekking tot die leerling voor de berekening van de formatie uitgegaan van het aantal formatierekeneenheden dan wel minuten dat is vermeld achter de onderwijssoort waarvoor die leerling toelaatbaar is verklaard.
### Paragraaf 4. Opslagen scholen
@ -405,15 +403,26 @@ Vervallen
### Artikel 22b
Voor de bestrijding van onderwijsachterstanden wordt voor leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond een aantal minuten formatie berekend aan de hand van het schema:
**1.** Voor de bestrijding van onderwijsachterstanden wordt voor leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond een aantal minuten formatie berekend aan de hand van het schema:
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder leerling tevens verstaan de leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond die is toegelaten op basis van formatie die is toegekend ten behoeve van leerlingen uit een residentiële instelling.
### Paragraaf 6. Omrekening minuten en uren in formatierekeneenheden bij scholen
### Artikel 23
**1.** Voor de omrekening in formatierekeneenheden van de formatie voor onderwijzend personeel en schoolleiding en de formatie voor speciale doeleinden, wordt het aantal minuten formatie gedeeld door 2400 en wordt de uitkomst daarvan vermenigvuldigd met 200.
**1.** Voor de omrekening in formatierekeneenheden van de formatie voor onderwijzend personeel en schoolleiding en de formatie voor speciale doeleinden, wordt het aantal minuten formatie gedeeld door 2400 en wordt de uitkomst daarvan vermenigvuldigd met 195.
**2.** Voor de omrekening in formatierekeneenheden van de formatie voor onderwijsondersteunend personeel wordt het aantal minuten formatie gedeeld door 2400 en wordt de uitkomst daarvan vermenigvuldigd met het getal, behorend bij de desbetreffende categorie, opgenomen in de tabel in artikel 24, derde lid, onderdeel *b*. In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin is voor de administratief medewerker met een functie, waarbij de maximumschaal 3 behoort alsmede voor de klassenassistent met een functie, waarbij de maximumschaal 3 behoort, het getal 144.
**2.**
Voor de omrekening in formatierekeneenheden van de formatie voor onderwijsondersteunend personeel wordt het aantal minuten formatie gedeeld door 2400 en wordt de uitkomst daarvan vermenigvuldigd met het getal, behorend bij de desbetreffende groep, volgens de volgende tabel:
| groep a | 122 formatierekeneenheden |
| --- | --- |
| groep b | 117 formatierekeneenheden |
| groep c | 168 formatierekeneenheden |
| groep d | 227 formatierekeneenheden |
| groep e | 122 formatierekeneenheden. |
**3.** De uitkomst van de som van het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van het eerste en tweede lid wordt telkens afgerond.
@ -436,31 +445,32 @@ Verbruikstabel functies schoolleiding, onderwijsgevend en onderwijsondersteunend
| Functie (normbetrekking) | Maximumschaal behorend bij een functie *Maximumschaal als bedoeld in artikel I-P1 onderdeel d van hoofdstuk I-P van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Stb. 1985, 110). | Verbruik van formatierekeneenheden |
| --- | --- | --- |
| *a. schoolleiding en leraren* | | |
| 1. directeur | 11 | 265 |
| 2. directeur | 12 | 306 |
| 3. adjunct-directeur | 10 | 233 |
| 4. adjunct-directeur | 11 | 265 |
| 5. leraar | 10 | 200 |
| 6. leraar in opleiding | vast salarisbedrag | 81 |
| 1. directeur | 11 | 251 |
| 2. directeur | 12 | 284 |
| 3. adjunct-directeur | 10 | 212 |
| 4. adjunct-directeur | 11 | 251 |
| 5. leraar | 10 | 195 |
| 6. leraar in opleiding | vast salarisbedrag | 75 |
| | | |
| *b. onderwijsondersteunend personeel* | | |
| 1. administratief medewerker | 3 | 137 |
| 1a. administratief medewerker | 4 | 144 |
| 2. psychologisch assistent | 4 | 144 |
| 3. conciërge | 3 | 137 |
| 4. technisch assistent | 5 | 150 |
| 5. klassenassistent | 3 | 137 |
| 5a. klassenassistent | 4 | 144 |
| 6. instructeur mobiliteit | 7 | 172 |
| 7. speltherapeut/creatieve therapeur | 8 | 188 |
| 8. ergotherapeur | 8 | 188 |
| 9. fysiotherapeut | 8 | 188 |
| 10. logopedist/akoepedist | 8 | 188 |
| 11. maatschappelijk deskundige | 8 | 188 |
| 12. orthopedagoog/psycholoog | 11 | 265 |
| 13. audioloog | 11 | 265 |
| 14. medisch specialist | 13 | 326 |
| 15. technicus | 4 | 144 |
| 1. administratief medewerker | 3 | 117 |
| 1a. administratief medewerker | 4 | 122 |
| 2. psychologisch assistent | 4 | 122 |
| 3. conciërge | 3 | 117 |
| 4. technisch assistent | 5 | 128 |
| 5. klassenassistent | 3 | 117 |
| 5a. klassenassistent | 4 | 122 |
| 6. instructeur mobiliteit | 7 | 147 |
| 7. speltherapeut/creatieve therapeur | 8 | 168 |
| 8. ergotherapeur | 8 | 168 |
| 9. fysiotherapeut | 8 | 168 |
| 10. logopedist/akoepedist | 8 | 168 |
| 11. maatschappelijk deskundige | 8 | 168 |
| 12. orthopedagoog/psycholoog | 11 | 227 |
| 13. audioloog | 11 | 227 |
| 14. medisch specialist | 13 | 297 |
| 15. technicus | 4 | 122 |
| 16. schoolverpleegkundige | 7 | 147 |
**4.** Bij het opnemen van andere functies in de formatie van de school dan genoemd in de tabel in het derde lid, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de tabel in artikel 112 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van toepassing is.
@ -468,7 +478,7 @@ Verbruikstabel functies schoolleiding, onderwijsgevend en onderwijsondersteunend
### Artikel 24a
Wijziging in de besteding van de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie mag niet leiden tot kosten van uitkeringen krachtens het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Wijziging in de besteding van de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie mag niet leiden tot kosten van werkloosheidsuitkeringen.
### Artikel 24b
@ -476,15 +486,15 @@ Indien het verbruik van het aantal formatierekeneenheden in een maand afwijkt va
### Artikel 25
**1.** Het bevoegd gezag van een school kan telkens voor de periode van een schooljaar van het beschikbare formatiebudget formatierekeneenheden overdragen aan een andere school, een instelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin, van de wet, een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs, een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag.
**1.** Het bevoegd gezag van een school dan wel een regionaal expertisecentrum kan telkens voor de periode van een schooljaar van het beschikbare formatiebudget formatierekeneenheden overdragen aan een andere school, een instelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin, van de wet, een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag dan wel een regionaal expertisecentrum waarbij het bevoegd gezag van de school is aangesloten.
**2.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, delen het bevoegd gezag van de overdragende school en dat van de ontvangende school of de ontvangende instelling als bedoeld in het eerste lid deze overdracht en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor 15 mei voorafgaand aan het desbetreffende schooljaar mee aan Onze Minister. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober en voor 1 februari van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die data aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen.
**2.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, delen het bevoegd gezag van de overdragende school dan wel het overdragend regionaal expertisecentrum en dat van de ontvangende school of de ontvangende instelling als bedoeld in het eerste lid deze overdracht en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor 15 mei voorafgaand aan het desbetreffende schooljaar mee aan Onze Minister. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober en voor 1 februari van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die data aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen.
**3.** Indien het bevoegd gezag van een school ingevolge artikel 8 op 1 januari van een schooljaar aanspraak kan maken op verhoging van de formatie, kan het bevoegd gezag in afwijking van het eerste lid voor de periode van 1 januari tot en met 31 juli van het desbetreffende schooljaar de toename in formatierekeneenheden overdragen aan een andere school, een instelling als bedoeld in het eerste lid, een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs, een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag.
**3.** Indien het bevoegd gezag van een school ingevolge artikel 8 op 1 januari van een schooljaar aanspraak kan maken op verhoging van de formatie, kan het bevoegd gezag in afwijking van het eerste lid voor de periode van 1 januari tot en met 31 juli van het desbetreffende schooljaar de toename in formatierekeneenheden overdragen aan een andere school, een instelling als bedoeld in het eerste lid, een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag dan wel een regionaal expertisecentrum waarbij het bevoegd gezag van de school is aangesloten.
**4.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het derde lid plaatsvindt, delen het bevoegd gezag van de overdragende school en dat van de ontvangende school of de ontvangende instelling als bedoeld in het eerste lid deze overdracht en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor 1 november van het desbetreffende schooljaar mee aan Onze Minister.
**4.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het derde lid plaatsvindt, delen het bevoegd gezag van de overdragende school dan wel overdragend regionaal expertisecentrum en dat van de ontvangende school of de ontvangende instelling als bedoeld in het eerste lid dan wel ontvangend regionaal expertisecentrum deze overdracht en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor 1 november van het desbetreffende schooljaar mee aan Onze Minister.
**5.** Overdracht van formatierekeneenheden mag niet leiden tot kosten van ontslaguitkeringen krachtens het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel.
**5.** Overdracht van formatierekeneenheden mag niet leiden tot kosten van werkloosheidsuitkeringen.
### Artikel 26
@ -499,7 +509,7 @@ d. het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor de bekostiging van de verv
In dat geval keert Onze Minister aan het bevoegd gezag van de school een bedrag uit dat overeenkomt met de geldswaarde van de gedurende het schooljaar niet verbruikte formatierekeneenheden.
**2.** Het verzilveren van formatierekeneenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, mag niet leiden tot kosten van ontslaguitkeringen krachtens het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel.
**2.** Het verzilveren van formatierekeneenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, mag niet leiden tot kosten van werkloosheidsuitkeringen.
**3.** Het bevoegd gezag neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid voor 15 mei voorafgaande aan het desbetreffende schooljaar en deelt dit voor die datum mee aan Onze Minister. Bij die mededeling wordt tevens vermeld, hoeveel formatierekeneenheden het betreft. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober en voor 1 februari van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die data aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden verzilverd, met dien verstande dat deze nadere beslissingen niet kunnen inhouden dat minder formatierekeneenheden worden verzilverd dan voor 15 mei of voor 1 oktober aan Onze Minister is meegedeeld.
@ -509,6 +519,8 @@ In dat geval keert Onze Minister aan het bevoegd gezag van de school een bedrag
**6.** De geldswaarde van de formatierekeneenheden voor speciale doeleinden die zijn verzilverd, wordt besteed aan de speciale doeleinden waarvoor die rekeneenheden waren bestemd.
**7.** Het tweede en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een regionaal expertisecentrum dat beslist minder formatierekeneenheden te besteden dan mogelijk zou zijn op grond van het aan het regionaal expertisecentrum overgedragen aantal formatierekeneenheden.
### Paragraaf 7a. Formatie instellingen
### Artikel 26a
@ -527,11 +539,11 @@ A de formatie, uitgedrukt in minuten en afgerond op een veelvoud van 480 minuten
B het aantal leerlingen op de teldatum.
**3.** Voor de omrekening in formatierekeneenheden van de formatie berekend op grond van het eerste en tweede lid wordt het aantal minuten formatie gedeeld door 2400 en wordt de uitkomst daarvan vermenigvuldigd met 200.
**3.** Voor de omrekening in formatierekeneenheden van de formatie berekend op grond van het eerste en tweede lid wordt het aantal minuten formatie gedeeld door 2400 en wordt de uitkomst daarvan vermenigvuldigd met 195.
### Artikel 26b
Acht weken voor de opening van een nieuwe instelling worden ten behoeve van de werkzaamheden voor de start van de instelling 1.025 formatierekeneenheden toegekend.
Acht weken voor de opening van een nieuwe instelling worden ten behoeve van de werkzaamheden voor de start van de instelling 975 formatierekeneenheden toegekend.
### Artikel 26c
@ -539,7 +551,7 @@ De artikelen 24, 24*a* en 24*b* zijn van overeenkomstige toepassing op instellin
### Artikel 26d
**1.** Van de voor de instelling op grond van artikel 26*a* van dit besluit en artikel 117, vijfde lid, van de wet, beschikbare formatierekeneenheden, kan het bevoegd gezag van een instelling telkens voor de periode van een schooljaar formatierekeneenheden overdragen aan een school, een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs, een andere instelling” of een basisschool van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag.
**1.** Van de voor de instelling op grond van artikel 26a van dit besluit en artikel 117, vijfde lid, van de wet, beschikbare formatierekeneenheden, kan het bevoegd gezag van een instelling telkens voor de periode van een schooljaar formatierekeneenheden overdragen aan een school, een andere instelling, of een basisschool van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag.
**2.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, delen het bevoegd gezag van de overdragende instelling en dat van de ontvangende school of instelling deze overdracht en het aantal formatierekeneenheden dat het betreft voor 15 mei voorafgaand aan het desbetreffende schooljaar mee aan Onze Minister. Het bevoegd gezag van de overdragende instelling kan voor 1 oktober en voor 1 februari van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die data aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen.