diff --git a/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md b/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md index 43582098de5..5e431a58be9 100644 --- a/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md +++ b/wet/zeevaartbemanningswet/BWBR0009124/README.md @@ -24,7 +24,7 @@ c. vissersvaartuig: een Nederlands schip dat bestemd is of gebezigd wordt voor h d. zeilschip: een Nederlands schip dat bestemd en ingericht is om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen; e. pleziervaartuig: een Nederlands schip dat uitsluitend anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt; f. zeilvaart: de bedrijfsmatige vaart met zeilschepen op zee; -g. scheepslengte: tenzij anders bepaald, 96 procent van de totale lengte op een waterlijn op 85 procent van de kleinste holte gemeten vanaf de kiellijn, of de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot de hartlijn van de roerkoning op die waterlijn, indien deze lengte groter is; bij vissersvaartuigen die met een stuurlast ontworpen zijn, moet de waterlijn waarop deze lengte gemeten wordt, evenwijdig aan de ontwerplastlijn worden genomen; +g. lengte (L): tenzij anders bepaald, 96 procent van de totale lengte op een waterlijn op 85 procent van de kleinste holte gemeten vanaf de kiellijn, of de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot de hartlijn van de roerkoning op die waterlijn, indien deze lengte groter is; bij vissersvaartuigen die met een stuurlast ontworpen zijn, wordt de waterlijn waarop deze lengte gemeten wordt, evenwijdig aan de ontwerplastlijn genomen; h. kapitein: de gezagvoerder van een Nederlands schip; i. scheepsofficier: een lid van de bemanning, niet zijnde de kapitein, die aan boord van een Nederlands schip een functie als stuurman, werktuigkundige, maritiem officier, officier elektrotechniek of radio-operator vervult; j. opvarende: een ieder die zich gedurende de vaart aan boord van het schip bevindt; @@ -43,20 +43,25 @@ v. vervallen; w. bekwaamheidsbewijs: elk geldig document, niet zijnde een vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven aan een zeevarende, waarin wordt verklaard dat door deze wordt voldaan aan een of meer beroepsvereisten. x. bemanningsrichtlijn: richtlijn nr. 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (PbEU L 323); y. Maritiem Arbeidsverdrag: het op 23 februari 2006 in Genève tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (Trb. 2007, 93) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen en aanhangselen; -z. zeevarende: de natuurlijke persoon die in enige hoedanigheid werkzaamheden verricht aan boord van een schip; -aa. visser: een zeevarende werkzaam op een vissersvaartuig; +z. zeevarende: + +1°. de natuurlijke persoon die in enige hoedanigheid werkzaamheden verricht aan boord van een schip, niet zijnde een vissersvaartuig; of +2°. een visser; +aa. visser: een ieder die in enige hoedanigheid aan boord van een vissersvaartuig werkzaam is met uitzondering van loodsen, marinepersoneel, andere personen in dienst van een overheid, aan de wal gestationeerde personen, die aan boord werkzaamheden verrichten, en visserijwaarnemers; ab. certificaat maritieme arbeid: het certificaat, bedoeld in voorschrift 5.1.3, derde lid, van het Maritiem Arbeidsverdrag; ac. verklaring naleving maritieme arbeid: de verklaring, bedoeld in norm A 5.1.3, tiende lid, van het Maritiem Arbeidsverdrag, bestaande uit deel I en deel II; ad. internationale reis: een reis tussen twee verschillende landen of tussen havens in een ander land, waarbij een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen een buiten dat gebied zetelende regering verantwoordelijk is of waarvan de Verenigde Naties het besturend lichaam zijn, mede als een afzonderlijk land wordt aangemerkt, en waarbij een transatlantische reis tussen delen van het Koninkrijk met een internationale reis gelijk wordt gesteld; ae. IMO-nummer: het scheepsidentificatienummer, bedoeld in voorschrift XI-1/3 van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157); -af. *STCW-Verdrag:* het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144) en de bij dat verdrag behorende bindende bijlagen; -ag. *STCW-Code:* de Code inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van zeevarenden, behorend bij het STCW-Verdrag (Trb. 1996, 249); -ah. *SOLAS-verdrag:* het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen; -ai. *beveiligingstaak:* elke functie of werkzaamheid met betrekking tot de beveiliging aan boord van een schip, zoals omschreven in hoofdstuk XI-2 van het SOLAS-verdrag en in de bij resolutie 2 van de Conferentie van verdragsluitende regeringen die partij zijn bij het SOLAS-verdrag op 12 december 2002 aangenomen Internationale Code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (*International Ship and Port Facility Security Code*); -aj. *ervaring:* de diensttijd in maanden, in een bepaalde functie aan boord van in de vaart zijnde zeeschepen, gerekend met ingang van de dag van aanmonstering tot en met de dag van afmonstering; -ak. *GT:* de maateenheid brutotonnage waarin de totale inhoud van een schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122), wordt uitgedrukt; -al. *schipper:* de kapitein van een vissersvaartuig; -am. *Caribisch-Nederlands schip:* een schip dat op grond van de Vaartuigenwet 1930 BES is geregistreerd in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba. +af. STCW-Verdrag: het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144) en de bij dat verdrag behorende bindende bijlagen; +ag. STCW-Code: de Code inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van zeevarenden, behorend bij het STCW-Verdrag (Trb. 1996, 249); +ah. SOLAS-verdrag: het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen; +ai. beveiligingstaak: elke functie of werkzaamheid met betrekking tot de beveiliging aan boord van een schip, zoals omschreven in hoofdstuk XI-2 van het SOLAS-verdrag en in de bij resolutie 2 van de Conferentie van verdragsluitende regeringen die partij zijn bij het SOLAS-verdrag op 12 december 2002 aangenomen Internationale Code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (*International Ship and Port Facility Security Code*); +aj. ervaring: de diensttijd in maanden, in een bepaalde functie aan boord van in de vaart zijnde zeeschepen, gerekend met ingang van de dag van aanmonstering tot en met de dag van afmonstering; +ak. GT: de maateenheid brutotonnage waarin de totale inhoud van een schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122), wordt uitgedrukt; +al. schipper: de kapitein van een vissersvaartuig; +am. Caribisch-Nederlands schip: een schip dat op grond van de Vaartuigenwet 1930 BES is geregistreerd in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; +an. Verdrag betreffende werk in de visserijsector: het op 14 juni 2007 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende werk in de visserijsector (Trb. 2011, 152); +ao. visserij-arbeidscertificaat: document als bedoeld in artikel 41 van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector. **2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, categorieën van personen worden aangewezen die in afwijking van het eerste lid, onderdeel z, niet worden aangemerkt als zeevarenden. @@ -71,9 +76,8 @@ Deze wet is niet van toepassing ten aanzien van: a. schepen die uitsluitend varen op Nederlandse binnenwateren of wateren binnen, of dicht grenzend aan beschutte wateren of gebieden waar Nederlandse havenvoorschriften gelden; b. onbemande schepen die niet van middelen tot werktuiglijke voortstuwing zijn voorzien; c. oorlogsschepen en marinehulpschepen; -d. reddingsvaartuigen; -e. onoverdekte vissersvaartuigen die in de regel niet buiten het zicht van de Nederlandse kust worden gebracht, en -f. pleziervaartuigen. +d. reddingsvaartuigen; en +e. pleziervaartuigen. **3.** Het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 4B, en hoofdstuk 7, paragrafen 8 en 9, is niet van toepassing op niet commercieel gebruikte schepen. @@ -118,7 +122,7 @@ d. de medische geschiktheid. **5.** De kapitein zorgt ervoor dat de bemanning van het schip te allen tijde berekend is voor het verrichten van de werkzaamheden aan boord. -**6.** De kapitein zorgt ervoor dat het wachtpersoneel de beginselen van een veilige wacht in acht neemt, in overeenstemming met voorschrift VIII/2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag. +**6.** De kapitein zorgt ervoor dat het wachtpersoneel de beginselen van een veilige wacht in acht neemt in overeenstemming met voorschrift VIII/2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag dan wel, voor vissersvaartuigen, de voorschriften die voor het wacht houden op vissersvaartuigen zijn gesteld op grond van artikel 64. **7.** De kapitein organiseert de werkzaamheden en de wachtindeling zodanig dat het wachtpersoneel voldoende uitgerust en anderszins geschikt is om dienst te doen bij aanvang van de wacht. @@ -128,8 +132,6 @@ d. de medische geschiktheid. **10.** Toestemming van de kapitein is niet nodig voor het in een aanloophaven verlaten van het schip voor het, wanneer dit mogelijk is, onverwijld raadplegen van een arts of tandarts. -**11.** Het zesde en zevende lid zijn niet van toepassing op vissersvaartuigen. - ### Paragraaf 2. Bemanningscertificaat en bemanningsplan ### Artikel 5 @@ -341,7 +343,7 @@ b. de geldigheidsduur van het vaarbevoegdheidsbewijs, alsmede de wijze van eerst ### Artikel 19a -**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden aanvullende beroepsvereisten vastgesteld, anders dan die bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, voor de uitoefening van specifieke functies of werkzaamheden aan boord. Hieronder worden in ieder geval begrepen de trainingen, genoemd in de hoofdstukken V en VI van de bijlage bij het STCW-Verdrag. +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden aanvullende beroepsvereisten vastgesteld, anders dan die bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, voor de uitoefening van specifieke functies of werkzaamheden aan boord. Hieronder worden voor functies op schepen, waarop het STCW-Verdrag van toepassing is, in ieder geval begrepen de trainingen, genoemd in de hoofdstukken V en VI van de bijlage bij dat verdrag. **2.** Zeevarenden volgen voorafgaand aan hun tewerkstelling aan boord van een schip de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vereiste bijscholings- of herhalingstrainingen. @@ -491,7 +493,7 @@ Vervallen **3.** De kapitein vermeldt een weigering van toestemming aan een bemanningslid als bedoeld in artikel 4, negende lid, en de reden daarvoor in het scheepsdagboek en verstrekt desgevraagd aan het bemanningslid binnen twaalf uur een schriftelijke bevestiging daarvan. -**4.** De opvarenden zijn verplicht de bevelen van de kapitein na te komen die door de kapitein worden gegeven in het belang der veiligheid of tot handhaving van de orde, met inbegrip van de openbare orde. +**4.** De opvarenden zijn verplicht de bevelen van de kapitein op te volgen en de toepasselijke maatregelen inzake de veiligheid of de gezondheid in acht te nemen. **5.** Een schriftelijke bevestiging als bedoeld in het derde lid, behoeft niet te worden verstrekt aan een bemanningslid van een vissersvaartuig. @@ -584,7 +586,7 @@ e. het aantal buitenlandse studenten dat als stagiair is geplaatst, alsmede de n **1.** Aan boord van een schip is een monsterrol, die wordt opgemaakt, gewijzigd en ondertekend door de kapitein. -**2.** In de monsterrol worden ten minste de namen en functies opgenomen van de bemanningsleden die de functies vervullen, genoemd in het bemanningscertificaat, alsmede van de overige zeevarenden die door de scheepsbeheerder of de kapitein, met toepassing van respectievelijk artikel 4, eerste lid, of artikel 4, vijfde lid, naast de eerstbedoelde bemanningsleden aan boord zijn geplaatst. +**2.** In de monsterrol worden, onverminderd artikel 34, de namen en de functies opgenomen van alle zeevarenden die aan boord werkzaam zijn. **3.** De monsterrol heeft een geldigheidsduur van niet meer dan twaalf maanden. @@ -605,7 +607,7 @@ d. kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de Onze Minis ### Artikel 35 -**1.** De bemanningsleden, bedoeld in artikel 33, tweede lid, zijn in het bezit van een geldig monsterboekje. +**1.** De zeevarenden, bedoeld in artikel 33, tweede lid, zijn in het bezit van een geldig monsterboekje. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op bemanningsleden met een andere nationaliteit dan de Nederlandse, indien zij in het bezit zijn van een geldig monsterboekje dat ten minste in de Engelse taal is gesteld en is afgegeven door of namens de bevoegde autoriteit van het land van herkomst of van een ander land. @@ -717,7 +719,9 @@ Vervallen ### Artikel 48 -De scheepsbeheerder draagt zorg voor behoorlijke en veilige huisvesting en recreatieve voorzieningen voor de zeevarenden aan boord van een schip, met inachtneming van de daaraan bij ministeriële regeling, in overeenstemming met het Maritiem Arbeidsverdrag, gestelde eisen. Deze eisen kunnen afhankelijk van het bouwjaar van het schip verschillen en in overeenstemming met norm A 3.1 van het Maritiem Arbeidsverdrag kan van bepaalde eisen door Onze Minister ontheffing worden verleend. Voor vissersvaartuigen kunnen afwijkende eisen worden gesteld. +**1.** De scheepsbeheerder draagt zorg voor behoorlijke en veilige accommodatie voor de zeevarenden aan boord van een schip, met inbegrip van voorzieningen en voorraden voor zieke zeevarenden en recreatieve voorzieningen met inachtneming van de daaraan bij ministeriële regeling gestelde eisen. Deze eisen kunnen afhankelijk van het bouwjaar van het schip verschillen. + +**2.** In overeenstemming met norm A 3.1 van het Maritiem Arbeidsverdrag dan wel, voor vissersvaartuigen, onderdeel 3 van Bijlage III van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector kan van bepaalde eisen door Onze Minister ontheffing worden verleend. ### Artikel 48a @@ -729,9 +733,7 @@ De scheepsbeheerder draagt zorg voor behoorlijke en veilige huisvesting en recre **4.** Degene die aan boord tot taak heeft de voeding voor de zeevarenden te beheren en te bereiden, voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen. -**5.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op vissersvaartuigen. - -## Hoofdstuk 4B. Certificaat maritieme arbeid en verklaring naleving maritieme arbeid +## Hoofdstuk 4B. Certificaat maritieme arbeid, verklaring naleving maritieme arbeid en visserij-arbeidscertificaat ### Artikel 48b @@ -821,6 +823,28 @@ b. het schip of de scheepsbeheerder niet langer voldoet aan de in artikel 48c, e **4.** De scheepsbeheerder zendt een vervallen of ingetrokken certificaat zo spoedig mogelijk aan Onze Minister. +### Artikel 48f + +**1.** Dit artikel is van toepassing op een vissersvaartuig dat gewoonlijk per reis meer dan drie dagen op zee verblijft en een lengte heeft van 24 meter of meer dan wel normaliter vaart op een afstand van meer dan 200 zeemijl tot de Nederlandse kustlijn. + +**2.** + +Onze Minister geeft op aanvraag een visserij-arbeidscertificaat af voor een vissersvaartuig als bedoeld in het eerste lid, indien na onderzoek blijkt dat voor dat vissersvaartuig wordt voldaan aan de voorschriften met betrekking tot: + +1°. de minimumleeftijd, gesteld bij of krachtens de Arbeidstijdenwet; +2°. het geneeskundig onderzoek, gesteld bij of krachtens hoofdstuk 4, paragraaf 2; +3°. de bemanningssamenstelling, gesteld bij of krachtens hoofdstuk 2, paragrafen 1 en 2, alsmede de rusttijden, gesteld bij of krachtens paragraaf 5.2 en krachtens artikel 5:12, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet; +4°. de monsterrol, gesteld krachtens de artikelen 33 en 34; +5°. de overeenkomst op grond waarvan een visser aan boord werkzaam is, gesteld in de artikelen 69da en artikel 69db, eerste lid; +6°. repatriëring, gesteld in artikel 69db, tweede lid; +7°. betaling aan vissers, gesteld in artikel 69db, tweede lid; +8°. accommodatie, voeding en drinkwater, gesteld bij of krachtens de artikelen 48 en 48a; +9°. voorzieningen voor zieke zeevarenden aan boord, gesteld bij of krachtens de artikelen 48 en 64, en medische zorg, gesteld in artikel 69db, tweede lid; +10°. arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie aan boord, gesteld krachtens artikel 64; en +11°. bescherming tegen beroepsgerelateerde ziekte, ongeval of overlijden, gesteld in artikel 69db, tweede lid. + +**3.** De artikelen 48c, derde en vierde lid, 48d en 48e zijn van overeenkomstige toepassing op het visserij-arbeidscertificaat. + ## Hoofdstuk 5. Toezicht en opsporing ### Artikel 49 @@ -848,8 +872,8 @@ Een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport is bevoegd een schip aa a. geen bemanningscertificaat voor het schip is afgegeven of het bemanningscertificaat ongeldig is; b. de door hem aangetroffen bemanning niet ten minste in overeenstemming is met het bemanningscertificaat; c. van het schip kennelijk een ander gebruik wordt of zal worden gemaakt dan overeenkomstig de beperkingen of voorwaarden vermeld in het bemanningscertificaat; -d. geen certificaat maritieme arbeid is afgegeven of het certificaat maritieme arbeid ongeldig is; -e. er sprake is van een ernstige of herhaalde schending van het Maritiem Arbeidsverdrag; of +d. op een schip als bedoeld in artikel 48e, eerste lid, geen geldig certificaat maritieme arbeid aan boord is dan wel, voor een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 48f, eerste lid, geen geldig visserij-arbeidscertificaat aan boord is; +e. er sprake is van een ernstige of herhaalde schending van het Maritiem Arbeidsverdrag dan wel, in verband met een vissersvaartuig, het Verdrag betreffende werk in de visserijsector; of f. er ernstig gevaar bestaat voor de veiligheid, gezondheid of beveiliging van de zeevarenden. **2.** De ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport is eveneens bevoegd een schip aan te houden, indien de toezichthouder dan wel de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet de toegang tot het schip wordt geweigerd of indien geen medewerking aan diens onderzoek wordt gegeven. @@ -1192,7 +1216,7 @@ b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan ### Artikel 60 -Het is verboden de verplichtingen ingevolge de artikelen 3, tweede en derde lid, 4, eerste, tweede, derde, vijfde, zesde, zevende, achtste en negende lid, 29, eerste lid, 48, 48a, 48b, eerste lid, 48e, vierde lid, 69a, derde lid, 69c, 69d en 69e, eerste lid, niet na te komen. +Het is verboden de verplichtingen ingevolge de artikelen 3, tweede en derde lid, 4, eerste, tweede, derde, vijfde, zesde, zevende, achtste en negende lid, 29, eerste lid, 48, 48a, 48b, eerste lid, 48c, derde lid, onderdeel a, 48e, vierde lid, 48f, derde lid, in samenhang met artikel 48c, derde lid, onderdeel a, en 48e, vierde lid, en ingevolge de artikelen 69a, derde lid, 69c, 69d, 69da, 69db en 69e, eerste lid, niet na te komen. ### Artikel 60a @@ -1234,7 +1258,7 @@ Onze Minister kan gecommitteerden of deskundigen aanwijzen, die bevoegd zijn de ### Artikel 64 -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, ter uitvoering van het STCW-Verdrag, alsmede van andere verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, regels met betrekking tot de bemanning van schepen worden gesteld ter waarborging van de veilige en milieuverantwoorde vaart. +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, regels worden gesteld ter waarborging van de veilige en milieuverantwoorde vaart alsmede de gezondheid, de veiligheid en behoorlijke leef- en werkomstandigheden van zeevarenden. ### Paragraaf 5. Centrale registers @@ -1258,7 +1282,7 @@ Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de re **1.** Er is een openbaar register van bemanningscertificaten, dat door Onze Minister wordt gehouden. -**2.** Er is een openbaar register van certificaten maritieme arbeid, dat door Onze Minister wordt gehouden. +**2.** Er is een openbaar register van certificaten maritieme arbeid en visserij-arbeidscertificaten, dat door Onze Minister wordt gehouden. **3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde registers kunnen door een ieder kosteloos worden geraadpleegd. @@ -1297,6 +1321,8 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de beroepsvereisten vastg **2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde klachten worden behandeld. +**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op klachten betreffende een vermoedelijke schending van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector met dien verstande dat een klacht kan worden ingediend door een visser, een vereniging van beroepsbeoefenaren of een andere belangenvereniging, een vakbond of, in het algemeen, door eenieder die belang heeft bij de veiligheid van het vaartuig of de gezondheid van vissers aan boord. + ### Paragraaf 9. Overige verplichtingen scheepsbeheerder ### Artikel 69c @@ -1315,7 +1341,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de beroepsvereisten vastg ### Artikel 69d -**1.** De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat de zee-arbeidsovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 694, eerste lid en 736, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van de zeevarenden aan boord van zijn schip voldoen aan het bepaalde in de artikelen 697 en 699 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en, voor wat betreft de onderdelen 6, 7, 8, 12 en 13, in overeenstemming zijn met de toepasselijke bepalingen in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. +**1.** De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat de zee-arbeidsovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 694, eerste lid en 736, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van de zeevarenden aan boord van zijn schip voldoen aan het bepaalde in de artikelen 697 en 699 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en, voor wat betreft de onderdelen 6, 7, 8, 12 en 13 van laatstgenoemd artikel, in overeenstemming zijn met de toepasselijke bepalingen in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. **2.** De scheepsbeheerder zorgt voor de nakoming van de uit de artikelen 706 tot en met 709, 717 tot en met 720, en 734 tot en met 734l van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek voortkomende verplichtingen. Indien de scheepsbeheerder niet de werkgever is van de desbetreffende zeevarende, geeft de scheepsbeheerder slechts toepassing aan de eerste volzin indien de werkgever bij de nakoming van deze verplichtingen in gebreke blijft en de zeevarende aan de scheepsbeheerder een verzoek tot nakoming doet. @@ -1323,6 +1349,22 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de beroepsvereisten vastg **4.** De scheepsbeheerder handelt overeenkomstig de voor het desbetreffende schip op grond van artikel 48c, eerste lid, afgegeven verklaring naleving maritieme arbeid. +### Artikel 69da + +De scheepsbeheerder van een vissersvaartuig draagt er zorg voor dat: + +a. de overeenkomst, op basis waarvan de visser zijn werkzaamheden aan boord verricht, schriftelijk is aangegaan en is ondertekend door partijen; +b. de visser beschikt over een afschrift van die overeenkomst; en +c. de overeenkomst aan boord voor inzage beschikbaar is voor de visser en, op verzoek, voor andere belanghebbenden. + +### Artikel 69db + +**1.** De scheepsbeheerder van een vissersvaartuig draagt er zorg voor dat de overeenkomsten, op grond waarvan vissers hun werkzaamheden aan boord verrichten, voldoen aan artikel 742 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede de bepalingen die ingevolge artikel 740 van genoemd Boek 7 van toepassing zijn dan wel in gevolge de artikelen 747 en 749 van genoemd Boek 7 van overeenkomstige toepassing zijn. + +**2.** De in het eerste lid bedoelde scheepsbeheerder zorgt ten aanzien van zeevarenden, die op grond van een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten in de zeevisserij, voor de nakoming van de uit de artikelen 706, 707709, 718tot en met 720 ,734 tot en met 734l, 736, 741, 743, 746 en 748 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek voortkomende verplichtingen. Artikel 69d, tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. + +**3.** De in het eerste lid bedoelde scheepsbeheerder zorgt ten aanzien van de personen, bedoeld in de artikelen 747 en 749 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, voor de nakoming van de uit de artikelen 706, 707,718, 719 leden 1, 2, 5 en 6, 720, 734 tot en met 734l, 743 en 746 van genoemd Boek 7 voortkomende verplichtingen. + ### Artikel 69e **1.** De scheepsbeheerder draagt zorg voor een schriftelijk beleid ten aanzien van de voorkoming van alcoholmisbruik door zeevarenden die veiligheidstaken, beveiligingstaken of taken die verband houden met het mariene milieu uitvoeren. Hierbij wordt aandacht geschonken aan voorlichting omtrent de gevolgen van het gebruik van alcohol en aan het gebruik van alcohol tijdens het werk.