2002-01-01 | BWBR0004788 | Wet militair tuchtrecht
This commit is contained in:
parent
0fc4e79155
commit
21b9516c4a
1 changed files with 41 additions and 39 deletions
|
|
@ -14,39 +14,39 @@ citeertitel: Wet militair tuchtrecht
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
De zowel in deze rijkswet als in het Wetboek van Militair Strafrecht voorkomende uitdrukkingen hebben in beide dezelfde betekenis. Artikel 61 van het Wetboek van Militair Strafrecht is van toepassing.
|
||||
De zowel in deze wet als in het Wetboek van Militair Strafrecht voorkomende uitdrukkingen hebben in beide dezelfde betekenis. Artikel 61 van het Wetboek van Militair Strafrecht is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
De straffen, in deze rijkswet voorzien, zijn van toepassing op de militair die een gedragsregel van deze rijkswet schendt.
|
||||
De straffen, in deze wet voorzien, zijn van toepassing op de militair die een gedragsregel van deze wet schendt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De gedragsregels van deze rijkswet zijn van toepassing:
|
||||
De gedragsregels van deze wet zijn van toepassing:
|
||||
|
||||
a. gedurende de tijd waarin de militair dienst doet of behoort te doen;
|
||||
b. op een militaire plaats;
|
||||
c. anders dan in de gevallen, genoemd onder a en b, indien en voorzover de rijkswet de toepassing voorschrijft.
|
||||
c. anders dan in de gevallen, genoemd onder *a* en *b*, indien en voorzover de wet de toepassing voorschrijft.
|
||||
|
||||
**2.** Onder de tijd waarin de militair dienst doet of behoort te doen, wordt in deze rijkswet mede verstaan de tijd waarin de militair in uniform gekleed gaat.
|
||||
**2.** Onder de tijd waarin de militair dienst doet of behoort te doen, wordt in deze wet mede verstaan de tijd waarin de militair in uniform gekleed gaat.
|
||||
|
||||
**3.** Onder militaire plaats wordt in deze rijkswet verstaan een gebouw, terrein, vaartuig, luchtvaartuig of voertuig, dat in gebruik is bij of ten behoeve van de krijgsmacht, of dat de militair tot verblijf of gebruik dient bij de vervulling van zijn taak in internationaal verband of waar de militair zich in krijgsgevangenschap bevindt.
|
||||
**3.** Onder militaire plaats wordt in deze wet verstaan een gebouw, terrein, vaartuig, luchtvaartuig of voertuig, dat in gebruik is bij of ten behoeve van de krijgsmacht, of dat de militair tot verblijf of gebruik dient bij de vervulling van zijn taak in internationaal verband of waar de militair zich in krijgsgevangenschap bevindt.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** In deze rijkswet wordt onder commandant verstaan de militair die ingevolge artikel 49 tot straffen bevoegd is.
|
||||
**1.** In deze wet wordt onder commandant verstaan de militair die ingevolge artikel 49 tot straffen bevoegd is.
|
||||
|
||||
**2.** In deze rijkswet wordt onder beklagmeerdere verstaan de onmiddellijk boven de commandant gestelde bevelvoerende meerdere. Onze Minister van Defensie kan bij ministeriële regeling andere militairen aanwijzen als beklagmeerderen. In dat geval treedt de onmiddellijk boven de commandant gestelde bevelvoerende meerdere niet meer op als beklagmeerdere.
|
||||
**2.** In deze wet wordt onder beklagmeerdere verstaan de onmiddellijk boven de commandant gestelde bevelvoerende meerdere. Onze Minister van Defensie kan bij ministeriële regeling andere militairen aanwijzen als beklagmeerderen. In dat geval treedt de onmiddellijk boven de commandant gestelde bevelvoerende meerdere niet meer op als beklagmeerdere.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
In deze rijkswet wordt onder beschuldigde verstaan de militair aan wie een beschuldiging is uitgereikt op grond van het op feiten of omstandigheden gebaseerde vermoeden dat hij een in deze rijkswet omschreven gedragsregel heeft geschonden.
|
||||
In deze wet wordt onder beschuldigde verstaan de militair aan wie een beschuldiging is uitgereikt op grond van het op feiten of omstandigheden gebaseerde vermoeden dat hij een in deze wet omschreven gedragsregel heeft geschonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
Indien een Nederlandse militair behoort tot een internationaal militair samenwerkingsverband wordt ten aanzien van die Nederlandse militair voor de toepassing van Hoofdstuk II van deze rijkswet mede verstaan onder:
|
||||
Indien een Nederlandse militair behoort tot een internationaal militair samenwerkingsverband wordt ten aanzien van die Nederlandse militair voor de toepassing van Hoofdstuk II van deze wet mede verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. andere militair: de vreemde militair die behoort tot dat internationaal militair samenwerkingsverband;
|
||||
b. krijgsmacht: dat internationaal militair samenwerkingsverband.
|
||||
|
|
@ -163,15 +163,15 @@ In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een mededeling, d
|
|||
|
||||
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die door gift, belofte, bedreiging of misleiding een andere militair:
|
||||
|
||||
a. weerhoudt van het ter kennis van de commandant brengen van een inbreuk op een gedragsregel, omschreven in deze rijkswet;
|
||||
b. overhaalt tot het valselijk ter kennis van de commandant brengen van een inbreuk op een gedragsregel, omschreven in deze rijkswet;
|
||||
a. weerhoudt van het ter kennis van de commandant brengen van een inbreuk op een gedragsregel, omschreven in deze wet;
|
||||
b. overhaalt tot het valselijk ter kennis van de commandant brengen van een inbreuk op een gedragsregel, omschreven in deze wet;
|
||||
c. overhaalt tot of weerhoudt van het instellen van beroep, het doen van een beklag of het indienen van een verzoek.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die, wetende dat een mindere inbreuk maakt of heeft gemaakt op een gedragsregel van deze rijkswet, nalaat maatregelen te nemen.
|
||||
In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die, wetende dat een mindere inbreuk maakt of heeft gemaakt op een gedragsregel van deze wet, nalaat maatregelen te nemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -185,7 +185,7 @@ In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die wanordelijkheden
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een andere militair mondeling of bij geschrifte opruit tot een inbreuk op enige in deze rijkswet omschreven gedragsregel, alsmede de militair die een dergelijk geschrift verspreidt.
|
||||
**1.** In strijd met de militaire tucht gedraagt zich de militair die een andere militair mondeling of bij geschrifte opruit tot een inbreuk op enige in deze wet omschreven gedragsregel, alsmede de militair die een dergelijk geschrift verspreidt.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is mede van toepassing op de militair die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats.
|
||||
|
||||
|
|
@ -258,11 +258,11 @@ d. uitgaansverbod.
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Het bedrag van de geldboete is ten minste € 3 en ten hoogste € 350. In Aruba zijn deze bedragen AWG 6 en AWG 770. In Curaçao en Sint Maarten zijn deze bedragen ANG 6 en ANG 770. In de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn deze bedragen USD 3 en USD 430.
|
||||
**1.** Het bedrag van de geldboete is tenminste € 2 en ten hoogste € 45. In de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk in Aruba zijn deze bedragen ANG 10 en ANG 100, onderscheidenlijk AWG 10 en AWG 100.
|
||||
|
||||
**2.** Een geldboete kan niet worden opgelegd indien daardoor de som van de geldboetes, ingevolge deze rijkswet in een kalendermaand aan de militair opgelegd, een bedrag van € 700 dan wel ANG 1540, AWG 1540 onderscheidenlijk USD 860 te boven zou gaan.
|
||||
**2.** Een geldboete kan niet worden opgelegd indien daardoor de som van de geldboetes, ingevolge deze wet in een kalendermaand aan de militair opgelegd, een bedrag van € 90, dan wel ANG 200 onderscheidenlijk AWG 200, te boven zou gaan.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval de schending van een gedragsregel plaatsvindt terwijl de militair deelneemt aan een operatie in internationaal verband buiten het Koninkrijk is, in afwijking van het eerste lid, het bedrag van de geldboete ten hoogste € 700 dan wel ANG 1540, AWG 1540 onderscheidenlijk USD 860. Een geldboete met toepassing van de voorgaande volzin kan niet worden opgelegd indien daardoor de som, bedoeld in het tweede lid, een bedrag van € 1400 dan wel ANG 3080, AWG 3080 onderscheidenlijk USD 1720 te boven zou gaan.
|
||||
**3.** Ingeval de schending van een gedragsregel plaatsvindt terwijl de militair deelneemt aan een operatie in internationaal verband buiten het Koninkrijk is, in afwijking van het eerste lid, het bedrag van de geldboete ten hoogste € 90, dan wel ANG 200 onderscheidenlijk AWG 200. Een geldboete met toepassing van de voorgaande volzin kan niet worden opgelegd indien daardoor de som bedoeld in het tweede lid een bedrag van € 270, dan wel ANG 600 onderscheidenlijk AWG 600, te boven zou gaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
|
|
@ -278,7 +278,7 @@ d. uitgaansverbod.
|
|||
|
||||
**2.** De inhouding geschiedt door de functionaris belast met de uitbetaling van de militaire bezoldiging.
|
||||
|
||||
**3.** Op het in te houden bedrag wordt een toeslag berekend van tien procent met een minimum van € 0,45, ANG 1, AWG 1, onderscheidenlijk USD 1 welke op gelijke wijze als de geldboete op de aan een gestrafte toekomende bezoldiging wordt ingehouden.
|
||||
**3.** Op het in te houden bedrag wordt een toeslag berekend van tien procent met een minimum van € 0,45, dan wel ANG 1 onderscheidenlijk AWG 1, welke op gelijke wijze als de geldboete op de aan een gestrafte toekomende bezoldiging wordt ingehouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
|
|
@ -314,13 +314,15 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van Rijksbestuur worden regels gesteld met b
|
|||
|
||||
**2.** Aan de militair die gestraft is met de straf van uitgaansverbod, kan worden opgedragen gedurende de tijd, dat hij die straf ondergaat, dienst te verrichten in overeenstemming met zijn rang, stand of functie.
|
||||
|
||||
**3.** Het uitgaansverbod wordt opgelegd voor de duur van ten hoogste vier aaneengesloten dagen.
|
||||
**3.** Het uitgaansverbod kan worden opgelegd indien de militair de gedragsregel van artikel 7 of van artikel 15 heeft geschonden.
|
||||
|
||||
**4.** Een militair ondergaat per kalendermaand de straf van uitgaansverbod niet gedurende meer dan acht dagen, en voor zover de tenuitvoerlegging geheel of ten dele in het weekend plaatsvindt, gedurende niet meer dan twee opeenvolgende weekenden.
|
||||
**4.** Het uitgaansverbod wordt opgelegd voor de duur van ten hoogste vier aaneengesloten dagen.
|
||||
|
||||
**5.** Het derde, vijfde, zevende, achtste, negende, tiende en elfde lid van artikel 47 zijn van overeenkomstige toepassing. Het zesde lid van artikel 47 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de tenuitvoerlegging ook plaatsvindt op vrije dagen niet zijnde verlofdagen.
|
||||
**5.** Een militair ondergaat per kalendermaand de straf van uitgaansverbod niet gedurende meer dan acht dagen, en voor zover de tenuitvoerlegging geheel of ten dele in het weekend plaatsvindt, gedurende niet meer dan twee opeenvolgende weekenden.
|
||||
|
||||
**6.** Ingeval schending van de gedragsregel van artikel 7 wordt afgedaan met toepassing van artikel 79, eerste lid, of indien er nog geen 90 dagen zijn verlopen nadat aan de militair een uitspraak is uitgereikt waarin hij schuldig werd verklaard aan schending van diezelfde gedragsregel is, indien de straf van uitgaansverbod wordt opgelegd, in afwijking van het derde en vierde lid, het aantal op te leggen dagen ten hoogste acht en het aantal in een kalendermaand te ondergane dagen uitgaansverbod ten hoogste twaalf.
|
||||
**6.** Het derde, vijfde, zevende, achtste, negende, tiende en elfde lid van artikel 47 zijn van overeenkomstige toepassing. Het zesde lid van artikel 47 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de tenuitvoerlegging ook plaatsvindt op vrije dagen niet zijnde verlofdagen.
|
||||
|
||||
**7.** Ingeval schending van de gedragsregel van artikel 7 wordt afgedaan met toepassing van artikel 79, eerste lid, of indien er nog geen 90 dagen zijn verlopen nadat aan de militair een uitspraak is uitgereikt waarin hij schuldig werd verklaard aan schending van diezelfde gedragsregel is, indien de straf van uitgaansverbod wordt opgelegd, in afwijking van het vierde en vijfde lid, het aantal op te leggen dagen ten hoogste acht en het aantal in een kalendermaand te ondergane dagen uitgaansverbod ten hoogste twaalf.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Strafbevoegdheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -335,11 +337,11 @@ b. de door Onze Minister van Defensie aangewezen bevelvoerende militair van een
|
|||
|
||||
**2.** Aan boord van een oorlogsschip komt de bevoegdheid tot het opleggen van straffen aan militairen, die op dat schip zijn ingescheept, uitsluitend toe aan de bevelvoerende militair van dat schip.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een bevelvoerende militair als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, zelf degene is van wie wordt vermoed dat hij een in deze rijkswet omschreven gedragsregel heeft geschonden, komt de bevoegdheid tot het opleggen van straffen toe aan de onmiddellijk boven hem gestelde bevelvoerende meerdere.
|
||||
**3.** Indien een bevelvoerende militair als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, zelf degene is van wie wordt vermoed dat hij een in deze wet omschreven gedragsregel heeft geschonden, komt de bevoegdheid tot het opleggen van straffen toe aan de onmiddellijk boven hem gestelde bevelvoerende meerdere.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegdheid tot het opleggen van straffen komt toe aan de onmiddellijk boven een in het eerste lid bedoelde bevelvoerende militair gestelde bevelvoerende meerdere indien het betreft een in een van de artikelen 20-23 omschreven gedraging tegen de persoon van de in het eerste lid bedoelde bevelvoerende militair.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een militair van wie wordt vermoed dat hij een in deze rijkswet omschreven gedragsregel heeft geschonden hoger of ouder in rang is dan de in het eerste lid bedoelde bevelvoerende militair komt de bevoegdheid tot het opleggen van straffen toe aan de onmiddellijk boven laatstbedoelde militair gestelde bevelvoerende meerdere van hogere rang dan eerstbedoelde militair.
|
||||
**5.** Indien een militair van wie wordt vermoed dat hij een in deze wet omschreven gedragsregel heeft geschonden hoger of ouder in rang is dan de in het eerste lid bedoelde bevelvoerende militair komt de bevoegdheid tot het opleggen van straffen toe aan de onmiddellijk boven laatstbedoelde militair gestelde bevelvoerende meerdere van hogere rang dan eerstbedoelde militair.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -352,7 +354,7 @@ b. deze termijn verlengd met 21 dagen in de gevallen bedoeld in het derde of vij
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bevoegdheid om, hetzij de tenuitvoerlegging van een straf van een geldboete hoger dan € 35, ANG 75, AWG 75, onderscheidenlijk USD 42, van strafdienst of van uitgaansverbod op te schorten of te schorsen, hetzij, na verloop van de termijn bedoeld in artikel 80a, eerste lid, en buiten het geval dat tegen de uitspraak beklag is gedaan, een strafoplegging teniet te doen, te wijzigen in de straf van berisping, binnen de opgelegde strafsoort de strafmaat te verminderen of te wijzigen in een beslissing als bedoeld in artikel 74, derde lid, komt toe aan:
|
||||
De bevoegdheid om, hetzij de tenuitvoerlegging van een straf van een geldboete hoger dan € 35, dan wel ANG 75 onderscheidenlijk AWG 75, van strafdienst of van uitgaansverbod op te schorten of te schorsen, hetzij, na verloop van de termijn bedoeld in artikel 80a, eerste lid, en buiten het geval dat tegen de uitspraak beklag is gedaan, een strafoplegging teniet te doen, te wijzigen in de straf van berisping, binnen de opgelegde strafsoort de strafmaat te verminderen of te wijzigen in een beslissing als bedoeld in artikel 74, derde lid, komt toe aan:
|
||||
|
||||
a. de commandant;
|
||||
b. de beklagmeerdere.
|
||||
|
|
@ -367,7 +369,7 @@ b. de beklagmeerdere.
|
|||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** Het tuchtproces in eerste aanleg vangt aan met de uitreiking door of namens de commandant aan de militair, van wie wordt vermoed dat hij een in deze rijkswet omschreven gedragsregel heeft geschonden, van een schriftelijk stuk, de beschuldiging, hetwelk een omschrijving inhoudt van deze schending.
|
||||
**1.** Het tuchtproces in eerste aanleg vangt aan met de uitreiking door of namens de commandant aan de militair, van wie wordt vermoed dat hij een in deze wet omschreven gedragsregel heeft geschonden, van een schriftelijk stuk, de beschuldiging, hetwelk een omschrijving inhoudt van deze schending.
|
||||
|
||||
**2.** De commandant behoudt een afschrift van de beschuldiging.
|
||||
|
||||
|
|
@ -408,7 +410,7 @@ d. het artikel of de artikelen op grond waarvan de beschuldiging wordt uitgereik
|
|||
|
||||
Het tuchtproces in eerste aanleg eindigt:
|
||||
|
||||
a. met een beslissing als bedoeld in de artikelen 53, zevende lid, 76, eerste lid, 78, tweede lid, of 80, zesde lid;
|
||||
a. met een beslissing als bedoeld in de artikelen 53, zesde lid, 76, eerste lid, 78, tweede lid, of 80, zesde lid;
|
||||
b. van rechtswege indien er na 21 dagen sedert de aanvang van het tuchtproces geen beslissing is genomen als bedoeld in artikel 76, eerste lid, behoudens de verlenging van deze termijn ingevolge de artikelen 59, tweede lid, 64, tweede of derde lid, of 80, eerste lid;
|
||||
c. van rechtswege bij ontslag uit de militaire dienst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -546,7 +548,7 @@ Na sluiting van het onderzoek beraadt de commandant zich of hij door de inhoud v
|
|||
|
||||
**1.** Is de commandant van oordeel dat een gedragsregel is geschonden, dan beraadt hij zich over de oplegging van straf.
|
||||
|
||||
**2.** Acht de commandant de beschuldigde strafbaar, dan legt hij een straf voorzien in deze rijkswet op.
|
||||
**2.** Acht de commandant de beschuldigde strafbaar, dan legt hij een straf voorzien in deze wet op.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de commandant dit in verband met de geringe betekenis van de gedraging of gelet op de persoon van de beschuldigde of zijn persoonlijke omstandigheden raadzaam acht, legt hij geen straf op.
|
||||
|
||||
|
|
@ -554,7 +556,7 @@ Na sluiting van het onderzoek beraadt de commandant zich of hij door de inhoud v
|
|||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
Bij bestraffing van een militair die een of meer in deze rijkswet genoemde gedragsregels heeft geschonden, wordt slechts een straf opgelegd.
|
||||
Bij bestraffing van een militair die een of meer in deze wet genoemde gedragsregels heeft geschonden, wordt slechts een straf opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
|
|
@ -583,11 +585,11 @@ d. de beslissing.
|
|||
|
||||
### Artikel 79
|
||||
|
||||
**1.** Indien een gedraging naar het oordeel van de commandant een van de strafbare feiten oplevert omschreven in de artikelen 267, aanhef en onder 1° en 2°, 300, eerste lid, 310, 311, eerste lid, aanhef en onder 4° en 5°, 321 of 350 van het Wetboek van Strafrecht of omschreven in de artikelen 96, aanhef en onder 2° en 3°, 98, aanhef en onder 2°, 166 of 169 van het Wetboek van Militair Strafrecht met dien verstande dat de duur van de in de artikelen 96 en 98 van het Wetboek van Militair Strafrecht genoemde ongeoorloofde afwezigheid ten hoogste acht dagen is en het openbaar ministerie bij het in artikel 81, eerste lid, bedoelde gerecht de commandant mededeelt dat het voorshands instemt met tuchtrechtelijke afdoening, kan de commandant een beschuldiging uitreiken, voor zover de gedraging tevens de schending van een gedragsregel van deze rijkswet inhoudt. Van de mededeling van het openbaar ministerie wordt aantekening gedaan in het stuk, bedoeld in artikel 76, eerste lid.
|
||||
**1.** Indien een gedraging naar het oordeel van de commandant een van de strafbare feiten oplevert omschreven in de artikelen 267, aanhef en onder 1° en 2°, 300, eerste lid, 310, 311, aanhef en onder 4° en 5°, 321 of 350 van het Wetboek van Strafrecht of omschreven in de artikelen 96, aanhef en onder 2° en 3°, 98, aanhef en onder 2°, 166 of 169 van het Wetboek van Militair Strafrecht met dien verstande dat de duur van de in de artikelen 96 en 98 van het Wetboek van Militair Strafrecht genoemde ongeoorloofde afwezigheid ten hoogste acht dagen is en het openbaar ministerie bij het in artikel 81, eerste lid, bedoelde gerecht de commandant mededeelt dat het voorshands instemt met tuchtrechtelijke afdoening, kan de commandant een beschuldiging uitreiken, voor zover de gedraging tevens de schending van een gedragsregel van deze wet inhoudt. Van de mededeling van het openbaar ministerie wordt aantekening gedaan in het stuk, bedoeld in artikel 76, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De commandant zendt na het einde van het tuchtproces in eerste aanleg bericht omtrent de afloop daarvan aan het openbaar ministerie bij het in artikel 81, eerste lid, bedoelde gerecht.
|
||||
|
||||
**3.** De toepassing van het bepaalde in het eerste lid doet niet af aan het formele recht tot strafvordering van het openbaar ministerie. Indien het strafbare feit wordt afgedaan met toepassing van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht of indien een vervolging terzake leidt tot een schuldigverklaring door de rechter, wordt bij het stellen van voorwaarden onderscheidenlijk bij de oplegging van een straf rekening gehouden met de wegens de schending van een gedragsregel van deze rijkswet opgelegde straf.
|
||||
**3.** De toepassing van het bepaalde in het eerste lid doet niet af aan het formele recht tot strafvordering van het openbaar ministerie. Indien het strafbare feit wordt afgedaan met toepassing van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht of indien een vervolging terzake leidt tot een schuldigverklaring door de rechter, wordt bij het stellen van voorwaarden onderscheidenlijk bij de oplegging van een straf rekening gehouden met de wegens de schending van een gedragsregel van deze wet opgelegde straf.
|
||||
|
||||
### Artikel 80
|
||||
|
||||
|
|
@ -597,7 +599,7 @@ d. de beslissing.
|
|||
|
||||
**3.** Indien het gerecht beslist dat het dienstvoorschrift niet in strijd is met een hogere regeling, deelt het deze beslissing mee aan de commandant. Deze hervat het tuchtproces met inachtneming van die beslissing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het tuchtproces terzake van andere gedragingen inmiddels is voortgezet en geëindigd met een uitspraak, hervat de commandant, nadat hij de beslissing van het gerecht heeft ontvangen, het op grond van het eerste lid geschorste tuchtproces. De commandant neemt daarbij de door hem gegeven uitspraak in acht. Artikel 75 is niet van toepassing met dien verstande dat een op te leggen straf gelijksoortig moet zijn aan de al opgelegde straf en het totaal het maximum niet te boven mag gaan.
|
||||
**4.** Indien het tuchtproces terzake van andere gedragingen inmiddels is voortgezet en geëindigd met een uitspraak, hervat de commandant, nadat hij de beslissing van het gerecht heeft ontvangen, het op grond van het eerste lid geschorste tuchtproces. De commandant neemt daarbij de door hem gegeven uitspraak in acht. De artikelen 48, derde lid, en 75 zijn niet van toepassing met dien verstande dat een op te leggen straf gelijksoortig moet zijn aan de al opgelegde straf en het totaal het maximum niet te boven mag gaan.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de commandant reeds een beslissing heeft genomen als bedoeld in artikel 74, derde lid, of de straf van berisping heeft opgelegd, kan alsnog een straf of een andere straf worden opgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -847,7 +849,7 @@ De griffier van het gerecht stelt zo spoedig mogelijk afschriften van het beroep
|
|||
|
||||
**3.** Getuigen en deskundigen zijn verplicht te verschijnen.
|
||||
|
||||
**4.** Voor getuigen is artikel 290, vierde lid, en voor deskundigen is artikel 51m, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Voor getuigen is artikel 284, tweede lid, en voor deskundigen is artikel 296, eerste lid, onder 1°, van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 65, vierde en vijfde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -944,7 +946,7 @@ Indien het beroep is ingesteld bij een mobiele rechtbank, is het bepaalde in dez
|
|||
|
||||
**1.** De commandant is bevoegd een geschrift als bedoeld in artikel 30 of 31, dan wel een ander voorwerp waarvan hij redelijkerwijs mag aannemen dat het tot bewijs kan dienen van de schending van een gedragsregel, in te nemen of te doen innemen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de commandant niet aanwezig is en zijn optreden niet kan worden afgewacht, dan wel indien de dader van de schending van een gedragsregel onbekend is, komt de in het vorige lid genoemde bevoegdheid mede toe aan door Onze Minister van Defensie aangewezen functionarissen.
|
||||
**2.** Indien de commandant niet aanwezig is en zijn optreden niet kan worden afgewacht, dan wel indien degene die wordt verdacht van de schending van een gedragsregel onbekend is, komt de in het vorige lid genoemde bevoegdheid mede toe aan door Onze Minister van Defensie aangewezen functionarissen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -979,12 +981,12 @@ f. bij de uitspraak in beroep.
|
|||
|
||||
### Artikel 105
|
||||
|
||||
Onverminderd de bepalingen van het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, van 12 augustus 1949, is deze rijkswet, met uitzondering van hoofdstuk III, van overeenkomstige toepassing op krijgsgevangenen en andere geïnterneerde personen die ingevolge artikel 65 van het Wetboek van Militair Strafrecht gedeeltelijk met Nederlandse militairen zijn gelijkgesteld, met dien verstande dat:
|
||||
Onverminderd de bepalingen van het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, van 12 augustus 1949, is deze wet, met uitzondering van hoofdstuk III, van overeenkomstige toepassing op krijgsgevangenen en andere geïnterneerde personen die ingevolge artikel 65 van het Wetboek van Militair Strafrecht gedeeltelijk met Nederlandse militairen zijn gelijkgesteld, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de straffen, omschreven in artikel 89, eerste lid, van vorengenoemd verdrag, worden geacht te zijn voorzien in deze rijkswet;
|
||||
b. met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de straf, omschreven in artikel 89, eerste lid, onder 1 van vorengenoemd verdrag, de artikelen 44-46 van deze rijkswet van overeenkomstige toepassing zijn;
|
||||
a. de straffen, omschreven in artikel 89, eerste lid, van vorengenoemd verdrag, worden geacht te zijn voorzien in deze wet;
|
||||
b. met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de straf, omschreven in artikel 89, eerste lid, onder 1 van vorengenoemd verdrag, de artikelen 44-46 van deze wet van overeenkomstige toepassing zijn;
|
||||
c. de tenuitvoerlegging van de straf, omschreven in artikel 89, eerste lid, onder 4 van vorengenoemd verdrag, geschiedt volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van Rijksbestuur;
|
||||
d. de vergrijpen, bedoeld in artikel 93, tweede en derde lid, van vorengenoemd verdrag, worden geacht in te houden schendingen van gedragsregels van deze rijkswet, terwijl ten aanzien van die feiten het gestelde in artikel 78 van deze rijkswet buiten toepassing blijft.
|
||||
d. de vergrijpen, bedoeld in artikel 93, tweede en derde lid, van vorengenoemd verdrag, worden geacht in te houden schendingen van gedragsregels van deze wet, terwijl ten aanzien van die feiten het gestelde in artikel 78 van deze wet buiten toepassing blijft.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1002,7 +1004,7 @@ De Wet op de Krijgstucht wordt ingetrokken, behoudens het bepaalde in de volgend
|
|||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
**1.** Tegen beslissingen van het Hoog Militair Gerechtshof, genomen ingevolge artikel 67 van de Wet op de Krijgstucht, die op het tijdstip van inwerkingtreden van deze Rijkswet nog niet onherroepelijk zijn geworden en waartegen nog geen beroep in cassatie is ingesteld, kan binnen 14 dagen na de uitspraak zulk beroep worden ingesteld op de wijze als voorgeschreven voor het instellen van cassatie tegen arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
|
||||
**1.** Tegen beslissingen van het Hoog Militair Gerechtshof, genomen ingevolge artikel 67 van de Wet op de Krijgstucht, die op het tijdstip van inwerkingtreden van deze Rijkswet nog niet onherroepelijk zijn geworden en waartegen nog geen beroep in cassatie is ingesteld, kan binnen 14 dagen na de uitspraak zulk beroep worden ingesteld op de wijze als voorgeschreven voor het instellen van cassatie tegen arresten van het Gerechtshof te Arnhem.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Hoge Raad een beslissing van het Hoog Militair Gerechtshof, genomen ingevolge artikel 67 van de Wet op de Krijgstucht, na het tijdstip van inwerkingtreden van deze Rijkswet in cassatie vernietigt, wordt de zaak, indien zij niet door de Hoge Raad zelf wordt afgedaan, verwezen naar het gerecht dat uit hoofde van artikel 81 van deze Rijkswet bevoegd is.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue