2023-12-31 | BWBR0049111 | Wet minimumbelasting 2024
This commit is contained in:
parent
7203f8488b
commit
217e131c90
1 changed files with 43 additions and 0 deletions
|
|
@ -262,6 +262,16 @@ c. geen belastingverdrag tussen die staten van toepassing is.
|
|||
|
||||
**13.** Voor de toepassing van deze wet wordt onder de vestigingsplaats van een groepsentiteit mede begrepen de plaats waar een vaste inrichting is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.4
|
||||
|
||||
**1.** Indien de financiële verslaggeving van een groepsentiteit is opgesteld in een functionele valuta die afwijkt van de presentatievaluta van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit, worden voor de toepassing van de hoofdstukken 6 en 7 de bedragen die zijn uitgedrukt in de functionele valuta omgerekend naar de presentatievaluta op basis van de valutaconversieprincipes van de geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard die worden gebruikt bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de verschuldigde bijheffing, bedoeld in de artikelen 3.2, eerste lid, 4.2, eerste en vierde lid, en 5.2, eerste lid, is berekend in een andere valuta dan de euro, wordt deze omgerekend naar de euro tegen de referentiewisselkoers die is vastgesteld door de Europese Centrale Bank op de laatste dag van het verslagjaar waarover de bijheffing is verschuldigd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit niet is opgesteld in euro’s, worden voor de toepassing van de definitie van materiële concurrentieverstoring in artikel 1.2, eerste lid, alsmede voor de toepassing van de drempelbedragen in de artikelen 2.1, 6.1, tweede lid, onderdeel c, 6.2, tweede lid, onderdeel f, onder 2°, 7.6, derde lid, 7.8, 8.7, eerste lid, 8.8, eerste, tweede en vijfde lid, 9.1, eerste tot en met derde lid, en 14.2, zesde lid, onderdeel b, de daarvoor van belang zijnde bedragen in de geconsolideerde jaarrekening omgerekend naar de euro.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het derde lid worden de bedragen omgerekend tegen de gemiddelde referentiewisselkoers die is vastgesteld door de Europese Centrale Bank voor de maand december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan de aanvang van het verslagjaar.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Reikwijdte
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1
|
||||
|
|
@ -1652,6 +1662,16 @@ c. alle informatie die nodig is voor de toepassing van een kwalificerende binnen
|
|||
|
||||
**7.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overgangsjaar voor een staat verstaan: het eerste verslagjaar waarin een multinationale groep met betrekking tot die staat regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2523 of van de OESO-modelregels dient toe te passen, of het eerste verslagjaar waarin een binnenlandse groep voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 2.1.
|
||||
|
||||
### Artikel 14.1a
|
||||
|
||||
Niettegenstaande artikel 14.1, wordt voor de berekening van de binnenlandse bijheffing, bedoeld in artikel 3.2, vanaf het eerste verslagjaar waarin een multinationale groep met betrekking tot de in Nederland gevestigde groepsentiteiten regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2523, niet zijnde deze wet, of van de OESO-modelregels dient toe te passen (het nieuwe overgangsjaar):
|
||||
|
||||
a. het bedrag aan voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave bij aanvang van het nieuwe overgangsjaar voor de toepassing van de artikelen 7.2, vijfde en zesde lid, en 8.2a verminderd tot nihil;
|
||||
b. het bedrag aan passieve belastinglatenties die betrekking hebben op de periode voorafgaand aan het nieuwe overgangsjaar niet teruggenomen in de zin van artikel 7.3, zevende lid;
|
||||
c. voor de toepassing van artikel 7.4 een fictieve actieve belastinglatentie die is opgekomen voorafgaand aan het nieuwe overgangsjaar niet in aanmerking genomen;
|
||||
d. artikel 14.1, eerste lid, bij aanvang van het nieuwe overgangsjaar opnieuw toegepast en worden de eerder in aanmerking genomen actieve en passieve latenties buiten beschouwing gelaten; en
|
||||
e. artikel 14.1, tweede lid, toegepast op transacties die na 30 november 2021 en voor de aanvang van het nieuwe overgangsjaar hebben plaatsgevonden, met dien verstande dat de binnenlandse bijheffing die is verschuldigd door de toepassing van artikel 7.2, vijfde en zesde lid, met betrekking tot een actieve belastinglatentie die toerekenbaar is aan een verlies, die actieve belastinglatentie wordt aangemerkt als een bestanddeel dat op de voet van hoofdstuk 6 in aanmerking wordt genomen bij de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies.
|
||||
|
||||
### Artikel 14.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1714,6 +1734,29 @@ b. de periode van vijf verslagjaren, bedoeld in het vijfde lid, aanvangt op 31
|
|||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overgangsjaar verstaan: het overgangsjaar voor Nederland in de zin van artikel 14.1, zesde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 14.4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien het overgangsjaar eindigt vóór 31 december 2024 of het verslagjaar eindigt vóór 31 maart 2025:
|
||||
|
||||
a. worden, in afwijking van artikel 13.1, zevende lid, en artikel 14.3, derde lid, de bijheffing-informatieaangifte en de kennisgeving met betrekking tot dat overgangsjaar of verslagjaar vóór 1 juli 2026 ingediend;
|
||||
b. verstrijkt de termijn voor het doen van aangifte, in afwijking van artikel 10, tweede lid, eerste zin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 11.1, tweede lid, en 14.3, eerste lid, niet eerder dan 1 september 2026;
|
||||
c. is de belastingplichtige, in afwijking van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 11.1, derde lid, en 14.3, tweede lid, gehouden vóór 1 september 2026 de belasting over dat overgangsjaar of verslagjaar overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen;
|
||||
d. vervalt de bevoegdheid tot naheffing, in afwijking van artikel 20, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 11.2, eerste en tweede lid, op 1 augustus 2031;
|
||||
e. vervalt de inlichtingenverplichting, bedoeld in artikel 12.2, eerste lid, in afwijking van artikel 12.2, derde en vierde lid, op 1 augustus 2031;
|
||||
f. vervalt, in afwijking van de artikelen 67c, derde lid, en 67f, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 12.3, tweede en derde lid, de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van die artikelen op 1 augustus 2031;
|
||||
g. vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een vergrijpboete, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, in afwijking van artikel 12.4, vierde en vijfde lid, op 1 augustus 2031.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van het overgangsjaar dat eindigt vóór 31 december 2024 of het verslagjaar dat eindigt vóór 31 maart 2025 is artikel 12.1 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 12.1, tweede, derde, vierde en zesde lid, voor «artikel 11.1, derde lid, dan wel artikel 14.3, tweede lid» wordt gelezen «artikel 14.1, eerste lid, onderdeel c,».
|
||||
|
||||
### Artikel 14.5
|
||||
|
||||
Ten aanzien van een verslagjaar dat aanvangt voor 1 januari 2029 en eindigt voor 1 juli 2030 kan de uiteindelijkemoederentiteit, de aangewezen lokale entiteit of de aangewezen informatieaangifte-indienende groepsentiteit in afwijking van artikel 13.1, vijfde lid, onderdeel c, onder 1°, kiezen om de bijheffing per staat te rapporteren, in plaats van per groepsentiteit, indien er in die staat:
|
||||
|
||||
a. geen minimumbelasting verschuldigd is; of
|
||||
b. geen toerekening van de minimumbelasting per groepsentiteit plaatsvindt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 15. Wijzigingen Wet minimumbelasting 2024
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 16. Wijziging
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue