2014-07-01 | BWBR0020809 | Pensioenwet
This commit is contained in:
parent
c0a9af7085
commit
21de195eac
1 changed files with 338 additions and 211 deletions
|
|
@ -434,7 +434,7 @@ De in artikel 26 genoemde termijnen gelden niet indien sprake is van een beëind
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds informeert elk kwartaal schriftelijk de deelnemersraad en, bij het ontbreken daarvan, de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wanneer sprake is van een premieachterstand ter grootte van 5% van de totale door het pensioenfonds te ontvangen jaarpremie en tevens niet voldaan wordt aan de bij of krachtens artikel 131 geldende eisen inzake het minimaal vereist eigen vermogen.
|
||||
**1.** Een pensioenfonds informeert elk kwartaal schriftelijk het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan en, bij het ontbreken daarvan, de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wanneer sprake is van een premieachterstand ter grootte van 5% van de totale door het pensioenfonds te ontvangen jaarpremie en tevens niet voldaan wordt aan de bij of krachtens artikel 131 geldende eisen inzake het minimaal vereist eigen vermogen.
|
||||
|
||||
**2.** Gedurende de in het eerste lid bedoelde situatie informeert een pensioenfonds tevens elk kwartaal de ondernemingsraad van de onderneming die nog premie aan het pensioenfonds verschuldigd is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -482,7 +482,7 @@ Een pensioenuitvoerder heeft tot taak een pensioenovereenkomst uit te voeren op
|
|||
|
||||
Een pensioenuitvoerder richt zijn organisatie zodanig in dat een goed bestuur is gewaarborgd waardoor er in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. verantwoording wordt afgelegd aan de aanspraak- en pensioengerechtigden en de werkgever; waarvoor bij pensioenfondsen een verantwoordingsorgaan is ingesteld; en
|
||||
a. verantwoording wordt afgelegd aan de aanspraak- en pensioengerechtigden en de werkgever; en
|
||||
b. intern toezicht is.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste lid regels worden gesteld. Die regels kunnen in het bijzonder betrekking hebben op de naleving van in die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen principes voor goed pensioenfondsbestuur.
|
||||
|
|
@ -633,6 +633,12 @@ c. de toeslagverlening.
|
|||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde opgave en informatie en de wijze waarop deze worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 45a
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds neemt in zijn jaarverslag informatie op over de uitvoeringskosten over het voorafgaande verslagjaar, waarbij worden onderscheiden: administratieve uitvoeringskosten, de kosten van vermogensbeheer en transactiekosten.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1480,110 +1486,127 @@ De Nederlandse sociale en arbeidswetgeving is niet van toepassing voor zover een
|
|||
|
||||
### Artikel 99
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds zijn de belanghebbenden op een evenwichtige wijze vertegenwoordigd met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de vertegenwoordigers van werknemersverenigingen ten minste evenveel zetels bezetten als de vertegenwoordigers van werkgeversverenigingen in de betrokken bedrijfstak of bedrijfstakken; of
|
||||
b. indien vertegenwoordigers van pensioengerechtigden zetels bezetten, zij tezamen met de vertegenwoordigers van werknemersverenigingen ten minste evenveel zetels bezetten als de vertegenwoordigers van de werkgeversverenigingen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de statuten van een bedrijfstakpensioenfonds voorzien in stemgerechtigde vertegenwoordigers in het bestuur van anderen dan werknemers- of werkgeversverenigingen binnen de betrokken bedrijfstak of bedrijfstakken, worden die vertegenwoordigers voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met vertegenwoordigers van werknemersverenigingen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In het bestuur van een ondernemingspensioenfonds zijn de belanghebbenden op een evenwichtige wijze vertegenwoordigd met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de werknemersvertegenwoordigers ten minste evenveel zetels bezetten als de werkgeversvertegenwoordigers; of
|
||||
b. indien vertegenwoordigers van pensioengerechtigden zetels bezetten, zij tezamen met werknemersvertegenwoordigers ten minste evenveel zetels bezetten als de werkgeversvertegenwoordigers.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een ondernemingspensioenfonds pensioenregelingen uitvoert voor meerdere ondernemingen of groepen wordt elke onderneming of groep door ten minste een werknemersvertegenwoordiger en een werkgeversvertegenwoordiger vertegenwoordigd in het bestuur.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De benoeming van de werknemersvertegenwoordigers in het bestuur van een ondernemingspensioenfonds vindt plaats:
|
||||
|
||||
a. na verkiezing van de vertegenwoordigers door de deelnemers;
|
||||
b. op voordracht van de vertegenwoordigers van de deelnemers in een deelnemersraad als bedoeld in artikel 110;
|
||||
c. op voordracht van de ondernemingsraad; of
|
||||
d. op een andere wijze, mits de ondernemingsraad heeft ingestemd met deze benoemingswijze.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de statuten van een ondernemingspensioenfonds voorzien in stemgerechtigde vertegenwoordigers in het bestuur van anderen dan werknemers of de werkgever, worden die vertegenwoordigers voor de toepassing van het derde en vierde lid gelijkgesteld met de werknemersvertegenwoordigers.
|
||||
|
||||
**7.** Het derde tot en met zesde lid is niet van toepassing voor zover een onderneming of groep waaraan het pensioenfonds verbonden was heeft opgehouden te bestaan.
|
||||
Een pensioenfonds heeft een paritair, een onafhankelijk of een gemengd bestuur. Indien een pensioenfonds een gemengd bestuur heeft, dan is dit een paritair gemengd bestuur, een onafhankelijk gemengd bestuur of een omgekeerd gemengd bestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 100
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In het bestuur van een pensioenfonds zijn de pensioengerechtigden vertegenwoordigd wanneer:
|
||||
In het paritaire bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds zijn de belanghebbenden op een zo evenwichtig mogelijke wijze vertegenwoordigd met dien verstande dat de vertegenwoordigers van werknemersverenigingen in de betrokken bedrijfstak of bedrijfstakken en de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden tezamen ten minste evenveel zetels bezetten als de vertegenwoordigers van werkgeversverenigingen in de betrokken bedrijfstak of bedrijfstakken.
|
||||
|
||||
a. het bestuur hiertoe op eigen initiatief besluit; of
|
||||
b. een meerderheid van de responderende pensioengerechtigden hiervoor kiest bij een schriftelijke raadpleging waarbij ten minste 10% van het aantal pensioengerechtigden zijn voorkeur kenbaar heeft gemaakt.
|
||||
Vertegenwoordigers van pensioengerechtigden bezetten, zo nodig in afwijking van artikel 102, eerste lid, niet meer dan 25% van het aantal zetels dat door vertegenwoordigers van werkgeversverenigingen, vertegenwoordigers van werknemersverenigingen en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden tezamen wordt bezet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een pensioenfonds waarvan:
|
||||
In het paritaire bestuur van een ondernemingspensioenfonds zijn de belanghebbenden op een zo evenwichtig mogelijke wijze vertegenwoordigd met dien verstande dat de werknemersvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden tezamen ten minste evenveel zetels bezetten als de werkgeversvertegenwoordigers.
|
||||
|
||||
a. het aantal pensioengerechtigden ten minste 10% bedraagt van de som van het aantal deelnemers en het aantal pensioengerechtigden en waarvan het aantal pensioengerechtigden ten minste 25 personen bedraagt; of
|
||||
b. het aantal pensioengerechtigden ten minste 1000 personen bedraagt;
|
||||
Vertegenwoordigers van pensioengerechtigden bezetten, zo nodig in afwijking van artikel 102, eerste lid, niet meer dan 25% of, indien sprake is van de in artikel 102, tweede lid, bedoelde situatie 50%, van het aantal zetels dat door werknemersvertegenwoordigers, werkgeversvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden tezamen wordt bezet.
|
||||
|
||||
houdt de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde raadpleging tenzij het bestuur op eigen initiatief heeft besloten tot opname van vertegenwoordigers van de pensioengerechtigden in het bestuur.
|
||||
**3.** Indien een ondernemingspensioenfonds pensioenregelingen uitvoert voor meerdere ondernemingen of groepen wordt elke onderneming of groep door ten minste een werknemersvertegenwoordiger, een vertegenwoordiger van pensioengerechtigden en een werkgeversvertegenwoordiger vertegenwoordigd in het paritaire bestuur.
|
||||
|
||||
**3.** Eens in de vijf jaar herhaalt het pensioenfonds de raadpleging indien dit wordt verzocht door tenminste 5% van de pensioengerechtigden tenzij de pensioengerechtigden reeds in het bestuur zijn vertegenwoordigd.
|
||||
**4.** Indien de statuten van een pensioenfonds voorzien in stemgerechtigde vertegenwoordigers in het paritaire bestuur van anderen dan werknemersverenigingen dan wel werknemers, werkgeversverenigingen dan wel de werkgever of pensioengerechtigden, worden die vertegenwoordigers voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid gelijkgesteld met vertegenwoordigers van pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**5.** Het tweede tot en met vierde lid is niet van toepassing voor zover een onderneming of groep waaraan het ondernemingspensioenfonds was verbonden heeft opgehouden te bestaan.
|
||||
|
||||
**6.** Aan het paritaire bestuur van een pensioenfonds kunnen maximaal twee bestuurders worden toegevoegd die niet directe vertegenwoordigers zijn van de belanghebbenden bij het pensioenfonds. Het vierde lid is niet van toepassing op deze bestuurders.
|
||||
|
||||
**7.** Het bestuur stelt een profielschets op voor leden van het bestuur. Het bestuur kan een kandidaat bestuurder afwijzen indien deze niet aan de profielschets voldoet.
|
||||
|
||||
### Artikel 101
|
||||
|
||||
**1.** In het bestuur van een pensioenfonds zijn de belanghebbenden op een evenwichtige wijze vertegenwoordigd met dien verstande dat de verdeling van de zetels van vertegenwoordigers van werknemersverenigingen of werknemersvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden plaats vindt op basis van de onderlinge getalsverhoudingen. Van deze verdeling kan worden afgeweken indien de betrokken partijen daarmee akkoord zijn.
|
||||
**1.** Het onafhankelijke bestuur van een pensioenfonds bestaat uit ten minste twee bestuurders. De bestuurders zijn niet directe vertegenwoordigers van de belanghebbenden bij het pensioenfonds.
|
||||
|
||||
**2.** De benoeming van de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in het bestuur van een pensioenfonds vindt plaats na verkiezing van de vertegenwoordigers door de pensioengerechtigden. Artikel 109, vierde, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de benoeming van vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds en artikel 110, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op de benoeming van vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in het bestuur van een ondernemingspensioenfonds.
|
||||
**2.** Het bestuur stelt een profielschets op voor leden van het bestuur. Het bestuur kan een kandidaat bestuurder afwijzen indien deze niet aan de profielschets voldoet.
|
||||
|
||||
### Artikel 101a
|
||||
|
||||
**1.** Het gemengd bestuur van een pensioenfonds bestaat uit uitvoerende bestuurders en niet uitvoerende bestuurders.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de samenstelling, zetelverdeling en benoeming van de uitvoerende bestuurders bij een paritair gemengd bestuur zijn de artikelen 100 en 102 van overeenkomstige toepassing. Voor de samenstelling van de uitvoerende bestuurders bij een onafhankelijk gemengd bestuur is artikel 101 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het gemengd bestuur heeft ten minste drie natuurlijke personen als niet uitvoerende bestuurders. De niet uitvoerende bestuurders zijn niet directe vertegenwoordigers van de belanghebbenden bij het pensioenfonds.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de statuten van een pensioenfonds met een gemengd bestuur wordt bepaald dat de bestuurstaken worden verdeeld over niet uitvoerende bestuurders en uitvoerende bestuurders. Artikel 104, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de taken van de niet uitvoerende bestuurders. De taak om toezicht te houden op de taakuitoefening door bestuurders kan niet door een taakverdeling worden ontnomen aan niet uitvoerende bestuurders. Het voorzitterschap van het bestuur, het doen van voordrachten voor benoeming van een bestuurder en het vaststellen van de bezoldiging van uitvoerende bestuurders kan niet aan een uitvoerende bestuurder worden toebedeeld.
|
||||
|
||||
**5.** De uitvoerende bestuurders nemen niet deel aan de besluitvorming over het vaststellen van de bezoldiging van uitvoerende bestuurders.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens de statuten kan worden bepaald dat een of meer bestuurders rechtsgeldig kunnen besluiten over zaken die tot zijn respectievelijk hun taak behoren. Bepaling krachtens de statuten geschiedt schriftelijk.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het tweede en derde lid kan een omgekeerd gemengd bestuur worden gevormd waarbij voor de samenstelling van de uitvoerende bestuurders artikel 101 van overeenkomstige toepassing is en waarbij voor de samenstelling, zetelverdeling en benoeming van de niet uitvoerende bestuurders de artikelen 100 en 102 van overeenkomstige toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**8.** Een omgekeerd gemengd bestuur heeft een onafhankelijke voorzitter die geen vertegenwoordiger is van de belanghebbenden bij het pensioenfonds.
|
||||
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de bevoegdheden van de onafhankelijk voorzitter, bedoeld in het achtste lid, de samenstelling van een omgekeerd gemengd bestuur en over de taakverdeling in en organisatie van dit bestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 102
|
||||
|
||||
**1.** De oprichters melden de voorgenomen oprichting van een pensioenfonds uiterlijk zes weken voor de beoogde datum van oprichting aan de toezichthouder.
|
||||
**1.** De verdeling van de zetels van vertegenwoordigers van werknemersverenigingen of werknemersvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in het paritaire bestuur van een pensioenfonds vindt plaats op basis van de onderlinge getalsverhoudingen, met dien verstande dat de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden ten hoogste de helft van het aantal zetels in het paritaire bestuur van een pensioenfonds bezetten dat vertegenwoordigers van werknemersverenigingen of werknemersvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden gezamenlijk bezetten. Van deze verdeling kan worden afgeweken indien de betrokken partijen daarmee akkoord zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Het pensioenfonds meldt binnen drie maanden na zijn oprichting deze oprichting aan de toezichthouder.
|
||||
**2.** In het paritaire bestuur van een ondernemingspensioenfonds kunnen, in afwijking van het eerste lid, vertegenwoordigers van pensioengerechtigden meer zetels bezetten dan werknemersvertegenwoordigers, indien het aantal deelnemers minder bedraagt dan 10% van de som van het aantal deelnemers en pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, worden gevoegd:
|
||||
De benoeming van de werknemersvertegenwoordigers in het paritaire bestuur van een ondernemingspensioenfonds vindt plaats:
|
||||
|
||||
a. een authentiek afschrift van de akte van oprichting van het pensioenfonds;
|
||||
b. een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van het reglement of de reglementen van het pensioenfonds;
|
||||
c. een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de uitvoeringsovereenkomst;
|
||||
d. een actuariële en bedrijfstechnische nota als bedoeld in artikel 145; en
|
||||
e. een eventuele overeenkomst tot verzekering, overdracht of onderbrenging.
|
||||
a. na verkiezing van de vertegenwoordigers door de deelnemers;
|
||||
b. op voordracht van de vertegenwoordigers van de deelnemers in het verantwoordingsorgaan, bedoeld in artikel 115;
|
||||
c. op voordracht van de ondernemingsraad; of
|
||||
d. op een andere wijze, mits de ondernemingsraad heeft ingestemd met deze benoemingswijze.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De benoeming van de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in het paritaire bestuur van een pensioenfonds vindt plaats:
|
||||
|
||||
a. na verkiezing van de vertegenwoordigers door de pensioengerechtigden; of
|
||||
b. op voordracht van de vertegenwoordigers van de pensioengerechtigden in het verantwoordingsorgaan, bedoeld in artikel 115, mits deze vertegenwoordigers na verkiezing zijn benoemd.
|
||||
|
||||
### Artikel 102a
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van een pensioenfonds draagt in overleg met de overige organen van het pensioenfonds zorg voor de vastlegging van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het pensioenfonds. De organen van het pensioenfonds gebruiken deze doelstellingen en uitgangspunten bij de toetsing van de opdrachtaanvaarding van de door vertegenwoordigers van werkgevers of werkgeversverenigingen en werknemers of werknemersverenigingen overeengekomen pensioenregelingen, en bij de besluitvorming, de verantwoording, de advisering, en het toezicht binnen het pensioenfonds.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van een pensioenfonds streeft er naar van de vertegenwoordigers, bedoeld in het eerste lid, zo veel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over de doelstellingen, het ambitieniveau van de toeslagverlening en de risicohouding, die ten grondslag liggen aan de pensioenregelingen die de vertegenwoordigers als opdracht in uitvoering aan het pensioenfonds geven.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur van een pensioenfonds draagt zorg voor de formele opdrachtaanvaarding van de door de vertegenwoordigers, bedoeld in het eerste lid, aan het pensioenfonds opgedragen pensioenregelingen. Het bestuur toetst bij de opdrachtaanvaarding voor het pensioenfonds als geheel en voor de relevante beleidsgebieden aan de doelstellingen en uitgangspunten, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 103
|
||||
|
||||
Het pensioenfonds zendt:
|
||||
**1.** Het intern toezicht bij een bedrijfstakpensioenfonds met een paritair of onafhankelijk bestuur wordt uitgeoefend door een raad van toezicht, tenzij het bedrijfstakpensioenfonds volledig is verzekerd bij een verzekeraar. In dat geval kan het intern toezicht ook worden uitgeoefend door jaarlijkse visitatie door een visitatiecommissie.
|
||||
|
||||
a. een authentiek afschrift van de akte houdende wijziging van de statuten;
|
||||
b. een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van wijziging van de reglementen;
|
||||
c. een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de wijzigingen in de uitvoeringsovereenkomst;
|
||||
d. een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de wijzigingen in de actuariële en bedrijfstechnische nota als bedoeld in artikel 145; en
|
||||
e. een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de wijzigingen in de eventuele overeenkomst tot verzekering, overdracht of onderbrenging;
|
||||
**2.** Het intern toezicht bij een ondernemingspensioenfonds met een paritair of onafhankelijk bestuur wordt uitgeoefend door een raad van toezicht of jaarlijkse visitatie door een visitatiecommissie.
|
||||
|
||||
binnen twee weken na totstandkoming van die wijziging aan de toezichthouder.
|
||||
**3.** Het intern toezicht bij een pensioenfonds met een gemengd bestuur wordt uitgeoefend door de niet uitvoerende bestuurders.
|
||||
|
||||
### Artikel 104
|
||||
|
||||
**1.** De werkgever draagt er zorg voor dat de werknemers die staan of gestaan hebben op een kandidatenlijst voor de deelnemersraad of het verantwoordingsorgaan alsmede de leden en de gewezen leden van het pensioenfondsbestuur, de deelnemersraad of het verantwoordingsorgaan niet uit hoofde van hun kandidaatstelling voor of hun lidmaatschap van het pensioenfondsbestuur, de deelnemersraad of het verantwoordingsorgaan worden benadeeld in hun positie als werknemer.
|
||||
**1.** De raad van toezicht of de visitatiecommissie bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen. De leden van de raad van toezicht of de visitatiecommissie zijn onafhankelijk en laten dit tot uiting komen in het toezicht.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het pensioenfonds in zijn hoedanigheid als werkgever aan de deelnemersraad of het verantwoordingsorgaan een secretaris heeft toegevoegd is het eerste lid op die secretaris van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds. De raad van toezicht is ten minste belast met het toezien op adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging door het bestuur en legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden aan het verantwoordingsorgaan en de werkgever, het belanghebbendenorgaan en in het jaarverslag. De raad van toezicht staat het bestuur met raad ter zijde. Artikel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op de leden van de raad van toezicht.
|
||||
|
||||
**3.** Op degene die het initiatief neemt of heeft genomen tot het instellen van een deelnemersraad is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** De deelnemersraad, het verantwoordingsorgaan en een werknemer als bedoeld in het eerste tot en met derde lid kunnen de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de werkgever gevolg dient te geven aan hetgeen in deze leden is bepaald.
|
||||
Aan de goedkeuring van de raad van toezicht zijn onderworpen de besluiten van het bestuur tot vaststelling van:
|
||||
|
||||
**5.** De werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet opzeggen met de werknemer die lid is van een bestuur van een pensioenfonds, een deelnemersraad of van een verantwoordingsorgaan. Indien de werkgever aan een pensioenfonds, deelnemersraad of een verantwoordingsorgaan een secretaris heeft toegevoegd, is de eerste volzin op die secretaris van overeenkomstige toepassing.
|
||||
a. het jaarverslag en de jaarrekening;
|
||||
b. de profielschets voor bestuurders;
|
||||
c. het beleid inzake beloningen, met uitzondering van de beloning van de raad van toezicht;
|
||||
d. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds of de overname van verplichtingen door het pensioenfonds;
|
||||
e. liquidatie, fusie of splitsing van het pensioenfonds;
|
||||
f. samenvoeging van pensioenfondsen als bedoeld in de definitie van ondernemingspensioenfonds in artikel 1; en
|
||||
g. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**6.** De werkgever kan zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet opzeggen met een werknemer die geplaatst is op een kandidatenlijst voor een bestuur van een pensioenfonds, een deelnemersraad of een verantwoordingsorgaan of die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een bestuur van een pensioenfonds, een deelnemersraad of een verantwoordingsorgaan.
|
||||
**4.** De statuten voorzien in een regeling voor geschillen over goedkeuring van besluiten door de raad van toezicht. Het ontbreken van de goedkeuring van de raad van toezicht op een besluit als bedoeld in het derde lid tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders niet aan.
|
||||
|
||||
**7.** De toestemming van de kantonrechter wordt gevraagd bij verzoekschrift. De kantonrechter verleent de toestemming slechts indien de werkgever aannemelijk heeft gemaakt dat opzegging geen verband houdt met een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid. Van de uitspraak staat geen hoger beroep of beroep in cassatie open.
|
||||
**5.** De raad van toezicht meldt disfunctioneren van het bestuur aan het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan en aan de partij die bevoegd is tot benoeming van het bestuur. Indien de partij die bevoegd is tot benoeming van het bestuur naar aanleiding van de melding niet binnen een redelijke termijn, naar tevredenheid van de raad van toezicht, handelt, meldt de raad van toezicht het disfunctioneren van het bestuur aan De Nederlandsche Bank N.V.
|
||||
|
||||
**8.** Ten aanzien van personen die krachtens publiekrechtelijke aanstelling bij de werkgever werkzaam zijn, treedt een andere kamer van de rechtbank in de plaats van de kantonrechter.
|
||||
**6.** De raad van toezicht stelt een profielschets op voor leden van de raad van toezicht.
|
||||
|
||||
**9.** Het vijfde tot en met achtste lid zijn niet van toepassing bij een opzegging gedurende de proeftijd, wegens een dringende reden, indien de werknemer schriftelijk met de opzegging instemt of indien de opzegging geschiedt wegens de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of van het onderdeel van de onderneming, waarin de werknemer uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam is.
|
||||
**7.** Het bestuur van het pensioenfonds en de raad van toezicht komen ten minste tweemaal per kalenderjaar in vergadering bijeen.
|
||||
|
||||
**8.** De visitatiecommissie heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds. De visitatiecommissie is ten minste belast met het toezien op adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging door het bestuur en legt verantwoording af over de uitvoering van de taken aan het verantwoordingsorgaan en de werkgever, het belanghebbendenorgaan en in het jaarverslag.
|
||||
|
||||
**9.** Het pensioenfonds verstrekt desgevraagd aan de raad van toezicht of de visitatiecommissie tijdig alle inlichtingen en gegevens, die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. De inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk verstrekt.
|
||||
|
||||
**10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 105
|
||||
|
||||
|
|
@ -1591,170 +1614,270 @@ binnen twee weken na totstandkoming van die wijziging aan de toezichthouder.
|
|||
|
||||
**2.** De personen die het beleid van een pensioenfonds bepalen of mede bepalen richten zich bij de vervulling van hun taak naar de belangen van de bij het pensioenfonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, de pensioengerechtigden en de werkgever en zorgen ervoor dat dezen zich door hen op evenwichtige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen.
|
||||
|
||||
**3.** Het beleid van een pensioenfonds wordt bepaald of mede bepaald door personen die geschikt zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van het pensioenfonds. Het intern toezicht van een pensioenfonds door een visitatiecommissie wordt uitgeoefend door personen die geschikt zijn voor de uitoefening van dit toezicht.
|
||||
|
||||
**4.** Iedere bestuurder van een pensioenfonds is bevoegd een deskundige te raadplegen, of zich krachtens een bestuursbesluit, waarbij ten minste één vierde van de bestuurders zich daarvoor heeft uitgesproken, ter vergadering door een deskundige te laten bijstaan.
|
||||
|
||||
**5.** Het beleid van een pensioenfonds wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Het intern toezicht van een pensioenfonds door een visitatiecommissie wordt uitgeoefend door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat.
|
||||
|
||||
**6.** Het bestuur van het pensioenfonds meldt elke wijziging in de samenstelling van de personen die het beleid van het pensioenfonds bepalen of mede bepalen vooraf aan de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Een wijziging als bedoeld in het zesde lid wordt niet doorgevoerd indien:
|
||||
|
||||
a. de toezichthouder binnen zes weken na ontvangst van de melding van de wijziging aan het pensioenfonds bekend maakt dat het niet met de voorgenomen wijziging instemt; of
|
||||
b. de toezichthouder om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht en binnen zes weken na ontvangst van die gegevens of inlichtingen aan het pensioenfonds bekend maakt dat het niet met de voorgenomen wijziging instemt.
|
||||
|
||||
**8.** Indien zich een wijziging voordoet van de antecedenten die van invloed is op de betrouwbaarheid van de personen die het beleid van het pensioenfonds bepalen of mede bepalen stelt het pensioenfonds de toezichthouder daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
|
||||
|
||||
**9.** De betrouwbaarheid van een persoon staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door de toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
|
||||
|
||||
**10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel. Die regels hebben onder meer betrekking op de misdrijven die, indien begaan door een persoon als bedoeld in het vijfde lid, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 105a
|
||||
|
||||
Bestuurders en leden van de raad van toezicht van een pensioenfonds hebben voldoende tijd beschikbaar om hun functie naar behoren uit te oefenen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld. De artikelen 132a, 142a, 242a, 252a, 297a en 297b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing.
|
||||
**3.** Iedere bestuurder van een pensioenfonds is bevoegd een deskundige te raadplegen, of zich krachtens een bestuursbesluit, waarbij ten minste één vierde van de bestuurders zich daarvoor heeft uitgesproken, ter vergadering door een deskundige te laten bijstaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 106
|
||||
|
||||
**1.** Het beleid van een pensioenfonds wordt bepaald of mede bepaald door personen die geschikt zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van het pensioenfonds.
|
||||
|
||||
**2.** Het intern toezicht van een pensioenfonds door een visitatiecommissie wordt uitgeoefend door personen die geschikt zijn voor de uitoefening van dit toezicht.
|
||||
|
||||
**3.** Het beleid van een pensioenfonds wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Het intern toezicht van een pensioenfonds door een visitatiecommissie wordt uitgeoefend door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van het pensioenfonds meldt elke wijziging in de samenstelling van de personen die het beleid van het pensioenfonds bepalen of mede bepalen vooraf aan de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Een wijziging als bedoeld in het vierde lid wordt niet doorgevoerd indien:
|
||||
|
||||
a. de toezichthouder binnen zes weken na ontvangst van de melding van de wijziging aan het pensioenfonds bekend maakt dat hij niet met de voorgenomen wijziging instemt; of
|
||||
b. de toezichthouder om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht en binnen zes weken na ontvangst van die gegevens of inlichtingen aan het pensioenfonds bekend maakt dat hij niet met de voorgenomen wijziging instemt.
|
||||
|
||||
**6.** Indien zich een wijziging voordoet van de antecedenten die van invloed is op de betrouwbaarheid van de personen die het beleid van het pensioenfonds bepalen of mede bepalen stelt het pensioenfonds de toezichthouder daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.
|
||||
|
||||
**7.** De betrouwbaarheid van een persoon staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door de toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel. Die regels hebben onder meer betrekking op de misdrijven die, indien begaan door een persoon als bedoeld in het derde lid, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 106a
|
||||
|
||||
Bestuurders en leden van de raad van toezicht van een pensioenfonds hebben voldoende tijd beschikbaar om hun functie naar behoren uit te oefenen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld. De artikelen 132a, 142a, 242a, 252a, 297a en 297b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 107
|
||||
|
||||
In het jaarverslag van een pensioenfonds wordt gerapporteerd over de samenstelling naar leeftijd en geslacht van het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan en het bestuur en over de inspanningen die zijn verricht om diversiteit in de organen van het pensioenfonds te bevorderen.
|
||||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
**1.** De werkgever draagt er zorg voor dat de werknemers die staan of gestaan hebben op een kandidatenlijst voor het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan alsmede de leden en de gewezen leden van het pensioenfondsbestuur, het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan niet uit hoofde van hun kandidaatstelling voor of hun lidmaatschap van het pensioenfondsbestuur, het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan worden benadeeld in hun positie als werknemer.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het pensioenfonds in zijn hoedanigheid als werkgever aan het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan een secretaris heeft toegevoegd is het eerste lid op die secretaris van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan en een werknemer als bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de werkgever gevolg dient te geven aan hetgeen in deze leden is bepaald.
|
||||
|
||||
**4.** De werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet opzeggen met de werknemer die lid is van het bestuur van een pensioenfonds, een verantwoordingsorgaan of een belanghebbendenorgaan. Indien de werkgever aan het bestuur van een pensioenfonds, een verantwoordingsorgaan of een belanghebbendenorgaan een secretaris heeft toegevoegd, is de eerste zin op die secretaris van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** De werkgever kan zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter de arbeidsovereenkomst niet opzeggen met een werknemer die geplaatst is op een kandidatenlijst voor het bestuur van een pensioenfonds, een verantwoordingsorgaan of een belanghebbendenorgaan of die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van het bestuur van een pensioenfonds, een verantwoordingsorgaan of een belanghebbendenorgaan.
|
||||
|
||||
**6.** De toestemming van de kantonrechter wordt gevraagd bij verzoekschrift. De kantonrechter verleent de toestemming slechts indien de werkgever aannemelijk heeft gemaakt dat opzegging geen verband houdt met een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid. Van de uitspraak staat geen hoger beroep of beroep in cassatie open.
|
||||
|
||||
**7.** Ten aanzien van personen die krachtens publiekrechtelijke aanstelling bij de werkgever werkzaam zijn, treedt een andere kamer van de rechtbank in de plaats van de kantonrechter.
|
||||
|
||||
**8.** Het vierde tot en met zevende lid zijn niet van toepassing bij een opzegging gedurende de proeftijd, wegens een dringende reden, indien de werknemer schriftelijk met de opzegging instemt of indien de opzegging geschiedt wegens de beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of van het onderdeel van de onderneming, waarin de werknemer uitsluitend of in hoofdzaak werkzaam is.
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
Iedere bepaling die het lidmaatschap van het bestuur, de raad van toezicht, de visitatiecommissie, het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan onmogelijk maakt op grond van het bereikt hebben van een bepaalde leeftijd is nietig.
|
||||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
Iedere bepaling die een goedkeuringsrecht inhoudt van een partij, die geen orgaan is van het pensioenfonds, inzake een besluit of voorgenomen besluit van het pensioenfonds is nietig, tenzij in deze wet anders is bepaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 111
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In de statuten van een pensioenfonds worden bepalingen opgenomen betreffende:
|
||||
In de statuten van een pensioenfonds worden in ieder geval bepalingen opgenomen betreffende:
|
||||
|
||||
a. het doel van het pensioenfonds, waaronder een omschrijving van de werkingssfeer;
|
||||
b. de bestemming van de middelen van het pensioenfonds;
|
||||
c. het beheer van het pensioenfonds;
|
||||
d. de inkomsten van het pensioenfonds;
|
||||
e. de belegging van de gelden;
|
||||
f. de wijze waarop de bestuursleden worden benoemd;
|
||||
g. de wijze waarop de leden van de deelnemersraad worden gekozen;
|
||||
h. de wijziging van de statuten;
|
||||
i. de liquidatie van het pensioenfonds, waaronder begrepen de verplichtingen van de liquidateuren en de bestemming van de bezittingen van het pensioenfonds;
|
||||
j. de wijze waarop het intern toezicht is georganiseerd;
|
||||
k. de wijze waarop de leden van het verantwoordingsorgaan worden benoemd en ontslagen; en
|
||||
l. de wijze waarop beëindiging van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, twaalfde lid geschiedt.
|
||||
f. het bestuursmodel van het pensioenfonds, bedoeld in artikel 99;
|
||||
g. de wijze waarop de bestuurders worden benoemd en ontslagen;
|
||||
h. de wijze waarop het intern toezicht is georganiseerd;
|
||||
i. de wijze waarop de leden van de raad van toezicht dan wel de visitatiecommissie worden benoemd en ontslagen;
|
||||
j. de wijze waarop de leden van het verantwoordingsorgaan dan wel het belanghebbendenorgaan worden benoemd en ontslagen;
|
||||
k. de wijziging van de statuten;
|
||||
l. de liquidatie van het pensioenfonds, waaronder begrepen de verplichtingen van de liquidateuren en de bestemming van de bezittingen van het pensioenfonds;
|
||||
m. de wijze waarop beëindiging van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, twaalfde lid, geschiedt; en
|
||||
n. de toepassing van artikel 105, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** De omschrijving van de werkingssfeer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vindt ten aanzien van een bedrijfstakpensioenfonds plaats door het omschrijven van de bedrijfsactiviteiten van de bedrijfstak.
|
||||
|
||||
**3.** Een bedrijfstakpensioenfonds dat aan werkgevers de mogelijkheid biedt om zich vrijwillig aan te sluiten bepaalt in zijn statuten onder welke voorwaarden deze vrijwillige aansluiting mogelijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 107
|
||||
|
||||
Iedere bepaling die het lidmaatschap van het bestuur, een deelnemersraad of een verantwoordingsorgaan onmogelijk maakt op grond van het bereikt hebben van een bepaalde leeftijd is nietig.
|
||||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
Iedere bepaling die een instemmingsrecht inhoudt van een partij, die geen orgaan is van het pensioenfonds, inzake een besluit of voorgenomen besluit van het pensioenfonds is nietig, tenzij in deze wet anders is bepaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 108a
|
||||
|
||||
**1.** Voor omzetting van een pensioenfonds in een andere rechtsvorm als bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is een verklaring van geen bezwaar van de toezichthouder vereist. De toezichthouder verleent de verklaring indien hij van oordeel is dat de belangen van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, de pensioengerechtigden en de werkgever voldoende gewaarborgd zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld terzake van het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.2. Deelnemersraad
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
**1.** Een bedrijfstakpensioenfonds stelt een deelnemersraad in.
|
||||
|
||||
**2.** In de deelnemersraad zijn de deelnemers en de pensioengerechtigden evenredig op basis van onderlinge getalsverhoudingen vertegenwoordigd.
|
||||
|
||||
**3.** Op grond van door het bestuur van het pensioenfonds vast te stellen criteria kunnen naast de in het tweede lid bedoelde vertegenwoordigers ook één of meer vertegenwoordigers van gewezen deelnemers in de deelnemersraad zitting hebben.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In geval van verkiezing van de leden van de deelnemersraad door deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden worden kandidaten voorgedragen door een of meer verenigingen van wie:
|
||||
|
||||
a. ten minste 1% van de geleding, voor welke die vereniging een kandidaat voordraagt, lid is; of
|
||||
b. ten minste 250 personen van die geleding, voor welke die vereniging een kandidaat voordraagt, lid zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover geen verkiezing door de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden plaatsvindt, zijn verenigingen, die voldoen aan de in het vierde lid bedoelde criteria, evenredig aan hun ledentallen binnen het pensioenfonds vertegenwoordigd in de deelnemersraad binnen de betreffende geleding.
|
||||
|
||||
**6.** Een vereniging als bedoeld in het vierde en vijfde lid, bezit volledige rechtsbevoegdheid. Haar statutair doel omvat mede het behartigen van de belangen van haar leden als belanghebbenden bij een bedrijfstakpensioenfonds.
|
||||
|
||||
**7.** Bij regeling van Onze Minister kunnen verenigingen worden aangewezen op wie het vierde, vijfde en zesde lid, voor een bij die aanwijzing te bepalen periode niet van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**8.** Het bedrijfstakpensioenfonds is gehouden om op verzoek van werknemers of een werknemersvereniging mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de werknemers van het fonds over het voornemen tot oprichting, of over het bestaan, van een werknemersvereniging. Het bedrijfstakpensioenfonds is tevens gehouden om op verzoek van pensioengerechtigden of een vereniging van pensioengerechtigden mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de pensioengerechtigden van een fonds over het voornemen tot oprichting, of over het bestaan, van een vereniging van pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van een ondernemingspensioenfonds gaat over tot het instellen van een deelnemersraad:
|
||||
|
||||
a. op eigen initiatief van het ondernemingspensioenfonds; of
|
||||
b. indien dit wordt verzocht door ten minste 5% van de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**2.** In de deelnemersraad zijn de deelnemers en de pensioengerechtigden evenredig op basis van onderlinge getalsverhoudingen vertegenwoordigd. Indien een ondernemingspensioenfonds pensioenregelingen uitvoert voor meerdere ondernemingen of groepen wordt elke onderneming of groep door ten minste een deelnemer en een pensioengerechtigde vertegenwoordigd in de deelnemersraad.
|
||||
|
||||
**3.** Op grond van door het bestuur van het pensioenfonds vast te stellen criteria kunnen naast de in het tweede lid bedoelde vertegenwoordigers ook één of meer vertegenwoordigers van gewezen deelnemers in de deelnemersraad zitting hebben.
|
||||
|
||||
**4.** In geval van verkiezing van de leden van de deelnemersraad door deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden kunnen kandidaten worden voorgedragen door verenigingen en door individuele deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover geen verkiezing door de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden plaatsvindt, maar de leden worden benoemd door verenigingen, zijn deze verenigingen evenredig aan hun ledenaantallen binnen hun geleding binnen het ondernemingspensioenfonds vertegenwoordigd in de deelnemersraad.
|
||||
|
||||
**6.** Een vereniging als bedoeld in het vierde en vijfde lid bezit volledige rechtsbevoegdheid; haar statutair doel omvat mede het behartigen van de belangen van haar leden als belanghebbenden bij een ondernemingspensioenfonds.
|
||||
|
||||
**7.** Het ondernemingspensioenfonds is gehouden om op verzoek van werknemers of een werknemersvereniging mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de werknemers van het fonds over het voornemen tot oprichting, of over het bestaan, van een werknemersvereniging. Het ondernemingspensioenfonds is tevens gehouden om op verzoek van pensioengerechtigden of een vereniging van pensioengerechtigden mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de pensioengerechtigden van het fonds over het voornemen tot oprichting, of over het bestaan, van een vereniging van pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
### Artikel 111
|
||||
|
||||
**1.** De deelnemersraad adviseert het pensioenfonds desgevraagd of uit eigen beweging over aangelegenheden die het pensioenfonds betreffen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het pensioenfonds stelt de deelnemersraad in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit van het pensioenfonds tot:
|
||||
|
||||
a. het nemen van maatregelen van algemene strekking;
|
||||
b. wijziging van de statuten en reglementen van het pensioenfonds;
|
||||
c. vaststelling van het jaarverslag, de jaarrekening, de actuariële en bedrijfstechnische nota, bedoeld in artikel 145 en een langetermijnherstelplan als bedoeld in artikel 138;
|
||||
d. vermindering van de verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten indien toepassing wordt gegeven aan artikel 134;
|
||||
e. het vaststellen en wijzigen van het toeslagbeleid;
|
||||
f. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds of de overname van verplichtingen door het pensioenfonds;
|
||||
g. liquidatie van het pensioenfonds;
|
||||
h. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst;
|
||||
i. het terugstorten van premie of geven van premiekorting, bedoeld in artikel 129;
|
||||
j. samenvoeging van pensioenfondsen als bedoeld in de definitie van ondernemingspensioenfonds in artikel 1;
|
||||
k. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**3.** Het advies van de deelnemersraad wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de in het tweede lid bedoelde besluiten.
|
||||
|
||||
**4.** Het pensioenfonds stelt de deelnemersraad na de in artikel 114, aanhef en onderdeel a, bedoelde mededeling over het kortetermijnherstelplan in de gelegenheid advies uit te brengen over dit kortetermijnherstelplan.
|
||||
|
||||
**5.** Bij het vragen van advies wordt aan de deelnemersraad een overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het besluit en van de gevolgen die het besluit naar verwachting voor de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden zal hebben.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van het pensioenfonds en de deelnemersraad komen ten minste tweemaal per kalenderjaar in vergadering bijeen. Tijdens deze vergaderingen worden de aangelegenheden aan de orde gesteld waarover het bestuur van het pensioenfonds of de deelnemersraad
|
||||
|
||||
overleg wenselijk acht.
|
||||
|
||||
**7.** Het pensioenfonds verstrekt desgevraagd aan de deelnemersraad tijdig alle inlichtingen en gegevens, die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. De inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 112
|
||||
|
||||
In de statuten van het pensioenfonds kunnen aan de deelnemersraad verdere bevoegdheden dan de in deze wet genoemde worden toegekend.
|
||||
**1.** De oprichters melden de voorgenomen oprichting van een pensioenfonds uiterlijk zes weken voor de beoogde datum van oprichting aan de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**2.** Het pensioenfonds meldt binnen drie maanden na zijn oprichting deze oprichting aan de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij de melding, bedoeld in het tweede lid, worden gevoegd:
|
||||
|
||||
a. een authentiek afschrift van de akte van oprichting van het pensioenfonds;
|
||||
b. een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van het reglement of de reglementen van het pensioenfonds;
|
||||
c. een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de uitvoeringsovereenkomst;
|
||||
d. een actuariële en bedrijfstechnische nota als bedoeld in artikel 145; en
|
||||
e. een eventuele overeenkomst tot verzekering, overdracht of onderbrenging.
|
||||
|
||||
### Artikel 113
|
||||
|
||||
Het pensioenfonds deelt de deelnemersraad zo spoedig mogelijk schriftelijk mee, of het een advies niet of niet geheel volgt, waarbij tevens wordt meegedeeld waarom van het advies of van een daarin vervat minderheidsadvies wordt afgeweken.
|
||||
Het pensioenfonds zendt:
|
||||
|
||||
a. een authentiek afschrift van de akte houdende wijziging van de statuten;
|
||||
b. een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van wijziging van de reglementen;
|
||||
c. een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de wijzigingen in de uitvoeringsovereenkomst;
|
||||
d. een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de wijzigingen in de actuariële en bedrijfstechnische nota, bedoeld in artikel 145; en
|
||||
e. een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de wijzigingen in de eventuele overeenkomst tot verzekering, overdracht of onderbrenging;
|
||||
|
||||
binnen twee weken na totstandkoming van die wijziging aan de toezichthouder.
|
||||
|
||||
### Artikel 114
|
||||
|
||||
Een pensioenfonds informeert de deelnemersraad onverwijld schriftelijk over:
|
||||
**1.** Voor omzetting van een pensioenfonds in een andere rechtsvorm als bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is een verklaring van geen bezwaar van de toezichthouder vereist. De toezichthouder verleent de verklaring indien hij van oordeel is dat de belangen van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, de pensioengerechtigden en de werkgever voldoende gewaarborgd zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.2. Verantwoordingsorgaan en belanghebbendenorgaan
|
||||
|
||||
### Artikel 115
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds met een paritair bestuur of een paritair gemengd dan wel omgekeerd gemengd bestuur stelt een verantwoordingsorgaan in.
|
||||
|
||||
**2.** In het verantwoordingsorgaan zijn de deelnemers en de pensioengerechtigden evenredig op basis van onderlinge getalsverhoudingen vertegenwoordigd. De leden van het verantwoordingsorgaan vormen een zo evenwichtig mogelijke afspiegeling van de betreffende geleding. Indien een ondernemingspensioenfonds pensioenregelingen uitvoert voor meerdere ondernemingen of groepen wordt elke onderneming of groep door ten minste een deelnemer en een pensioengerechtigde vertegenwoordigd in het verantwoordingsorgaan. De werkgever kan vertegenwoordigd zijn in het verantwoordingsorgaan, indien de werkgever of de deelnemers en pensioengerechtigden dit wensen.
|
||||
|
||||
**3.** Op grond van door het bestuur van het pensioenfonds vast te stellen criteria kunnen naast de in het tweede lid bedoelde vertegenwoordigers ook één of meer vertegenwoordigers van gewezen deelnemers in het verantwoordingsorgaan zitting hebben.
|
||||
|
||||
**4.** In geval van verkiezing van leden van het verantwoordingsorgaan door deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden kunnen kandidaten worden voorgedragen door verenigingen en door individuele deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover geen verkiezing door de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden plaatsvindt, maar de leden worden benoemd door verenigingen, zijn deze verenigingen evenredig aan hun ledenaantallen binnen hun geleding binnen het pensioenfonds vertegenwoordigd in het verantwoordingsorgaan.
|
||||
|
||||
**6.** Een vereniging als bedoeld in het vierde en vijfde lid bezit volledige rechtsbevoegdheid; haar statutair doel omvat mede het behartigen van de belangen van haar leden als belanghebbenden bij een pensioenfonds.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Het bestuur van het pensioenfonds gaat over tot verkiezing van de leden van het verantwoordingsorgaan die de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden vertegenwoordigen:
|
||||
|
||||
a. op eigen initiatief van het pensioenfonds; of
|
||||
b. indien dit wordt verzocht door ten minste 1% van de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden of door ten minste 500 deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
Het pensioenfonds verleent medewerking aan ieder initiatief van deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden tot het organiseren van verkiezingen op grond van de vorige volzin, aanhef en onderdeel b.
|
||||
|
||||
**8.** Het verantwoordingsorgaan heeft recht op overleg met het intern toezicht.
|
||||
|
||||
**9.** Het bestuur van het pensioenfonds en het verantwoordingsorgaan komen ten minste tweemaal per kalenderjaar in vergadering bijeen. Tijdens deze vergaderingen worden de aangelegenheden aan de orde gesteld waarover het bestuur van het pensioenfonds of het verantwoordingsorgaan overleg wenselijk acht.
|
||||
|
||||
**10.** Het pensioenfonds verstrekt desgevraagd aan het verantwoordingsorgaan tijdig alle inlichtingen en gegevens, die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. De inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 115a
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van het pensioenfonds legt verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan over het beleid en de wijze waarop het is uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**2.** Het verantwoordingsorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het jaarverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop, bekend gemaakt en in het jaarverslag opgenomen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het pensioenfonds stelt het verantwoordingsorgaan in de gelegenheid advies uit te brengen over:
|
||||
|
||||
a. het beleid inzake beloningen;
|
||||
b. de vorm en inrichting van het intern toezicht;
|
||||
c. de profielschets voor leden van de raad van toezicht;
|
||||
d. het vaststellen en wijzigen van een interne klachten- en geschillenprocedure;
|
||||
e. het vaststellen en wijzigen van het communicatie- en voorlichtingsbeleid;
|
||||
f. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds of de overname van verplichtingen door het pensioenfonds;
|
||||
g. liquidatie, fusie of splitsing van het pensioenfonds;
|
||||
h. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst;
|
||||
i. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; en
|
||||
j. samenvoeging van pensioenfondsen als bedoeld in de definitie van ondernemingspensioenfonds in artikel 1.
|
||||
|
||||
**4.** Het verantwoordingsorgaan adviseert het bestuur naar aanleiding van de melding van disfunctioneren van het bestuur, bedoeld in artikel 104, vijfde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Het advies van het verantwoordingsorgaan wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de in het derde lid bedoelde besluiten.
|
||||
|
||||
**6.** Bij het vragen van advies wordt aan het verantwoordingsorgaan een overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het besluit en van de gevolgen die het besluit naar verwachting voor de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden zal hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 115b
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenfonds met een onafhankelijk bestuur of een onafhankelijk gemengd bestuur stelt een belanghebbendenorgaan in.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de samenstelling van het belanghebbendenorgaan zijn de artikelen 100, eerste tot en met vijfde lid, en 102 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het belanghebbendenorgaan heeft recht op overleg met het intern toezicht.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van het pensioenfonds en het belanghebbendenorgaan komen ten minste tweemaal per kalenderjaar in vergadering bijeen. Tijdens deze vergaderingen worden de aangelegenheden aan de orde gesteld waarover het bestuur van het pensioenfonds of het belanghebbendenorgaan overleg wenselijk acht.
|
||||
|
||||
**5.** Het pensioenfonds verstrekt desgevraagd aan het belanghebbendenorgaan tijdig alle inlichtingen en gegevens, die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. De inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 115c
|
||||
|
||||
**1.** Het belanghebbendenorgaan adviseert het pensioenfonds desgevraagd of uit eigen beweging over aangelegenheden die het pensioenfonds betreffen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het pensioenfonds stelt het belanghebbendenorgaan in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit van het pensioenfonds met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. het nemen van maatregelen van algemene strekking;
|
||||
b. wijziging van de statuten en reglementen van het pensioenfonds;
|
||||
c. vaststelling van het jaarverslag, de jaarrekening en de actuariële en bedrijfstechnische nota, bedoeld in artikel 145;
|
||||
d. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst;
|
||||
e. een overeenkomst van uitbesteding;
|
||||
f. het beleid inzake beloningen;
|
||||
g. de vorm en inrichting van het intern toezicht;
|
||||
h. de profielschets voor leden van de raad van toezicht;
|
||||
i. het vaststellen en wijzigen van een interne klachten- en geschillenprocedure; en
|
||||
j. het vaststellen en wijzigen van het communicatie- en voorlichtingsbeleid.
|
||||
|
||||
**3.** Het advies van het belanghebbendenorgaan wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de in het tweede lid bedoelde besluiten.
|
||||
|
||||
**4.** Het belanghebbendenorgaan adviseert het bestuur naar aanleiding van de melding van disfunctioneren van het bestuur, bedoeld in artikel 104, vijfde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Bij het vragen van advies wordt aan het belanghebbendenorgaan een overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het besluit en van de gevolgen die het besluit naar verwachting voor de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden zal hebben.
|
||||
|
||||
**6.** Het bestuur van het pensioenfonds legt verantwoording af aan het belanghebbendenorgaan over het beleid en de wijze waarop het is uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**7.** Het belanghebbendenorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het jaarverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop, bekend gemaakt en in het jaarverslag opgenomen.
|
||||
|
||||
**8.** Besluiten van het bestuur kunnen bij of krachtens de statuten worden onderworpen aan de goedkeuring van het belanghebbendenorgaan, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. De statuten voorzien in een regeling voor geschillen over goedkeuring van besluiten door het belanghebbendenorgaan.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Het bestuur heeft in ieder geval goedkeuring nodig van het belanghebbendenorgaan voor elk voorgenomen besluit met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds of de overname van verplichtingen door het pensioenfonds;
|
||||
b. liquidatie, fusie of splitsing van het pensioenfonds;
|
||||
c. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
d. samenvoeging van pensioenfondsen als bedoeld in de definitie van ondernemingspensioenfonds in artikel 1;
|
||||
e. het strategische beleggingsbeleid;
|
||||
f. de premie;
|
||||
g. het vaststellen en wijzigen van het toeslagbeleid;
|
||||
h. vaststelling van een kortetermijnherstelplan als bedoeld in artikel 140 en een langetermijnherstelplan als bedoeld in artikel 138;
|
||||
i. het terugstorten van premie of geven van premiekorting, bedoeld in artikel 129; en
|
||||
j. vermindering van de verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten indien toepassing wordt gegeven aan artikel 134.
|
||||
|
||||
De goedkeuring wordt niet onthouden dan nadat het bestuur in de gelegenheid is gesteld het besluit te heroverwegen.
|
||||
|
||||
**10.** Het ontbreken van de goedkeuring van het belanghebbendenorgaan op een besluit als bedoeld in het achtste of negende lid tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders niet aan.
|
||||
|
||||
### Artikel 115d
|
||||
|
||||
In de statuten van het pensioenfonds kunnen aan het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan verdere bevoegdheden dan de in deze wet genoemde worden toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 115e
|
||||
|
||||
Het pensioenfonds deelt het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan zo spoedig mogelijk schriftelijk mee, of het een advies niet of niet geheel volgt, waarbij tevens wordt meegedeeld waarom van het advies of van een daarin vervat minderheidsadvies wordt afgeweken.
|
||||
|
||||
### Artikel 115f
|
||||
|
||||
Een pensioenfonds informeert het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan onverwijld schriftelijk over:
|
||||
|
||||
a. de verplichting tot opstelling van een kortetermijnherstelplan als bedoeld in artikel 140;
|
||||
b. de verplichting tot opstelling van een langetermijnherstelplan als bedoeld in artikel 138;
|
||||
c. de aanstelling van een bewindvoerder als bedoeld in artikel 173; en
|
||||
d. de beëindiging van de situatie, bedoeld in artikel 172, waarin de bevoegdheiduitoefening van alle of bepaalde organen van een pensioenfonds is gebonden aan toestemming van een of meer door de toezichthouder aangewezen personen.
|
||||
|
||||
### Artikel 115
|
||||
### Artikel 115g
|
||||
|
||||
**1.** Een bedrijfstakpensioenfonds en een ondernemingspensioenfonds staan de leden van een deelnemersraad het gebruik toe van de voorzieningen waarover het kan beschikken, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taken nodig is.
|
||||
**1.** Een pensioenfonds staat de leden van het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan het gebruik toe van de voorzieningen waarover het kan beschikken, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taken nodig is.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de rechten en bevoegdheden van een deelnemersraad in verhouding tot het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds en ondernemingspensioenfonds zijn de artikelen 10, 16, 17, 18, 22 van de Wet op de ondernemingsraden van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Ten aanzien van de rechten en bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan in verhouding tot het bestuur van het pensioenfonds zijn de artikelen 10, 16, 17, 18 en 22 van de Wet op de ondernemingsraden van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 115h
|
||||
|
||||
Een pensioenfonds is gehouden om op verzoek van werknemers of een werknemersvereniging mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de werknemers van het fonds over het voornemen tot oprichting, of over het bestaan, van een werknemersvereniging. Een pensioenfonds is tevens gehouden om op verzoek van pensioengerechtigden of een vereniging van pensioengerechtigden mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de pensioengerechtigden van het fonds over het voornemen tot oprichting, of over het bestaan, van een vereniging van pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.3. Taakafbakening
|
||||
|
||||
|
|
@ -1923,6 +2046,10 @@ a. de hoogte van de totale kostendekkende premie, bedoeld in artikel 128, eerste
|
|||
b. de hoogte van de totale gedempte premie, bedoeld in artikel 128, tweede lid; en
|
||||
c. de hoogte van de totale feitelijke premie.
|
||||
|
||||
### Artikel 130a
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 130 vermeldt een pensioenfonds in zijn jaarrekening en jaarverslag de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -2437,7 +2564,7 @@ c. de toezichthouder.
|
|||
|
||||
### Artikel 176
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 21, eerste lid, tweede lid, tweede volzin en vierde lid, 23, 25, 26, 28, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 34 tot en met 48, 49, 50, tweede en vierde lid, 51, 52, 58, 60, 61, 62, 63, 66, derde tot en met zesde, negende en elfde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, artikel 69, tweede, derde en zesde lid, 71, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 74, tweede en derde lid, 76, eerste tot en met vierde en negende lid, 83, tweede en zevende lid, 84, tweede en zevende lid, 85, eerste lid, 86, eerste en tweede lid, 87, 91, 94, tweede lid, 95, 96, 99, 100, 101, 102, 103, 105, eerste tot en met derde, vijfde tot en met achtste en tiende lid, 106, 109, 110, 111, 113, 114, 115, 116, 117, 118, eerste tot en met derde lid, 119, eerste tot en met derde lid, 120, eerste tot en met derde lid, 125, 128, 129, 130, 134, tweede, vierde en vijfde lid, 135, 136, 137, 138, eerste tot en met vierde en zesde lid, 139, 140, 143, 145, 146, 147, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 150, 167, 169, 170, eerste tot en met vierde lid, 171, eerste lid, 172, vijfde lid, 194, 197, 199, 203, derde en vierde lid, 204 en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 21, eerste lid, tweede lid, tweede volzin en vierde lid, 23, 25, 26, 28, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 34 tot en met 48, 49, 50, tweede en vierde lid, 51, 52, 58, 60, 61, 62, 63, 66, derde tot en met zesde, negende en elfde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, artikel 69, tweede, derde en zesde lid, 71, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 74, tweede en derde lid, 76, eerste tot en met vierde en negende lid, 83, tweede en zevende lid, 84, tweede en zevende lid, 85, eerste lid, 86, eerste en tweede lid, 87, 91, 94, tweede lid, 95, 96, 99 tot en met 107, 111, 112, 113, 115, 115a, 115b, 115c, 115e, 115f, 115g, 115h, 116, 117, 118, eerste tot en met derde lid, 119, eerste tot en met derde lid, 120, eerste tot en met derde lid, 125, 128, 129, 130, 134, tweede, vierde en vijfde lid, 135, 136, 137, 138, eerste tot en met vierde en zesde lid, 139, 140, 143, 145, 146, 147, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 150, 167, 169, 170, eerste tot en met vierde lid, 171, eerste lid, 172, vijfde lid, 194, 197, 199, 203, derde en vierde lid, 204 en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2535,7 +2662,7 @@ De toezichthouder maakt een besluit tot het aanstellen van een bewindvoerder ing
|
|||
De vergunning, bedoeld in artikel 125, onderdeel a, wordt op aanvraag door de toezichthouder verleend wanneer het pensioenfonds:
|
||||
|
||||
a. is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 210; en
|
||||
b. voldoet aan de artikelen 105, 126, 143 en 147, tweede lid en artikel 11 van richtlijn 2003/41/EG.
|
||||
b. voldoet aan de artikelen 106, 126, 143 en 147, tweede lid en artikel 11 van richtlijn 2003/41/EG.
|
||||
|
||||
### Artikel 193
|
||||
|
||||
|
|
@ -2737,7 +2864,7 @@ De toezichthouder is verplicht nauw samen te werken met de Europese Commissie en
|
|||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan desgevraagd in bijzondere gevallen van het bepaalde bij of krachtens artikel 147, eerste en tweede lid, ontheffing verlenen, indien hij van oordeel is, dat de belangen van de personen die betrokken zijn bij een pensioenregeling voldoende gewaarborgd zijn.
|
||||
|
||||
**2.** De toezichthouder kan desgevraagd in bijzondere gevallen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 99, 100, 101, 109 en 110 ontheffing verlenen, indien het pensioenfonds ook pensioenregelingen uitvoert waarop de sociale en arbeidswetgeving van een andere lidstaat van toepassing is.
|
||||
**2.** De toezichthouder kan desgevraagd in bijzondere gevallen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 99 tot en met 102, 115, eerste lid, en 115b, eerste lid ontheffing verlenen, indien het pensioenfonds ook pensioenregelingen uitvoert waarop de sociale en arbeidswetgeving van een andere lidstaat van toepassing is.
|
||||
|
||||
**3.** De ontheffing wordt verleend bij beschikking.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2767,7 +2894,7 @@ c. een of meer van de daaraan verbonden voorschriften niet wordt nageleefd.
|
|||
|
||||
### Artikel 215
|
||||
|
||||
**1.** Overtreding van de artikelen 23, 102, tweede en derde lid, 167, 169, 170, eerste tot en met vierde lid, en 172, vijfde lid, onderdeel a, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Overtreding van artikel 171, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de vierde categorie.
|
||||
**1.** Overtreding van de artikelen 23, 112, tweede en derde lid, 167, 169, 170, eerste tot en met vierde lid, en 172, vijfde lid, onderdeel a, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Overtreding van artikel 171, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de vierde categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Met een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft overtreding van voorschriften, krachtens deze wet bij algemene maatregel van bestuur gegeven, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin dezer wet aangeduid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2785,13 +2912,13 @@ Zaken betreffende vorderingen uit hoofde van een pensioenovereenkomst, een uitvo
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De deelnemersraad kan bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam beroep instellen tegen een besluit betreffende een aangelegenheid als bedoeld in artikel 111, eerste lid, indien:
|
||||
Het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan kan bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam beroep instellen tegen een besluit betreffende een aangelegenheid als bedoeld in artikel 115a, derde lid onderscheidenlijk artikel 115c, eerste lid, indien:
|
||||
|
||||
a. de deelnemersraad met betrekking tot dat besluit niet voorafgaand in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen;
|
||||
b. dat besluit niet in overeenstemming is met het advies van de deelnemersraad; of
|
||||
c. feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die, waren zij aan de deelnemersraad bekend geweest ten tijde van het uitbrengen van zijn advies, aanleiding zouden kunnen zijn geweest om dat advies niet uit te brengen zoals het is uitgebracht.
|
||||
a. het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan met betrekking tot dat besluit niet voorafgaand in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen;
|
||||
b. dat besluit niet in overeenstemming is met het advies van het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan; of
|
||||
c. feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die, waren zij aan het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan bekend geweest ten tijde van het uitbrengen van zijn advies, aanleiding zouden kunnen zijn geweest om dat advies niet uit te brengen zoals het is uitgebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Het beroep wordt ingediend bij verzoekschrift, binnen acht weken nadat de deelnemersraad van het besluit in kennis is gesteld.
|
||||
**2.** Het beroep wordt ingediend bij verzoekschrift, binnen acht weken nadat het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan van het besluit in kennis is gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het pensioenfonds wordt van het ingestelde beroep in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2801,7 +2928,7 @@ c. feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die, waren zij aan de deelnemer
|
|||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De ondernemingskamer behandelt het verzoek met de meeste spoed. Alvorens te beslissen kan zij, ook ambtshalve, deskundigen, alsmede bij het pensioenfonds werkzame personen horen. Indien de ondernemingskamer het beroep gegrond bevindt, kan zij, indien de deelnemersraad daarom heeft verzocht, een of meer van de volgende voorzieningen treffen:
|
||||
De ondernemingskamer behandelt het verzoek met de meeste spoed. Alvorens te beslissen kan zij, ook ambtshalve, deskundigen, alsmede bij het pensioenfonds werkzame personen horen. Indien de ondernemingskamer het beroep gegrond bevindt, kan zij, indien het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan daarom heeft verzocht, een of meer van de volgende voorzieningen treffen:
|
||||
|
||||
a. het opleggen van de verplichting aan het pensioenfonds om het besluit geheel of ten dele in te trekken, alsmede om aan te wijzen gevolgen van dat besluit ongedaan te maken;
|
||||
b. het opleggen van een verbod aan het pensioenfonds om handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit of onderdelen daarvan.
|
||||
|
|
@ -2814,7 +2941,7 @@ b. het opleggen van een verbod aan het pensioenfonds om handelingen te verrichte
|
|||
|
||||
**10.** Van een beschikking van de ondernemingskamer staat uitsluitend beroep in cassatie open.
|
||||
|
||||
**11.** De kosten van het voeren van rechtsgedingen door de deelnemersraad komen ten laste van het pensioenfonds indien zij redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de deelnemersraad en het pensioenfonds van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld. In rechtsgedingen tussen het pensioenfonds en de deelnemersraad kan de deelnemersraad niet in de proceskosten worden veroordeeld.
|
||||
**11.** De kosten van het voeren van rechtsgedingen door het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan komen ten laste van het pensioenfonds indien zij redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan en het pensioenfonds van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld. In rechtsgedingen tussen het pensioenfonds en het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan kan het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan niet in de proceskosten worden veroordeeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 218
|
||||
|
||||
|
|
@ -2822,11 +2949,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 219
|
||||
|
||||
**1.** Het verantwoordingsorgaan, bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, kan een verzoek in het kader van het recht van enquête, bedoeld in afdeling 2 van titel 8 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indienen bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam indien voorafgaand aan de indiening van dat verzoek het intern toezicht, bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel b, zich daarover heeft uitgesproken.
|
||||
**1.** Het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan of de raad van toezicht kan een verzoek in het kader van het recht van enquête, bedoeld in afdeling 2 van titel 8 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indienen bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 346 tot en met 359 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De kosten die verband houden met het indienen van het in het eerste lid bedoelde verzoek komen ten laste van het pensioenfonds indien zij redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van het verantwoordingsorgaan en het pensioenfonds van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld.
|
||||
**3.** De kosten die verband houden met het indienen van het in het eerste lid bedoelde verzoek komen ten laste van het pensioenfonds indien zij redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan of de raad van toezicht en het pensioenfonds van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 8.2. Bestuursrechtelijke geschillen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue