From 21bbb52bf3a7c31b6e8674510d58a005e3d2406d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-01-01 | BWBR0008657 | Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten --- .../BWBR0008657/README.md | 484 ++++++------------ 1 file changed, 167 insertions(+), 317 deletions(-) diff --git a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md index 94536aa68cf..d691724ede2 100644 --- a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md +++ b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsvoorziening-jonggehandicapten/BWBR0008657/README.md @@ -29,7 +29,7 @@ h. *re-integratiebedrijf:* een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in i. *resterende verdiencapaciteit:* het inkomen dat de jonggehandicapte die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van deze wet nog met arbeid kan verdienen en dat bij of krachtens artikel 2:5 of artikel 3:1 is vastgesteld; j. *werknemer:* een werknemer in de zin van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; k. *werkgever:* een werkgever in de zin van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; -l. *inkomensvoorziening:* inkomensondersteuning als bedoeld in de artikelen 2:40, 2:41, 2:42 of 2:43, of een uitkering als bedoeld in artikel 2:45; +l. *inkomensvoorziening:* inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 2:40 of een uitkering als bedoeld in artikel 2:45; m. *minimumloon:* het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of, indien het een persoon jonger dan 21 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van die wet; n. *participatieplan:* het participatieplan, bedoeld in artikel 2:18, eerste lid; o. *recht op arbeidsondersteuning:* het recht op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2; @@ -127,7 +127,7 @@ b. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast **8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels worden gesteld. -**9.** De voordracht van een krachtens het achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk de vaststelling van een ministeriële regeling op grond van het achtste lid, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. +**9.** De voordracht voor een krachtens het achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. ### Paragraaf 2. Recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering @@ -147,9 +147,9 @@ b. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast **1.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt berekend naar de grondslag van het minimumloon per maand gedeeld door 21,75. -**2.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag 75% van de grondslag. +**2.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag 0,75 * (G – I). -**3.** Inkomen wordt volledig op de arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht. +**3.** De G staat voor de grondslag en I voor het inkomen per dag. **4.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen per dag in de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten. @@ -199,11 +199,11 @@ d. indien de jonggehandicapte overlijdt. ### Artikel 1a:10 -**1.** Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel a, het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering als de jonggehandicapte binnen vijf jaar na de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in artikel 1a:1 heeft en dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als op grond waarvan hij eerder recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering had. +**1.** Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel a, het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering als de jonggehandicapte duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in artikel 1a:1 heeft. **2.** Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel b, het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, omdat op de persoon die recht had op arbeidsongeschiktheidsuitkering een of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 1a:6, eerste lid, onderdelen a tot en met d en onderdeel f, van toepassing waren, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet. -**3.** Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel c, het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien zich geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 1a:6, eerste lid, voordoet. Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering herleeft niet eerder dan een jaar na de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd. +**3.** Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel c, het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op aanvraag van de jonggehandicapte, indien zich geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 1a:6, eerste lid, voordoet. Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering herleeft niet eerder dan een jaar na de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd. ### Artikel 1a:11 @@ -283,7 +283,7 @@ b. na de in onderdeel a bedoelde dag waarop hij zeventien jaar wordt als rechtst **6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot een periodieke herbeoordeling om vast te stellen of betrokkene volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. -**7.** De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk de vaststelling van een ministeriële regeling op grond van het vijfde lid, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. +**7.** De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. **8.** Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van wat iemand met arbeid kan verdienen, alsmede de beoordeling of iemand volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is kunnen ondersteunen. @@ -423,13 +423,11 @@ d. indien de jonggehandicapte overlijdt. **2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, eindigt het recht op arbeidsondersteuning van de jonggehandicapte die arbeid verricht, niet, tenzij de jonggehandicapte ten minste 75% van het maatmaninkomen verdient nadat hij vijf jaar arbeid heeft verricht. -**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, eindigt het recht op arbeidsondersteuning van de jonggehandicapte die arbeid verricht, op de dag dat hij gedurende een jaar met arbeid meer heeft verdiend dan 100% van het minimumloon. - -**4.** Het recht op arbeidsondersteuning eindigt niet op grond van het eerste lid, onderdeel a, of het tweede of derde lid, indien de jonggehandicapte gebruik maakt van een voorziening als bedoeld in artikel 2:22, tweede lid, onderdeel a, b of d of 2:23, eerste lid. +**3.** Het recht op arbeidsondersteuning eindigt niet op grond van het eerste lid, onderdeel a, of het tweede lid, indien de jonggehandicapte gebruik maakt van een voorziening als bedoeld in artikel 2:22, tweede lid, onderdeel a, b of d of 2:23, eerste lid. ### Artikel 2:17 -**1.** Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel a, tweede of derde lid, het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning als de jonggehandicapte binnen vijf jaar na de dag waarop het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd niet in staat is om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen en dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als op grond waarvan hij eerder recht op arbeidsondersteuning had. +**1.** Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning als de jonggehandicapte niet in staat is om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. **2.** Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel b, geen recht op arbeidsondersteuning meer bestaat omdat op de persoon die recht had op arbeidsondersteuning één of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, onderdeel a, b, c, d of f van toepassing waren, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet. @@ -449,18 +447,17 @@ a. een re-integratietraject als bedoeld in artikel 30a, achtste lid, van de Wet b. loondispensatie als bedoeld in artikel 2:20; c. loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 2:21 zoals dat luidde op 31 december 2011; d. arbeidsplaatsvoorziening en voorziening ter ondersteuning van toeleiding naar arbeid als bedoeld in artikel 2:22 en 2:23; -e. proefplaatsing als bedoeld in artikel 2:24; -f. het aanbod van concrete algemeen geaccepteerde arbeid, bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. +e. proefplaatsing als bedoeld in artikel 2:24. **3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen evalueert, in samenspraak met de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, periodiek het participatieplan en stelt dit zo nodig bij. ### Artikel 2:19 -Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de jonggehandicapte tevens een aanbod van concrete algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen doen indien dat niet in het participatieplan wordt genoemd. +Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de jonggehandicapte tevens een aanbod van concrete passende arbeid als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen doen indien dat niet in het participatieplan wordt genoemd. ### Artikel 2:20 -**1.** Indien de arbeidsprestatie van een werknemer die recht heeft op arbeidsondersteuning in een bepaalde functie, maar geen functie waarin hij werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van die wet, ten gevolge van ziekte of gebrek duidelijk minder is dan de arbeidsprestatie die een geldelijke beloning van het voor hem geldende wettelijk minimumloon rechtvaardigt, vermindert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van de betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid, in afwijking van hetgeen bij en krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is bepaald. +**1.** Indien de arbeidsprestatie van een werknemer die recht heeft op arbeidsondersteuning in een bepaalde functie, maar geen functie waarin hij werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van die wet, ten gevolge van ziekte of gebrek duidelijk minder is dan de arbeidsprestatie die een geldelijke beloning van het minimumloon rechtvaardigt, vermindert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van de betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid, in afwijking van hetgeen bij en krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is bepaald. **2.** Elk beding waarbij een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid wordt overeengekomen die lager is dan de beloning, vastgesteld op grond van het eerste lid is nietig. @@ -531,7 +528,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking to ### Artikel 2:28 -Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van een jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning werkzaamheden door een re-integratiebedrijf laat verrichten, is artikel 30a, zesde en zevende lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen van overeenkomstige toepassing. +Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van een jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning werkzaamheden door een re-integratiebedrijf laat verrichten, is artikel 30a, tweede, zesde en zevende lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 2:29 @@ -541,7 +538,9 @@ Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van een jong ### Artikel 2:30 -De artikelen 2:18 tot en met 2:20, 2:21 zoals dat luidde op 31 december 2011 en 2:24 zijn niet van toepassing op de jonggehandicapte die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. +**1.** De artikelen 2:18 tot en met 2:20, 2:21 zoals dat luidde op 31 december 2011 en 2:24 zijn niet van toepassing op de jonggehandicapte die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. + +**2.** In afwijking van het eerste lid is artikel 2:20 wel van toepassing op de jonggehandicapte die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, indien ten aanzien van die jonggehandicapte voor 1 januari 2015 loondispensatie was verleend en voor zover het een verzoek om loondispensatie betreft voor dezelfde functie als waarvoor de loondispensatie voor 1 januari 2015 was verleend. ### Afdeling 6. Plichten in verband met het recht op arbeidsondersteuning @@ -549,7 +548,7 @@ De artikelen 2:18 tot en met 2:20, 2:21 zoals dat luidde op 31 december 2011 en ### Artikel 2:31 -**1.** De jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning is verplicht in voldoende mate te trachten mogelijkheden tot het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid te behouden of te verkrijgen. +**1.** De jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning is verplicht in voldoende mate te trachten mogelijkheden tot het verrichten van passende arbeid te behouden of te verkrijgen. **2.** @@ -559,11 +558,13 @@ a. zich geneeskundig te laten behandelen of aanwijzingen van een arts op te volg b. mee te werken aan het opstellen van het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; c. te voldoen aan verplichtingen die zijn opgenomen in het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. -**3.** De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op de persoon die een dienstbetrekking heeft als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening of die naar het oordeel van het UWV niet in staat is tot het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid. +**3.** De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op de persoon die een dienstbetrekking heeft als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening of die naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet in staat is tot het verrichten van passende arbeid. + +**4.** In het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, kan voor de jonggehandicapte de verplichting worden opgenomen om een aanbod van concrete passende arbeid te accepteren. ### Artikel 2:32 -**1.** De jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning en zijn resterende verdiencapaciteit niet volledig benut, is verplicht zich als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te laten registreren, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem dit opdraagt. De verplichting, bedoeld in de eerste zin, is niet van toepassing op de jonggehandicapte die een dienstbetrekking heeft als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening of die naar het oordeel van het UWV niet in staat is tot het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid. +**1.** De jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning en zijn resterende verdiencapaciteit niet volledig benut, is verplicht zich als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te laten registreren, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem dit opdraagt. De verplichting, bedoeld in de eerste zin, is niet van toepassing op de jonggehandicapte die een dienstbetrekking heeft als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening of die naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet in staat is tot het verrichten van passende arbeid. **2.** @@ -574,7 +575,7 @@ b. de dienstbetrekking niet door of op zijn verzoek te laten beëindigen zonder **3.** Het door de jonggehandicapte, bedoeld in het tweede lid, niet voeren van verweer tegen of het instemmen met een beëindiging van de dienstbetrekking door of op verzoek van de werkgever leidt niet tot overtreding van de verplichting, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel a. -**4.** In dit hoofdstuk wordt onder algemeen geaccepteerde arbeid verstaan algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de betrokkene met zijn krachten en bekwaamheden in staat is. +**4.** In dit hoofdstuk wordt onder passende arbeid verstaan algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de betrokkene met zijn krachten en bekwaamheden in staat is. ### Artikel 2:33 @@ -610,35 +611,31 @@ Opgeroepenen en, indien hun toestand geleide nodig maakt, mede hun geleiders, wo ### Afdeling 7. Inkomensvoorzieningen -#### Paragraaf 1. Inkomensondersteuning werkregeling +#### Paragraaf 1. Inkomensondersteuning ### Artikel 2:39 **1.** De jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning ontvangt op aanvraag inkomensondersteuning met ingang van de dag waarop de aanvraag werd ingediend, doch niet voor de dag waarop recht op arbeidsondersteuning ontstaat. -**2.** In afwijking van het eerste lid ontvangt de jonggehandicapte de inkomensondersteuning, bedoeld in het eerste lid, niet eerder dan de dag met ingang waarvan de jonggehandicapte aan de voorwaarden, bedoeld in het derde en vierde lid, voldoet. +**2.** In afwijking van het eerste lid ontvangt de jonggehandicapte de inkomensondersteuning, bedoeld in het eerste lid, niet eerder dan de dag met ingang waarvan de jonggehandicapte aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid, voldoet. **3.** De jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning ontvangt inkomensondersteuning als bedoeld in het eerste lid indien en zolang hij: -a. meewerkt aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op zijn inschakeling in de arbeid, die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wenselijk acht voor verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid. -b. meewerkt aan aanpassing van de arbeidsplaats en aan persoonsgebonden voorzieningen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt voor verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid en zo nodig tracht die aanpassing en die voorzieningen te verkrijgen; +a. meewerkt aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op zijn inschakeling in de arbeid, die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wenselijk acht voor verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van passende arbeid. +b. meewerkt aan aanpassing van de arbeidsplaats en aan persoonsgebonden voorzieningen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt voor verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van passende arbeid en zo nodig tracht die aanpassing en die voorzieningen te verkrijgen; c. meewerkt aan het opstellen van het participatieplan; -d. voldoet aan verplichtingen die zijn opgenomen in het participatieplan; -e. algemeen geaccepteerde arbeid verricht wanneer hij daartoe in de gelegenheid wordt gesteld; -f. in voldoende mate tracht algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; -g. geen eisen stelt in verband met door hem te verrichten arbeid die het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren. +d. in voldoende mate tracht passende arbeid te verkrijgen; +e. geen eisen stelt in verband met door hem te verrichten arbeid die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren. -**4.** De jonggehandicapte die niet voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, onderdeel e, ontvangt geen inkomensondersteuning zolang hij geen algemeen geaccepteerde arbeid verricht. +**4.** Onder de in het derde lid, onderdeel d of e, bedoelde arbeid wordt verstaan alle passende arbeid waartoe de betrokkene met zijn krachten en bekwaamheden in staat is. -**5.** Onder de in het derde lid, onderdeel e, f en g, bedoelde arbeid wordt verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de betrokkene met zijn krachten en bekwaamheden in staat is. - -**6.** De voorwaarden, bedoeld in het derde en vierde lid, zijn niet van toepassing op de persoon die een dienstbetrekking heeft als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening of die naar het oordeel van het UWV niet in staat is tot het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid. Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel a, wordt niet als inschakeling in de arbeid beschouwd inschakeling in arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening. +**5.** De voorwaarden, bedoeld in het derde lid, zijn niet van toepassing op de persoon die een dienstbetrekking heeft als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening of die naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet in staat is tot het verrichten van passende arbeid. Voor de toepassing van het derde lid, onderdeel a, wordt niet als inschakeling in de arbeid beschouwd inschakeling in arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening. **6.** De voorwaarden, bedoeld in het derde lid, zijn voorts niet van toepassing op de jonggehandicapte die studerende is. In afwijking van artikel 1:4, eerste lid, is de eerste zin ook van toepassing op de jonggehandicapte die studiefinanciering in de vorm van het levenlanglerenkrediet ontvangt. -**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aan jonggehandicapten die recht hebben op arbeidsondersteuning in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan worden verleend van de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, onderdeel e, f of g. +**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aan jonggehandicapten die recht hebben op arbeidsondersteuning in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan worden verleend van de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, onderdeel d of e. ### Artikel 2:40 @@ -646,47 +643,26 @@ g. geen eisen stelt in verband met door hem te verrichten arbeid die het aanvaar De inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 2:39, eerste lid, bedraagt per dag: -a. bij een inkomen per dag van minder dan 20% van het minimumloon: 0,5 * G; -b. bij een inkomen per dag van ten minste 20% van het minimumloon maar minder dan 80% van het minimumloon: 0,5 * G - 0,5 * (I - 0,2 * G); en -c. bij een inkomen per dag van ten minste 80% van het minimumloon: G – I, +a. voor een jonggehandicapte die werkt met loondispensatie als bedoeld in artikel 2:20: (0,7 * G) – (0,7 * compensatiefactor * I); en +b. voor andere jonggehandicapten: 0,7 * (G – I). -waarbij G staat voor de grondslag en I voor het inkomen per dag. +**2.** De compensatiefactor bedraagt: (LW – 0,3) / (0,7 x LW). -**2.** Indien de jonggehandicapte aantoont dat hem niet kan worden verweten dat hij een inkomen per dag verwerft van minder dan 20% van het minimumloon, dan bedraagt, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, de inkomensondersteuning per dag: 0,7 * G - I, waarbij G staat voor de grondslag en I voor het inkomen per dag. +**3.** Voor zover dit leidt tot een hoger bedrag aan inkomensondersteuning per dag, bedraagt de inkomensondersteuning per dag, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a: (I/LW) – I. + +**4.** De G staat voor de grondslag, de I voor het inkomen per dag en de LW voor de verminderde arbeidsprestatie, bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, uitgedrukt in een percentage. ### Artikel 2:41 -In afwijking van artikel 2:40, eerste lid, ontvangt de jonggehandicapte inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 2:41a, indien: - -a. de jonggehandicapte gedurende een periode van zeven jaar recht op arbeidsondersteuning heeft gehad en de leeftijd van 27 jaar heeft bereikt; of -b. het recht op arbeidsondersteuning van de jonggehandicapte op grond van artikel 8:10, vierde lid, is ontstaan en de jonggehandicapte de leeftijd van 27 jaar heeft bereikt. +Vervallen ### Artikel 2:41a -De inkomensondersteuning van de jonggehandicapte, bedoeld in artikel 2:41 bedraagt per dag: - -a. bij een inkomen per dag van ten minste 20% van het minimumloon: G – I; -b. indien de jonggehandicapte een inkomen per dag van minder dan 20% van het minimumloon heeft: 0,7 * G – I, - -waarbij G staat voor de grondslag en I voor het inkomen per dag. +Vervallen ### Artikel 2:42 -**1.** - -In afwijking van artikel 2:41 bedraagt de inkomensondersteuning, van de jonggehandicapte, bedoeld in dat artikel, bij een inkomen per dag van ten minste 20% van het minimumloon, per dag M – I, indien het een jonggehandicapte betreft: - -a. ten aanzien van wie loondispensatie als bedoeld in artikel 2:20 is verkregen; en -b. die noodzakelijke persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2:22, tweede lid, onderdeel d, geniet, of zou hebben genoten wanneer de jonggehandicapte niet reeds op grond van een andere regeling deze ondersteuning zou genieten. - -**2.** In het eerste lid staat M voor het bij de arbeid die de jonggehandicapte verricht rechtens geldende loon, gedeeld door 21,75, waarbij M ten hoogste 1,2 * G is, I voor het inkomen per dag, en G voor de grondslag. - -**3.** - -Het eerste lid is eveneens van toepassing ten aanzien van de jonggehandicapte die: - -a. geen begeleiding meer op zijn werkplek heeft als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de Wet sociale werkvoorziening, maar ten aanzien van wie wel loondispensatie als bedoeld in artikel 2:20, is verkregen, zolang hij werkzaam blijft in de dienstbetrekking waarvoor die begeleiding was verkregen; of -b. geen noodzakelijke persoonlijke ondersteuning meer geniet als bedoeld in het eerste lid, maar ten aanzien van wie wel loondispensatie als bedoeld in artikel 2:20, is verkregen, zolang hij werkzaam blijft in de dienstbetrekking waarvoor die persoonlijke ondersteuning was verkregen. +Vervallen #### Paragraaf 2. Inkomensondersteuning tijdens studie of scholing @@ -708,23 +684,15 @@ Vervallen ### Artikel 2:46 -**1.** +**1.** De uitkering, bedoeld in artikel 2:45, bedraagt per dag 0,75 * (G – I). -De uitkering, bedoeld in artikel 2:45, bedraagt per dag: - -a. bij een inkomen per dag van minder dan 20% van het minimumloon: 0,75 * G – I; -b. bij een inkomen per dag van ten minste 20% van het minimumloon maar minder dan 70% van het minimumloon: 0,55 * G – 0,5 * (I – 0,2 * G); en -c. bij een inkomen per dag van ten minste 70% van het minimumloon: G – I, - -waarbij G staat voor de grondslag en I voor het inkomen per dag. - -**2.** Indien de volledig en duurzaam arbeidsongeschikte gedurende een aaneengesloten termijn van twaalf kalendermaanden per dag een inkomen verwerft dat meer bedraagt dan 20% van het maatmaninkomen, roept het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de jonggehandicapte op voor een onderzoek naar het voortbestaan van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. - -**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op bij ministeriële regeling te bepalen groepen volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. +**2.** Artikel 1a:4, derde lid, is van toepassing. ### Artikel 2:46a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien de volledige en duurzaam arbeidsongeschikte gedurende een aaneengesloten termijn van twaalf kalendermaanden per dag een inkomen verwerft dat meer bedraagt dan 20% van het maatmaninkomen, roept het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de jonggehandicapte op voor een onderzoek naar het voortbestaan van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op bij ministeriële regeling te bepalen groepen volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. ### Afdeling 8. Aanvraag en betaling @@ -878,7 +846,7 @@ d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer afl De in het tweede lid, onderdelen a en b, genoemde termijn is drie jaar indien: -a. het gemiddeld inkomen van degene van wie wordt teruggevorderd in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en +a. het gemiddeld inkomen van degene van wie wordt teruggevorderd in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid. **5.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. @@ -891,7 +859,7 @@ b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen **1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde inkomensvoorziening, bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, invorderen bij dwangbevel. -**2.** Artikel 3:43 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de persoon gedurende drie jaar de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt. +**2.** Artikel 3:43 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de persoon gedurende drie jaar de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt. ### Artikel 2:61 @@ -1020,7 +988,7 @@ b. de jonggehandicapte de verplichting, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, niet **8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste tot en met zevende lid nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld. -**9.** De voordracht voor een krachtens het achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. +**9.** De voordracht voor een krachtens het achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. **10.** Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in dit hoofdstuk maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van arbeidsongeschiktheid kunnen ondersteunen. @@ -1033,7 +1001,7 @@ b. na de in onderdeel a bedoelde dag arbeidsongeschikt wordt en in het jaar, onm ### Artikel 3:2a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen per dag in de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten. ### Afdeling 2. Het recht op en de hoogte van de uitkering @@ -1101,21 +1069,20 @@ De jonggehandicapte, bedoeld in artikel 3:3, heeft geen recht op arbeidsongeschi **1.** -De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag, de zaterdagen en zondagen niet meegerekend, bij een arbeidsongeschiktheid van: +De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag: -| 25-35%: | 21% van de grondslag; | -| --- | --- | -| 35-45%: | 28% van de grondslag; | -| 45-55%: | 35% van de grondslag; | -| 55-65%: | 42% van de grondslag; | -| 65-80%: | 50,75% van de grondslag; | -| 80% of meer: | 70% van de grondslag. | +a. voor een jonggehandicapte die werkt met loondispensatie als bedoeld in artikel 3:63: (0,7 * G) – (0,7 * compensatiefactor * I); en +b. voor andere jonggehandicapten: 0,7 * (G – I). -**2.** Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt, zoveel doenlijk, rekening gehouden met verkregen nieuwe bekwaamheden. +**2.** De compensatiefactor bedraagt: (LW – 0,3) / (0,7 x LW). + +**3.** Voor zover dit leidt tot een hoger bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, bedraagt de arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a: (I/LW) – I. + +**4.** De G staat voor de grondslag, de I voor het inkomen per dag en de LW voor de verminderde arbeidsprestatie, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, uitgedrukt in een percentage. ### Artikel 3:8a -**1.** In afwijking van artikel 3:8, eerste lid, bedraagt de arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer 75% van de grondslag, indien de jonggehandicapte duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. +**1.** Artikel 3:8 is niet van toepassing, indien de jonggehandicapte voor 80% of meer arbeidsongeschikt is en duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. **2.** Onder duurzaam wordt de situatie verstaan waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen. @@ -1127,7 +1094,9 @@ De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag, de zaterdagen en zondagen n ### Artikel 3:8b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering voor de jonggehandicapte, bedoeld in artikel 3:8a, eerste lid, bedraagt per dag 0,75 * (G – I). + +**2.** Artikel 1a:4, derde lid, is van toepassing. ### Artikel 3:9 @@ -1168,81 +1137,39 @@ Indien voor het vaststellen van het recht op uitkering op grond van deze wet, in ### Artikel 3:13 -**1.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt herzien wanneer de jonggehandicapte, aan wie zij is toegekend, op grond van deze wet voor een hogere of lagere uitkering in aanmerking komt. - -**2.** Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaats met inachtneming van de artikelen 3:14 tot en met 3:17. - -**3.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet herzien in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. Indien de jonggehandicapte tijdens de opleiding of scholing inkomen verwerft, is artikel 3:48, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 3:14 -**1.** Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, onverminderd de artikelen 3:16 en 3:17, plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken 52 weken heeft geduurd. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde herziening vindt niet plaats, indien de toeneming kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die waaruit de ongeschiktheid ter zake waarvan uitkering wordt genoten, is voortgekomen. - -**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op de persoon die in het jaar onmiddellijk voorafgaande aan de dag van het intreden van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid zes of meer maanden studerende was als bedoeld in artikel 1:4, eerste lid, onderdeel b. - -**4.** Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van 52 weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. - -**5.** Perioden van wonen buiten Nederland waarin de arbeidsongeschiktheid is toegenomen worden mede in aanmerking genomen voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 3:15 -**1.** Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, onverminderd artikel 3:16, plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. - -**2.** Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, doch minder dan 80%, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, doch binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan die uitkering is herzien, de arbeidsongeschiktheid weer toeneemt, is het eerste lid van toepassing, onder afwijking van artikel 3:14. - -**3.** Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van de eerstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. - -**4.** Perioden van wonen buiten Nederland waarin de arbeidsongeschiktheid is toegenomen worden mede in aanmerking genomen voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste en tweede lid. +Vervallen ### Artikel 3:16 -**1.** - -Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats zodra de toeneming van de arbeidsongeschiktheid optreedt, indien deze intreedt: - -a. binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend; -b. binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd herzien; -c. binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering, die voordien was berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%; -d. binnen een bij ministeriële regeling aan te geven tijdvak in daarbij aan te wijzen gevallen. - -**2.** Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend, onderscheidenlijk wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd herzien dan wel is herleefd, met toepassing van artikel 3:29, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 3:31, tweede lid, geldt voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a en b, als dag met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend, onderscheidenlijk werd herzien dan wel is herleefd, de dag, met ingang waarvan die uitkering zou zijn toegekend, onderscheidenlijk zou zijn herzien dan wel zou zijn herleefd, indien artikel 3:29, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 3:31, tweede lid, geen toepassing zou hebben gevonden. - -**3.** Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een herbeoordeling als bedoeld in artikel 3:28, zesde lid, plaats met ingang van 22 februari 2007. - -**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor gevallen waarbij direct herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaatsvindt. Op grond van deze regels kan bedoelde herziening slechts plaatsvinden ten behoeve van de jonggehandicapte die bij hervatting van de arbeid inkomen geniet, dat minder bedraagt dan evenredig is aan zijn nog bestaande arbeidsgeschiktheid. - -**5.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van wonen buiten Nederland waarin de arbeidsongeschiktheid is toegenomen mede in aanmerking genomen. +Vervallen ### Artikel 3:17 -**1.** Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid die intreedt binnen vijf jaar na de datum van toekenning of herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en die voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan uitkering wordt genoten, is voortgekomen, vindt herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats, zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. - -**2.** Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van de eerstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. - -**3.** Dit artikel vindt geen toepassing, indien recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 3:15 of 3:16, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of derde lid. - -**4.** Perioden van wonen buiten Nederland, waarin de arbeidsongeschiktheid is toegenomen worden mede in aanmerking genomen voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 3:17a -Indien als gevolg van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid zowel recht op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat of is ontstaan op grond van de artikelen 3:14, 3:15, 3:16 en 3:17, als op ziekengeld op grond van de Ziektewet, wordt het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of wordt verhoogd uitbetaald voor zover dit het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd. +Vervallen ### Artikel 3:18 **1.** -Onverminderd hetgeen overigens in deze wet is bepaald ter zake van herziening of intrekking van een beschikking tot toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering, alsook ter zake van een weigering van een zodanige uitkering, herziet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een dergelijke beschikking of trekt het deze in: +Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen herziet beschikkingen op grond van dit hoofdstuk of trekt dergelijke beschikkingen in: -a. ter uitvoering van een beslissing als bedoeld in artikel 3:11; -b. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 3:37, 3:38 of 3:74 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering; -c. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; -d. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 3:37, 3:38 of 3:74 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op uitkering bestaat. +a. ter uitvoering van een beslissing als bedoeld in artikel 3:11; +b. indien als gevolg van het niet nakomen van de artikelen 3:37, 3:38 of 3:74 en de daarop berustende bepalingen het recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk niet of niet meer kan worden vastgesteld of ten onrechte is vastgesteld of de uitkering ten onrechte op een te hoog bedrag is vastgesteld; +c. indien anderszins het recht op uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend. -**2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking als bedoeld in het eerste lid af te zien. - -**3.** Een besluit tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in artikel 3:67 en van inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 3:68 wordt ingetrokken of herzien indien die voorzieningen ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn vastgesteld. +**2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking afzien. ### Artikel 3:19 @@ -1252,29 +1179,37 @@ Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt: a. met ingang van de dag waarop de jonggehandicapte de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt; b. wanneer de arbeidsongeschiktheid is geëindigd, of beneden 25% is gedaald, met ingang van de dag, aangegeven in de daartoe strekkende beschikking van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; -c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de jonggehandicapte buiten Nederland is gaan wonen. +c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de jonggehandicapte buiten Nederland is gaan wonen; +d. indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daartoe op verzoek van de jonggehandicapte besluit; of +e. indien de jonggehandicapte overlijdt. -**2.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet ingetrokken in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. Indien de jonggehandicapte tijdens de opleiding of scholing inkomen verwerft, is artikel 3:48, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. +**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die arbeid verricht, niet, tenzij de jonggehandicapte ten minste 75% van het maatmaninkomen verdient nadat hij vijf jaar arbeid heeft verricht. -**3.** Indien de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze intrekking niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. +**3.** De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet ingetrokken in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid. -**4.** Het eerste lid, onderdeel c, is tevens van toepassing op de jonggehandicapte die buiten Nederland is gaan wonen en op wie artikel 1:2, derde lid, van toepassing is. +**4.** Indien de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze intrekking niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. -**5.** Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte rechtens zijn vrijheid is ontnomen, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming één maand heeft geduurd. +**5.** Het eerste lid, onderdeel c, is tevens van toepassing op de jonggehandicapte die buiten Nederland is gaan wonen en op wie artikel 1:2, derde lid, van toepassing is. -**6.** Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. +**6.** Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte rechtens zijn vrijheid is ontnomen, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming één maand heeft geduurd. -**7.** Voor de jonggehandicapte die op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft op grond van het zesde lid, eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het vijfde lid, vanaf de dag dat de vrijheidsontneming ingaat. +**7.** Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. -**8.** Voor de toepassing van het vijfde lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. +**8.** Voor de jonggehandicapte die op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft op grond van het zevende lid, eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het zesde lid, vanaf de dag dat de vrijheidsontneming ingaat. -**9.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan het eerste lid, onderdeel c, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing, gelet op het belang van het eindigen van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de jonggehandicapte buiten Nederland gaat wonen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. +**9.** Voor de toepassing van het zesde lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. -**10.** Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte een uitreiziger is. +**10.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan het eerste lid, onderdeel c, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing, gelet op het belang van het eindigen van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de jonggehandicapte buiten Nederland gaat wonen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. + +**11.** Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte een uitreiziger is. + +**12.** Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt niet op grond van het eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, indien de jonggehandicapte gebruik maakt van een voorziening als bedoeld in artikel 34a, eerste lid of artikel 35, tweede lid, onderdeel a, b of d, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. ### Artikel 3:20 -Indien het recht op uitkering op grond van artikel 3:19, eerste lid, onderdeel c, is geëindigd en de jonggehandicapte vervolgens weer in Nederland woont, herleeft het recht op uitkering met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij weer in Nederland is gaan wonen. +**1.** Indien het recht op uitkering op grond van artikel 3:19, eerste lid, onderdeel c, is geëindigd en de jonggehandicapte vervolgens weer in Nederland woont, herleeft het recht op uitkering met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij weer in Nederland is gaan wonen. + +**2.** Indien het recht op uitkering is geëindigd op grond van artikel 3:19, eerste lid, onderdeel d, herleeft het recht op uitkering op aanvraag van de jonggehandicapte, indien zich geen uitsluitingsgrond als bedoeld in de artikelen 3:4 tot en met 3:6 voordoet. Het recht op uitkering herleeft niet eerder dan een jaar na de dag waarop het recht op uitkering is geëindigd. ### Artikel 3:21 @@ -1283,39 +1218,21 @@ Indien het recht op uitkering op grond van artikel 3:19, eerste lid, onderdeel c Indien de jonggehandicapte: a. wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afneming van arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 3:19, eerste lid, onderdeel b, is ingetrokken; of -b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling, maar geen recht had op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was; binnen vijf jaar na de datum van die intrekking dan wel binnen vijf jaar na het bereiken van die wachttijd arbeidsongeschikt wordt en deze arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten dan wel als die op grond waarvan hij ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling voortkomt, vindt toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats, zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. +b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling, maar geen recht had op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was; na de datum van die intrekking dan wel na het bereiken van die wachttijd arbeidsongeschikt wordt, vindt toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats, zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. **2.** Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van de eerstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. -**3.** Dit artikel vindt geen toepassing indien op grond van artikel 3:22 aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. +**3.** De artikelen 3:5 en de daarop berustende bepalingen, 3:5a en 3:5b zijn van overeenkomstige toepassing. -**4.** De artikelen 3:5 en de daarop berustende bepalingen, 3:5a en 3:5b zijn van overeenkomstige toepassing. - -**5.** Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel wordt toegekend en tevens recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet bestaat, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd. +**4.** Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel wordt toegekend en tevens recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet bestaat, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd. ### Artikel 3:22 -**1.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, in verband met artikel 3:19, eerste lid, onderdeel b, is ingetrokken, heeft, indien hij binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan de uitkering is ingetrokken, weer arbeidsongeschikt wordt, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. - -**2.** Het eerste lid is mede van toepassing ten aanzien van de jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45% in verband met artikel 3:19, eerste lid, onderdeel b, is ingetrokken, indien hij weer arbeidsongeschikt wordt binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan die uitkering, die voordien was berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%. - -**3.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, in verband met artikel 3:19, eerste lid, onderdeel b, is ingetrokken met ingang van een dag, gelegen binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan die uitkering werd toegekend of wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd herzien, heeft, indien hij binnen die vier weken weer arbeidsongeschikt wordt, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Artikel 3:16, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**4.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, in verband met artikel 3:19, eerste lid, onderdeel b, is ingetrokken, heeft, onverminderd het tweede en het derde lid, indien hij binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan de uitkering is ingetrokken, weer arbeidsongeschikt wordt, niet kennelijk uit een andere oorzaak dan die, waaruit de arbeidsongeschiktheid, ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten, is voortgekomen, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. - -**5.** Ten aanzien van de jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 3:19, eerste lid, onderdeel b, is ingetrokken, en die weer arbeidsongeschikt is geworden op grond van een herbeoordeling als bedoeld in artikel 28, zesde lid, vindt heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaats met ingang van 22 februari 2007. - -**6.** De heropening vindt plaats naar de mate van arbeidsongeschiktheid op de dag, waarop de heropening ingaat. - -**7.** Indien zowel recht ontstaat of is ontstaan op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel als op ziekengeld op grond van de Ziektewet, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd. - -**8.** Voor de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid wordt niet als arbeidsongeschikt beschouwd degene die minder dan 25% arbeidsongeschikt is. - -**9.** De artikelen 3:5 en de daarop berustende bepalingen, 3:5a en 3:5b zijn van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 3:23 -**1.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 3:19, vijfde lid, is geëindigd, heeft vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. Artikel 3:3, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**1.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 3:19, zesde lid, is geëindigd, heeft vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. Artikel 3:3, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. **2.** Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. @@ -1325,7 +1242,7 @@ b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, onges ### Artikel 3:23a -**1.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 3:19, zesde lid, is geëindigd, heeft vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. +**1.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 3:19, zevende lid, is geëindigd, heeft vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. **2.** Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. @@ -1333,7 +1250,7 @@ b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, onges ### Artikel 3:23b -**1.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 3:19, tiende lid, is geëindigd, heeft vanaf de dag dat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel s, met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. +**1.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 3:19, elfde lid, is geëindigd, heeft vanaf de dag dat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel s, met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. **2.** Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. @@ -1349,7 +1266,7 @@ De jonggehandicapte die over een maand recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitk **1.** De vakantie-uitkering bedraagt acht procent van het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarop recht bestond in het tijdvak van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei. -**2.** Indien artikel 3:17a, 3:21, vijfde lid, 3:22, zevende lid, 3:48, 3:50 of 3:51 is toegepast, wordt onder het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in het eerste lid, verstaan het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, nadat dat artikel toepassing heeft gevonden. +**2.** Indien artikel 3:17a of 3:21, vierde lid, is toegepast, wordt onder het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in het eerste lid, verstaan het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, nadat dat artikel toepassing heeft gevonden. **3.** Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt gewijzigd, treedt dit gewijzigde percentage in de plaats van het in het eerste lid genoemde percentage. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop recht bestaat over het tijdvak aanvangende met de dag waarop de wijziging ingaat. @@ -1413,11 +1330,9 @@ Herziening, heropening dan wel herleving van de arbeidsongeschiktheidsuitkering **4.** Indien de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze herziening niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. -**5.** De herleving van de uitkering, bedoeld in artikel 3:20, gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij weer in Nederland is gaan wonen. +**5.** De herleving van de uitkering, bedoeld in artikel 3:20, eerste lid gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij weer in Nederland is gaan wonen. -**6.** De heropening van de uitkering, bedoeld in artikel 3:22, gaat in op de dag, met ingang waarvan de jonggehandicapte weer arbeidsongeschikt is geworden. - -**7.** Heropening of herleving van de arbeidsongeschiktheidsuitkering vindt niet plaats, indien deze zou ingaan op of na de in artikel 3:19, eerste lid, onderdeel a, bedoelde dag. +**6.** Herleving van de arbeidsongeschiktheidsuitkering vindt niet plaats, indien deze zou ingaan op of na de in artikel 3:19, eerste lid, onderdeel a, bedoelde dag. ### Artikel 3:32 @@ -1611,87 +1526,21 @@ Vervallen ### Artikel 3:48 -**1.** - -Indien de jonggehandicapte, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, inkomen geniet doordat hij arbeid is gaan verrichten, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak van vijf jaar niet aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering: - -a. niet betaald, indien het inkomen zodanig is, dat als die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid, zou zijn, niet langer sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%; of -b. indien onderdeel a niet van toepassing is, betaald tot een bedrag ter grootte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, zoals deze zou zijn vastgesteld, indien die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid, zou zijn. - -Na afloop van het in de aanhef genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel 3:1, vijfde lid. - -**2.** Indien degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in dienstbetrekking arbeid als bedoeld in het eerste lid verricht of heeft verricht, wordt het loon geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de inhoudingsplichtige van dat loon opgave heeft gedaan. - -**3.** Het in het eerste lid, aanhef, genoemde tijdvak van vijf jaar vangt aan op de eerste dag waarop het eerste lid, onderdeel a of b, is toegepast. Indien diegene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en ten aanzien van wie het eerste lid, onderdeel a of b, is toegepast andere arbeid gaat verrichten, dan vangt een nieuw tijdvak als bedoeld in het eerste lid aan op de eerste dag dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege het verrichten van die andere arbeid wordt vastgesteld door toepassing van het eerste lid, onderdeel a of b. - -**4.** Indien op de laatste dag van het in het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar inkomen wordt genoten, maar geen arbeid wordt verricht, wordt dit tijdvak verlengd tot en met de laatste dag waarop dat inkomen wordt genoten. - -**5.** Indien de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, inkomen geniet ingevolge een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening, is het eerste lid voor onbeperkte duur van toepassing. - -**6.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben in elk geval betrekking op de gevallen waarin het eerste lid buiten toepassing blijft. - -**7.** Onze Minister kan bepalen dat het eerste lid voor onbeperkte duur toepassing vindt ten aanzien van bepaalde groepen personen. - -**8.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder inkomen en loon als bedoeld in dit artikel wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten. - -**9.** Bij de bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid, bedoeld in het eerste lid, kan loon niet meer dan eenmaal in aanmerking worden genomen. +Vervallen ### Artikel 3:49 -**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot door het UWV te verstrekken subsidie aan een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf door scholing de inschakeling van jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen in de arbeid bevordert. +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te verstrekken subsidie aan een rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf door scholing de inschakeling van jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen in de arbeid bevordert. **2.** Bij de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, kunnen aan de subsidie-ontvanger verplichtingen worden opgelegd omtrent het hanteren van een registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt. ### Artikel 3:50 -**1.** Indien zowel recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, voorzover deze de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen overtreft. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien ter zake van arbeidsongeschiktheid recht ontstaat op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en in verband daarmee geen herziening op grond van artikel 3:14 plaatsvindt van de voordien toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering. - -**3.** Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid zowel recht ontstaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de artikelen 3:13 tot en met 3:18 als op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald voorzover deze de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen overtreft, doch in elk geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening. - -**4.** Indien na toepassing van het derde lid zowel de arbeidsongeschiktheidsuitkering als gevolg van toe- of afneming van de arbeidsongeschiktheid wordt herzien als de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wijzigt, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering in afwijking van het eerste lid, uitbetaald voorzover deze het bedrag van de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen overtreft, doch in elk geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening als bedoeld in het derde lid. - -**5.** Indien terzake van arbeidsongeschiktheid zowel recht bestaat op wijziging van de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voorzover deze de gewijzigde uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen overtreft. - -**6.** Voor de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tevens verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die uitkering recht bestaat, voorzover die vakantie-uitkering over dezelfde periode is berekend. - -**7.** Het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op de persoon die een uitkering ontvangt op grond van de vrijwillige verzekering als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. - -**8.** - -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld: - -a. met betrekking tot het eerste lid; -b. ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van andere wetten. - -**9.** Voor de toepassing van het eerste en derde tot en met vijfde lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte op wie artikel 3:48 van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkering nadat bedoeld artikel toepassing heeft gevonden. - -**10.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de sociale wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, een vergelijkbare regeling van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of een andere Mogendheid. +Vervallen ### Artikel 3:51 -**1.** Indien zowel recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, voor zover deze de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen overtreft. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien ter zake van arbeidsongeschiktheid recht ontstaat op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en in verband daarmee geen herziening op grond van artikel 3:14 plaatsvindt van de voordien toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering. - -**3.** Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid zowel recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de artikelen 3:13 tot en met 3:18 als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald voor zover deze de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen overtreft, doch in ieder geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening. - -**4.** Indien na toepassing van het derde lid zowel de arbeidsongeschiktheidsuitkering als de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen als gevolg van toe- of afneming van de arbeidsongeschiktheid wordt herzien, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het eerste lid, uitbetaald voor zover deze het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen overtreft, doch in elk geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening als bedoeld in het derde lid. - -**5.** Indien ter zake van arbeidsongeschiktheid zowel recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met de artikelen 36 tot en met 40 van die wet of op herziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen in verband met de artikelen 12 tot en met 16 van die wet als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze de herziene arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen overtreft. - -**6.** Voor de toepassing van het eerste tot en met het vijfde lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen tevens verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen recht bestaat, voor zover die vakantie-uitkeringen over dezelfde periode zijn berekend. - -**7.** Het eerste tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing op degene die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de vrijwillige verzekering als bedoeld in hoofdstuk VI van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. - -**8.** Voor de toepassing van het eerste en derde tot en met vijfde lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, onderscheidenlijk uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen van de jonggehandicapte op wie artikel 3:48, onderscheidenlijk artikel 44 of 65 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, onderscheidenlijk artikel 58 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkeringen nadat bedoelde artikelen toepassing hebben gevonden. - -**9.** - -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld: - -met betrekking tot het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 3:52 @@ -1729,7 +1578,7 @@ Uitkeringen op grond van deze wet die niet in ontvangst zijn genomen of zijn ing ### Artikel 3:56 -**1.** De uitkering de loonsuppletie, bedoeld in artikel 3:67, en de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 3:68, die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 3:18 onverschuldigd is verstrekt, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd. +**1.** De uitkering die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 3:18 onverschuldigd is verstrekt, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd. **2.** De uitkering die onverschuldigd aan de werkgever is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van de werkgever teruggevorderd, indien de werkgever de uitkering op grond van artikel 629, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in mindering heeft kunnen brengen op het loon. @@ -1748,7 +1597,7 @@ d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer afl De in het derde lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar indien: -a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en +a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 3:74. **6.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. @@ -1761,7 +1610,7 @@ b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen **1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in artikel 3:56, eerste en tweede lid, invorderen bij dwangbevel. -**2.** Artikel 3:43 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt. +**2.** Artikel 3:43 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt. ### Artikel 3:58 @@ -1804,9 +1653,7 @@ Onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding en belening zijn: a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering; b. de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 3:9; c. de vakantie-uitkering; -d. de loonsuppletie, bedoeld in artikel 3:67; -e. de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 3:68; -f. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3:10. +d. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3:10. **2.** Volmacht tot ontvangst van een uitkering onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk. @@ -1823,7 +1670,7 @@ b. de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 3:54. ### Artikel 3:63 -**1.** Indien de arbeidsprestatie van een werknemer die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in een bepaalde functie, maar geen functie waarin hij werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van die wet, ten gevolge van ziekte of gebrek duidelijk minder is dan de arbeidsprestatie die een geldelijke beloning van het voor hem geldende wettelijk minimumloon rechtvaardigt, vermindert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van de betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid, in afwijking van hetgeen bij en krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is bepaald. +**1.** Indien de arbeidsprestatie van een werknemer die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in een bepaalde functie, maar geen functie waarin hij werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van die wet, ten gevolge van ziekte of gebrek duidelijk minder is dan de arbeidsprestatie die een geldelijke beloning van het minimumloon rechtvaardigt, vermindert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van de betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid, in afwijking van hetgeen bij en krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is bepaald. **2.** Elk beding waarbij een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid wordt overeengekomen die lager is dan de beloning, vastgesteld op grond van het eerste lid is nietig. @@ -1845,33 +1692,21 @@ Vervallen ### Artikel 3:66 -De jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, op de naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. +**1.** De jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, op de naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. + +**2.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van een jonggehandicapte die recht heeft op ondersteuning bij arbeidsinschakeling werkzaamheden door een re-integratiebedrijf laat verrichten, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 3:66a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In de re-integratievisie of het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, kan voor de jonggehandicapte de verplichting worden opgenomen om een aanbod van concrete passende arbeid te accepteren. ### Artikel 3:67 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die arbeid in dienstbetrekking aanvaardt of verricht op aanvraag loonsuppletie toekennen, indien het loon lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit. - -**2.** De loonsuppletie wordt verstrekt over perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal loonsuppletie is toegekend. - -**3.** Als perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen als bedoeld in het tweede lid worden eveneens aangemerkt, perioden waarin een uitkering op grond van de Ziektewet of op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg wordt ontvangen, tenzij de dienstbetrekking is geëindigd. - -**4.** De loonsuppletie wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van deze wet. - -**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de loonsuppletie. +Vervallen ### Artikel 3:68 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die arbeid als zelfstandige verricht of gaat verrichten op aanvraag inkomenssuppletie toekennen, indien zijn inkomen uit het bedrijf of beroep lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit. - -**2.** De inkomenssuppletie wordt verstrekt over perioden waarin het bedrijf of beroep wordt uitgeoefend, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal inkomenssuppletie is toegekend. - -**3.** De inkomenssuppletie wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. - -**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de inkomenssuppletie. +Vervallen ### Artikel 3:69 @@ -1894,7 +1729,7 @@ d. werkzaamheden, waarbij er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werk ### Artikel 3:70 -Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag van loonsuppletie, bedoeld in artikel 3:67, van inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 3:68, de termijn waarbinnen die aanvraag wordt ingediend, alsmede omtrent de rechtsgevolgen die aan overschrijding van die termijn zijn verbonden, en met betrekking tot de aanvraag en van toestemming als bedoeld in artikel 3:69. +Vervallen ### Artikel 3:71 @@ -1910,7 +1745,9 @@ Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de jonggehandicapte, die re ### Artikel 3:73a -De artikelen 3:63, 3:66, 3:69 en 3:73 zijn niet van toepassing op de jonggehandicapte die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in artikel 3:8a, eerste lid. +**1.** De artikelen 3:63, 3:66, 3:69 en 3:73 zijn niet van toepassing op de jonggehandicapte die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in artikel 3:8a, eerste lid. + +**2.** In afwijking van het eerste lid is artikel 3:63 wel van toepassing op de jonggehandicapte die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien ten aanzien van die jonggehandicapte voor 1 januari 2015 loondispensatie was verleend en voor zover het een verzoek om loondispensatie betreft voor dezelfde functie als waarvoor de loondispensatie voor 1 januari 2015 was verleend. ### Afdeling 6. Het verstrekken van inlichtingen @@ -1928,7 +1765,7 @@ De artikelen 3:63, 3:66, 3:69 en 3:73 zijn niet van toepassing op de jonggehandi **1.** De persoon die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer of recht heeft op arbeidsondersteuning, heeft recht op een tegemoetkoming. -**2.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 182,69. +**2.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 185,61. **3.** Het bedrag, genoemd in het tweede lid, wordt jaarlijks per 1 januari gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. @@ -1983,14 +1820,12 @@ Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten komen: a. de op grond van deze wet te betalen uitkeringen en inkomensvoorzieningen; b. de op grond van enige wet over de uitkeringen en inkomensvoorzieningen op grond van deze wet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen en inkomensvoorzieningen in mindering kunnen worden gebracht en de op grond van artikel 42 van de Zorgverzekeringswet verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage; -c. het op grond van artikel 3:48, vierde lid, aan 's Rijks kas af te dragen bedrag; -d. vervallen; -e. de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten; -f. de subsidies, bedoeld in de artikelen 2:29 en 3:49, en de kosten in verband met de uitvoering van die artikelen; -g. de reïntegratie-instrumenten op grond van deze wet; -h. de kosten verband houdende met de uitvoering van artikel 30a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, een uitkering ontvangt ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten; -i. de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2:52 en 3:10; -j. de subsidie, bedoeld in artikel 32b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en de kosten in verband met de uitvoering van dat artikel. +c. de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten; +d. de subsidies, bedoeld in de artikelen 2:29 en 3:49, en de kosten in verband met de uitvoering van die artikelen; +e. de reïntegratie-instrumenten op grond van deze wet; +f. de kosten verband houdende met de uitvoering van artikel 30a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, een uitkering ontvangt ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten; +g. de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2:52 en 3:10; +h. de subsidie, bedoeld in artikel 32b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en de kosten in verband met de uitvoering van dat artikel. **2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid. @@ -2062,10 +1897,6 @@ Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend voor de inwerkingtreding va **2.** Een beschikking tot toekenning van een voorziening op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop dat artikel op grond van artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, vervalt, dag de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt voor de duur van het tijdvak waarvoor die voorziening op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten is toegekend aangemerkt als een beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 35, eerste lid juncto tweede lid, onderdeel d, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. -**3.** Een beschikking tot toekenning van loonsuppletie op grond van artikel 32 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop dat artikel op grond van artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, vervalt, de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt voor de duur waarvoor die loonsuppletie was toegekend aangemerkt als een beschikking tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in artikel 3:67. - -**4.** Een beschikking tot toekenning van inkomenssuppletie op grond van artikel 29 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, aan de jonggehandicapte die op de dag voorafgaand aan de dag waarop dat artikel op grond van artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, vervalt, de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt dan wel recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt voor de duur waarvoor die inkomenssuppletie was toegekend aangemerkt als inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 3:68. - ### Artikel 8:4 Vervallen @@ -2082,19 +1913,48 @@ Vervallen ### Artikel 8:6a -**1.** De artikelen 3:17a en 3:21, vijfde lid, alsmede 3:22, zevende lid, zoals dat is komen te luiden na inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, zijn niet van toepassing op de persoon wiens arbeidsongeschiktheid voor de dag van inwerkingtreding van die wet is toegenomen als bedoeld in de artikelen 3:14 tot en met 3:17, 3:21 of 3:22, tot het moment waarop in verband met diezelfde toename van de arbeidsongeschiktheid geen recht meer bestaat op ziekengeld op grond van de Ziektewet. - -**2.** Artikel 3:21, derde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving blijft van toepassing op de persoon die op of voor de dag van inwerkingtreding van die wet arbeidsongeschikt werd als bedoeld in artikel 3:21, eerste lid. - -**3.** Dit artikel vervalt met ingang van de dag gelegen tien jaar na de dag van inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving. +Vervallen ### Artikel 8:7 -De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de tijdvakken van vier weken, genoemd in de artikelen 2:12, derde lid, 3:3, tweede en derde lid, 3:14, derde lid, 3:15, 3:16, eerste lid, 3:17, 3:21 en 3:22. +De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de tijdvakken van vier weken, genoemd in de artikelen 2:12, derde lid, 3:3, tweede en derde lid, 3:14, derde lid, 3:15, 3:16, eerste lid, 3:17 en 3:21. ### Artikel 8:8 -Vervallen +**1.** + +Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt een garantiebedrag vast voor de jonggehandicapte die: + +a. in de maand voor inwerkingtreding van artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB van de wet van 27 mei 2020 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en enkele andere wetten in verband met verdere activering van de participatie van jonggehandicapten en het harmoniseren van de verschillende regimes Wajong (Stb. 2020, 173) inkomen geniet en in de daaropvolgende maand nog steeds inkomen geniet; of +b. in de maand voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel R, van de Verzamelwet SZW 2021 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving, waarbij sprake was van samenloop met een uitkering als bedoeld in de artikelen 3:50 of 3:51 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ja, van de Verzamelwet SZW 2021. + +**2.** + +Het garantiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze behorende bij de inkomensvoorziening of arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de jonggehandicapte op grond van de hoofdstukken 2 en 3, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB, van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet of artikel XII, onderdeel R, van de Verzamelwet SZW 2021 recht zou hebben gehad in de maand van inwerkingtreding van: + +a. artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB, van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet, waarbij het inkomen in afwijking van de betreffende artikelen staat voor het gemiddelde inkomen per dag over een bij algemene maatregel van bestuur bepaalde periode, die voor verschillende situaties verschillend kan worden vastgesteld; +b. artikel XII, onderdeel R, van de Verzamelwet SZW 2021, waarbij voor de toepassing van de artikelen 3:50 of 3:51 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ja, van de Verzamelwet SZW 2021, in afwijking van die artikelen, de uitkering wordt gebruikt waarop de jonggehandicapte op grond van die artikelen in de maand voorafgaand aan die inwerkingtreding recht had. + +**3.** In afwijking van het tweede lid wordt het garantiebedrag voor de jonggehandicapte die in de maand van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet, recht zou hebben gehad op inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 2:39, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van die wet, vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze behorende bij de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 2:41, zoals dat artikel luidde op de dag voor inwerkingtreding van die wet, indien die jonggehandicapte sinds januari 2015 onafgebroken inkomen heeft genoten. + +**4.** De jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, heeft recht op een inkomensvoorziening of een arbeidsongeschiktheidsuitkering ter hoogte van het garantiebedrag wanneer de inkomensvoorziening of de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 2:40, 2:46, 3:8 of 3:8b, het garantiebedrag niet te boven gaat. + +**5.** + +Het vierde lid is niet langer van toepassing, indien gedurende een aaneengesloten periode van een jaar: + +a. de inkomensvoorziening of de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 2:40, 2:46, 3:8 of 3:8b hoger is dan het garantiebedrag; of +b. door de jonggehandicapte geen inkomen is genoten of uitkering als bedoeld in de artikelen 3:50 of 3:51 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ja, van de Verzamelwet SZW 2021. + +**6.** De periode van een jaar, bedoeld in het vijfde lid, kan bij algemene maatregel van bestuur tijdelijk met ten hoogste een jaar worden verlengd voor zover dat nodig is in verband met de gevolgen van de crisis in verband met COVID-19. + +**7.** Met ingang van de dag waarop het minimumloon wijzigt, wordt het op grond van het tweede of derde lid vastgestelde garantiebedrag, gewijzigd met het percentage van deze wijziging. + +**8.** + +In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan het + +inkomen, bedoeld in artikel 2:6 dan wel artikel 3:48, achtste lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel OO, van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet. ### Artikel 8:9 @@ -2104,17 +1964,7 @@ Artikel 3:63, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van de wet van **1.** De jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 3 heeft geen recht op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2. -**2.** Vanaf een nader bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip kan de jonggehandicapte die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 3, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzoeken om toekenning van het recht op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2. - -**3.** Een verzoek om toekenning van het recht op arbeidsondersteuning als bedoeld in het tweede lid, wordt ingewilligd indien de jonggehandicapte voldoende mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. - -**4.** Door inwilliging van het verzoek, bedoeld in het tweede lid, eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 3 en ontstaat het recht op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2. - -**5.** Artikel 2:15, eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de jonggehandicapte die een verzoek doet als bedoeld in het tweede lid, voor wat betreft de periode waarin hij recht heeft gehad op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 3. - -**6.** Hoofdstuk 4 van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen is niet van toepassing op de jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2. - -**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere bepalingen worden gesteld met betrekking tot de overgang van het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering naar het recht op arbeidsondersteuning overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid. +**2.** Hoofdstuk 4 van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen is niet van toepassing op de jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2. ### Artikel 8:10a @@ -2132,11 +1982,11 @@ De jonggehandicapte die op de dag voor inwerkingtreding van artikel III, onderde ### Artikel 8:10d -**1.** Artikel 2:41 is van overeenkomstige toepassing op de jonggehandicapte die op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel D, van de Wet van 17 november 2016, tot wijziging van de Participatiewet, de Wet tegemoetkomingen loondomein en de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met stroomlijning van de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en enkele andere wijzigingen (Stb. ..) inkomensondersteuning ontving op grond van artikel 2:41 of artikel 2:42, zoals deze artikelen luidden op de dag voor dat tijdstip, met dien verstande dat de hoogte van de inkomensondersteuning tot zes maanden na het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel F, van die wet in werking treedt per dag ten minste G – I bedraagt, waarbij G staat voor de grondslag en I voor het inkomen per dag. +De artikelen 1a:10, 2:17 en 3:21, zoals deze luidden op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen F, H en HH van de wet van 27 mei 2020 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en enkele andere wetten in verband met verdere activering van de participatie van jonggehandicapten en het harmoniseren van de verschillende regimes Wajong (Stb. 2020, 173), blijven van toepassing op de personen van wie het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering of arbeidsondersteuning voor of op de dag vijf jaar voor de inwerkingtreding van die wet is geëindigd, dan wel niet toegekend omdat zij niet arbeidsongeschikt waren. -**2.** Artikel 2:41a, zoals dat luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel F, van de Wet van 17 november 2016, tot wijziging van de Participatiewet, de Wet tegemoetkomingen loondomein en de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met stroomlijning van de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en enkele andere wijzigingen (Stb. ..) blijft tot zes maanden na dat tijdstip van toepassing op de jonggehandicapte die op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel F, van die wet inkomensondersteuning ontving op grond van artikel 2:41a, onderdeel a, of artikel 2:42, zoals deze artikelen luidden op de dag voor dat tijdstip, indien artikel IV, onderdeel F, van die wet later in werking treedt dan artikel IV, onderdeel E, van die wet. +### Artikel 8:10e -**3.** Dit artikel vervalt vier jaar na het tijdstip waarop het in werking is getreden. +Artikel 3:22, vierde lid, zoals dat luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel HHa, van de wet van 27 mei 2020 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en enkele andere wetten in verband met verdere activering van de participatie van jonggehandicapten en het harmoniseren van de verschillende regimes Wajong (Stb. 2020, 173), blijft van toepassing op de jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering meer dan vier weken voor dat tijdstip, in verband met artikel 3:19, eerste lid, onderdeel b, is ingetrokken. ### Artikel 8:11