2003-07-01 | BWBR0012177 | Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2003-07-01 12:00:00 +00:00
parent 084af53f1b
commit 21af2bcb63

View file

@ -1,16 +1,16 @@
---
titel: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair
en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs
en voortgezet onderwijs
bwb_id: BWBR0012177
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2001-02-09'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012177
citeertitel: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel
primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs
primair en voortgezet onderwijs
---
# Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs
# Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
@ -25,20 +25,19 @@ b. betrokkene: degene die in dienstbetrekking staat of heeft gestaan als:
2. personeelslid als bedoeld in de artikelen 34 en 69 van de Wet op de expertisecentra;
3. personeelslid als bedoeld in de artikelen 39a, 53b, 154 en 187 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
4. personeelslid van een school waarvoor ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Experimentenwet onderwijs de formatie wordt vastgesteld;
5. personeelslid van een instelling als bedoeld in de artikelen 1.3.1, 1.3.4, 1.5.1, 12.3.8 en 12.3.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
5. vervallen;
6. vervallen;
7. lid van het college van bestuur of van de centrale directie van een hogeschool;
8. benoemd lid van het algemeen bestuur van de organisatie genoemd in de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
9. personeelslid van een lichaam, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen f en g, dan wel derde lid, onderdeel b, van de Wet privatisering ABP, indien dat lichaam geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop deze wet door Onze Minister van toepassing is verklaard;
10. personeelslid in dienst van de instelling van wetenschappelijk theologisch onderwijs, uitgaande van de Stichting Theologische Faculteit, gevestigd te Tilburg, van de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht, van de Theologische Universiteit van de Gereformeerde kerken in Nederland, gevestigd te Kampen (Oudestraat), van de bijzondere instelling van wetenschappelijk onderwijs, uitgaande van de Stichting Humanistisch Instituut voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek te Utrecht, van de Stichting Internationaal Instituut voor Sociale Studiën te 's-Gravenhage, of van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee te Texel;
11. personeelslid in de zin van de Wet op de onderwijsverzorging zoals deze wet luidde op 31 december 1996, dan wel een personeelslid werkzaam bij een instelling als bedoeld in de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten voorzover hij voor of uiterlijk op 31 december 1998 werkloos is geworden;
12. personeelslid benoemd aan een publiekrechtelijke of uit de openbare kas bekostigde privaatrechtelijke regionale, plaatselijke, provinciale of landelijke instelling ter ondersteuning van de volwasseneneducatie ten aanzien waarvan dit besluit door Onze Minister van toepassing is verklaard.
c. de OOW: de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen;
d. fase 2 en fase 3 van de OOW: fase 2 respectievelijk fase 3, bedoeld in artikel 94, tweede lid, OOW;
e. het BWOO: het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel;
f. de WW: de Werkloosheidswet;
g. de ZW: de Ziektewet;
h. diensttijd: de tijd doorgebracht in een dienstbetrekking als bedoeld onder b of de tijd doorgebracht in een dienstbetrekking bij een universiteit, een hogeschool of een onderzoeksinstelling zoals gedefinieerd in artikel 1 van het Besluit decentralisatie arbeidsvoorwaardenvorming universiteiten, hogescholen en onderzoekinstellingen, waaronder begrepen een dienstbetrekking als overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP bij een rechtsvoorganger van een werkgever als bedoeld onder b, met uitzondering van de tijd voorafgaand aan een aaneengesloten periode van meer dan 14 maanden waarin de betrokkene niet een zodanige dienstbetrekking had. Voor de periode van 14 maanden, bedoeld in de vorige volzin, blijft een periode waarin de betrokkene onmiddellijk voorafgaand aan zijn werkloosheid recht had op een uitkering op grond van een wet als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder a, b of n WW, of een uitkering die daarmee naar aard en strekking overeenkomt, buiten beschouwing;
h. diensttijd: de tijd doorgebracht in een dienstbetrekking als bedoeld onder b of de tijd doorgebracht in een dienstbetrekking bij een universiteit, een hogeschool of een onderzoeksinstelling zoals gedefinieerd in artikel 1 van het Besluit decentralisatie arbeidsvoorwaardenvorming universiteiten, hogescholen en onderzoekinstellingen of bij een instelling of landelijk orgaan als bedoeld in artikel 5a.1 van het Uitvoeringsbesluit WEB, waaronder begrepen een dienstbetrekking als overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP bij een rechtsvoorganger van een werkgever als bedoeld onder b, met uitzondering van de tijd voorafgaand aan een aaneengesloten periode van meer dan 14 maanden waarin de betrokkene niet een zodanige dienstbetrekking had. Voor de periode van 14 maanden, bedoeld in de vorige volzin, blijft een periode waarin de betrokkene onmiddellijk voorafgaand aan zijn werkloosheid recht had op een uitkering op grond van een wet als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder a, b of n WW, of een uitkering die daarmee naar aard en strekking overeenkomt, buiten beschouwing;
i. ongemaximeerde berekeningsgrondslag: het dagloon dat geldt voor de WW, waarbij echter:
1. de maximumdagloongrens van artikel 9 Coördinatiewet sociale verzekering buiten beschouwing wordt gelaten;
@ -349,27 +348,6 @@ a. wordt een loonsuppletie uit anderen hoofde of een daarmee naar aard en strekk
b. wordt, tenzij de nieuwe dienstbetrekking op grond van de WW voor de betrokkene passende arbeid is, het loon in de nieuwe dienstbetrekking geacht niet lager te zijn dan 70% van het dagloon waarop de WW-uitkering van de betrokkene was of zou zijn gebaseerd. Het tiende lid is van overeenkomstige toepassing;
c. wordt het loon in de nieuwe dienstbetrekking overigens op dezelfde wijze vastgesteld als de ongemaximeerde berekeningsgrondslag.
### Artikel 15a
**1.** Op de betrokkene die is aangesteld of benoemd voor het verzorgen van onderwijs in allochtone levende talen en die als gevolg van de aanpassing per 1 augustus 2002 van de eisen die gesteld worden aan leraren die taalondersteuning geven, werkloos dreigt te worden en die, om te voorkomen dat hij werkloos wordt, een betrekking aanvaardt met een lager maximum salaris dan waarop hij in zijn oude dienstbetrekking recht had, zijn de bepalingen in artikel 15 van overeenkomstige toepassing, tenzij in dit artikel anders is bepaald.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de betrokkene, die als gevolg van de aanpassing per 1 augustus 2002 van de eisen die gesteld worden aan leraren die taalondersteuning geven, werkloos is geworden.
**3.** Indien aan de nieuwe dienstbetrekking geen maximum salaris is verbonden, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid uitgegaan van het onverminderde loon in de nieuwe dienstbetrekking.
**4.**
In afwijking van het zevende en negende lid van artikel 15, is de loonsuppletie voor de betrokkene bedoeld in het eerste en het tweede lid gelijk aan het verschil tussen enerzijds het onverminderde loon in de nieuwe dienstbetrekking en anderzijds:
a. in de eerste vijf jaar na het aanvaarden van een nieuwe dienstbetrekking: de ongemaximeerde berekeningsgrondslag;
b. na die eerste vijf jaar en doorlopend tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene 65 jaar wordt: 90% van de ongemaximeerde berekeningsgrondslag, herleid tot het bedrag dat geldt over de berekeningsperiode.
**5.** Het vierde lid vindt geen toepassing indien het negende lid van artikel 15 tot een voor de betrokkene gunstiger uitkomst leidt.
**6.** In afwijking van het bepaalde in het veertiende lid onder b van artikel 15 wordt er van uitgegaan dat het loon voor de betrokkene bedoeld in het eerste en het tweede lid in een nieuwe dienstbetrekking niet lager is dan het maximum van schaal 4 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC.
**7.** In afwijking van het zesde lid wordt indien sprake is van passende arbeid op grond van de WW uitgegaan van het loon in de nieuwe dienstbetrekking.
### Artikel 16
**1.**
@ -490,4 +468,4 @@ Vervallen
### Artikel 25
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs.